De Bergrede (13): Heb je vijanden lief

Christus als wetgever. Sarcofaag uit de catacombe van S. Sebastiano, Rome

De Bergrede, waarover ik al een enkele keren heb geblogd, bestaat uit pakweg vijf delen: de Zaligsprekingen, een reeks aanwijzingen, de oproep tot volmaaktheid, meer aanwijzingen (waaronder het Onze Vader), en een epiloog. De oproep tot volmaaktheid is dus ruwweg het midden van deze tekst. Matteüs 5.43-48 in de NBV21:

Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: “Je moet je naaste liefhebben en je vijand haten.” Dit zeg ik daarover: heb je vijanden lief en bid voor wie jullie vervolgen; alleen dan zijn jullie werkelijk kinderen van je Vader in de hemel. Hij laat zijn zon immers opgaan over goede en slechte mensen en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. Is het een verdienste als je liefhebt wie jou liefheeft? Doen de tollenaars niet net zo? En als jullie alleen je broeders en zusters vriendelijk bejegenen, wat voor uitzonderlijks doe je dan? Doen de heidenen niet net zo? Wees dus volmaakt, zoals jullie hemelse Vader volmaakt is.

Heb je vijanden lief

Dat “heb je vijanden lief” is nogal een lastig advies. Het staat haaks op het goed-antieke idee dat je je vrienden moet bevoordelen en je vijanden moet benadelen. Het staat ook haaks op de ressentimenten die bestonden bij de ontrechte onderste lagen in de oude wereld. Daar waren gedachten over vergelding nooit ver. Toch is het nu ook weer niet zo dat Jezus dit als eerste zei. Het boek Spreuken bevat bijvoorbeeld het advies je niet teveel te verheugen over de val van je vijand en niet te juichen over diens ondergang (24.17). Ook is er het advies je vijand te eten en drinken te geven (25.21). Dit laatste wordt ook in andere oosterse teksten geadviseerd en het is interessant dat sji’ieten het beschouwen als een van de heilige daden van imam Huseyn.

Desondanks is het niet het alles rozengeur en maneschijn. Juich niet zomaar om de ondergang van je vijanden, zeker. Maar: één regel verder lezen we de motivatie, namelijk dat je niet wil dat God zijn woede richt op jou. En geef je vijanden te drinken en te eten, want “dan stapel je gloeiende kolen op zijn hoofd”. Dit is wat we ook vorige keer zagen: dat je je vijanden een extra hak kunt zetten op de dag van de vergelding.

Het liefdesgebod

Jezus’ motivatie voor hetzelfde advies is daarentegen anders: je moet het doen om even volmaakt te zijn als God, die de zon voor goede en slechte mensen laat opkomen. Hij gebruikt dus, net zoals we vorige week zagen, het bestaande joodse discours over vergelding om een ander punt te maken.

Het is een interessante vraag of het advies “heb je vijanden lief” teruggaat op de auteur die de redactie voerde over deze tekst – laten we hem maar Matteüs noemen – of op Jezus van Nazaret zelf. Er zijn wel wat passages in de andere evangeliën die dat suggereren, maar over dit liefdesgebod is discussie mogelijk. We zullen er in deze reeks over het Nieuwe Testament nog weleens op terugkomen. Punt is natuurlijk dat de erkenning dat je vijand ook een mens is, gewoon een elementaire vorm van beschaving is. Homo hominibus homo.

***

Dat was het voor vandaag. Volgende week een stukje over plaats in de herberg, want de kerst nadert. De zondag erna mijn traditionele stuk krijgsgeschiedenis-op-kerstmis. (Die rare gewoonte heeft overigens een logische verklaring.) In het nieuwe jaar meer Bergrede en Nieuw Testament.

Voor journalisten die dit lezen: probeer je eens te onthouden van de voorspelbare stukjes over dat kerstmis eigenlijk een Mithrasfeest was (nee) . Of dat de ster van Betlehem valt te identificeren met een hemelverschijnsel (ook niet). Ik ruim op deze pagina wat misverstanden op.

[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

10 gedachtes over “De Bergrede (13): Heb je vijanden lief

  1. Martin van Staveren

    Er wordt wel gedacht dat de grote nadruk van Frankrijk na WO-I op een gigantische schadevergoeding die door Duitsland betaald moest worden de nazi’s tijdens de republiek van Weimar in de kaart gespeeld heeft. Het “heb je vijanden lief” is natuurlijk vooral relevant als het vijanden zijn voor wie jezelf te zwak bent. Het is dus niet zo vreemd dat Mattëus erover schreef. De Joden dachten ook dat ze het wel even tegen Rome konden opnemen, wat na de eerste Opstand de verwoesting van Jeruzalem tot gevolg heeft gehad.

    1. Ben Spaans

      Weten we echt wat ‘de’ Joden tijdens een opstand dachten? Het lijkt me moeilijk voorstelbaar dat iedereen dacht de Romeinen ‘wel even’ te verslaan.

        1. Frans Buijs

          Gedacht hebben dat ze een kans hadden, anders begin je er niet aan. Misschien realiseerden lui die Judea nooit uit waren geweest zich gewoon niet hoe groot het Romeinse Rijk was?

          1. Ben Spaans

            Het probleem is breder natuurlijk. Begint elke opstand niet met een noodzakelijke plast voor de kop?

            De Joden in de eerste eeuw konden terugkijken op de Makkabeeën natuurlijk. Dat was min of meer gelukt, wie weet…

  2. FrankB

    Volgens mij heb ik het al een paar keer eerder geschreven, dus vergeef me de herhaling: ik vind de vraag wat die drie wijzen nou precies aan de hemel hebben gezien bar oninteressant. Het schijnt – ik heb het niet persoonlijk gecontroleerd – dat er aan de Midden-Oostelijke hemel rond het begin van onze jaartelling niets bijzonders te zien was. Een paar jaar daarvoor hadden ze daarentegen een drievoudige conjunctie van Saturnus en Jupiter, een komeet en een nova.
    Mijn onmiddellijke reactie is: nou en? Wat maakt het uit? Wat doet het er toe of Mattheus dit in zijn geheel of deels verzonnen heeft?
    Dit valt voor mij in dezelfde categorie als “hoeveel grassprieten staan er op het speelveld van de Arena”? Ook niet echt van belang om het succes van Ajax de laatste jaren te begrijpen.
    Ik verdraai Govert Schilling in dat VK artikel waar je elders naar linkt:

    “Mattheüs heeft het Ster van Bethlehem-verhaal opgeschreven om de geboorte van Jezus extra koninklijk cachet te geven, en daarmee meer autoriteit te verlenen aan het kersverse christendom.”
    Dit bewijst precies nul komma niets. Mattheüs had dat doel of hij het verhaal nou verzonnen heeft of geschiedkunde bedrijft. En zoals iedereen begrijpt die een beetje verstand heeft van politiek en propaganda: de hamvraag is of zijn lezers hem geloofden.

    “Hoogstwaarschijnlijk was er dus sprake van religieuze en politieke propaganda”
    Daar kunnen we zo zeker van zijn als maar mogelijk is, ook als er inderdaad een stel Babylonische sterrenwichelaars achter een hemelverschijnsel aan renden. Het probleem voor geobsedeerde astronomen is niet dat ze ongelijk hebben, maar dat hun onderzoek een nominatie verdient voor de Ignobelprijs.

    https://www.volkskrant.nl/wetenschap/bestond-de-kerstster-echt~bd64b201/

  3. Roger Rymen

    Ik ben geen journalist maar schreef ooit het volgende:
    “Lichtjes, overal lichtjes,
    ogen van kinderen vol verwondering,
    de magie van dit alles overgeleverd
    door onze oudste voorouders,
    het Joelfeest,
    het feest van weerkerend licht,
    het Kerstfeest”

    1. Dieter Verhofstadt

      Als we twee assen opstellen:

      – medestanders vs tegenstanders
      – antipathie vs sympathie

      dan zijn “vijanden” tegenstanders jegens wie ik een al dan niet wederzijdse antipathie koester.

Reacties zijn gesloten.