The Dig

Er was vorig jaar veel te doen over The Dig, een film waarin de opgraving van Sutton Hoo een rol speelt. Het graf van de vroeg-zevende-eeuwse Angelsaksische vorst Raedwald geldt als een van de grote archeologische ontdekkingen van de vorige eeuw. De bijzetting zou te vergelijken zijn met die van andere heersers uit de Late Oudheid, zoals Childeric in Doornik en het grafveld bij het Zweedse Vendel, ware het niet dat ze alles in omvang overtreft: Raedwald is begraven in een schip van een slordige zevenentwintig meter lang. Het is begrijpelijk dat de opgravers die er in 1938 en 1939 werkten, lang overwogen dat het een Vikinggraf was.

Sutton Hoo

Maar het was dus ouder. Dit schip documenteerde de wereld van de Angelen, van de Saksen, van de kerstening en van de Beowulf. Wellicht herinnert u zich uit 2005/2006 de expositie “Professor Van Giffen en het geheim van de wierden” in het Groninger Museum. In The Dig vat een medewerker van het British Museum, Charles Phillips, het belang van de ontdekking mooi samen: “The Dark Ages are not dark anymore.” En ook: “The Anglo-Saxons did have a civilization.”

Phillips speelde inderdaad een belangrijke rol bij de opgraving, net als de andere personages in de film: de onlangs weduwe geworden Edith Pretty, de voornaamste opgraver Basil Brown, de archeologen Stuart Piggott en zijn echtgenote Peggy. De twee fotografen, Barbara Wagstaff en Mercie Lack, ontbreken omdat de film om dramatische redenen een mannelijke fotograaf nodig heeft. Het is dus geen reconstructie van de opgraving – al was het maar omdat twee seizoenen tot één zijn gereduceerd – maar allerlei dingen zijn correct, zoals de rivaliteit tussen het museum van Ipswich en Charles Phillips’ British Museum. De beledigingen die de niet academisch gevormde Brown moet ondergaan en de seksistische opmerkingen die Peggy te horen krijgt, zullen ook niet ver van de waarheid zijn.

Mislukking

Ik zal u echter niet vervelen met wat er historisch wel en niet klopt. Dat is namelijk niet waar de film over gaat. Die gaat over mislukking, dood en beschaving.

Ik denk dat de sleutelscène een gesprek is tussen opgraver Basil Brown en de zoon van landeigenares Pretty. Bij de uitvaart van Pretty’s echtgenoot, zo vertelt de jongen, hadden de volwassenen hem aangespoord te zorgen voor zijn moeder, maar nu zijn moeder ongeneeslijk ziek blijkt, vindt het kind dat het heeft gefaald. Brown, die voor de jongen een soort substituut-vader is, houdt hem voor dat we uiteindelijk allemaal falen.

Dat klinkt somber en de film ziet nogal wat mislukkingen. Het ergste falen is dat van de beschaving. De Tweede Wereldoorlog breekt uit. Het schokte me toen Chamberlains stem ineens door de film klonk.

Er is falen op individueel niveau. Brown weet dat hij nooit het krediet voor zijn vondst zal krijgen. Phillips krijgt het project niet in de hand. Pretty weet dat ze een ziekte niet zal overwinnen. De Piggotts zien hun huwelijk op de klippen lopen. Ze falen allemaal. En uiteindelijk is er voor iedereen de dood – mevrouw Pretty zal sterven, een piloot stort neer, meneer Pretty is al overleden, en lang geleden stierf Raedwald.

We gaan niet echt dood

Deprimerend? Nee. Er is namelijk een tweede verhaal. Brown legt het uit:

From the first human fingerprint on a wall, we’re part of something continuous. So we don’t really die.

Dat “something continuous” is niet goed benoembaar. Misschien is het een optimistisch geloof dat de beschaving uiteindelijk wint; misschien is het iets diepers dan dat. Ik voor mij geloof heilig dat de geleidelijke accumulatie van kennis ons met de vorige en de volgende generaties verbindt – en ook met andere volken en culturen. Ik heb er een van mijn beste blogjes aan gewijd.

Van dat “something continuous” maken we allemaal, gezamenlijk deel uit. Misschien verklaart dat waarom The Dig tijdens de ergste corona-crisis van vorig jaar zo populair was: tegenover de dood die ons toen zo nadrukkelijk aanstaarde, staat iets groters, iets gezamenlijks. Ik weet daarom niet of een film van deze strekking in de jaren van het ongebreidelde neoliberalisme gemaakt had kunnen worden. In elk geval: een prachtige film over niets minder dan de vraag wat het leven zin geeft.

PS

Toch nog even iets over Sutton Hoo: dit is een leuk recent bericht.

[Een overzicht van deze reeks is hier.]

5 gedachtes over “The Dig

  1. Christo Thanos

    Het is een mooie Brits drama waar historie en fictie door elkaar lopen.

    En ja, sommige gegevens kloppen niet: Petty was in werkelijkheid een stuk ouder, de Piggotts waren al enkele jaren getrouwd voordat ze deelnamen aan de opgraving, Stuart was geen homoseksueel, Peggy ging niet vreemd (in de jaren 1950 gingen ze scheiden).

    Archeologen hebben commentaar op films waar archeologie een rol speel, schakers op films over schaken, enz. Gewoon de film zien als een goed sfeervol drama. De details zijn ook treffend. De kleding van Fiennes bijvoorbeeld is exact nagemaakt aan de hand van de historische foto’s. Ik vond de sfeer heel treffend weergegeven.

  2. Ben Spaans

    U vernam vorig jaar op dit forum deze filmtip al van ondergetekende hè.

    Is wel een puntje aan het worden. Aan echt bestaan hebbende personen wordt veel toegedicht. Is het wel zo koosjer om historische personen bv. een seksuele voorkeur toe te dichten die er helemaal niet was of waar geen enkel bewijs voor is.
    Zo is er de recente film ‘Ammonite’ waarin Kate Winslet de 19e eeuwse Britse fossielen- verzamelaarster Mary Anning speelt (van de Ichtio – en Pleisiosaurus e.a ). Aan haar woedt een totaal fictieve lesbische affaire toegedicht, zeer expliciet in beeld gebracht.
    Is dit ethisch…wil de diversiteitscultus dan toch iedereen een seksuele heroriëntatie geven, desnoods postuum…

Reacties zijn gesloten.