Xenofon in Armenië

Bij Bitlis

We gaan naar Armenië. Ik liet u een paar dagen geleden achter bij de Assyrische hoofdsteden Kalhu en Nineveh, waar Xenofon en zijn huurlingen de nachten hadden doorgebracht. Vervolgens marcheerden ze langs de rivier de Tigris naar het noordwesten. We kunnen de route tot Cizre vrij precies op de landkaart volgen, maar daarna wordt het lastiger. Zowel het commentaar van Otto Lendle als de Landmarkvertaling houden het erop dat de huurlingen de rivier Bitlis stroomopwaarts volgden tot aan de gelijknamige stad. Ook het huidige Muş zou zijn aangedaan.

De tocht door het destijds nog door Armeniërs bewoonde land was lastig. Een snee was ghevallen groot. Het was februari 400 v.Chr. en stervenskoud.

Door de sneeuw

De derde dagmars vooral was hard, want de noordenwind blies hun recht in het gezicht; hij verteerde letterlijk alles en deed de manschappen stijf bevriezen. Toen stelde een van de waarzeggers voor offers aan de wind te brengen en die raad werd opgevolgd. En iedereen kon duidelijk vaststellen dat de wind in hevigheid afnam. De sneeuw lag één vadem dik, zodat vele lastdieren en slaven omkwamen, evenals een dertigtal soldaten. De hele nacht door lieten ze de vuren branden, want er was ter plaatse hout genoeg.

Xenofon beschrijft geeuwhonger, sneeuwblindheid en afgevroren ledematen.

Tegen sneeuwblindheid kon men de ogen beschermen door er tijdens de mars een zwarte lap voor te houden; de voeten kon men beschermen door ze voortdurend in beweging te houden en ’s nachts de schoenen uit te trekken. Als men met de schoenen aan sliep, drongen de riemen diep in het vlees en de zolen vroren rond de voeten vast.

De moreel

De discipline leed onder de moeilijke tocht door het winterse Armenië.

Alleen de laatst aangekomenen vonden geen hout meer. Degenen die het eerst waren aangekomen en de vuren hadden aangestoken, lieten de nakomers niet bij het vuur komen of ze moesten hun in ruil daarvoor graan of enige andere etenswaar geven.

Sommige soldaten wilden niet meer verder.

Toen de soldaten een zwarte plek ontwaarden, omdat daar geen sneeuw meer lag, vermoedden ze dat hij gesmolten was. En hij was inderdaad gesmolten onder de invloed van een bron die in een nabije vallei warme dampen uitwasemde. De soldaten trokken ernaar toe, gingen zitten en verklaarden dat ze niet meer verder wilden gaan.

De bevolking

Degenen die wel verder trokken, plunderden de ondergrondse woningen van de Armeniërs. In de omgeving van Erzurum bestonden zulke huizen nog in de negentiende eeuw. Dat is ruwweg langs Xenofons route. In de twintigste eeuw waren in Cappadocië nog mensen die in rotswoningen leefden.

De woningen bevonden zich onder de grond; ze hadden een nauwe toegang, net als de opening van een waterput, maar beneden waren ze ruim. Voor het vee waren er ingangen als tunnels uitgegraven, maar de mensen daalden af langs ladders. In die woningen trof men geiten, schapen, ossen en pluimvee aan, samen met hun jongen; al die dieren werden binnenshuis gevoederd. Men trof er ook tarwe, gerst, peulvruchten en gerstebier in vaten.

De laatste ontdekking leidde vanzelfsprekend tot dronkenschap. De manschappen legden

de hand op al de dorpsbewoners, de dorpsoverste inbegrepen, op zeventien veulens die er als cijns voor de koning gefokt werden, en op de dochter van de dorpsoverste, die slechts acht dagen tevoren getrouwd was. Haar echtgenoot was op hazenjacht en werd derhalve niet in het dorp aangetroffen.

Wat de jonge vrouw, te midden van de dronken soldaten, de komende uren te wachten heeft gestaan, laat Xenofon onvermeld. Zijn lezers wisten het wel. En u weet het ook.

Volgende week meer.

***

Als alles goed gaat, begint op 24 april 2022 een expositie over Armenië in het Drents Museum in Assen.

3 gedachtes over “Xenofon in Armenië

  1. “de noordenwind blies hun recht in het gezicht; hij verteerde letterlijk alles en deed de manschappen stijf bevriezen”

    Hij verteerde niet letterlijk alles want dat kan niet – vonden de klassieke lezers dit soort overdrijving leuk of was Xenophon een gigantische overdrijver die niet serieus genomen werd?
    De ontkenning komt ook direct – slechts 30 soldaten komen om:

    “De sneeuw lag één vadem dik, zodat vele lastdieren en slaven omkwamen, evenals een dertigtal soldaten.”

    Wat heeft de sneeuwdikte met de slachtoffers te maken? Hebben de slaven geen kleding?

    Direct weer een statement (“De hele nacht door lieten ze de vuren branden, want er was ter plaatse hout genoeg”) en een ontkenning (“Alleen de laatst aangekomenen vonden geen hout meer”). Er was dus geen hout genoeg voor iedereen.

    1. Saskia Sluiter

      Dat ligt eraan hoeveel er met een vadem wordt bedoeld.
      Als dieptemaat voor water is een vadem ruim 1.8 m. Bij zo’n sneeuwpak kun je goed voorstellen dat er doden vallen.

    2. FrankB

      “Wat heeft de sneeuwdikte met de slachtoffers te maken?”
      We maken het in Nederland nooit meer mee, maar oudere lezers weten het vast nog wel: het is erg moeizaam om door een pak sneeuw te waden.

      https://www.youtube.com/watch?v=f_Jr2xHwcRA

      Dit gegeven speelt een sleutelrol in de verontrustende film Wind River.
      Dus ja, ik begrijp wel dat hoe dikker de sneeuw hoe meer slachtoffers. En in zulke omstandigheden is het ieder voor zich met alleen kameraden voor elkaar. De soldaten zullen zich echt niet om slaven bekommerd hebben.
      Verslagen als die van Xenofon zijn bekend van de terugtocht van de Grande Armee uit Rusland, 1812. Dat leger, vergeef me de beroerde woordspeling, smolt weg als sneeuw voor de zon.

Reacties zijn gesloten.