Erasmus en Luther

Erasmus (Nationaal Archief, Den Haag)

De tweede gekozen episode, nou ja een fase die jaren duurt, is de botsing tussen Erasmus en Luther. Een botsing die als ultieme consequentie had dat Erasmus’ geschriften, net als die van Luther trouwens, op de pauselijke index kwamen te staan. Waar ze pas in 1966 weer van afgehaald zijn.

Wetenschapper versus theoloog

Erasmus had dezelfde afkeer van  de verkeerde praktijken van de kerk (aflaten, obscene rijkdom, de ongerijmdheid van allerlei religieuze voorschriften, waaronder het priestercelibaat). Daar ging het conflict niet over. Het ging over Erasmus als wetenschapper en Luther als gelovige, of misschien moet ik zeggen als gelovige theoloog.

Voor Erasmus was de uitgave van het Nieuwe Testament in het (oorspronkelijke) Grieks (met daarnaast in een kolom een verbeterde Latijnse Vulgaat) gebaseerd op zoveel mogelijk bronnen, niet een geloofsdaad maar een wetenschappelijk daad. Voor Luther was de vertaling van de bijbel in het Duits een geloofsdaad. Hij gebruikte wel Erasmus’ Griekse uitgave maar waar hem Erasmus’ nauwkeurigheid niet zinde omdat dat niet strookte met zijn geloofsopvattingen, corrumpeerde hij gewoon de tekst, beter: hij ging weer terug op de oude Vulgaat-vertaling waarvan Erasmus nu vastgesteld had dat die niet deugde of voegde gewoon de geloofswaarheden van Augustinus in, in plaats van de oorspronkelijke Griekse tekst.

Dat betreft bijvoorbeeld een passage uit de brief van Paulus aan de Romeinen en die gaat, jawel, over de erfzonde. Erasmus had vastgesteld, na bestuderen van veel bronnen, dat Paulus in een bepaalde passage uit die brief het helemaal niet over ‘erfzonde’ had. Voor Luther was dit ketterij. Hij hield vast aan de Vulgaat-tekst waarin dat wel terecht gekomen was. Dat was de (geloofs-)waarheid. Volgens Erasmus was het echter geen bijbels gegeven maar een menselijk bedenksel, een doctrine pas rond 400 door Augustinus geformuleerd.

Botsende doelen

En zo botsten de bijbelwetenschapper en de gelovige theoloog op meer punten over de Bijbel. Bijvoorbeeld over de leer van de drievuldigheid (geen bijbels gegeven) of het boek Openbaring (in elk geval niet van de apostel Johannes) en een tekst “van een erbarmelijk laag gewicht”. Erasmus

vroeg zijn lezers de heilige schrift […] te beschouwen als een aards artefact, een menselijk taalproduct. De evangelisten en apostelen lieten in iedere zin zien dat ze mensen waren, mensen die aardse taalvondsten konden doen en aardse taalfouten konden maken. En dat was helemaal niet erg. Want de essentie van de bijbel zat hem niet in de woorden. Die zat hem in de boodschap.

Maar

Luther verklaarde zich juist tot een uitgesproken tegenstander van de talige hulpwetenschappen die Erasmus ontwikkeld had […] om de theologie te vernieuwen door de bijbel als historisch fenomeen en als mensenwerk te benaderen.

Of nog duidelijker, ook in Langereis’ woorden:

Luthers leer was Erasmus vreemd. Want Erasmus hield zich niet bezig met wat voor ijverig uitgedokterde leer dan ook. Luther was bijbelinterpreet. Erasmus was bijbelbiograaf.

Erasmus contra Luther

In de jaren na de veroordeling van Luther in 1521 oefende men grote druk uit op Erasmus om iets tegen Luther te schrijven. Erasmus vond Luthers uitspraken veel te stellig maar publiekelijk afvallen wilde hij hem niet.

Paus noch kerk verdienden zijn steun in hun streven Luthers kritische geluid met geweld de kop in te drukken[….].

Uiteindelijk heeft Erasmus toch een dun boekje geschreven in verweer tegen de kern van Luthers leer, én van zijn religieus leiderschap: Over de vrije wil. Met daarin zijn opvatting over de vrije wil en het goede doen, tegenover Luthers leer dat een mens voor zijn heil volstrekt en alleen afhankelijk is van Gods genade.

Dood

Erasmus sterft op 12 juli 1536, hij is dan zevenenzestig. En hij sterft in zijn eigen bed, en niet als martelaar.

Al was het alles vroomheid wat Luther schreef: nooit zou ik vanwege de waarheid mijn kop laten afhakken. Ik heb geen talent voor het martelaarschap.

schreef Erasmus in zijn briefwisseling. Dat was geen bekentenis maar een ‘statement’ in een tijd die ondertussen vol was van inquisitie en geweld bij beide geloofsovertuigingen.

Wat heb ik genoten van deze biografie die mij een heel erg goede reisgids was door de tijd en het leven van Erasmus. Ik zou zo weer willen beginnen aan de zevenhonderd dicht bedrukte pagina’s.

[Op mijn uitnodiging aan de vaste lezers van deze blog om geliefde boeken te delen, ging Truus Pinkster voor de alweer vierde keer in. Bedankt Truus!]

11 gedachtes over “Erasmus en Luther

  1. Martin van Staveren

    Nu het over Erasmus en Luther gaat, toch nog even Michael Massing, “Fatal Discord; Erasmus, Luther, and the Fight for the Western Mind” uit 2018 noemen. Dat conflict is vooral van belang vanwege de politieke gevolgen van die strijd tussen humanisme en evangelisme voor Europa en de USA. Als het over dit onderwerp gaat dan mogen wij ons niet tot Nederlandse boeken beperken. Niet dat ik christelijk ben, maar die Fight for the Western Mind vind ik wel interessant.

  2. Truus Pinkster

    Die titel maakt mij nieuwsgierig, en vooral de zinsnede: ….. en vooral de politieke gevolgen [..] voor Europa en de USA.
    Kun je daar wat over zeggen ? Ik ken het boek niet.

  3. Martin van Staveren

    Op bol.com:

    “Last year saw a profusion of books about Martin Luther to mark the 500th anniversary of his posting the 95 Theses. Massing widens the lens wondrously, bringing in Erasmus, the great humanist foe of Luther, and showing how their rivalry set the course for much of Western civilization. Reviewing the book, Rebecca Newberger Goldstein applauds this ‘inspired approach’: ‘massing, a journalist, has produced a sprawling narrative around the rift between the two men, laying out the sociological, political and economic factors that shaped both them and Europe’s responses to them, and tracing their theological disputes back to the earliest days of Christianity,” she writes. ’though a massive amount of material is marshaled, Massing’s journalistic skills keep the story line crisply coherent.’ –New York Times

    De VS zijn lutheraans (legalistisch), Europa is humanistisch. We zien het verschil nu ook nog in Europa tussen Noord en Zuid. Dan hebben we ook nog Max Weber: het protestantisme en de geest van het kapitalisme. Je aan de regels moeten houden is wel goed voor de economische ontwikkeling.

    Dikke pil, kost maar 26, 99 Euro.

  4. Saskia Sluiter

    Dank je wel Truus!
    En Martin, nog even over ‘De VS zijn lutheraans (legalistisch), Europa is humanistisch.’ Ik heb jaren in Duitsland gewoond en daar waren ze zo Luthers als wat – ik zat niet in het zuiden. Waar zit het verschil? Of is het een verschil als bij de uitspraak: ‘katholieken in Nederland, zijn eigenlijk protestant’? Ofwel, zijn Amerikanen legalistisch omdat er veel Luthersen zijn of ligt het ergens anders aan?
    Interessante invalshoek overigens, culturele verschillen haken aan de opvatting van een invloedrijke geleerde en een invloedrijke gelovige. Die overigens fel antisemitisch was en daar de geschiedenis geen dienst mee heeft bewezen.

  5. Martin van Staveren

    Toen JFK president van de USA wilde worden, werd er wel over gesproken dat hij de eerste katholieke president zou zijn; de Kennedys kwamen oorspronkelijk uit Ierland.

    Volgens Massing is dat legalistische in de USA inderdaad luthers. Aan de andere kant is het ook luthers dat contracten voor de rechtbank stand houden etc. In Zuid-Europa heeft men toch andere opvattingen over rechtsstatelijkheid. Financiële austerity is iets typisch Duits en Nederlands.

    1. FrankB

      Financial austerity heeft maar weinig met rechtsstatelijkheid te maken. En het gebrek aan Lutherse invloed heeft (Noord-)Italië niet verhinderd om van 1950 tot 1990 een hogere economische groei te behalen dan (West-)Duitsland. Op het verband tussen lutheranisme en kapitalisme volgens Weber valt wel het één en ander af te dingen.

  6. FrankB

    ” vol was van inquisitie en geweld bij beide geloofsovertuigingen.”
    Dat ligt uiteraard ingewikkelder. Anders wordt het nogal lastig uit te leggen waarom het katholieke Frankrijk (bv. “Parijs is wel een mis waard”) nogal eens de kant van de protestanten koos.
    Het aantal slachtoffers van de Inquisitie wordt vwb Europa erg vaak veel te hoog geschat. Het dodental van de Dertigjarige Oorlog was vele malen hoger. Het dodental van de heksenvervolgingen was waarschijnlijk eveneens hoger en die vonden vooral in protestante landen plaats middels niet-religieuze “recht”banken.. Nederland was een positieve uitzondering in dit opzicht. De Inquisitie heeft vooral in de Amerika’s vreselijk huisgehouden ivm met de kolonisatie aldaar.
    Willen we het geweld van Erasmus’ en Luther’s tijd begrijpen dan is het machtsstreven van de Habsburgers en het verzet daartegen het correcte raamwerk (de heksenjachten vallen hier buiten). Zoals altijd was religie bereid het politieke geweld te rechtvaardigen.

  7. Frans Buijs

    Is het in het voorbeeld van Frankrijk niet precies andersom? Het was toch een protestantse vorst die katholiek werd en zei: Parijs is wel een mis waard?
    (Ik moet erbij zeggen dat het Frankrijk van de 16e/17e eeuw nou niet bepaald het onderwerp is waar ik het meest vanaf weet. )

  8. Ben Spaans

    Alles lijkt hier door elkaar gehaald, op een hoop gegooid en versimpeld te worden naast dat elkeen met de begrippen steeds iets anders lijkt te worden bedoelen. Daar had Erasmus toch een gezegde voor bedacht niet, Lof Der Zotheid….🙄

  9. Ben Spaans

    De protestantse (Hugenootse) Franse koning was Hendrik IV van Bourbon, (regering 1589-1610, ook titulair koning van Navarra) die moest vaststellen dat er alleen wat van zijn regering gemaakt kon worden als hij net als de meerderheid van zijn onderdanen (weer) Rooms-katholiek werd. Zo geschiedde in 1594 en het fanatiek Rooms-katholieke Parijs gaf zijn verzet op. Vandaar de (apocriefe toch weer, schijnt) uitspraak. Hendrik regelde met het Edict van Nantes (1598) de positie van de Hugenoten in Frankrijk, wat fanatieke katholieken hem nooit vergaven, en een van hen, François Ravaillac, vermoorde de koning in zijn rijtuig in Parijs op 14 mei 1610.
    Daaropvolgende regeringen perkten de bepalingen van het Edict steeds meer in totdat Lodewijk XIV, Hendrik’s kleinzoon, het in 1685 helemaal herriep, wat vele Hugenoten naar het buitenland deed uitwijken.

Reacties zijn gesloten.