De eerste filosofen (3:) Thales van Milete en Anaximenes

Thales (Nationaal Museum, Beiroet)

[Omdat ik het in april redelijk druk heb, geef ik het woord aan Kees Alders, webdesigner en tevens auteur van het boek De wereld vóór God. Filosofie van de Oudheid. Vandaag gaan we verder met zijn reeks over de eerste filosofen, de zogenaamde voorsocratici. Het eerste deel was hier.]

Tijd der onwetendheid

In de archaïsche periode was de wereld voor de Grieken nog grotendeels onontdekt. Hun wereld bestond uit weinig meer dan het Middellandse Zee-gebied. Geografische kennis ontbrak. Men had wel enige weet van wat er in het Nabije Oosten en Egypte aan de gang was. Richting het noorden leefden volgens de Grieken alleen barbaarse volken.

Naar wat zich boven hun hoofden, in de lucht en de hemel afspeelde, konden de Grieken bovendien alleen maar raden. En wat er zich onder hun voeten bevond? Geen idee. Ook hadden ze maar weinig instrumenten om zaken op micro- of macroniveau te onderzoeken.

Zij wisten dus eigenlijk bijna niets van de wereld zoals wij die nu kennen. Niets over de vorm van de aarde, van het leven daarop, en niets over de samenstelling.

Je zou kunnen denken dat dit frustrerend is. In de tijd waarover we nu spreken werd dit gebrek aan kennis kennelijk zo frustrerend, dat in de Griekse koloniën een grote wetenschappelijke nieuwsgierigheid ontstond. De eerste echte filosoof die wij kennen, was gelijk ook de eerste echte wetenschapper.

Thales van Milete

De allereerste Griekse denker die filosoof genoemd wordt is Thales van Milete. Hij leefde in de zevende en zesde eeuw voor onze jaartelling en aanschouwde het levenslicht zo’n vijftig jaar voor Pythagoras en Xenofanes. Zoals zijn naam al aangeeft, kwam hij uit Milete, een machtige Griekse stad aan de westkust van het huidige Turkije.

Hij werd door velen gezien als een van de ‘zeven wijzen’ van zijn tijd. Vast staat in ieder geval dat Thales handelsreiziger, staatsman en wetenschapper was. Hij had veel kennis van astronomie en meetkunde. Thales voorspelde met succes een zonsverduistering, leerde de Egyptenaren hoe ze de hoogte van hun eigen piramiden konden meten met behulp van hun schaduw, en heeft net als Pythagoras enkele meetkundige stellingen op zijn naam staan.

Op de vraag ‘wat is het moeilijkst’ schijnt Thales te hebben geantwoord: jezelf doorgronden. En op de vraag wat dan wel het makkelijkst was: anderen raad geven. Denk daar maar eens over na.

Alles is water

Het voorgaande mag leuk klinken, maar een beetje rekenen en wat tegeltjeswijsheden verzinnen maakt van iemand nog geen filosoof. Om die titel te kunnen dragen dient iemand een logische grond voor zijn gedachtegang uiteen te zetten.

Thales deed dat met een theorie over de werkelijke grond van de wereld. Volgens Thales komt alles wat leeft uit het water voort, en niet alleen dat: alles wat was en is, is volgens Thales een samenstelling van water. De hele wereld is volgens Thales feitelijk één grote plaat gestold water, die drijft in een grote bak met water. Zoals planten en dieren ontstaan uit water, zo is alles in eerste instantie niets anders dan water, waaruit dan door samenpersen weer andere vormen zijn ontstaan.

Filosofisch reductionisme

Deze gedachte mag misschien wat primitief lijken, maar wat we Thales moeten nageven is dat hij voor zover we weten de eerste was die een poging deed alles te reduceren tot bouwstenen, in dit geval zelfs tot één bouwsteen. Het filosofisch reductionisme is met hem geboren.

Ook is het opvallend dat deze theorie fundamenteel materialistisch is. Niet een abstract element is het fundament van alles, zoals bij Pythagoras het getal één dat zou zijn, maar een stuk materie. Dat betekent dat Thales waarschijnlijk geloofde dat ook de geest te herleiden was tot materie, om precies te zijn: tot water.

Een theorie als die van Thales kan natuurlijk een tegentheorie verwachten. Thales had een leerling, Anaximandros. Die dacht wat ingewikkelder, en daarom komen we hem pas morgen tegen. Maar deze Anaximandros had op zijn beurt weer een leerling, genaamd Anaximenes, en die had een ietwat andere visie dan Thales.

Anaximenes geloofde namelijk dat het oerelement niet water was, maar lucht. Water en aarde waren volgens hem samendrukkingen van lucht. De hele wereld vormt zich volgens Anaximenes door samendrukking van lucht, en vervluchtigt daar weer in. Het wezen van de aarde is vluchtig. Hoe meer verdicht de lucht raakt, hoe harder de materie. Waarschijnlijk kwam Anaximenes tot deze inzichten door het observeren van zijn eigen ademhaling en door te letten op processen als verbranden en verdampen.

De natuurfilosofen

Thales, Anaximandros en Anaximenes komen alle drie uit Milete, en worden, omdat Milete aan de Ionische kust lag, vaak ook aangeduid als de Ionische filosofen. We zien dat de Ionische filosofen op zoek gingen naar een oerelement, en de filosofen na hen bleven daar nog een tijdlang mee bezig.

Van al die filosofen waren Thales en Anaximenes wellicht het meest puur ‘wetenschappelijk’ ingesteld. Zij komen niet met een God of met puur abstracte begrippen. Die spelen voor hen geen rol. Later zien we ook filosofen die meer zagen in aarde of vuur als oerelement. Xenofanes daarentegen filosofeert wel over een God, en Pythagoras komt met puur abstracte begrippen; feitelijk vond hij de wiskunde uit, die hij een mystieke waarde meegaf. Bij hen gaan filosofie en religie hand in hand. Thales en Anaximenes kwamen met water en lucht, concrete en tastbare zaken. Een heel verschil.

Maar allen probeerden de wereld te reduceren tot een basiselement. Waarom dit reductionisme in die tijd werd uitgevonden is niet helemaal helder. Wellicht was het simpelweg de behoefte aan overzicht die ten grondslag lag aan deze trend. De filosofen keken naar de natuur, en zagen dat het een uit het ander kon ontstaan.

Misschien is het om die reden dat zij de wereld probeerden samen te vatten in een ontwikkelingstheorie. De wereld heeft zich naar het idee van deze filosofen volgens natuurlijke processen ontwikkeld, uit één element. Voor vage goden was vooral voor Thales en Anaximenes in de kern van hun theorieën niet zoveel plaats. Daarom staan deze filosofen bekend als de natuurfilosofen.

Met de natuurfilosofen worden ook wel alle Griekse filosofen bedoeld uit het archaïsche tijdperk. Dat wil zeggen, uit de periode vóórdat het zwaartepunt van de filosofie in Athene kwam te liggen en de nadruk in de filosofie verlegd werd van de natuur naar de mens en zijn maatschappij.

We zullen nog een heel aantal natuurfilosofen tegenkomen voordat we eindelijk naar Athene trekken. Om te beginnen gaan we naar de filosofen van de tegenstellingen.

[Morgen meer. Deze reeks, oorspronkelijk gepubliceerd op de beëindigde website Grondslagen.net, is gebaseerd op het boek De wereld vóór God, dat een introductie biedt tot de filosofische stromingen van de oude wereld. Het hele boek is hier te bestellen.]

Deel dit: