Alexander de Grote in context

Al voor Alexander de Grote verspreidde de Griekse cultuur zich, zoals gedocumenteerd door dit teliëf uit Sidon uit het tweede kwart vierde eeuw v.Chr. (Nationaal Museum, Beiroet).

Alexander de Grote: in het handboek waarover ik op donderdag vaak blog, Een kennismaking met de oude wereld van Luuk de Blois en Bert van der Spek, ben ik nu aangekomen bij deze wereldveroveraar. Ik heb al aangegeven dat de auteurs bij hun behandeling van de vijfde eeuw v.Chr. de nadruk legden op de Griekse stadstaten die lagen binnen de grenzen van het huidige Griekenland. Eenmaal aangekomen bij de vierde eeuw trekken ze dit enigszins recht met een kort, eigenlijk te kort, stuk over de westelijke Grieken. Ook is er een paragraaf over de economie. Daarmee komt het hoofdstuk over de klassieke tijd ten einde.

Het volgende hoofdstuk gaat over de hellenistische periode, dus de tijd van Alexander tot Augustus, zeg 330 tot 30 v.Chr. Een belangrijk kenmerk van dit tijdvak is dat de Griekse cultuur zich verspreidde over het Nabije Oosten. Overal moest ze zich met oudere beschavingen zien te verhouden, wat echt interessante wisselwerkingen oplevert. Alleen al voor de zalen die in het Louvre zijn gewijd aan het hellenistische en Romeinse Nabije Oosten zou je naar Parijs willen. Ik schrijf dat zonder ironie of overdrijving. Je kunt er twee dagen rondlopen zonder je te vervelen.

In het handboek begint het hoofdstuk over deze periode met de veroveringen van Alexander. Ik zou niet weten hoe dat anders moest, maar dit duwt de beeldvorming wel in een bepaalde richting. Samengevat: het plaatst een grote wereld ná Alexander tegenover een kleine wereld voor Alexander. De scharnier is een individu. Bij die presentatie zijn vraagtekens te zetten – wat ook de bedoeling is van een handboek.

De grote en kleine wereld

Vraagteken één. De Blois en Van der Spek zijn zeker de enigen niet die in een hoofdstuk over het hellenisme ook India noemen. Maar chronologisch is dat eigenlijk onjuist. Akkoord, Alexander is er doorheen gekomen maar hij heeft er niets bereikt. De Griekse cultuur verspreidde zich pas veel later in die richting, namelijk toen Demetrios I de Onoverwonnene rond 200 v.Chr. vanuit Baktrië grote delen van de Punjab veroverde.

Tegelijk besteedt Een kennismaking met de oude wereld, zoals al gezegd, betrekkelijk weinig aandacht aan de wederwaardigheden van de Grieken overzee in de periode vóór Alexander. Het effect van deze presentatie is dat de omslag van de klassieke naar de hellenistische tijd dramatischer oogt dan ze feitelijk was. Tegenover de verwaarlozing van de grotere wereld vóór Alexander staat de overdrijving van daarna.

Ik zeg hiermee niet dat er ten tijde van Alexander niets veranderde, maar bestuurders als Mausollos (de satraap van Karië), de stadsvorsten van Cyprus en de tempelautoriteiten in Sidon (zie boven) hadden al eerder Griekse kunstenaars uitgenodigd. De verspreiding van de als prestigieus ervaren Griekse kunst en andere cultuurvormen was al vóór Alexander op gang gekomen. Ze ging na Alexander even gestaag verder. Tot ze anderhalve eeuw later India bereikte.

Individu of proces

Daarmee is al aangegeven dat de verspreiding van de Griekse cultuur een langdurig proces was. Het is mijns inziens misleidend een klein klassiek Griekenland te plaatsen tegenover een grote hellenistische Griekse wereld. En dat dan op te hangen aan Alexander. De aandacht voor het individu is begrijpelijk, maar ook een negentiende-eeuws relict. Toen geloofde men dat “grote mannen” de geschiedenis maakten, en dat waren dan vaak vorsten die landen veroverden. Europese historici keken destijds nogal imperialistisch naar de wereld en beschouwden exploitatie veelal als ongewenste maar natuurlijke gang van zaken.

In de late twintigste eeuw is wel geprobeerd een nieuw beeld te scheppen, waarin Alexander veel meer een Iraanse vorst is. Daarvoor valt iets te zeggen. Veel zelfs. Het Nabije Oosten heeft van de Amorieten tot de Mongolen eindeloos veel veroveraars gezien die zich uiteindelijk altijd weer aanpasten aan de onderworpenen. Wilde Alexander dat zijn nieuwe onderdanen hem accepteerden, dan moest hij heersen zoals ze gewend waren. Hij werd dus, zeker na enkele huwelijken, de laatste vorst uit het Achaimenidisch huis. Daarom heet het grote boek van Pierre Briant Histoire de l’empire perse de Cyrus à Alexandre (1996).

Toen ik zelf een boek over Alexander schreef, heb ik dit gevolgd en benadrukt dat hij er nooit in was geslaagd het vereiste “transcultureel leiderschap” te ontwikkelen. Hij was nooit voor al zijn onderdanen aanvaardbaar. Ik weet niet of ik het nu nog zo zou vertellen. Ik denk nu dat het beter is te spreken over een transformatie van de wereld die plaatsvond gedurende enkele decennia. Alexander is daar één, fascinerend hoofdstuk in, maar zou wat minder in het middelpunt mogen staan.

Dat gezegd zijnde: morgen zal ik het eerste van vier stukjes plaatsen over Alexander. Voor deze blog heb ik ’s mans biografie nodig. Wordt dus vervolgd. Of aangevuld. Of uitgewerkt. Of hoe je het wil noemen.

PS

Misschien aardig om even te noemen: vanaf januari hoop ik cursussen te gaan verzorgen in Rotterdam. We hebben een prachtig zaaltje (metro Rijnhaven) en we beginnen met een inleidende cursus, waarin we in vogelvlucht door de oude wereld gaan. Misschien is het leuk voor u. Woont u niet in Rotterdam, dan vindt u hier misschien iets van uw gading.

Deel dit:

6 gedachtes over “Alexander de Grote in context

  1. FrankB

    “Het is mijns inziens misleidend …..”
    Je inzicht werd bevestigd in je verslag van de slag bij Issos. Er vochten Griekse huurlingen aan Perzische kant. Zelf vond ik dat het opmerkelijkste feit van je hele verslag, omdat het allerlei raamwerken weerlegt.

    1. Jos Houtsma

      Is het niet zo dat het hele Midden Oosten minstens vanaf de zesde eeuw doordesemd was met invloeden uit Griekenland? En als dat zo is, hangt die invloed niet samen met het succes van het belangrijkste exportproduct van het oude Hellas: militaire specialisten?

  2. Huibert Schijf

    Bijna in iedere wetenschap zijn er lumpers en splitters. Bij het besproken handboek zijn de schrijvers duidelijke lumpers. Strakke categoriën passen ook wel bij een handboek. Het nadeel is ook meteen duidelijk. Zulke indelingen zijn theoretische constructies die gelijdelijke empirsch waarneembare overgangen negeren. Dat is ook altijd de kritiek van splitters. Ik ben haar naam even kwijt maar onlangs wees een oudhistoricus in de NRC ook al op het nadeel van een strakke tijdslijn.

Reacties zijn gesloten.