Lukas’ stamboom van Jezus

Een detail van een “boom van Jesse” uit het Bachkovo-klooster

Jezus begon zijn verkondiging toen hij ongeveer dertig jaar was. Hij was, zoals algemeen werd aangenomen, de zoon van Jozef, die de zoon was van Eli, de zoon van Mattat, de zoon van Levi, de zoon van Melchi, de zoon van Jannai, de zoon van Josef, de zoon van Mattatias, de zoon van Amos, de zoon van Naüm, de zoon van Hesli, de zoon van Naggai, de zoon van Maät, de zoon van Mattatias, de zoon van Semeïn, de zoon van Josech, de zoon van Joda, de zoon van Joanan, de zoon van Resa, de zoon van Zerubbabel, de zoon van Sealtiël, de zoon van Neri, de zoon van Melchi, de zoon van Addi, de zoon van Kosam, de zoon van Elmadan, de zoon van Er, de zoon van Jozua, de zoon van Eliëzer, de zoon van Jorim, de zoon van Mattat, de zoon van Levi, de zoon van Simeon, de zoon van Juda, de zoon van Josef, de zoon van Jonan, de zoon van Eljakim, de zoon van Melea, de zoon van Menna, de zoon van Mattatta, de zoon van Natan, de zoon van David, de zoon van Isaï, de zoon van Obed, de zoon van Boaz, de zoon van Selach, de zoon van Nachson, de zoon van Amminadab, de zoon van Admin, de zoon van Arni, de zoon van Chesron, de zoon van Peres, de zoon van Juda, de zoon van Jakob, de zoon van Isaak, de zoon van Abraham, de zoon van Terach, de zoon van Nachor, de zoon van Serug, de zoon van Reü, de zoon van Peleg, de zoon van Eber, de zoon van Selach, de zoon van Kenan, de zoon van Arpachsad, de zoon van Sem, de zoon van Noach, de zoon van Lamech, de zoon van Metuselach, de zoon van Henoch, de zoon van Jered, de zoon van Mahalalel, de zoon van Kenan, de zoon van Enos, de zoon van Set, de zoon van Adam, de zoon van God. (Lukas 3.23-38)

Met stip binnengekomen in de top-10 van saaie antieke teksten: de evangelist Lukas, met de geslachtslijst van Jezus van Nazaret. En eerlijk is eerlijk: eentonig blijft deze opsomming van 76 namen, al hoop ik in dit artikel aan te tonen dat er meer te beleven valt dan op het eerste gezicht lijkt. Lukas’ catalogus biedt ons namelijk de mogelijkheid een blik te werpen op het bureau van de auteur van het derde evangelie.

Nu is dit op zich niet zo bijzonder. Grote delen van het evangelie van Lukas zijn overgeschreven uit dat van Marcus en we kunnen door vergelijking met deze bron uitspraken doen over Lukas’ werkwijze. Het blijkt dan dat hij zijn best doet de in Marcus (latent) aanwezige conflicten tussen het farizese jodendom en het christendom te verdoezelen. Dit is opmerkelijk, want toen Lukas aan het einde van de eerste eeuw zijn evangelie en de daarop aansluitende Handelingen van de apostelen schreef, stonden deze twee verwante religieuze groeperingen vijandig tegenover elkaar. Lukas streeft er echter consistent naar het conflict te bedekken met de mantel der liefde.

We kunnen Lukas’ streven de groeiende kloof tussen christendom en jodendom te ontkennen ook waarnemen in de door hem zelf aan het evangelie toegevoegde verhalen, waarin hij Jezus presenteert als een joodse profeet uit oude tijden. Wanneer hij bijvoorbeeld vertelt dat Jezus te Naïn de overleden zoon van een weduwe uit de dood heeft doen opstaan, is dat een verwijzing naar de profeet Elia, die zo’n wonder enkele eeuwen eerder had verricht (Lk 7.11-16; 1 Kon 17.17-24).

Aan het begin van zijn evangelie doet Lukas meer pogingen Jezus in een zo joods mogelijke context te plaatsen. Het verhaal begint in de tempel; in twee lange hymnen worden veertig passages uit het Oude Testament geciteerd; Jezus wordt geboren in hetzelfde dorp als koning David; we vernemen van Jezus’ besnijdenis; en als Jezus twaalf is, loopt hij weg van zijn ouders om in de tempel te studeren.

Verder lezen we aan het begin van het Lukasevangelie over de ouders van Johannes de Doper, die afstammen van Aäron en betrokken zijn bij de joodse tempelcultus. Ze zijn familie van Maria, de moeder van Jezus, die dus in moederlijke lijn afstamt van Aäron, de eerste joodse hogepriester. De hierboven geciteerde geslachtslijst volgt iets later in Lukas’ verhaal, en bewijst dat Jezus afstamt van koning David. Kortom, Lukas presenteert een Jezus die met beide benen staat binnen het jodendom, en zo heeft hij andermaal de harmonie tussen deze religie en het christendom benadrukt.

Zevenenzeventig generaties

Had het echter, bij die geslachtslijst, niet wat minder eentonig gekund? Mattheüs heeft in zijn evangelie heel wat minder namen nodig om hetzelfde punt te maken en drukt zich bovendien een stuk beknopter uit. (Uiteraard zijn beide genealogieën fictief.) Lukas heeft echter goede redenen om het namenbestand te vergroten: door Jezus van 76 voorouders te voorzien, behoort hij tot de 77e generatie sinds de schepping, en dat is geen toeval. Voor de goede verstaander had Lukas hier verwezen naar een profetie die was opgenomen in het zogenaamde Boek van Henoch.

Deze tekst is gegroeid tussen 250 en 50 v.Chr. en overgeleverd door Ethiopische christenen. Hij is tevens bekend uit de Dode Zee-rollen. In het joden- en christendom van de eerste eeuw speelde Henoch een heel belangrijke rol, maar in de tweede helft van de tweede eeuw raakte het boek vergeten. Het bevat namelijk verschillende messiaanse en apocalyptische motieven, en de rabbi’s die in de tweede eeuw de canon van geïnspireerde religieuze teksten opstelden, waren zeer beducht voor zulke ideeën. Ze beschouwden het boek daarom als niet-canoniek, zodat het in het latere rabbijnse jodendom geen rol meer speelde.

Wie was de Henoch waaraan het boek zijn naam dankt? Hij wordt terloops genoemd in Genesis als nakomeling van Adam:

Toen Henoch 65 jaar was geworden, kreeg hij een zoon, Metuselach. Henoch stond op vertrouwelijke voet met God. Hij leefde na de geboorte van Metuselach nog 300 jaar en kreeg nog meer zonen en dochters. Hij werd 365 jaar en al die jaren bleef hij met God vertrouwd. Toen was hij er niet langer, want God had hem weggenomen. [Genesis 5.21-24]

Uit het boek dat naar deze mythologische onsterfelijke is vernoemd, leren we dat tijdens Henochs 365 levensjaren enkele engelen in opstand kwamen tegen het gezag van God, en lezen we over de daarop volgende val van hun leider, de Lucifer uit de christelijke traditie. Voorts vernemen we in Henoch dat de aartsengel Rafaël een van de rebellen in een diep gat in de woestijn opsluit en bedekt met rotsblokken; deze gevangenschap zal zeventig generaties duren, en daarna zal de opstandeling op de Dag des Oordeels in het vuur worden geworpen. Aangezien Henoch volgens Genesis behoort tot de zevende generatie, moet de 77e generatie dus het Laatste Oordeel meemaken.

Aan deze profetie refereert Lukas als hij Jezus 76 voorouders meegeeft: het optreden van Jezus vormde zijns inziens het begin van het einde der tijden, dat moest aanbreken vóór de laatsten uit Jezus’ generatie zouden zijn gestorven. Dat kon op het moment waarop Lukas schreef zo’n beetje elk ogenblik zijn, en het is goed mogelijk dat hij dit schreef om zijn geloofsgenoten te bemoedigen nu keizer Domitianus hen hard aanpakte.

Volgens Henoch gaat de Dag des Oordeels gepaard met het optreden van de messias. Deze gedachte was destijds zeldzaam binnen het jodendom, waarin messianologie en apocalyptiek gescheiden genres waren. In de christelijke letteren zijn de genres echter gecombineerd en het is zeer aannemelijk dat het christendom op dit punt invloed heeft ondervonden van de henochitische teksten. Henoch wordt bijvoorbeeld geciteerd in de Brief van Judas, een tekst die is geschreven door een christen die binnen het jodendom stond en weinig moest hebben van het idee van de apostel Paulus dat ook heidenen konden toetreden tot het christendom.

Niet alleen Lukas en Judas geven er blijk van Henoch te kennen: de auteur van het essay dat bekendstaat als de Brief aan de Hebreeën verwijst er eveneens naar. Ook deze tekst is geschreven door een jood die geloofde dat Jezus de messias was en niet onder de indruk was van de missie onder de heidenen. Hij interpreteert het optreden van de man uit Nazaret als dat van de ideale hogepriester. Het is aannemelijk dat deze gedachte, die binnen het latere christendom nauwelijks weerklank heeft gevonden, behoort tot de oudste interpretaties van Jezus’ optreden. In het evangelie van Lukas lijken we er echter nog een echo van te horen, als hij zegt dat Jezus in moederlijke lijn afstamt van Aäron. In hoeverre Jezus zichzelf als ideale hogepriester heeft beschouwd staat te bezien, maar het is zeker dat dit half-vergeten vroeg-christelijke idee ver staat van de later zo belangrijk geworden verzoeningsleer, die we aantreffen bij Paulus.

Zevenvouden

Een interessant aspect van Lukas’ geslachtslijst is nog dat er aantoonbaar mee gerommeld is. Het Oude Testament biedt verschillende genealogieën en we kunnen de lijst uit het derde evangelie daarmee vergelijken. Dan ontdekken we twee verschillen. In Genesis 11.12 is Selach de zoon van Arpaksad; bij Lukas is hij Arpaksads kleinzoon, gescheiden van zijn grootvader door ene Kenan. De andere interpolatie is Admin, geplaatst tussen Aram en Amminadab, die in Ruth 4.18-22 nog vader en zoon waren.

Waarom voegde Lukas zomaar twee generaties toe aan de geslachtslijst? Het antwoord op deze vraag is dat hij zijn gegevens aanpaste om te komen tot een schema dat in overeenstemming was met de voorspelling uit Henoch. In Genesis hoorde Abraham, de stamvader van de joden, nog bij de 20e generatie; door Kenan te verzinnen, schoof hij door naar de 3×7=21e generatie. De toevoeging van Admin heeft als gevolg dat David, de legendarische, grootste koning der joden van wie de messias zou afstammen, doorschuift van de 33e naar de 5×7=35e generatie. Ook andere ‘zevende generaties’ komen bij Lukas mooi uit de verf: Henoch behoort (net als in Genesis) tot de zevende generatie; er staan twee Jozefs in de 6×7=42e en 10×7=70e generatie; en op de heilige 7×7=49e plaats treffen we een Jozua aan, ofwel een Jezus, want die naam is een afkorting van Jozua.

Deze Jozua/Jezus en de twee Jozefs zijn Lukas’ scheppingen, want voor de tweede helft van de stamboom had de evangelist geen oudtestamentische modellen. Aangezien hij nu zijn fantasie de vrije loop kon laten, voegde hij nog een Maleachi, een Amos en een Nahum toe: drie van de zogeheten ‘kleine profeten’. Niet minder opmerkelijk zijn de Juda, Simeon en Levi: de namen van drie zonen van de aartsvader Jakob. Op deze manier creëerde Lukas een prachtige, door zevenvouden gedomineerde en door-en-door joodse stamboom voor Jezus van Nazaret.

Of heeft iemand anders deze genealogie verzonnen? Daarvoor lijkt wel iets te zeggen. We treffen de namen Kenan en Admin, waarvan we zojuist aannamen dat ze door Lukas waren toegevoegd, ook aan in de oudste Griekse vertaling van het Oude Testament, de zogenaamde Septuagint (derde eeuw v.Chr.). Dit suggereert dat de genealogieën al veel eerder waren aangepast om Abraham en David naar de eenentwintigste en vijfendertigste generatie te schuiven, en dat de fascinatie voor zevenvouden dus ouder is dan de samenstelling van Henoch.

Dat lijkt logisch, want het is wat vergezocht aan te nemen dat iemand na Lukas alle manuscripten van de Septuagint heeft aangepast. Toch is dat gebeurd. We weten dat de christelijke theoloog Origenes (185-254) een wetenschappelijke uitgave van de Septuagint het licht heeft laten zien, de zogenaamde Hexapla. Het is zeker dat hij daarin verscheidene verbeteringen aanbracht, en het heeft er alle schijn van dat hij de man was die de innovaties van Lukas in de Septuagint introduceerde. De Hebreeuwse manuscripten bleven hiervan vanzelfsprekend gevrijwaard, zodat wij in staat zijn Lukas’ creatieve omgang met de oudtestamentische genealogieën te herkennen.

Conclusie

Een van de meest stuitende clichés uit het theologische en historische onderzoek naar Jezus is dat de timmerman uit Nazaret een jood was. Dat spreekt vanzelf. De vraag waar het om gaat is waar we hem moeten plaatsen binnen het scala van joodse stromingen. Lukas’ door Henoch geïnspireerde geslachtslijst biedt een belangrijke aanwijzing.

In de eerste eeuw werd Henoch vooral gelezen door christenen die niet wensten te breken met het jodendom en sceptisch stonden tegenover de ideeën van Paulus, zoals de auteurs van Judas en Hebreeën. Lukas dacht echter positief over Paulus: dat blijkt wel uit het feit dat ruim de helft van de door hem geschreven Handelingen van de apostelen als hoofdpersoon Paulus hebben. Dat in twee diametraal tegengestelde interpretaties van de reikwijdte van het optreden van Jezus wordt verwezen naar Henoch, bewijst dat dit boek voor de eerste christenen belangrijk was en dat de in dit werk gevonden combinatie van apocalyptische verwachtingen en messianisme een rol speelde in het optreden van Jezus van Nazaret. De geslachtslijst uit het Lukasevangelie mag dan saai zijn, ze is een van de meest interessante delen van het Nieuwe Testament.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s