Baruqa

De schlemielige resten van de Toren van Babel
De sneue resten van de Toren van Babel

Soms herken je in de Oudheid iets uit het heden. Zo hebben in Frankrijk joodse en islamitische leiders hun gelovigen opgeroepen mee te betalen aan de herbouw van de Notre Dame. Niet dat die oproep werkelijk nodig was, want elke Fransman, elke Europeaan heeft deze dagen het gevoel verweesd te zijn, maar dit deed me denken aan een bankafschrift uit Babylonië.

Midden in Babylon verrees de enorme tempeltoren Etemenanki, het “huis van het fundament van de hemel op aarde” dat behoorde bij de hoofdtempel Esagila. Toen koning Nebukadnezzar het monument in de zesde eeuw v.Chr. had vernieuwd, had hij gebluft dat de toren tot in de hemel zou reiken en dat er zóveel bouwvakkers werkten dat alle talen van de wereld bij de bouwput werden gesproken. De joodse auteur van het verhaal van de Toren van Babel schreef een buitengewoon effectieve parodie op ’s konings propaganda.

Lees verder “Baruqa”

Eshmun, Hermes, Asklepios

Munt uit Lepcis Magna (British Museum, Londen)

Ik ben ziek dus ik geef u vandaag alleen even een plaatje van een munt uit Lepcis Magna met daarop de god Eshmun, die dit keer (als ik de uitleg in het British Museum mag geloven) visueel niet valt te onderscheiden van Hermes maar die in Lepcis de functie had van Asklepios: de godheid waaronder de volksgezondheid ressorteerde.

Het is één van de vele manieren waarop in het Fenicisch/Punische cultuurgebied alle goden dwars door elkaar liepen: de god die in Baalbek werd vereerd, Ba’al Hadad, kon voor de Grieken Apollo en Helios zijn maar ook Zeus. Dit vormt een waarschuwing om niet al te gemakkelijk de attributen van deze of gene godheid te gebruiken om te komen tot een identificatie. Dat betekent overigens tevens dat de identificatie van iemand die lijkt op Hermes als Asklepios óók te gemakkelijk kan zijn.

Lees verder “Eshmun, Hermes, Asklepios”

Olympisch kampioen

Portret van een Olympisch kampioen (Athene, Nationaal Archeologisch Museum)
Portret van een Olympisch kampioen (Athene, Nationaal Archeologisch Museum)

Ik kan het u niet veel klassieker geven dan de kop hierboven, gevonden in de tempel van Zeus in Olympia en tegenwoordig te zien in het Nationaal Archeologisch Museum in Athene. De man draagt een olijfkrans en dat wil zeggen dat we te maken hebben met iemand die een overwinning heeft behaald bij de Olympische Spelen, de meest prestigieuze van de klassieke Griekse atletiekfestivals. (De drie andere waren in Delfi, op de istmus van Korinthe en in Nemea.) Het moet een breedgebouwde kerel zijn geweest en om die reden hebben kunsthistorici er een bokser in herkend. Misschien is het wel omdat hij een beetje lijkt op de beroemde Bokser van het Quirinaal in Rome: een even onverzettelijke kerel met even onderzoekende ogen.

Ik vind het eerlijk gezegd maar raar om iemands beroep te baseren op zijn uiterlijk. (In elk geval heeft de Poolse zwaargewicht Adam Kownacki niet als eerste bokser de bijnaam “babyface”.) Maar misschien heb ik iets niet goed begrepen, want de man is zelfs geïdentificeerd met een zekere Satyros van Elis, die in 332 en 328 het boksen won. Ik sluit overigens ook niet uit dat die identificatie is gebaseerd op het feit dat de Griekse auteur Pausanias schrijft dat hij in Olympia een door de Atheense bronsgieter Silanion gemaakt portret van die bokser heeft gezien in de Zeustempel.

Lees verder “Olympisch kampioen”

Byzantijnse krabbel (14): Een onbegrepen wereldrijk

Athene, Tempel van Zeus
Athene, Tempel van Zeus

Vandaag rond ik mijn reeks stukjes over het oude Byzantium af met een lief verhaaltje over de bovenstaande gravure, gemaakt door de Beierse schilder Johann Michael Wittmer, die in 1833 Athene bezocht, één jaar nadat de Beierse prins Otto de eerste koning was geworden van het onafhankelijke Griekenland. U herkent links de Akropolis met het Parthenon, in het centrum de Boog van Hadrianus en in de voorgrond de Tempel van Zeus.

Wellicht ziet u wat er mis is: op de dwarsbalk boven de enorme zuilen staat een rare structuur die daar onmogelijk kan behoren. Het past eenvoudigweg niet in een Griekse tempel en bij een latere restauratie is dit uitstulpsel, de hut van een pilaarheilige à la Simeon de Styliet, verwijderd. Aan het begin van de twintigste eeuw waren er in Athene nog oude mensen die zich uit hun jeugd de pilaarheilige herinnerden.

Lees verder “Byzantijnse krabbel (14): Een onbegrepen wereldrijk”

Archeologisch museum, Sidon

Museum in aanbouw

Ik heb al eerder geschreven over de opgravingen in Sidon, waar een wonderschone opgraving eindelijk licht werpt op het oudste stedelijke verleden. Op de plaats die bekendstaat als “Les Frères” of de “College Excavations” is de hele geschiedenis gedocumenteerd vanaf het Chalcolithicum (pakweg het vierde millennium v.Chr.) tot en met de komst van de Arabieren. Even verderop ligt een Kruisvaarderskasteel en tussen de opgraving en dat slot ligt een grafveld uit de dertiende eeuw.

Het onderzoek is niet alleen interessant omdat Sidon, dat na Byblos en Tyrus altijd een beetje op de derde plaats komt, nu zijn verleden in beeld krijgt. Belangrijk is ook dat hier voor het eerst Kanaänitisch DNA is geïsoleerd uit de Bronstijd. Weliswaar bereikte het de media op een vreemde manier – u moet het hier maar even nalezen – maar het is wel een belangrijke verworvenheid die een basis kan zijn voor nieuw onderzoek naar bijvoorbeeld de Fenicische migratie.

Lees verder “Archeologisch museum, Sidon”

Revolutie?

Omdat ik in Beiroet ben was ik gisteren niet in Leiden, toen daar “Oog op de Oudheid” was, gisteravond gewijd aan migratie – het thema van de Week van de Klassieken. Gelukkig was alles via de twitter te volgen via #OodO19. Ik begrijp dat de twee sprekers bij de discussie van mening verschilden over de vraag of de doorbraken in de bioarcheologie – de opkomst van het DNA-onderzoek, het isotopenonderzoek, het inzicht dat mensen vroeger veel mobieler waren dan we dachten – konden worden getypeerd als een wetenschappelijke revolutie. Rens Tacoma meende dat het daarvoor nog te vroeg was, Lisette Kootker meende van wel omdat in Nederland een nieuwe methode volledig geïntegreerd was geraakt aan de academie en in het archeologisch bedrijfsleven.

Hier is iets aan de hand. De uitdrukking “wetenschappelijke revolutie” is afkomstig van de Amerikaanse wetenschapsfilosoof Thomas Kuhn. Die opperde in 1962 dat wetenschappers hun onderzoek altijd deden vanuit een bepaald kader, een denkraam, dat hij in navolging van socioloog Robert Merton aanduidde als een paradigma. Soms ruilen wetenschappers het ene paradigma in voor het andere en dat heet dan een wetenschappelijke revolutie. Het door Kuhn zelf beschreven voorbeeld is de overgang van het middeleeuwse wereldbeeld, waarin de zon om de aarde draait, naar het copernicaanse, waarin de aarde om de zon draait. Je kunt niet beide standpunten tegelijk aanhangen. Ze zijn, zoals dat heet, incommensurabel.

Lees verder “Revolutie?”

Slonzige journalistiek

De schat van de Haarlemmermeer (Haarlemmermeermuseum)

Misschien is “misschien” wel het allerfijnste woord van de journalistiek. Je begint een zin met “misschien” en kunt daarna elk superlatief gebruiken dat je wil, zonder dat je het hoeft te controleren. Neem de redactie-binnenland van de nieuwssite van de NOS – die ik op zich buitengewoon waardeer.

Misschien wel de grootste muntenschat ooit gevonden in Nederland was vandaag heel even in zijn geheel te zien in het streekmuseum Goeree-Overflakkee.

700 losse en 2300 samengeklonterde munten is indrukwekkend en ik baal ervan dat ik vandaag niet was in Sommelsdijk, maar dit is slonzig. Nodeloos slonzig. Als de redactie even de moeite had genomen te googelen op “grootste muntenvondst” + “nederland”, wat toch niet buitensporig ingewikkeld is, dan zou ze, enigszins afhankelijk van de personalisatie die Google toepast op de zoekresultaten, vermoedelijk bij de eerste vijf hits deze link hebben gehad naar de schat van de Haarlemmermeer.

Lees verder “Slonzige journalistiek”