Een puzzel opgelost (4)

Kültepe (K): Paleis van W
Kültepe (Kaneš): Paleis van Waršama. De foto is gemaakt door een reisgenoot van me, maar ik weet niet meer wie. Op mijn eigen foto’s staat alleen maar gras.

In de voorgaande stukjes heb ik uitgelegd dat chronologie een wat vergeten maar fundamenteel deelgebied vormt van de geschiedvorsing, dat voor Mesopotamië een solide chronologie van koningsjaren kan worden opgesteld die reikt tot 1420 v.Chr. en dat er ook een “zwevend blok” van ruim vijf eeuwen is waarvan we niet precies weten hoe groot het gat is tot het meer solide deel van de chronologie. Dit zwevende blok kan op slechts vijf manieren worden gedateerd: het laatste jaar kan 1499 zijn (en dan is het gat met het solide deel nog geen tachtig jaar), maar het kan ook 1651 zijn (en dan liggen het zwevende en vaste deel van de Mesopotamische chronologie ruim twee eeuwen van elkaar af). Voor uw gemak is hier nog eens dee PDF die Kees Huyser, wetenschapsvoorlichter bij het Nikhef, voor dit stuk maakte.

Kaneš

Het begin van de oplossing kwam uit de omgeving van Kayseri in Turkije. Daar ligt Kültepe, de antieke stad Kaneš, waar de Assyriërs een handelspost hadden. Zij dateerden hun uitgebreide correspondentie aan de hand van de in het tweede stukje al genoemde limmu’s. Dit deel van de lijst, die al langer bekend was, is in de laatste jaren uitgegroeid tot 255 jaarnamen en hier bleek de oplossing te zitten. Uiteindelijk is de gestage, weinig opzienbarende accumulatie van data het beste middel om de wetenschap verder te brengen.

Lees verder “Een puzzel opgelost (4)”

Jaarringdateringen

dendro_haithabu

Archeologische persberichten zijn nogal eens overdreven. De opstellers van goede berichten niet te na gesproken benutten archeologen de media vaak niet om u voor te lichten maar om naar fondsen te vissen. Daarom overdrijven ze. Ik heb het weleens geturfd en concludeerde toen dat 40% van de berichten onjuistheden bevatten die de betrokkenen moeten hebben herkend. Geen wonder dat de pers, éénmaal te vaak oneigenlijk gebruikt, steeds sceptischer wordt. Maar soms duikt er iets op dat de moeite waard is. Zoals dit keer, al is het bericht wat technisch, al is de feitelijke ontdekking alweer wat ouder en al houdt het persbericht op als het spannend wordt. Niettemin: dit kan interessant gaan worden.

Dendrochronologie is een duur woord voor het tellen van jaarringen om vast te stellen hoe oud een stuk hout is. Omdat de dikte van de ringen afhankelijk is van de weersomstandigheden, is geen reeks jaarringen – althans als die een jaar of tachtig lang is – identiek. Elke regio en elke houtsoort heeft een vrij specifiek patroon van dunne en dikke ringen. Als archeologen een houten voorwerp opgraven, kunnen ze dat vergelijken met een ijkcurve (zoals deze) en bepalen hoe oud het opgegraven voorwerp is. Is er een stuk spinthout aanwezig, dan kan de datering zelfs precies zijn. Zo kon van het Romeinse kamp in Oberaden worden gezegd dat het hout was gekapt in het najaar van 11 v.Chr.

Lees verder “Jaarringdateringen”

Welkom in Xanten

De Capitolijnse Trias (Archeologisch Museum Xanten)
De Capitolijnse Trias (Archeologisch Museum Xanten)

Xanten: vanuit Nijmegen bezien net over de Duitse grens en interessant omdat er een complete Romeinse stad is. Of beter: vijf Romeinse nederzettingen.

Vijf nederzettingen

De Romeinen kwamen hier rond 13 v.Chr. aan. Tegenover de plek waar de Lippe in de Rijn uitmondt, bouwden ze op een lage heuvel een basis voor twee legioenen, Vetera, die nog zo’n tachtig jaar dienst zou doen. Iets naar het noorden lag een stadje: veteranen moeten immers ook ergens wonen, de graanleveranciers van het Romeinse leger moesten ook ergens slapen en de inheemse bevolking moest ook ergens leven. Het heette Cibernodurum, “markt van de Ciberni” (of Cugerni), en wellicht herkent u de analogie met Nijmegen: twee legioenen op de Hunerberg en even verderop een stadje dat Batavodurum heette, “Batavenmarkt”.

Romeinse ruiterhelm, met bovenin het portret van keizer Tiberius (Archeologisch Museum Xanten)
Romeinse ruiterhelm, met bovenin het portret van keizer Tiberius (Archeologisch Museum Xanten)

Vetera en Cibernodurum werden in het jaar 70 n.Chr. door rebellen vernietigd (tijdens de Bataafse Opstand) maar de Romeinen keerden terug en herbouwden alles. De nieuwe basis, door archeologen aangeduid als Vetera II, lag dichter bij de rivier en is in de loop der eeuwen verspoeld, maar bij baggerwerkzaamheden wordt nog wel ’s wat gevonden. De naam leeft voort in die van het dorpje Birten, waar het Romeinse amfitheater nog is te zien. Stel er niet te veel van voor: het is meer een openluchttheater in het bos, maar het is ondertussen wel 2000 jaar oud.

Cibernodurum werd herbouwd en na zo’n dertig jaar verleende keizer Trajanus de stad de rang van colonia, wat wil zeggen dat alle ingezetenen voortaan golden als Romeinse burgers. Ze hadden wat extra rechten, betaalden wat extra belastingen, bouwden een grote tempel ter ere van de Romeinse staatsgoden en noemden hun stad voortaan Colonia Ulpia Traiana, ter ere van de keizer. Deze stad wordt momenteel herbouwd – ik kom er zo op terug.

Medusa (Archeologisch Museum, Xanten)
Medusa (Rheinische Landesmuseum, Bonn)

Langs de weg van de Colonia Ulpia Traiana naar Vetera II lagen grafvelden. Eén van de graven was van een zekere Victor, een christelijke officier die in 287 in het amfitheater ter dood is gebracht. De christenen vereerden de plek en bouwden er een klein kerkje. Dat kwam bekend te staan als Ad sanctos, “naar de heiligen”, waarvan “Xanten” de verbastering is.

Grafsteen van de Frank Batimodus, overleden rond 400 (Archeologisch Museum Xanten)
Grafsteen van de Frank Batimodus, overleden rond 400 (Archeologisch Museum Xanten)

Nibelungen

In de vijfde eeuw namen de Franken de macht in deze contreien over. Daar weten we niet zoveel over, maar zeven eeuwen later schreef iemand in Beieren het Nibelungenlied, het schitterende epos over de wijze waarop de duistere held Hagen de stralende Siegfried vermoord en zelf wordt vermoord door Siegfrieds echtgenote Kriemhilde. (Er is een prachtige Nederlandse vertaling van dit gedicht over trouw en doem, waarover ik hier schreef.)

Het interessante is nu dat, hoewel het gedicht zich afspeelt in Worms en Boedapest, van Siegfried wordt gezegd dat hij uit Xanten komt. Het is frappant dat de naam, waarin u het woord sieg hebt herkend, “overwinning”, een vertaling kan zijn van Victor, “overwinnaar”. Hagen heet afkomstig te zijn uit Tronje, wat een verbastering is van “Tricensimae”, een laat-antieke naam voor een van de Xantense nederzettingen. Toen Willy Vandersteen in de winter van 1945/1946 het Nibelungenlied bewerkte, De Ringelingenschat, verplaatste hij het van Worms naar Xanten, waar de oudste kern van de sage valt te lokaliseren.

Gereconstrueerde herberg met tuin (Archeologisch Park, Xanten)
Gereconstrueerde herberg met tuin (Archeologisch Park, Xanten)

Museumpark

Maar wat is er nu te zien? Van de twee militaire bases is niets te zien, behalve dan het amfitheater in het bos. Ad Sanctos is het moderne Xanten, gebouwd rond het oude kerkje, dat in de Middeleeuwen is uitgebouwd tot een enorme kathedraal.

Waar u voor gaat, is het Archeologisch Park: een in 1977 geopend openluchtmuseum dat, simpel samengevat, een Romeinse stad wil tonen. Geen moderne nabouw, maar reconstructie op de oorspronkelijke fundamenten. Om valse verwachtingen te vermijden: niet alles is herbouwd – het gaat nog altijd om gebouwen in een open landschap – en het heeft de dimensies van een complete stad. Lange stukken wandelen dus.

Het badhuis met Archeologisch Museum van Xanten
Het badhuis met Archeologisch Museum van Xanten

Dit gezegd zijnde: er is veel te zien. De stadsmuur is herbouwd met twee stadspoorten. Even verderop is de herberg herbouwd, met een tuin zoals de Romeinen die moeten hebben gekend. Er is een amfitheater waar re-enactors demonstraties geven (interessanter dan het amfitheater in het bos). De “haventempel” – de naam is modern – is voor een gedeelte herbouwd: voldoende om te weten hoe immens het ding was, maar niet zó massaal dat de archeologische resten er onder beschadigd raken. Steeds worden dingen toegevoegd. De intimiteit van Archeon ontbreekt, maar het is er wel een stuk rustiger.

Even verderop bereikt u het enorme badhuis, dat enigszins vergelijkbaar is met het Nederlandse Thermenmuseum in Heerlen. Wat hier heel mooi aan is, is de constructie van metaal en glas die over de stenen fundamenten heen is gebouwd: deze heeft de vorm die het badhuis zelf ooit moet hebben gehad. Van een afstandje krijg je dus een goed idee van de enorme omvang van het bouwwerk.

Een deel ervan is in gebruik als archeologisch museum en is, in één woord, adembenemend. Hier liggen dus de vondsten uit het oorspronkelijke legerkamp Vetera, inclusief voorwerpen die de verwoesting documenteren tijdens de Bataafse Opstand. Er zijn vondsten uit Cibernodurum en de latere Colonia Ulpia Traiana. Baggervondsten uit Vetera II zijn er ook, al zijn dat er niet zoveel, en tot slot zijn er vondsten uit de Frankische tijd. Je kunt hier makkelijk een dag door brengen.

Tot slot is er, in de schaduw van de kerk van Skt. Viktor, een museumpje dat is gewijd aan Siegfried. De Frankische held, de held van het Nibelungenlied en de held van het Duitse nationalisme – die méér heeft te bieden dan alleen het misbruik door de nationaalsocialisten.

Als u dit museumpje ook heeft bekeken, of als u gewoon moe bent van het Archeologisch Park en het museum in het badhuis, dan resteert nog een bezoekje aan de markt van Xanten, waar de cafés heerlijke taart hebben en puike glazen bier.

Late Romeinen

Uitleg over het Romeinse leger in de Late Oudheid (Orientalis bij Nijmegen)
Uitleg over het Romeinse leger in de Late Oudheid (Orientalis bij Nijmegen)

Er zijn momenten waarop ik denk dat we met een Romeinenweek, een Nijmeegs Romeinenfestival, een Zuid-Limburgs Romeinenfestival, een limes-zomer, Romeinse Spelen en een “Late Roman Event” wat erg veel Oudheid hebben. Zeker als ze in Tongeren en Xanten, dus net over de grens, ook uitpakken, als er bovendien een Week van de Klassieken is en als we ook nog enkele goed-bezochte musea hebben. Het wonderlijke is echter dat er vrijwel steeds voldoende bezoekers komen om het voor de betrokkenen interessant te houden. Er is elk weekend wel ergens wat te doen, scholen blijven mensen vragen om uitleg te komen geven.

Zonder iets ten nadele van de andere activiteiten te willen zeggen: ik voor mij vind het “Late Roman Event” het leukst. Misschien wel om de rustige toon waarmee het zich presenteert; misschien omdat ik de organiserende re-enactmentgroep al jaren ken; misschien omdat het op de perfecte plek is, namelijk Museumpark Orientalis bij Nijmegen; misschien omdat de re-enactors uit meer landen komen en je dus beter voelt hoe groot dat wereldrijk was; misschien omdat de Late Oudheid veel belangrijker is dan men wel aanneemt.

Lees verder “Late Romeinen”

Perzen op de Krim?

Voorbeeld van een inscriptie in Perzisch spijkerschrift (Darius' inscriptie DPd uit Persepolis, als u het wil nazoeken)
Voorbeeld van een inscriptie in Perzisch spijkerschrift (Darius’ inscriptie DPd uit Persepolis, als u het wil nazoeken)

De Griekse onderzoeker Herodotos vertelt dat de Perzische koning Darius I de Grote in 513 v.Chr. probeerde de Skythen te onderwerpen, het door de Griekse auteur als nomaden getypeerde volk dat destijds leefde in wat nu Oekraine heet. Komend vanuit Azië stak de expeditie de Bosporus en de Donau over, maar ze slaagde er niet in contact te maken met de steeds verder terugwijkende nomaden en keerde onverrichterzake terug. Althans, zo vertelt Herodotos het en één ding staat vast: zijn verslag is ongeloofwaardig.

Zijn beschrijving van de Skythische gewoontes is niet onjuist, maar hij overdrijft voortdurend hun barbaarse karakter. Veel erger is dat wat hij over de eigenlijke campagne schrijft, van de clichés aan elkaar hangt. Het lijkt erop dat hij wist dat er iets was gebeurd en verzon wat er gebeurd had moeten zijn. Daarbij speelde systeemdwang een rol: de grote Perzische koning Xerxes was, naar de zin van de goden, te machtig geworden en daarom ten onder gegaan toen hij had geprobeerd Griekenland te onderwerpen – en dus moesten ook andere te machtige vorsten ten onder gaan. De eerste Perzische koning, Cyrus de Grote, zou zijn gesneuveld in Oezbekistan, diens zoon Kambyses zou een leger hebben verloren in de Egyptische woestijn. De machtige Lydische koning Kroisos zou zijn hand hebben overspeeld, met koning Kleomenes van Sparta ging het ook niet al te best. En dus moest Darius tegen de Skythen in de problemen komen.

Lees verder “Perzen op de Krim?”

Chinese zondvloed

Leonard Woolley in Ur. Het vierkante gat onderaan leidt naar wat hij typeerde als het "flood deposit". Dikke lagen klei zijn ook in andere Zuid-Iraakse steden gevonden, maar niet in dezelfde strata. Het gaat dus om verschillende gebeurtenissen.
Leonard Woolley in Ur. Het vierkante gat onderaan leidt naar wat hij typeerde als het “flood deposit”. Dikke lagen klei zijn ook in andere Zuid-Iraakse steden gevonden, maar niet in dezelfde strata. Het gaat dus om verschillende gebeurtenissen.

Onlangs publiceerde De Volkskrant een leuk artikel over een overstroming die, in lang vervlogen tijden, aan de bovenloop van de Gele Rivier zou hebben plaatsgevonden. Een en ander is net gepubliceerd in Science (meer), waarin de onderzoekers tevens claimden bewijs te hebben gevonden voor de mythische watersnoden die, voordat China een echte staat werd, het land zouden hebben geteisterd.

De journalist die erover schreef, Maarten Keulemans, vroeg mij of ik commentaar had en ik heb hem naar eer en geweten verteld dat ik sceptisch was. Dat baseerde ik op een parallel met Mesopotamië, waar archeologen in verschillende steden dikke kleipakketten hebben gevonden die ze strijk en zet uitlegden als bewijs voor het Bijbelverhaal over de zondvloed. Helaas kan dit niet werkelijk zo zijn, aangezien die kleilagen niet zijn afgezet op hetzelfde moment en in elke stad een ander stratum vormen. Als ik een artikel over archeologisch bewijs voor mythische overstromingen aangeleverd zou krijgen voor Ancient History Magazine (neem een abonnement!), zou ik het zeker weigeren. Zo kwam het dat ik in De Volkskrant werd geciteerd als een der sceptici die twijfelden aan de Chinese ontdekking.

Lees verder “Chinese zondvloed”

Kleobis en Biton

Kleobis en Biton (Delfi)
Kleobis en Biton (Delfi)

Aan het begin van zijn eerste boek vertelt Herodotos over de gelukkige regering en uiteindelijk ondergang van de spreekwoordelijke koning Kroisos. Hij gebruikt het om alle thema’s van zijn werk te introduceren, alsof dit de prelude is tot een groot muziekstuk. Eén daarvan is de aard van het menselijk geluk. Dat is volgens Herodotos altijd tijdelijk en dat betekent dat het lot van koningen, wier lot immers grote invloed heeft op dat van hun volk, ons allemaal zou moeten aangaan.

Herodotos presenteert een fictief gesprek tussen Kroisos, de rijke en gulle maar niet al te schrandere Aziaat, en de wijze Solon, een van de Griekse zeven wijzen. Kroisos wil horen dat hij de gelukkigste van alle mensen is, maar Solon aarzelt. De gelukkigste mens over wie hij ooit hoorde, zo zegt hij, was een zekere Tellos, die al zijn kinderen én kleinkinderen gezond zag opgroeien en bovendien een eervolle dood stierf in een zegevierend leger. Krosos wil dan weten wie de op één na gelukkigste mens is. Hier is het antwoord van Herodotos’ Solon:

Lees verder “Kleobis en Biton”