Domitianus (21): Keizerlijke luxe

Bronzen lamp (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Ik maak het mezelf even niet al te moeilijk. Kijk eens hierboven, wat een prachtige olielamp en wat een prachtig aardewerk. Het is te zien op de – op het moment dat ik dit schrijf – door de lockdown verborgen expositie over de Romeinse keizer Domitianus (r.81-96). Het komt uit het huidige Turkije en behoort bij de eigen collectie van het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden, maar ik kan me niet herinneren dat ik deze voorwerpen eerder zag. Domitianus moet in nog grotere weelde hebben geleefd.

Lees verder “Domitianus (21): Keizerlijke luxe”

Hunebedden van de dag: D54 en D53 (Havelte)

Hunebed D54 bij Havelte

“Het beste was dus tot het laatste bewaard,” schreef ik afgelopen september in mijn eerste stukje over de Nederlandse hunebedden. Ik doelde op de drie trechterbekergraven die ik afgelopen zomer in het zuidwesten van Drenthe bezocht: hunebed D52 bij Diever en de hunebedden D54 en D53 bij Havelte. Vooral dat tweetal maakte indruk. Ze staan op een prachtige uitgestrekte heide, die ik bezocht op een prachtige zomerdag, en zijn zelf ook prachtig. Gewoon, zoals je je een hunebed voorstelt.

Komend vanaf theehuis Het Hunebed en fietsend over de Hunebeddenweg, bereik je eerst hunebed D53. Het is op een handbreedte na negentien meter lang en is 4½ meter breed. Alleen hunebed D27, naast het Hunebedcentrum in Borger, is nog groter. En eigenlijk ook D43 bij Emmen, maar dat is geen echt hunebed. Niet alleen is D53 groot, er zijn ook nog kransstenen te zien.

Hunebed D53 bij Havelte

Hunebed D53

D53 “is het enige oorlogsslachtoffer onder de hunebedden,” schrijft Hunebeddeninfo.nl. Het monument is in het laatste oorlogsjaar namelijk gedeassembleerd om ruimte te maken voor de landingsbaan van een vliegveld; ik heb weleens geblogd over de luchtoorlog die de Duitsers en Geallieerden hebben uitgevochten boven Friesland. Die landingsbaan is vervolgens gebombardeerd, dus het begraven van het archeologische monument was geen overbodige voorzorgsmaatregel.

In 1949 is hunebed D53 herbouwd. Schade aan het bodemarchief was er gelukkig niet. Het monument was in 1918 al onderzocht en daarbij zijn meer trechterbekertijdvoorwerpen gevonden dan in welk Nederlands hunebed ook: 649 potten. Het materiaal dateerde uit de tijd tussen pakweg 3250 en 2750 v.Chr. Ook zijn er een pijlpunt, een knots en een drietal kralen gevonden.

Over dit onderzoek schrijf Herman Clerinx in Een paleis voor de doden:

In de kamer lagen crematieresten. Volgens de Ierse archeologe Anna Brindley, die werkt voor de Rijksuniversiteit Groningen, ging het om restanten van zeker vijf mensen. Tevens lagen er verbrande dierenresten, waaronder twee berenklauwen. Vermoedelijk was er een berenhuid verbrand. Dat moet als een kostbaar offer en/of een status-symbool hebben gegolden, aangezien zo’n huid zeldzaam was.

Hunebed D53 bij Havelte

Hunebed D54

Even verder fietsend – 150 meter om precies te zijn – ligt rechts van de weg hunebed D54. Dit is tijdens de oorlog niet gesloopt maar wel bedekt met zand. Het is fors: het is 12¾ meter lang en 3¼ meter breed. Hunebed D54 ligt bovendien erg mooi, net op een helling van de Havelterberg. Dit grafmonument is nooit onderzocht.

Hunebed D54 bij Havelte

Meer weten over de Trechterbekercultuur?

  1. Over dit hunebed: Wikipedia D53 en D54, en op Hunebedden.nl D53 en D54.
  2. Het  in Borger, het Drents Museum in Assen en het Muzeeaquarium in Delfzijl
  3. Wijnand van der Sanden, Gids voor de hunebedden in Drenthe en Groningen (2017)

Op Google Earth vindt u hunebed D53 hier en hunebed D54 daar. Ik bezocht dit tweetal op 20 augustus  2021, fietsend van Steenwijk naar Hoogeveen.

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

Domitianus (20): De Albaanse Berg

De uil van Minerva (Vaticaanse Musea, Rome)

Wie Rome kent, kent de Albaanse Berg. Het is onmogelijk de dode vulkaan niet te zien. De Romeinen meenden dat de stichters van hun stad, Romulus en Remus, afkomstig waren uit een oudere stad op de berghellingen gelegen zou hebben. Daar was ook het heiligdom waar de Latijnse steden sinds mensenheugenis samen Jupiter vereerden. Een echte lieu de mémoire en eigenlijk een logische plek voor Domitianus om een buitenhuis te bouwen. Daarin was hij niet anders dan keizer Augustus, die zijn huis had gebouwd op de Palatijn, waar Romulus Rome had gesticht en al diverse belangrijke tempels stonden.

Keizerlijke villa

De Via Appia liep ruwweg langs Domitianus’ nieuwe villa, dus hij kon in enkele uren terug zijn in de stad, die hij in de verte zag liggen. Tegelijk was de Albaanse Berg ver genoeg om te vluchten voor het kabaal en de stank van de stad en haar honderdduizenden bewoners. Opnieuw niets vreemds. Zijn voorganger Tiberius had een buitenverblijf op Capri, Nero verkoos Antium, Hadrianus bouwde een parkachtig huis bij Tivoli. Elke Romeinse senator bezat wel een paar landhuizen, dus waarom de keizer niet?

Lees verder “Domitianus (20): De Albaanse Berg”

Hunebed van de dag: D43 (Emmen)

Hunebed D43 bij Emmen

Het op zes na zuidelijkste hunebed in Nederland is een rare snoeshaan. D43 is werkelijk kolossaal. Waar een lengte van een meter of vijftien voor zo’n trechterbekergrafmonument al heel aanzienlijk is, strekt de buitenkrans van zwerfkeien zich hier uit over een afstand van een ruim veertig meter. De krans is bijna zeven meter breed. Hunebed D43 is eigenlijk een beetje een on-Drents grafmonument: een zogeheten langgraf, ofwel een hunebed zonder dekstenen. Die kennen we eigenlijk vooral uit Duitsland. Dit is de meest westelijke en het enige binnen de Nederlandse grenzen.

Langgraf

In feite plaatsten de hunebedbouwers hier twee graven in één lange, gedeelde steenkring. De lokale naam is dan ook De Grafkelders, meervoud. De ingesloten graven zijn dan weer wat aan de kleine kant: het noordelijke, met de ingang naar het oosten, meet 4½ bij drie meter en het zuidelijke, met de ingang naar het westen, is ruim acht meter lang en bijna drie meter breed. Binnen de krans liggen ze ruwweg in elkaars verlengde, zich uitstrekkend van noord naar zuid, wat voor hunebedden ongebruikelijk is. Meestal zijn ze op het oosten gericht.

Lees verder “Hunebed van de dag: D43 (Emmen)”

Domitianus (18): I Minervia

Grafsteen van een soldaat van I Minervia (Römisch-Germanisches Museum, Keulen)

Bovenstaande inscriptie is niet te zien op de door de lockdown vooralsnog verborgen expositie over de Romeinse keizer Domitianus (r.81-96) in het Rijksmuseum van Oudheden. Ze komt uit het Römisch-Germanisches Museum. U kunt zich echter de moeite te besparen naar Keulen te reizen, want dat museum is nog dichter dan dat in Leiden. Het wordt namelijk verbouwd.

De tekst van inscriptie EDCS-01200105:

D(is) M(anibus) C(aius) Iul(ius) Maternus
vet(eranus) ex leg(ione) I M(inervia) viv(u)s sibi
et Mari(a)e Marcellinae
coiiugi dulcissim(a)e
castissim(a)e obitae f(ecit)

Dat wil zoiets zeggen als dat Gaius Julius Maternus, veteraan van het Eerste Legioen Minervia, tijdens zijn leven deze grafsteen heeft gemaakt voor Maria Marcellina, zijn overleden, liefste en onbaatzuchtigste echtgenote. De vierde regel bevat een leuke spelling: het woord coniugi is gespeld als coiiugi, wat suggereert dat men in het Rijnland de /n/ tussen twee klinkers uitsprak als /j/.

Lees verder “Domitianus (18): I Minervia”

Hermafroditos

Wandschildering van een hermafrodiet (Museo Barracco, Rome)

Ten westen van de haven van Halikarnassos (het huidige Bodrum) ligt de heuvel Salmakis, waar in de Oudheid een zoetwaterbron was. Hier leefde, volgens een plaatselijke mythe, de waternimf Salmakis. Het arme meisje werd verliefd op Hermafroditos, een jongen waarvan u al vermoedde dat hij de zoon was van Afrodite en Hermes. Met goddelijke voorouders kon hij niet anders dan een buitengewoon knappe verschijning zijn. De Romeinse dichter Ovidius vertelt dat Salmakis hem aanrandde, dat hij zich verzette, dat zij de goden smeekte om zich met hem te mogen verenigen en dat de twee wezens versmolten tot één, tweeslachtig wezen (Metamorfosen 4.285-388).

Hermafroditisme

De mythe diende om mensen met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtskenmerken te typeren. Ons woord “hermafrodiet” komt er natuurlijk vandaan. Diodoros van Sicilië legt in zijn Wereldgeschiedenis 4.6.5 uit hoe men zulke mensen destijds zag:

Lees verder “Hermafroditos”

Domitianus (17): Piazza Navona

De Minotaurus van Myron (Capitolijnse Musea, Rome)

Zoals ik in het vorige stukje aangaf, zijn de gebouwen die keizer Domitianus neerzette op het Marsveld overbouwd. Dat begon al in de Oudheid. Keizer Hadrianus zette een nieuw Pantheon neer, met ostentatieve bescheidenheid voorzien van de naam van de oorspronkelijke bouwheer, Agrippa. Domitianus bleef onvermeld, hoewel hij toch ook een bouwfase op zijn naam had. Zijn naam was inmiddels taboe (al zouden er later nog twee keizers zijn die zich zo noemden). In de Middeleeuwen bleef het gebied bewoond, het leger van Karel V ging er in 1527 als een beest tekeer en wat er sindsdien staat dateert grosso modo uit de tijd van de Barok.

En toch is Domitianus niet helemaal verdwenen. De Piazza Navona in Rome, het mooiste plein van Italië, bewaart de contouren van het stadion dat de keizer er heeft laten aanleggen. Zelfs de naam van het langwerpige plein is een echo uit de Oudheid: het woord agon is herkenbaar, wat zoiets betekent als wedstrijd.

Lees verder “Domitianus (17): Piazza Navona”

Domitianus (16): Quintus Haterius Tychicus

Het reliëf van de Haterii (Vaticaanse Musea, Rome)

Het Haterii-reliëf! Dit is een van de bekendste afbeeldingen uit de Oudheid. Elk boek over Romeinse bouwkunde bevat er wel een plaatje van. Ik weet niet of ik het eerder heb gezien of dat het me vertrouwd voorkwam door de vele boeken waarin het is afgebeeld. Hoe dat ook zij, het is nu niet in de Vaticaanse Musea maar op de door de lockdown vooralsnog verborgen expositie over de Romeinse keizer Domitianus (r.81-96) in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden.

Het reliëf, dat op een graf aan de Via Labicana heeft gestaan, toont enkele gebouwen die de aannemersfirma van Quintus Haterius Tychicus heeft neergezet. Van links naar rechts zijn dat de ereboog voor de tempel van Isis, een Colosseum dat zijn bovenste verdieping nog niet had, de boog voor Domitianus’ broer Titus, een ereboog met een beeld voor de godin Roma, en de tempel van Jupiter Stator die naast de Titusboog heeft gestaan.

Lees verder “Domitianus (16): Quintus Haterius Tychicus”

Hannibal, de Rhône en Mozes

De samenvloeiing van Rhône en Isère

Wetenschap begint met het gecontroleerd verzamelen van data. Archeologen graven dingen op, classici vervaardigen tekstedities. Dit is de dagdagelijkse gang van zaken. Het wordt al boeiender bij de interpretatie van die data. En echt interessant is het als we kijken naar de ontwikkeling van nieuwe technieken en methoden, waarmee onderzoekers nieuwe soorten inzicht verwerven.

Nieuwe soorten inzicht

Wat gebeurt er zoal als het gaat over de oude wereld? Ik wees vorige week al op de digitale paleografie, die kan leiden tot ander en beter inzicht in de antieke en middeleeuwse schrijfcultuur. Deze ontwikkeling hangt samen met een tweede: de groeiende belangstelling voor het materiële aspect van oude teksten. Mediëvisten waren daar altijd al goed in. In de oudheidkunde is deze belangstelling gegroeid doordat er zoveel vervalste teksten uitgegeven zijn.

Een andere ontwikkeling is al enkele jaren gaande: door het gebruik van technieken als LIDAR richt de archeologie zich meer op hele landschappen en beperkt ze zich niet langer tot afgebakende opgravingen. Ik aarzel of ik in dit lijstje van innovaties ook de chronologie moet noemen: er komen namelijk wel nieuwe kalibratiecurven, maar de aard van het inzicht verandert er niet door. Het ontstaan van een historische klimaatwetenschap is dan wel weer een echte innovatie. Tot slot is er de DNA-revolutie, die betekent dat er geen hermeneutische horizon meer is. Hier ligt de negatieve heuristiek aan flarden en is sprake van een scientific revolution in de letterlijkste zin des woords. Filologen krijgen er een rijkdom aan materiaal bij.

Lees verder “Hannibal, de Rhône en Mozes”

Hunebed van de dag: D51 (Noord-Sleen)

Hunebed D51 bij Noord-Sleen

Het op zeven na zuidelijkste hunebed in Nederland is D51, een ganggraf dat zich bevindt op een boogscheut van D50. Het is 12¼ meter lang en 3½ meter breed, dus aan de forse kant.

Voor nogal wat auteurs is D51, in vergelijking met D50, een beetje een tegenvaller. Herman Clerinx schrijft in Een paleis voor de doden dat het er wat zielig bij staat; Hunebeddeninfo.nl vindt dat D51 schraal afsteekt bij zijn broer; Hunebedden.nl typeert het als onttakeld; de Wikipedia noemt het zwaar beschadigd. Wijnand van der Sanden heeft er in de Gids voor de hunebedden ook niet veel over te melden en gaat, zoals gezegd, in op astronomische speculaties.

Hunebed D51 bij Noord-Sleen

Ik weet niet of ik het met deze kwalificaties eens ben. Zou hunebed D51 ergens anders in Drenthe hebben gestaan, zonder buurman, dan zou het vermoedelijk niet zulke misprijzende commentaren hebben uitgelokt. Het is namelijk best een mooi monument. Gelukkig zijn deze twee hunebedden alleen vanuit het zuiden te bereiken, fietsend of wandelend over de Hunebedweg in Noord-Sleen, zodat u altijd eerst D51 ziet, links van de weg, en pas daarna D50, rechts en iets verderop.

Albert van Giffen, de archeoloog die als geen ander een rol speelde in het wetenschappelijke onderzoek naar de Drentse trechterbekercultuur, heeft de kelder van D51 willen onderzoeken, maar constateerde dat er weinig eer aan viel te behalen. Alles was al doorwoeld.

Enfin. Hunebed D51 is prima te bereiken op een fietstochtje rond Emmen. Alle hunebedden daar zijn makkelijk op één dag te doen.

Meer weten over de Trechterbekercultuur?

Google Earth: hier. Bezocht op 22 april 2020, fietsend van Emmen naar Meppel.

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]