Het goud van Macedonië

Gouden krans uit Stavroupolis (Archeologisch Museum van Thessaloniki)

Al aan het begin van zijn regering toonde de Macedonische koning Filippos II dat hij even slim als onvoorspelbaar was. In 359 v.Chr. veroverde hij de stad Amfipolis, die behoorde tot de Atheense invloedssfeer. De Atheners wilden de stad graag terug, waarop Filippos zei dat hij dan de havenstad Pydna in ruil wilde hebben. De Atheners stemden in en stonden hem Pydna af. Daarmee hadden ze een basis in de noordelijke wateren minder en was het moeilijker om de oorlog met Macedonië te hernemen. Filippos had daarna geen reden meer om Amfipolis nog af te staan.

Het aardige van die stad was dat er grote wouden waren, waar het Atheense scheepstimmerhout vandaan kwam, en goudmijnen. Door het verlies was Athene serieus afgezwakt. De ooit machtige stad, die al te maken had gehad met een door de Perzen gesteunde opstand onder de bondgenoten, was nu definitief een mogendheid van het tweede plan. En voor Macedonië begon een mooie toekomst. We zien die aan het goud in de graven.

Lees verder “Het goud van Macedonië”

De Via Appia en wat dies meer zij

De Via Appia

Waar ter wereld je ook gaat, taal is het duurzaamste erfgoed. Wie weleens met de auto naar Rome is gereden, kent de namen van de huidige autostrade, die teruggaan op de Romeinse heerbanen. Je kunt bijvoorbeeld zuidwaarts rijden langs de Tiber over de Via Flaminia, waarvan de bouw vlak in 220 v.Chr. is begonnen. Een andere route is die langs de Tyrreense kust: de Via Aurelia, begonnen in 241 v.Chr. De afslagen van de Grande Raccordo Anulare rond Rome hebben oeroude namen: de Via Salaria naar het noorden, de Via Tiburtina naar het noordoosten, de Via Latina naar het oosten, de Via Appia naar het zuidoosten.

Van die laatste weg, begonnen in 310 v.Chr., is het originele plaveisel bewaard. Hierover reisden kooplieden van Rome naar Capua, hierover marcheerden de legionairs die Macedonië en Griekenland onderwierpen, hier stonden de kruisen van de zesduizend slaven die met Spartacus omkwamen, hierover wandelde Paulus naar Rome, en dan sla ik nog het een en ander over.

Lees verder “De Via Appia en wat dies meer zij”

Maecenas

Maecenas (Arezzo)

Hij is een van de beroemdste Romeinen maar eigenlijk kent niemand hem: Gaius Maecenas. Zie boven. Geboren in 70 v.Chr. in Arezzo, behoorde hij tot de stedelijke aristocratie van Italië, die in de tijd van keizer Augustus steeds belangrijkere posities kreeg in het Romeinse Rijk. Maecenas zelf had een vliegende start: van vaderszijde kwam hij uit een vooraanstaande familie in Arezzo en van moederszijde behoorde hij tot het beroemde Etruskische geslacht van de Cilnii. Dan heb je alvast een aardig netwerk. Het hielp daarnaast dat hij bevriend raakte met Gaius Octavius, eveneens afkomstig uit de stedelijke aristocratie – ik meen dat zijn stad Velletri was maar heb geen zin om dat uit te zoeken.

Hoe dat ook zij, Octavius viel omhoog en sleepte Maecenas mee. Toen Caesar was vermoord, bleek Octavius de erfgenaam van de dictator. Voortaan heette Octavius “Gaius Julius Caesar”, waar historici “Gaius Julius Caesar Octavianus” ofwel “Octavianus” van hebben gemaakt – de Caesar uit de Octavius-familie. Vanzelfsprekend heeft de beste man die naam nooit gedragen. De naam “Caesar” was immers zijn fortuin.

Lees verder “Maecenas”

Erfgoeddelicten

Kijk, het is zo ingewikkeld niet. Mensen willen allemaal verschillende dingen en als ze die dingen ook allemaal gaan doen, dan wordt het een reuze janboel. Om dat te vermijden zijn er wetten. En aangezien je, als je je daar niet aan houdt, de samenleving beschadigt, zijn er ook straffen. Je kunt je dus maar beter aan de wet houden, want niet alleen vermijd je zo een bekeuring, een taakstraf of een verblijf in de gevangenis, je vermijdt ook dat je je medemensen benadeelt.

Zo is het ook met de erfgoedwetgeving. Als je, om eens een niet willekeurig voorbeeld te noemen, erop wordt betrapt met een metaaldetector te zijn wezen zoeken in een gebied waar dat is verboden, kan je erop rekenen dat je je bij de rechter moet verantwoorden. Als dan ook nog blijkt dat je een Keltisch wagengraf hebt gevonden en de vondsten hebt geprobeerd te verkopen, in plaats van ze normaal te melden, dan krijg je straf.

Lees verder “Erfgoeddelicten”

Het portret van Hannibal

Dit is niet Hannibal

Er is geen boek over de Karthaagse veldheer Hannibal, nee, er is geen boek over Karthago, of bovenstaande kop staat erin. De buste is gevonden in Capua (even ten noorden van Napels) en dateert uit de tweede of misschien derde eeuw na Christus. Door de sterke contrasten van de foto is het wat je noemt een markante kop. Daarmee is de foto beter dan het origineel, dat eigenlijk nogal vlak is.

Probleem: het kan onmogelijk een portret zijn van Hannibal, zelfs geen Romeinse kopie van zijn portret. De Karthager had namelijk aan het begin van zijn campagne in Italië een oog verloren en bovenstaande heer heeft er echt twee, compleet met pupil. Afgaand op de helm zou ik eerder denken aan een praetoriaanse gardist, maar dat is ook maar een losse gedachte.

Lees verder “Het portret van Hannibal”

“Vrouw doet vondst”

Je wordt wakker en kijkt even op je telefoon of de wereld nog bestaat. En jawel hoor. Er verbetert niks. Zo was er het artikel waarvan u de kop hierboven ziet. Vrouw doet vondst. Dat is die beroemde vrouw die we ook kennen van “vrouw benoemd als minister”, “vrouw commandeert luchtmobiele brigade” en “vrouw CEO bij groot bedrijf”. Die vrouw heeft het er maar druk mee. En dan doet ze nog archeologische ontdekkingen ook.

Nu kan ik me heus wel voorstellen dat het soms relevant is dat deze of gene vrouw ergens een glazen plafond breekt. Zo heeft Nederland nog geen vrouwelijke premier gehad. In de archeologie is het echter misleidend te benadrukken dat iemand een vrouw is. Archeologie is een wetenschap en in de wetenschap streven ze naar conclusies die zo waar mogelijk zijn, ongeacht wie ze trekt – ongeacht godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of wat dan ook.

Lees verder ““Vrouw doet vondst””

De Drususgrachten

De IJssel

Het is een gemeenplaats dat meanderende rivieren archeologie moeilijk maken. Alles verspoelt. Nou ja, bijna alles: de Romeinse brug in Cuijk viel op te duiken omdat die ligt op een punt waar de Maas haar bed nauwelijks kon verleggen. Maar voor het overige zijn rivieren niet al te best voor het bodemarchief. Daarom trekken ze onderzoek aan. Wetenschappers willen tóch iets zeggen.

Soms lukt dat heel aardig. Je kunt namelijk met boringen een gedetailleerde reconstructie maken van de afzettingen in het rivierenlandschap. Zo valt te reconstrueren wanneer de diverse rivieren op welke plek stroomden. Dat kan weer implicaties hebben voor bijvoorbeeld de uitleg van teksten.

Maas en Waal

Zo speelde bij de kwestie of Caesar in Kessel de Usipeten en Tencteri kan hebben afgeslacht, dat Caesar schrijft dat het is gebeurd op de samenvloeiing van de Maas en (een arm van) de Rijn. Aangezien er stroomafwaarts van Kessel in de Maas sedimenten zijn aangetroffen die afkomstig waren uit de Waal, vervalt in elk geval één argument tegen de locatie van het bloedbad. De discussie is vanzelfsprekend complexer en rust niet op dit ene argument. Dit voorbeeld toont echter dat we uitspraken kunnen doen over het oude tracé van rivieren en dat die reconstructies gevolgen hebben voor de tekstuitleg. De Drususgrachten zijn een ander voorbeeld.

Lees verder “De Drususgrachten”

Iberische ruiter

Iberische ruiter (Museu d’Arqueologia de Catalunya in Barcelona)

Stik, ik ben gisteren vergeten mijn dagelijkse stukje te schrijven. Iets te veel kerstsfeer, vrede op aarde, smakelijk eten, goede films (namelijk deze, die ik u echt aanraad, en natuurlijk deze) en ook nog de nieuwe opmaak van nieuwssite Sargasso, met een overaanbod aan leuke stukjes.

Snel alsnog iets geschreven: hierboven een klein metalen beeldje, afkomstig uit het heiligdom van La Luz, niet ver van Murcia in het zuidoosten van Spanje. Zeg maar achter Cartagena. Het is een Iberische ruiter met een groot rond schild: een soldaat dus. Er zijn wel meer van dit soort beeldjes gevonden en we mogen speculeren dat een ruiter voor of na een veldtocht zo’n kleine kopie van hemzelf achterliet.

Lees verder “Iberische ruiter”

Krijgsolifant

Krijgsolifant (Louvre, Parijs)

Het bovenstaande beeldje, tegenwoordig te zien in het Louvre in Parijs, is afkomstig uit Myrina, een havenstadje op het Griekse eiland Lemnos. Een krijgsolifant valt een soldaat aan die we aan de hand van zijn grotendeels naakte lichaam en zijn langwerpige schild kunnen identificeren als een Kelt – denk aan de Stervende Galliër die uit Pergamon.

Het beeldje moet zijn gemaakt door iemand die weleens een olifant had gezien (wat in de Oudheid bepaald niet vanzelfsprekend was). De kleine oren helpen om het dier te identificeren als een Indische olifant uit het Seleukidische leger. Wellicht mogen we een stap verder gaan: het stelt een scène voor uit de Olifantenslag uit 275 v.Chr., waarin de Seleukidische vorst Antiochos I Soter de Galaten versloeg, een groep Kelten die Anatolië was binnengevallen. Hij dankte er zijn bijnaam Soter aan, “de redder”.

Lees verder “Krijgsolifant”

Een nieuw hunebed?

Iets zegt me dat dit geen hunebed is

Drenthe kent momenteel tweeënvijftig hunebedden, genummerd van D1 (D = Drenthe) tot en met D54. De twee ontbrekende nummers staan voor een gesloopt en een verkeerd geïdentificeerd monument. Daarnaast zijn er F1, een ten onrechte als hunebed geïdentificeerde megaliet in Friesland, en G1 en G5 in Groningen. De in die provincie ontbrekende nummers kennen we alleen uit oude kronieken. Kortom, we moeten het doen met vierenvijftig hunebedden en dus worden we blij als er nog eentje wordt ontdekt. De laatste ontdekking, G5, was in 1982 even bezuiden Delfzijl; de voorlaatste, D41 bij Emmen, was in 1809.

Hunebed #55

Sinds vorige maand claimt het Drentse dorp Gasselte nummer vijfenvijftig. Er zijn redenen om daaraan te twijfelen. Het bodemarchief van Nederland is redelijk goed bekend en de heuvel in kwestie zie je niet over het hoofd. Als hier werkelijk iets zou zijn, was het allang bekend geweest. Van de andere kant: even ten zuiden van Gasselte liggen Borger en Drouwen, met samen een half dozijn hunebedden. En even ten noorden van Gasselte liggen bij Eext en Annen nog eens zeven hunebedden. Dat er in Gasselte ooit een hunebed is geweest, ligt dus ergens in de lijn der verwachtingen.

Lees verder “Een nieuw hunebed?”