Antinoös

Fragment van een beeld van Antinoös (archeologisch museum van Vaison)
Fragment van een beeld van Antinoös (archeologisch museum van Vaison)

In het Franse department Vaucluse ligt het aardige stadje Vaison-la-Romaine. Vaison (in de Romeinse tijd Vasio Vocontiorum geheten) nam in de periode tussen ca. 100 voor Christus en 400 na Christus sterk in omvang toe, tot uiteindelijk zo’n 70 hectare tot het stadsgebied gerekend kon worden. De bloeitijd ligt zo ongeveer tussen het bewind van Claudius en dat van Hadrianus in: van deze keizers zijn overigens manshoge standbeelden in Vaison gevonden. Van de historicus Pompeius Trogus, tijdgenoot van Augustus, weten we vrijwel zeker dat hij in Vasio geboren is, maar Vasio heeft ook goede papieren als zijnde de geboorteplaats van Tacitus. Een andere vondst uit Vaison, een kopie van de beroemde Diadumenos van Polykleitos, is in het British Museum terecht gekomen.

De zichtbare resten van Romeins Vasio beslaan twee opgravingsgebieden: la Villasse (een licht hellend stuk grond tegen de rivier de Ouvèze aan), en Puymin, iets hoger gelegen op een heuvelachtig terrein. Vanaf 1907 tot 1955 wijdde de lokale kanunnik Joseph Sautel zijn leven aan het uitvoeren van opgravingen, die Vasio deels blootlegden.

Lees verder “Antinoös”

Factcheck: Valentijnsdag

Ten onrechte meenden de Romeinen dat hun stad was gesticht door herders; daarom meenden ze dat het eeuwenoude Lupercalia-festival een herdersfeest moest zijn. Op dit reliëf, te zien op een altaar dat is gevonden in Ostia, ziet u hoe herders Romulus en Remus vinden. Het heeft verder niets met de Lupercalia te maken maar het is wel een leuk plaatje. (Palazzo Massimo, Rome)
Ten onrechte meenden de Romeinen dat hun stad was gesticht door herders; daarom meenden ze dat het eeuwenoude Lupercalia-festival een herdersfeest moest zijn. Op dit reliëf, te zien op een altaar dat is gevonden in Ostia, ziet u hoe herders Romulus en Remus vinden. Het heeft verder niets met de Lupercalia te maken maar het is wel een leuk plaatje. (Palazzo Massimo, Rome)

[Eigenlijk had ik vandaag willen beginnen aan de rubriek waarin ik uitleg waarom de historische wetenschappen werkelijk wetenschappen zijn. De actualiteit komt er echter tussendoor: morgen is het Valentijnsdag en je zult zien dat weer iemand zal beweren dat dat eigenlijk een oud-Romeins vruchtbaarheidsfeest is. De klassieken moeten per se relevant worden gemaakt, desnoods met alternatieve feiten. Er is echter geen verband tussen het Romeinse en het christelijke feest, zoals mijn Amerikaanse vriend William P. Thayer, de webmaster van LacusCurtius, uitlegt.]

Pogingen zoals deze, deze en deze om de oud-Romeinse Lupercalia (15 februari) in verband te brengen met de christelijke Valentijnsdag (14 februari) zijn verdacht. De gelijkstelling van de twee illustreert vooral een twintigste-eeuwse neiging om een liefdesfeest af leiden van antieke vruchtbaarheidsculten. Er is ondertussen geen draad bewijs voor een dergelijk verband.

Vaak wordt beweerd dat paus Gelasius (r.494-496) Valentijnsdag in de vijfde eeuw instelde, maar dat is niet waar: wat hij wél deed was een lange, strenge brief schrijven (Brief 100, Aan Andromachus) waarin hij de gelovigen het vieren van de Lupercalia verbood. Die brief noemt geen Valentinus.

Lees verder “Factcheck: Valentijnsdag”

Meer NWA: Oude talen

Gevelsteen uit Amsterdam, Vinkenstraat 161
Gevelsteen uit Amsterdam, Vinkenstraat 161

[Het leuke van de Nationale Wetenschapsagenda is dat het een soort zwaan-kleef-aan kan zijn: de een schrijft over iets, de ander werkt het verder uit. Mijn goede vriend Richard Kroes schrijft over antieke grammatica, waarover Suzanne Adema al eerder op deze blog een stukje schreef en waarover Marc van Oostendorp zijn mening al gaf op de Neerlandistiek-blog.]

Den koe slachtte de slager.

Mijn vader (hij was van 1926) vertelde me ooit dat op zijn lagere school (dat moet dus tussen 1932 en 1938 zijn geweest) door de leerlingen al hard gelachen kon worden om bovenstaande zin. Destijds had het Nederlands nog naamvallen en dankzij dat ‘den koe’ was volkomen duidelijk en ondubbelzinnig dat hier niet de slager het slachtoffer was, maar den koe.

Toch had het taalgevoel van de leerlingen inmiddels de overhand gekregen en dat was niet meer gebaseerd op gevoel voor naamvallen, maar voor de woordvolgorde. Als de koe de slager slacht, is er wat geks aan de hand en als de slager de koe slacht, gebeurt er iets wat een koe nu eenmaal kan overkomen.

Lees verder “Meer NWA: Oude talen”

NWA: Ingewikkelde oude talen

Manuscript van Caesars Gallische Oorlog (Biblioteca Nazionale, Napels)
Manuscript van Caesars Gallische Oorlog (Biblioteca Nazionale, Napels)

[In onze reeks rond de Nationale Wetenschapsagenda (NWA) komt vandaag een vraag aan de orde over een onderwerp waar ik zelf te weinig van weet om er veel zinvols van te zeggen. Daarom geef ik het estafettestokje vandaag door aan Suzanne Adema, een classica die werkzaam is aan de VU en UvA. Dank je wel Suzanne!]

Hoe komt het dat de grammatica van oude talen, zoals Grieks en Latijn, ingewikkelder is dan die van moderne talen, zoals Nederlands en Engels?

En de toelichting:

Sinds de opkomst van de eerste beschavingen en de uitvinding van het schrift is de maatschappij steeds complexer geworden. Hierdoor is ook het belang van goede communicatie toegenomen. Hoe is het dan te verklaren dat de voornaamste vorm van communicatie, onze taal, steeds simpeler wordt? We gebruiken geen naamvallen meer, geen mannelijke of vrouwelijke woordvormen meer, nog maar weinig verschillende werkwoorduitgangen. Hoe komt dat?

Lees verder “NWA: Ingewikkelde oude talen”

There’s something wrong with the system

cof

[Vandaag een gastbijdrage van Mieke Bleeker.]

Hoe konden de peilingen er zo vreselijk naast zitten? En waarom hebben zoveel mensen überhaupt op iemand als Donald Trump willen stemmen? Vragen die zichtbaar waren in de verbijsterde blikken van de Hillary Clinton-supporters na afloop van de verkiezingsnacht en waarop in de dagen erna door de media en politieke analisten driftig een antwoord werd gezocht. Donald Trump ging ondertussen op cursus bij president Obama en begon met het samenstellen van zijn regering, Hij was tenslotte op 8 november verkozen tot de vijfenveertigste president van de Verenigde Staten. Of toch niet?

Nee, eigenlijk niet. In het circus dat de Amerikaanse verkiezingen heet, wordt nogal eens voorbij gegaan aan het feit dat tijdens die tweede dinsdag in november geen nieuwe president wordt gekozen, maar de kiesmannen, die samen het zogenaamde “Electoral College” vormen. Dit college van kiesmannen, waarvan het aantal per staat afhankelijk is van het aantal inwoners, brengt in december zijn stem uit op de kandidaat van zijn keuze. Tijdens een speciale vergadering van het Congres in januari worden deze stemmen geteld en wordt de uitslag van de verkiezingen definitief vastgesteld. Pas dan, en niet eerder, is het zeker dat de “president-elect” op 20 januari als nieuwe president wordt geïnaugureerd. Op het moment dat een kandidaat bij de verkiezingen in november de vereiste 270 kiesmannen heeft verworven, zijn dat er dus genoeg om tot president te worden verkozen, maar is hij of zij het officieel nog niet.

Lees verder “There’s something wrong with the system”

Oorlogskind (25) Na de oorlog

ben_1943

[Ik doe het zelf even wat rustiger aan en geef het woord aan mijn vader, die vertelt wat hij als kind in de oorlog heeft meegemaakt. Het eerste deel is hier en een overzicht is daar.]

Langzamerhand kom ik aan het einde van mijn verhaal. Want geleidelijk aan werd het leven weer normaal. Maar eerst moet ik je nog vertellen over een paar rare zaken die ik direct na de oorlog meemaakte.

Ook in andere delen van het land hadden de mensen soms veel te lijden gehad van de oorlog, maar ondanks dat kwamen er allerlei acties die bedoeld waren om de Arnhemse burgers te helpen. Zo had je de “H.A.R.K.” Wij noemden dat natuurlijk gewoon de “Hark”. Die letters waren een afkorting van “Hulp Actie Rode Kruis”. En ook was er “A.H.A.”, “Amsterdam Helpt Arnhem”.

Deze organisaties verzamelden goederen die aan de mensen in Arnhem werden uitgedeeld: matrassen, dekens, serviesgoed, vorken en lepels, pannen. Nou je kon het zo gek niet bedenken of ze hadden het wel.

Lees verder “Oorlogskind (25) Na de oorlog”

Oorlogskind (24) Terug naar school

ben_1943

[Ik doe het zelf even wat rustiger aan en geef het woord aan mijn vader, die vertelt wat hij als kind in de oorlog heeft meegemaakt. Het eerste deel is hier en een overzicht is daar.]

Ons huis was dus helemaal donker, ik geloof dat alleen in de keuken nog een ruitje heel was. Om in de voorkamer wat licht te krijgen haalde mijn vader de ruit uit de boekenkast en met wat latten en planken zorgde hij ervoor dat we tenminste weer naar buiten konden kijken. Dat heeft zo wel een paar maanden geduurd. Want ook de glasfabrieken moesten natuurlijk weer opgestart worden en er was na de oorlog heel veel glas nodig.

Heel grappig was hoe we de eerste weken te eten kregen. Er waren nog geen winkels open waar je eten kon kopen. Bovendien hadden heel veel mensen nog geen werk en dus geen inkomen. Nu was er ondertussen iets heel merkwaardigs gebeurd. Tijdens de oorlog hadden heel veel mensen erg veel geld verdiend met zaken die eigenlijk niet mochten. “Zwarte handel” noemen ze dat. Van dat verdiende geld was natuurlijk geen belasting betaald en daarom besloot de minister van financiën al het geld van de ene dag op de andere waardeloos te maken. Pas later zouden de mensen het geld terugkrijgen, wanneer was uitgezocht hoe ze er aan gekomen waren en de belasting was betaald. Het geld werd “geblokkeerd”. En iedere Nederlander kreeg toen een tientje. Mijn vader kreeg dus zeven tientjes, want we waren met vijf kinderen.

Lees verder “Oorlogskind (24) Terug naar school”