Tweede Symposium voor Wetenschapsbloggers

[Gastbijdrage van Marten van der Meulen.]

Op 7 februari vindt op de Radboud Universiteit het 2e Symposium voor Wetenschapsbloggers plaats. Dit symposium wordt georganiseerd door Marten van der Meulen, Jona Lendering, Hermen Visser en Suze Zijlstra.

Bloggen wordt breed gezien als een van de beste manieren om te berichten over wetenschap. Voor onderzoekers zijn de laagdrempeligheid, snelheid van publiceren en vrijheid grote voordelen. Bovendien kan een gevarieerd publiek van wetenschappers en niet-wetenschappers worden bereikt. Bloggen is ten slotte een uitstekend voorbeeld ‘moderne’ wetenschapscommunicatie, waarbij wetenschappers niet alleen zenden maar ook in discussie kunnen gaan met lezers.

Lees verder “Tweede Symposium voor Wetenschapsbloggers”

Beestenboel

Le paon.

En faisant la roue, cet oiseau,
Dont le pennage traîne à terre,
Apparaît encore plus beau,
Mais se découvre le derrière.

De pauw.

Deze vogel, staart pronkend in ronde stand,
Sleept zijn veren doorgaans door het zand
Lijkt nu nog fraaier dan normaal,
Maar onthult zijn kont en die is kaal.

Ibis.

Oui, j’irai dans l’ombre terreuse.
Ô mort certaine, ainsi soit-il!
Latin mortel, parole affreuse,
Ibis, oiseau des bords du Nil.

Ibis.

Ja, ik zal gaan in de schaduw van de aarde.
O zekere dood, zo is zijn stijl!
Afschuwelijk woord, dat het dode Latijn bewaarde,
Ibis, vogel van de oevers van de Nijl.

La puce.

Puces, amis, amantes même,
Qu’ils sont cruels ceux qui nous aiment!
Tout notre sang coule pur eux.
Les bien-aimés sont malheureux.

De vlo.

Vlooien, vrienden, zelfs beminden,
Wreed zijn zij die ons lekker vinden!
Voor hen vloeit al ons bloed.
Geliefden voelen zich niet goed.

Le poulpe.

Jetant son encre vers les cieux,
Suçant le sang de ce qu’il aime
Et le trouvant délicieux,
Ce monstre inhumain, c’est moi-même.

De octopus.

Zijn inkt spuitend naar het hemelgewelf,
Het bloed zuigend van wie hij bemint
En dat vreselijk lekker vindt,
Dat onmenselijk monster, dat ben ik zelf.

[Vandaag even een gastblog van de Franse dichter Guillaume Apollinaire (Le Bestiaire ou Cortège d’Orphée, 1911), graficus Raoul Dufy en vertaler Bert van der Wurff.]

Het Akropolismuseum

Het Akropolismuseum bij nacht (foto © Akropolismuseum, Athene)

Eén van de wonderlijkste musea ter wereld is het Akropolismuseum in Athene. Het is voornamelijk gebouwd voor iets wat er (vrijwel) niet is, namelijk: de enorme collectie sculpturen van de Athena-tempel (het Parthenon), de op enkele honderden meters afstand van het museum gelegen locatie die al eeuwen tot de verbeelding spreekt.

Het verhaal is bekend: in de klassieke oudheid was de Akropolis het religieuze centrum van de stadstaat Athene, met de tempel van Athena (Parthenon) als religieus en architectonisch hoogtepunt.  Dat Parthenon heeft lang de eeuwen doorstaan, ook al werd er stevig aan en in verbouwd. Dit in tegensteling tot de kleinere tempel van Athena Nikè en de toegangspoort tot de Akropolis – de Propyleeën – die tijdens het Turkse bewind over Griekenland respectievelijk werden afgebroken en opgeblazen.

Lees verder “Het Akropolismuseum”

Een soirée met Drs.P.

[Vanavond even een gastbijdrage aan deze blog, ingezonden door egyptologe/archeologe Sigrid van Roode, die u vorige week zag in dit filmpje.]

Een broze Drs.P. zit in een rolstoel naast de vleugel in de OBA te Amsterdam. Zijn jonge begeleider speelt De Gezusters Karamazov, de dan al demente doctorandus zingt de tekst. Kraakhelder en foutloos komen de vertrouwde woorden voorbij. Als de laatste akkoorden wegsterven, licht het gezicht van de hoogbejaarde doctorandus op. Hij straalt en zegt enthousiast: “Júist!” Het is één van de korte filmfragmenten in het eerbetoon dat Erik van Muiswinkel in de Leidse schouwburg opvoerde en waar ik in gezelschap van twee mede-adepten op een koude dinsdagavond naartoe was gegaan.

Ik hou van taal, van mensen die zich daarvan weten te bedienen en van mensen die daar net zo blij van worden als ik. Ik hou van Vondels rinkinkerende Aeneas en val als een blok voor de elegante zinnen van Frits van Oostrom in zijn Maerlants Wereld. Eén van de cassettebandjes, in onze studententijd door mijn beste vriendin meegebracht naar een opgraving, leverde eenzelfde plezier: dat was Drs.P. Compilé sur CD, of althans zoveel daarvan als op het bandje paste. De enjambementen in De Grenadiertjes, het enthousiasme in Sla, de uitsmijter van De Commensaal: ik genoot van zijn taalbehendigheid en oubollig krakende stem. Sneker Café en O wat leuk werden tot officieuze opgravingsliederen, en bij nader inzien bleek ik Dodenrit en Knolraap en Lof, Schorseneren en Prei allang te kennen. Want zo gaat dat, zei mijn gezelschap tijdens ons diner voorafgaand aan de voorstelling: Drs.P. hoef je niet uit je hoofd te leren, dat ken je op een gegeven moment gewoon.

Lees verder “Een soirée met Drs.P.”

Xerxes achterna

 

Bin Tepe

Gisteren was in het Rijksmuseum van Oudheden de presentatie van mijn nieuwe boek, Xerxes in Griekenland. In dat boek behandel ik aan de hand van de Perzische invasie van Griekenland in 480 v.Chr. hoe historici proberen feiten vast te stellen. Ik heb van een onbevooroordeelde meelezer vernomen dat het boek spannend is, dus u kunt het zonder bezwaar lezen, ook als u de conclusies wat ergerlijk vindt dat we niet weten waarom de Perzen Griekenland binnenvielen, dat we niet weten wat de Perzische operationele doelen waren en dat we niet weten waarom de Perzen in 479 hun vloot ontbonden en de handdoek in de ring gooiden. In het laatste hoofdstuk hoop ik aan te tonen hoe absurd het is dat er opnieuw mensen zijn die het negentiende-eeuwse sjabloon aanvaarden dat er een eeuwige strijd is geweest tussen Oost en West en dat de Griekse overwinning het voortbestaan van de westerse beschaving garandeerde.

Er zijn diverse locaties waarvan bekend is dat de Perzische koning Xerxes er tijdens zijn veldtocht is geweest. Om te beginnen Sardes, ooit de hoofdstad van het koninkrijk Lydië en inmiddels de residentie van een van de Perzische satrapen. Xerxes bracht hier de winter van 481/480 door bij zijn familielid Artafernes. Op de vlakte verzamelde hij zijn leger, dat door Griekse spionnen werd geobserveerd. De ruïnes van Sardes zijn grotendeel jonger, maar de met talloze grafheuvels bezaaide vlakte, ook bekend als Bin Tepe, is vermoedelijk maar weinig veranderd. Zie boven.

Lees verder “Xerxes achterna”

Romeinse wachttoren in het Zaanse veen

De expositie in het Zaanse gemeentehuis

[Vandaag even een bijdrage van een gastauteur, Rob Duijf, die al eerder op deze plaats heeft geschreven over makelaars, archeologiebeleid en locomotieven, en vandaag over een Romeinse opgraving.]

In de eerste eeuw na het begin van de jaartelling stond in Krommenie (in de gemeente Zaanstad) naar alle waarschijnlijkheid een Romeinse wachttoren. Dat blijkt uit een nieuwe archeologische opgraving die in 2018 werden uitgevoerd. De vondsten die op deze plaats aan het licht kwamen, zijn nu in de vorm van een klein opgravingsverslag tentoongesteld in een vitrinewand in het gemeentehuis van Zaanstad aan het Stadhuisplein in Zaandam. De expositie is nog tot en met vrijdag 22 november te zien.

In 1955 werden bij grondwerkzaamheden voor de aanleg van een nieuwbouwwijk aan het Volwerf, aan de rand van de toenmalige gemeente Krommenie, sporen gevonden, die erop wezen dat hier in de eerste eeuw een Friese woonkern moest hebben gelegen. Na deze ontdekking deed de Archeologische Werkgemeenschap Zaanstreek-Waterland samen met het Instituut voor Pre- en Protohistorische Archeologie van de Universiteit van Amsterdam verder onderzoek en in 1959 werd een boerderijplattegrond uit de eerste eeuw opgegraven, waarmee Friese bewoning op het veen in de Romeinse ijzertijd werd aangetoond. Tot die tijd nam men aan dat dit een ‘niemandsland’ was, waarin de Romeinen geen nederzettingen duldden.

Lees verder “Romeinse wachttoren in het Zaanse veen”

De evacuatie van Arnhem

Bombardement van het Bezuidenhout (© Haags Gemeentearchief)

Ik ben misdienaar in de Heilige Mis van 11:30 in de Walburgkerk aan het Walburgplein in Arnhem op de dag van de landingen. De kerk zit tjokvol, zoals gewoonlijk in de laatste Heilige Mis op zondag. Even over twaalf uur gaat het luchtalarm af; de mis gaat gewoon door. Als de mis afgelopen is, moeten de mensen in de kerk blijven zitten. Bij luchtalarm mag men niet over straat gaan. Het is al over enen als er nog geen veilig signaal is afgegeven. De pastoor gaat met de Duitse autoriteiten overleggen hoe de kerkgangers naar huis kunnen gaan. Na enig overleg geven de Duitsers toestemming om de mensen naar huis te laten gaan met de instructie zo dicht mogelijk in de buurt van de bebouwing te lopen. We lopen snel naar huis.

Er zijn veel vliegtuigen in de lucht en vanwege het alarm is het rustig op straat. In de avond raakt een afgedwaalde granaat de schoorsteen van het huis naast ons. Een harde knal en er vallen wat stukjes plafond naar beneden. We blijven de hele nacht in het gangetje bij de badkamer waar we ons het best beschermd voelen. Vermoeid valt iedereen in slaap.

Lees verder “De evacuatie van Arnhem”