De dood van Stalin

Ik ben geboren in Moravië, het centrale deel van voormalige Tsjecho-Slowakije, tijdens de Tweede Wereldoorlog. Al snel na de communistische machtsovername in 1948 kregen mijn ouders  veel politieke problemen en in een poging om aan de aandacht van de  machthebbers te ontsnappen verhuisden ze met ons, hun twee kleine kinderen, naar een stadje in Slowakije.

Ik heb er bijna mijn hele lagere school doorgelopen: buiten en op school sprak (en schreef) ik Slowaaks en thuis Tsjechisch, en al lijken die twee talen op elkaar, het zijn toch twee aparte talen met een aparte spelling. Je leefde als het ware in twee aparte werelden, in alle opzichten, omdat  je zelfs als kind heel duidelijk voelde dat de werkelijkheid buitenshuis anders was dan datgene wat je thuis hoorde.

Lees verder “De dood van Stalin”

Oorlog in Nijmegen (2)

Het stadhuis van Nijmegen is een modern gebouw recht achter het historische raadhuis. Het is gebouwd op de plaats van een school die bij het bombardement werd getroffen. Deze foto’s van de overleden kinderen zijn te zien in de hal van het stadhuis.

[Enkele jaren geleden had ik op de Livius.org-website een collectie verhalen die je met enige goede wil kon aanduiden als “ooggetuigen van de twintigste eeuw”: gewone mensen die schreven over ongewone dingen die ze hadden meegemaakt. Omdat dat toch een beetje een Fremdkörper was, heb ik ze weggehaald en ik plaats ze nu hier. Gisteren en vandaag twee stukjes over Nijmegen tijdens de Tweede Wereldoorlog.]

December 1943

De Duitsers nemen ons schoolgebouw in beslag. We krijgen nu halve dagen les in de universiteitbibliotheek in de Muchterstraat, hartje stad. De universiteit is gesloten. De hoogste klassen krijgen ’s morgens les, wij ’s middags.

Februari 1944

Het is traditie op onze school dat op de dinsdagmiddag van Carnaval alle klassen een eigen toneelstukje opvoeren. We zijn druk bezig met de voorbereiding. Dan komt de praeses van de schoolclub uit 5-gym vertellen dat de zusters geen zaal hebben kunnen huren. We krijgen daarom op carnaval een vrije dag. Het zal blijken dat hierdoor veel levens zijn gered.

Lees verder “Oorlog in Nijmegen (2)”

Oorlog in Nijmegen (1)

[Enkele jaren geleden had ik op de Livius.org-website een collectie verhalen die je met enige goede wil kon aanduiden als “ooggetuigen van de twintigste eeuw”: gewone mensen die schreven over ongewone dingen die ze hadden meegemaakt. Omdat dat toch een beetje een Fremdkörper was op die website, heb ik ze weggehaald en ik plaats ze nu hier. Vandaag en morgen twee stukjes over Nijmegen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Een gastbijdrage van mevrouw Corry Tolhuizen.]

1. Het laatste jaar van de bezetting van Nijmegen

Na het toelatingsexamen ga ik naar de eerste klas van Mater Dei, het lyceum van de Ursulinen aan de Berg en Dalseweg aan de andere kant van Nijmegen. Ik krijg een tramabonnement.

Het lesrooster omvat onder andere vier uur Duits per week en geen Engels. Wij moeten van een of andere foute instantie ons geschiedenisboek inleveren (Het Rijk van de Tijd). We krijgen het later terug met blanco papiertjes over de alinea’s die de Duitsers niet bevallen. Het plaksel is niet los te krijgen.

Lees verder “Oorlog in Nijmegen (1)”

MoM | Vergelijkingen (2)

Tja, je kunt de muur van Donald Trump vergelijken met die van Hadrianus, en dan iets brommen over migratie, maar het verleden laten wat het is en het heden rustig aan de hand van beschikbare cijfers analyseren is vruchtbaarder.

[In het eerste deel legde ik uit dat vergelijkingen tussen nu en de Oudheid lastig zijn. Je zult minimaal het comparandum moeten rechtvaardigen.]

Nog een voorbeeld

Hier is nog een voorbeeld van hoe het niet moet: “Immigration: How ancient Rome dealt with the Barbarians at the gate”. Voor een analyse van de redenatiefouten verwijs ik naar een stuk van Jeroen Wijnendaele van de Universiteit in Gent, te vinden op zijn Facebookpagina. U moet het daar maar even lezen; ik citeer alleen de conclusie

The ultimate premise is that Roman society is our logical western antecedent, that “we” are just as Rome, and that the problems of our world mirror theirs et vice versa. It does not. Roman history is best studied for its own sake, not to advise us on contemporary world problems, because the two are manifestly worlds apart.

Het is krek zo. Wie de huidige vluchtelingencrises wil begrijpen, kan met vrucht de hedendaagse werkelijkheid analyseren. Gewoon de statistieken nuchter lezen dus en onderzoek doen naar de oorzaken. Dat is een vruchtbaarder aanpak dan de Oudheid erbij halen. Wie de ondergang van het Romeinse Rijk wil begrijpen en er een vergelijking bij wil halen, kan een vergelijking maken met de ondergang van Achaimenidisch of Sasanidisch Perzië of de periode van de Drie Koninkrijken in China.

Lees verder “MoM | Vergelijkingen (2)”

De Watersnoodramp

Gedenksteentje in Vlissingen

Ten tijde van wat Zeeuwen “de ramp” noemen, woonde ik in de Spanjaardstraat in Middelburg. Op zaterdag 31 januari 1953 mocht ik met mijn vader mee naar de boulevard in Vlissingen.

Het water van de Westerschelde beukte tegen de walkant en spatte uitbundig over mijn vaders Ford V8. Mijn vader hield van dit natuurgeweld en wilde, als het stormde, altijd naar Vlissingen. De mooiste sport voor ons was de auto uitrennen, en voordat de golf de wal raakte weer droog de auto in springen. In de auto waren we veilig, dat was een kolos.

Ik herinner me dat mijn vader het portier van de auto (aan de zeekant) niet kon openen. De wind was te sterk. Hij draaide zijn portierraam open, en door de luchtdruk woei spontaan mijn deur open. Dat was schrikken. We kregen hem met grote moeite dicht toen mijn vader zijn portierraam weer had open gezwengeld.

Halverwege de boulevard had de zee een gat geslagen en gaapte er een diepe, kolkende afgrond. Aan de rand van dat gat stond een man, leunend tegen de storm in, om goed te kunnen kijken. Hij hing in een hoek van 60 graden boven de krater. Dat beeld vergeet ik nooit.

Lees verder “De Watersnoodramp”

De Brusselse Nehalennia

De Domburgse Nehalennia in de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis (Brussel)

[De Zeeuwse godin Nehalennia, over wie ik meer dan eens (1, 2, 3) heb geblogd, blijft de gemoederen bezighouden. Vandaag een gastbijdrage van Roger Rymen uit Kontich over een altaar in Brussel. Ik beken dat ik altijd heb gedacht dat het een afgietsel was. Boy was I wrong.]

Op 5 januari 1647 legde een storm een aantal antieke resten bloot in de duinen bij Domburg op Walcheren, wat uiteindelijk resulteerde in de ontdekking van ruim dertig Gallo-Romeinse altaarstenen. De Walcherse Archeologische Dienst publiceert op deze website een detail van de kaart van Visscher-Roman (ca. 1650) met daarop de vermelding “Verdronken woninge der Oude Gotthen”. We zijn van die bijzondere vondst ook goed ingelicht door een opgewonden brief van een ooggetuige. Een tekst uit de zeventiende eeuw spreekt over de godin Nehalennia, waaraan tal van de gevonden votiefstenen uit 180 à 230 na Chr. werden opgedragen. Kortom, een redelijk gedocumenteerde zeventiende-eeuwse vondst.

Lees verder “De Brusselse Nehalennia”

Ringcompositie

Drie Romeinse ringen uit Dab’aal bij Tyrus (Nationaal Museum, Beiroet)

[Vandaag een gastbijdrage van mijn goede vriend Richard Kroes, oorspronkelijk op zijn eigen blog, hiero.]

Nog niet zo lang geleden ontbrandde op deze blog een korte discussie over de “ringcompositie”: een andere manier van het ordenen van een tekst, waarin de gedachtegang niet serieel wordt geordend (zoals in A-B-C-D-E) maar in ringen rondom een middendeel: A-B-C-D-C-B-A. Aanleiding voor de discussie was de opmerking van theoloog Cees van Veelen dat het belangrijkste stuk tekst steeds in het midden van zo’n compositie te vinden was.

Twee reageerders, een natuurkundeleraar en een wiskundige, vroegen daarop om empirisch bewijs voor die stelling. Dat vond ik grappig omdat het de cultuurgebondenheid van schijnbaar harde wetenschappelijke vragen illustreert: niemand uit onze cultuur zal ooit vragen om bewijs voor de seriële compositie van een stuk tekst en de bewering dat het belangrijkste stuk aan het einde staat.

Lees verder “Ringcompositie”