De eerste wereldtaal

[Vandaag een gastbijdrage van mijn goede vriend Richard Kroes, die heel veel weet van oosterse talen en wiens blog u ook eens moet bekijken.]

Vanavond is de officiële presentatie van een boek dat ik stiekem al gelezen heb: De eerste wereldtaal, de geschiedenis van het Aramees van Holger Gzella, professor Hebreeuwse en Aramese Taal- en Letterkunde in Leiden, uitgegeven door Athenaeum-Polak & Van Gennep. Ik kreeg de proefdrukken toegestuurd en heb het boek direct verslonden. Aramees, dat kent u als de taal die Jezus sprak. Gzella krijgt regelmatig een vraag om uitspraken van de timmerman uit Nazareth in het Aramees. Voor een tatoeage.

Op dergelijke vragen gaat hij doorgaans niet in, want hoe Jezus zijn moerstaal sprak, daar weten we eigenlijk niet heel veel van. Het Aramees dat we kennen uit de periode waarin hij leefde, is de Aramese schrijftaal uit de Dode Zee-rollen, en dat sprak de gewone bevolking niet. Arameese spreektaal kennen we wel: het Palestijns Aramees, maar de bronnen daarvoor zijn van enkele eeuwen daarna. En dan weten we bovendien nog dat Jezus sprak met een Galilees accent, waar we helemáál niks over weten.

Lees verder “De eerste wereldtaal”

Een zilveren schaal uit Tabriz (2)

De nagemaakte Sasanidische schaal (Museum van Azerbaijan, Tabriz)

De afbeelding van de sneuvelende rechter figuur op de schaal, ik zal hem maar Artabanos noemen, zit vol ongelukkige reconstructies. De beenbeschermer bijvoorbeeld was niet de afgebeelde over de benen aangetrokken slobkous.

Lees verder “Een zilveren schaal uit Tabriz (2)”

Een zilveren schaal uit Tabriz (1)

De nagemaakte Sasanidische schaal (Museum van Azerbeidzjan, Tabriz)

[Twee weken geleden blogde ik over het feit dat we er maar op moeten vertrouwen dat de voorwerpen in de musea echt zijn. Het is denkbaar dat voorwerpen die pakweg een halve eeuw geleden zijn aangekocht door nietsvermoedende museummedewerkers, vals blijken als ze met moderne technieken worden onderzocht. Ondertussen zijn die vervalsingen echter deel gaan uitmaken van de data waarop onze oudheidkundige kennis is gebaseerd. Een meta-analyse zou daarom best nuttig zijn maar die is nooit uitgevoerd.

Stomtoevallig stuitte ik vorige week op twee voorbeelden van deze problematiek. Binnenkort een charmant beeldje uit Reims, vandaag een voorwerp waarover ik al eens blogde. De gastauteur, Eduard Alofs, is bouwkundig ingenieur en in Leiden aan het promoveren op oorlogvoering te paard in Azië. De eerste vier delen van zijn Studies on Mounted Warfare in Asia zijn reeds verschenen in War in History.]

Onlangs werd uit het Azerbeidzjan Museum in Tabriz de bovenstaande vergulde zilveren schaal gestolen. Er werd al getwijfeld of dit een echte Sasanidische schaal was, maar nu kunnen we niet meer de proef op de som nemen en het metaal aan een nadere analyse onderwerpen. Is dat jammer? Nou, nee.

Eerst wat over die Sasaniden. Het deel van het rijk van Alexander de Grote dat door zijn generaal Seleukos was ingepikt werd in de tweede eeuw voor Christus door Iraanse nomaden uit Centraal-Azië veroverd, onder de dynastie van de Arsakiden. Net als de oude Grieken en Romeinen noemen we die veroveraars de Parthen, naar de eerste Iraanse provincie waar ze zich vestigden, Parthië. In de derde eeuw na Christus werd de laatste telg uit die Parthische dynastie van de Arsakiden, Artabanos IV, verslagen en gedood door een opstandige vazal uit Persis, Ardashir. Die veroverde vervolgens het Parthische Rijk en nog zo wat, en vestigde de Perzische dynastie van de Sasaniden. De Sasaniden heersten tot de komst van de Arabieren in de zevende eeuw na Christus over wat ook wel het tweede Perzische Rijk wordt genoemd. Het eerste Perzische Rijk was dat van de Achaemeniden, waar Alexander een eind aan had gemaakt.

Lees verder “Een zilveren schaal uit Tabriz (1)”

Three Stones Make a Wall

Opgraving in Haft Tepe (Iran)

“Archeologie? Ik zou liever opgraven.” Het hangt aan de muur van de werkkamer van Eric Cline. Een archeoloog die al meer dan dertig jaar opgravingen achter de rug heeft in de Oude en Nieuwe Wereld. Deze professional verdient lof dat hij de moeite neemt om voor een algemeen publiek het verhaal van zijn vakgebied te vertellen. Het boek ontstond uit de colleges die hij door de jaren heen aan studenten van George Washington University heeft gegeven. Three Stones Make a Wall is een “page-turner”.

De auteur geeft een uitgebalanceerd overzicht van historische en recente opgravingen. Van Amerika tot het oude Griekenland, van Egypte tot China. Hij heeft een neus voor pakkende citaten en “petite histoire”. Voorbeelden blijven hier achterwege om toekomstig leesplezier niet te bederven. Veel aandacht in het boek gaat uit naar interpretatie van vondstmateriaal. Simpele verklaringen gooien hogere ogen dan complexe, krijgt de lezer voorgehouden. Behoedzaamheid is altijd geboden. Waar archeologen bij een gebrek aan aanknopingspunten vroeger nog wel eens hun toevlucht tot religieuze verklaringen namen, prikkelt dat nu lachspieren. Ronduit intrigerend zijn de voorbeelden van opgravingen die nog op stapel staan, onder meer in Azië. De bodem gaat nog heel veel geheimen prijsgeven, onder meer door nieuwe technieken om in de bodem te “kijken”, zonder de boel te verstoren. Het is de verwachting dat dit soort technieken definitief afrekenen met het adagio dat archeologie gelijk staat aan vernietiging.

Lees verder “Three Stones Make a Wall”

En het Woord was…

De Drie-eenheid op een zeventiende-eeuwse muurschildering uit Arbanasi (Bulgarije)

[Onlangs gaf ik hier ruimte aan Alexander Smarius, die schreef over de nieuwe Bijbelvertaling van de Jehovah’s Getuigen. Elke vertaling is keuzes maken en sommige daarvan vertellen nogal wat over de vertaler zelf. Zo is er de kwestie van de openingszin van het Johannesevangelie, die Smarius hieronder toelicht, want Jehovah’s Getuigen maken daar een significant andere keuze dan andere christenen. Ik kom er later vandaag ook nog op terug in “Methode op Maandag”.]

In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God.

In de meeste Nederlandstalige Bijbels is dat de openingszin van het Evangelie van Johannes (Johannes 1:1). Verderop in de tekst wordt duidelijk dat met “het Woord” de Zoon van God wordt bedoeld, Christus. Minder duidelijk is hoe de lezer moet begrijpen dat degene die “bij God” was zelf ook “God” was. Volgens de gangbare Bijbelverklaring zijn de Vader en de Zoon samen één God, zoals twee lucifers één vlam kunnen delen.

Lees verder “En het Woord was…”

Goud!

Maiorianus (© De Nederlandsche Bank)

U heeft het afgelopen woensdag misschien al op het internet gelezen: archeologen van de Vrije Universiteit in Amsterdam en Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed hebben in de Betuwe een Laat-Romeinse goudschat opgegraven, die daar rond het jaar 460 n.Chr. is begraven. Als u er meer over wil weten, moet u vanavond het NRC Handelsblad even lezen, waarin ik er verslag van doe, of morgen het lange achtergrondverhaal in de wetenschapsbijlage van dezelfde krant.

Voor het moment iets anders: het verslag van een van de vinders, Cees-Jan van de Pol. Het berichtje waar ik zojuist naar linkte, noemt hem een “hobbyist”, maar het is nu net iemand die het zoeken naar oudheden met metaaldetectoren serieus neemt en ervoor heeft gezorgd dat de schat niet verloren is gegaan voor de wetenschap. De gouden munten zijn vanaf vandaag te zien in Museum het Valkhof in Nijmegen, maar het is niet voor het eerst dat dankzij Van de Pol een museum een belangrijk voorwerp krijgt: het belangrijke Museum Dorestad heeft aan hem een belangrijke Vikingring te danken. Ik geef hem nu graag het woord over zijn Laat-Romeinse vondst.

Lees verder “Goud!”

Een nieuwe Bijbel in hedendaags Nederlands

Het Nederlandse taalgebied is alweer een moderne Bijbelvertaling rijker. Eind mei is een volledige herziening verschenen van de Nieuwewereldvertaling, een kosteloos verkrijgbare vertaling die sinds 1969 is uitgegeven door Jehovah’s Getuigen. Slechts vijftien van de 31.173 verzen bleven ongewijzigd, zodat beslist van een nieuwe vertaling gesproken kan worden.

De oorspronkelijke Nederlandse Nieuwewereldvertaling (NWT), die een totale oplage had van 1,1 miljoen gedrukte exemplaren, is misschien het meest bekend om het stelselmatig weergeven van de eigennaam van God in de Nederlandse tekst, waarbij de vier Hebreeuwse medeklinkers van deze naam, JHWH, leesbaar zijn gemaakt als “Jehovah”. Met het weergeven van de eigennaam werd stelling genomen tegen de meeste andere Bijbelvertalingen. Daarin wordt de godsnaam immers steevast vervangen door “Heer” of “He(e)re”. Ook in de herziene Nieuwewereldvertaling (NWT2017) komt de godsnaam vaker voor dan elke andere bijbelse naam. Sterker nog, de weergave van Gods naam wordt in een appendix over vertaalprincipes als eerste genoemd. “Een betrouwbare vertaling moet Gods naam heiligen door die zijn rechtmatige plaats in de Bijbel terug te geven” (blz. 1721). Dit criterium wordt onderbouwd door een verwijzing naar de bekende zinsnede uit het Onze Vader: “laat uw naam geheiligd worden” (Matteüs 6:9).

Lees verder “Een nieuwe Bijbel in hedendaags Nederlands”