MoM | Seriatie

Seriatie van Bronstijd-bijlen (Grand Curtius Museum, Luik)

Onder de Place Saint-Lambert in Luik is het Archeoforum, waar de resten van een Romeinse villa zijn te zien en voorwerpen vanaf de Late Steentijd tot op heden. Even verderop is het historisch museum Grand Curtius, dat een mooie archeologische collectie heeft uit oostelijk Wallonië, uitgebreid met voorwerpen uit andere delen van Europa. Beide instellingen zijn modern en mooi, en als u toch in Luik bent moet u er zeker heen, maar ik beken dat je wel veel van de Oudheid moet houden om er speciaal voor naar Luik te gaan. Tongeren is in dit opzicht aantrekkelijker. Waar ik in het Grand Curtius echter heel blij van werd, was dat er uitleg was van een seriatie.

Archeologen graven dingen op en de oudere voorwerpen liggen doorgaans onder de jongere. Als je maar genoeg materiaal hebt, kun je een ontwikkeling vaststellen. Op de foto hierboven loopt die van links naar rechts en op de foto’s die ik hieronder zal tonen, is – eigenlijk heel ergerlijk – het oudste boven en het jongste onder. Eerst de bijl die op de foto boven links is te zien: een vuurstenen bijl uit het Late Neolithicum. Dit voorwerp, een Flint Rechteckbeil, is afkomstig uit Denemarken.

Lees verder “MoM | Seriatie”

Als een wetenschap kapot gaat

Een mummie-kartonnage (Archeologisch Museum, Zagreb)

Dit is een zelfstandig vervolg op een stukje dat ik eerder schreef over het papyusfragment dat bekendstaat als eerste-eeuwse Marcus. U hoeft het niet eerst te lezen want het stukje van vandaag staat op zichzelf, maar als u het eerdere stukje toch leest, hebt u weer even paraat waarom papyri zonder geldige provenance wetenschappelijk van nul en generlei waarde zijn, dat een eerste-eeuws fragment van het Evangelie van Marcus niet bleek te zijn wat het leek, dat de vooraanstaande Oxford-geleerde Dirk Obbink lijkt te hebben gelogen en gestolen, dat een grote Amerikaanse collectie  (de Green Collection) heeft opgetreden als heler en dat Oxford een onderzoek instelt.

Wat is het nieuws? Per e-mail verneem ik dat Obbink nu is “suspended” van de Association Internationale de Papyrologues. Dat is een heel harde en gelukkig zeldzame maatregel, die een halve eeuw geleden voor het laatst is genomen (in 1972 om precies te zijn). Zo’n besluit neemt zo’n organisatie niet lichtvaardig en zéker niet als het gaat om iemand die werkelijk vooraanstaand is. Nu is “vooraanstaand” natuurlijk zo’n flauw compliment dat eigenlijk niks betekent, ongeveer zoals Wim Kan alle bewindspersonen “zéér bekwaam” noemde, maar Obbink is echt wel iemand. Ik heb lang geleden al eens geschreven over zijn ontdekking van een enorme lap van een tragedie van de joodse auteur Ezechiël. Wat nu gebeurt is ongeveer hetzelfde als wanneer een club een Nobelprijswinnaar royeert. Er moet verdraaid overtuigend bewijs zijn.

Lees verder “Als een wetenschap kapot gaat”

Twee soorten eruditie

Het Renaissance-ideaal van algemene ontwikkeling, maar dan op z’n middeleeuws: de Zeven Vrije Kunsten. Afbeelding uit de Hortus Deliciarum, ca.1180.

Soms komt dezelfde vraag van verschillende kanten op je af. In de mooie biografie die Annet Mooij wijdde aan Gisèle van Waterschoot van der Gracht en waarover ik nog zal bloggen, kwam ook de culturele kring van haar huisgenoten aan de orde, mannen die graag samen teksten lazen. Mooij geeft verschillende keren een overzicht van hun lectuur en dat is dan voornamelijk poëzie van Stefan George, Friedrich Hölderlin en William Shakespeare. Niks mis mee, maar ik was verbaasd over de eenzijdigheid van dit programma. Echt erudiet kan ik het namelijk niet noemen, terwijl deze mannen toch streefden naar culturele groei.

Wat me brengt bij de vraag wat eruditie is. Die vraag kwam impliciet ook aan bod in een stuk dat mijn collega Marcel Hulspas onlangs schreef op de weblog van de VWN: vijf redenen waarom er een nonfictie-prijs moet komen. Nu ben ik zelf niet zo van de prijzencircussen, maar dat belet me niet te zien dat Hulspas een punt heeft. Hoewel er veel literaire prijzen zijn, is nonfictie stiefmoederlijk bedeeld, al worden pogingen ondernomen dat te repareren. Hulspas doet ze af als halfwassen:

Onlangs maakte de Bookspot-prijs (dat was ooit de AKO-literatuurprijs) bekend dat ze voortaan ook een nonfictie-prijs willen uitreiken. Daarvoor is de literaire jury uitgebreid met één (1, one, uno) historicus, die blijkbaar geacht wordt chemie, wiskunde, theologie, biologie, sociale wetenschappen, natuurkunde en rechtswetenschappen er ‘even bij te doen’.

Lees verder “Twee soorten eruditie”

Livius Nieuwsbrief | Augustus 2019

Dit is de 168e aflevering van de Livius Nieuwsbrief met nieuws over de Oudheid. Bijna 7600 abonnees ontvangen de nieuwsbrief elke maand gratis; voor adreswijzigingen en afmeldingen volstaan uitsluitend mailtjes naar nieuwsbrief@livius.nl.

Jona Lendering (redactie)

======================================

LIVIUS’ EIGEN NIEUWS

Een greep uit het Liviusaanbod: we doen dit najaar een cursus over de Feniciërs en Karthagers in Amsterdam en Bussum en ook in Gouda. Er zijn cursussen over de Grieken in Dronten, Zaanstad en Zoetermeer, over de Romeinen in de Lage Landen in Haarlem, over de Trojaanse Oorlog in Hoorn en over het vroege christendom in Schagen.

Lees verder “Livius Nieuwsbrief | Augustus 2019”

Nog eenmaal Von Stauffenberg

Von Stauffenberg (Ruhmeshalle, München)

Het zal u afgelopen weekend duidelijk zijn geworden dat Von Stauffenberg me fascineert. Ik heb mezelf afgevraagd waarom eigenlijk. In elk geval speelde een rol dat ik in Stuttgart een expositie heb bezocht waar ik voor het eerst las over de eedaflegging. Alle theatraliteit ten spijt zit daar iets in dat me boeit: het aristocratische ideaal. Ik bedoel daarmee niet dat je door geboorte een beter mens bent, maar dat je “durch großen Sinn, Zucht und Opfer den anderen vorangehen” wil. Het is een Bildungs-ideaal.

Let wel: de gezworenen bedoelden er méér mee. Zij verachtten de gelijkheidsleugen, eisten respect voor de van nature bestaande rangen (de geboorteadel dus) en wilden weliswaar de anderen door inzicht, tucht en offerbereidheid voorgaan, maar zagen zich daarbij als leidinggevenden en niet als leraren, opiniemakers of wegbereiders. Dat gezegd zijnde: er is iets te zeggen voor het idee je positief te willen onderscheiden, een nadere verplichting jegens de gemeenschap aan te gaan, jezelf tot iets te verplichten. Ook is er iets te zeggen voor de stelling dat als je geprivilegieerd bent, de lat voor jou hoger ligt. Het is de boodschap van de Ilias, van het Wilhelmus en van Spiderman: with great power also comes great responsibility.

Lees verder “Nog eenmaal Von Stauffenberg”

MoM | Oudheidkundes

Zomaar ter illustratie een Grieks theatermasker uit het Archeologisch Museum in Thessaloniki. Niet dat het iets met het onderstaande te maken heeft maar ik heb geen beter plaatje en ach, het is wel zo aardig.

Het kwam vorige week even ter sprake: wat is eigenlijk het verschil tussen al die oudheidkundige disciplines? Misschien is het zinvol om wat begripsverheldering te bieden, temeer omdat ik nogal eens word geconfronteerd met mensen die niet begrijpen dat geschiedenis een vak is.

De oude wereld wordt vanouds bestudeerd door mensen die ik classici zal noemen. Die staan in een prachtige traditie, teruggaand op de Renaissance, toen de inzet was dat de mensen graag beter wilden schrijven en de Oudheid als voorbeeld namen. Er waren destijds ook geleerden die de Oudheid niet zozeer wilden volgen maar gewoon wilden kennen. In feite zijn deze attitudes nog altijd aanwezig: er zijn nog volop classici die vooral bewondering voelen voor wat inderdaad mooi is – het boek van Simon Goldhill dat ik ooit besprak is een voorbeeld – en er zijn mensen die hun vakgroep liever “Griekse en Latijnse taal en cultuur” noemen. Meestal worden ze samen aangeboden, al oogt dat toch een beetje alsof je het hebt over de faculteit “Franse en Duitse taal en cultuur”, maar zo vreemd is dat niet: een groot deel van de Romeinse literatuur is nu eenmaal in het Grieks. Veel opvallender is eigenlijk de afwezigheid van het Aramees voor wie de literatuur en cultuur van de Romeinen wil bestuderen.

De tweede grote groep wetenschappers die zich met de oude wereld bezighoudt, zijn de archeologen. Oorspronkelijk waren dat vooral kunsthistorici à la Winckelmann, die de bewonderende houding deelden met sommige classici. Ik kan ver met hen mee gaan. Als ik niet meer minimaal eens per week zou denken “dit is mooi”, zou ik ander werk moeten gaan zoeken.

Lees verder “MoM | Oudheidkundes”

De Cuijkse affaire

(uit de Beleidsnota Archeologie Cuijk, 2019)

Ik mag dan Jona heten, een profeet ben ik niet en de toekomst is voor mij even ongewis als voor u. Als je echter genoeg schrijft, doe je vroeg of laat weleens een voorspelling en die komt vroeg of laat weleens uit. Dat is helaas gebeurd.

In De klad in de klassieken schreef ik over de rechtvaardiging van oudheidkundig onderzoek en voorlichting en ik merkte op dat van de oudheidkundige disciplines de archeologie er het slechtst voorstond. Omdat de financiering via de Monumentenwet uitstekend was geregeld, zo gaf ik aan, waren de betrokkenen er niet langer aan gewend hun activiteiten met inhoudelijke argumenten toe te lichten.

De argumenten waarmee classici en oudhistorici hun relevantie onderbouwen, zijn weliswaar niet sterk, maar het zijn tenminste argumenten en er is wel eens over nagedacht. De archeologie daarentegen is zo sterk als de Monumentenwet.

Als er ineens wél vragen zijn over financiering, aard en belang van hun werkzaamheden, zijn archeologen verdraaid slecht voorbereid.

Lees verder “De Cuijkse affaire”