De Cuijkse affaire

(uit de Beleidsnota Archeologie Cuijk, 2019)

Ik mag dan Jona heten, een profeet ben ik niet en de toekomst is voor mij even ongewis als voor u. Als je echter genoeg schrijft, doe je vroeg of laat weleens een voorspelling en die komt vroeg of laat weleens uit. Dat is helaas gebeurd.

In De klad in de klassieken schreef ik over de rechtvaardiging van oudheidkundig onderzoek en voorlichting en ik merkte op dat van de oudheidkundige disciplines de archeologie er het slechtst voorstond. Omdat de financiering via de Monumentenwet uitstekend was geregeld, zo gaf ik aan, waren de betrokkenen er niet langer aan gewend hun activiteiten met inhoudelijke argumenten toe te lichten.

De argumenten waarmee classici en oudhistorici hun relevantie onderbouwen, zijn weliswaar niet sterk, maar het zijn tenminste argumenten en er is wel eens over nagedacht. De archeologie daarentegen is zo sterk als de Monumentenwet.

Als er ineens wél vragen zijn over financiering, aard en belang van hun werkzaamheden, zijn archeologen verdraaid slecht voorbereid.

Lees verder “De Cuijkse affaire”

MoM | Eclecticisme

Xanten, gereconstrueerde herberg

Afgelopen vrijdag was ik in Xanten, waar enkele gebouwen uit de Romeinse stad Colonia Ulpia Traiana zijn nagebouwd. De reconstructies in het archeologische park zijn doorgaans heel goed doordacht. Wat de Duitse oudheidkundigen niet weten, zullen ze u niet tonen en om die reden is bijvoorbeeld het amfitheater nogal kaal. Uit andere steden weten we dat zo’n executieschouwburg was voorzien van allerlei standbeelden maar omdat de sokkels in Xanten (nog) niet zijn opgegraven, zult u die daar dus niet zien.

Bij de bovenstaande herberg lijkt men iets minder terughoudend geweest. We hebben – althans voor zover ik het kan overzien – in feite geen idee van de kleuren die de antieke stad aan de Rijn kan hebben gehad. Dat er is gekozen voor een witgekalkte muur waarvan de onderkant is geverfd met rode menie, is vermoedelijk gebaseerd op informatie uit Pompeii. Misschien vergis ik me, maar het gaat me in het stukje van vandaag minder om de precieze conclusies dan om de methode waarmee die worden bereikt. De oudheidkundige beschikt in dit geval over twee soorten data: enerzijds datgene wat archeologen op een bepaalde plaats uit de grond halen en anderzijds datgene wat hij, om zo te zeggen, importeert uit andere opgravingen.

Lees verder “MoM | Eclecticisme”

MoM | The Rise of Civilization (2)

(klik met rechter-muisknop = groot)

Als voorbeeld van de op neo-evolutionisme gebaseerde New Archaeology kan de overgang dienen van een egalitaire, agrarische maatschappij uit de Late Steentijd naar de eerste stadstaten. Anders gezegd: het immer fascinerende Chalcolithicum. Beide samenlevingstypen kunnen worden beschreven als structureel en functioneel samenhangend maar hoe kwam men van het ene type maatschappij naar het andere? Hoe veranderde het ene culturele systeem in het andere?

In de eerste helft van de twintigste eeuw zochten oudheidkundigen het in een keten van opeenvolgende oorzaken en gevolgen: een klimaatverandering had ertoe geleid dat men dijken en kanalen moest gaan aanleggen, dit had coördinatie verondersteld, daardoor was het centraal gezag versterkt, en dus waren paleizen en steden ontstaan. Onderzoekers als Braidwood waren er al van overtuigd geweest dat het zo niet kon zijn en de koolstofdateringen bevestigden in elk geval dat het geen revolutionaire ommekeer was geweest maar een geleidelijke evolutie. (Politiek buskruit, zoals ik al eens schreef.) De nieuwe archeologen conceptualiseerden het daarom als een geleidelijk proces, dat bestond uit allerlei wisselwerkingen, zoals blijkt uit het schema hierboven: de Nederlandse versie van een plaatje uit Redmans The Rise of Civilization.

Lees verder “MoM | The Rise of Civilization (2)”

MoM | The Rise of Civilization (1)

Hier ben ik dus echt superblij mee, met het boek dat u hierboven ziet: Charles Redmans The Rise of Civilization. U hoeft er niet voor naar de boekhandel want het is niet langer leverbaar. Het verscheen in 1978 en al in mijn studietijd moesten we ons behelpen met fotokopieën. De puntgave eerste druk die ik sinds enkele dagen bezit, heb ik verworven dankzij de bemiddeling van een aardige mevrouw die wist wat ik leuk vind: een boek namelijk waarin de auteur een paar dingen tegelijk doet.

  1. Redman beschrijft de transformatie van de mens als dier tot de mens die in steden woont, informatie deelt, welvaart opbouwt en bewust zoekt naar manieren om zijn positie verder te verbeteren;
  2. hij legt uit hoe archeologen, die welbeschouwd slechts beschikken over (meestal kapotte) oude voorwerpen, in staat zijn samenlevingen én hun ontwikkeling te reconstrueren;
  3. hij legt voorbeeldig uit waarvoor de toenmalige New Archaeology stond;
  4. en – helaas nog altijd een punt van aandacht – Redman gebruikt fatsoenlijk beeldmateriaal.

Lees verder “MoM | The Rise of Civilization (1)”

Hoe je niet over archeologie moet schrijven

Verbrande papyri uit Herculaneum

Zoals u weet, trouwe lezer van deze blog, liggen er duizenden onuitgegeven papyri in museumdepots. Vaak niet meer dan fragmenten of snippers, maar er zijn zeer intrigerende teksten bij. In Napels liggen bijvoorbeeld honderden verbrande boekrollen – uit mijn hoofd: achttienhonderd of zoiets – die in de achttiende eeuw zijn aangetroffen in de Villa dei papiri bij Herculaneum.

Om uw eerste angst weg te nemen: die rollen zijn zeker niet vervalst. We weten hoe ze zijn gevonden. Wie zich ermee bezighoudt, bevordert ook de plundering van Egyptische grafvelden niet. Kortom, hier geen schendingen van de wetenschapsethiek. Wel zijn er ruzies tussen de onderzoeksteams én resultaten: de Historiën van de Seneca de Oudere zijn gevonden. Dat is een majeure ontdekking – maar er zijn wel wat vraagtekens. Nogal veel zelfs. Dit is wat we weten:

Lees verder “Hoe je niet over archeologie moet schrijven”

MoM | Johan Picardt

Coevorden, kerk
Coevorden, kerk

Een van de beste mij bekende oudheidkundige boeken is Lost World of the Golden King van Frank Holt (recensie). Hoofdstuk na hoofdstuk neemt hij u mee langs de diverse manieren waarop oudheidkundigen zich bezig hebben gehouden met de oostelijke buitenposten van de Grieks-Romeinse cultuur: Baktrië. Zeg maar het grensgebied van Afghanistan en Oezbekistan, met steden als Kampyr Tepe, Begram en Ai Khanum. Zeg maar de museumcollecties van de musea in Kabul (die u kunt kennen van reizende exposities), Tashkent en Termez. Zeg maar het gebied waar de klassieke cultuur nooit vanzelfsprekend was, waar ze elke keer opnieuw werd bevochten en waar je ziet wat mensen het belangrijkste vonden om te bewaren: een uiterlijke vormentaal die prestige verleende.

Holt vertelt hoe het onderzoek begon toen oudheidkundigen probeerden bij elke uit de bronnen bekende koningsnaam een muntportret te vinden. Dit doel was al snel verwezenlijkt maar er was een complicatie: de muntverzamelaars waren gestuit op munten van vorsten die niet in de bronnen stonden vermeld.

En dan schakelen we nu over naar Drenthe, naar het stadje waarvan u de kerk hierboven ziet: Coevorden.

Lees verder “MoM | Johan Picardt”

Nieuws zonder filter (5)

Grote mannen, sensationele verhalen (maar dit was dus onzin)

In mijn eerste stukje over mijn lezing bij “Oog op de Oudheid” vertelde ik dat wetenschap sowieso een subjectief element heeft en in het tweede gaf ik aan dat onderzoekers deze vrijheid nogal eens gebruiken om hun onderzoeksresultaten mooier voor te stellen dan ze eigenlijk zijn. Daar voegde ik nog aan toe dat de verworven data soms vals zijn.

Het wetenschappelijke aanbod, dat weliswaar het minst slechte is waarover de mensheid beschikt maar dat bepaald beter zou kunnen, komt vervolgens bij de media en journalisten willen weliswaar enerzijds inzicht geven in het wetenschappelijk proces, maar moeten uiteindelijk wel nieuws hebben. Er gaat daardoor veel aandacht naar doorbraken en ontdekkingen, waardoor de kern van de geesteswetenschappen, het doorgronden van het eigen denken, onderbelicht blijft. Classici houden doorgaans vast aan die kern en zijn daardoor voor de media oninteressant; archeologen hebben hun geesteswetenschappelijke essentie opgegeven en presenteren alles maar als ontdekking, ook als het dat feitelijk niet is.

Saaie frames

Nieuws vergt echter duiding. En dat kan niet iets zijn als “de DNA-revolutie leidt tot nieuwe heuristieken, namelijk een wijdere filologische interpretatiehorizon”. Dat is weliswaar de crux, maar de gemiddelde lezer haakt af. Journalisten vallen daarom terug op vertrouwde frames. Die komen vrijwel allemaal uit de negentiende eeuw.

Lees verder “Nieuws zonder filter (5)”