MoM | Vergelijkingen (2)

Tja, je kunt de muur van Donald Trump vergelijken met die van Hadrianus, en dan iets brommen over migratie, maar het verleden laten wat het is en het heden rustig aan de hand van beschikbare cijfers analyseren is vruchtbaarder.

[In het eerste deel legde ik uit dat vergelijkingen tussen nu en de Oudheid lastig zijn. Je zult minimaal het comparandum moeten rechtvaardigen.]

Nog een voorbeeld

Hier is nog een voorbeeld van hoe het niet moet: “Immigration: How ancient Rome dealt with the Barbarians at the gate”. Voor een analyse van de redenatiefouten verwijs ik naar een stuk van Jeroen Wijnendaele van de Universiteit in Gent, te vinden op zijn Facebookpagina. U moet het daar maar even lezen; ik citeer alleen de conclusie

The ultimate premise is that Roman society is our logical western antecedent, that “we” are just as Rome, and that the problems of our world mirror theirs et vice versa. It does not. Roman history is best studied for its own sake, not to advise us on contemporary world problems, because the two are manifestly worlds apart.

Het is krek zo. Wie de huidige vluchtelingencrises wil begrijpen, kan met vrucht de hedendaagse werkelijkheid analyseren. Gewoon de statistieken nuchter lezen dus en onderzoek doen naar de oorzaken. Dat is een vruchtbaarder aanpak dan de Oudheid erbij halen. Wie de ondergang van het Romeinse Rijk wil begrijpen en er een vergelijking bij wil halen, kan een vergelijking maken met de ondergang van Achaimenidisch of Sasanidisch Perzië of de periode van de Drie Koninkrijken in China.

Lees verder “MoM | Vergelijkingen (2)”

MoM | Vergelijkingen (1)

Een herder: zomaar een beroep uit een agrarische samenleving

Een van de boeiendste klassieke auteurs is Appianus van Alexandrië. Om dat te begrijpen even dit: in zijn tijd waren alle historici nog methodisch individualisten, wat wil zeggen dat ze, als ze oorzaken zochten, alleen wezen op individuen. In zijn analyse van het uitbreken van de Romeinse burgeroorlogen kijkt Appianus echter verder: hij begreep dat er bovenindividuele factoren waren, die wij zouden aanduiden als werkloosheid, agrarische crises en schuldenproblematiek. Ik blogde er al eens over. In de zin dat hij zijn tijd een eeuw of achttien vooruit was, was Appianus een soort Archimedes. Wie zegt dat er in de geesteswetenschappen geen vooruitgang is en dat er alleen veranderende inzichten zijn, bewijst vooral zijn eigen onkunde.

Appianus roept ook dezelfde vragen op als Archimedes. Door welke omstandigheden zag hij het scherper? Waarom zagen anderen niet wat hij zag? Waarom pikten ze het niet op? Waarom herkennen hedendaagse wetenschappers het wel? Niet kapot te krijgen dus, Appianus, maar toen twee jaar geleden een (mooie) vertaling verscheen, benadrukten recensenten steeds de parallellen tussen de burgeroorlogen en de actuele politieke situatie. Dat is om drie redenen vreemd. Eén: het is zoiets als Archimedes gebruiken als bron voor het hellenistisch badwezen en vergeten dat hij als eerste een natuurwet beschreef. Twee: de vergelijking is op het obscene af platvloers. Drie: als Mark Rutte een even vulgaire vergelijking maakt tussen Europa en de ondergang van het Romeinse Rijk, klinkt er protest, maar als Appianus wordt gereduceerd tot lachspiegel, is het stilzwijgen oorverdovend.

Lees verder “MoM | Vergelijkingen (1)”

MoM | Hoe mol ik een debat?

Kültepe (Kaneš): Paleis van Waršama (en u leest hier maar waarom het belangrijk is)

Ergens rond 2005 of 2006 werd ik uitgenodigd om in het Allard Pierson-museum te spreken over wetenschapscommunicatie. Om me voor te bereiden sprak ik met twee journalisten, die allebei een verschijnsel noemden dat ik vaag kende en waarvan ik destijds ook een voorbeeld kon noemen, maar dat ik nooit had geïdentificeerd als probleem: de wetenschapper die een publieksboek schrijft om zijn gelijk te halen nadat hij de wetenschappelijke discussie heeft verloren.

Dat was dus in 2005 of 2006. Het internet was al niet meer weg te denken en op de bijeenkomst in het museum is zeker ook gesproken over het simpele gegeven dat we niet konden doorgaan met “populariseren” alsof we nog leefden in de jaren tachtig.  Dat de Wikipedia zou uitgroeien tot een plek waar wetenschappers buiten de officiële kanalen om zouden proberen hun gelijk te halen, was toen echter nog ondenkbaar. Het gebeurt echter wel degelijk, zoals bij de chronologie van Mesopotamië.

Lees verder “MoM | Hoe mol ik een debat?”

Prosmans obscurantisme

Jezus in de Hof van Olijven (muurschildering uit de Sta. Maria in Via Lata, Rome, nu in het Museo della Crypta Balbi)

Ik meende dat de Evangelische Omroep steeds opener werd voor wat ik maar even “de wetenschap” zal noemen. Ik heb weleens op de radio mogen uitleggen waarom al die opgravingen in Israël waarin het gelijk van de Bijbel werd bewezen, volstrekte flauwekul zijn. EO-voorman Andries Knevel liet zich ervan overtuigen dat wetenschap en religie niet (hoeven te) snijden en dat het bestaan van evolutie niet betekende dat er geen voorzienigheid was. Ik ben in een vroege fase betrokken geweest bij een documentaire-reeks over de historische Jezus die een paar weken geleden is uitgezonden.

Dat de EO opener was komen staan voor de wereld, was bovendien in lijn met wat ik zie bij evangelische vrienden, die wel een voorkeur hebben voor een meer letterlijke uitleg van de Bijbel, maar moeiteloos erkennen dat er ook anders naar kan worden gekeken. In de zin dat ze het vermogen hebben hetzelfde probleem vanuit twee perspectieven te bekijken, met en zonder de geloofsaanname dat de Bijbel letterlijk waar is, belichamen ze een ruimdenkendheid die ik de “angry atheists” zou toewensen. Kortom, ik was optimistisch over de EO. Maar ik had dit interview met “evangelisch populist” dominee Henk-Jan Prosman nog niet gelezen. “Eigenlijk was Jezus ook een populist.”

Lees verder “Prosmans obscurantisme”

MoM | Lectio difficilior

Een middeleeuwse kopiist aan het werk

Omdat ik woensdag een praatje houd over wetenschapsbloggen, meer in het bijzonder over uitleg van de methode, besprak ik afgelopen weekend mijn activiteiten met een paar mensen, en iemand wees me erop dat uitleg weleens een soort opstapeling is: soms kun je pas over iets bloggen als je bepaalde basiskennis kunt aannemen bij de lezers.

Ik herken het: regelmatig krijg ik reacties die duidelijk maken dat mensen eerdere stukken niet kennen. Je kunt dat redelijkerwijs ook niet verwachten. Des te leuker is het natuurlijk als iemand me eraan herinnert dat ik eerder iets anders heb beweerd, wat ik ook regelmatig meemaak.

Vandaag stapel ik maar eens een stukje op een eerder stukje: namelijk hierop, een blogje over de Lachmann-methode, de manier waarmee classici aan de hand van de fouten in middeleeuwse handschriften de tekst reconstrueren (“constitueren”) die antieke auteurs hebben geschreven.

Lees verder “MoM | Lectio difficilior”

Oog op de Oudheid 2019

De Oudheid is een fascinerende tijd en de oudheidkundige disciplines zijn al even fascinerend. Om ook dat laatste te tonen, organiseerde het Rijksmuseum van Oudheden in 2018 voor het eerst “Oog op de Oudheid”. Vier avonden lang vernam u wat onderzoekers nu eigenlijk doen. Omdat dat een succes was, zijn er in 2019 opnieuw vier avonden, gewijd aan het thema DATA en onder hetzelfde motto als vorig jaar: “Geen weetjes maar wetenschap”.

Elke avond “Oog op de Oudheid 2019” begint om 19:30 (zaal open 19:00), wordt ingeleid door brandende journalistenvragen van Marcel Hulspas, kent een pauze met “antieke” wijnen van Eet!Verleden en sluit met een korte discussie tot 22:00 onder leiding van presentator Richard Kroes.

Lees verder “Oog op de Oudheid 2019”

MoM | De opgraving van Tell Deir Alla

De oudheidkundige beschikt over teksten en over vondsten. Die twee soorten data documenteren op verschillende manieren hetzelfde verleden. Ze zijn allebei lastig. De geschreven bronnen veronderstellen een wereld, een wereldbeeld en een vormentaal die grondig afwijken van de onze; ze zonder doordachte uitlegstrategie (“hermeneuse”) lezen is zoiets als bij de Ronde van Frankrijk gaan zoeken naar de man met de hamer. Archeologische vondsten zijn dan weer ambigu en zeggen alleen maar iets als je gerichte vragen stelt. Oudheidkunde is geen kwestie van “Data, data, speak to me!” De data zeggen pas iets als je een vraag en een methode hebt.

Daarbij komen de problemen van de wisselwerking tussen deze twee soorten bewijsmateriaal, zoals bij de chronologie. Die is voor de archeologie voor een deel gebaseerd op het aardewerk, dat aanvankelijk werd gedateerd aan de hand van geschreven bronnen. Simpel voorbeeld: als we lezen dat de Assyriërs het koninkrijk Israël rond 724 v.Chr. onder de voet liepen, dan zal het Assyrische vaatwerk dat in Megiddo is opgegraven wel dateren van na dat jaar. De teksten bieden in deze redenering dus een ijkpunt voor de aardewerkchronologie. Lange tijd probeerden oudheidkundigen op deze wijze ook een chronologie te bouwen voor eerdere perioden in het Israëlisch-Palestijnse verleden, maar dat is niet gelukt. Inmiddels is de verhouding tussen tekst en vondst omgedraaid: de aardewerkchronologie wordt zoveel mogelijk gebaseerd op laboratoriumtechnieken, daarmee bepalen wetenschappers het verhaal over het de Brons- en IJzertijd, en pas daarna wordt gekeken hoe de teksten daarbinnen passen.

Een eerste stap in die richting werd gezet in Tell Deir Alla in Jordanië, waar de Leidse onderzoeker Henk Franken (1917-2005) in de jaren zestig onderzoek deed, speciaal gericht op de aardewerkchronologie. Aan zijn werk is een heel leuk boek gewijd, We graven hier niet de Bijbel op! van Margreet Steiner en Bart Wagemakers.

Lees verder “MoM | De opgraving van Tell Deir Alla”