Het ideale handboek (volgens mij dan)

Pauw in Cherchell; er is geen diepere betekenis of verband met het onderstaande, maar het is een leuk plaatje.

Ik wilde, zo kondigde ik vorige week aan, gaan bloggen over het handboek waarover ik ooit eerstejaarscolleges heb gehad. Een kennismaking met de oude wereld is zes keer geactualiseerd herdrukt dus ik zal er zeker weggezakte kennis mee opfrissen. Maar de afgelopen week bedacht ik: hoe zou ik zelf een boek schrijven waarmee eerstejaars met de oude wereld kennis zouden maken?

Opfrissen

Het zou, denk ik, moeten beginnen met een vluchtig overzicht, zoals ik zelf ooit hier heb gepubliceerd. Ik weet niet hoeveel woorden het zijn, misschien duizend, maar het geeft de hoofdlijnen, een basis die nuttig is om op voort te bouwen. Daarna zou ik uitleggen waarom de bestudering van de Oudheid een wetenschap is. Even de colleges wetenschapsleer opfrissen waarmee het eerste academisch jaar begon. Hoofdstuk één, paragraaf één: wat is een feit? Daarna een introductie tot de oudheidkundige data: iets over teksten en de uitleg daarvan, iets over vondsten en vondstinterpretatie, iets over etnografische parallellen, iets over de discussies onder historici, zoals de relatie tussen individu en proces of de aard van continuïteit. Ook nog iets over de kern van een wetenschap (de negatieve heuristiek van verboden manieren om de data te interpreteren) en de beschermende schil (de positieve heuristiek van toegestane interpretatiewijzen).

Lees verder “Het ideale handboek (volgens mij dan)”

Komt er duidelijkheid over de Sapfo-fragmenten?

Enkele teruggegeven papyri (©Egypt Independent)

Er is nieuws over de in januari 2014 opgedoken fragmenten van Sapfo. De Amerikaanse familie Green, die gedwongen is een enorme collectie illegale oudheden terug te geven aan de landen van herkomst, heeft inmiddels ruim 5000 stukken teruggestuurd naar Egypte. Dit volgt op de teruggave van gestolen Mesopotamische voorwerpen aan Irak. U leest hier meer over de Egyptische retourzending en foto’s zijn daar.

Sapfo

Voor wie geïnteresseerd is in de Sapfo-papyri, een van de interessantste ontdekkingen uit het afgelopen decennium, is dit groot nieuws. Wat we momenteel denken te weten is:

  • Een tussenhandelaar heeft enkele fragmenten, behorend tot één rol, verkocht aan de Green-collectie.
  • Deze behield enkele delen en droeg andere delen (met daarop de meeste poëzie) over aan iemand anders (hierna: Anonymus 1).
  • Die liet ze door Oxford-geleerde Obbink onderzoeken.
  • Deze ontdekte dat het ging om Sapfo.
  • Wetenschappelijke publicaties dreven de veilingprijs op.

Het is zeker dat de fragmenten die bij de Greens waren, nu naar Egypte gaan. Daar komen ze in het Koptisch Museum in Cairo, waar ze onderzocht kunnen worden.

Lees verder “Komt er duidelijkheid over de Sapfo-fragmenten?”

Geliefd boek: Wijlen Sarah Silbermann

In de aanloop naar het aanstaande carnaval (13 t/m 16 februari) heb ik in de kleine uurtjes de roman Wijlen Sarah Silbermann (1980) van Hubert Lampo herlezen, het boek dat mij precies vijfendertig jaar geleden op het spoor zette van de intrigerende geheimen binnen de volkscultuur en folklore onder het motto ‘niets is wat het lijkt’. Lampo (1920-2006) is de belangrijkste vertegenwoordiger van de stroming die als ‘magisch realisme‘ wordt betiteld: een stroming die zich kenmerkt door de realistische weergave van bovennatuurlijke verschijnselen, eigenschappen en gebeurtenissen. Magie, esoterie en het paranormale worden daarbij ongemerkt en geleidelijk een aanvankelijk alleszins realistische vertelling binnengesluisd.
Precies zoals ik het graag zie: legenden, sagen en dergelijke, maar wel met onderliggende feiten.

Wijlen Sarah Silbermann bevat diverse thema’s, grotendeels, typisch Lampo, jungiaans archetypisch. De titel van het boek met daarin de Joodse Sarah Silbermann, verwijst naar de Tweede Wereldoorlog, een tijd die Lampo licht getraumatiseerd is doorgekomen. Ook komt in het boek een Duitse Hauptmann voor van organisatie Ahnenerbe die perfect in het verhaal past.

Lees verder “Geliefd boek: Wijlen Sarah Silbermann”

Het oudhistorisch handboek

De auteur van een handboek heeft het in één opzicht makkelijk. Hij schrijft voor een publiek van eerstejaarsstudenten die ervoor hebben gekozen een bepaalde studie te doen. Je zou deze doelgroep, omdat ze het belang van het vak niet ter discussie stelt, wetenschapspositief kunnen noemen. Deze welwillende houding heeft als gevolg dat de auteur geen bladzijden hoeft te besteden aan uitleg van waartoe dat vak dient. Hij kan het boek gewoon tjokvol stoppen met conclusies. Dat het handboek dient voor een bepaald vak, geeft bovendien een duidelijke begrenzing. Zo, met een afgebakend vakterrein en een positieve doelgroep, kan een handboek zijn doel dienen: het is de basis voor werkcolleges, waarin studenten leren dat wat een handboekauteur schrijft, wordt tegengesproken door andere geleerden.

Geen consensus

Dat is niet omdat een handboekauteur niet alles weten kan, al speelt ook dat een rol. Veel belangrijker is dat er over veel zaken geen consensus is. Ik lees bijvoorbeeld zojuist dat Filippos II van Macedonië wegens een privéruzie werd vermoord. Misschien is dat zo, maar de voornaamste bron over de moord zegt expliciet dat de moordenaar wegrende naar enkele klaar gezette paarden, meervoud, wat de mogelijkheid opent dat er sprake was van een handlanger, een complot en een politiek motief. Er is dus discussie mogelijk en de auteur van een handboek presenteert alleen zijn eigen keuzes.

Dat is al moeilijk genoeg. Als de handboekauteur het makkelijk heeft door een heldere doelgroep, afbakening en doel, wil dat nog niet zeggen dat het ook in andere opzichten eenvoudig is.

Lees verder “Het oudhistorisch handboek”

Een prijs voor Mischa Meier

Er zijn allerlei redenen om literaire prijzen te negeren. Om te beginnen zijn er teveel valse voorwendselen. Onder het mom iets te doen aan cultuur, tuigt de boekenbranche een circus op van nominaties voor long en short lists en wat er nog meer voorafgaat aan de prijsuitreiking. Het doel is het creëren van aandacht voor een zo beperkt mogelijk aantal boeken, aangezien dat op voorraad valt te houden. Voorraden zijn namelijk duur. Geen kwaad woord over de hardwerkende boekverkoper, maar hoe smaller het aanbod, hoe beter voor de winkel en hoe smaller onze cultuur.

Non-fictie

Daarnaast zijn er de non-fictie-prijzen. Die dienen nogal eens om betrekkelijk kleine clubs een persmomentje te geven. De biologenclub reikt een prijs uit voor het beste biologieboek en zo voort. Helaas kent zo’n specialistenclub zelden de eisen voor verantwoorde non-fictie. Nu zal ik meteen erkennen dat termen als Public Understanding of Science, Public Awareness of Science en Public Engagement with Science onaantrekkelijk zijn, maar wetenschappers verwoorden daarmee serieuze inzichten over de wijze waarop ze zoveel mogelijk mensen zo snel mogelijk in contact brengen met zo recent mogelijke inzichten. (Stomtoevallig blog ik er maandag over omdat ik PUS, PAS en PES nodig heb voor een stukje van woensdag.)

Lees verder “Een prijs voor Mischa Meier”

Boeken, boeken, boeken

Een klein jaar geleden kreeg ik van een weldoener bovenstaande boeken uit de Budé-reeks cadeau, fijne uitgaven van klassieke teksten met Franse vertaling. Als ik de waarde van die schenking niet zou kennen, werd die me wel duidelijk toen ik onlangs twee exemplaren aanschafte en €180 kwijt was. Deze weldoener is echter niet de enige die me een plezier deed. Een bevriende classicus gebruikte de lockdown om zijn boekenbezit door te lopen en wat stofnesten af te stoten. Zo belandde het een en ander bij mij. Ik ben drie dagen bezig geweest het uit te zoeken. Gelukkig deed mijn goede vriend Richard, die net aan het verhuizen is, me een boekenkast cadeau. Nog een weldoener.

Ontdekkingen

Het is grappig te zien wat er zoal bestaat. Van sommige boeken zou ik het bestaan nooit hebben vermoed. De historicus in mij was blij te ontdekken dat Tim Cornell een moderne, driedelige uitgave heeft verzorgd van de fragmenten van de wat minder bekende Romeinse historici (Fragments of the Roman Historians). Ook heb ik nu toegang tot het Polybios-commentaar van F.B. Walbank, een schat aan informatie over een van de knapste historici uit de Oudheid. Ik ben bovendien nu de gelukkige bezitter van een recente vertaling van Curtius RufusGeschiedenis van Alexander van Macedonië. Allemaal ontdekkingen.

Lees verder “Boeken, boeken, boeken”

Geliefd boek: Snijpunt Isfahan

Maite Karssenberg (1989) schreef een alleraardigst boekje over een onalledaags onderwerp: Snijpunt Isfahan (2018). Hoewel: Een zoektocht van vader en dochter, zoals de ondertitel luidt, geeft het boek een alledaagser tweede thema: de zoektocht van dochter naar vader.

Aan de oppervlakte gaat het verhaal over een vader zoals er vermoedelijk tienduizenden rondlopen: veel te briljant voor deze samenleving en daardoor een beetje tussen de maatschappelijke wal en schip beland. Maite Karssenbergs vader is een wiskundeleraar die lastig gevallen wordt met veel teveel andere zaken dan het doceren van wiskunde, wiens carrière bijgevolg bestaat uit het steeds maar weer wisselen van school, met één jaar tussentijds postbode als serieus Fluchtversuch.

Lees verder “Geliefd boek: Snijpunt Isfahan”

Geliefd boek: Dossier H

Eén van mijn meest geliefde boeken is de roman Dossier H. (Dosja H., 1980) van de Albanese schrijver Ismail Kadare, geb. 1936 in Gjirokastër, in de vertaling van Roel Schuyt uit 2000. De H staat voor Homeros.

Het boek speelt rond 1935. Twee Ierse wetenschappers uit New York arriveren in Albanië om onderzoek te doen naar de in die tijd nog spaarzaam door rapsoden (zangers die de heldenepen voordroegen en zichzelf daarbij begeleidden op een eenvoudig snaarinstrument) uitgevoerde heldendichten, met het einddoel de vraag op te lossen wie de echte auteur van de Ilias en de Odysseia is: Homeros zelf, of heeft deze blinde dichter bestaande fragmenten verzameld en samengevoegd waardoor hij meer een traditie dan een persoon zou vertegenwoordigen?

Dit verhaal is in feite de raamvertelling waarin het eigenlijke thema van het boek is ingebed – de haat tussen de Albaniërs en Serviërs – maar dit terzijde.

Lees verder “Geliefd boek: Dossier H”

MoM | Thesaurus linguae Latinae

Kasten vol dozen met systeemkaarten

De Thesaurus linguae Latinae is een wetenschappelijk woordenboek van het Latijn. Nu zou je kunnen denken: er bestaan toch al woordenboeken Latijn? Inderdaad, het meest bekend is voor Nederlanders het woordenboek van Pinkster, voor Engelsen de Oxford Latin Dictionary, en zo heeft elk taalgebied wel zijn Latijnwoordenboek.

Nu is er een aantal problemen met deze woordenboeken. Ten eerste zijn ze gemaakt op basis van maar een beperkt aantal teksten, meestal bestaand uit werken van  “grote” auteurs als Cicero, Caesar, Vergilius, Ovidius. Ten tweede bouwen ze meestal op elkaar op: zo is Pinkster oorspronkelijk een bewerking van het Duitse woordenboek van Pons, dat weer een bewerking is van Taschen-Heinichen. Op deze manier krijgen we steeds dezelfde lemmata met dezelfde betekenissen, en soms zelfs dezelfde fouten.

Lees verder “MoM | Thesaurus linguae Latinae”

Het is wél ons probleem

Nou, nou. Dat was weer brekend nieuws zeg! Israëlische archeologen vonden in een Byzantijnse kerk een inscriptie ter ere van de Griekse god Pan. Je probeert natuurlijk meteen te bedenken wat dat grote nieuws kan zijn. Dat kerkenbouwers weleens oude stenen hergebruikten en dat daarop weleens een oude tekst stond? Geen nieuws. Dat heet spolia. Gangbare praktijk. De vroege christenen vonden heidense teksten extra leuk, want het hergebruik suggereerde dat de oude goden machteloos waren. Of is het nieuws dat Pan vereerders had in Israël? Nee, dat wisten we allang en er zijn diverse inscripties die documenteren dat Joden “ere zij god” zeiden tegen Pan. Joden offerden weliswaar aan één godheid maar dat wil niet zeggen dat ze andere goden niet erkenden.

Het enige dat nieuw lijkt, is de gelijkstelling van Pan aan de god van Baalbek. Dat was echter al een samenraapsel van een onbekende orakelgod, de Kanaänitische stormgod Hadad, een Egyptische zonnegod en de Griekse Zeus. Daar kon Pan dus ook wel bij. Godsdiensthistorici vinden de nieuwe inscriptie daarom leuk, maar dat wil niet zeggen dat het ook in de krant moet. Nieuwe informatie is niet per se nieuws.

Lees verder “Het is wél ons probleem”