Popović over de Dode-Zee-rollen

Een commentaar op Jesaja: een fragment van een Dode Zee-rol, nu in het Jordan Museum in Amman.

Over de Dode-Zee-rollen zijn honderden boeken geschreven in tientallen talen. Het boek dat de Groningse hoogleraar Mladen Popović in 2013 presenteerde bij de expositie in het Drents Museum in Assen is een van de betere. Het biedt geen schijnzekerheden, zoals de “conclusie” dat het zou gaan om de bibliotheek van de sekte van de essenen. Dat is op zich een respectabel idee, ooit door Géza Vermes naar voren gebracht, maar het is zeker niet bewezen.

Lees verder “Popović over de Dode-Zee-rollen”

“Rape in the sky”

Romeinse gem (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

We moeten wegens de corona zoveel mogelijk thuis blijven maar voor de opnames van Oog op de Oudheid moest ik afgelopen dinsdag toch echt naar Leiden, naar het Rijksmuseum van Oudheden. Daar was een expositie van gemmen – u weet wel, gesneden edelstenen – ingericht waar geen mens momenteel naar kan komen kijken. Het stemde me intens treurig. Het is zoiets als de weg weten in een huis dat is gesloopt. (Tussen haakjes: al mijn veel beleden sympathie voor Rotterdam maakt me niet blind voor de waanzin van de sloop in de Tweebosbuurt.)

Terug naar die gemmen. Hierboven een Romeins voorbeeld uit de eerste eeuw n.Chr.: een adelaar die iemand optilt. De adelaar is Zeus/Jupiter, daar zit geen probleem. Maar wie is de ander? Is het Hebe, de schenkster van de goden? Die wordt meestal afgebeeld met een beker in de hand. Is het – zie het plaatje hieronder – Ganymedes, de geliefde van Zeus? Het door een enorme adelaar meegevoerde mensje lijkt een vrouw met een haarknotje.

Lees verder ““Rape in the sky””

Missing link?! Verrek, het klopt

Vroeg-alfabetische inscriptie op een scherf uit Tel Lachis (© J. Dye, Österreichische Akademie der Wissenschaften)

Ho, stop, wacht. Dit was even niet de planning! Eigenlijk had ik vandaag een stukje willen schrijven over het handboek dat ik momenteel herlees, Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek, maar nu is er ineens nieuws. En niet zomaar nieuws, nee, het is nieuws uit Israël, het land waar de laatste jaren eigenlikk nooit iets zinvols over te schrijven viel. Het was óf bluf óf hype óf bluf én hype. U weet wel, in het voorjaar is er een paashoax, elke zomer graven ze weer een paleis op van koning David, rond Tisha B’Av is er iets over de oorlog tegen de Romeinen en in december is Chanoeka incompleet zonder Hasmoneeën-muntschat. Maar nu ineens zetten archeologen de Week van de Klassieken luister bij met een serieuze en vrije belangrijke vondst over het ontstaan van het alfabet.

Oude alfabetten

Kijk, het zit zo. Wij hebben ons alfabet van de Romeinen, die weer een Italisch alfabet hebben aangepast, dat die Italische volken op hun beurt hadden van de Grieken, die het op een zeker moment hebben overgenomen van de Feniciërs. Anders dan men wel beweert, hebben die het alfabet niet uitgevonden. Het was al ouder. Het museum in Damascus toont bijvoorbeeld een mooi kleitabletje uit Ugarit met daarop de tekens van een dertigletterige abjad, geschreven in de Late Bronstijd. Dat is een spijkerschriftalfabet. (Ik heb er geen foto van want ik had op de dag dat ik het museum bezocht nog niet door hoe je een suppoost zijn baksjisj betaalt.)

Lees verder “Missing link?! Verrek, het klopt”

Vroegchristelijke teksten

Mijn corona-app vertelt me dat ik onlangs een kwartier ben geweest in de nabijheid van iemand met de nare ziekte – ik wens hem of haar beterschap – en dus zit ik even thuis en is er tijd voor nog een filmpje. In de reeks “Zit een oudheidkundige met de rug naar een boekenkast” vertel ik u over Géza Vermes’ boek Christian Beginnings. Ik schreef er al eerder over en het filmpje is hieronder.

Het laatste boek van de in 2013 overleden grote geleerde leest als een trein. Hier en daar gaat hij wel erg kort door de bocht (en mijn samenvatting van het subordinationisme is dat zeker ook), maar het boekje is een fijne introductie tot de vroegchristelijke literatuur.

Lees verder “Vroegchristelijke teksten”

Henri Pirenne: Van Late Oudheid naar Vroege Middeleeuwen

De apostel Paulus. Byzantijns ivoorsnijwerk, gevonden in een Merovingische context (Teseum, Tongeren)

Nog een derde filmpje in mijn reeks “Zit een oudheidkundige met de rug naar een boekenkast”: dit keer over Henri Pirenne, de grote Belgische historicus. Ik heb al eens eerder over zijn boek Mahomet et Charlemagne geschreven en het is niet zo zinvol dat te herhalen. U leest het hier maar.

Het filmpje duurt een kwartier. Langer dan ik wilde, maar het is dan ook een heel belangrijk boek. Niet om de eigenlijke these: dat de Late Oudheid, met de Merovingen als opvallendste dynastie, overging in de Vroege Middeleeuwen doordat de handel tussen het oostelijk en westelijk bekken van de Middellandse Zee tot stilstand kwam na de Arabische veroveringen. Zonder Mohammed geen Karel de Grote. Dát is weerlegd.

Lees verder “Henri Pirenne: Van Late Oudheid naar Vroege Middeleeuwen”

Het Aramees: de eerste wereldtaal

Een papyrus uit Elefantine met een deel van de tekst van de Behistuninscriptie, vertaald in het Aramees (Neues Museum, Berlijn)

De oudste wereldtaal is het Aramees. Of eigenlijk is het niet één taal, maar een familie van talen. Het aardige is dat het Aramees al drie millennia te volgen is. Aanvankelijk was het de taal van – u raadt het al – de Arameeërs in Syrië, maar later was het de kanselarijtaal van het Perzische Rijk en toen dat ten onder was gegaan, bleef het Aramees in gebruik in het gehele Nabije Oosten. In het Romeinse Rijk en het Parthisch/Sasanidische Rijk ontstonden joodse, samaritaanse en mandese varianten.

En ook christelijke, trouwens, die nog altijd worden gesproken in een paar dorpen ten noorden van Damascus. Ik weet niet of dat nog steeds de situatie is want tijdens de Syrische Burgeroorlog is stevig geplunderd in die regio en ik sluit niet uit dat ook de bewoners het hard te verduren hebben gehad. Mogelijk is het Aramees sinds kort geen levende taal meer.

Lees verder “Het Aramees: de eerste wereldtaal”

Grieken in het Verre Oosten

Momenteel is de Week van de Klassieken, die is gewijd aan de Inclusieve Oudheid. Eén van de aspecten van dat thema is dat er (eindelijk) aandacht is voor regio’s die niet Griekenland en Italië heten. Vergeet niet op de website op de agenda-pagina rechtsboven te zoeken naar wat er de afgelopen dagen al was, want daar zaten interessante dingen bij, zoals lezingen van Miko Flohr en Marike van Aerde.

Ik wil het niet ongemerkt voorbij laten gaan en haak erop in met de keuze van het boek dat ik als eerste wil behandelen in een reeks filmpjes die ik al tijden in gedachten heb: “Zit een oudheidkundige met de rug naar een boekenkast”. Het boek dat ik als eerste uit die kast haal en aan u voorstel, is van Rachel Mairs; u bestelt het hier en ik schreef er daar al eens over.

Lees verder “Grieken in het Verre Oosten”

Henoch en de voorouders van Jezus

Een detail van een “boom van Jesse” uit het Bachkovo-klooster in Bulgarije

Ik eindigde het vorige stukje, waarin ik benadrukte dat de evangelist Lukas probeerde de ontstane conflicten tussen de farizeeën en vroegste christenen te verbergen, met de vraag of dat alles bij Jezus’ geslachtslijst niet wat minder eentonig had gekund. Immers, Mattheüs heeft in zijn evangelie heel wat minder namen nodig om hetzelfde punt te maken en drukt zich bovendien een stuk beknopter uit. (Uiteraard zijn beide genealogieën fictief.)

Lukas heeft echter goede redenen om het namenbestand te vergroten: door Jezus van 76 voorouders te voorzien, behoort hij tot de 77e generatie sinds de schepping, en dat is geen toeval. Voor de goede verstaander had Lukas hier verwezen naar een profetie die was opgenomen in het Boek van Henoch. Daar heb ik het al een paar keer over gehad maar ik moet het toch eens netjes introduceren. Bij dezen.

Lees verder “Henoch en de voorouders van Jezus”

Lukas en de voorouders van Jezus

Zesde-eeuwse muurschildering van Lukas, gevonden in zijn zogenaamde graf in Efese (Kunsthistorisches Museum, Wenen)

Jezus … was, zoals algemeen werd aangenomen, de zoon van Jozef, die de zoon was van Eli, de zoon van Mattat, de zoon van Levi, de zoon van Melchi, de zoon van Jannai, de zoon van Josef, de zoon van Mattatias, de zoon van Amos, de zoon van Naüm, de zoon van Hesli, de zoon van Naggai, de zoon van Maät, de zoon van Mattatias, de zoon van Semeïn, de zoon van Josech, de zoon van Joda, de zoon van Joanan, de zoon van Resa, de zoon van Zerubbabel, de zoon van Sealtiël, de zoon van Neri, de zoon van Melchi, de zoon van Addi, de zoon van Kosam, de zoon van Elmadan, de zoon van Er, de zoon van Jozua, de zoon van Eliëzer, de zoon van Jorim, de zoon van Mattat, de zoon van Levi, de zoon van Simeon, de zoon van Juda, de zoon van Josef, de zoon van Jonan, de zoon van Eljakim, de zoon van Melea, de zoon van Menna, de zoon van Mattatta, de zoon van Natan, de zoon van David, de zoon van Isaï, de zoon van Obed, de zoon van Boaz, de zoon van Selach, de zoon van Nachson, de zoon van Amminadab, de zoon van Admin, de zoon van Arni, de zoon van Chesron, de zoon van Peres, de zoon van Juda, de zoon van Jakob, de zoon van Isaak, de zoon van Abraham, de zoon van Terach, de zoon van Nachor, de zoon van Serug, de zoon van Reü, de zoon van Peleg, de zoon van Eber, de zoon van Selach, de zoon van Kenan, de zoon van Arpachsad, de zoon van Sem, de zoon van Noach, de zoon van Lamech, de zoon van Metuselach, de zoon van Henoch, de zoon van Jered, de zoon van Mahalalel, de zoon van Kenan, de zoon van Enos, de zoon van Set, de zoon van Adam, de zoon van God.  (Lukas 3.23-38)

Geef maar toe: u hebt dit niet allemaal gelezen. Lukas 3.23-38, de geslachtslijst van Jezus van Nazaret, is een van de saaiste delen uit het Nieuwe Testament. Er is echter meer te beleven dan op het eerste gezicht lijkt, en dan bedoel ik niet dat deze opsomming de basis vormt voor de fenomenale middeleeuwse kunstwerken die bekendstaan als Boom van Jesse. Ga er even voor zitten want ik heb twee stukjes en ruim 2000 woorden nodig.

Lees verder “Lukas en de voorouders van Jezus”

Klimaatcrisis, 2200 v.Chr.

Stofstorm in het noorden van Mesopotamië

In een eerder stukje in mijn reeks over het handboek oude geschiedenis dat ik, in een recente herdruk, aan het lezen ben, Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek, wees ik erop dat als het boek nu zou zijn opgezet, er geen gescheiden behandeling zou zijn geweest van Egypte in het derde millennium en Mesopotamië in het derde millennium. De Vroege Bronstijd, zoals we deze periode ook wel noemen, veronderstelde handel in tin en netwerken die zich uitstrekten over duizenden kilometers. Hoewel in de twee genoemde regio’s voor ons leesbare schriftsystemen zijn ontstaan die voor ons begrijpelijke talen documenteren, was het Nabije Oosten onderdeel van één groot, vroeg wereldsysteem.

Hypercoherentie

Een systeem dat hypercoherent was geworden. U herinnert zich die term uit de complexiteitstheorie nog van de kredietcrisis van 2008 of kunt haar kennen uit het fijne boek van Eric Cline over het einde van de Late Bronstijd, 1177 BC. Het komt erop neer dat als alles met elkaar vervlochten is, een ramp in één onderdeel onvermijdelijk gevolgen heeft voor de andere delen. Je zou willen dat een van de onderdelen ongeschonden overeind bleef, als een anker voor de andere, maar in een hypercoherent systeem ontbreekt dat. Dat was niet alleen de situatie aan het einde van de Late Bronstijd, maar ook in de tweeëntwintigste eeuw v.Chr.

Lees verder “Klimaatcrisis, 2200 v.Chr.”