Nubië in het Drents Museum

Koning Senkamanisken met de dubbele uraeus-slang, die symbool staat voor de heerschappij over Nubië én Egypte

Nubië is de naam die meestal wordt gebruikt voor de antieke culturen van pakweg het huidige Soedan en het zuidelijkste deel van het huidige Egypte. Je zou het ook kunnen omschrijven als het gebied tussen Aswan en Khartoum.

Er zijn in Nubië ruwweg vier fases aan te wijzen: de Kerma-cultuur (vanaf pakweg 2400 v.Chr.), een periode waarin Nubië werd bestuurd door een Egyptische onderkoning (tijdens het Egyptische Nieuwe Rijk), de Napata-cultuur (ca.1000 – ca.300 v.Chr.) en de Meroïtische periode (ca. 300 v.Chr. – ca. 300 n.Chr.). Een aantal factoren maakt dat we meestal naar Nubië kijken als een soort appendix van Egypte. Eén reden is dat het ten tijde van het Egyptische Nieuwe Rijk ook werkelijk een buitengebied van Egypte was. Een andere reden is dat het noordelijkste deel van Nubië, ofwel het zuiden van Egypte, heel erg grondig is onderzocht toen de Aswandam werd aangelegd en het Nasser-stuwmeer kwam te ontstaan. De onderzoekers waren daar, in Zuid-Egypte, het meest in de Egyptische cultuur geïnteresseerd.

Lees verder “Nubië in het Drents Museum”

Paulus en de olifant (3)

Zestiende-eeuws ikoon van Paulus (Museum van kerkschatten, Omodos)

[Joris Verheijen, wiens blog u hier vindt, studeerde geschiedenis en filosofie en werkt in het middelbaar onderwijs. Hij stuurde me onlangs de onderstaande recensie toe van drie boeken over de apostel Paulus. Dit is het derde deel; het eerste is hier.]

Zoals aan het slot van het vorige stuk aangegeven is Paulus in de jaren negentig onder atheïstische filosofen populair geworden. Van der Heidens verklaarde doel is om de daaropvolgende discussie “nu ook in het Nederlandse taalgebied te ontsluiten”, maar dat is een te bescheiden typering van Het uitschot en de geest: Paulus onder filosofen. Van der Heiden probeert om de thema’s, doelstellingen en argumenten van de betrokken denkers systematisch in kaart te brengen en te wegen, waarbij hij ze ook nog toetst aan de teksten van Paulus. Zo’n ambitieus boek is er bij mijn weten tussen alle bundels van de laatste tien jaar nog niet eens in het Engels verschenen.

De “spelers” in dit veld, kondigt de auteur aan, zijn “Heidegger, Taubes, Badiou en Agamben – met de neurotische entertainer Žižek als onvermoeibare reserve”. De namen zijn bekend voor wie de discussie heeft gevolgd, maar de ad hominem waarmee Van der Heiden Žižek naar de reservebank stuurt valt uit de toon bij de omzichtige, secure stijl van zijn boek. Verderop in het eerste hoofdstuk  kondigt hij aan dat

we zullen zien dat de filosofen de vraag naar de Messiaanse gebeurtenis stellen in discussie met het denken van Hegel, die in feite een moderne, gedynamiseerde versie van een monisme biedt. Paulus’ beginsel van de geest, zo betogen de filosofen, biedt een alternatieve opvatting van de geest voor die welke Hegel in zijn dialectische begrip van de wereldgeest uitwerkt.

Lees verder “Paulus en de olifant (3)”

Paulus en de olifant (2)

Olielampje met Petrus en Paulus (Archeologisch Museum, Florence; binnenkort meer)

[Joris Verheijen, wiens blog u hier vindt, studeerde geschiedenis en filosofie en werkt in het middelbaar onderwijs. Hij stuurde me onlangs de onderstaande recensie toe van drie boeken over de apostel Paulus. Dit is het tweede deel; het eerste is hier.]

Een interessante opmerking van Van der Heiden is dat in de recente herwaardering voor de antieke cultuur “het thema van de levenskunst” overheerst. Hedendaagse geïnteresseerde lezers hebben volgens hem geen behoefte aan “weten omwille van het weten alleen”, maar vooral aan een bezinning op “levenshoudingen en levenswijzen” van antieke voorgangers, waar ze zichzelf aan kunnen spiegelen. Dat verklaart misschien waarom een boek als dat van Meijer zoveel beter verkoopt dan de jaloersmakend heldere inleiding van Lietaert Peerbolte, Paulus en de rest.

Bij die laatste komt naast het theologische ook het historische perspectief het beste uit de verf. Omdat hij in een slothoofdstuk bovendien stilstaat bij de discussie over Paulus onder filosofen, is hij feitelijk de enige die de olifant vanuit alle drie de genoemde vakgebieden heeft onderzocht. Zijn boek behandelt het “Nieuwe Perspectief op Paulus”, recentelijk nog op dit blog beschreven. Dit Nieuwe Perspectief heeft sinds de jaren zeventig korte metten gemaakt met de dominante protestantse uitleg van wet en genade en onderstreept dat de apostel altijd een Jood is gebleven.

Lees verder “Paulus en de olifant (2)”

Paulus en de olifant (1)

Paulus (Catacomben van Petrus en Marcellinus, Rome; late vierde eeuw)

[Joris Verheijen, wiens blog u hier vindt, studeerde geschiedenis en filosofie en werkt in het middelbaar onderwijs. Hij stuurde me onlangs de onderstaande recensie toe van drie boeken over de apostel Paulus.]

In de loop van de negentiende eeuw zochten sommige atheïsten de confrontatie met de kerk en haar vertegenwoordigers. Met Jezus gingen ze echter zachtzinniger om en zo ontstond de nog altijd populaire neiging om onderscheid te maken tussen de “goede Jezus” en de “slechte Paulus”. De Franse schrijver Ernest Renan omschreef de apostel als een “lelijk Joodje”, iemand die de gezonde “arische” kern van Jezus’ leer had verziekt. Ook Nietzsche, de zelfbenoemde Antichrist, richtte zijn pijlen vooral op Paulus en de door hem geïnspireerde kerkhervormers Luther en Calvijn. Ze hadden de mens hulpeloos gemaakt, om de macht van God te vergroten, en ze hadden het aardse leven van alle waarde ontdaan ten gunste van het hiernamaals.

In de jaren zeventig van de vorige eeuw keerde het onderscheid tussen de “goede Jezus” en de “slechte Paulus” terug in de kritiek van sommige feministen, die in Paulus de chauvinistische vrouwenhater bij uitstek zagen. Sinds de millenniumwisseling is er echter een opvallende kentering te zien: een stroom aan wetenschappelijke en populairwetenschappelijke publicaties over Paulus, die dat negatieve beeld nuanceren en corrigeren. In deze beschouwing bespreek ik drie sterk verschillende Nederlandstalige boeken van de afgelopen jaren: Paulus: een leven tussen Jeruzalem en Rome (2012) van de historicus Fik Meijer, Paulus en de rest (2010) van de theoloog Bert Jan Lietaert Peerbolte en Het uitschot en de geest: Paulus onder filosofen (2018) van de filosoof Gert-Jan van der Heiden.

Lees verder “Paulus en de olifant (1)”

De joodse Dionysos

De “Mona Lisa van Galilea”, Sepforis

Ik heb wel eens eerder verwezen naar de inscriptie, gevonden in een tempel voor de Griekse god Pan, waarin iemand met de naam Ptolemaios, zoon van Dionysios, zijn dank aan de godheid uitspreekt wegens een redding op zee. Niets bijzonders, zou je zeggen, maar dat verandert als we kijken naar de zelfidentificatie van de dankbare Ptolemaios: hij was joods. Oudheidkundigen zullen niet opkijken van een jood die Pan vereert, maar het sluit slecht aan bij het gangbare begrip van het jodendom.

Het punt is in dit blogstukje niet dat het wel meevalt (of tegenvalt) met het monotheïsme van het antieke jodendom. Het gaat me erom dat Ptolemaios niet alleen Pan vereert, maar ook een vader heeft met een naam die verwijst naar Dionysos. Dat is in een joodse context vrij significant.

Lees verder “De joodse Dionysos”

Sinterklaas, de ketterpletter

Sommige dingen veranderen nooit. Wie ervaring heeft met de opdringerige “runners” die in Istanbul toeristen aanspreken om ze naar een hotel of restaurant te loodsen, zal iets herkennen in de volgende beschrijving van Constantinopel.

Overal – op de openbare pleinen, op de kruispunten, in de straten en in de lanen – houden mensen je aan voor een volstrekt willekeurig gesprek over de Drie-eenheid. Je loopt binnen bij het wisselkantoor en de bankier begint over het veroorzaakte en het niet-veroorzaakte. Vraag de bakker wat het brood moet kosten, hij antwoordt dat de Vader groter is en dat de Zoon aan hem ondergeschikt is. Je wil een bad nemen, de badmeester heeft het oordeel klaar dat de Zoon is geschapen uit het niets.

Dit fraais komt uit de Preek over de goddelijkheid van de Zoon en de Heilige Geest van Gregorios van Nyssa, die hekelt dat in de hoofdstad van het Byzantijnse Rijk iedereen je een oordeel opdrong over zaken die Gregorius beschouwde als zijn eigen specialisme. Hoewel dit ongetwijfeld overdreven is, konden de gemoederen inderdaad hoog oplopen.

Lees verder “Sinterklaas, de ketterpletter”

Een koninklijk sieraad

Armband van Amani-Shakheto (Egyptologisch Museum, München)

Het najaar kwam aan over het Starnbergermeer en verraste ons met een regenbui. We scholen onder de colonnade bij de Hofgarten en besloten door te lopen naar het Egyptologisch Museum. Dat bestaat inmiddels niet meer: München heeft een nieuw museum. Ook daar zal de schat van Amani-Shakheto echter wel te zien zijn.

Even terug in de geschiedenis. In 1820 vielen de troepen van Mohammed Ali, de Ottomaanse gouverneur van Egypte, Soedan binnen, dat ze in de daarop volgende jaren geheel onder de voet liepen. Hiermee werd het gebied van de Midden-Nijl ook voor westerse avonturiers/wetenschappers ontsloten en zo kwam de Franse mineraloog Frédéric Cailliaud in Napata, een van de hoofdsteden van het antieke Nubië. Hij publiceerde zijn reisverslag, met enkele tekeningen die hij van de Nubische piramiden had gemaakt, in 1826 en bracht met dat boek Giuseppe Ferlini op het idee ook eens een kijkje in Napata te gaan nemen. Deze man, chirurg in het leger van Mohammed Ali, was niet tevreden over zijn soldij en besloot dat plundering, in 1834 een vrij gangbare militaire activiteit, een mooie aanvulling was op zijn financiën. Zo kwam ook hij in Napata.

Lees verder “Een koninklijk sieraad”