De paasdatum in het jaar 30 (2)

Bij gebrek aan paas-ikoon geef ik u een ikoon die goede vrijdag voorstelt. Heilig Kruis-klooster, Omodos.
Bij gebrek aan paas-ikoon geef ik u een ikoon die goede vrijdag voorstelt. Heilig Kruis-klooster, Omodos.

Zoals ik al beschreef, kampen we met elkaar tegensprekende bronnen. Zoals altijd in de oudheidkunde. Dat is de gewoonste zaak ter wereld. We kennen ook twee elkaar uitsluitende verhalen over de Atheense tyrannendoders, we weten de namen van diverse verraders die de Perzen de weg om Thermopylai zouden hebben gewezen, we bezitten vier of vijf beschrijvingen van het visioen van Constantijn (al tijdens zijn leven), we beschikken over elkaar tegensprekende beschrijvingen van de slag bij Kadesj, we kennen uit de Griekse literatuur twee sterfdata voor Alexander de Grote (die allebei onjuist bleken) en zo voort en zo verder. Zoals bijna altijd is een beredeneerde hypothese in de oudheidkunde het hoogst haalbare.

In dit geval zijn er vooral praktische bezwaren tegen het verhaal van Marcus. Het is bijvoorbeeld niet bijster aannemelijk, denken we te weten, dat de Joodse leiders iemand konden arresteren, getuigen tegen hem konden oproepen, een verhoor konden organiseren en de gearresteerde konden uitleveren in de nacht waarop iedereen Pesach vierde. En denk eens aan die wonderlijke episode dat Pilatus de gewoonte heeft een gevangene vrij te laten en dat het volk kiest voor Barabbas. Als zo’n gebruik heeft bestaan – er is discussie over – had het uitsluitend zin zo’n kerel vrij te laten om hem in staat te stellen het paasmaal te gebruiken. Dat pleit toch echt meer voor Johannes dan voor Marcus.

Er zijn meer argumenten, zoals de plaatsing van Marcus’ tijdsbepalingen, die een late aanpassing van de tekst lijken te zijn – maar ik laat de vormkritiek even wat ze is. Waar het om gaat is dat de meeste wetenschappers kiezen voor het verslag van Johannes. Daaruit volgt dat Jezus stierf in een jaar waarin 14 nisan viel op een vrijdag. Dat was in de jaren 30 en 33 het geval en de eerste datum past beter bij wat bekend is over de duur van Jezus’ optreden: dat zal zo rond 28 n.Chr. zijn begonnen en eerder twee of drie dan vijf of zes jaar hebben geduurd. De Joodse autoriteiten verhoorden de messias dus op donderdag 6 april in de avond en de Romeinse autoriteiten executeerden de koning der Joden op vrijdag 7 april 30. Beide procedures waren juridische schertsvertoningen.

****.

En nu ik toch aan het corrigeren ben: ik schreef dat Baruqa de weergave was van een West-Semitische naam, misschien zelfs de Hebreeuwse naam Baruch. Dat laatste, zo hoor ik, is toch niet mogelijk. Dan zou het met een /k/ en niet met een /q/ gespeld moeten zijn geweest. Ik meende dat gutturalen in de Semitische talen vrij eenvoudig uitwisselbaar waren en heb hier nooit vragen over gehad, maar ik zat blijkbaar verkeerd. Hierop komt echter nog een vervolg.

Rest me u vandaag een mooi, zonnig Paasweekend te wensen.

De paasdatum in het jaar 30 (1)

Romeinse soldaten bespotten Jezus (Catacomben van Praetextatus, Rome; tweede eeuw)
Romeinse soldaten bespotten Jezus (Catacomben van Praetextatus, Rome; tweede eeuw)

Al tijden ligt er op mijn bureau een aantekening dat ik een fout moet herstellen die ik een tijdje geleden heb gemaakt. Ik ben er een paar keer op gewezen, moest er even rustig voor zitten om te doorgronden hoe het ook alweer zat en vervolgens vond ik die rust niet werkelijk. (Zo liggen er ook nog vier interviews te wachten en ruim honderd mailtjes.) Nu ik ziek ben, heb ik het betreffende blogstukje aangepast en dat was weleens tijd ook, want het ging om een fout die ik vorig jaar met Pasen heb gemaakt en die ik dus een jaar heb laten liggen.

Ik had destijds een reeks stukjes over het Lijdensverhaal en stelde in dit deel de vraag op welke datum Jezus stief. Was dat:

  • zoals de eerste drie evangeliën beweren, op Pesach (dus op vrijdag 15 nisan)?
  • zoals Johannesevangelie stelt, op de voorbereidingsdag voor Pesach (dus op vrijdag 14 nisan)?

Er zijn nog wat slagen om de arm, maar die zal ik u besparen. In het gewraakte stukje had ik het verkeerd uitgelegd. Nu dan even goed.

Lees verder “De paasdatum in het jaar 30 (1)”

Koepelbouw in Tripoli

Tripoli, Hammam Ezzedine
Tripoli, Ezzedine-hammam

Ik heb weleens een stukje geschreven over de manier waarop men in de Oudheid en Middeleeuwen koepels bouwde. U vindt het hier. Het architectonisch probleem is hoe je een ronde koepel plaatst op een vierkante onderbouw: hoe plaats je een iglo op een kubus? Het gewicht van de koepel rust dan namelijk op precies vier plaatsen, namelijk op de punten waar de onderrand van de koepel rust op de verticale muren. De koepel kan nooit te groot zijn, omdat de kubus dan bezwijkt onder het gewicht van de onvoldoende gesteunde koepel.

De bouwers van het Pantheon in Rome losten het op door een rond gebouw onder de koepel te zetten, maar de gebruikelijke oplossing was een andere. Op de vierkante ruimte werd een achthoek geplaatst, daarop vaak een zestienhoek en daarop soms nog een tweeëndertighoek. De bovenstaande foto, die ik nam in het Ottomaanse Ezzedine-badhuis in de Libanese havenstad Tripoli, toont het mooi: een vierkante rand met daarboven de achthoek. De donkerroze vlakken zijn de trompen, waar de vierhoek overgaat in de achthoek. Zo komen de neerwaartse krachten van de koepel niet alleen op vier punten halverwege de bovenrand van de vier muren, maar ook op de vier hoeken.

Lees verder “Koepelbouw in Tripoli”

Baruqa

De schlemielige resten van de Toren van Babel
De schlemielige resten van de Toren van Babel

Soms herken je in de Oudheid iets uit het heden. Zo hebben in Frankrijk joodse en islamitische leiders hun gelovigen opgeroepen mee te betalen aan de herbouw van de Notre Dame. Niet dat die oproep werkelijk nodig was, want elke Fransman, elke Europeaan heeft deze dagen het gevoel verweesd te zijn, maar dit deed me denken aan een bankafschrift uit Babylonië.

Midden in Babylon verrees de enorme tempeltoren Etemenanki, het “huis van het fundament van de hemel op aarde” dat behoorde bij de hoofdtempel Esagila. Toen koning Nebukadnezzar het monument in de zesde eeuw v.Chr. had vernieuwd, had hij gebluft dat de toren tot in de hemel zou reiken en dat er zóveel bouwvakkers werkten dat alle talen van de wereld bij de bouwput werden gesproken. De joodse auteur van het verhaal van de Toren van Babel schreef een buitengewoon effectieve parodie op ’s konings propaganda.

Lees verder “Baruqa”

Eshmun, Hermes, Asklepios

Munt uit Lepcis Magna (British Museum, Londen)

Ik ben ziek dus ik geef u vandaag alleen even een plaatje van een munt uit Lepcis Magna met daarop de god Eshmun, die dit keer (als ik de uitleg in het British Museum mag geloven) visueel niet valt te onderscheiden van Hermes maar die in Lepcis de functie had van Asklepios: de godheid waaronder de volksgezondheid ressorteerde.

Het is één van de vele manieren waarop in het Fenicisch/Punische cultuurgebied alle goden dwars door elkaar liepen: de god die in Baalbek werd vereerd, Ba’al Hadad, kon voor de Grieken Apollo en Helios zijn maar ook Zeus. Dit vormt een waarschuwing om niet al te gemakkelijk de attributen van deze of gene godheid te gebruiken om te komen tot een identificatie. Dat betekent overigens tevens dat de identificatie van iemand die lijkt op Hermes als Asklepios óók te gemakkelijk kan zijn.

Lees verder “Eshmun, Hermes, Asklepios”

The Rock

Tyrus

Historische films kunnen alleen mislukken omdat het drama dat nodig is voor een overtuigende film haaks staat op de saaiheid van wat het verleden feitelijk is. Desondanks heb ik twee favorieten. Ze moeten helaas nog worden gemaakt. De ene heet Qarqar en gaat over de veldslag in 853 v.Chr. waarin de verdeelde koningen van Syrië (inclusief Achab van Israël) zich verenigden en erin slaagden de Assyriërs tijdelijk tegen te houden. Ik blogde al eens over dat gevecht; voor het moment gaat het me vooral om het visuele spektakel van duizenden – letterlijk! – strijdwagens op de vlakte van de Orontes. Is Hollywoods digitale toverdoos eindelijk ergens nuttig voor. De spanningen tussen de Syrische koningen staan garant voor een verhaal dat ook psychologisch overtuigt.

De andere film heet The Rock en gaat over Alexanders belegering van Tyrus in 332 v.Chr. De titel is een vertaling van צר, ṣūr, de eigenlijke naam van de grote aloude stad, die was gebouwd op een eiland voor de kust van Libanon. Deze belegering is beroemd omdat Alexander een dam aanlegde naar het eiland (al blijft onduidelijk of de stad daarover ook is bestormd). Net als Qarqar is The Rock krijgsgeschiedenis, wat betekent dat er in elk geval visueel iets van valt te maken. Met name de bouw van de enorme belegeringsram die op drie schepen naar een punt voor de zuidelijke stadsmuur wordt verplaatst, zal de moeite waard zijn. Voor het monster in actie komt, is er de strijd tussen de Macedonische kikvorsmannen die de schepen proberen te verankeren en hun Tyrische rivalen. Uiteindelijk wordt de muur ingebeukt en valt de stad, waarna de strijd zich voortzet in de smalle steegjes, in de huizen en op de daken.

Lees verder “The Rock”

Archeologisch museum, Sidon

Museum in aanbouw

Ik heb al eerder geschreven over de opgravingen in Sidon, waar een wonderschone opgraving eindelijk licht werpt op het oudste stedelijke verleden. Op de plaats die bekendstaat als “Les Frères” of de “College Excavations” is de hele geschiedenis gedocumenteerd vanaf het Chalcolithicum (pakweg het vierde millennium v.Chr.) tot en met de komst van de Arabieren. Even verderop ligt een Kruisvaarderskasteel en tussen de opgraving en dat slot ligt een grafveld uit de dertiende eeuw.

Het onderzoek is niet alleen interessant omdat Sidon, dat na Byblos en Tyrus altijd een beetje op de derde plaats komt, nu zijn verleden in beeld krijgt. Belangrijk is ook dat hier voor het eerst Kanaänitisch DNA is geïsoleerd uit de Bronstijd. Weliswaar bereikte het de media op een vreemde manier – u moet het hier maar even nalezen – maar het is wel een belangrijke verworvenheid die een basis kan zijn voor nieuw onderzoek naar bijvoorbeeld de Fenicische migratie.

Lees verder “Archeologisch museum, Sidon”