MoM | Een inconsistente chronologie

Wandschildering van twee antelopen, gevonden op Santorini (Nationaal Archeologisch Museum, Athene)

Santorini ofwel Sint-Irene is een klein eiland in de Egeïsche Zee. In de Oudheid heette het Thera. De bovenstaande muurschildering komt er vandaan; het is het broertje van deze. Ze zijn gevonden onder een enorme laag vulkanisch gesteente, uitgestoten toen de plaatselijke vulkaan uitbarstte, ergens in het tweede kwart van het tweede millennium v.Chr. Deze “Minoïsche uitbarsting” moet een enorme explosie zijn geweest, alleen vergelijkbaar met de Tambora-uitbarsting in 1815. Het uitgestoten puinsteen lijkt te zijn gevonden tot in de delta van de Nijl, er lijkt een donker laagje in de jaarringen uit deze tijd en er lijkt zó veel stof in de atmosfeer te zijn geweest dat de Venus-waarnemingen in Babylonië erdoor werden beïnvloed.

Dat maakt het een van de ijkpunten van de Bronstijd-chronologie, maar ik gebruikte in de vorige zin niet zonder reden driemaal het woord “lijkt”. We weten het allemaal nét niet zeker genoeg. Dus is er alle reden om te onderzoeken wanneer die vulkaan nu precies explodeerde, maar dat is zo gemakkelijk nog niet. De aardewerkdatering rond 1500 v.Chr. klopt zeker niet.

Lees verder “MoM | Een inconsistente chronologie”

In Libanon (3)

Wadi Brissa (detail)

Een lezer die even oplettend is als geïnteresseerd in mijn persoonlijke wederwaardigheden – en het is een van de leuke kanten van bloggen dat je zulke virtuele vrienden krijgt – zou hebben kunnen constateren dat er een complete dag zoek was tussen de gebeurtenissen in het eerste en het tweede stukje over mijn crashbezoek aan Libanon. Ik had u gisteren achtergelaten in een berghut in de noordelijke Libanonbergen en vervolgde vanmiddag met een snel geschreven verslag van de avond in Zahle. Deze avond een stukje over zaterdag.

We zijn eerst naar Hermel gereden en daarvandaan naar Wadi Brissa, waar ik al heel lang naartoe wilde. Om precies te zijn: sinds 2008, toen ik op de Babylon-expositie in het Louvre enorme wandtekeningen zag van deze Babylonische reliëfs, waarin koning Nebukadnezzar de wereld liet weten hoe geweldig hij wel niet was. We vonden het dorpje zonder veel problemen en vroegen nog even de weg aan twee heren, die langs de weg een kopje koffie zaten te drinken.

Lees verder “In Libanon (3)”

In Libanon (2)

Ik zou niet nu in Libanon zijn als mijn zakenpartner en zijn echtgenote niet, toen we in 2012 in een hotel in Chtaura verbleven, na het ontbijt naar hun hotelkamer waren teruggegaan. Ik bleef achter in de lobby en om de tijd te doden knoopte ik een praatje aan met de jonge vrouw achter de balie. Ik had ontdekt dat Libanon een prachtig land was voor toerisme, vertelde ik, en ik wilde een groepsreis gaan organiseren – wist zij misschien welke agenten er waren? We hebben niet lang gesproken, want daar kwamen mijn reisgenoten al aanlopen, maar zo maakte ik kennis met Maya.

Een paar maanden later was ik ter voorbereiding van die groepsreis opnieuw in Libanon en spraken we elkaar opnieuw. Weer een paar maanden later vond de geplande reis plaats en op een avond ben ik uit eten geweest met twee medereizigsters, met Maya en met haar zus Miriam. Eind 2013 kwamen de twee zussen naar Nederland. Mijn bewondering voor ze groeide toen ze allebei goede banen opgaven om vluchtelingenwerk te gaan doen. Ik blogde daar al eens over (123, 4). We spreken elkaar niet wekelijks of zelfs maar maandelijks, maar ik mag de twee zussen graag en het is onmogelijk hun niet het beste te gunnen.

Lees verder “In Libanon (2)”

Het ongrijpbare antieke christendom (2)

Je kunt niet altijd afgaan op wat concreet waarneembaar is

In het eerste stukje heb ik beschreven dat christendom, zowel nu als vroeger, lastig valt te definiëren. De diverse gelovigen vertonen echter familiegelijkenis: hoewel ze op wezenlijke punten kunnen verschillen, lijken ze toch wel op elkaar. Dat wat u en/of ik herkennen, is echter subjectief en brengt het gevaar met zich mee dat je, als je in het verleden zaken waarneemt die jij herkent, je eigen noties projecteert op de rest. Simpel gezegd: bisschoppen, bijbels en kerkgebouwen vormen overeenkomsten tussen toen en nu, maar willen nog niet zeggen dat het antieke christendom ook in andere aspecten lijkt op het huidige.

Wél lijkt het erop dat na Constantijn een kerk is ontstaan die lijkt op wat u of ik herkenbaar vinden, maar nog aan het einde van de vierde eeuw was de daar gepredikte orthodoxie niet de enige mogelijkheid. (Tot in de achtste eeuw waren er christenen en joden die dezelfde feestdagen vierden.) Dit moet in de periode vóór Constantijn nog meer dan in de vierde eeuw het geval zijn geweest, maar de eigen teksten van de andersdenkenden zijn niet overgeleverd. We mogen, ja moeten, de vraag stellen wat we mogen verwachten.

Lees verder “Het ongrijpbare antieke christendom (2)”

Kapitelen (2)

Kyrenaïsch kapiteel

Ik beschreef gisteren de drie klassieke bouwordes en voegde nog drie wat minder algemene varianten toe. Dat was de opmaat voor dit stukje. De Atheners en de Spartanen bouwden doorgaans hun tempels in de Dorische stijl, maar toen de twee steden tegenover elkaar stonden (431-421, 413-404, 395-387), kozen de Atheners vaker dan daarvoor voor Ionische kapitelen. Het tempeltje van Nike bij de toegang tot de Akropolis is een voorbeeld. De verklaring is dat die tweede stijl werd geassocieerd met het Egeïsche Zee-gebied, waar Athenes machtsbasis lag: de Atheners wilden lijken op hun bondgenoten, niet op hun tegenstanders.

Het was dus mogelijk een politiek signaal af te geven met het gebruik van kapitelen. De foto hierboven toont een variant op het Ionische kapiteel; ik fotografeerde ’m in de Asklepios-tempel in Balagrai bij Kyrene. De bewoners van die stad presenteerden zich hiermee enerzijds als Grieken en anderzijds als de gelijken van de Spartanen, Atheners en wie weet ook de Korinthiërs: alleen deze steden hadden een eigen bouworde. (De plant tussen de krullen is geneeskrachtig silfium, een gewas dat niet langer bestaat en vermoedelijk in de Oudheid is uitgestorven. We weten niet waarom.)

Lees verder “Kapitelen (2)”

Byzantijnse krabbel (2): Kerktwisten

Een negentiende-eeuwse weergave van het Concilie van Chalkedon (451). Let op de duivelse influisteringen van twee ketters rechts. (Rila-klooster, Bulgarije)

Christus was een god onder de goden en zelfs de tegenstanders van het christendom erkenden dat deze godheid bestond en ten tijde van keizer Tiberius op aarde had geleefd. Of je hem ook vereerde, en op welke wijze, was een persoonlijke keuze. Toch was er voor menigeen ook iets afstotends aan deze eredienst: wie Christus vereerde, kwam fanatiekelingen tegen die meenden dat je andere goden moest afzweren.

Dat was een gevaarlijke mening. Als zo’n exclusivist een openbaar ambt bekleedde, kon hij niet aan de stadsgoden offeren en zou hij hun wrok afroepen over de gemeenschap. Het vervolgingsdecreet waarmee keizer Decius rond 250 de vervolging gelastte is niet overgeleverd, maar wat we wél weten, suggereert dat hij iets eiste dat vooral voor exclusivisten lastig was. Van de vervolging door keizer Valerianus, enkele jaren later, staat vast dat hij deze groep op de korrel nam. Gewone Romeinse gelovigen, die niet exclusivistisch waren, liepen geen gevaar. Het vernieuwende van Constantijn de Grote is niet dat hij christen werd, maar dat hij het exclusivistische christendom de wind in de zeilen gaf en binnen die radicale stroming ook nog sympathiseerde met de groep die meende dat er een orthodoxie was.

Lees verder “Byzantijnse krabbel (2): Kerktwisten”

Byzantijnse krabbel (1): Constantijns stad

De zuil van Constantijn

In 324 versloeg Constantijn zijn medekeizer en zwager Licinius, met wie hij aanvankelijke bevriend was geweest maar van wie hij in de loop der jaren vervreemd was geraakt. Constantijn verwierf nu het bevolkingsrijke Klein-Azië, het oeroude en welvarende cultuurgebied Syrië alsmede Egypte, de spreekwoordelijke graanschuur van de antieke wereld. De organisatie van de nieuwe provincies vergde ’s keizers persoonlijke aandacht en dus verplaatste hij zijn residentie naar het oosten.

Dat was niet ongebruikelijk. Zijn vader Constantius had eerst zijn residentie gehad in Aquileia, later in Trier en zijn laatste regeringsjaren verbleef hij vaak in Londen, hoewel hij overleed in York. Zijn collega Galerius hield hof in achtereenvolgens Antiochië, Sirmium en Thessaloniki en stierf in Sofia. Het idee dat er één hoofdstad was, was de Romeinen vreemd: de regering zetelde waar de keizer was en die was eigenlijk voortdurend op reis. Dat neemt niet weg dat er steden waren waar zo’n vorst graag terugkeerde en waar mensen heen kwamen die hem moesten spreken. Daar verrezen dan een werkpaleis, een woonpaleis, een ontvangstzaal (basilica in jargon), een badhuis en een hippodroom. Zo ook in de stad die Constantijn, na te hebben geresideerd in Trier, Milaan en Thessaloniki, in de zomer van 324 uitzocht: Byzantium.

Lees verder “Byzantijnse krabbel (1): Constantijns stad”