De historiciteit van koning David

De Mesha-stele (Louvre, Parijs)

Een van de grote oudheidkundige problemen is dat van het asymmetrische bewijs. Wat doe je als de geschreven bronnen iets anders suggereren dan het bodemarchief? Er zijn twee strategieën. De maximalist gaat ervan uit dat de bron betrouwbaar is, tenzij het tegendeel wordt bewezen. De Medische hoofdstad Ekbatana was een stad met zeven muren, tenzij we de stad opgraven en constateren dat er maar één muur was. Julius Caesar moordde een stam uit bij de samenvloeiing van Rijn en Maas, tenzij we de resten van opgemeld bloedbad op een ander punt opgraven.

De omgekeerde positie staat bekend als minimalisme. De geschreven bron geldt als fictie, tenzij we archeologisch bewijs vinden dat haar bevestigt. Het zevenmurig Ekbatana is een sprookjesmotief, tenzij we zeven muren opgraven. Caesar moordde geen stam uit, tenzij we het slagveld op de juiste plek vinden.

Beide posities zijn onhoudbaar omdat we te weinig data hebben. We weten niet waar Ekbatana in de IJzertijd heeft gelegen – wat is opgegraven, is veel jonger – en als we op de samenvloeiing van Waal en Maas enorme hoeveelheden botmateriaal vinden uit de eerste eeuw v.Chr., zouden we ook het kamp van Caesar willen vinden plus, als het even kan, een slingerkogel met het nummer van een van de relevante legioenen. Door de genoemde dataschaarste is de discussie over deze twee strategieën lastig én uitdagend. Het zou het beste uit de wetenschap boven kunnen halen maar het maximalismedebat is in de Nederlandse oudheidkunde te ruste gelegd. Als archeologen écht in discussie moeten met historici en andersom, is er in de Nederlandse wetenschap ineens weinig waarheidsliefde. Er is weinig wil tot weten. De ambitie om je eigen vak te overtreffen, is afwezig. Gelukkig hebben we Israël.

Lees verder “De historiciteit van koning David”

Een oude en een nieuwe Xerxes

Faravahar, het zichtbare aspect van Ahuramazda (Persepolis)

In het eerste hoofdstuk van Xerxes in Griekenland behandel ik de informatie waarop oudheidkundigen hun reconstructie van zijn oorlog tegen de Grieken baseren. Dat is voornamelijk de tekst die bekendstaat als de Historiën van Herodotos. Dat boek, een amusante collectie verhalen met als rode draad de expansie van het Perzische Rijk, staat bomvol informatie en je kunt er diverse Xerxes-beelden uit distilleren. Meestal lezen mensen er een verhaal in over een harde oosterse heerser die enerzijds zijn menselijke maat tegenover de goden niet kende en anderzijds in staat was tot generositeit én een open oog had vrouwelijk schoon.

Die interpretatie lijkt gebaseerd op het Bijbelboek Esther. Daarin belandt Xerxes in problemen van eigen makelij, die hij niet zou hebben gehad als hij meer pietas zou hebben bezeten: het juiste respect voor de God boven hem en de mensen onder hem – in casu een koningin die hij in een dronken bui heeft beledigd. Toen Herodotos’ Historiën in West-Europa bekend werden, was deze Bijbeltekst het model bij de lectuur en de Historiën zijn rijk genoeg om voorbeelden te vinden om Xerxes op deze manier te interpreteren.

Lees verder “Een oude en een nieuwe Xerxes”

Nog meer valse Dode Zee-rollen

Grot 4 uit Qumran, waar duizenden snippers van de Dode Zee-rollen zijn gevonden

Het is weer zo ver: vervalste antieke teksten! En u weet, zonder provenance is een snipper papyrus of een perkamentfragment van nul en generlei waarde. De vervalser die oud papyrus gebruikt (te koop op eBay), de receptuur van antieke inkt benut en geen scherp schrijfmateriaal gebruikt, is in het lab onherkenbaar. Misschien dat ramanspectroscopie in de toekomst iets zal opleveren, maar zelfs dan moet de vindplaats bekend zijn.

Het gaat dan ook altijd fout. Evangelie van de Vrouw van Jezus? Vals, ondanks rookgordijnen uit Harvard. Artemidorospapyrus? Vals, daar verandert de prijs van bijna drie miljoen euro niks aan. Vijf Dode Zee-rol-fragmenten in de Greencollectie? Vals. Er is onduidelijkheid over de Sapfo-papyri, maar dat er drie provenances zijn genoemd en is geschermd met een niet-bestaande authenticatiemethode, doet het ergste vrezen. En dan zijn er nog de Dode Zee-rol-fragmenten uit de Schøyen-collectie, waarvan al in 2013, toen ik mijn boek Israël verdeeld schreef, werd vermoed dat ze materiaal vals waren.

Lees verder “Nog meer valse Dode Zee-rollen”

Cypriotisch badhuis

Het is geloof ik geen geheim dat ik Cyprus prachtig vind. Het heeft een prachtig landschap, er zijn wouden, er is altijd weer de zee, er hangt steeds een geur van Mediterrane kruiden, je kunt dwalen door de ruïnes van Enkomi, Salamis en Pafos, in afgelegen valleien liggen beeldschone Byzantijnse kerkjes en in de steden zijn kruisvaarderskastelen en -kathedralen. Er zijn havensteden, er is in Nicosia een Cyprusmuseum. Sommige mensen spreken Grieks, anderen spreken Turks, weer anderen spreken Engels omdat de Britten een basis aanhouden met het oog op het Suezkanaal. In al zijn verdeeldheid is Cyprus een wonder.

Cyprus is een samenvatting van de hele oude wereld, van de Steentijd via de Brons- en IJzertijd, via een klassieke en een hellenistische periode, via de Romeinse tijd en de Late Oudheid tot en met de komst van de islam. En altijd weer: contacten met alle windstreken: het Nabije Oosten, Egypte, Griekenland, Anatolië. Geef Cyprioten de kans te handelen met die gebieden en het eiland bloeit, artistieke elementen uit al die culturen vermengend. Egyptische kapitelen in een Griekse tempel, dat soort dingen.

Lees verder “Cypriotisch badhuis”

Waarom ik “Xerxes in Griekenland” schreef

Gistermorgen heb ik bij uitgeverij Omniboek het bestand ingeleverd van mijn nieuwe boek, Xerxes in Griekenland. De presentatie is donderdagmiddag 28 november in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden; het ligt vanaf 3 december in de boekhandel en als u het meteen wilt hebben, bestelt u het hier. Dat is een Amsterdamse boekhandel maar ze leveren landelijk.

Xerxes in Griekenland is een kwart eeuw in de maak geweest, vanaf het moment waarop classicus Hein van Dolen me vroeg om de landkaarten en het register voor zijn vertaling van de Historiën van Herodotos te maken, die in 1995 is gepubliceerd onder de titel Het verslag van mijn onderzoek. De Historiën zijn de voornaamste bron over Xerxes’ veldtocht. Sindsdien cirkel ik steeds weer naar Xerxes’ veldtocht terug, is het niet omdat ik op vakantie naar Griekenland ging, dan was het wel omdat ik een boek schreef over Alexander de Grote of omdat kwakhistorici na de Amerikaanse inval in Irak hun kans schoon zagen om een hoop negentiende-eeuwse rotzooi de wereld in te pompen.

Lees verder “Waarom ik “Xerxes in Griekenland” schreef”

Fabeldieren

Sfinx met jong (Museum van Bagdad)

Alle oude volken kenden zo hun eigen fabeldieren en voegden daar de fantasiebeesten van hun buurvolken aan toe. De sfinxen die in de Mesopotamische mythologie de Boom des Levens bewaken, keren terug in het joodse verhaal over de Tuin van Eden. De Humbaba’s van de Babyloniërs werden de Gorgonen van de Grieken. Ik schreef er al eens over. De lamassu’s uit Mesopotamië staan op munten uit Sicilië. De Romeinen namen van de Grieken de hele goddelijke veestapel over en daarvandaan wandelde die door naar de middeleeuwse bestiaria.

Hierboven ziet u een sfinx op een ivoortje uit het Archeologisch Museum van Bagdad; de foto is gemaakt door Marjon Verburg, die Irak onlangs bezocht. Op de achtergrond herkent u de paradijselijke vegetatie maar het leukste is natuurlijk dat deze sfinx een jonkie heeft. De ivoorsnijder kende aan het mythologische beest normale dierlijke eigenschappen toe.

Lees verder “Fabeldieren”

Koning en hoveling

Het defilé in Persepolis begint: de hoveling rechts kondigt het begin aan (Nationaal Museum Teheran)

Het bovenstaande reliëf uit Persepolis is een van de beroemdste uit de Perzische kunst. Middenin zit de koning. Je mag hem Darius noemen, omdat het reliëf is bedacht tijdens zijn regering, of Xerxes, omdat het tijdens zijn regering is gemaakt. In feite is het gewoon De Koning. De afbeelding lijkt een feest te weer te geven dat we voor het gemak zouden kunnen gelijkstellen aan het Nederlandse Prinsjesdag: de dag waarop de monarchie door het volk wordt bevestigd. In Nederland gebeurt dat met de troonrede, waarin de koning alle mooie plannen bekendmaakt, en roept iemand “leve de koning!”; in Perzië deelden de mensen over en weer geschenken uit.

Het defilé staat op het punt te beginnen en van rechts komt een hoffunctionaris aanlopen die de gasten aankondigt. Links van de koning – meer dan menshoog afgebeeld – staat zijn beoogde troonopvolger, ook wat groter dan de anderen. Ze hebben ruikers in hun hand om hun verheven positie aan te geven. Achter de kroonprins een religieuze functionaris, een doek voor de mond, en ’s konings wapendrager. De doek voor de mond heeft dezelfde functie als de twee wierookbranders middenin: de koning moet leven tussen de aangename geuren, dus geen mondgeur als iedereen hem een kushand toe blaast. Bedenk dat dit een tijd was waarin een rotte tand niet werd gevuld maar bleef rotten.

Lees verder “Koning en hoveling”