Kort Cypriotisch (4): Muurkroon

Godin met muurkroon (Cyprusmuseum, Nicosia)

Zoals de naam al aangeeft zijn muurkronen kronen in de vorm van een muur. Het motief is ontstaan in het Midden-Oosten: de oudste mij bekende afbeelding van zo’n muurkroon, een rotsreliëf in Naqš-e Rustam, stelt een Elamitische godin voor en dateert uit het eerste kwart van het eerste millennium v.Chr. Later namen de Assyriërs het over.

Nog later vinden we het in de Griekse kunst: rond 300 v.Chr. voorzag de beeldhouwer Eutychides van Sikyon het ooit wereldberoemde beeld van de Tychè (geluksgodin) van Antiochië van een muurkroon. Daarna ging het snel: in de Hellenistische tijd en in het Romeinse Rijk werden stadsgodinnen heel vaak afgebeeld met zo’n kroon. Voor een recenter exemplaar: zie de stedenmaagd in uw woonplaats.

Lees verder “Kort Cypriotisch (4): Muurkroon”

Wen-Amun (3)

Een Libanese cederboom in de winter

In het eerste en tweede deel van dit stuk vertelde ik hoe de Thebaan Wen-Amun was uitgezonden om in Byblos hout te kopen. In Dor, de havenstad van het volk van de Tjeker, was Wen-Amun echter beroofd van zijn goud en zilver. Omdat de stadsvorst compensatie weigerde, had Wen-Amun het zilver geconfisqueerd van een Tjeker-schip. Daarmee bereikte hij Byblos, waar koning Zakar-Baal hem uitlegde dat hij het hout niet zomaar kon komen opeisen: Byblos was onafhankelijk en farao Nesbanebdjed diende de volle prijs te betalen.

***

Hoewel de verhoudingen duidelijk waren bekoeld, vonden Wen-Amun en koning Zakar-Baal toch een compromis. Er werd alvast wat hout naar Egypte gestuurd en een bediende voer mee om een brief van Wen-Amun over te brengen, waarin deze vroeg om extra zilver. In Egypte lijkt men te hebben gedacht dat als men snel zou antwoorden, het minder erg zou zijn als men probeerde het hout alsnog op een koopje te krijgen, want Nesbanebdjed stuurde nog in de winter

vier kruiken en één vaas van goud, vijf kruiken zilver, tien kledingstukken van koningslinnen, tien kledingstukken van fijn linnen, 500 zachte linnen matten, 500 ossenhuiden, 500 touwen, twintig zakken linzen en dertig manden vis.

Lees verder “Wen-Amun (3)”

Wen-Amun (2)

Een ivoortje uit een van Byblos’ koningsgraven (overgang Bronstijd/IJzertijd, Nationaal Museum Beiroet)

In het eerste deel van dit stuk vertelde ik hoe de Thebaan Wen-Amun door de hogepriester van Amon, Herihor, was uitgezonden om in Byblos hout te kopen. Farao Nesbanebdjed verleende steun maar in Dor, de havenstad van het volk van de Tjeker, werd Wen-Amun beroofd van zijn goud en zilver. Omdat de stadsvorst compensatie weigerde, confisqueerde Wen-Amun het zilver van een Tjeker-schip. Daarmee bereikte hij Byblos, waar hij zijn paviljoen opsloeg bij de haven en het edelmetaal samen met een beeldje van Amon een veilige plek gaf.

***

Wen-Amun was niet welkom. De tijd waarin de koning van Byblos blij zou zijn geweest hout te mogen leveren voor een bark voor Amon in het verre Thebe, was al ruim een halve eeuw voorbij en de plaatselijke koning, Zakar-Baal, liet Wanamun weten dat hij diende te vertrekken. Wen-Amun antwoordde dat hij geen schip had om naar Egypte terug te keren. Dat herhaalde zich iedere dag, een maand lang: elke morgen kwam een koninklijke bediende de heuvel aflopen om de Egyptenaar te zeggen dat hij moest vertrekken en elke morgen klom hij van het strand terug naar het paleis om de koning te vertellen dat Wen-Amun niet vertrekken kon. Toen gebeurde er iets wonderlijks.

Lees verder “Wen-Amun (2)”

Wen-Amun (1)

“Tjeker arresteren gezochte zilverrover Wen A.”

De bovenstaande foto, een screenshot van de website van een Libanese krant, deed me onbedaarlijk lachen. Dat is omdat ik er een totaal idiote associatie bij heb: de avonturen van Wen-Amun.

Wen-Amun leefde in de eerste helft van de elfde eeuw v.Chr., laten we zeggen rond 1070. Er is wat discussie over de precieze datering van zijn onfortuinlijke reis naar Byblos. Egypte was in elk geval in die tijd de supermacht niet meer die het ooit was geweest: tijdens of kort na de regering van Ramses VI (r.1442-1134) was het zijn bezittingen in Kanaän kwijtgeraakt. Intern was Egypte verdeeld: de ene farao Ramses volgde op de andere farao Ramses totdat, na de dood van Ramses XI in 1077 v.Chr., de eenheid helemaal verdween. In het noorden regeerde farao Nesbanebdjed, de eerste vorst van de Eenentwintigste Dynastie, en in het zuiden was de macht in handen van Herihor, de hogepriester in Thebe. En daar was, zo rond 1070, het schip waarmee het cultusbeeld van de god Amon werd vervoerd, toe aan vervanging. En daarmee begint het droevige maar ware en eigenlijk ook grappige verhaal van Wen-Amun.

Lees verder “Wen-Amun (1)”

Kameel aan de Rijn

Olielampje met een afbeelding van een kameel (Andreasstift, Worms)

Het Andreasstift in Worms is een leuk museum. Het heeft Keltische, Romeinse en Germaanse voorwerpen, maar vermoedelijk komen de meeste bezoekers voor de enorme kerkzaal die wordt gebruikt voor wisselexposities. Hier vond in 1521 de Rijksdag van Worms plaats, waar Luther zijn ideeën verdedigde. De woorden “Hier stehe ich, Gott helfe mir, ich kann nicht anders” zijn overigens niet historisch, maar dat terzijde. Het museum is tof en kan leuk worden gecombineerd met het interessante Nibelungenmuseum en de mooie Dom, waar het drama van het genoemde heldenlied begint.

Op een bovenverdieping in het museum is het bovenstaande olielampje te zien. Mijn foto is niet geweldig, maar het lampje is dat wel: er staat immers een kameel op. Ik ken maar twee andere Romeinse afbeeldingen van zo’n tweebulter: een munt die de annexatie van Petra herdenkt en een olielampje in het Louvre. Dat is ook niet zo vreemd, want kamelen waren in de Oudheid zeldzaam. Anders dan de dromedaris, die uit het Midden-Oosten komt, komt de kameel uit Afghanistan en de Gobi-woestijn, vér buiten de Grieks-Romeinse wereld.

Lees verder “Kameel aan de Rijn”

Thee met Olaf Kaper

Tutu (©Wikimedia Commons, Keith Schengili-Roberts)

Ik weet niet hoe het u vergaat, maar als ik woorden als “doorbraak” of “Nobelprijs” hoor, haak ik al vrij snel af. Dat wetenschap door de revolutionaire, onverwachte inzichten van geniale onderzoekers zou voortschrijden, is een romantische mythe en zegt weinig over wat onderzoek nou echt is. Dat heeft meer te maken met een gestage aanwas van data. Niet dat er nooit iets nieuws gebeurt. De oudheidkunde krijgt er momenteel toch maar mooi het DNA-onderzoek bij. Het wil ook niet zeggen dat er nooit een fundamenteel probleem wordt opgelost. Over de Bronstijdchronologie heb ik onlangs geblogd.

Het is echter verkeerd dat de berichtgeving over de wetenschap vaak wordt bepaald door dit soort romantische frames. Onderzoek is meestal tastend zoeken. Stapje voor stapje verder komen, zoals met de puzzel van de Bronstijdchronologie. Het is vooral aarzelen en de conclusie in twijfel trekken die je het liefst zou trekken. De rubriek “Ware wetenschap” die De Volkskrant ooit had, bracht vooral dat aspect in beeld. En ik ben een tijdje geleden thee gaan drinken met egyptoloog Olaf Kaper van de Leidse universiteit.

Lees verder “Thee met Olaf Kaper”

MoM | Goropiseren

Goroposiseren is een wat onaardige jargonterm. Ze is afgeleid van de naam van een zestiende-eeuwse geleerde, Jan van Gorp ofwel “Goropius”. Deze man is berucht geworden omdat hij de wonderlijkste etymologieën bedacht om te bewijzen dat het Nederlands ’s werelds oudste taal was. Die beruchtheid is te betreuren, want hij was ook een van de eersten die begreep dat talen een verleden hebben en dat de bestudering van talen licht kon werpen op dat verleden.

De bestudering van etymologieën kan inderdaad belangrijk zijn. Als je niet zou weten dat Rotterdam aan de Rotte lag, zou je het bestaan van dat riviertje én een belangrijke gebeurtenis uit de vroege geschiedenis van die stad kunnen afleiden uit de naam. Etymologie-studie kan ook belangrijk zijn bij de ontcijfering van dode talen. Je kunt er echter ook verschrikkelijk de mist mee ingaan.

Lees verder “MoM | Goropiseren”