Charax, een stad van Alexander de Grote

Een waterkering in Charax

In het voorjaar van 324 v.Chr, stichtte Alexander de Grote een nieuwe stad op een kunstmatige heuvel tussen de monding van de rivier de Tigris in het westen en de gezamenlijke loop van de Eulaeus en de Pasitigris in het oosten. Dit Alexandrië in Susiana was geen totaal nieuwe stad. Er was al een Achaimenidische nederzetting met de naam Durine. De Macedonische kolonisten waren veteranen die een speciale wijk kregen in de vernieuwde stad, die ze Pella noemden, naar de hoofdstad van hun vaderland.

Seleukidische tijd

De stad stond al spoedig bekend als Charax (van het Aramese Karkâ, “kasteel”) en bloeide in de Seleukidische tijd. De belangrijke haven aan de kop van de Perzische Golf beheerste de handel over de Indische Oceaan beheerste. De bewoners doken ook naar parels.

Lees verder “Charax, een stad van Alexander de Grote”

Het Babylon van Nebukadnezar

De Ištarpoort (Pergamonmuseum, Berlijn)

Volgens de Babylonische kroniek die bekend staat als ABC 2, nam Nabopolassar op 23 november 626 v.Chr. de koningstitel aan. Ik blogde er al over. Dit was het begin van een reeks veldtochten tegen de Assyriërs. In 614 plunderden de Babyloniërs en de Meden de religieuze hoofdstad van Assyrië, Aššur, twee jaar later gevolgd door Nineveh. Babylon, al ruim een millennium de culturele hoofdstad van het Nabije Oosten, was nu ook weer de politieke hoofdstad.

Van Nebukadnezar tot Cyrus

De zoon van Nabopolassar, Nebukadnezar, regeerde van 605 tot 562 v.Chr. en herbouwde Babylon als de mooiste stad van het Nabije Oosten. De beroemde muren met blauwe glazuurtegels en de Ištarpoort zijn twee voorbeelden. Elders verbeterde hij het koninklijke paleis en herbouwde hij de Etemenanki. De roemruchte Hangende Tuinen, volgens Griekse auteurs een van de zeven wonderen van de toenmalige wereld, zijn misschien wel het bekendste werk van Nebukadnezar. Helaas zijn ze een sprookje.

Lees verder “Het Babylon van Nebukadnezar”

Babylon, Assyrisch hoofdpijndossier

De restauratie van Babylon door Esarhaddon (Louvre, Parijs)

Ik schreef onlangs dat Babylon de culturele hoofdstad van het Nabije Oosten bleef. Dat was zo nadat een Hethitische aanval rond 1595 v.Chr. – opnieuw die dateringskwestie – een einde aan het Oud-Babylonische Rijk had gemaakt, dat bleef zo in de slecht gedocumenteerde Kassitische tijd, dat bleef zo toen Elam in het oosten tijdelijk een supermacht was, dat bleef zo toen Mitanni in het noorden belangrijk was, dat bleef zo terwijl de Zeevolken in het westen de boel op stelten zetten, dat bleef zo toen de Assyrische koningen het Nabije Oosten verenigden.

Hoofdpijndossier Babylon

Voor hen was Babylon een hoofdpijndossier. Ze wierpen in de achtste eeuw v.Chr. “het juk van Aššur” over Babylonië en vonden dat ze de culturele hoofdstad netjes moesten behandelen. Vanaf Tiglath-pileser III (r.744-727) lieten ze zich daarom kronen als heersers van zowel Assyrië als Babylonië. Door de stad in een personele unie met hun rijk te verenigen, brachten zij hun respect voor de Babylonische beschaving, instellingen en wetenschap tot uitdrukking. De Babyloniërs kwamen echter in 703 v.Chr. in opstand onder leiding van Marduk-apla-iddin II (de Bijbelse Merodach Baladan), en koning Sanherib plunderde de stad in 689. Dit was een daad van verschrikkelijke goddeloosheid: dit verbrak immers de band die de aarde verbond met de hemel, zoals vorm gegeven in de Etemenankiziggurat, het “huis van het fundament van de hemel op aarde”. Hij deporteerde de bevolking van Babylon richting Nineveh en de culturele hoofdstad stond jarenlang leeg.

Lees verder “Babylon, Assyrisch hoofdpijndossier”

Nineveh, de laatste Assyrische hoofdstad

De (inmiddels verwoeste) Nergal-poort van Nineveh

De laatste hoofdstad van Assyrië, Nineveh, ligt op de oostelijke oever van de Tigris, op de plek waar de Khosr erin uitmondt. Dit riviertje verdeelt de oude stad in een noordelijke en een zuidelijke helft. Beide hebben een citadel dicht bij de westelijke muur: de zuidelijke heuvel heet Nebi Yunus (“profeet Jona”) naar het oude islamitische mausoleum op die plaats, terwijl de noordelijke heuvel Kuyunjik heet.

Over de alleroudste resten van Nineveh blogde ik al: neolithisch aardewerk uit het zevende millennium v.Chr. Maar ook al is dat erg mooi, er is maar weinig bekend over deze periode.

Lees verder “Nineveh, de laatste Assyrische hoofdstad”

Domitianus en de joden

Domitianus (Kunsthistorisch museum, Boedapest)

Ik had het vorige week over de rol van keizer Domitianus (r.81-96) bij het schisma tussen christendom en rabbijns jodendom. Het beleid, zo wilde ik aannemelijk maken, was gericht op geforceerde integratie van de Joden in het Romeinse Rijk. Doordat de gelden voor de tempel in Jeruzalem voortaan ten goede kwamen aan de Jupitertempel in Rome, moesten joden de Romeinse oppergod gelijkstellen aan de hunne.

De maatregel was grievend en was vermoedelijk ook zo bedoeld. Er is althans een parallel voor die dat suggereert: Domitianus sloeg nog in het jaar 93 munten van het type Judaea Capta, dat de overwinning op de Joden herdacht. Een kleine kwart eeuw na de gebeurtenissen is dat alleen uit te leggen als trap na. Dat joden het ook zo hebben uitgelegd, is gedocumenteerd in de rabbijnse literatuur. De tekst die bekendstaat als Deuteronomium Rabbah schuift Domitianus het voornemen in de schoenen Rome te ontdoen van Joodse bewoners.

Lees verder “Domitianus en de joden”

Kort Irakees (5): Bahlul

Het Abbasidische paleis in Bagdad, dat overigens eeuwen na Haroen ar-Rasjid is gebouwd

Soefi’s zijn islamitische mystici. Ik blogde al eens over ze. Misschien is het grote verschil met de westerse mystiek wel dat deze laatste werkelijk naar binnen is gekeerd, zodat het écht gaat om de relatie tussen de gelovige en God, terwijl de soefi’s vaak de noodzaak voelen hun radicale liefde voor God te tonen, en daarbij dus een publiek nodig hebben. Er is een derde partij bij betrokken, wat in mijn ogen – die van een buitenstaander – de claim alléén van God te houden tegenspreekt.

Dat laat onverlet dat ik plezier beleef aan de verhalen over een Rabia, die door Bagdad rende met een kruik en een fakkel, om de hel te blussen en de hemel in brand te steken, zodat ze Gods wil kon doen zonder aan het hiernamaals te denken. De anekdote bevalt me vooral zo omdat ze illustreert dat er tussen humanisme en religie weinig verschil zit. Een gelovige die iets goeds doet om in de hemel te komen, is een boekhouder.

Lees verder “Kort Irakees (5): Bahlul”

Kalhu ofwel Nimrud

Twee lamassu’s uit het paleis van Aššurnasirpal (Nationaal Museum van Irak, Bagdad)

De afgelopen dagen had ik het over het oude Babylonië. Assyrië, het noorden van het huidige Irak, maakte deel uit van het Oud-Babylonische Rijk. Later herwon Mât Aššur, “het land van de god Aššur”, echter zijn zelfstandigheid en begon het aan een gestage expansie. Die is uitzonderlijk goed gedocumenteerd in vele duizenden kleitabletten. Het koninkrijk breidde zich in alle richtingen uit. Eén koning voor alle volken, was de ideologie, zo mooi beschreven door Daan Nijssen in Het wereldrijk van het Tweestromenland.

Het was daarbij een beetje – al moeten we voorzichtig zijn met vergelijkingen – zoals met de Spaanse conquistadores in Mexico: het succes van de vele veldtochten bewees dat de god Aššur het imperialisme steunde, de veroveraars deden dus godgevallig werk, en het was daarom niet vreemd dat ze veel buit binnenhaalden, want Aššur was een goede god die zijn vrome dienaars beloonde. En dus kwamen het goud, het zilver, het ivoor, de slaven, het koper, het edelsmeedwerk, het textiel, de paarden in grote aantallen en hoeveelheden naar de hoofdstad Aššur.

Lees verder “Kalhu ofwel Nimrud”

Kort Irakees (3): Foto’s en hoeden

Iedereen wil met je op de foto. Dat is niet alleen in Irak zo, het is de hobby van alle mensen in het gehele Midden-Oosten. Libanezen zoeken daarvoor graag gekke momenten en proberen er iets humoristisch van te maken. In het xenofiele Iran zwermen hele schoolklassen op je af en proberen de kinderen meteen hun Engels uit. Ik dacht dat de Perzen het meest cameraverliefd waren, maar de Iraki’s spannen de kroon.

Het blijft hier ook niet bij één foto: de mannen van onze escorte willen bij elke ruïne die we bekijken een nieuwe foto, en daarna nog een keer met ook de bewakers van die ruïne erbij. Die puinhopen zeggen hun verder niets, maar ze vinden het weer wel leuk dat vreemdelingen lopen te stuiteren als ze iets bijzonders zien of ontdekken. (Gisteren fotografeerde ik op een opgraving twee piekfijn bewaard gebleven Akkadische koningsinscripties die nog nooit zijn gepubliceerd. We stuiterden terug naar ons busje.)

Lees verder “Kort Irakees (3): Foto’s en hoeden”

De wetten van Hammurabi

Hammurabi groet de zonnegod Šamaš, herkenbaar aan de gehoornde helm en de zonnestralen uit zijn schouders. Dit is het bovenste deel van de stèle in het Louvre.

De Wetten van Hammurabi zijn wereldberoemd. In de eerste aflevering van Better Call Saul probeert Jimmy McGill een misdadiger ervan te weerhouden twee mannen te vermoorden met het argument dat de aanstaande slachtoffers erop uit waren geweest iemand een been te breken, dat een dubbele moord een excessieve vorm van vergelding zou zijn en dat het volstaat twee keer een been te breken. McGill, nooit verlegen om een mooie formulering, doet dit onder verwijzing naar de Wetten van Hammurabi.

De Wetten van Hammurabi

De Wetten van Hammurabi zijn beroemd genoeg. Maar niet omdat ze de eerste waren. De wetten van koning Ur-Nammu (Derde Dynastie van Ur), van koning Lipit-Ishtar en uit Ešnunna zijn ouder. De twee eerste verzamelingen zijn echter fragmentarisch bekend en ook de derde is niet heel erg lang. De wetten van Hammurabi zijn veel en veel langer. Deze wetgever was een micromanager. Zijn wetten zijn bovendien systematischer en ook compleet overgeleverd. Wat weer niet wil zeggen dat de 282 bepalingen een compleet overzicht bieden. Vaak ontbreekt de algemene regel, bijvoorbeeld dat het verboden is een valse aanklacht in te dienen, en lezen we alleen ophelderingen, zoals de procedures voor valse beschuldigingen van moord, tovenarij of diefstal.

Lees verder “De wetten van Hammurabi”

Kort Irakees (1): Al-Haytham

Al-Haytham

Ik kan over het reizen in Irak natuurlijk allerlei spannende verhalen vertellen. Over onze bewapende begeleider of over ons escorte. Dat klinkt allemaal heel stoer, maar de simpele waarheid is dat reizen in Irak zo avontuurlijk niet is. Hotels zijn goed, sanitair functioneert, eten is prima. weer is lekker, mensen zijn vriendelijk. En vooral: de mensen vinden het leuk dat je belangstelling toont voor hun land. Mooi zou ik het vlakke, vervuilde en verstedelijkte gebied tussen Eufraat en Tigris niet willen noemen, boeiend is het echter wel. Ik wil wat stukjes schrijven over alledaagse zaken die me opvielen. Gewoon, om tegenover het vele nare nieuws over Irak eens wat positiefs te zetten.

Al-Haytham

Eerst maar eens iets over het bovenstaande bankbiljet van 10.000 dinar, een kleine zes euro. Daar kun je met z’n tweeën prima van lunchen in de plaatselijke horeca. De afgebeelde persoon is de Irakese geleerde Al-Haytham, die leefde van 965 tot 1039. Op andere bankbiljetten staan beroemde gebouwen en de Wetten van Hammurabi (waarover binnenkort meer). Zoals zoveel landen gebruikt Irak zijn geld om mensen iets te tonen waarop elke ingezetene trots kan zijn. En Al-Haytham, die in West-Europa bekendstaat als Alhazen, verdient de onderscheiding dubbel en dwars. Hij is de grondlegger van de optica. Maar er is meer.

Lees verder “Kort Irakees (1): Al-Haytham”