MoM | Een prijs voor het RMO

Delacroix, De dood van Sardanapalos

Terwijl ik op Cyprus was, las ik dit leuke bericht op de website van de NOS: het Rijksmuseum van Oudheden heeft “met ruime meerderheid van stemmen” de wedstrijd gewonnen die Museumtijdschrift had uitgeschreven – wat was de favoriete expositie van de stemmers? Nineveh dus. Een ronkerig persbericht roept van alles (“brengt een streek die bijna dagelijks negatief in het nieuws is nu eens op een positieve manier onder de aandacht”) maar het is wel degelijk fijn om te lezen.

Om te beginnen dus omdat de expositie een streek die bijna dagelijks negatief in het nieuws is, op een positieve manier onder de aandacht heeft gebracht. Dat mag dan een cliché zijn, het is wel waar. Er zijn echter nog twee andere redenen. Eén: deze expositie was belangrijk.

Lees verder “MoM | Een prijs voor het RMO”

Alles van waarde is kwetsbaar (2)

Kwetsbaar

De culturele sector is verward. Wat willen we ook alweer, wat is daarvoor nodig, waardoor loopt het spaak, wat is nu de situatie? En ook: voel ik me niet een beetje belachelijk dat ik anno 2018 nog vasthoud aan een ideaal dat al dertig jaar onhaalbaar is?

Wat willen we ook alweer?

Een liefde voor geschiedenis (geesteswetenschappen, klassieken, cultuur, humaniora, erfgoed, letteren…) zou haar eigen beloning kunnen zijn – en is dat gelukkig ook vaak. Het is een prima hobby. Je hebt het bovendien getroffen als je van die hobby je beroep kunt maken, zoals al die kleine bureautjes en cursus-instituten van mensen die hun enthousiasme willen delen.

Naast deze welbeschouwd hedonistische visie op het belang van het verleden – ik laat het vanaf nu aan uzelf over in te vullen dat het ook gaat om de letteren, het erfgoed, klassieken, humaniora… – is er ook een wat verhevener visie. Je kunt er iets van leren. Als u dat laatste een hatelijk woord vindt: we kunnen onszelf verrijken, bevoordelen. Ik heb bijvoorbeeld op deze blog onlangs verteld hoe je door de bestudering van keizer Constantijn zou kunnen ontdekken dat het in West-Europa gangbare idee dat je maximaal één godsdienst kunt hebben, is ontstaan onder vrij specifieke laatantieke omstandigheden. Zoiets brengt je dan tot het inzicht dat er geen reden is waarom je niet én islamitisch én christelijk zou kunnen zijn of én gelovig én ongelovig. Je hebt zo je eigen, westerse standpunt beter doorgrond. Of, ouderwets gezegd: je bent wijzer geworden.

Lees verder “Alles van waarde is kwetsbaar (2)”

Goed nieuws over het Thermenmuseum

Het badhuis in Heerlen (het ziet er inmiddels beter uit maar ik heb alleen deze wat oudere foto)

Ik weet het: een stukje dat begint met “de grootste ruïne” suggereert dat er iets negatiefs gaat komen. De grootste ruïne, dat is de economie van Griekenland, de Amsterdamse binnenstad, de Italiaanse politiek, de puinhopen van Paars. Het is zelden een aanbeveling, behalve in Heerlen, waar de grootste Romeinse ruïne uit Nederland is te zien: in het Thermenmuseum liggen de resten van een enorm badhuis. Het museum heeft ook een geweldige collectie Romeinse vondsten uit Zuid-Limburg.

Het Rijksmuseum van Oudheden is een algemeen museum, het Valkhof en Hoge Woerd richten zich overwegend op de gemilitariseerde periferie van de limes, en wie het gewone, civiele Romeinse leven in de Lage Landen wil kennen, moet naar Heerlen, dat zich daarbij perfect laat combineren met het Gallo-Romeinse museum in Tongeren en eventueel de Katakomben van Valkenburg. Ik zou vaker over “de Euregio” schrijven als het, vanuit Amsterdam, niet zo verdraaid ver weg was. (Wat overigens bewijst hoe perifeer Amsterdam in Europa eigenlijk ligt.)

Lees verder “Goed nieuws over het Thermenmuseum”

Het belang van de Nineveh-expositie in het RMO

Ivoortje met een Egyptische sfinx, afkomstig uit Assyrië (Archeologisch museum van Bagdad)

Een paar weken geleden kreeg ik een mailtje dat me nogal verbaasde. Ik kreeg het verwijt dat ik veel aandacht besteedde aan de Nineveh-tentoonstelling in het Rijksmuseum van Oudheden. Dat ging ten koste van de aandacht die ik behoorde te besteden aan Griekenland en Rome.

Ik kan daarop natuurlijk antwoorden dat als iemand wil dat er meer wordt geblogd over de klassieke Oudheid, het hem of haar vrijstaat zelf elke dag een blogstukje te schrijven. (“Ik hoop dat hij zijn pols verrekt,” zoals Gerrit Komrij in een soortgelijke situatie opmerkte.) Ik kan ook antwoorden dat je pas kwaliteitseisen kunt stellen aan mijn werk als ik een verplichting zou zijn aangegaan tegenover een subsidiegever, maar ik ben zo vrij te denken dat die subsidiegever wel tevreden zou zijn. Als iemand namelijk zou vaststellen wat in 2017 de belangrijkste te beschrijven oudheidkundige onderwerpen waren, scoorde de Nineveh-expositie hoog. En eigenlijk precies om de reden die mijn correspondent aangaf: omdat het niet gaat over Griekenland en Rome.

Lees verder “Het belang van de Nineveh-expositie in het RMO”

Straatsburg

Het slagveld bij Straatsburg

Vandaag een nieuwe aflevering in het winterfeuilleton “op reis in Gallia Belgica”. Zoals de trouwe lezers van deze blog weten, bezochten mijn zakenpartner en ik onlangs Bastogne, de Titelberg, Trier en Hermeskeil. Onze volgende bestemming was Straatsburg, waar we een beetje met een omweg naartoe reden omdat we eerst het slagveld wilden zien waar de Romeinse generaal Julianus in 357 n.Chr. de Alamannen versloeg.

Die waren Gallië binnengevallen terwijl het Romeinse Rijk in een crisis verkeerde: in 350 was keizer Constans vermoord en opgevolgd door Magnentius, die meteen verstrikt zat in een burgeroorlog tegen Constans’ broer Constantius. Er waren allerlei troepenbewegingen, de Rijngrens lag onbewaakt en de Alamannen plunderden de Elzas. Ook nadat Constantius in 353 zijn rivaal had verslagen, duurde het even voordat de Romeinen hun gezag konden herstellen.

Lees verder “Straatsburg”

Crossroads

In de vijftiende eeuw was ze er ineens, de term “Middeleeuwen”. Het achterliggende idee was dat er ooit een glorieuze Romeinse Oudheid was geweest, dat het daarna allemaal minder was geweest maar dat men nu, in het Italië van de Renaissance, althans de ambitie had die glorieuze tijd te doen herleven. De driedeling Oudheid – Middeleeuwen – Nieuwe Tijd is sindsdien blijven bestaan, inclusief de negatieve beoordeling van het middelste tijdvak. Het is geen compliment als iemand je toevoegt dat je er middeleeuwse denkbeelden op nahoudt.

Geen historicus die er nog zo over denkt. Enerzijds omdat aan het einde van de Middeleeuwen het belang van de Italiaanse Renaissance sterk is genuanceerd, anderzijds omdat aan het begin van de Middeleeuwen in feite een compleet nieuw tijdvak “ertussen is geschoven”. Werd vroeger een cesuur aangenomen op het moment dat het Romeinse staatsapparaat in West-Europa in de late vijfde eeuw desintegreerde, tegenwoordig zien historici de periode tussen pakweg 300 en 1000 meer als eenheid. Ik heb weleens geblogd over Chris Wickham, een van de historici die deze omslag hebben bewerkstelligd. Het Amsterdamse Allard Pierson-museum wijdt momenteel een prettige expositie aan dit tijdvak.

Lees verder “Crossroads”

Oog op de Oudheid

Zoals ik al eens eerder heb aangegeven, hebben we naast de traditionele Week van de Klassieken, waarin in heel Nederland en België de oude wereld in het zonnetje wordt gezet, ook een Romeinenweek met speciale aandacht voor de Lage Landen in de Romeinse tijd. Eigenlijk is zo’n doublure vooral logisch, aangezien iedereen (nou ja, bijna iedereen) geboeid is door de “age of experiment” die de Oudheid nu eenmaal is. Toch zijn er ook nadelen en daarom zullen het Rijksmuseum van Oudheden (RMO) en RomeinenNU de twee evenementen verbinden door “Oog op de Oudheid”: vier dinsdagavonden in het museum, waarop de laatste ontwikkelingen uit de doeken worden gedaan.

Zoals het programma er nu uit ziet – dus met een slag om de arm – vindt elke avond plaats in de Tempelzaal van het RMO, begint het om 20:00 (zaal open 19:30), wordt het gepresenteerd door classica Tazuko van Berkel, is er een pauze met Romeinse wijn van  Eet!verleden, en eindigt het rond de klok van tienen met een korte discussie onder leiding van wetenschapsjournalist Marcel Hulspas.

Lees verder “Oog op de Oudheid”