Het British Museum

Een deel van de Elgin Marbles.

Elk museum heeft zijn charmes. Het Rijksmuseum van Oudheden, waar ik kind aan huis ben. Het kleine museum van Troyes, waar je wat oude meesters kunt zien én de grootste collectie meteorieten van het departement. Het museum van Hamadan omdat de directrice er altijd weer in slaagt iets nieuws te tonen. Het museum met de mozaïeken uit Zeugma, omdat, nou ja, omdat daar de mozaïeken zijn uit Zeugma. En het British Museum, waar ik weleens kwam met mijn voormalige Britse geliefde en mooie herinneringen aan heb.

De collectie zelf heeft echter óók wel wat en vandaag neem ik u mee langs enkele museumstukken. Om te beginnen het bekendste of beruchtste onderdeel: de Elgin Marbles, die u hierboven ziet, genoemd naar de Lord Elgin die ze naar Engeland bracht. Ze komen van de Parthenon-tempel in Athene, en Griekenland wil ze graag terug hebben; er is al een prachtig museum gebouwd voor wat ze daar aanduiden als de Parthenon Marbles. Dit beeldhouwwerk, zo betogen de Grieken, is werelderfgoed. Precies, antwoorden de Britten, en omdat het het erfgoed van de hele wereld is, kan het ook worden getoond in Engeland. Laat u door dat geharrewar echter niet afleiden. Dit is gewoon weergaloos mooi beeldhouwwerk en hierboven ziet u maar een heel, heel klein gedeelte.

Lees verder “Het British Museum”

Een stukje Iran in Assen

[Ik ken weinig mensen die zó enthousiast zijn over alles wat oud en mooi is als Lauren van Zoonen. Ze heeft een leuke blog die ik graag onder uw aandacht breng. Hieronder haar bespreking van de Iran-expositie in het Drents Museum in Assen.]

Sinds zondag 17 juni 2018 is de nieuwe expositie van het Drents MuseumIran – Bakermat van de Beschaving” te bezichtigen. Een tentoonstelling waar ik al maanden reikhalzend naar uitkeek en die ik afgelopen vrijdag 22 juni bezocht. Ze overtrof al mijn verwachtingen.

Lees verder “Een stukje Iran in Assen”

MoM | Er is te weinig aandacht voor aardewerk

Scherven op de vlakte van Šahr-e Qumis (Hekatompylos)

In het eerste deel van dit stukje gaf ik aan dat er in musea nogal veel aardewerk ligt omdat het spul weliswaar breekbaar is maar niet goed kapot wil gaan. Het smelt, roest of brandt niet. Ook is keramiek betrekkelijk waardeloos, zodat niemand zijn leven riskeert om het uit een verbrande of verzwolgen nederzetting op te halen. Het grote aanbod van potten en scherven in de musea wil dus niet zeggen dat het materiaal is oververtegenwoordigd, maar dat andere vondstcategorieën zijn ondervertegenwoordigd.

Nee, er is nooit genoeg aardewerk

Er is ook een ander verhaal te vertellen. Keramiek is namelijk verdraaid informatief. Een van de eersten die dat begreep, was Heinrich Schliemann. In een tijd waarin esthetiek een belangrijke drijfveer was bij het oudheidkundig bodemonderzoek, zocht hij niet naar mooie sculptuur – al was hij niet afkerig van de mooie Helios uit Troje – maar begreep hij dat simpele voorwerpen een belangrijke bron van informatie konden zijn. De hoon die hij kreeg van de toenmalige, kunsthistorisch georiënteerde oudheidkundigen is nog altijd niet verstomd, maar Schliemann had wel gelijk. Het grauwe aardewerk dat hij vond in Orchomenos, Mykene en Troje IV deed hem bijvoorbeeld inzien dat deze nederzettingen gelijktijdig hadden bestaan. Zo ontdekte hij dat je aardewerk kunt gebruiken om chronologieën te bepalen.

Lees verder “MoM | Er is te weinig aandacht voor aardewerk”

MoM | Er is teveel aandacht voor aardewerk

Scherven uit Enkomi

Eigenlijk wil ik al weken eens wat Methode-op-maandag-stukjes schrijven over de koolstofmethode, want toen ik laatst op deze plek meldde dat er een probleem met de kalibratiecurve is, moest ik constateren dat ik nooit echt had uitgelegd wat dat was en waarom we nu met de gebakken peren zitten. Verder zou ik willen schrijven over tekstkritiek, want mijn stukje over de Lachmannmethode blijkt wat al te eenvoudig. U kunt het gerust lezen hoor, maar een recente editie van de Handelingen van de Apostelen leert me dat een vervolg nodig is. U moet dit alles echter te goed houden, want er ligt een lezersvraag:

Waarom hebben archeologen het zo vaak over aardewerk? Is dat niet wat al teveel?

Ja. Er is teveel aandacht voor keramiek. En ook nee, maar eerst waarom er zo veel aandacht is voor aardewerk.

Lees verder “MoM | Er is teveel aandacht voor aardewerk”

MoM | Een prijs voor het RMO

Delacroix, De dood van Sardanapalos

Terwijl ik op Cyprus was, las ik dit leuke bericht op de website van de NOS: het Rijksmuseum van Oudheden heeft “met ruime meerderheid van stemmen” de wedstrijd gewonnen die Museumtijdschrift had uitgeschreven – wat was de favoriete expositie van de stemmers? Nineveh dus. Een ronkerig persbericht roept van alles (“brengt een streek die bijna dagelijks negatief in het nieuws is nu eens op een positieve manier onder de aandacht”) maar het is wel degelijk fijn om te lezen.

Om te beginnen dus omdat de expositie een streek die bijna dagelijks negatief in het nieuws is, op een positieve manier onder de aandacht heeft gebracht. Dat mag dan een cliché zijn, het is wel waar. Er zijn echter nog twee andere redenen. Eén: deze expositie was belangrijk.

Lees verder “MoM | Een prijs voor het RMO”

Alles van waarde is kwetsbaar (2)

Kwetsbaar

De culturele sector is verward. Wat willen we ook alweer, wat is daarvoor nodig, waardoor loopt het spaak, wat is nu de situatie? En ook: voel ik me niet een beetje belachelijk dat ik anno 2018 nog vasthoud aan een ideaal dat al dertig jaar onhaalbaar is?

Wat willen we ook alweer?

Een liefde voor geschiedenis (geesteswetenschappen, klassieken, cultuur, humaniora, erfgoed, letteren…) zou haar eigen beloning kunnen zijn – en is dat gelukkig ook vaak. Het is een prima hobby. Je hebt het bovendien getroffen als je van die hobby je beroep kunt maken, zoals al die kleine bureautjes en cursus-instituten van mensen die hun enthousiasme willen delen.

Naast deze welbeschouwd hedonistische visie op het belang van het verleden – ik laat het vanaf nu aan uzelf over in te vullen dat het ook gaat om de letteren, het erfgoed, klassieken, humaniora… – is er ook een wat verhevener visie. Je kunt er iets van leren. Als u dat laatste een hatelijk woord vindt: we kunnen onszelf verrijken, bevoordelen. Ik heb bijvoorbeeld op deze blog onlangs verteld hoe je door de bestudering van keizer Constantijn zou kunnen ontdekken dat het in West-Europa gangbare idee dat je maximaal één godsdienst kunt hebben, is ontstaan onder vrij specifieke laatantieke omstandigheden. Zoiets brengt je dan tot het inzicht dat er geen reden is waarom je niet én islamitisch én christelijk zou kunnen zijn of én gelovig én ongelovig. Je hebt zo je eigen, westerse standpunt beter doorgrond. Of, ouderwets gezegd: je bent wijzer geworden.

Lees verder “Alles van waarde is kwetsbaar (2)”

Goed nieuws over het Thermenmuseum

Het badhuis in Heerlen (het ziet er inmiddels beter uit maar ik heb alleen deze wat oudere foto)

Ik weet het: een stukje dat begint met “de grootste ruïne” suggereert dat er iets negatiefs gaat komen. De grootste ruïne, dat is de economie van Griekenland, de Amsterdamse binnenstad, de Italiaanse politiek, de puinhopen van Paars. Het is zelden een aanbeveling, behalve in Heerlen, waar de grootste Romeinse ruïne uit Nederland is te zien: in het Thermenmuseum liggen de resten van een enorm badhuis. Het museum heeft ook een geweldige collectie Romeinse vondsten uit Zuid-Limburg.

Het Rijksmuseum van Oudheden is een algemeen museum, het Valkhof en Hoge Woerd richten zich overwegend op de gemilitariseerde periferie van de limes, en wie het gewone, civiele Romeinse leven in de Lage Landen wil kennen, moet naar Heerlen, dat zich daarbij perfect laat combineren met het Gallo-Romeinse museum in Tongeren en eventueel de Katakomben van Valkenburg. Ik zou vaker over “de Euregio” schrijven als het, vanuit Amsterdam, niet zo verdraaid ver weg was. (Wat overigens bewijst hoe perifeer Amsterdam in Europa eigenlijk ligt.)

Lees verder “Goed nieuws over het Thermenmuseum”