De Domitianusexpositie in Leiden (2)

Domitianus als farao

[Tweede deel van een stuk over de Domitianusexpositie in het Rijksmuseum van Oudheden. Het begin was hier.]

Van de vijfentwintig bruikleengevers aan de Domitianusexpositie zijn er tien Italiaans en ik vermoed dat die samen twee derde van de voorwerpen leveren. Er zijn ook veel stukken waarvoor je anders naar het Getty-museum in Malibu moet reizen. De tentoonstelling legt een zekere nadruk op de toenmalige sculptuur, waar heel verrassende keuzes bij zijn. Uit Benevento komt het portret van Domitianus als farao. Voor het eerst zag ik vondsten bij elkaar uit Castel Gandolfo, waar een keizerlijke villa was, en mede door een artikel in het PALMA-boek realiseerde ik me dat dit landgoed reconstrueerbaar was.

Lees verder “De Domitianusexpositie in Leiden (2)”

De Domitianusexpositie in Leiden (1)

Ga er maar aan staan, een grote expositie organiseren met bruiklenen van ruim twee dozijn instellingen. Dat is complex. En dat in tijden van corona. Dat is nog complexer. Je snapt dat het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden de expositie over de Romeinse keizer Domitianus (r.81-96) tweemaal moest uitstellen. Vorige week was het echter eindelijk zo ver. En zoals u weet: na de tweede dag ging het museum alweer op slot. Na zoveel jaren werk moet de sluiting voor de betrokkenen een ongelooflijke opdoffer zijn. Ik hoop voor hen dat het kabinet de lockdown na 14 januari minimaal ten dele kan opheffen.

Trouwens, dat hoop ik ook voor ons. Het is namelijk een gevarieerde tentoonstelling. Als u in Leiden bent, moet u er zeker heen.

Zolang dat niet kan, zal ik over de Domitianusexpositie bloggen en adviseer ik u de catalogus te lezen. Die bestelt u hier als u het museum wil steunen of daar als u liever een lokale boekhandel steunt. Ook is er een aardig boekje, Wreed en pervers, waarin Olivier Hekster en Vincent Hunink enkele teksten over keizer Domitianus presenteren.

Lees verder “De Domitianusexpositie in Leiden (1)”

Domitianus (1): Corona civica

Domitianus (Museo Archeologico Nazionale, Napels)

De wetenschap staat soms voor niets. Een rottig virus steekt de kop op, binnen enkele weken is het begrepen, binnen enkele maanden liggen er vaccins, en een jaar na de eerste prik is in de westerse wereld ruim 85% van de bevolking ingeënt. Helaas is de rest van de wereld langzamer, blijven er nieuwe virusvarianten ontstaan en dat maakt de huidige lockdown onvermijdelijk. Dat is zuur.

Het is extra zuur voor de mensen die de afgelopen jaren hebben gewerkt aan de Domitianus-expositie in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Na twee keer  te zijn uitgesteld ging die afgelopen vrijdag open voor het publiek. Zaterdagmiddag ging het museum dicht. Een van de organisatoren, Eric Moormann, appte me dat hij het “akelig” vond, en dat leek me het eufemisme van het jaar.

Lees verder “Domitianus (1): Corona civica”

Hunebed van de dag: D27 (Borger)

Hunebed D27 naast het Hunebedcentrum in Borger

Het is niet vreemd dat hunebed D27 weleens aangeduid is geweest als “de onbesuisde steenhoop”. Het op vijfentwintig na zuidelijkste hunebed in Nederland heeft namelijk een lengte van 22½ meter en een breedte van ruim vier meter. Dat maakt het het het grootste hunebed in eigen land. Een van de dekstenen weegt twintig ton. De bouwers van de hunebedden waren voor geen kleintje vervaard maar dit moet ook voor hen een joekel zijn geweest. Lodewijk Napoleon, de eerste koning van Nederland, bracht in 1809 een bezoek aan dit monument.

De Groningse dichteres Titia Brongersma heeft het monument al in 1685 onderzocht. Na wat spitwerk vond ze mensenbotten. Daarover zouden we graag meer willen weten omdat skeletmateriaal in de Drentse bodem zeldzaam is. Later heeft Caspar Reuvens, als eerste directeur van het Rijksmuseum van Oudheden ook de eerste wetenschappelijke archeoloog van Nederland, er nog eens een blik op geworpen. Het schijnt vast te staan dat er nog in de Bronstijd crematies in dit hunebed zijn bijgezet, dus ik neem aan dat er op enig moment urnen zijn opgegraven. Ik heb echter niet kunnen achterhalen wanneer dat is geweest, al vermeldt Hunebedden.nl de vondst van nog meer menselijk botmateriaal.

Lees verder “Hunebed van de dag: D27 (Borger)”

Geliefd boek: Lost Species

Wat me fascineert aan natuurhistorische musea zijn niet de geraamtes van dinosaurussen of de opgezette dieren, maar iets anders. Aan die musea zijn namelijk ook onderzoekscentra verbonden met omvangrijke collecties van dieren en planten. Grote natuurhistorische musea in Berlijn, Londen of Leiden, maar ook in de Verenigde Staten, bezitten tientallen miljoenen exemplaren. Insecten zijn in de meerderheid. Christopher Kemps The Lost species. Great Expeditions in the Collections of Natural History Museums (2017) is een loflied op het verzamelen en bewaren van dieren- en plantensoorten, en op de wetenschappers die ze bestuderen.

Taxonomie

Big data zijn nodig om bij een diersoort variaties en ondersoorten te kunnen opsporen. Het principe is eigenlijk hetzelfde als bij teksten op kleitabletten. Hoe meer teksten, des te beter. Ook als sommige teksten tientallen keren zouden voorkomen. Alleen dan zijn er vergelijkenderwijs variaties in stijl en spelling te ontdekken.

Lees verder “Geliefd boek: Lost Species”

De wereldkaart van Ptolemaios

Ptolemaios’ “Geografie” (Gutenbergmuseum, Mainz)

Vorige week was ik in Mainz en we bezochten het Gutenbergmuseum. Als u het niet kent, moet u er zeker heen gaan. Nergens ter wereld zie je op één plek zoveel wiegedrukken (boeken gedrukt vóór 1500) bij elkaar. Leuke teksten ook, zoals de uitgave van het Corpus Iuris die een van Gutenbergs leerlingen vervaardigde (een ander exemplaar is in Zutphen), teksten van Erasmus en Luther (akkoord: post-1500), de Germania van Tacitus en natuurlijk bijbels, gedrukt door de uitvinder zelf.

Ook het bovenstaande boek is er: een uitgave van PtolemaiosGeografie, een fundamenteel werk. Onze reconstructie van de antieke topografie gaat er voor een belangrijk deel op terug. De landkaarten zijn beroemd. Hierboven ziet u één voorbeeld, maar er zijn in Ptolemaios’ Geografie diverse kaarten opgenomen.

Lees verder “De wereldkaart van Ptolemaios”

De Germanen in Bonn

Vorige week bezocht ik de tentoonstelling “Germanen. Eine archäologische Bestandsaufnahme” in het Landesmuseum in Bonn. De organisatoren nemen het begrip “Germanen” ruimtelijk breed: ze behandelen niet alleen de antieke bewoners van de Noordduitse Laagvlakte (de zogeheten Jastorfcultuur), maar ook Scandinavië en de Przeworskcultuur uit Polen. Dat ze de netten hiermee niet té wijd werpen, zie je goed als je kijkt naar bijvoorbeeld de producten van de edelsmeden. Het met dieren versierde beslag van ceinturen was overal hetzelfde.

Germanen in Germanië

Aan de andere kant hanteren de organisatoren chronologisch een juist wat minder ruim Germanenbegrip. Ze tonen vooral de eerste vier, vijf eeuwen van onze jaartelling. De periode van de Grote Volksverhuizingen ontbreekt natuurlijk niet maar is ondergeschikt. Logisch ook, want de verhuizende mensengroepen droegen weliswaar de namen van oude Germaanse etnische verbanden, maar waren feitelijk een bonte menigte van velerlei herkomst. Ze assimileerden snel en zijn archeologisch niet te onderscheiden van hun Romeinse tijdgenoten. Al met al behoorden de migranten meer tot de Mediterrane dan tot de Germaanse wereld. Ze blijven in Bonn daarom wat op de achtergrond.

Lees verder “De Germanen in Bonn”

Trajanus, de grote roerganger

Trajanus als stuurman

Voor de collega’s van Historizon begeleid ik deze week een reis door het Rijnland. We bezochten de gereconstrueerde Romeinse stad Xanten, de Germanen-expositie in het Landesmuseum in Bonn (aanrader!) en het Romeinse fort Saalburg. Gisteren, de dag waarop de Mainzer Beobachter jubileerde, waren we stomtoevallig in Mainz, waar we onder andere het scheepvaartmuseum en de Isistempel bezochten.

Hoewel enkele mensen in de groep de gebrandschilderde ramen van Marc Chagall wilden zien, ondanks mijn verzekering dat die in Keulen waren, was het leuk terug te zijn in deze stad, waar ik rond 2003 ooit bij toeval belandde en waarvoor ik altijd een zwak heb gehad. Later deze week bezoeken we in Belginum en Mehring locaties van het Romeinse platteland, en via de keizerlijke hoofdstad Trier en de mooie Romeinenexpositie in Tongeren keren we naar Nederland terug, als dat niet in de tussentijd is weggespoeld.

Lees verder “Trajanus, de grote roerganger”

Doggerland

Een 50.000 jaar oude vuistbijl, gevonden op de Maasvlakte. Het voorwerp is gemaakt van Wommersomkwartsiet, gewonnen in Vlaams Brabant, 175 kilometer verderop. Het illustreert hoe mobiel Neanderthalers waren.

Nederland heeft geen archeologiemuseum. Net als Vlaanderen overigens, dat in Brugge tot voor kort wel zo’n museum had. Onze musea tonen vooral voorwerpen, waarmee ze een verhaal over het verleden vertellen. Dat is ook goed. Het verleden is immers belangrijk. Maar ik zou willen dat ergens ook naar behoren werd uitgelegd wat archeologie is. Gelukkig is er nu de expositie over Doggerland in het Rijksmuseum van Oudheden. Het sterke is dat deze niet alleen gaat over de Steentijd van een gebied dat nu ligt op de bodem van de Noordzee, maar dat ze ook vertelt hoe en waardoor we weten wat weten.

De naam “Doggerland” is daarbij ietwat misleidend, want die term verwijst naar de Doggersbank, de ondiepte halverwege Nederland en Engeland. De expositie gaat echter over een wat groter gebied. Veel vondsten zijn vlak onder de Nederlandse kust gedaan. De paleolithische voorwerpen komen bijvoorbeeld van de stranden van de Zeeuwse archipel en de Waddeneilanden, terwijl flink wat mesolitische vondsten zijn gedaan op de Maasvlakte. Lees verder “Doggerland”

Roofkunst

Ruurd Halbertsma is conservator in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Ik vermoed – en hieruit mag u afleiden dat ik hem ken – dat zijn hart ligt bij de Griekse collectie, maar ook over Nederland in de Romeinse tijd weet hij van de hoed en de rand. Bij de expositie over Karthago in 2014 vertelde hij enthousiast over de ontdekking van de aloude stad door Jean-Emile Humbert (1771-1839), een Nederlandse ingenieur die voor de bey van Tunis de stadsmuur verbeterde, enkele forten bouwde, de zoetwatervoorziening regelde en de haven bij Karthago aanlegde. Hoewel Tunis in de negentiende eeuw vooral een Franse stad werd, bevolkt door Italiaanse migranten, is de blauwdruk getekend door een Nederlander.

Jean-Emile Humbert

Of beter: een Hollander. Humbert is geboren in Den Haag, voelde zich na de val van de Oranjes niet thuis in de Bataafse Republiek, trad in dienst van de bey en keerde pas na de Restauratie terug naar het nieuwe koninkrijk Nederland. Daar deed hij zijn vondsten over aan Caspar Reuvens, zodat ze nog altijd in het Rijksmuseum van Oudheden zijn. Hier vindt u een wel heel summiere pagina over museumstuk H1; de H staat voor de naam van de ontdekker. Het was een van de eerste Punische voorwerpen in een West-Europees museum. Humbert identificeerde ook de voornaamste plaatsen in Karthago, zoals de havens, het waterreservoir en de Byrsa. Fascinerend figuur dus, die vroege archeoloog, en daarom een van de personages in Halbertsma’s debuutroman Roofkunst.

[Hierna komen enkele spoilers]

Lees verder “Roofkunst”