Sakkara

Pabes en Taweretemheb, beschermd door de godin Hathor

Egypte bestaat uit ruwweg twee delen: Boven-Egypte ofwel het Nijldal en Beneden-Egypte ofwel de Delta. Ergens rond 3100 v.Chr. raakten deze gebieden verenigd en vanaf dan spreken we van de Eerste Dynastie of Vroegdynastieke tijd. Of we die vereniging mogen typeren als staatsvormingsproces is een kwestie van definitie. Het heeft er in elk geval mee gemeen dat het tijdperk structurerend was voor de verdere geschiedenis van Egypte. Allerlei zaken ontstonden die sindsdien in de Egyptische cultuur aanwezig zijn gebleven en terug zijn blijven komen.

Zo werd Memfis een soort stedelijk centrum: een gebied met heiligdommen, paleizen, havens en woonhuizen dat zich uitstrekte over een lengte van zo’n dertig of veertig kilometer. Ook toen eeuwen later andere heiligdommen, zoals Thebe of Sais, voorname bestuurscentra waren geworden, bleef Memfis belangrijk.

Lees verder “Sakkara”

De falende erfgoedbescherming

Dakpan met stempel “EXGERINF” (Exercitus Germaniae Inferioris, “leger van Beneden-Germanië). Voor het goede begrip: deze is én echt én onderdeel van een keurige museale collectie (Swaensteyn, Voorburg). Maar zoiets is me vrijdag dus aangeboden.

Vrijdagmorgen werd ik voor de derde keer deze maand benaderd door iemand die illegaal verworven voorwerpen aanbood. Dakpannen en bakstenen met de stempels van een Romeins legeronderdeel. Dit maak ik vaker mee maar dit keer begon de illegale handelaar de onderhandelingen met een volkomen gêneloos: “heb je belangstelling voor…” Ik heb niet gereageerd (of u moet dit stukje beschouwen als reactie).

Soms begint iemand met “ik vond dit op mijn land” en vraagt hij (altijd een hij) wat het kan zijn. Ik verwijs dan meestal naar een archeohotspot, naar een museum of naar PAN. Als ik daarna niets meer hoor, weet ik dat het geen onschuldige oppervlaktevondst was. Er zijn overigens voldoende vondsten die wél bona fide zijn en de genoemde instellingen helpen bona fide vinders doorgaans graag, professioneel en snel.

Lees verder “De falende erfgoedbescherming”

De musea gaan weer open

Beeld van Fortuna Redux, Thermenmuseum, Heerlen

Vandaag, dinsdag 9 juni, heropent het Thermenmuseum in Heerlen, waar u de restanten kunt zien van een Romeins badhuis. Het is immens en bewijst hoe belangrijk Heerlen ooit is geweest, iets wat ook overtuigend wordt bewezen door de nog niet zo heel erg lang geleden vernieuwde expositie. Als u al een tijdje niet naar het Thermenmuseum bent geweest, dan is dit uw kans – als u althans in de buurt woont of beschikt over een auto, want zoals u weet wordt reizen met het openbaar vervoer u momenteel nog ontraden. Automobilisten adviseer ik aan de Spoorsingel te parkeren en dan door het Maankwartier naar het museum te wandelen, dat is een leuke bonus bij een bezoek aan Heerlen.

Waarom u naar het museum moet? Om u aan cultuur te laven natuurlijk. Maar laat ik er iets aan toevoegen: de musea hebben het niet makkelijk. De steunpakketten waarmee het Nederlandse kabinet probeert de economie op de been te houden, pakken niet heel goed uit voor musea. Bedenk bovendien dat Halbe Zijlstra, de staatssecretaris van Cultuur die niet wist wat hij aan moest met “musea vol opgegraven potten en pannen”, de archeologische musea buitensporig hard heeft geraakt.

Lees verder “De musea gaan weer open”

MoM| Brownwashing

Ik had mijn blogje voor zaterdag al geschreven toen het nieuws kwam dat Steve Green ruim 10.000 voorwerpen uit zijn verzameling – die ooit werd geschat op 40.000 – zou gaan teruggeven. Dat is netjes en de manier waarop hij het formuleerde, dat hij zélf verantwoordelijk was, trof me als verantwoordelijk. Hij erkende de verkeerde wetenschappelijke adviseurs te hebben genomen, die hij niet bij naam en toenaam noemde, al weten we dat het gaat om Scott Caroll en Dirk Obbink. Minimaal kan gezegd worden dat hun excuus nogal opvallend achterwege blijft; voor het overige komt de vraag op welk cijfer de olijke tweeling heeft gehad voor het eerstejaarscollege wetenschapsethiek.

Aan Greens verklaring was het een en ander voorafgegaan. We vernamen vorige week dat alle Dode Zee-rol-fragmenten in het Museum van de Bijbel (een spin-off van de Greencollectie) vals waren. Dat kwam niet als een schok, want we wisten al dat Green vervalsingen had aangekocht. Daarbij bleef het niet: op Twitter constateerde archeoloog Michael Press dat van de duizenden voorwerpen in het museum slechts van 150 de herkomst was opgegeven. Zoals elke student weet kunnen voorwerpen zonder gedocumenteerde provenance vals zijn. (In het geval van papyri is authenticiteit bovendien niet in een laboratorium vast te stellen.) Het zal niet zo zijn dat de voorwerpen in bezit van de Greencollectie en het museum allemáál onecht zijn, maar de publiciteit kan Green hebben doen besluiten het zinkende schip te verlaten. Het probleem is dat hij zelfs dat verkeerd doet.

Lees verder “MoM| Brownwashing”

Oog op de Oudheid 2020

De wereld van de Romeinen, Grieken, Kelten, Egyptenaren, Joden en Mesopotamiërs is fascinerend en de bestudering daarvan is dat eveneens. Om ook dat laatste te tonen, organiseert het Rijksmuseum van Oudheden voor het derde achtereenvolgende jaar Oog op de Oudheid. Onder het motto ‘geen weetjes maar wetenschap’ verneemt u vier avonden lang wat onderzoekers nu eigenlijk doen, gewijd aan het thema ‘controverse’.

Dinsdag 31 maart Oog op de ander: een disclaimer vooraf

Trigger warnings zijn waarschuwingen waardoor mensen van tevoren weten dat hetgeen ze gaan zien of lezen, schokkend kan zijn. De vraag is of zulke disclaimers ook nodig zijn als het gaat om thema’s als verkrachting of moord in de Oudheid. Ethische vragen verplichten musea zorgvuldig na te denken over het al dan niet tonen van menselijke resten. Of zijn we te gevoelig? Oudhistorica Kim Beerden en conservator Annemarieke Willemsen (Rijksmuseum van Oudheden) bespreken dit spanningsveld.

Lees verder “Oog op de Oudheid 2020”

Wegdorpje?!

Coriovallum met het badhuis links achteraan (© Thermenmuseum)

Bij de mail: geef ons heden ons dagelijks blogstukje en verlos ons van die idiotie. Er was nog een tweede verzoek van dien aard, maar iets minder opvallend geformuleerd.

Voor wie de kwestie mocht hebben gemist: het Thermenmuseum in Heerlen rondt momenteel belangrijk onderzoek af en publiceerde een persbericht met in de kop en de lead de claim dat het Romeinse badhuis het oudste gebouw van Nederland zou zijn. Als je het zo formuleert is het natuurlijk niet waar. U kent de hunebedden wel en die zijn eigenlijk nog jong, vergeleken met de boerderijen van de Bandkeramiekcultuur. Iets verderop in het persbericht staat het gelukkig iets preciezer: het badhuis is een stenen gebouw. Uit andere nederzettingen kennen we huizen met stenen fundamenten en muren van stampleem, maar Heerlen heeft dus een badhuis met muren van steen.

Lees verder “Wegdorpje?!”

MoM | Röntgenfluorescentiespectrometrie

Glazen drinkbeker uit Fectio/Vechten (Allard Pierson-museum, Amsterdam)

Het Allard Pierson-museum, het oudheidkundige museum van Amsterdam, heeft zijn openingstijden verruimd. Om luister bij te zetten dat het voortaan in het weekend om 10:00 opent, wordt er in februari ’s zondags ontbijt geserveerd, zijn er muziekuitvoeringen en verzorgen de medewerkers lunchlezingen. Gisteren ging ik luisteren naar conservator René van Beek, die sprak over Romeins glas. Toen ik hem kort daarvoor bij de muziek tegen het lijf was gelopen, had hij nog luchtig over zijn praatje gedaan – het was maar heel algemeen, had hij gezegd, en het was slechts inleidend – maar het werd een buitengewoon leerzaam half uur waarin hij schetste welk technisch onderzoek momenteel plaatsvond.

Een leuk voorbeeld betrof de drinkbeker hierboven, die is opgegraven in Vechten bij Utrecht, het Romeinse fort Fectio. Hij is kort voor de Tweede Wereldoorlog in Keulen gerestaureerd. Ook toen vond men dat een restauratie zó gedaan moest worden dat duidelijk blijft wat echt en wat aanvulling is, en daarom gebruikte het atelier geen glas maar iets dat op bakeliet lijkt. De documentatie is echter bij de bombardementen van Keulen verloren gegaan en dat is jammer, want het is onbekend wat het gebruikte materiaal nou precies is. Het is de afgelopen tachtig jaar wel mooi groen geworden en het Allard Pierson-museum zal dat niet terugdraaien. De restauratie behoort evengoed bij de geschiedenis van het object.

Lees verder “MoM | Röntgenfluorescentiespectrometrie”

Kroisos

Kroisos op de brandstapel (foto Louvre)

Kroisos was koning van Lydië, ergens in het midden van de zesde eeuw v.Chr. Hij is beroemd om de zelfs naar antieke maatstaven flauwe mop dat bij gezanten naar Delfi stuurde met de vraag of hij Perzië moest aanvallen, waarop het orakel antwoordde dat hij een groot koninkrijk ten onder zou doen gaan. Optimistisch begon Kroisos aan de oorlog om te laat te ontdekken dat zijn eigen rijk ten onder ging. De ondergang van Lydië is een historisch feit waarvan vaak wordt beweerd dat dit in 547 v.Chr. is gebeurd, maar de datering is gebaseerd op een slecht leesbaar kleitablet waarop een rare vorm van het woord “Lydië” zou kunnen staan en is militair-strategisch onwaarschijnlijk. We weten het weer eens niet.

De ondergang van Kroisos maakte grote indruk op zijn tijdgenoten. De man had fenomenale geschenken gegeven aan de god van Delfi en het was bepaald ondankbaar van de goden dat ze niet wat meer had gedaan voor hun goedgeefse vereerder. De Griekse dichter Bakchylides beweert dat toen Kroisos door de Perzen terechtgesteld werd, de goden hem meenamen naar het land van de Hyperboreërs. Dit motief kennen we ook uit andere Griekse verhalen: als onschuldige mensen gedood dreigen te worden, nemen de goden hen weg. De Hyperboreërs leefden overigens in het hoge noorden, voorbij de noordenwind, in wat een soort gelukzalig dodenrijk is. Bakchylides ontkent dus de dood van Kroisos niet.

Lees verder “Kroisos”

Conspicuous leisure

Een van de leukste en belangrijkste wetenschappers van de vroege twintigste eeuw was Thorstein Veblen (1857-1929). In zijn Theory of Business Enterprise (1904) wees hij erop dat ondernemers alleen winst kunnen maken als de markten niet optimaal functioneren en dat ze dus het liefst een efficiënte economie saboteren. Het was daarom beter de regie niet over te laten aan de vrije markt maar aan ingenieurs, meende Veblen, maar van dit idee hebben we sinds de vijfjarenplannen van de Sovjet-Unie niet meer zoveel vernomen. Hij is daarentegen onverminderd actueel met zijn Theory of the Leisure Class (1899), waarin hij uitlegt dat mensen niet economisch rationeel handelen maar vooral verlangen naar status. Hij wees daarbij op twee aspecten: conspicuous consumption ofwel opzichtig consumeren en conspicuous leisure ofwel opzichtig luieren.

Voorbeelden van het eerste: een Rolex om je pols of vervoer in een dure auto. Oudheidkundig voorbeeld: de vorstengraven uit de IJzertijd, of dat nu Salamis op Cyprus is of de Vorst van Oss. Voorbeeld van het tweede: verre vakanties en museumbezoek. Achter beide zaken gaat Veblens cynische wereldbeeld schuil. Iedereen wil de ander inpeperen wie de voornaamste is. Mensen zijn wreed. Toch is er ook een mooie kant: als “anderen iets inpeperen” een drijfveer is, kan het positief worden benut, bijvoorbeeld voor cultuureducatie.

Lees verder “Conspicuous leisure”

Bes op Cyprus

Bes (Museum van Limassol)

Ik maak het me vanavond even niet al te moeilijk: een beeldje van de Egyptische god Bes, dansend en wel, gevonden in Amathous op Cyprus. Hij heeft er echt zin in.

De trouwe lezers van deze blog weten inmiddels waarom ik dit piepkleine stukje plaats: omdat ik uw aandacht wil vestigen op twee oudheidkundige musea, namelijk op het Amsterdamse Allard Pierson-museum, waar een fijne tentoonstelling is over opgemeld goddelijk wezen, en op het Leidse Rijksmuseum van Oudheden, waar een even fijne expositie is over opgemeld goddelijk eiland.

Vandaag was het nieuwjaar en waren beide musea gesloten. Maar morgen kunt u er weer naartoe. Ik beloof u dat u het mooi zult vinden.