Romeinse kleding

Het is alweer een tijdje geleden dat ik aankondigde dat we filmpjes wilden gaan maken om uit te leggen hoe oudheidkundigen weten wat ze weten. Dat bleek makkelijker gezegd dan gedaan, maar het project vordert, dankzij de jonge filmmakers van Second Sun, wel degelijk. Langzaam maar zeker, met de nadruk op dat laatste. Er is al een filmpje online over de Lachmann-methode, waarmee classici vaststellen wat de inhoud was van antieke teksten, ook al zijn die overgeleverd in manuscripten vol schrijffouten. Ook is er een filmpje online over de uitspraak van het Latijn. Als je weet hoe die taal heeft geklonken, “werken” antieke gedichten beter.

Hoewel het dus allemaal wat langer duurt dan voorzien, denk ik dat het belangrijk is dit soort dingen uit te leggen. Als mensen eenmaal sceptisch zijn geworden over de Oudheid is het lastig ze nog terug te winnen. Je kunt dan praten als Brugman om te tonen dat de wetenschappelijke methode werkelijk de meest redelijke is, maar critici zullen dan toch vooral hun scepsis gaan projecteren op de methode, zodat de wetenschapscommunicator precies het tegengestelde bereikt van wat hij beoogt. De uitleg van de methode moet er zijn vóór mensen vraagtekens plaatsen. Voorlichting die niet proactief is, is nogal eens te laat.

Lees verder “Romeinse kleding”

Fossielen

Een van de belangrijkste teksten uit de Oudheid is de Kroniek van Eusebios. Daarmee bedoel ik niet dat de tekst buitengewoon rijk is aan ideeën of opvalt door het sprankelende taalgebruik. Ook is het prima mogelijk je bezig te houden met de oude wereld zonder er ooit naar te hebben gekeken. Ik heb mijn studie kunnen afronden zonder ooit een blik in de Kroniek te hebben geworpen. De tekst is echter heel fundamenteel: Eusebios bracht hierin alle hem bekende chronologische informatie samen, afkomstig uit bronnen die sindsdien verloren zijn gegaan. De lijst met Olympische kampioenen, de Egyptische koningslijsten van Manethon en de Babyloniaka van Berossos zijn voor een groot deel bekend via Eusebios’ Kroniek, die overigens zelf verloren is gegaan maar is overgeleverd in een Armeense vertaling en door enkele christelijke auteurs.

Diepzinnig is het, zoals gezegd, niet: Eusebios wil slechts tonen dat de bijbelse chronologie accuraat is. Eerlijk is Eusebios echter wel. Hij constateert bijvoorbeeld dat de datum van de Griekse versie van de Zondvloed en de datum van de Babylonische en Joodse versies elkaar uitsluiten. Doordat hij het materiaal zo eerlijk presenteert, kunnen wij redelijk zien wat er vóór hem bekend was. Dat maakt de Kroniek tot een belangrijke tekst. Tot de ontcijfering van de Babylonische tabletten hadden we eigenlijk weinig anders om de antieke chronologie te bepalen en pas met de uitvinding van de koolstofdatering en jaarringdateringen kregen we echte alternatieven.

Lees verder “Fossielen”

Dolichenus in Tongeren

Votiefinscriptie voor Jupiter Dolichenus (Tongeren)

Een goed museum wil je twee keer bezoeken en ik was gisteren bepaald niet met tegenzin terug bij de archeologische site onder de Onze-Lieve-Vrouwe-basiliek van Tongeren. Net als bij ons bezoek in september hadden we een tiptop-rondleidster die de complexe structuur duidde: antieke huizen (met badhuis), een laatantieke basiliek (vaak geassocieerd met bisschop Servatius) en daarna kerken uit de Merovingische, Karolingische, Ottoonse en gotische perioden. Die laatste is uiteraard de kerk met de karakteristieke stompe toren, die je vandaag al van een grote afstand kunt zien.

In mijn vorige stukje noemde ik een inscriptie voor Jupiter Dolichenus die onder de basiliek is gevonden. Zie de foto hierboven. Er staat:

…OM
DOLICHEN…
VOLVSIA SABIN…
…NA PRO SE ET SV…

Lees verder “Dolichenus in Tongeren”

Beit Beiroet

Beit Beirut

Ik heb al vaker over de Libanese burgeroorlogen geblogd. Je merkt er in Libanon eigenlijk elke dag wel iets van, niet zozeer doordat de mensen elkaar nog naar het leven staan maar doordat de gevolgen zo blijvend zijn. Vaak gaat het om heel triviale dingen. Ik noemde al eens het feit dat Beiroetis hun straten nooit aanduiden met de officiële namen, maar ik zou ook hebben kunnen schrijven over het grote aantal auto’s, want het openbaar vervoer heeft de burgeroorlogen niet overleefd.

Vandaag kwam ik in Beit Beirut, een ooit elegant Ottomaans huis aan de Rue de Damas ofwel de beruchte Groene Lijn die ooit het christelijke Oost-Beiroet scheidde van het islamitische West-Beiroet. Het huis werd de vaste basis van christelijke sluipschutters, want het had grote ramen, waardoor een wijd schootsveld viel te bestrijken. Het werd dus ook zelf onder vuur genomen en de kogelgaten zijn nog altijd zichtbaar. Het resultaat ziet u hierboven. In 2008 werd een begin gemaakt met de restauratie, die voor een groot deel is gefinancierd door de stad Parijs.

Lees verder “Beit Beiroet”

Archeologisch museum, Sidon

Museum in aanbouw

Ik heb al eerder geschreven over de opgravingen in Sidon, waar een wonderschone opgraving eindelijk licht werpt op het oudste stedelijke verleden. Op de plaats die bekendstaat als “Les Frères” of de “College Excavations” is de hele geschiedenis gedocumenteerd vanaf het immer fascinerende Chalcolithicum (pakweg het vierde millennium v.Chr.) tot en met de komst van de Arabieren. Even verderop ligt een Kruisvaarderskasteel en tussen de opgraving en dat slot ligt een grafveld uit de dertiende eeuw.

Het onderzoek is niet alleen interessant omdat Sidon, dat na Byblos en Tyrus altijd een beetje op de derde plaats komt, nu zijn verleden in beeld krijgt. Belangrijk is ook dat hier voor het eerst Kanaänitisch DNA is geïsoleerd uit de Bronstijd. Weliswaar bereikte het de media op een vreemde manier – u moet het hier maar even nalezen – maar het is wel een belangrijke verworvenheid die een basis kan zijn voor nieuw onderzoek naar bijvoorbeeld de Fenicische migratie.

Lees verder “Archeologisch museum, Sidon”

De terugkeer van Wahibre-em-achet

Het plaatsen van de sarcofaag van Wahibre-em-achet in het Rijksmuseum van Oudheden (©RMO)

Toen ik werd benaderd om het themaboekje te schrijven voor de Week van de Klassieken, gewijd aan migratie in de Oudheid, wist ik meteen dat ik Wahibre-em-achet zou noemen. De inleiding opent dus met de sarcofaag van deze Griekse Egyptenaar, die de wacht houdt bij de ingang van het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Zoals de trouwe lezers van deze blog weten, is hij uiteindelijk uitgegroeid tot de titelheld van Wahibre-em-achet en andere Grieken. Er was echter één probleem: de sarcofaag was uitgeleend aan een Amerikaans museum. En het is toch een beetje vreemd als je schrijft “u ziet hem bij de ingang van het museum” als hij daar feitelijk niet staat.

Gelukkig werd de afgelopen maanden duidelijk dat het museumstuk tijdig zou terugkeren. U vindt de museale beschrijving hier en hieronder krijgt u het officiële persbericht. Leuk weetje: dat had eigenlijk gisteren de deur uit gemoeten, maar het museum was bang dat het zou worden opgevat als 1-april-grap.

Lees verder “De terugkeer van Wahibre-em-achet”

Het vernieuwde Afrikamuseum

Masker van de nganga Diphomba, d.w.z. gedragen door iemand die de rituelen beheerst (Afrikamuseum, Tervuren)

Welbeschouwd is een Afrikamuseum even idioot als een Amerikamuseum, een Aziëmuseum of een Europamuseum. Zeker als het niet alleen gaat over het hedendaagse werelddeel, maar als het verhaal begint in de Steentijd. En als het niet alleen gaat over de menselijke geschiedenis, maar ook over fauna, mineralogie, klimaat, archeologie én de manier waarop Noordwest-Europeanen de afgelopen eeuw naar Afrika hebben gekeken. De naam “Afrikamuseum” van de instelling in Tervuren belooft dan ook meer dan ze kan waarmaken. Het gaat vooral over Congo in de negentiende en twintigste eeuw. En dat is een heleboel.

Het museum is ontstaan als een traditionele koloniale instelling en verheerlijkt wat de Belgen destijds beschouwden als een beschavingsmissie. U zult in de centrale zaal dus beelden zien met titels als “België schenkt Congo welstand”. Een beeld van een (nogal Arabisch ogende) slavenhandelaar, compleet met zweep en naakte slavin, brengt in herinnering hoe de koloniale overheid optrad tegen slavernij. Het zou geschiedvervalsing zijn zulke beelden weg te halen: het museum is zélf eveneens cultureel erfgoed. Je gaat de fascistische landkaart van Italië in het Museo nazionale della civiltà romana ook niet te lijf met de witkwast. Wat je wel kunt doen, is uitingen van een ons inziens verouderde visie op Centraal-Afrika hercontextualiseren.

Lees verder “Het vernieuwde Afrikamuseum”