Oost-Groningen (strokarton)

Ooit was dit de laatste strokartonfabriek van Nederland (Oude Pekela)

Onlangs blogde ik over mijn lagere school in de Apeldoornse nieuwbouwwijk Zevenhuizen. Daar had ik natuurlijk ook aardrijkskundeles, waarbij we de Nederlandse provincies moesten leren. Van Groningen herinner ik me de zeehaven van Delfzijl, het kort daarvoor afgesloten Lauwersmeer, de scheepswerven van Hoogezand-Sappemeer, de gasbel bij Slochteren (inclusief bodemdaling – rond 1975 al bekend) en de ontginningen voorbij Veendam. En verder waren er producten met mysterieuze namen als aardappelmeel en strokarton. Het beroemde liedje Oost-Groningen van Drs.P. had voor mij dus een hoge herkenningswaarde.

Een week of wat geleden ben ik naar het Veenkoloniaal Museum te Veendam gefietst. Dat is een opvallend leuk museum en beslist de moeite van uw bezoek waard. Ik was vooral onder de indruk van de expositie over schippersvrouwen. Ik meende te weten dat het tegen eind negentiende eeuw een bron van trots was als een gezin voldoende inkomsten had om de vrouw des huizes vrij te stellen van betaald werk, en dat het behoorlijk taboedoorbrekend was dat rijkere vrouwen (zoals een Mina Kruseman) juist wél gingen werken. De zelfverzekerde Oost-Groningse schippersfamilies waren, zo leerde ik, een uitzondering. Misschien is het geen toeval dat Aletta Jacobs kwam uit Sappemeer. Hoe dat ook zij, de schippersfamilies waren rijk genoeg om de echtgenotes van de opvarenden niet te hoeven laten werken, maar toch was een derde van de schepelingen vrouw. Prachtige foto’s trouwens. Maar goed, ik kwam voor het strokarton.

Lees verder “Oost-Groningen (strokarton)”

Robert Seidel, Jäger

Pieter Bruegel, Jagers in de sneeuw

1

Aan de voet van de heuvel zagen de jagers de brug over de bevroren rivier. Bij de watermolen, waarvan het rad in het ijs tot stilstand was gekomen, trok een meisje haar zusje in een slee over het ijs. Een vrouw liep met brandhout over de brug, klaar om te gaan koken, maar vlees zou ze deze avond niet bereiden. Het enige dier dat de drie jagers die dag aan hun spies hadden geregen, was namelijk een magere vos geweest. Verder waren hun weitassen leeg gebleven. Ietwat terneergeslagen liepen de mannen door de sneeuw terug naar huis.

2

Pieter Bruegel zag de jagers kijken naar de brug en de stilgelegde watermolen. Hij herkende een thema voor een mooi winterlandschap. Als het ging om de moeilijkheden van het menselijk leven, zat hij er nooit naast. Hij begreep dat de schrale maaltijd van de jagers moest contrasteren met het feestmaal in de herberg, dat de vermoeide honden moesten staan tegenover een energieke vogel in de lucht en dat de schaatsenrijders geen acht mochten slaan op de ellende van een schoorsteenbrand.

Lees verder “Robert Seidel, Jäger”

Het Nibelungenmuseum van Worms

Hagen en het Rijngoud (standbeeld in Worms)

Volgens de Gallo-Romeinse kroniekschrijver Prosper Tiro maakte de Romeinse generaal Aetius in het jaar 435 een einde aan de heerschappij van de Bourgondische leider Gundihar:

Rond deze tijd versloeg Aetius Gundihar, de koning van de Bourgondiërs die woonden in de Gallische provincies. Toen hij om vrede smeekte, werd die hem verleend. Gundihar genoot echter niet lang van die vrede, aangezien de Hunnen hem en zijn volk uitroeiden.

Dit incident vormt de historische kern van het tweede deel van het Nibelungenlied, het nationale gedicht van Duitsland. Het is een duistere tekst over onheil en loyaliteit, die eerst de ondergang beschrijft van de stralende held Siegfried en in de tweede helft de verschrikkelijke wraak die zijn echtgenote Kriemhild neemt op degenen die verantwoordelijk zijn voor de dood van haar man. De eerste helft speelt in Worms, de residentie Gunther, en de tweede helft in het paleis van koning Etzel – namen waarin we Gundihar en Attila herkennen. Het is zeker mogelijk dat Attila als jonge man heeft deelgenomen aan de door Prosper Tiro vermelde veldtocht die resulteerde in de dood van koning Gundihar.

Lees verder “Het Nibelungenmuseum van Worms”

Erfgoedroof: de schaamte voorbij

Beek, een dorpje in Nederlands Limburg, heeft iets gemeen met Bagdad, de hoofdstad van Irak: erfgoedroof. De illegale handel heeft het plaatselijke museum overvallen. Voor zover er verschil is, is dat slechts in de schaal en het thema van het museum: in Bagdad een groot oudheidkundig museum, in Beek een plaatselijk museum, gewijd aan de Tweede Wereldoorlog. De overeenkomst is dat in beide gevallen een team inbrekers doelgericht te werk ging en precies wist wat het moest halen.

Gewoon dus, beng, je komt aanrijden, je laat je auto achter, je blokkeert de weg met banden om een eventuele politie-ingreep te vertragen, je breekt de deur van het museum open, je helpt je aan wat je nodig hebt en je vertrekt met een tweede auto. Zo simpel was het, daar in Beek.

De politie onderzoekt momenteel de inbraak maar het lijkt erop dat de vandalen handelden voor een opdrachtgever. Net als in Bagdad is het probleem niet alleen de dader maar ook de heler.

Lees verder “Erfgoedroof: de schaamte voorbij”

De Romeinse Maas

De Maas bij Chokier

De vallei van de Maas, Mosa in het Latijn, vormde het kerngebied van de Romeinse aanwezigheid in het noorden van Gallië, Gallia Belgica. Ik heb het dan met name over het gebied tussen pakweg Namen en Maastricht, waar een heel gevarieerde economie moet hebben bestaan. Maar eerst iets over de rivier zelf.

Een bron over een bron

De Maas wordt verschillende keren in de bronnen genoemd, hoewel meestal in het voorbijgaan. En soms ook gewoon onjuist. Julius Caesar is de eerste die er iets meer over zegt en dat is meteen onjuist: hij schrijft dat de Maas ontspringt in de Vogezen, maar in feite liggen de bronnen westelijker, niet ver van Domrémy, het dorpje waar eeuwen later Jeanne d’Arc geboren zou worden en haar visioenen zou krijgen. Vermoedelijk verwarde Caesar de Mosa met de Mosella, het Maasje ofwel de Moezel.

Lees verder “De Romeinse Maas”

Sakkara

Pabes en Taweretemheb, beschermd door de godin Hathor

Egypte bestaat uit ruwweg twee delen: Boven-Egypte ofwel het Nijldal en Beneden-Egypte ofwel de Delta. Ergens rond 3100 v.Chr. raakten deze gebieden verenigd en vanaf dan spreken we van de Eerste Dynastie of Vroegdynastieke tijd. Of we die vereniging mogen typeren als staatsvormingsproces is een kwestie van definitie. Het heeft er in elk geval mee gemeen dat het tijdperk structurerend was voor de verdere geschiedenis van Egypte. Allerlei zaken ontstonden die sindsdien in de Egyptische cultuur aanwezig zijn gebleven en terug zijn blijven komen.

Zo werd Memfis een soort stedelijk centrum: een gebied met heiligdommen, paleizen, havens en woonhuizen dat zich uitstrekte over een lengte van zo’n dertig of veertig kilometer. Ook toen eeuwen later andere heiligdommen, zoals Thebe of Sais, voorname bestuurscentra waren geworden, bleef Memfis belangrijk.

Lees verder “Sakkara”

De falende erfgoedbescherming

Dakpan met stempel “EXGERINF” (Exercitus Germaniae Inferioris, “leger van Beneden-Germanië). Voor het goede begrip: deze is én echt én onderdeel van een keurige museale collectie (Swaensteyn, Voorburg). Maar zoiets is me vrijdag dus aangeboden.

Vrijdagmorgen werd ik voor de derde keer deze maand benaderd door iemand die illegaal verworven voorwerpen aanbood. Dakpannen en bakstenen met de stempels van een Romeins legeronderdeel. Dit maak ik vaker mee maar dit keer begon de illegale handelaar de onderhandelingen met een volkomen gêneloos: “heb je belangstelling voor…” Ik heb niet gereageerd (of u moet dit stukje beschouwen als reactie).

Soms begint iemand met “ik vond dit op mijn land” en vraagt hij (altijd een hij) wat het kan zijn. Ik verwijs dan meestal naar een archeohotspot, naar een museum of naar PAN. Als ik daarna niets meer hoor, weet ik dat het geen onschuldige oppervlaktevondst was. Er zijn overigens voldoende vondsten die wél bona fide zijn en de genoemde instellingen helpen bona fide vinders doorgaans graag, professioneel en snel.

Lees verder “De falende erfgoedbescherming”

De musea gaan weer open

Beeld van Fortuna Redux, Thermenmuseum, Heerlen

Vandaag, dinsdag 9 juni, heropent het Thermenmuseum in Heerlen, waar u de restanten kunt zien van een Romeins badhuis. Het is immens en bewijst hoe belangrijk Heerlen ooit is geweest, iets wat ook overtuigend wordt bewezen door de nog niet zo heel erg lang geleden vernieuwde expositie. Als u al een tijdje niet naar het Thermenmuseum bent geweest, dan is dit uw kans – als u althans in de buurt woont of beschikt over een auto, want zoals u weet wordt reizen met het openbaar vervoer u momenteel nog ontraden. Automobilisten adviseer ik aan de Spoorsingel te parkeren en dan door het Maankwartier naar het museum te wandelen, dat is een leuke bonus bij een bezoek aan Heerlen.

Waarom u naar het museum moet? Om u aan cultuur te laven natuurlijk. Maar laat ik er iets aan toevoegen: de musea hebben het niet makkelijk. De steunpakketten waarmee het Nederlandse kabinet probeert de economie op de been te houden, pakken niet heel goed uit voor musea. Bedenk bovendien dat Halbe Zijlstra, de staatssecretaris van Cultuur die niet wist wat hij aan moest met “musea vol opgegraven potten en pannen”, de archeologische musea buitensporig hard heeft geraakt.

Lees verder “De musea gaan weer open”

MoM| Brownwashing

Ik had mijn blogje voor zaterdag al geschreven toen het nieuws kwam dat Steve Green ruim 10.000 voorwerpen uit zijn verzameling – die ooit werd geschat op 40.000 – zou gaan teruggeven. Dat is netjes en de manier waarop hij het formuleerde, dat hij zélf verantwoordelijk was, trof me als verantwoordelijk. Hij erkende de verkeerde wetenschappelijke adviseurs te hebben genomen, die hij niet bij naam en toenaam noemde, al weten we dat het gaat om Scott Caroll en Dirk Obbink. Minimaal kan gezegd worden dat hun excuus nogal opvallend achterwege blijft; voor het overige komt de vraag op welk cijfer de olijke tweeling heeft gehad voor het eerstejaarscollege wetenschapsethiek.

Aan Greens verklaring was het een en ander voorafgegaan. We vernamen vorige week dat alle Dode Zee-rol-fragmenten in het Museum van de Bijbel (een spin-off van de Greencollectie) vals waren. Dat kwam niet als een schok, want we wisten al dat Green vervalsingen had aangekocht. Daarbij bleef het niet: op Twitter constateerde archeoloog Michael Press dat van de duizenden voorwerpen in het museum slechts van 150 de herkomst was opgegeven. Zoals elke student weet kunnen voorwerpen zonder gedocumenteerde provenance vals zijn. (In het geval van papyri is authenticiteit bovendien niet in een laboratorium vast te stellen.) Het zal niet zo zijn dat de voorwerpen in bezit van de Greencollectie en het museum allemáál onecht zijn, maar de publiciteit kan Green hebben doen besluiten het zinkende schip te verlaten. Het probleem is dat hij zelfs dat verkeerd doet.

Lees verder “MoM| Brownwashing”

Oog op de Oudheid 2020

De wereld van de Romeinen, Grieken, Kelten, Egyptenaren, Joden en Mesopotamiërs is fascinerend en de bestudering daarvan is dat eveneens. Om ook dat laatste te tonen, organiseert het Rijksmuseum van Oudheden voor het derde achtereenvolgende jaar Oog op de Oudheid. Onder het motto ‘geen weetjes maar wetenschap’ verneemt u vier avonden lang wat onderzoekers nu eigenlijk doen, gewijd aan het thema ‘controverse’.

Dinsdag 31 maart Oog op de ander: een disclaimer vooraf

Trigger warnings zijn waarschuwingen waardoor mensen van tevoren weten dat hetgeen ze gaan zien of lezen, schokkend kan zijn. De vraag is of zulke disclaimers ook nodig zijn als het gaat om thema’s als verkrachting of moord in de Oudheid. Ethische vragen verplichten musea zorgvuldig na te denken over het al dan niet tonen van menselijke resten. Of zijn we te gevoelig? Oudhistorica Kim Beerden en conservator Annemarieke Willemsen (Rijksmuseum van Oudheden) bespreken dit spanningsveld.

Lees verder “Oog op de Oudheid 2020”