Een Hallstatt-wagen uit de Elzas

Reconstructie van een wagen uit de Hallstatttijd (Palais Rohan, Straatsburg)

Ik heb al eerder geschreven over de Indo-Europese migraties, waarvoor inmiddels zeer sterke DNA-aanwijzingen zijn. Een oudere aanwijzing is de verspreiding van de grafheuvels die in jargon worden aangeduid als kurgan. Zo’n heuvel is in feite het zand dat overblijft als je in een put een houten grafkamer hebt gebouwd en de boel weer dichtgooit. In die grafkamer lagen, behalve de gebruikelijke grafgiften en de resten van de overledene, ook diens paarden en wagen. Deze begraafwijze verspreidde zich met de Indo-Europees-sprekenden naar het westen en bleef eeuwen bestaan; terwijl de oudste voorbeelden dateren uit het derde millennium v.Chr. (in de Kaukasus; recent ontdekt voorbeeld), is een zeer jong voorbeeld het graf van Karanovo in Bulgarije, dat stamt uit de Romeinse tijd.

De karren die met de doden werden meegegeven hadden meestal dichte wielen. Het waren dus vervoermiddelen en geen strijdwagens, die bespaakte wielen hadden. Niet dat er geen graven zijn met strijdwagens; in Nederland bezit het Allard Pierson-museum een reconstructie uit Cyprus, getrokken door vier paarden en voorzien van twee spaakwielen. Duidelijk gebouwd op snelheid, al is maar de vraag of zulke wagens werkelijk in de strijd zijn benut. Homeros beschrijft ze als een soort taxi’s die de zwaarbepantserde krijgers naar het front rijden.

Lees verder “Een Hallstatt-wagen uit de Elzas”

De Brusselse Nehalennia

De Domburgse Nehalennia in de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis (Brussel)

[De Zeeuwse godin Nehalennia, over wie ik meer dan eens (1, 2, 3) heb geblogd, blijft de gemoederen bezighouden. Vandaag een gastbijdrage van Roger Rymen uit Kontich over een altaar in Brussel. Ik beken dat ik altijd heb gedacht dat het een afgietsel was. Boy was I wrong.]

Op 5 januari 1647 legde een storm een aantal antieke resten bloot in de duinen bij Domburg op Walcheren, wat uiteindelijk resulteerde in de ontdekking van ruim dertig Gallo-Romeinse altaarstenen. De Walcherse Archeologische Dienst publiceert op deze website een detail van de kaart van Visscher-Roman (ca. 1650) met daarop de vermelding “Verdronken woninge der Oude Gotthen”. We zijn van die bijzondere vondst ook goed ingelicht door een opgewonden brief van een ooggetuige. Een tekst uit de zeventiende eeuw spreekt over de godin Nehalennia, waaraan tal van de gevonden votiefstenen uit 180 à 230 na Chr. werden opgedragen. Kortom, een redelijk gedocumenteerde zeventiende-eeuwse vondst.

Lees verder “De Brusselse Nehalennia”

De vijanden van Nubië

Voetenbankje met krijgsgevangenen (Museum of Fine Arts, Boston)

Als president Trump zegt dat hij troepen kan weghalen uit Syrië omdat de zogenaamd Islamitische Staat is verslagen, staat hij in een lange traditie van schijnoverwinningen. Een Romeins voorbeeld: keizer Domitianus zei de Germanen te hebben overwonnen en liet de overwinningsmunten alvast slaan, maar had in feite niets bereikt. Zijn tijdgenoot Tacitus doorzag het en wijdde een etnografie aan de nobele wilden die vrij en onbedwongen woonden voorbij de Rijn en Donau.

Nog een stap verder ging de Egyptische farao, die zijn regering begon met het bestraffen van de Negen Bogen, volken die misschien ooit werkelijk hadden bestaan maar in de loop der eeuwen steeds weer een andere identiteit aannamen en in feite zuiver mythologisch waren. Ook ging de koning van Egypte aan het begin van zijn regering altijd even naar het zuiden om de Nubiërs te tuchtigen, maar het is zelfs niet zeker of hij werkelijk een bezoek bracht aan het gebied voorbij Syene. De vraag is op zichzelf niet belangrijk, maar er is een kleine discussie hoe ver Alexander de Grote, die de macht overnam in Egypte en zich presenteerde conform de faraonische traditie, naar het zuiden is geweest.

Lees verder “De vijanden van Nubië”

Waterdrager

Hellenistisch beeldje van een waterdrager (Allard Pierson-museum, Amsterdam)

Het bovenstaande leuke beeldje, waarvan de foto ietwat onscherp is, staat in het Amsterdamse Allard Pierson-museum. Het komt uit Egypte, is gemaakt van terracotta en dateert volgens het museum uit de tweede of eerste eeuw v.Chr. Misschien kunnen we iets preciezer zijn, want de amfoor die het mannetje draagt lijkt er een te zijn van het type dat bekendstaat als AE 2 en dat is na het midden van de eerste eeuw v.Chr. niet meer vervaardigd.

Hoe dat ook zij, de man is een waterdrager: hij verdient zijn brood door in de haven kruiken met vloeistoffen (dus niet alleen water) te vervoeren naar de plaats waar wijn of de olie wordt overgeslagen in een handzamer verpakking, zoals leren zakken, flessen of kleinere kruiken. Dit was zwaar lichamelijk werk, want zo’n volle amfoor woog al snel een kilo of vijftig. Ik zou weleens willen weten wat deze mensen wisten van de juiste ergonomische manier om een lading op te pakken, te tillen, te dragen en neer te zetten. Ik heb in Andalusië weleens een Dressel-20-olijfolieamfoor in mijn handen gehad en die vond ik, leeg als ’ie was, al behoorlijk zwaar.

Lees verder “Waterdrager”

Meroïtische lampen

Romeinse lamp uit de piramide van koningin Amanikhatashan (Boston Museum of Fine Arts)

Ik meende dat ik kort voor oudjaar voor de 300e keer over een museumstuk had geblogd, maar ik vergiste me: ik bleek over één voorwerp tweemaal te hebben geschreven, namelijk het Egyptische beeld dat op het omslag staat van Wahibre-em-achet en andere Grieken. Die wonderlijke zwarte sarcofaag is me dierbaar, inderdaad, zo dierbaar zelfs dat ik er dus tweemaal over kon schrijven zonder het te weten. En dus hebben we vandaag een tweede driehonderdste museumstuk: de bovenstaande olielamp.

Als u het voorwerp herkent, is het vermoedelijk omdat u met de kerstdagen naar Assen bent geweest naar de Nubië-expositie in het Drents Museum. De lamp is echter niet in Nubië geproduceerd: het is een Romeins voorwerp dat is gevonden in de piramide van koningin Amanikhatashan te Meroë. Zoals ik al eens heb verteld, was Meroë de hoofdstad van de vierde grote fase van de Nubische cultuur: na de Kerma-periode, een Egyptische periode en de Napata-periode bloeide Meroë tegelijk met de hellenistische staten en het Romeinse Rijk.

Lees verder “Meroïtische lampen”

De tafel van de zon

Offertafel (Museum of Fine Arts, Boston)

Soms lees je bij Herodotos weleens iets waarvan je denkt: “Ik heb geen idee wat ik hiermee moet.” Neem het verhaal over de Zonnetafel in Ethiopië, een voorwerp of een plek die blijkbaar beroemd genoeg was om de aandacht te trekken van Kambyses, de Perzische koning die net Egypte had veroverd. Hij stuurde gezanten naar het zuiden, die niet alleen moesten onderhandelen met de lokale heerser, maar ook moesten spioneren.

In feite moesten ze alle mogelijke inlichtingen zien te verzamelen en daarbij uitvinden of de zogeheten Zonnetafel in Ethiopië werkelijk bestond. Die Zonnetafel bestaat uit een veld dat bezaaid is met hompen gekookt vlees van allerlei kuddedieren. Op dit veld, dat zich aan de rand van de stad bevindt, wordt volgens voorschrift iedere nacht door de magistraten vlees neer gelegd, zodat overdag elke willekeurige voorbijganger ervan kan eten. De inheemse bevolking denkt overigens dat het vlees telkens vanzelf uit de grond komt. (Historiën 3.18; vertaling Hein van Dolen)

Lees verder “De tafel van de zon”

Een hond in de pot

Hondengraf uit Englum (Wierden-informatiecentrum, Ezinge)

Gistermorgen is de hond van een vriend is overleden. Die vriend woont in een andere stad in een ander land en ik heb het dier nooit gezien, maar ik weet dat het beest met zijn baasje enorme wandelingen maakte naar de haven en het strand, waar het dier dan speelde in de branding. In gedachten kan ik hem zien springen op het schuim, blij blaffend en uitgelaten, zoals honden nu eenmaal zijn.

Honden zijn vrolijk. Het is alsof ze alles wat ze doen het allerleukste vinden wat bestaat. Ik heb weleens mensen ontmoet die bang zijn voor honden, en ik beken dat ik in Griekenland ook liever geen herdershonden ontmoet, en eigenlijk ben ik ook meer een kattenmens, maar dat laat onverlet dat die blije beesten je toch vaak in een goed humeur brengen.

Lees verder “Een hond in de pot”