Songfestival en boekrecensie

Een maand of twee geleden schijnt een van de medewerkers van De Volkskrant een hard oordeel te hebben geveld over het liedje waarmee Portugal meedeed aan het Eurovisiesongfestival. Later, zo las ik in de rubriek van de Ombudsvrouw, publiceerde de krant een “herstelrecensie”. Ik had van zo’n type recensie nog nooit gehoord maar wat me opviel was de motivatie om

een verkeerde inschatting recht te zetten. … Daags na de eerste halve finale bleken andere Songfestivalrecensenten Portugal wel goed te vinden.

De Ombudsvrouw noemt nog andere redenen om het oordeel aan te passen, maar het staat er toch echt: de mening van andere recensenten doet ter zake. Dit zette me aan het denken omdat ik, als ik een recensie schrijf (doorgaans geschiedenisboeken), probeer mijn oordeel niet te ijken aan wat anderen ervan vinden, maar aan enigszins vaste criteria.

Evenwichtigheid is bijvoorbeeld zo’n criterium. Als Simon Schama in zijn Story of the Jews wel aandacht besteedt aan de christelijke antijoodse polemiek maar niet aan de joodse antichristelijke polemiek, is het boek niet in evenwicht, punt uit, en dat heb ik in mijn recensie in het NRC Handelsblad dan ook geschreven. Toen andere recensenten, zoals Anet Bleich in De Volkskrant, Schama’s Story of the Jews wel goed bleken te vinden, was dat geen aanleiding voor een herstelrecensie. Dat die anderen het verschil niet herkennen tussen een geschiedenisboek en “inspirational literature” verandert immers niets aan de eenzijdigheid van Story of the Jews.

Lees verder “Songfestival en boekrecensie”

MoM | Wat stelt dat voorwerp voor?

Typemachine

Het is een bekend grapje: als iets kwaakt als eend, loopt als een eend en eruitziet als een eend, zal het wel een eend zijn. Dat heet gezond verstand. Maar kijk eens naar hierboven. Het ziet eruit als een typemachine, dus zal het wel een typema-… nou nee. Het is een plaquette van Nubische scarabee uit het museum in Khartoum, gevonden in Wad Ban Naga. Het plaatje is afkomstig uit een Frans boek waarvan ik de titelgegevens niet heb.

Nu ratelt dit ding niet als een typemachine en gaat er ook geen lade heen en weer zoals in een typemachine, dus de overeenkomst is niet zo groot als bij opgemelde eend, maar de vraag is hopelijk voldoende duidelijk: wanneer is iets eigenlijk hetzelfde? Het oeuvre van Von Däniken, die beweerde dat de goden kosmonauten waren geweest, biedt voldoende voorbeelden: als een antiek reliëf lijkt op een astronaut, dan stelt het bij Von Däniken ook een astronaut voor. Van deze redenatiewijze zijn meer voorbeelden en daarvoor hoef je niet te kijken bij pseudowetenschappers.

Lees verder “MoM | Wat stelt dat voorwerp voor?”

MoM | Speculaties, impliciet en expliciet

Vorige week had ik het op deze plaats over de Perzische Oorlogen en wees ik erop hoe boterzacht de standaardinterpretatie van dat conflict is. Bij de beoordeling ervan is namelijk impliciet een speculatie aanwezig over alternatieve uitkomsten. Toen ik dat stukje aan het schrijven was, dacht ik aan degenen die me ooit voorhielden dat een professioneel historicus zich überhaupt niet met speculaties moest bezighouden. Mij lijkt dat een wat al te gemakkelijke redenering. Het probleem is: speculatie is altijd impliciet aanwezig en daarover kun je, als historicus, het beste expliciet zijn.

Alvorens daarop in te gaan eerst even een analogie die ik ontleen aan een persoonlijke ervaring van een paar jaar geleden. Ik zou met vrienden op vakantie gaan en er waren een paar landen in het voormalige Romeinse Rijk die we nog niet hadden bezocht: Algerije, Cyprus, Libanon, Marokko en Tunesië. Ik neigde naar Tunesië, mijn reisgenoten naar Libanon en dus vlogen we naar Beiroet. We waren op slag verliefd op dat land; we maakten vrienden; we zijn later die vrienden nog eens wezen opzoeken; de vrienden zijn in Nederland geweest; we zijn de vrienden opnieuw wezen opzoeken; over een paar maanden hoop ik er opnieuw te zijn. Kortom, we hebben er een ervaring bij.

Lees verder “MoM | Speculaties, impliciet en expliciet”

MoM | Speculaties

web

Toen ik een paar dagen geleden begon te schrijven over de geschiedenis van het oude Perzië, gaf ik aan dat deze antieke supermacht tussen 550 en 330 v.Chr. de hele oude wereld beheerste.

Heel de oude wereld? Nee, in het verre westen bleef een kleine groep Grieken moedig weerstand bieden tegen de Perzische eenheidsstaat.

Op dat punt had ik eigenlijk willen afdwalen naar de betekenis van die Griekse onafhankelijkheid. Dat heb ik niet gedaan – kill your darlings – maar ik zou hebben geopperd dat als de Perzen Griekenland hadden onderworpen, de Grieken al rond 480 v.Chr. waren opgenomen in de grotere wereld van de antieke culturen, dat er een vorm van kosmopolitisme zou zijn ontstaan, dat de filosofie de metafysische speculaties van Plato had kunnen overslaan om in plaats daarvan meteen te beginnen aan de praktische leer van de hedonisten, de epicureeërs, de stoïcijnen en de sceptici. Jammer toch, dat de Grieken de Perzische Oorlogen wonnen.

Lees verder “MoM | Speculaties”

MoM | Wat betekent dat woord?

Ik gaf in het vorige stukje het woord aan Alexander Smarius, die uitlegde dat er taalkundig geen bezwaren zijn om de openingsregel van het Evangelie van Johannes (“In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God”) te vertalen als “het Woord was een god”. Het Grieks kent namelijk geen onbepaald lidwoord, dus “een god” is als vertaling in principe mogelijk. Voor Jehovah’s Getuigen maakt dat veel uit, omdat zij bezwaren hebben tegen het idee van een Drie-eenheid, waarin God de Vader en God de Zoon (ofwel het Woord ofwel Jezus Christus) één in wezen zijn. Jehovah’s Getuigen gaan ervan uit dat het Woord een god onder God is.

Als ik het wel heb, noemen theologen deze opvatting “subordinationisme”. Dat staat niet meteen op uw mentale landkaart, maar wellicht helpt het als ik u eraan herinner dat de heilige Nikolaas van Myra, zoals wij allen geloven en belijden, dermate in pastorale woede is ontstoken over deze zijns inziens perverse dwaalleer dat hij tijdens het Concilie van Nikaia in 325 de heresiarch tegen de vlakte heeft gemept.

Lees verder “MoM | Wat betekent dat woord?”

MoM | Teksten en vondsten (2)

[Dit is het tweede deel van een stukje over de wijze waarop archeologische vondsten kunnen worden gebruikt om teksten te toetsen. In het eerste deel noemde ik dat je eerst moet vaststellen wat de strekking van de tekst is, dat je daarna moet nadenken over de toegestane onderzoekswegen (heuristieken) zijn en dat je tot slot moet formuleren wat de toetsing daarvan zou kunnen zijn.]

Een voorbeeld: Polybios beschrijft dat, toen koning Antiochos III de Grote in 206 v.Chr. de stad Griekse Baktra in het noorden van Afghanistan belegerde, een van de verdedigers erop wees dat oorlog tussen de Grieken vooral de hordes barbaren, die de beschaving wilden overrompelen, in de kaart zou spelen. Dit is een van de weinige teksten over de ondergang van Grieks Baktrië en ze documenteert dus barbaarse dreiging. In alle geschiedenisboekjes staat dan ook dat deze buitenpost van de klassieke cultuur onder de voet is gelopen door Centraal-Aziatische nomadenstammen. Maar…

Lees verder “MoM | Teksten en vondsten (2)”

MoM | Teksten en vondsten (1)

Wat is een oudheidkundig bewijs? Eerste voorbeeld: het bestaan van koning Salomo. Die kennen we vooral uit het Deuteronomistische Geschiedwerk en uit teksten die daarvan zijn afgeleid. Dat is weinig materiaal en daarom is de vraag gewettigd of hij wel een historisch personage is. Je kunt nu zeggen dat één bron geen bron is en bevestiging eisen uit ander bewijsmateriaal. Je zoekt dan dus naar verificatie. Je kunt het ook omkeren en zeggen dat je het bestaan van Salomo aanvaardt tot je tegenbewijs hebt. Falsificatie. Voor beide standpunten valt iets te zeggen en het komt erop aan dat je je keuze moet kunnen verantwoorden.

Tweede voorbeeld: veel antieke teksten vermelden zaken die simpelweg niet waar kunnen zijn. Herodotos weet dat Xerxes ten strijde trok tegen de Grieken na een droomgezicht. Kallimachos meldt dat toen koningin Berenike wat haarlokken had geofferd, die als sterrenbeeld aan de hemel verschenen. Julius Caesar schrijft in de Gallische Oorlog dat er ten noorden van de Alpen eenhoorns voorkomen. Volgens de evangelist Johannes veranderde Jezus water in wijn. Cassius Dio meldt dat keizer Marcus Aurelius een Egyptenaar in dienst had die regen kon maken. Zulke dingen geloven wij niet – maar andere informatie uit dezelfde bronnen geloven we wel. Opnieuw: je moet in staat zijn te kunnen uitleggen waarom je het ene deel van een tekst wel en het andere deel van dezelfde tekst niet gelooft.

Lees verder “MoM | Teksten en vondsten (1)”