MoM | Pretendenten

Balas en zijn echtgenote Kleopatra (Metropolitan Museum, New York)

In het vijfde boek van ZosimosNieuwe geschiedenis, die u hier online kunt lezen in een Engelse vertaling, is het wonderlijke verhaal te lezen van een zekere Tribigild. Deze Germaanse leider trok eind vierde eeuw n.Chr. een tijdje als plunderaar door het westen van Turkije. De schade die hij aanrichtte leidde tot de val van Eutropios, de rechterhand van keizer Arkadios, die niet in staat bleek een antwoord te formuleren op de militaire dreiging. Hij werd kortstondig opgevolgd door een legercommandant die Gainas heette. Deze slaagde er echter niet in zijn macht werkelijk te vestigen – de Synesios over wie ik ooit schreef wijdde kort na 400 een heuse sleutelroman aan de gebeurtenissen – en verdween al snel van het toneel.

Zosimos is er zeker van dat Tribigild en Gainas een overeenkomst hadden gesloten: de eerste zou plunderend rondtrekken, de tweede zou hem geen strobreed in de weg leggen, er zou een crisis zijn en Gainas kon dan de macht overnemen van Eutropios. De vraag is hoe Zosimos dat kon weten, al was het maar omdat ze deze overeenkomst niet van de daken geschreeuwd zullen hebben.

Lees verder “MoM | Pretendenten”

Een unieke kerel

Grafsteen uit het geplunderde museum van Apamea

Je vindt nog ’s wat als je bezig bent met je oude foto’s. Bovenstaande inscriptie was ooit te zien in het geplunderde museum bij de Syrische stad Apamea. De grafsteen van een Romeinse soldaat. Er gaan er dertien van in een dozijn: hier hebt u er nog een stuk of dertig, behorend dezelfde museumcollectie en daar heeft u een stukje dat ik ooit blogde over een ander exemplaar. Vrijwel alle soldaten behoorden bij hetzelfde legeronderdeel, het Tweede Legioen Parthica, de strategische reserve van het Romeinse Rijk. Het onderdeel was in de eerste helft van de derde eeuw n.Chr. enkele keren in Syrië gestationeerd. Allemaal niks bijzonders.

Als mijn zakenpartner en ik foto’s hebben gemaakt, benut ik de avond meestal om ze een naam te geven zodat we het materiaal later makkelijk kunnen terugvinden. Op een mooie novemberavond in 2008 las ik snel de naam van de soldaat, die blijkbaar Marius heette of misschien Carius. (Voor niet-latinisten: het eerste woord, Mario, betekent “voor Marius”, al is de eerste letter erg beschadigd.) Hij werd drieënveertig jaar oud en diende er ruim eenentwintig. Twee trompetters plaatsten de gedenksteen. Nog steeds niets bijzonders en ook de constatering dat hij een “unieke kerel” was, is niet uitzonderlijk. Hooguit was de naam van de overledene wat kort, maar in de derde eeuw raakte de aloude driedelige Romeinse naam in onbruik, dus zo vreemd was dat nou ook weer niet.

Lees verder “Een unieke kerel”

MoM | De lachende rechtsgeleerde

Portret van een Romeinse rechtsgeleerde, tweede kwart derde eeuw n.Chr., mogelijk Julius Paulus (Palazzo Massimo, Rome)

Als alles naar wens gaat, begin ik deze week in Leeuwarden aan het project waarover ik al schreef. Ik hoor vandaag of ik in juni/juli woonruimte heb in die stad. Voor augustus lijkt het te zijn geregeld en dan kijk ik zelfs uit over de roemruchte Bonkevaart. Toen ik dat een vriendin vertelde en grapte dat ik nu natuurlijk wel hoopte op een Elfstedentocht, wierp die serieus tegen dat dat niet snel zou gebeuren in augustus.

We herkennen allemaal weleens een grapje niet. Het is inherent aan onze communicatie: we hebben nu eenmaal niet allemaal dezelfde voorkennis en esprit, waardoor misverstanden ontstaan. Dat is helemaal niet erg, maar deze onzekerheid is de natuurlijke habitat van de oudheidkundige die zich met antieke teksten bezighoudt.

Lees verder “MoM | De lachende rechtsgeleerde”

MoM | Palimpsesten en verkoolde boekrollen

Fragmenten van de Derveni-papyrus (Archeologisch Museum, Thessaloniki)

Een oudheidkundige beschikt over ruwweg drie soorten data: teksten, archeologische vondsten en etnografische vergelijkingen. Je kunt het DNA daar als vierde aan toevoegen en er is informatie die in beide groepen valt – een opgegraven inscriptie, papyrus, munt of kleitablet is zowel tekst als vondst – maar dit is het wel zo ongeveer. Sommige databestanden groeien snel, zoals de verzameling archeologische vondsten; andere groeien wat langzamer, zoals het aantal kleitabletten; en weer andere data-categorieën zijn stabiel. Er zit althans nauwelijks groei in het aantal Griekse en Latijnse literaire teksten.

Maar toch, er zijn palimpsesten: stukken perkament waar de oorspronkelijke tekst van is afgeschraapt om het opnieuw te kunnen beschrijven, zodat er onder een goed leesbare tekst nog een oudere, minder goed leesbare tekst zit. De beroemdste recente palimpsest is de Archimedes-codex: een dertiende-eeuws gebedsboek, geschreven op bladzijden waarop twee onbekende traktaten van de Griekse geleerde Archimedes te lezen waren.

Lees verder “MoM | Palimpsesten en verkoolde boekrollen”

MoM | Conflictarcheologie

De Canadese archeoloog Bruce Trigger heeft er eens op gewezen dat zijn vakgebied lange tijd geënt was gebleven op de negentiende-eeuwse geschiedschrijving, met dit verschil dat de “grote mannen” waren vervangen door archeologische culturen. Het focus op concurrentie en geweld was echter hetzelfde, en omdat zo in feite werd aangegeven dat oorlog van alle tijden was, bestond de mogelijkheid archeologie te gebruiken om oorlog te rechtvaardigen. Het was immers de normaalste zaak van de wereld. Dat was één reden waarom archeologen in de tweede helft van de twintigste eeuw aarzelden oorlog aan te voeren als verklaring voor culturele veranderingen, zelfs al wisten ze heus wel dat in alle voorindustriële samenlevingen oorlog de voornaamste vorm van kapitaaloverdracht was geweest.

Langzaam laten archeologen deze schroom echter varen en ontstaat een nieuwe geesteswetenschap, die we kunnen aanduiden als conflictarcheologie. De dynamiek zit bijvoorbeeld in een land als België, waar archeologen hebben kunnen vaststellen dat de loopgraven uit de Eerste Wereldoorlog niet altijd lagen op de plek waar ze volgens de officiële landkaarten lagen. De soldaten, zo was de conclusie, hadden geen idee waar ze waren.

Lees verder “MoM | Conflictarcheologie”

MoM | De Oudheid en de sociale wetenschappen

Reliëf van elf goden, een heros en keizer Theodosius uit Efese (Archeologisch Museum, Selçuk)

Een punt dat in Het visioen van Constantijn enige keren aan de orde komt, is het bestaan van niet-exclusivistische christenen als keizer Severus Alexander, generaal Bacurius en de aristocraat Synesios, die Christus vereerden als een van de vele goden. In onze bronnen wordt veelal wat neergekeken op deze demi-chrétiens (om de Franse term te gebruiken): dit is geen echt christendom, vinden de auteurs van die bronnen, die zichzelf natuurlijk wél beschouwden als recht in de leer.

Het is echter denkbaar dat die niet-exclusivisten lange tijd de meerderheid vormden, dat de mogelijkheid Christus toe te voegen aan de verzameling door jou vereerde goden er altijd was en dat degenen die onze bronnen schreven niet-representatief waren. We hebben domweg de statistieken niet om er veel zinnigs over te zeggen. Wat mijns inziens wel zeker is, is dat de vervolgingen door Decius en Valerianus zich richtten op de exclusivisten, op degenen dus die meenden dat Christus exclusief diende te worden vereerd. Voor de demi-chrétiens was de eis een offer te brengen aan andere goden immers geen probleem. Het was wat je als Romein nu eenmaal behoorde te doen op de feestdagen van je stad.

Lees verder “MoM | De Oudheid en de sociale wetenschappen”

MoM | Mobiliteit en oraliteit

Brandaan en de vis-die-op-een-eiland-lijkt

Het thema van de Romeinenweek is mobiliteit en dat betekent dat we het ook eens moeten hebben over oraliteit ofwel mondelinge literatuur. Of beter: mondeling doorgegeven informatie. Ik heb het er weleens eerder over gehad: het verhaal dat Ovidius vertelt over Philemon en Baucis correspondeert prachtig met een van de bijbelse verhalen over Abraham en Sara. In allebei de tradities onthalen twee oude mensen enkele incognito op aarde rondreizende hemelingen en wordt een stad verwoest. Ovidius kan het verhaal niet hebben gelezen in de Bijbel, maar wat verklaart de overeenkomst dan?

En om het nog complexer te maken: er zijn tientallen, honderden volksvertellingen die frappante overeenkomsten hebben. De vis die zó groot is dat zeelieden denken dat het een eiland is en die onderduikt als Sinbad de Zeeman er een fikkie stookt, komt weer boven water in de legende van Sint-Brandaan. Zie plaatje hierboven. Het mandje waarin Mozes de Nijl afdreef, vervoerde Sargon van Akkad door het Tweestromenland, nam Romulus en Remus mee naar Rome en spoelde uiteindelijk aan bij de Kinderdijk. Het verhaal over de dood van de grote god Pan wordt eveneens verteld over de Kabouterberg bij Hoogeloon, waar koning Kyrie dood is. De lijst is eindeloos.

Lees verder “MoM | Mobiliteit en oraliteit”