MoM & misverstand: Natuurgodsdiensten

Standbeeld uit Ain Ghazal, even ten noorden van Amman, ongeveer 8000 v.Chr. Tot de ontdekking van een beeld in Şanli Urfa gold dit als de oudste vrijstaande sculptuur ter wereld. Het mythologisch-religieuze karakter staat met zo’n dubbel lichaam niet ter discussie (Archeologisch Museum van Amman)

Natuurgodsdiensten zijn de oudste vorm van religie. Zegt men. Vóór de moderne wetenschap bestond verklaarde de primitieve mensheid namelijk alle natuurverschijnselen als goddelijk ingrijpen. En nog eerder, vóór de mens begreep dat er goden bestonden, zag de oermens overal vage en ambigue natuurkrachten. Althans, dat dachten antropologen en godsdiensthistorici aan het eind van de negentiende eeuw. Zij meenden ook dat de oermens de vruchtbaarheid van het land had geïdentificeerd met die van de vorst. Vandaar dat de Graalkoning in een verwoest land leefde zolang de wond in zijn lendenen niet was genezen.

Koningsmoord

In natuurgodsdiensten was het niet onlogisch ’s konings vruchtbaarheid zo geconcentreerd mogelijk in te zetten: als men elk jaar een andere heerser aanstelde, maximaliseerde men diens vermogen de natuur te doen uitlopen en de oogst overvloedig te laten zijn. Aan het einde van het jaar moest de koning dan dood. Vandaar dat in zoveel Griekse mythen en sagen de koning akelig aan zijn einde komt: Herakles verbrandde, Agamemnon bezweek aan bijlslagen, Pelias werd geslacht.

Lees verder “MoM & misverstand: Natuurgodsdiensten”

MoM | Bronkritiek

Kleio, de beschermgodin van de historische wetenschappen (Altes Museum, Berlijn).

Oudheidkundigen, en dan vooral de wat meer op teksten gerichten onder hen, maken onderscheid tussen bronkritiek en tekstkritiek. Over het laatste heb ik al vaker geschreven: het is de bepaling van wat eeuwen geleden iemand op papyrus of perkament heeft gezet. De kritiek betreft de overlevering in de meestal middeleeuwse handschriften, meervoud, waarvan we de tekst niet zomaar kunnen aanvaarden maar eerst moeten toetsen. Daarbij passen filologen de Lachmannmethode toe. In de praktijk betreft het vooral Griekse en Romeinse teksten. Egyptische en spijkerschriftteksten zijn namelijk meestal op slechts een kleitablet of één papyrus zijn overgeleverd, zodat er weinig valt te vergelijken.

Bronkritiek

Bronkritiek is de vooral voor oudhistorici belangrijke volgende stap: is de informatie in een bron te herleiden tot een eerdere auteur? Dit is belangrijk, want die eerdere auteur stond dichter bij de beschreven gebeurtenissen en heeft vermoedelijk scherper zicht. Als de evangeliën van Marcus en Lukas elkaar tegenspreken, gaat de voorkeur uit naar Marcus, omdat hij de bron is van Lukas; Lukas geldt dan als “elimineerbaar”.

Lees verder “MoM | Bronkritiek”

MoM | Digitale archeologie

Als een wetenschap zich niet presenteert als wetenschap, zal het publiek die wetenschap niet herkennen als wetenschap, en zoals de trouwe lezers van deze blog weten denk ik dat de diverse oudheidkundige bloedgroepen op dit punt nogal wat kunnen bijleren. Oudhistorici hebben het misbruik van de oude geschiedenis – afrocentrisme, Jezusmythicisme, koloniale frames – deels te wijten aan zichzelf; met hun goedbedoelde vertalingen tonen classici niet waarom het doorgronden van de antieke denkwereld geen “simsalabim, bron, spreek tot mij!” zou zijn; en archeologen hebben het vaker over vondsten dan over archeologie.

Ik ken maar één museum dat echt gewijd is aan archeologie als archeologie: het is in Brugge. Een tijdelijk alternatief is er nu in het Universiteitsmuseum in Groningen, waar tot eind dit jaar een expositie is met de naam “Dig it all. Archeologie van de toekomst”. Met de leutige naam heb ik al de helft van de minpunten genoemd; het is namelijk een erg geslaagde tentoonstelling over de invloed van digitale technieken op de archeologie, en als u in het noorden bent, moet u er zeker naartoe.

Lees verder “MoM | Digitale archeologie”

MoM | Verhalende geschiedschrijving

Kleio, muze van de geschiedvorsing (El Djem, Huis van de Maanden)

Geschiedvorsing wil niet slechts zeggen dat je gebeurtenissen op een rijtje zet maar houdt ook in dat je die probeert te verklaren, dat wil zeggen dat je verbanden legt met andere gebeurtenissen. Daarvoor kennen historici verschillende verklaringsmethoden. Zo kun je proberen wetmatige verbanden te leggen. Als de bevolking in omvang toeneemt, stijgt – als andere zaken hetzelfde blijven – de graanprijs. Een andere vorm van verklaren is de hermeneuse: je verklaart iets door je in mensen uit het verleden in te leven. De moeite die Justinianus zich getroostte om met voormalig prostituee Theodora te trouwen, kan alleen betekenen dat hij echt van haar hield.

Een derde benadering staat bekend als vergelijkend-oorzakelijk of comparativistisch en wil zeggen dat je verbanden opspoort door middel van vergelijking. Als de romanisering en de arabisering van het Iberische Schiereiland identieke processen waren, alleen verschillend doordat de Romeinse belastingdruk hoger was, is dat de sleutelfactor waardoor de grondig geromaniseerde bevolking de Visigoten assimileerde en de aan minder dwang onderworpen en minder gearabiseerde bevolking de reconquistadores niet kon assimileren. Over de vierde verklaringswijze, het modelleren met computers, valt een boom op te zetten en dat laat ik nu rusten.

Al deze benaderingen hebben de aanname met elkaar gemeen dat het verleden nog kenbaar is. Dat is niet de aanname van het de vijfde verklaringswijze: narrativisme ofwel verhalende geschiedschrijving.

Lees verder “MoM | Verhalende geschiedschrijving”

MoM | Vulkanen, burgeroorlogen en macht

Keizer Augustus

Misschien heeft u het in De Volkskrant gelezen: een vulkaanuitbarsting kan een factor zijn geweest in de enorme bestuurlijke crisis in het Romeinse Rijk na de dood van Julius Caesar. Het originele artikel vindt u hier. Cor Speksnijder vat samen:

Historici dachten al langer dat een vulkaan de oorzaak was van de ongewone klimatologische omstandigheden die worden vermeld in oude schriftelijke bronnen, maar wisten niet zeker waar of wanneer die uitbarsting zich zou hebben voorgedaan. Een internationaal onderzoeksteam … ziet een verband tussen de klimaatomslag in het Middellandse-Zeegebied en een uitbarsting van de Okmok-vulkaan in Alaska, die zich voordeed in 43 v. Chr. De groep trekt die conclusie na analyse van ijskernen die zijn geboord in Groenland en Rusland.

Er zijn hier diverse problemen. Eén daarvan is dat de overlevering van onze informatie over de Oudheid volslagen willekeurig is. Over de jaren na 44 v.Chr. hebben we veel informatie en dus hebben we ook veel vermeldingen die zijn uit te leggen als aanwijzing voor ongewone klimatologische omstandigheden. De informatie uit de bronnen zegt dus weinig. Ik zou me beperken tot de normale paleoklimatologische data, dus de ijskernen, de stalagmieten en de jaarringen waarover ik onlangs blogde. De bronnen kunnen dienen ter illustratie van wat deze data hebben opgeleverd, maar slechts weinig méér.

Lees verder “MoM | Vulkanen, burgeroorlogen en macht”

Kwartetten

thysdrus_house_months_mosaic_muses_c255-300ce_clio_1_mus_eldjem
Kleio, muze van de geschiedvorsing (El Djem, Huis van de Maanden)

Ach, de canon. Tja. We zijn weer aan het kwartetten. “Mag ik van jou van de zestiende eeuw Karel de Vijfde? Dan krijg jij van mij de Grachtengordel.” Over het idee om in het onderwijs een canon te gebruiken valt een boom op te zetten. Ik breng in herinnering dat het tegelijk is voorgesteld met plannen voor een Nationaal Historisch Museum dat de Nederlandse nationale identiteit behoorde te versterken. Als dit het doel was, is het inderdaad zinvol kinderen dezelfde vijftig dingen te leren, zodat in elk geval dat vijftigtal verbindend is. Helaas is dat doel onzinnig, aangezien geschiedenis een wetenschap is, “de nationale identiteit versterken” politiek is en wetenschap los behoort te staan van de politiek.

De Canon die de Commissie Van Oostrom opstelde was, gegeven de idiotie van de opdracht, niet de slechtste. Er was bijvoorbeeld voor gekozen om de onvermijdelijke subjectiviteit te verkleinen door eerst enkele leidende thema’s vast te stellen, zoals verstedelijking. En daar was de oudhistoricus die ik ben nogal verbaasd, want waarom werd voor de Romeinse tijd dan in vredesnaam de limes een Canon-venster en niet – ik noem eens wat – de stad Nijmegen? Welke oudhistoricus was eigenlijk geraadpleegd? Er zaten immers geen oudheidkundigen in de Commissie Van Oostrom. Kortom, ik schreef Van Oostrom, die nodigde me bij hem thuis uit en we hadden een prettig gesprek.

Lees verder “Kwartetten”

MoM | Alweer: chronologie

Midden-Geometrisch aardewerk. Volgens de Antikensammlung in München is dit rond 780 v.Chr. vervaardigd, maar in het voorgestelde nieuwe systeem zou dat 890 v.Chr. zijn. Overigens komt het voorwerp niet uit Sindos maar uit de omgeving van Athene.

Het is niet mijn bedoeling elke keer over chronologische puzzels te schrijven. Natuurlijk, het vaststellen van de volgorde waarin dingen zijn gebeurd is even fundamenteel als het bepalen van de antieke geografie, en het is zeker nuttig om erover te schrijven, maar er is méér over de Oudheid te vertellen. Dat is evengoed boeiend en – als het gaat over de DNA-revolutie – zelfs urgent. Desondanks: vandaag toch even een blogje over chronologie, en wel over de Griekse IJzertijd, dus de tijd na de ondergang van de Mykeense burchten.

Over die periode is sinds kort wat te doen. De archeologen Stefanos Gimatzidis en Bernhard Weninger denken namelijk dat de traditionele chronologie bepaalde ontwikkelingen te laat plaatst. Ze zouden een halve tot anderhalve eeuw eerder hebben plaatsgevonden. U leest er hier meer over en een handige tabel is daar. Zich baserend op koolstofdateringen van het grafveld te Sindos (even ten westen van Thessaloniki), concluderen ze dat het Vroeg- en Midden-Geometrische aardewerk eerder begon. De betekenis daarvan is weer dat de eerste Griekse steden, die worden gedateerd aan de hand van aardewerk, eerder zijn ontstaan dan oudheidkundigen tot nu toe dachten. Anders gezegd: de “dark ages” zijn korter geworden.

Lees verder “MoM | Alweer: chronologie”

MoM | Archeologie als dienstmaagd (2)

Dionysos op de bodem van een schaal, geschilder door Exekias (Antikensammlung, München)

Salonfähig

Zoals een ongewenst kind soms ouderliefde wil verwerven door zich voorbeeldig te gedragen en daardoor een allesbehalve normale ontwikkeling doormaakt, zo zag de klassieke archeologie in het laatste kwart van de negentiende eeuw af van een normale, wetenschappelijke ontwikkeling om toch vooral maar salonfähig te worden. Omdat het bruuskeren van de invloedrijke classici geen doel diende, was het een absoluut vereiste dat de archeologische nieuwlichters niet zouden pretenderen de bestudering van het verleden te kunnen verbeteren. Er mocht niet worden gesleuteld aan de klassieke stelling dat de Grieks-Romeinse Oudheid een belangrijke ervaring was van de gehele mensheid, waarin de eeuwige waarden waren vastgelegd die op de gymnasia werden onderwezen.

Het gevolg was dat archeologen hun materiaal zó gingen presenteren dat het deels betekenisloos werd. Ze zochten naar kunstwerken die bruikbaar waren om al bestaande opvattingen over artistieke en politieke vrijheid te bevestigen. De vondsten vormden geen aanleiding voor vernieuwend onderzoek. Archeologen boden in feite Winckelmann maar dan met nieuwe plaatjes bij het oude praatje over de groei naar grotere natuurgetrouwheid, over artistieke vrijheid, over politieke vrijheid en over de superieure Griekse cultuur.

Lees verder “MoM | Archeologie als dienstmaagd (2)”

MoM | Archeologie als dienstmaagd (1)

Aardewerk uit Troje VIIb (Archeologische musea, Istanbul)

Ik spreek weleens op gymnasia – altijd leuk om te doen – en meestal leidt een leraar klassieke talen of een docent geschiedenis me dan in. Bij zo’n gelegenheid typeerde een jonge classicus me vorig jaar als archeoloog, om te vervolgen met een opmerking die ik, nu ik dit stukje schrijf, niet precies herinner, maar die erop neerkwam dat archeologie ondergeschikt was aan het echte werk, dat van de classici. Het was niet gemeen bedoeld maar riep wel de vraag op waar het idee dat er een rangorde is eigenlijk vandaan komt. Het antwoord is dat de archeologen het er zelf naar hebben gemaakt.

Schliemanns problemen

Terug naar de late negentiende eeuw, toen de archeologie als wetenschap doorbrak. Er zijn hier talloze namen te noemen maar ik neem er een die u kent: Heinrich Schliemann, die eigenlijk nauwelijks serieus werd genomen in zijn Duitse vaderland. De meeste Altertumswissenschaftler waren het er destijds over eens dat Schliemanns methode niet deugde: hij nam de Ilias te letterlijk. Ook zijn vondsten oogden nogal schamel. Kortom, de wetenschap wilde er niet aan en Schliemann vond lange tijd vooral erkenning in de Angelsaksische wereld, waar men destijds niet bepaald liep in de voorhoede van het onderzoek.

Lees verder “MoM | Archeologie als dienstmaagd (1)”

MoM | Dendroklimatologie

Een van de  lezers van deze blog attendeerde me op Wat bomen ons vertellen. Een geschiedenis van de wereld in jaarringen van de Belgische onderzoekster Valerie Trouet. De Engelse titel is Tree Story en het gaat, zoals u al vermoedde, over dendrochronologie: de tak van wetenschap die door middel van jaarringtellingen helpt vaststellen hoe oud houten voorwerpen zijn. Dat lijkt simpel en het is makkelijk te denken dat het intellectueel weinig voorstelt, maar dat is een grof misverstand.

Om te beginnen: het is niet simpelweg een kwestie van even de jaarringen van een omgezaagde boom tellen, zoals we allemaal weleens in het bos hebben gedaan. Zelfs als we dat zouden kunnen, moet je maar hopen dat je in zo’n schijf hout elke ring herkent. Soms is een jaar namelijk zó slecht dat de boom domweg geen ring aanmaakt. Een tweede kwestie is dat dendrochronologen geen bomen kappen – dat zou immers neerkomen op de vernietiging van data – maar een monster nemen met wat hoveniers een “aanwasboor” noemen, een soort appelboor om een staaf hout uit een boom te trekken. Een dikke boom levert veel informatie op maar is lastig om tot in de kern te bemonsteren. Een derde kwestie is dan weer dat je van levend hout terug moet naar monsters uit oude gebouwen en naar archeologisch en fossiel hout. Matches tussen de diverse delen zijn nog niet zo makkelijk gelegd; ik schreef er al eens over in verband met de ten onrechte genegeerde dateringen van het hout in Kaneš.

Lees verder “MoM | Dendroklimatologie”