MoM | Hoe mol ik een debat?

Kültepe (Kaneš): Paleis van Waršama (en u leest hier maar waarom het belangrijk is)

Ergens rond 2005 of 2006 werd ik uitgenodigd om in het Allard Pierson-museum te spreken over wetenschapscommunicatie. Om me voor te bereiden sprak ik met twee journalisten, die allebei een verschijnsel noemden dat ik vaag kende en waarvan ik destijds ook een voorbeeld kon noemen, maar dat ik nooit had geïdentificeerd als probleem: de wetenschapper die een publieksboek schrijft om zijn gelijk te halen nadat hij de wetenschappelijke discussie heeft verloren.

Dat was dus in 2005 of 2006. Het internet was al niet meer weg te denken en op de bijeenkomst in het museum is zeker ook gesproken over het simpele gegeven dat we niet konden doorgaan met “populariseren” alsof we nog leefden in de jaren tachtig.  Dat de Wikipedia zou uitgroeien tot een plek waar wetenschappers buiten de officiële kanalen om zouden proberen hun gelijk te halen, was toen echter nog ondenkbaar. Het gebeurt echter wel degelijk, zoals bij de chronologie van Mesopotamië.

Lees verder “MoM | Hoe mol ik een debat?”

MoM | Zonder herkomst geen geschiedenis

Wie de Oudheid bestudeert, beschikt over ruwweg twee soorten gegevens: enerzijds materiële resten, anderzijds teksten. De eerste categorie bewijsmateriaal is het domein van archeologen, terwijl teksten het studieobject zijn van classici, papyrologen, qumranologen, egyptologen en andere filologen. Dat een en dezelfde antieke cultuur wordt bestudeerd door twee soorten wetenschappers is historisch gegroeid, wordt dus niet bepaald door wat feitelijk nodig is en is eigenlijk niet zo heel wetenschappelijk. Erger nog is dat wetenschappers hierdoor onvolledige of zelfs onjuiste inzichten kunnen overdragen aan de samenleving.

Dat blijkt wel uit het vrij recente schandaal rond het Evangelie van de Vrouw van Jezus, een zogenaamd antieke tekst waarvan al snel duidelijk was dat het ging om een vervalsing. De ontdekster erkende de problemen echter pas toen journalist Ariel Sabar de maker had opgespoord. Ondertussen was de wereld “verrijkt” met het inzicht dat in de Oudheid het idee had bestaan dat Jezus getrouwd was geweest. De ontdekster had zich onvoldoende gerealiseerd dat nieuw-ontdekte oude teksten uitsluitend wetenschappelijke waarde hebben als ze een gecontroleerde herkomst hebben.

Lees verder “MoM | Zonder herkomst geen geschiedenis”

MoM | Lectio difficilior

Een middeleeuwse kopiist aan het werk

Omdat ik woensdag een praatje houd over wetenschapsbloggen, meer in het bijzonder over uitleg van de methode, besprak ik afgelopen weekend mijn activiteiten met een paar mensen, en iemand wees me erop dat uitleg weleens een soort opstapeling is: soms kun je pas over iets bloggen als je bepaalde basiskennis kunt aannemen bij de lezers.

Ik herken het: regelmatig krijg ik reacties die duidelijk maken dat mensen eerdere stukken niet kennen. Je kunt dat redelijkerwijs ook niet verwachten. Des te leuker is het natuurlijk als iemand me eraan herinnert dat ik eerder iets anders heb beweerd, wat ik ook regelmatig meemaak.

Vandaag stapel ik maar eens een stukje op een eerder stukje: namelijk hierop, een blogje over de Lachmann-methode, de manier waarmee classici aan de hand van de fouten in middeleeuwse handschriften de tekst reconstrueren (“constitueren”) die antieke auteurs hebben geschreven.

Lees verder “MoM | Lectio difficilior”

Oog op de Oudheid 2019

De Oudheid is een fascinerende tijd en de oudheidkundige disciplines zijn al even fascinerend. Om ook dat laatste te tonen, organiseerde het Rijksmuseum van Oudheden in 2018 voor het eerst “Oog op de Oudheid”. Vier avonden lang vernam u wat onderzoekers nu eigenlijk doen. Omdat dat een succes was, zijn er in 2019 opnieuw vier avonden, gewijd aan het thema DATA en onder hetzelfde motto als vorig jaar: “Geen weetjes maar wetenschap”.

Elke avond “Oog op de Oudheid 2019” begint om 19:30 (zaal open 19:00), wordt ingeleid door brandende journalistenvragen van Marcel Hulspas, kent een pauze met “antieke” wijnen van Eet!Verleden en sluit met een korte discussie tot 22:00 onder leiding van presentator Richard Kroes.

Lees verder “Oog op de Oudheid 2019”

Bonus-MoM | Normaalverdeling

Het is niet mogelijk in Nederland de HAVO of het VWO te verlaten zonder een keer het bovenstaande plaatje te hebben gezien. Ik vermoed dat dit ook geldt voor het VMBO maar dat weet ik niet zeker. Het staat voor de normaalverdeling en het geeft een kans aan. Als je het bijvoorbeeld hebt over een koolstofdatering, dan heeft die de vorm van een getal plus of min een ander getal, en dat betekent dan dat er tweederde kans is dat het onderzochte voorwerp zich bevindt in dat interval. In het plaatje: tussen -1σ en +1σ. Verder is er een kans van pakweg 95% dat het zich bevindt tussen -2σ en +2σ en van bijna 99,9% dat het zich bevindt tussen -3σ en +3σ.

Als je werkt met diverse metingen en die combineert, kan het plaatje wat ingewikkelder zijn, en een koolstofdatering wordt vaak geijkt aan de hand van de jaarringencurve, maar over het algemeen is wel duidelijk hoe ’t ’m in elkaar steekt. Er is bijvoorbeeld 68% kans dat het textiel van de Lijkwade van Turijn is vervaardigd tussen 1273 en 1288 en een dikke 95% kans dat het weefsel stamt uit 1262 en 1384. Waar het om gaat: het heet dan wel een koolstof-datering, maar wat je krijgt is een waarschijnlijkheid op een datering.

En je kunt mij veel wijsmaken, maar niet dat dit ingewikkeld is. Zoals gezegd: het wordt behandeld op elke HAVO en elk VWO en vermoedelijk het VMBO. En terecht, want het is belangrijk.

Lees verder “Bonus-MoM | Normaalverdeling”

MoM | De opgraving van Tell Deir Alla

De oudheidkundige beschikt over teksten en over vondsten. Die twee soorten data documenteren op verschillende manieren hetzelfde verleden. Ze zijn allebei lastig. De geschreven bronnen veronderstellen een wereld, een wereldbeeld en een vormentaal die grondig afwijken van de onze; ze zonder doordachte uitlegstrategie (“hermeneuse”) lezen is zoiets als bij de Ronde van Frankrijk gaan zoeken naar de man met de hamer. Archeologische vondsten zijn dan weer ambigu en zeggen alleen maar iets als je gerichte vragen stelt. Oudheidkunde is geen kwestie van “Data, data, speak to me!” De data zeggen pas iets als je een vraag en een methode hebt.

Daarbij komen de problemen van de wisselwerking tussen deze twee soorten bewijsmateriaal, zoals bij de chronologie. Die is voor de archeologie voor een deel gebaseerd op het aardewerk, dat aanvankelijk werd gedateerd aan de hand van geschreven bronnen. Simpel voorbeeld: als we lezen dat de Assyriërs het koninkrijk Israël rond 724 v.Chr. onder de voet liepen, dan zal het Assyrische vaatwerk dat in Megiddo is opgegraven wel dateren van na dat jaar. De teksten bieden in deze redenering dus een ijkpunt voor de aardewerkchronologie. Lange tijd probeerden oudheidkundigen op deze wijze ook een chronologie te bouwen voor eerdere perioden in het Israëlisch-Palestijnse verleden, maar dat is niet gelukt. Inmiddels is de verhouding tussen tekst en vondst omgedraaid: de aardewerkchronologie wordt zoveel mogelijk gebaseerd op laboratoriumtechnieken, daarmee bepalen wetenschappers het verhaal over het de Brons- en IJzertijd, en pas daarna wordt gekeken hoe de teksten daarbinnen passen.

Een eerste stap in die richting werd gezet in Tell Deir Alla in Jordanië, waar de Leidse onderzoeker Henk Franken (1917-2005) in de jaren zestig onderzoek deed, speciaal gericht op de aardewerkchronologie. Aan zijn werk is een heel leuk boek gewijd, We graven hier niet de Bijbel op! van Margreet Steiner en Bart Wagemakers.

Lees verder “MoM | De opgraving van Tell Deir Alla”

MoM | Isotopenonderzoek

Een kaak uit Kessel, gebruikt voor isotopenanalyse (© Vrije Universiteit Amsterdam)

Ik heb al een aantal keren geschreven over de DNA-revolutie. Hier zijn alle artikelen bij elkaar. Door het onderzoek naar zowel hedendaags als antiek genetisch materiaal is het mogelijk uitspraken te doen over bijvoorbeeld de relatie tussen de diverse leden van de Achttiende Dynastie van Egypte, waarvan de mummies over zijn. Ook kunnen we uitspraken doen over bepaalde antieke ziektes – Ötzi zou doodziek zijn geworden van melk – en het uiterlijk van mensen. Het belang van dit soort onderzoek voor het begrip van antieke migraties is ook groot en ik heb het behandeld in Wahibre-em-achet en andere Grieken, dat momenteel bij de corrector ligt en op 4 april wordt gepresenteerd.

Ook al spreken we van DNA-revolutie, dat is eigenlijk niet helemaal juist, want er is een tweede laboratoriumtechniek met een (minimaal voor migratie) even groot potentieel: het isotopenonderzoek. Dit vergt even wat uitleg maar de conclusies zijn echt leuk.

Lees verder “MoM | Isotopenonderzoek”