MoM | De moord op Kennedy

Wat is een historisch feit? Het is eigenlijk een dubbele bewering. Om te beginnen is het een bewering over iets dat op een bepaald tijdstip is gebeurd (“op 18 september 1977 nam de Voyager 1 de eerste foto waarop de aarde en de maan tegelijk waren te zien”); daarnaast is het een bewering over die eerste bewering, namelijk dat deze waar is. Mocht u de foto in kwestie willen zien, dan is die hier, maar mijn punt is dat het zo gemakkelijk niet is te bepalen of een bewering over het verleden waar is.

Een voorbeeld is de moord op president Kennedy, waarover ongelooflijk veel bekend is – en tegelijk onvoldoende. Al vrij snel nadat Johnson president was geworden, stelde hij de Warren Commission in om onderzoek te doen naar de dood van zowel zijn voorganger als diens moordenaar, Lee Harvey Oswald. De commissie concludeerde uiteindelijk dat er één schutter was geweest. Maar wat deed ze besluiten tot deze conclusie?

Lees verder “MoM | De moord op Kennedy”

MoM | Bruce Malina

Neem de Quichot. Waar gaat die tekst over? Menigeen zal het erop houden dat het een opstapeling van dwaasheden is. Ik voor mij stel dan graag de vraag “Wie is er eigenlijk de edelman?” omdat ik vermoed dat Don Quichot in al zijn dwaasheid zijn morele kompas beter op orde heeft dan veel van de zogenaamd verstandige mensen. Weer anderen zeggen dat de ridder met het droeve gelaat een tragische figuur is. Je kunt er ook op wijzen dat het in de zeventiende eeuw helemaal niet vreemd werd gevonden zwakbegaafden, dwergen, gehandicapten en geesteszieken uit te lachen.

Dat deze interpretaties niet dezelfde zijn, komt in elk geval niet door de tekst, want die is voor alle lezers dezelfde. Het komt doordat de lezer kijkt vanuit een ander perspectief. Onze interpretatie bevat een stevige subjectieve component. Hermeneuse of hermeneutiek is een poging deze subjectiviteit te overwinnen. Het principe is vrij simpel: je probeert je een beeld te vormen van de auteur en zijn lezers en zo te bedenken wat de meest plausibele uitleg is. (Ik ga er hierbij van uit dat het de opzet is te achterhalen wat de auteur heeft wil zeggen.)

Lees verder “MoM | Bruce Malina”

MoM | Vergelijkingen en relevantie

In mijn vorige stukje vertelde ik dat de Oudheid voor ons relevant kan zijn, maar wees ik er ook op dat als je dit beargumenteert door invloed van de oude samenleving op de onze te claimen, je die invloed zult moeten aantonen. Eén van de dingen die je dient te bewijzen is een continuïteit van dat denkbeeld, van die institutie of van dat gebruik. Dat blijft vaak achterwege. Auteurs als Tom Holland, Paul Cartledge en Anthony Pagden nemen bijvoorbeeld aan wat ze dienen te bewijzen. Klinkklare kwakgeschiedenis.

Ik rondde mijn stukje af met de opmerking dat een andere manier om de Oudheid relevantie toe te kennen het maken van vergelijkingen was. Dit doen we in feite de hele dag door. We schrikken van de gebeurtenissen in Charlottesville omdat we meteen een parallel trekken met de gebeurtenissen in het Derde Rijk. Onze neiging tot het zien van overeenkomsten zit echter nog dieper. Zelfs als we een simpel woord als “stad” gebruiken, is al een vergelijking geïmpliceerd met andere nederzettingen.

Lees verder “MoM | Vergelijkingen en relevantie”

MoM | Continuïteit en relevantie

Eergisteren en gisteren schreef ik over teksten die aspecten illustreren van de oude wereld die hun invloed lange tijd hebben doen voelen. De labels uit graf U-j in Abydos tonen het begin van de schrijfkunst, waarvan ik het belang niet hoef toe te lichten. De wetten uit Eshnunna vertegenwoordigen een alternatief voor gewoonterecht, namelijk codificatie, waarop wij voortbouwen. Enuma Elisj bood een model voor nogal wat latere mythologie, die wij weliswaar achter ons hebben gelaten, maar die eeuwenlang invloedrijk is geweest. De Gatha’s illustreren de vervlechting van religie en ethiek, die voor vele gelovigen nog altijd actueel is. De Ilias documenteert onze norm dat privileges verplichten én onze zin voor het tragische.

Maakt dit alles de bestudering van de Oudheid relevant? Dat is alleen vol te houden, geloof ik, als je aanneemt dat dingen in hun ontstaansfase puur en zuiver zijn en dat je de kern van een verschijnsel het beste begrijpt door de oorsprong te bekijken. Mij lijkt dat baarlijke nonsens. De eerste wetten zijn niet zuiverder dan latere en je begrijpt de aard van wetgeving ook niet beter als je de tabletten uit Eshnunna bekijkt. Hooguit begrijp je beter welke bezorgdheden mensen ertoe brachten informele rechtsvinding te vervangen door een meer geformaliseerde praktijk. Dat is leuk om te weten, maar maakt het niet meteen relevant.

Lees verder “MoM | Continuïteit en relevantie”

MoM | Artifact & Artifice

Daar zaten we dan als studenten, te luisteren naar een docent archeologie die ons voorhield dat de Atheense democratie na de Peloponnesische Oorlog niet langer functioneerde. Terwijl wij wisten dat de belangrijkste teksten juist daarna waren geschreven: de redevoeringen van een Demosthenes, de analyse van een Aristoteles, de aanvallen van een Plato. Ons respect voor zo’n docent werd er niet groter op. Omgekeerd hadden we college van een oudhistoricus die ons adviseerde over archeologie vooral de essays van Moses Finley te lezen, terwijl wij al diens redenatiefouten moeiteloos konden uittekenen. Ook dat droeg niet bij aan ons respect voor de docenten.

Ik weet tot op de dag van vandaag niet – en ik schrijf dat zonder ironie – waar het wederzijdse onbegrip vandaan kwam, want de teksten van de oudhistorici en de vondsten van de archeologen documenteren dezelfde cultuur. Wie zich tot één bewijscategorie beperkt, is als een pianist die alleen de witte of alleen de zwarte toetsen bespeelt. Je krijgt weliswaar muziek, maar ontzegt je de volle rijkdom. Wat onderzoekers bewoog deze beperking te aanvaarden, weet ik dus niet, wél weet ik dat de Deetman-kaalslag het probleem vergrootte: de studieprogramma’s werden bekort tot vier jaar, zodat studenten geen tijd meer kregen belangrijke collega-vakken te leren kennen.

Lees verder “MoM | Artifact & Artifice”

MoM | Het backfire-effect

Anderhalf jaar geleden schreef Carlijne Vos een verhelderend stuk in De Volkskrant over asielzoekers, dat ze inleidde met de opmerking dat het tijd was “om fictie van feiten te onderscheiden”. Er was helemaal niets mis met haar betoog. Voor wie probeerde genuanceerd te denken over de problematiek, stond er veel lezenswaardigs in. Wie zich daarentegen vooral zorgen maakte en de nuance voorbij was, werd door het stuk vooral bevestigd in het idee dat die linkse journalisten van De Volkskrant desnoods gewoon logen om hun multiculti-ideaal op te dringen aan een Nederland dat met die gelukzoekers allang helemaal klaar was.

Die laatste reactie was dan een uiting van het backfire-effect. Het lijkt zo voorbeeldig wat Vos deed: het presenteren van de correcte feiten en het uitleggen van de wijze waarop die zijn vastgesteld, maar het werkt niet. Weliswaar is uitleg vaak een manier om een discussie naar een goed einde te brengen, maar dat is niet het geval wanneer de context al polemisch is. Dan worden zelfs de objectiefst-denkbare gegevens en de allerredelijkste methoden gewantrouwd.

Lees verder “MoM | Het backfire-effect”

Via Horta

Een paar jaar geleden heeft de gemeente Houten een stadswijk aangelegd met de naam Castellum, wat Latijn is voor kasteeltje. Met deze naam wordt een verband gelegd met de Romeinse aanwezigheid in dit gebied. Leuk is dat de wijk ook de vorm heeft van een kasteel. Toevallig kwam ik er onlangs doorheen fietsen en het zag er best aardig uit. Houten is sowieso prettig aangelegd.

Ik kreeg echter koude rillingen van de straatnamen. Zoals in wel meer steden gebeurt, zijn in Houten de diverse stadswijken herkenbaar aan een eigen type straatnaam. Ten noorden van Castellum eindigen alle namen op -spoor (“Hollandsspoor”, “Mijnspoor”), ten noordwesten op -bouw (“Landbouw”, “Tuinbouw”). In Castellum kozen de naamgevers voor poorten, grachten, tempels en straten, wat werd gecombineerd met woorden voor Romeinse dingen, zoals toga en tunica. Als ze nou gewoon hadden gekozen voor een Togapoort of Tunicastraat, was er niets aan de hand geweest. De vier achtervoegsels zijn echter gelatiniseerd (Porta, Fossa, Cella en Via) en het probleem is dat het geen Latijn is wat zo ontstaat. Het is zoiets als “allez votre corridor”: elk woord is weliswaar Frans, maar dat maakt het nog geen Franse zin.

Lees verder “Via Horta”