Revolutie?

Omdat ik in Beiroet ben was ik gisteren niet in Leiden, toen daar “Oog op de Oudheid” was, gisteravond gewijd aan migratie – het thema van de Week van de Klassieken. Gelukkig was alles via de twitter te volgen via #OodO19. Ik begrijp dat de twee sprekers bij de discussie van mening verschilden over de vraag of de doorbraken in de bioarcheologie – de opkomst van het DNA-onderzoek, het isotopenonderzoek, het inzicht dat mensen vroeger veel mobieler waren dan we dachten – konden worden getypeerd als een wetenschappelijke revolutie. Rens Tacoma meende dat het daarvoor nog te vroeg was, Lisette Kootker meende van wel omdat in Nederland een nieuwe methode volledig geïntegreerd was geraakt aan de academie en in het archeologisch bedrijfsleven.

Hier is iets aan de hand. De uitdrukking “wetenschappelijke revolutie” is afkomstig van de Amerikaanse wetenschapsfilosoof Thomas Kuhn. Die opperde in 1962 dat wetenschappers hun onderzoek altijd deden vanuit een bepaald kader, een denkraam, dat hij in navolging van socioloog Robert Merton aanduidde als een paradigma. Soms ruilen wetenschappers het ene paradigma in voor het andere en dat heet dan een wetenschappelijke revolutie. Het door Kuhn zelf beschreven voorbeeld is de overgang van het middeleeuwse wereldbeeld, waarin de zon om de aarde draait, naar het copernicaanse, waarin de aarde om de zon draait. Je kunt niet beide standpunten tegelijk aanhangen. Ze zijn, zoals dat heet, incommensurabel.

Lees verder “Revolutie?”

MoM | Hoe kennen we Herodotos?

Herodotos (Agora Museum, Athene)

Een kleine twee jaar geleden publiceerde ik een stukje, eigenlijk meer een bedelbrief, waarin ik u vertelde dat we filmpjes waren begonnen te maken om u uit te leggen hoe oudheidkundigen komen tot hun conclusies. Hoe weten wetenschappers nou wat ze weten? Wat maakt oudheidkunde tot een wetenschap?

Ik denk (en niet als enige) dat het belangrijk is dat we dit soort dingen uitleggen. Niemand schiet er immers iets mee op als deze of gene u vertelt wat er in de Oudheid is gebeurd of hoe men dacht of handelde. Dat zoekt u immers wel op het internet op. Een wetenschap die haar naam waard is, legt zich professioneel uit en toont het wetenschappelijk proces.

Sindsdien hebben we – mede dankzij uw bijdragen – kunnen filmen in Amsterdam, in Museumpark Oriëntalis en het Valkhofmuseum in Nijmegen, in het Huis van Hilde in Castricum, nog een keer in Museumpark Oriëntalis bij Nijmegen, in het Thermenmuseum in Heerlen, in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden en bij Second Sun in Eindhoven. Daarna begon de montage en nu, na bijna twee jaar na het begin, is het eerste filmpje daar: classicus Hein van Dolen legt uit hoe het mogelijk is dat we na vijfentwintig eeuwen nog altijd de Historiën van Herodotos kunnen lezen. Antieke literaire teksten zijn immers overgeleverd in middeleeuwse handschriften vol kopiistenfouten, maar toch kunnen classici de oudere voorbeelden reconstrueren. Hoe, ziet u hieronder.

Lees verder “MoM | Hoe kennen we Herodotos?”

MoM | Testis unus testis nullus

Ptolemaios III Euergetes (Neues Museum, Berlijn)

Oudheidkundigen hebben veel gemeen met astronomen die naar bijvoorbeeld de Poolster kijken: ze kunnen het object van hun studie niet rechtstreeks observeren. Zoals astronomen alleen kunnen kijken naar licht dat vier eeuwen geleden is uitgezonden, zo hebben oudheidkundigen alleen toegang tot geschreven bronnen en archeologische overblijfselen. Het observeren van historische feiten is even onmogelijk als het rechtstreeks observeren van de Poolster. Dit betekent dat oudheidkundigen nooit zullen behoren tot het slag wetenschappers dat theorieën kan toetsen en opnieuw kan toetsen. Caesar werd slechts één keer vermoord en we hebben als bewijsmateriaal alleen een handvol geschreven bronnen.

Dat noopt tot voorzichtigheid maar er zijn wel gradaties van zekerheid. Laten we eens kijken naar de landwet die in 133 v.Chr. werd voorgesteld door de Romeinse politicus Tiberius Gracchus, waarin een maximum werd gesteld aan de hoeveelheid staatsland (meestal het land dat op een vijand was buitgemaakt) die iemand toegewezen kon krijgen. Er zijn slechts drie bewijsstukken:

Lees verder “MoM | Testis unus testis nullus”

Week van de Klassieken

Klassieken, oudheidkunde, oudheidkundige disciplines, geesteswetenschappen, humaniora, culturele sector: het is niet zo heel erg belangrijk hoe u het noemt. Feit is dat veel mensen er de schouders bij ophalen. Het vak, hoe u het ook wil noemen, heeft zonniger dagen gekend. En dat hebben wij, oudheidliefhebbers, voor een belangrijk deel te wijten aan onszelf.

Het tijdperk komt vooral in het nieuws met de ongeloofwaardige claims van archeologen (“De ring van Pontius Pilatus!”), het rariteitenkabinet van de oudhistorici (Seks! Gladiatoren! Perverse keizers!) en de negentiende-eeuwse ideeën van classici (“De bakermat van de beschaving”). Bovendien haalt de Oudheid regelmatig de krant als onderzoekers weer eens moeten erkennen dat de papyri die ze met veel bombarie hadden aangekondigd, vervalsingen waren.

Lees verder “Week van de Klassieken”

MoM | Scheepswrakken

Scheepswrakken door de eeuwen heen

Eerst maar even een woord over het diagrammetje hierboven, dat het aantal Mediterrane scheepswrakken uit de diverse eeuwen weergeeft. Ik haal het uit een powerpoint die ik zo te zien in februari 2016 heb gemaakt maar die teruggaat op veel ouder materiaal. Misschien heb ik het plaatje gemaakt voor de Livius.org-website en daar later weer verwijderd. Op zoek naar een betere afbeelding vond ik het echter online terug in de Wikipedia, maar nu met als maker een zekere RafaelG. Heb ik iets van hem overgenomen? Nam hij iets over van mij? Het kan me verder weinig schelen, maar ik noem het even.

Het gaat in elk geval om de onderliggende cijfers, en die zijn afkomstig van A.J. Parker en voor het eerst gepubliceerd in een artikel van de Cambridge-historicus Keith Hopkins, over wie ik al eens eerder blogde. Dat artikel heette “Taxes and Trade in the Roman Empire”, verscheen in 1980 in het Journal of Roman Studies en de universitaire betaalmuur vindt u hier. De gepresenteerde cijfers zijn gebruikt om te beargumenteren dat de crisis van de derde eeuw n.Chr. een economische kant had.

Lees verder “MoM | Scheepswrakken”

Meer over isotopenonderzoek

Een kaak uit Kessel, gebruikt voor isotopenanalyse (© VU). Dit heeft verder niets met Stonehenge of Denemarken te maken maar ik heb zo snel geen ander plaatje.

Leuk artikel in De Volkskrant vandaag: de mensen voor wie Stonehenge een belangrijk heiligdom was, legden enorme afstanden – denk aan honderden kilometers – af om daar aanwezig te zijn. Dat blijkt uit isotopenonderzoek dat is uitgevoerd op de botten van de offerdieren, zoals varkens en runderen. Waar dieren zich verplaatsen, trekken herders mee, dus dit duidt op grote mobiliteit: de voornaamste conclusie van de DNA-revolutie wordt opnieuw bevestigd.

Voor uitleg van die methode verwijs ik naar het stukje in mijn reeks Methode op Maandag. Grosso modo komt het erop neer dat je door isotopenonderzoek kunt vaststellen op welke bodem iemand gewoond heeft. Aangezien je tanden niet allemaal tegelijk worden gevormd en aangezien je botten nog weer later mineraliseren, kun je aan verschillen zien dat iemand is gemigreerd. In een klein land als Nederland zijn al zes verschillende landschappen aan te wijzen, gebaseerd op de verhouding tussen diverse isotopen.

Lees verder “Meer over isotopenonderzoek”

MoM | Blinde vlekken

(Zomaar, zonder duidelijke reden, een plaatje van de Enneüs Heermabrug in Amsterdam)

Toen ik afgelopen vrijdag schreef over het komende boek van Marcel Hulspas, Uit de diepten van de hel, stelde Peter Flipkens de vraag hoe ik een geschiedenisboek kon aanprijzen dat was geschreven door een journalist die van huis uit sterrenkundige is. Temeer omdat ik classici zou verketteren omdat ze geen historische opleiding hebben genoten.

Tegen de tijd dat ik het las, had een van de meubelstukken van deze blog, FrankB, al een antwoord gegeven. Als een wetenschapsjournalist goed werk aflevert, zo schrijft FrankB, zal Jona het prijzen, en als Jona classici de mantel uitveegt, is het niet omdat ze geen historische vakopleiding hebben genoten

maar omdat ze prutswerk hebben afgeleverd. De voor de hand liggende en meest betrouwbare manier om prutswerk te vermijden is een gedegen opleiding volgen. Maar het is niet de enige manier.

Ik had het niet eleganter kunnen zeggen maar het is niet het hele verhaal. Ik denk dat ik dat het beste kan illustreren met een compliment aan een van mijn docenten.

Lees verder “MoM | Blinde vlekken”