MoM | Winckelmann (2)

Winckelmann (door Anton von Maron)

Gisteren heb ik het leven van Winckelmann kort beschreven, vandaag wil ik het hebben over zijn oeuvre en zijn betekenis. Soms was de Duitse kunsthistoricus heel traditioneel, zoals in zijn Description des pierres gravées du feu Baron de Stosch uit 1760: een redelijk normale catalogus, die ook zijn voorgangers zouden hebben kunnen maken. Ook had hij, net als zijn tijdgenoten, nog een normaal brede onderwerpskeuze: weliswaar was hij enthousiaster over de Griekse kunst dan over de oud-Oosterse culturen, maar in de Geschichte der Kunst des Altertums behandelde hij toch ook de kunst van de Egyptenaren, Feniciërs, Perzen en Etrusken.

Het vernieuwende zit in de brug die Winckelmann sloeg tussen enerzijds de welbeschouwd zielloze beschrijvingen van voorwerpen en anderzijds de ideeën van de Verlichting. Hij stelde namelijk dat er een soort ideale kunst bestond en probeerde vervolgens te verklaren door welke maatschappelijke factoren deze was ontstaan. Zijn poging schoonheid te definiëren aan de hand van vaste criteria komt op ons wat bizar over, maar de toenmalige kunstkenners keken er niet van op. Ze keken evenmin op van Winckelmanns opmerkingen dat het lichaam van een man mooier was dan dat van een vrouw, dat het lichaam het beste zonder versiering kon worden afgebeeld (lees: naakt) en dat het beter was als emoties beperkt bleven. Emoties waren immers tijdelijk en de ware, eeuwige schoonheid bleef onverstoord door tijdelijke passies. Niets was Winckelmann een grotere gruwel dan de sculptuur van Bernini, die hij in Rome dagelijks moet hebben gezien en die volgens hem alleen een ongeschoold publiek zou kunnen imponeren en dan ook nog kortstondig. (Ik moet altijd aan dit oordeel denken als ik het Groninger Museum zie. Saai.)

Lees verder “MoM | Winckelmann (2)”

MoM | De positivistische misvatting

De binnenkant van de sarcofaag van Simpelveld (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Wat weten we over de hierboven afgebeelde “dame van Simpelveld”? Je kunt het opsommen. Ze woonde in de buurt van het Zuid-Limburgse Simpelveld, want daar is de sarcofaag gevonden. Ze droeg sieraden, want die zijn in de grafkist aangetroffen. Ze werd gecremeerd, want haar stoffelijke resten lagen daar eveneens in. Dit zijn de harde feiten.

Harde feiten: dat was wat de Franse filosoof Auguste Comte aan het begin van de negentiende eeuw centraal wilde stellen in de menswetenschappen. Die harde feiten moesten dan worden verbonden in de wetmatige verbanden. Hij noemde deze aanpak “positivisme” en zo is het gekomen dat het wetmatige verklaringsmodel waarover ik vorige week blogde wordt aangeduid als “positivistisch”. Ook de nadruk op waarneembare feiten wordt aangeduid met deze uitdrukking. Wat ik opsomde in de eerste alinea zijn dan de positieve feiten over de dame van Simpelveld.

Lees verder “MoM | De positivistische misvatting”

MoM | Positivisme

David Ricardo

Een tijdje geleden schreef ik een blogje waarin ik eraan herinnerde dat een historicus niet alleen wat feitjes oplepelt, zoals Paul Schnabel denkt, maar het verleden ook probeert te verklaren. Dat wil zeggen: de gereconstrueerde feiten in verband brengen met andere feiten. Eén mogelijkheid om dat te doen is het zoeken van oorzaken (“causale verbanden” voor wie het deftig wil uitdrukken). Bij deze methode van verklaren wordt in feite gekeken naar de natuurwetenschappen.

De methode is dan ook eigenlijk wel redelijk bekend. Eerst observeren de onderzoekers de verschijnselen en na verloop van tijd herkennen ze regelmatigheden, die dan wordt aangeduid als een natuurwet. Een voorbeeld is de wet van Boyle, die behelst dat de druk van een gas omgekeerd evenredig is aan het volume. In de tweede fase worden voorspellingen getoetst die op de veronderstelde regelmatigheden zijn gebaseerd. Stemmen de nieuwe waarnemingen overeen met wat is voorspeld, dan is de wet bevestigd, althans voor het moment. (Voor wie het deftig wil uitdrukken: een en ander is “gecorroboreerd”.) Is er daarentegen geen overeenstemming, dan is de wet óf niet geldig óf incompleet en moet ze worden verfijnd. In ons voorbeeld is dit laatste het geval. De volledige wet van Boyle luidt immers dat de druk van een gas omgekeerd evenredig is aan het volume zolang de temperatuur en de hoeveelheid gas dezelfde blijven.

Lees verder “MoM | Positivisme”

MoM | De bronnen van een bron

Schriftgeleerde met boekrol (Catacombe van Petrus en Marcellus, Rome)

Stomtoevallig ontdekte ik dat in de katholieke kerken gisteren de lezing uit het Nieuwe Testament een verhaal was waar een historicus zijn vingers bij aflikt: Marcus 12.28-34. Een waanzinnig interessante passage, maar voor we daar mee aan de gang gaan, eerst wat context. Chronologisch bevinden we ons in wat bekendstaat als de lijdensweek, de dagen tussen Jezus’ triomfantelijke intocht in Jeruzalem en zijn arrestatie en kruisiging. Marcus benut dit deel van zijn evangelie om Jezus op het tempelplein in debat te laten treden met allerlei mensen, zodat de lezer/luisteraar nog een keer een beeld krijgt van wie Jezus was, voordat het evangelie zijn ontknoping krijgt.

In deze gesprekken

  1. wimpelt Jezus een vraag naar zijn bevoegdheid af (11.27-33),
  2. bekritiseert hij de tempelautoriteiten (12.1-12),
  3. ontwijkt hij een strikvraag over het betalen van belastingen (12.13-17),
  4. ontwijkt hij een tweede strikvraag over het leven na de dood (12.18-27),
  5. voert hij een gesprek met een schriftgeleerde over de rangorde van de geboden (12.28-34) en
  6. waarschuwt hij zijn publiek voor schriftgeleerden (12.35-40).

Kortom, Marcus presenteert ons een Jezus die iedereen te slim af is: als messias is hij dé autoriteit, meer nog dan de tempel of de schriftgeleerden, en de boodschap van de messias betreft een uitleg van het voornaamste gebod. Tot zover de context. Het gaat om het vijfde gesprek.

Lees verder “MoM | De bronnen van een bron”

MoM | Droysen

Droysen (ets van Hugo Bürkner)

De bestudering van het verleden lijkt wat op een pakhuis waarin van alles en nog wat ligt, kriskras door elkaar. De een is historicus en zoekt in deze stellingenkast, de ander is archeoloog en pakt even verderop iets van het schap, de derde is classicus of socioloog en vraagt naar weer andere dingen. Zoveel hoofden, zoveel zinnen. Is er overzicht, systeem, structuur?

In mijn ervaring beschouwen veel onderzoekers de versplintering van de humaniora als gegeven. Het stoort me altijd een beetje, vooral als ze zonder nadere argumentatie zeggen dat het “nou eenmaal” zo is. Soms noemen ze de geesteswetenschappen “polyparadigmatisch”, wat minder sleazy klinkt maar op hetzelfde neerkomt.

Misschien is de versplintering inderdaad onvermijdelijk en moeten we niet langer hopen dat er in het pakhuis ooit orde zal zijn. Toch voel ik sympathie voor een Johann Gustav Droysen (1808-1884), die anderhalve eeuw geleden, in 1868, een Grundriss der Historik publiceerde waarin hij wat structuur aanbracht. Het was ook toen een geïdealiseerd overzicht, maar het maakt wel duidelijk hoe het proces van kennisverwerving zou kunnen verlopen en in die zin is het nog altijd nuttig. Eerstejaarsstudenten nemen er daarom nog weleens kennis van, meestal in uittrekselvorm.

Lees verder “MoM | Droysen”

MoM | Nepklassieken

Zoals de trouwe lezers van deze blog weten, was ik dit voorjaar in Albanië en omdat we de reis eindigden in het uiterste zuiden van dat wonderschone land, was het eenvoudiger terug te vliegen vanaf Korfu dan vanuit Tirana. Op de luchthaven zag ik bovenstaande kalender. Die is fout op zó veel manieren.

Om te beginnen de selectie, waaraan vrouwen ontbreken, terwijl een Sapfo toch niet de geringste bewoner der Parnassos is geweest. “Maar we hebben van haar slechts enkele gedichten en fragmenten!” zou de kalendermaker kunnen tegenwerpen, en dat is waar. Maar weet u, van Sokrates hebben we helemaal niets, zelfs geen fragmenten, en die krijgt wel een plek. “Maar Sokrates had enorme invloed!” Ja, maar als invloed het criterium is, dan moet je toch eerder Sapfo opstellen dan Pindaros. Ik zou dan ook een Archimedes hebben verwacht. Je zou bovendien kunnen denken aan de evangelisten, de meest gelezen en vaakst vertaalde Griekse auteurs aller tijden.

Lees verder “MoM | Nepklassieken”

MoM | Liberal Education

De humaniora zijn een breed educatief programma dat erop is gericht het eigen denken beter te begrijpen. Ik zal niet beweren dat mensen met zo’n opleiding beter of menselijker zijn. Daar gaat het ook niet om. De humaniora zijn geen individualistisch ideaal: ofschoon de letterenstudenten hun opleiding krijgen als individuen, is het de bedoeling dat we van de humaniora profiteren als samenleving.

Een samenleving zonder inzicht in het eigen denken verarmt. Beperk de lengte van de opleidingen tot onder het minimaal noodzakelijke, beknibbel in het middelbaar onderwijs op vakken als geschiedenis, pretendeer dat een studie van de eigen taal zinloos is omdat je die taal al spreekt, vervang in het culturele aanbod inzicht door beleefbaarheid – en presto, je bereikt dat je je eigen denkbeelden niet langer voldoende doorgrondt en geen weerstand meer hebt tegen populisme. De door Nieuw Rechts verspreide karikatuur van de wijze waarop in de jaren zeventig gesproken zou zijn geweest over multiculturaliteit, alsof het een “weg met ons!” was, is maar één voorbeeld. Ander voorbeeld: de zwartepietendiscussie is zo uitzichtloos geworden doordat het essentialisme van de twee tegenover elkaar staande kampen nauwelijks wordt herkend. Enzovoort.

Lees verder “MoM | Liberal Education”