Doctor Dahesh

Het huis van Dr Dahesh

Zijn grootste stunt was dat hij in 1953 opstond uit de dood, hoewel er al zes jaar foto’s in omloop waren van zijn met kogels doorboorde lijk. Hij was geëxecuteerd in Azerbaijan.

Salim Moussa Achi was in 1909 in Jeruzalem geboren maar groeide op in Beiroet, waar zijn vader werkte als drukker bij de Amerikaanse Universiteit. Toen zijn vader, die tijdens de Eerste Wereldoorlog door de Ottomaanse regering was geronseld en in 1918 zwaar ziek was teruggekeerd, was overleden, werd Salim geplaatst in een weeshuis. Na ook nog enkele jaren in Tripoli, Betlehem en in Tur Abdin (het christelijke deel van Turks Koerdistan) vestigde hij zich definitief in Beiroet, waar hij het ene artikel na het andere schreef.

Het zou niet zo opmerkelijk zijn geweest als hij niet ook mensen had weten te genezen en meer dan eens verscheen op twee plaatsen tegelijk. Kortom, een klassieke charismatische wonderdoener zoals Sai Baba en Jomanda. En ook Salim Moussa Achi nam een artiestennaam aan: Doctor Dahesh (“wonderbaarlijk”). Het trok nogal wat aandacht maar niemand nam er werkelijk aanstoot van. Dat wil zeggen: tot 1943.

Lees verder “Doctor Dahesh”

Kort Libanees (4)

Kerk van Sint-Nikolaas, Sidon

Waar ik ook ga, ik zal nooit een kerk overslaan die is gewijd aan Sint-Nikolaas. Mits die geopend is natuurlijk en helaas heb ik in Sidon al enkele keren gestaan voor de gesloten deur van de kerk van bovengenoemde heilige. Vandaag was de kerk echter toegankelijk.

Als ik het goed begrijp, is het gebouw eigendom van een groep gelovigen die vroeger “melkitisch” werd genoemd, een naam die zoiets wil zeggen als “keizerschristenen”. Het gaat om christenen uit Syrië die de besluiten onderschreven van het door keizer Marcianus belegde Concilie van Chalkedon (451) en die later de Arabische taal accepteerden. Je kunt ze ook omschrijven, denk ik, als Grieks-orthodoxen die toevallig geen Grieks gebruikten. Hun leider is de Grieks-orthodoxe patriarch van Antiochië.

Lees verder “Kort Libanees (4)”

Kort Libanees (2)

Wandschildering van Maria (Nationaal Museum van Libanon, Beiroet)

Libanon is een verdeeld land en het zal u wel bekend zijn dat de scheidslijnen religieus zijn. Je hebt christenen en moslims; die laatsten zijn weer verdeeld in soennieten en sji’ieten, en van die laatsten zijn de druzen een zó bijzondere variant dat je je kunt afvragen of je ze nog als sji’itisch kunt beschouwen. Die groepen zijn onderling weer verdeeld, soms langs religieuze lijnen en soms langs politieke lijnen. Er zijn bijvoorbeeld twee grote sji’itische partijen, de nationalistische Amal en de pro-Iraanse Hezbollah. En er zijn altijd de ego’s en de belangen van de diverse politieke leiders.

Hoe schep je eenheid in “a house of many mansions”? De overheid heeft in het verleden ingezet op een gedeeld verleden door de vernieuwing van het Nationaal Museum. Men is daarbij bepaald niet zuinig geweest en het is een van de mooiste culturele instellingen van de wereld, maar ik krijg niet de indruk dat het verleden werkelijk helpt om eenheid te scheppen. Geschiedenis is er natuurlijk ook helemaal niet om nationale identiteiten te helpen vormen, maar ik kan me bovendien niet aan de indruk onttrekken dat veel Libanezen ook niet al te veel van het verleden weten willen. Niet helemaal onbegrijpelijk natuurlijk, want elke politieke groep heeft lijken in de kast. Niet zelden letterlijk.

Lees verder “Kort Libanees (2)”

Bes

Reliëf van de god Bes (Karatepe)

Het lijp kijkende heerschap hierboven is de god Bes. Het reliëf is te zien in het zuiden van Turkije op een plek die ter plaatse bekendstaat als Karatepe, maar die, omdat in Turkije vrijwel ieder dorp Karatepe (“zwarte heuvel”) heet, door archeologen meestal wordt aangeduid als Aslantaş, “leeuwensteen”. In de Oudheid noemden de Neo-Hittitische bewoners de stad Azitawataya.

Het natuurstenen reliëf bewaakt een van de stadspoorten en is gemaakt tegen het einde van de achtste eeuw v.Chr. In Griekenland zongen barden de epen van Homeros en Hesiodos, in Juda zette men zich schrap voor de strijd tegen de Assyriërs en in onze contreien doken op dat moment ongeveer de eerste ijzeren voorwerpen op.

De vindplaats is opmerkelijk want Bes geldt als een Egyptische god, hoewel hij tegen het einde van de achtste eeuw in dat land geen tempels bezat. (Daarna vermoedelijk ook niet, trouwens. Ik ken ze althans niet.) Hij werd echter al eeuwen vereerd, maar deze kobold – anders kan ik het niet noemen – behoorde vooral tot de volkscultus.

Lees verder “Bes”

Waarom is het geen Pasen?

Reconstructie van een Romeinse kalender (Museo nazionale della civiltà romana, Rome)

Het zal u niet zijn ontgaan dat het inmiddels officieel lente is. Afgelopen woensdag, 20 maart, kwam de zon, die zich de afgelopen zes maanden bevond onder het vlak van de hemel-evenaar, daar weer boven. De plaats waar de (ogenschijnlijke) baan van de zon de evenaar snijdt, heet het lentepunt of ook wel equinox, wat wil zeggen dat dag en nacht even lang duren. Inderdaad duren die allebei nu ongeveer twaalf uur.

Verder is u misschien opgevallen dat het afgelopen donderdag, 21 maart, volle maan was. En dat betekent dat het vandaag Pasen zou moeten zijn, want christenen vieren dat feest immers op de eerste zondag na de eerste volle maan na het begin van de lente. Toch moet u nog een paar weken wachten tot het zover is.

Lees verder “Waarom is het geen Pasen?”

Uit de diepten van de hel

Christus als wetgever. Detail van een sarcofaag uit Rome (Louvre, Parijs)

Griekenland en Rome. Twee volken met een gedeelde, klassieke cultuur: dit is hoe we het beste kunnen kijken naar de antieke mediterrane wereld in de eerste eeuwen van onze jaartelling. We kennen de literatuur van enkele minderheden, zoals teksten in het Armeens, Hebreeuws en Aramees, maar vrijwel alle bewoners van het Romeinse Rijk deelden in meerdere of mindere mate in de klassieke cultuur. Zelfs degenen die erbuiten woonden, keken ernaar op. De Franken en Visigoten probeerden bijvoorbeeld een Romeins staatsapparaat op te bouwen.

Als iedereen Grieks-Romeins wilde zijn, komt de vraag op hoe de klassieke cultuur ten einde is gekomen, want vijanden had ze blijkbaar niet. Die vraag is oud: Zosimos was de eerste die keek naar het Romeinse Rijk als iets dat voorbij was. Als oorzaak wijst deze verstokte heiden op de verwaarlozing van de eredienst van de oude goden; als belangrijkste symptoom van de crisis wijst hij op de komst van vreemde stammen. Die hebben in de achttiende en negentiende eeuw opnieuw een rol gespeeld in de discussie, dit keer als oorzaak van de transformatie, en de twintigste eeuw leverde weer nieuwe verklaringen op.

Lees verder “Uit de diepten van de hel”

De aqedah

De aqedah (Byzantijns reliefje uit het Nationaal Museum in Beiroet)

Nog even een stukje naar aanleiding van iets dat ik eergisteren schreef over het offerdier, waarvan de poten waren gebonden. Ik moest ineens denken aan de aqedah, het “vastbinden” van de jonge Isaak door Abraham, de aartsvader. Het verhaal wordt verteld in Genesis 22 en begint met het onthutsende bevel van God dat Abraham zijn enige zoon moet offeren op een bergtop. Voor het goede begrip: dit soort offers kwamen in de oude wereld voor maar golden binnen het jodendom als volkomen onaanvaardbaar.

Isaak zei: “Wij hebben wel vuur en hout, maar waar is het offerdier?”
Abraham antwoordde: “God zelf zal wel voor het offerdier zorgen, mijn zoon.”
En samen gingen zij verder. Toen zij de plaats bereikt hadden die God hem had aangewezen, bouwde Abraham daar een altaar, stapelde er het hout op, bond zijn zoon Isaak vast en legde hem op het altaar, boven op het hout. Toen Abraham echter zijn hand uitstak naar het mes om daarmee zijn zoon de keel af te snijden, riep de engel van Jahwe hem van uit de hemel toe: “Abraham, Abraham!”
En hij antwoordde: “Hier ben ik.”
Hij zei: “Raak de jongen met geen vinger aan en doe hem niets! Ik weet nu dat gij god vreest, want gij hebt Mij uw zoon, uw enige, niet willen onthouden.”
Abraham keek om zich heen en bemerkte een ram, die met zijn horens in het struikgewas vastzat. Hij greep de ram en droeg die als brandoffer op, in plaats van zijn zoon.

Lees verder “De aqedah”