De ondergang van het Romeinse Rijk

Een van de aardigste boeken die ik de afgelopen jaren heb gelezen, is The Fate of Rome van Kyle Harper. Ik schreef al eerder over het boek, dat groot is in een klein genre.

Een klein genre

Dat kleine genre is “ondergang van het Romeinse Rijk”. We hebben relatief weinig geschreven bronnen, hoewel er met de gestage publicatie van papyri en Aramese teksten wel wat bij komt, en het archeologisch materiaal is nog onvoldoende verkend. De voorkeur ging immers lange tijd naar de klassieke periode. Lees verder “De ondergang van het Romeinse Rijk”

Latijnse, heidense literatuur

Manuscript van Caesars Gallische Oorlog (Biblioteca Nazionale, Napels)

Als u iets wil weten over een antieke auteur, pakt u uw telefoon of tablet en zoekt het op. De Wikipedia biedt u een eerste inleiding tot Ploutarchos en als u wil  weten wat de Wijze van Chaironeia dacht over vleesconsumptie, vindt u zijn essay met een paar klikken in het Grieks, Engels of Frans. Simpel. Nog geen kwart eeuw geleden was het zo makkelijk nog niet en moesten geïnteresseerde lezers zich behelpen met boeken. Er bestonden destijds diverse kennismakingen met de antieke literatuur; zo herinner ik me dat er eens twee tegelijk verschenen, een van Hein van Dolen en een van Ilja Pfeijfer. Allebei niet meer leverbaar want zulke werkjes zijn inmiddels even overbodig als een stoker op een elektrische trein.

Dat wil niet zeggen dat het boek helemaal geen bestaansrecht meer heeft. Voor de tweede lijn van de wetenschapsvoorlichting, waarin we uitleggen hoe we weten wat we weten en tonen waarom een wetenschappelijke opleiding zin heeft, zullen we vooralsnog boeken nodig hebben. Een fijne vorm is de persoonlijke selectie, waarin een ervaren lezer aangeeft wat hij of zij mooi vindt én – en dat is cruciaal – waarom. (Concreet voorbeeld: ik heb net een 842 pagina’s tellend monster over het Aramees liggen; een dunner boek waarin een professor Gzella uitlegt waarop ik moet letten, zou ik minder angstaanjagend vinden.)

Lees verder “Latijnse, heidense literatuur”

Nog eens Regulus

Een Numidische ruiter (Musée national des antiquités, Algiers)

Een tijdje blogde ik over de expeditie van Regulus, een Romeinse consul in 256/255 v.Chr., naar wat nu Tunesië heet. Hij won eigenlijk alles tot de Karthagers een capabele Spartaanse huurlingenleider, Xanthippos, in dienst namen en hem versloegen. De veldtocht, die deel uitmaakt van de Eerste Punische Oorlog, is me bezig blijven houden omdat er iets raars mee aan de hand is. Een consulair leger bestond uit zo’n 18.000 man en Regulus commandeerde er maar 15.000. Het leger is te klein voor een zo belangrijke operatie, zeker als we erbij bedenken dat de Romeinen een kolossale vloot– 330 oorlogsbodems! – bouwden om het expeditieleger over te zetten.

Ik vermoed nu dat Regulus niet alleen was. De Numidiërs speelden een belangrijke rol. Daarvoor zijn enkele aanwijzingen.

Lees verder “Nog eens Regulus”

Siciliaanse scheepsrampen

Model van een enterbrug (Martin Lokaj)

Een tijdje geleden wijdde ik twee stukjes aan de expeditie van de Romeinse consul Regulus naar Tunesië. Na een vlootoverwinning op de Karthagers stak hij over naar het huidige Kelibia, plunderde onder andere Kerkouane, versloeg zijn tegenstanders, veroverde Tunis en werd uiteindelijk in 255 v.Chr. door de Spartaanse huurling in Karthaagse dienst Xanthippos verslagen. Ik heb er morgen ook nog iets over te vertellen, maar vandaag iets anders.

Storm

Regulus’ expeditieleger werd geëvacueerd door een Romeinse vloot, die echter in de Siciliaanse wateren verging. Slechts tachtig van de 364 schepen zouden de natuurramp hebben doorstaan. In 253 gebeurde dat nog eens: nog een uit Afrika teruggekeerde vloot liep op de klippen. Weer gingen 150 schepen naar de kelder. Vier jaar later, in de vroege zomer van 249, was het opnieuw raak en daarna zagen de Romeinen voor enkele jaren af van vlootexpedities. Als het waar is, moeten tienduizenden mannen zijn verdronken. En vermoedelijk is het waar. De door Titus Livius overgeleverde censuscijfers tonen namelijk dat het aantal geregistreerde burgers, aan het begin van de Eerste Punische Oorlog nog 382.234, in het jaar 253 was teruggelopen tot 297.797. Of dat voor of na de tweede ramp is gemeten, weet ik niet, maar het verlies aan mensenlevens was catastrofaal.

Lees verder “Siciliaanse scheepsrampen”

Krijgsgeschiedenis

Een Byzantijnse ruiter (Römisch-Germanisches Zentralmuseum, Mainz)

Krijgsgeschiedenis, je haat het of je houdt ervan. De een zegt: “krijgsgeschiedenis verhoudt zich tot gewone geschiedenis zoals marsmuziek zich verhoudt tot muziek”. De ander zegt: “als de oorlog de vader is van de dingen, is de krijgsgeschiedenis de vader van de geschiedvorsing”.

De waarheid ligt natuurlijk in het midden. Geschiedenis gaat over mensen en mensen maken oorlog, dus krijgsgeschiedenis hoort bij de geschiedenis, en er zijn slechte en goede boeken over oorlog. Het boek dat ik zelf het beste vind, is Soldiers and Ghosts van Lendon, omdat het toont hoe culturen eigen waarden hebben die een rol spelen bij de oorlogsvoering. En omgekeerd: een verloren of gewonnen oorlog draagt bij aan de verdwijning of verbreiding van die waarden.

Lees verder “Krijgsgeschiedenis”

Popović over de Dode-Zee-rollen

Een commentaar op Jesaja: een fragment van een Dode Zee-rol, nu in het Jordan Museum in Amman.

Over de Dode-Zee-rollen zijn honderden boeken geschreven in tientallen talen. Het boek dat de Groningse hoogleraar Mladen Popović in 2013 presenteerde bij de expositie in het Drents Museum in Assen is een van de betere. Het biedt geen schijnzekerheden, zoals de “conclusie” dat het zou gaan om de bibliotheek van de sekte van de essenen. Dat is op zich een respectabel idee, ooit door Géza Vermes naar voren gebracht, maar het is zeker niet bewezen.

Lees verder “Popović over de Dode-Zee-rollen”

Clerinx over de Romeinen in de Lage Landen

Ik ken de Vlaamse wetenschapsjournalist Herman Clerinx persoonlijk; de laatste keer dat ik hem sprak was bij een persconferentie in Tongeren waarbij een vloektabletje werd gepresenteerd. Als de huidige lockdown voorbij is, hoop ik weer eens met hem te lunchen en te luisteren naar de vele nieuwtjes die hij te delen heeft. Want Herman weet alles.

Zijn boeken zijn dan ook geweldig, zoals zijn boek over de Trechterbekercultuur – u mag ook hunebedbouwers zeggen – en zijn navertelling van de Keltische verhalen. In mijn reeks “Zit een oudheidkundige met de rug naar een boekenkast” haal ik Clerinx’ boek Romeinse sporen tevoorschijn. Er is veel te prijzen, want behalve het verhaal van de Romeinse aanwezigheid in de Benelux biedt hij ook een bezoekersgids voor de vele plekken waar Romeins erfgoed te zien is.

Lees verder “Clerinx over de Romeinen in de Lage Landen”

Henri Pirenne: Van Late Oudheid naar Vroege Middeleeuwen

De apostel Paulus. Byzantijns ivoorsnijwerk, gevonden in een Merovingische context (Teseum, Tongeren)

Nog een derde filmpje in mijn reeks “Zit een oudheidkundige met de rug naar een boekenkast”: dit keer over Henri Pirenne, de grote Belgische historicus. Ik heb al eens eerder over zijn boek Mahomet et Charlemagne geschreven en het is niet zo zinvol dat te herhalen. U leest het hier maar.

Het filmpje duurt een kwartier. Langer dan ik wilde, maar het is dan ook een heel belangrijk boek. Niet om de eigenlijke these: dat de Late Oudheid, met de Merovingen als opvallendste dynastie, overging in de Vroege Middeleeuwen doordat de handel tussen het oostelijk en westelijk bekken van de Middellandse Zee tot stilstand kwam na de Arabische veroveringen. Zonder Mohammed geen Karel de Grote. Dát is weerlegd.

Lees verder “Henri Pirenne: Van Late Oudheid naar Vroege Middeleeuwen”

Wanneer is een historicus een historicus?

Tacitus’ grafsteen (Thermenmuseum, Rome)

Aanstaande woensdagavond is er een online-presentatie van Vincent Huninks nieuwe vertaling van de Annalen van de Romeinse auteur Tacitus. U kunt zich hier inschrijven. Het is een fascinerende tekst, dit overzicht van het Romeinse Rijk tussen de troonsbestijging van keizer Tiberius tot en met de beginnende desintegratie van het gezag van keizer Nero. Ik heb er geen cijfers over, maar vermoed dat de Annalen behoren tot de meest-gelezen teksten uit de oude wereld.

Thematiek

De auteur presenteert een reeks ontspoorde keizers en stelt in feite de vraag hoe een heer van stand zich moet gedragen in tijden van despotie. Je wil je verantwoordelijkheid nemen maar als je in ongenade valt, lopen ook de jouwen gevaar. Een aanklacht is zó verzonnen.

Na hen wordt Sextus Marius, rijkste man van Spanje, aangegeven wegens incest met zijn dochter en van de Tarpeïsche rots geworpen. En er mocht blijkbaar geen twijfel zijn dat ’s mans vele geld hem fataal was geworden: zijn goud‑ en zilvermijnen, hoewel geconfisqueerd voor de staat, hield Tiberius apart voor zichzelf. (Annalen 6.19; vert. Vincent Hunink)

Lees verder “Wanneer is een historicus een historicus?”

Alpenpas gezocht

Col du Montgenèvre

Je zou denken dat intelligente mensen alleen maar heel verstandige dingen doen en hun tijd besteden aan heel belangrijke zaken. Of zaken waar iets zinvols over te zeggen is. Maar zo is het niet en als voorbeeld noem ik de trivialiteit der trivialiteiten: de plaats waar Hannibal in het najaar van 218 v.Chr. de Alpen is overgestoken. Ik heb inmiddels een kleine vijftig publicaties over de materie verzameld en het zijn niet de geringste geleerden die zich over deze kwestie het hoofd hebben gebroken.

Grappig genoeg is er al in de Oudheid over gedebatteerd. De Griekse historicus Polybios schrijft namelijk ergens dat hij het gebied heeft bezocht. Hij zou nooit zo’n autoriteitsclaim hebben hoeven doen als er geen discussie over was geweest. Niet iedereen was overtuigd. In elk geval Titus Livius vond niet dat hij Polybios’ verslag zomaar kon overnemen. De kwestie speelde daarna steeds minder een rol, tot de de Zwitserse humanist Josias Simmler in de zestiende eeuw de kwestie weer oprakelde met de bewering dat Hannibal over de Mont-Cenis van Gallië naar de Po-vlakte was getrokken. Sindsdien is het bal.

Lees verder “Alpenpas gezocht”