Nee, niet wéér Asterix

Over een week, op 19 oktober, verschijnt de nieuwe Asterix. Ik heb daar wat gemengde gevoelens bij. Dat is niet omdat ik niet van de stripverhalen houd, maar omdat ik nu al kan uittekenen dat ik benaderd zal gaan worden door journalisten die me vragen wat ik er als oudhistoricus van denk. Nu is het altijd leuk om op de radio te komen – deze pagina gaat terug op een radiocommentaar dat ik insprak vanaf een hotelkamer in Isfahan – en bovendien is het contact met journalisten altijd prettig ontspannen, maar ik vind het jammer dat elke Asterix aanleiding is tot vragen over de Oudheid. Daarmee doen we de strip tekort.

Zoals de Flintstones vooral een Amerikaanse familie zijn uit de jaren zestig, zo is Asterix een strip over de twintigste en eenentwintigste eeuw. Als Obelix in Asterix in Hispania aan het dorpshoofd vraagt “u wil dus óók weten waarom we vechten”, is de verwijzing naar de Vietnam-oorlog. Als de Galliërs in Asterix en het ijzeren schild voorwenden niet te weten waar Alesia ligt, is dat geen grap over Galliërs die niet willen weten dat ze zijn verslagen, maar over Vichy, waar dit album zich afspeelt. Asterix is gewoon veel geestiger als je de antieke achtergrond negeert en kijkt naar de eigen tijd.

Lees verder “Nee, niet wéér Asterix”

Kindermoord

Grafsteen van Julia Restuta (Nationaal Archeologisch Museum, Zagreb)

Het Archeologische Museum van Zagreb is een van de mooiste musea die ik ooit heb bezocht. Het heeft een interessante afdeling Prehistorie, die in Kroatië doorloopt tot aan de komst van de Romeinen; er is een schitterende Romeinse afdeling; daarop volgt een degelijk overzicht van de Late Oudheid en Vroege Middeleeuwen; er is een verzameling inscripties in de tuin, waar je ook koffie kunt drinken. Alle uitleg is in zowel het Kroatisch als het Engels en het museum heeft – en hier word ik echt blij van – geen geheimzinnig donkere vertrekken waarin de voorwerpen mysterieus liggen te zijn.

Dat geldt weer wél voor de Egyptische afdeling, maar een papyrus kun je nu eenmaal niet in het volle daglicht leggen: dat beschadigt de toch al bleek wordende inkt. Op deze afdeling is ook het (althans bij vakidioten) wereldberoemde Liber Linteus Zagrabiensis te zien, “het linnen boek uit Zagreb”. Dit is de langste Etruskische tekst die we kennen, gevonden op de windsels van een mummie, die op hun beurt afkomstig waren uit een Etruskisch boek met een religieuze inhoud. Daar schrijf ik nog eens een keer over, voor vandaag had ik van de museumstukken de bovenstaande hartverscheurende inscriptie in gedachten.

Lees verder “Kindermoord”

Imerix de Bataaf

Grafsteen van Imerix (Archeologisch museum Zadar)

En dan sta ik in een museum en dan sta ik dus ineens te stuiteren. De inscriptie hierboven stond erbij en keek ernaar.

Wat is er zo bijzonder? Eerst maar even de tekst. Er staat:

IMERIX SERVOFR-
EDI F BATAVOS
EQ ALA
…ISPANO
…NNOR XXVIII
STIP VIII
…S E

Als we de afkortingen uitschrijven, enkele beschadigde letters aanvullen en een spelfout corrigeren, staat er

Lees verder “Imerix de Bataaf”

Liegen over Nikolaas van Myra

Het graf in de basiliek in Myra dat meestal wordt aangewezen als dat van bisschop Nikolaas

En hop, daar gaan we weer. Als het niet Trouw is die nonsens publiceert over Mithras, zijn het de andere media wel die kwakgeschiedenis publiceren over de Oudheid. Zoals een volstrekt stompzinnig verhaal over het gebeente van Nikolaas van Myra: de Standaard, het Algemeen Dagblad, het Reformatorisch Dagblad, Scientias. De simpele samenvatting: het gebeente dat in de elfde eeuw, kort na de Turkse verovering van het gebied dat nu Turkije heet, vanuit Myra naar Bari is overgebracht, is niet het echte gebeente van de vierde-eeuwse bisschop. Dat ligt – op dit punt maken de acht academici die momenteel in Myra onderzoek doen een gratuit voorbehoud – wellicht nog in een graf dat niet eerder is onderzocht en er gaaf uitziet. Dat voorbehoud is echter zó onbelangrijk voor ze dat ze het persbericht de deur al uit hebben gedaan.

Tja. In die basiliek liggen wel meer mensen begraven. Er zal best een graf zijn dat niet eerder is onderzocht. Maar het is extreem onwaarschijnlijk dat dat het graf is van Nikolaas. Hoe zat het ook alweer? Lees even mee bij Orderic Vitalis, die het verhaal van de grafroof heeft verteld. Er waren destijds, in 1087, twee teams actief om het gebeente van Nikolaas in Italië in veiligheid te brengen te roven. Terwijl het team uit Venetië het netjes aan de burgemeester van Myra ging vragen, sloeg het team uit Bari zijn slag en bracht de botten over naar de hak van Italië.

Lees verder “Liegen over Nikolaas van Myra”

Het jaar 117

BOhetjaar127def.indd

Ik ken Tom Buijtendorp persoonlijk. Hij bood me de afgelopen zomer aan zijn boek Het jaar 117, dat vanmiddag wordt gepresenteerd in de Amsterdamse Athenaeumboekhandel, mee te lezen. Daar ben ik niet aan toegekomen en pas een week of twee geleden ben ik aan het boek begonnen. Ik heb mijn kans kritiek te leveren dus laten lopen en het zou nu wel heel onsportief zijn als ik me in dit stukje negatief zou uitlaten over Het jaar 117.

Gelukkig is er ook geen aanleiding voor scepsis of kritiek. Buijtendorp beschrijft puntgaaf hoe keizer Trajanus in 98 aan de macht kwam en hoe hij enkele bestuursmaatregelen nam in de provincie Germania Inferior. Daarbij maakt Buijtendorp duidelijk hoe dat het noordwesten van het Romeinse Rijk belangrijker was dan we geneigd zijn aan te nemen. Na enkele hoofdstukken over de verdere regering van Trajanus, vertelt hij over de troonsbestijging van Hadrianus in het jaar 117. Dat is een markant jaar, want Hadrianus besloot af te zien van verdere veroveringen. Enkele gebieden ten oosten van de Eufraat, die zeer kort bezet waren geweest door de Romeinen, werden opgegeven. Latere vorsten hebben nog wel wat toegevoegd, maar het imperium sine fine waarvan de Romeinen ooit hadden gedroomd, had plaatsgemaakt voor een wereldrijk met bestuurders die een evenwicht zochten tussen inkomsten en uitgaven.

Lees verder “Het jaar 117”

Een Mercurius uit Reims

Bronzen beeldje van Mercurius uit Reims (Musée Saint-Rémi)

Onlangs legde Eduard Alofs op deze plaats uit waarom een zilveren schaal uit het Museum van Azerbeidzjan in Tabriz, gemaakt in Sasanidisch Perzië, vrijwel zeker een vervalsing is. Vandaag een al even dubieus voorwerp, dat ik onlangs fotografeerde in het Musée Saint-Rémi in Reims: een charmant beeldje van de god Mercurius.

Zulke beeldjes waren populair in het oude Gallië. Julius Caesar schrijft al dat de Galliërs van alle goden vooral Mercurius vereerden, een god die de handel en reizigers beschermde en de ambachten had uitgevonden. De Romeinse generaal moet hier verwijzen naar de Keltische godheid Lug, die we ook kennen van afbeeldingen waarop hij drie gezichten heeft – alleen al in het museum van Reims zag ik er vijf of zes (zoals deze). Mercurius duikt ook op in tientallen inscripties. Ik telde in deze databank niet minder dan 493 exemplaren uit de zes Gallische provincies, met een opmerkelijke concentratie in het gebied tussen Reims en Rijn.

Lees verder “Een Mercurius uit Reims”

Op de fiets naar Thessaloniki (9)

Terras van de Dianatempel van Aricia

De Romeinen bouwden de Via Appia in de laatste jaren van de vierde eeuw v.Chr. om hun eigen stad te verbinden met de Griekse steden van Campania, zeg maar het achterland van het huidige Napels. Op de landkaart is dat een kaarsrechte lijn. Voorbij Campania kronkelt de weg door de Abruzzen naar de havenstad Brindisi in de hak van Italië. Vanuit Rome lenen de eerste kilometers van de Via Appia zich uitstekend voor een bezoek: antiek plaveisel, oude grafmonumenten, catacomben, een kasteel, een villa. Er is een bushalte waarvandaan je terug kunt naar de stad, maar je kunt ook fietsen huren in Rome. Ik was er twee keer eerder geweest en beide keren had ik verder willen gaan langs de eindeloze weg. Nu had ik die mogelijkheid dan wel.

De eerste kilometers gingen over antiek plaveisel maar na verloop van tijd nam eigentijdse functionaliteit het over van het monumentenbeleid en was de weg geasfalteerd. Ik begreep ineens hoe het Amerikaanse leger in juni 1944 over de Via Appia had kunnen oprukken van Anzio naar Rome en waarom ze uiteindelijk links- en rechtsaf waren gezwenkt. Zo fietsend bereikte ik de Albaanse Berg, de dode vulkaan ten zuidoosten van Rome waar de moderne weg even afwijkt van zijn antieke voorganger. Ik bekeek de krater, waarin het Albaanse Meer ligt, en fietste verder naar een tweede kratermeer, het Meer van Nemi.

Lees verder “Op de fiets naar Thessaloniki (9)”