Het proactieve Kerststukje

Kerststalletje in Beiroet

Als een misverstand over de Oudheid er eenmaal is, gaat het nooit meer weg. Wie de Oudheid goed wil uitleggen, moet dus niet alleen zo accuraat mogelijke informatie verspreiden maar er ook voor zorgen dat misverstanden niet ontstaan. Is het daarvoor te laat, zoals vaak het geval is, dan moet hij zien de verspreiding te bemoeilijken.

Zoals vandaag. Binnenkort is het namelijk kerstmis en de christelijke feestdagen zijn altijd een moment waarop de media snelle kopij zoeken, journalisten niet verder kijken dan hun neus lang is en er nogal wat onzin de wereld in wordt gepompt. Wellicht helpt dit stukje de schade in de perken te houden.

Heeft Jezus überhaupt wel bestaan?

Niets uit het verre verleden is helemaal zeker, maar bij een normale toepassing van de historisch-kritische methode is het antwoord ja. U leest er hier meer over.

Lees verder “Het proactieve Kerststukje”

Limesmoeheid (3)

De fundamenten van een Romeinse toren bij de poort van het limes-fort te Aardenburg. Op de achtergrond liggen borden waar een link wordt gelegd met de klassieke literatuur.

Ik wees er in mijn eerste stukje op dat het project om de limes te maken tot werelderfgoed een zodanige omslag is in ons denken over de Lage Landen in de Romeinse tijd, dat de voorlichting een tweede lijn behoeft om toekomstige critici de pas af te snijden. Die ontbreekt. In het tweede stukje wees ik erop dat de limes-organisaties een tweede communicatie-infrastructuur scheppen om mensen bij informatie te krijgen, terwijl er al een functionerende infrastructuur is. Het voornaamste effect van het limes-project is verwarring.

En informatie die aan de oppervlakte blijft. De website RomeinseLimes.nl bevat (deels onjuiste) informatie waar een kind iets mee kan, maar die er niet voor zorgt dat een volwassene ontdekt dat de Romeinen belangrijk zijn of waarom de ommekeer in perspectief (van noord-zuid-kijken naar zuid-noord-kijken) een verbetering is. Zo’n website is dus contraproductief en dat geldt voor wel meer projecten rond de limes. Wie een specifieke visie op het verleden wil promoten, en niet wil lijken op een Oezbeekse of Bulgaarse propagandist, zal beter moeten bieden dan momenteel gebeurt. Ik weet dat het klinkt als een hyperbool maar ik ben serieus: zolang de limes-organisaties er niet in slagen de Romeinse tijd als een intellectueel serieus te nemen onderwerp te presenteren, dragen ze vooral bij aan de trivialisering ervan.

Lees verder “Limesmoeheid (3)”

Limesmoeheid (2)

Het skelet van een Germaan die zo onverstandig was al te dicht bij Fort Aardenburg te komen.

Ik wees er in mijn vorige stukje op dat het project om de limes te maken tot werelderfgoed een omslag vormt in ons denken over de Romeinse tijd in Nederland. Ik behoor tot degenen die de voordelen zien, maar dat betekent niet dat ik blind ben voor de tekortkomingen. Ik noemde het ontbreken van een tweede lijn, waardoor het project onnodig kwetsbaar is voor de onvermijdelijke scepsis. Helaas zijn er meer problemen.

Die hebben te maken met het eenvoudige gegeven dat de limessamenwerking eigenlijk nogal raar is. Het behoort te gaan om de grens van het Romeinse Rijk, maar twee van de  belangrijkste militaire locaties in Nederland zijn buitengesloten: Velsen en Aardenburg. Dat komt omdat ze liggen in Noord-Holland en Zeeland, terwijl de limes-samenwerking in handen is van Zuid-Holland, Utrecht en Gelderland. Daarmee is één ding duidelijk: niet het belang van een adequaat gepresenteerd verleden staat centraal maar iets wat ik, bij gebrek aan beter woord, zal aanduiden als “bestuurlijk gemak”. In dit enorme project, waarin allerlei belangen samenkomen, weegt dus niet het zwaarst dat het publiek belang heeft bij goede informatie.

Lees verder “Limesmoeheid (2)”

Limesmoeheid (1)

De Romeinse vlootbasis van Velsen (Graham Sumner)

Ik herinner me niet waar ik het woord “limesmoeheid” voor het eerst heb gehoord: misschien was het in het Thermenmuseum, misschien in het Rijksmuseum van Oudheden, misschien was het een re-enactor, misschien een archeoloog, een classicus, een historicus. Maar een jaar of drie geleden was het woord er ineens. Het is taalkundig interessant omdat het een typisch spreektaalwoord is dat nauwelijks wordt geschreven. (Wie het op Google opzoekt, ziet twee vindplaatsen: het Taalmeldpunt en deze blog.)

Dit maakt “limesmoeheid” ook wat verontrustend. Er zijn mensen druk met de werelderfgoedstatusaanvraag en er is daarnaast een parallelle realiteit waarin men redenen heeft niet op te schrijven wat men denkt, maar ondertussen wel met elkaar bespreekt hoe moe men is van bijvoorbeeld nieuwsbrieven die beginnen met “Limes! Limes! Limes!” Het limesproject is geïsoleerd en loopt zo draagvlak mis. Dat is voor een project van deze omvang nogal problematisch. Daarover wil ik het vandaag hebben, maar eerst: wat maakt de limes zo speciaal?

Lees verder “Limesmoeheid (1)”

Ham in deegkorst

Ham in deegkorst (foto Jeroen Savelkouls)

Tip voor uw naderende kerstdiner: kook eens Romeins! Dat is makkelijker dan u denkt, want op naam van de Romeinse smulpaap Apicius zijn allerlei recepten overgeleverd. Een kleine complicatie is dat de samensteller van die collectie schreef voor koks en dus wel de ingrediënten noemde maar niet de maten. Koks wisten bovendien wel wat de beste verhoudingen waren. Hoe lang iets moest koken of bakken was, in een tijd waarin niets nauwkeurigers bestond dan de zonnewijzer en de waterklok, ook al niet iets dat je opschreef. We hebben dus wel de recepten maar helemaal zonder problemen zijn die niet.

Gelukkig hebben we Manon Henzen van Eet!Verleden uit Nijmegen, die allerlei historische recepten kent en heeft uitgeplozen hoe die een moderne eter kunnen bekoren. Ik schrijf uit ervaring want ik heb al meermalen bij haar gegeten en keek uit naar Garum & Duivelsdrek. De Romeinse keuken voor de tafel van nu, dat een paar weken geleden is verschenen. U bestelt het hier en je kunt er een Romeinse starterkit bij krijgen. Hieronder een recept om je vingers bij op te eten: Apicius 7.9.1.

Lees verder “Ham in deegkorst”

Jona naar Nineveh

Jona en de grote vis (Sarcofaag, Römisch-Germanisches Zentralmuseum, Mainz)

U gelooft me vast niet, en ik zou het ook niet doen, maar het is toch echt waar: het was pas toen ik een week of vijf geleden een groep rondleidde door de Nineveh-expositie in het Rijksmuseum van Oudheden dat ik me realiseerde hoe koddig het eigenlijk was dat iemand met mijn voornaam probeert Nineveh onder de aandacht te brengen.

Het Bijbelboek Jona gaat over een profeet die er weinig zin in heeft in de hoofdstad van het Assyrische Rijk te gaan verkondigen dat die door God zal worden “omgekeerd”. Jona vlucht. Hij daalt af naar de kust en daalt in de haven af naar een schip. (In feite loop je natuurlijk over een loopplank het schip op, maar de schrijver speelt een spelletje.) Eenmaal op zee steekt een storm op, Jona legt uit dat dit is omdat hij Gods wil niet heeft uitgevoerd en de zeelieden werpen hem naar beneden, de zee in. Richting dodenrijk. De volgende neerwaartse beweging brengt de onwillige profeet in de maag van een grote vis.

Lees verder “Jona naar Nineveh”

Het visioen van Constantijn (1)

“Ik schrijf nooit meer een boek!” Ik méénde het en dus schreef ik in een noot in Israël verdeeld dat dit mijn laatste boek zou zijn. Voor het soort boeken dat ik heb geschreven is het inderdaad te laat. Het heeft immers weinig zin mensen goed over de Oudheid te informeren zolang er mechanismen zijn waardoor slechte informatie zich sneller verspreidt, zowel online als in boekvorm. Een adequate voorlichting richt zich anno 2017 op Web 3.0, waar artificiële intelligentie mensen helpt betrouwbare informatie te vinden. RomeinenNu werkt momenteel aan zo’n project, waarvan de pilot hopelijk af is in de Romeinenweek 2018.

Dat laat onverlet dat bepaalde soorten boeken nog betekenis hebben. In het algemeen zal er ruimte blijven voor het fraai geïllustreerde koffietafelboek en de elegante vertaling (voor wie van een tekst als tekst wil genieten). In de wetenschapsvoorlichting zal er behoefte blijven aan het traditionele overzichtswerk. Het online-aanbod is immers ongedifferentieerd en geeft niet aan wat belangrijk is en wat niet. In de wetenschapsvoorlichting over de Oudheid ontbreekt bovendien de “tweede lijn”. Zo’n boek heb ik nu in de pen.

Lees verder “Het visioen van Constantijn (1)”