Wee de overwonnenen (2)

[Tweede deel van een stukje over Alexander van de Bunts boek Wee de overwonnenen. Het eerste deel was hier.]

De DNA-revolutie

Een derde ontwikkeling: de DNA-revolutie. Door twee nieuwe technieken, het DNA- en het isotooponderzoek, wordt steeds duidelijker dat de mensen vroeger heel mobiel zijn geweest. Van de Bunt noemt dit onderzoek als het gaat om de genocide bij Kessel – opnieuw een kwestie waar discussie mogelijk is – en bij het Meisje van Egtved, dat in Denemarken overleed maar afkomstig bleek uit het Zwarte Woud.

Van de Bunt typeert deze mobiliteit als bijna hedendaags. Ik aarzel. Ik denk dat wij degenen zijn met de vaste woon- en verblijfplaatsen. De ouden waren vermoedelijk mobieler. Of Van de Bunt of ik gelijk krijg, zal de volgende estafetteloper zeggen.

Die zal ook heel anders kijken naar teksten. Waar mensen verhuizen, verhuizen hun ideeën en de DNA-revolutie zal vooral de bestudering van de antieke literatuur veranderen. Er behoren nieuwe hermeneutische strategieën te ontstaan, waarbij rekening wordt gehouden met literaire motieven uit een veel bredere wereld. Het zou zomaar kunnen dat deze of gene anekdote over de Germanen, die Van Es en Van Dockum/Van Ginkel en Bosman/Lendering en Van de Bunt nog accepteerden als feit, een literair motief zal blijken te zijn uit een deel van de antieke wereld waar we nu nog niet kijken. Ik verwacht veel van een diepere kennismaking met de Aramees.

Lees verder “Wee de overwonnenen (2)”

Wee de overwonnenen (1)

Het vorige week verschenen boek van Alexander van de Bunt over de vestiging van het Romeinse gezag in de Lage Landen, Wee de overwonnenen, begint met Tacitus. Alexander legt uit dat zijn Romeinse voorganger veel heeft geschreven over onze contreien – Tacitus zal regelmatig terugkeren in het boek – en dat die teksten de beeldvorming over Romeins Nederland sterk hebben bepaald. Terecht wijst Alexander er vervolgens op dat we Tacitus niet al te serieus moeten nemen. Hij was een man van zijn tijd. Hij had een agenda. En vooral: hij schreef niet om onze vragen te beantwoorden.

Omdat Tacitus geen wetenschapper is en ook geen historicus in de normale betekenis van dat woord, moeten we zijn informatie – vertekend, verdraaid – vergelijken met andere gegevens en Van de Bunt wijst terecht op de archeologie. Dat geldt vanzelfsprekend voor alle antieke auteurs. We moeten ze toetsen. Als het gaat om Strabons beschrijving van de rauwe rituelen van de Germaanse Kimbren wijst Van de Bunt bijvoorbeeld op de Man van Grauballe, een Deens veenlijk waarvan de keel is doorgesneden. Van Plinius’ beroemde beschrijving van de terpenbewoners uit het Waddenzeegebied vertelt Van de Bunt dat ze hun woonplaatsen niet hadden gebouwd uit armoede, maar als reactie op de getijden. Soms klopt antieke informatie, soms niet, en je moet kritisch blijven.

Lees verder “Wee de overwonnenen (1)”

Wegdorpje?!

Coriovallum met het badhuis links achteraan (© Thermenmuseum)

Bij de mail: geef ons heden ons dagelijks blogstukje en verlos ons van die idiotie. Er was nog een tweede verzoek van dien aard, maar iets minder opvallend geformuleerd.

Voor wie de kwestie mocht hebben gemist: het Thermenmuseum in Heerlen rondt momenteel belangrijk onderzoek af en publiceerde een persbericht met in de kop en de lead de claim dat het Romeinse badhuis het oudste gebouw van Nederland zou zijn. Als je het zo formuleert is het natuurlijk niet waar. U kent de hunebedden wel en die zijn eigenlijk nog jong, vergeleken met de boerderijen van de Bandkeramiekcultuur. Iets verderop in het persbericht staat het gelukkig iets preciezer: het badhuis is een stenen gebouw. Uit andere nederzettingen kennen we huizen met stenen fundamenten en muren van stampleem, maar Heerlen heeft dus een badhuis met muren van steen.

Lees verder “Wegdorpje?!”

“Lycurgue cavalier”

Lykourgos zonder paard (Louvre, Parijs)

Even een vraagje. Het bovenstaande beeldje fotografeerde ik twee weken in het Louvre op de afdeling Romeins Egypte. Het bordje met uitleg zegt dat het Lycurgue cavalier is en voegt toe – voor wie dat nog niet mocht hebben herkend – dat het rijdier ontbreekt. De datering is nogal vaag: eerste eeuw v.Chr. tot en met de vierde eeuw na Chr. De Romeinse tijd dus.

Probleem: ik heb geen idee wat kan zijn afgebeeld. Lykourgos is de legendarische wetgever van Sparta en hoewel zijn biografie een paar paarden vermeldt is er niets dat ik hier afgebeeld kan zien. Ook zijn er diverse Lykourgoi in de Griekse mythologie, maar dat brengt me ook niet verder. Kortom, ik heb geen idee wat hier kan zijn afgebeeld. Wie weet meer?

Misschien zinnig toe te voegen: het beeldje stamt uit de collectie van het Musée Guimet en heeft het catalogusnummer AE E 20842. Ik kan het desondanks in de online-catalogus van het Louvre niet vinden.

De oplossing

Dat was snel! Le dieu à la bipenne, c’est Lycurgue. Leve het internet.

Een olielamp uit Cyprus

Romeinse olielamp (Cyprusmuseum, Nicosia)

Een van de dingen die ik altijd moeilijk voorstelbaar vind: in de Oudheid was donker echt donker. Kaarsen, gemaakt van bijenwas, waren kostbaar. Toortsen en flambouwen brandden op hout en hout werd voor zoveel zaken gebruikt dat het schaars was. En olielampjes veronderstelden olijfolie en dat veronderstelde weer een boomgaard vol bomen. Het was dus moeilijk om veel licht te maken. Eén gevolg was dat de mensen doorgaans met de kippen op stok gingen; een ander gevolg was dat iedereen wist wanneer het volle maan was. De Juliaanse kalender was revolutionair omdat ze de band met de maanstanden verbrak en is om die reden dan ook nooit zo universeel ingevoerd als beoogd.

Lichtwinst viel te behalen door je kleine bron van licht zo te plaatsen dat die maximaal kon stralen. Dat kon dus door een lamp op een standaard te zetten. In de Late Oudheid zien we steeds meer bronzen lampen die met een ketting kunnen worden opgehangen aan het plafond of een hanenbalk. Ik heb weleens twee olielampen uit Nubië getoond; de bovenstaande komt uit Kourion, gelegen aan de zuidkust van Cyprus.

Lees verder “Een olielamp uit Cyprus”

Prebunking: Valentijnsdag

Soms maakt een diepe verslagenheid zich van je meester

De Wet van Brandolini komt erop neer dat “the amount of energy needed to refute bullshit is an order of magnitude bigger than to produce it”. Of dat waar is, valt niet te meten maar het zal niet ver bezijden de waarheid zijn. Toen ooit een interview dat mijn collega Arjen Bosman en ik hadden gegeven aan Het Parool wat al te beknopt op de voorpagina was samengevat (Amsterdam zou een Romeinse stadstichting zijn), ben ik een weekend lang bezig geweest om het uit allerlei nieuwsgroepen verwijderd te krijgen.

De reden waarom misvattingen zo hardnekkig zijn, is dat ze ons vertellen wat we graag willen horen, terwijl feiten soms maar in de weg zitten. Kul is verleidelijk. We kunnen echter vaak verhinderen dat onzin de ronde zal gaan doen. Desinformatie is lui en kent daardoor een eigen cyclus, zodat je er weleens op kunt anticiperen en mensen alvast kunt uitleggen waarom niet waar is wat ze zullen gaan horen (“prebunking”). In december komen bijvoorbeeld de krantenstukjes dat kerstmis is afgeleid van een Mithrasfeest, dus je kunt alvast uitleggen dat het in feite andersom was, en ook valt in december te lezen dat Chanoeka wordt gevierd omdat Judas de Makkabeeër de Joden bevrijdde, dus je kunt de mensen alvast voorinformeren dat hij de Tempel weliswaar reinigde maar werd verslagen. En zo is er medio februari altijd weer de claim dat Valentijnsdag is afgeleid van de oud-Romeinse Lupercalia.

Lees verder “Prebunking: Valentijnsdag”

MoM | Röntgenfluorescentiespectrometrie

Glazen drinkbeker uit Fectio/Vechten (Allard Pierson-museum, Amsterdam)

Het Allard Pierson-museum, het oudheidkundige museum van Amsterdam, heeft zijn openingstijden verruimd. Om luister bij te zetten dat het voortaan in het weekend om 10:00 opent, wordt er in februari ’s zondags ontbijt geserveerd, zijn er muziekuitvoeringen en verzorgen de medewerkers lunchlezingen. Gisteren ging ik luisteren naar conservator René van Beek, die sprak over Romeins glas. Toen ik hem kort daarvoor bij de muziek tegen het lijf was gelopen, had hij nog luchtig over zijn praatje gedaan – het was maar heel algemeen, had hij gezegd, en het was slechts inleidend – maar het werd een buitengewoon leerzaam half uur waarin hij schetste welk technisch onderzoek momenteel plaatsvond.

Een leuk voorbeeld betrof de drinkbeker hierboven, die is opgegraven in Vechten bij Utrecht, het Romeinse fort Fectio. Hij is kort voor de Tweede Wereldoorlog in Keulen gerestaureerd. Ook toen vond men dat een restauratie zó gedaan moest worden dat duidelijk blijft wat echt en wat aanvulling is, en daarom gebruikte het atelier geen glas maar iets dat op bakeliet lijkt. De documentatie is echter bij de bombardementen van Keulen verloren gegaan en dat is jammer, want het is onbekend wat het gebruikte materiaal nou precies is. Het is de afgelopen tachtig jaar wel mooi groen geworden en het Allard Pierson-museum zal dat niet terugdraaien. De restauratie behoort evengoed bij de geschiedenis van het object.

Lees verder “MoM | Röntgenfluorescentiespectrometrie”