Taaitaai in Madauros

Het Byzantijnse fort van Madauros

Ik vertelde al dat ik woensdag naar Souk Ahras was geweest. We volgden vanuit Annaba een riviertje omhoog, de bergen in (een oostelijke uitloper van de Atlas) en kwamen zo door een prachtig groen gebied met wilgen, sparren en olijfbomen. Een beeld dat me zal bijblijven is dat van de rode tractor die op een helling een veld aan het bewerken was en werd gevolgd door witte vogels. We lunchten langs de weg naar M’daourouch, het antieke Madauros. Eerlijk gezegd vond ik de gekookte pens en maag niet heel erg smakelijk, dus ik heb het laten staan met als excuus dat het petit-déjeuner in Annaba niet zo heel erg petit was geweest.

De hoogvlakte. Nog meer groen, nog meer bomen, nog meer weiden. Runderen, waaronder een enkele roodbonte koe. Dit was heel anders dan bijvoorbeeld Libië, waar al vrij snel achter de kuststrook de halfwoestijn begint. Ik zag nergens paarden, hoewel de hoogvlakte zich leent voor deze dieren en hoewel Numidische ruiterij ooit beroemd was.

Lees verder “Taaitaai in Madauros”

Augustinus’ olijfboom

Wat opvalt bij het lezen van Augustinus is dit: hij was rusteloos op zoek naar de waarheid. Hij bekeerde zich dus eerst (na de lectuur van Cicero’s Hortensius) tot de filosofie, bekeerde zich tot het manicheïsme, bekeerde zich tot het christendom, bekeerde zich daarbinnen weer tot de variant die we nu orthodox noemen en vond geen rust. De polemieken rond het pelagianisme zijn niet de teksten van een man die tevreden is met wat hij heeft gevonden of heeft bereikt.

Hij was bereid voor de waarheid een hoge prijs te betalen. Hij had, in de keizerlijke residentie Milaan, een voorname positie aan het hof, stond op het punt zich in te trouwen in een vooraanstaande familie en mocht vooruitzien naar lucratieve betrekkingen in het rijksbestuur, toen hij ineens een punt zette achter die loopbaan en zich terugtrok. Hij was maar een venditor verborum geweest, een kletsmajoor. Het is alsof iemand die op het punt staat de Nobelprijs voor de Letteren te krijgen, concludeert dat literatuur eigenlijk maar prietpraat is, de Zweedse Academie adviseert naar de pomp te lopen en besluit de waarheid buiten de literatuur na te jagen. Dat Augustinus zoiets deed, illustreert zijn gedrevenheid.

Lees verder “Augustinus’ olijfboom”

Augustinus’ perenboom

Een van de bekendste verhalen uit AugustinusBelijdenissen is een jeugdherinnering aan de diefstal van wat peren. Samengevat komt het erop neer dat de toekomstige bisschop van Hippo vertelt hoe hij met de opgeschoten jeugd van Thagaste (het huidige Souk Ahras, waar ik vandaag hoop aan te komen) aan het spelen was toen ze naast de wijngaard van Augustinus’ familie een boom zagen vol rijpe peren. De jongens vonden de vruchten er niet bijster smakelijk uitzien maar besloten ze toch te gappen.

Zo gezegd, zo gedaan, maar de peren smaakten zo beroerd als ze eruit zagen, dus voerden ze die maar aan de varkens. “We deden het alleen omdat we zin hadden iets te doen dat verboden was”, schrijft Augustinus, die vervolgens een jammerklacht aanheft waarin allerlei Bijbelpassages doorklinken. Die vorm is minder vreemd dan het lijkt – de man dacht nu eenmaal in Bijbeltermen en de ene allusie riep de volgende op. Wie de Belijdenissen leest, went er wel aan. Wat ik echter vreemd vind, is dat Augustinus vele jaren na de gebeurtenissen, toen hij al midden veertig was, er nog steeds oprecht ontdaan door lijkt te zijn. Ik kan me niet voorstellen dat ik ooit over de diefstal van sesamkoekjes op winkelcentrum Anklaar in Apeldoorn zal schrijven dat het schandelijk was, dat ik ervan hield, dat ik hield van ten gronde gaan, dat ik mijn ondergang beminde. Augustinus heeft voor zulk exuberant rouwbeklag genoeg aan een perelaar.

Lees verder “Augustinus’ perenboom”

Gezicht op Hippo

Gezicht op Hippo Regius

Hippo Regius, ooit door Feniciërs gesticht, was een belangrijke stad. De titel Regius, “koninklijk”, geeft aan dat het de residentie was van de vorsten van de Massylische Numidiërs, van wie Massinissa (r.202-148) de beroemdste is. De resten uit de Romeinse tijd strekken zich uit over een gebied van zeker vijf kilometer lengte en zijn, zo schijnt me toe, weer een mooi voorbeeld van het gegeven dat een antieke stad niet per se één centrum hoefde hebben. Net als Nijmegen, dat zo rond 100 n.Chr. bestond uit een legioenkamp, een handelshaven, een woonstad en een religieus centrum, was ook Hippo een conglomeraat van neerzettingen, met een civiele kern in het zuiden, een civiele kern in het noorden en daartussen een handelshaven.

De zuidelijke kern is opgegraven. Ze ligt tussen twee heuvels en hier is het forum geïdentificeerd, samen met een macellum (een soort markthal), stadsvilla’s, een enorm badhuis en een kolossale kerk. De noordelijke kern is minder goed bekend: het is de middeleeuwse en Ottomaanse stad, met een wonderbaarlijk mooie, bijna duizend jaar oude moskee die is vernoemd naar de Andalusische mysticus Sidi Bou Merouane. Gelukkig hebben we voor de reconstructie van de noordelijke kern bovenstaand mozaïek nog, dat te zien is in het museum bij de opgravingen in het zuiden.

Lees verder “Gezicht op Hippo”

De man die “ik” zei

De oudste afbeelding van Augustinus (Lateraan).

Tegen de tijd dat u dit leest, zitten mijn reisgenote en ik waarschijnlijk aan het ontbijt in een hotel in Annaba. Het is het oude Hippo Regius, de bisschopsstad van de kerkvader Augustinus (354-430). Afkomstig uit een niet al te vermogende familie mocht hij naar school, stichtte hij zelf een schooltje in Karthago en maakte hij carrière in Italië, waar hij een hoge positie wist te verwerven in de keizerlijke residentie Milaan. Juist toen hij op het punt stond zich in een vooraanstaande familie in te trouwen en vooruit mocht zien naar een leuke functie in het rijksbestuur, bekeerde hij zich tot het christendom. Dat blokkeerde zijn verdere wereldlijke carrière.

Of beter: hij bekeerde zich, op een moment dat de nieuwe Romeinse godsdienst nog niet helemaal was uitgekristalliseerd, tot een christendom dat een wereldlijke carrière blokkeerde. Hij had ook een andere keuze kunnen maken, maar koos voor een ingetogen en asketisch leven in wat we nu een klooster zouden noemen. Dat verhinderde niet dat hij bisschop werd in de havenstad Hippo – het Annaba waar we nu zitten te ontbijten dus – en een oeuvre schreef waarin hij de grondslagen legde van de westerse theologie. In Hippo dicteerde hij ook zijn beroemde Belijdenissen, een soort autobiografie waarin hij ervan getuigde dat God hem, ondanks allerlei dolingen en dwalingen, steeds nabij was geweest. De Belijdenissen zijn dus in de eerste plaats een tekst met een pastoraal doel: Augustinus wilde de gelovigen in Hippo de zorg van God tonen. Maar niet alleen dat.

Lees verder “De man die “ik” zei”

Marius in Karthago

De zogenaamde Marius (Glyptothek, München)

Terwijl u dit leest, zal ik vermoedelijk aan het ontbijt zitten in Tunis, wachtend op de chauffeur die ons straks zal rijden naar Annaba, het antieke Hippo Regius. Als die naam u iets zegt, is het omdat het de stad is waar Augustinus bisschop is geweest. Het is vandaag dus afscheid van Karthago, hoewel ik er volgend jaar zal terugkeren, en ik neem de gelegenheid te baat een van mijn favoriete Latijnse regels te citeren.

Over de Romeinse auteur Velleius Paterculus wordt soms wat lacherig gedaan omdat hij zich in zijn Romeinse Geschiedenis nogal bewonderend uitliet over keizer Tiberius (r.14-37). Het beeld van die keizer heeft nogal geleden onder het portret dat Tacitus een eeuw later van hem zou schilderen (en dat in feite een commentaar is op de toen regerende Hadrianus). We kunnen echter voorbij Tacitus kijken en constateren dat Tiberius, hoewel hij zijn fouten heeft gehad, het zo gek niet heeft gedaan en dat Velleius’ inschatting zo slecht niet is. Sterker nog: Velleius is helemaal zo’n beroerd historicus niet. Hij heeft tenminste gereisd, weet wat het is om in het leger te dienen, heeft een brede culturele belangstelling en heeft bestuurswerk gedaan. Zeker destijds waren dat aanbevelingen en voor wie “grotemannengeschiedenis” wil schrijven is dat nog altijd het geval.

Maar ter zake.

Lees verder “Marius in Karthago”

Een bezoek aan Karthago

Zomaar wat grafsteentjes op de tofet van Karthago

Pas op de Byrsa zag ik toeristen. De hele dag hadden we moederziel alleen kunnen zwerven langs de ruïnes van Karthago. De enige mensen die we waren tegengekomen waren Tunesiërs geweest, die niet zelden ongevraagd goede raad gaven aan de vreemdelingen in hun stad: “weet u dat de metro momenteel niet stopt op halte Hannibal?”, “wees niet nodeloos bang maar er is hier vorige maand een zakkenroller gezien”, “aan de andere kassa hebben ze meer wisselgeld”.

Niet dat we op halte Hannibal hoefden zijn, niet dat we last hadden van zakkenrollers, niet dat we problemen ondervonden bij de kassa. Alles liep vandaag op rolletjes. Nou ja, er ging één ding mis en dat vertel ik straks nog wel. Maar het was eigenlijk een perfecte dag, die begon met een leuk, tjokvol boemeltreintje dat ons vanaf de haven van Tunis bracht naar Dermech, een wijk in Karthago. Voor het goede begrip: Karthago is een gewone, moderne stad vol met witte villa’s en winkels, hier en daar een ruïne, en ook diverse stationnetjes voor een light-rail-systeem.

Lees verder “Een bezoek aan Karthago”