De grootste oorlog uit de Oudheid (2)

Model van een enterbrug (Martin Lokaj)

[Dit is de tweede aflevering van een reeks over de Eerste Punische Oorlog (264-241). In het eerste deel beschreef ik hoe de Romeinen en Karthagers in conflict raakten en ik eindigde met een beschrijving van de Romeinse vlootbouw.]

Wat de Romeinen misten was ervaring ter zee. Nieuwkomers waren ze niet, maar ze hadden geen grootse maritieme traditie. Het waren landrotten. Om van een zeeslag een landslag te maken, voegden ze aan hun oorlogsschepen een enterbrug toe. Die maakte het schip weliswaar topzwaar, maar stelde de Romeinse strijdkrachten in staat aanvallen met rammen te pareren. Kwam een Karthaagse galei te dichtbij, dan lieten de Romeinen de enterbrug vallen, die zich dankzij een scherpe punt óf achter de dolboorden óf in het dek van het vijandelijke schip vasthaakte.

Dankzij deze uitvinding kregen de Romeinen al snel de overhand in de zeeoorlog en in 256 probeerden ze de strijd over te brengen naar Afrika, in de hoop dat hun vijanden de verdediging van Sicilië dan moesten opgeven. De Karthagers wisten dat ze hun platteland niet goed konden verdedigen en probeerden de invasie te verhinderen. Ze zetten 350 oorlogsbodems in van een type dat werd geroeid door 300 man en bemand door 120 soldaten: samen 147.000 koppen. De Romeinse cijfers deden er nauwelijks voor onder: 330 schepen, bijna 140.000 koppen. De schepen ontmoetten elkaar bij Kaap Eknomos, waar tegenwoordig het havenstadje Licata ligt.

Lees verder “De grootste oorlog uit de Oudheid (2)”

De grootste oorlog uit de Oudheid (1)

Sicilië

De ambassadeurs uit de Siciliaanse stad Messina die in 264 v.Chr. in Rome aankwamen om daar te vragen om militaire steun tegen Karthago, kunnen maar weinig vertrouwen hebben gehad in de goede afloop van hun missie. Hun stadsgenoten hadden zich de afgelopen jaren namelijk toegelegd op piraterij en daarmee Romeinse bondgenoten benadeeld. De ambassadeurs wisten dat deze activiteit hen niet bepaald geliefd had gemaakt. Van de andere kant: de Karthagers hadden een garnizoen in Messina geplaatst en dat schreeuwde om een oplossing. Desnoods moest die in Rome worden gezocht.

De diplomaten moeten hebben geweten dat er nog een tweede reden was waardoor hun missie tot mislukking was gedoemd. De Romeinen hadden pas kort daarvoor de Griekse steden in het zuiden van Italië veroverd na een zó moeizaam conflict dat ze het slechts hadden kunnen winnen door steun uit Karthago, dat vanaf West-Sicilië Griekse steden als Syracuse had aangevallen. De Griekse legers van Zuid-Italië hadden op Sicilië enige successen geboekt maar toen ze zich weer op Rome hadden gericht, bleken ze zó verzwakt dat Rome ze had kunnen verslaan. De ambassadeurs uit Messina stonden al met al dus voor de weinig benijdenswaardige opgave in de hoofdstad van Italië namens een stad vol piraten steun te vragen tegen uitgerekend de Karthagers, Romeinse vrienden, Maar ja, die Karthagers hadden wel een garnizoen in Messina gelegd.

Lees verder “De grootste oorlog uit de Oudheid (1)”

Nee, er is geen nieuws uit Pompeii

Munt van Titus (Limesmuseum, Aalen)

U kent het oudheidkundige spreekwoord: waarom zou je nieuws één keer naar buiten brengen als je ook twee keer naar fondsen kunt hengelen? Dit keer is het een graffito, gevonden in Pompeii, met een dagtekening waaruit blijkt dat de ongelukkige stad niet op 24 augustus 79 door een uitbarsting van de Vesuvius is verwoest, maar pas na 17 oktober.

Tja.

Dat wisten we dus al. Er zijn wat halve argumenten: er zijn vruchten en groentes opgegraven die in de huidige tijd niet in augustus in de winkels liggen en de wijnoogst was al binnengehaald, wat tegenwoordig doorgaans niet in augustus het geval is. Zulke gegevens bieden een aanwijzing, maar het klimaat was destijds anders dan tegenwoordig – Ptolemaios vermeldt bijvoorbeeld ergens regens in de zomer in Alexandrië – dus dit is slechts een aanwijzing en ook niet méér.

Lees verder “Nee, er is geen nieuws uit Pompeii”

Dierendag

Reliëf van een everzwijn en een hond (Keulen, Römisch-Germanisches Museum)

1.

Ik was onlangs even in het Römisch-Germanisches Museum in Keulen. Mocht u het niet kennen: haast u, want het sluit op 31 december de deuren voor een vermoedelijk lange verbouwing. Eén van de voorwerpen in de collectie ziet u hierboven: een derde-eeuws Romeins reliëf van een everzwijn en een niet al te grote hond. Het is gevonden in het westen van de stad.

Misschien is dit alles wat er over dit reliëf te zeggen valt: gewoon een mooi stuk beeldhouwwerk, goed uitgevoerd, levensecht, door een maker die wist hoe honden en zwijnen eruitzagen. Iemand die de bomen in de achtergrond handig benutte om het linker van de twee kijvende dieren bijna de helft van het beeldveld te geven en het rechter nog wat kleiner te laten lijken, terugwijkend bovendien, maar wél stevig op de grond.

Lees verder “Dierendag”

Livius Nieuwsbrief | Oktober 2018

Dit is de 157e aflevering van de Livius Nieuwsbrief met nieuws over de Oudheid. Ruim 7250 abonnees ontvangen de nieuwsbrief elke maand gratis; voor adreswijzigingen en afmeldingen volstaan uitsluitend mailtjes naar nieuwsbrief@livius.nl.

Jona Lendering (redactie)

======================================

LIVIUS’ EIGEN NIEUWS

In de eerste plaats: oprechte dank voor uw bijdragen om deze nieuwsbrief gefinancierd te houden. Ook dit jaar kwamen we weer netjes uit de kosten. Speciale dank voor een heel mooie bijdrage van de stichting Carptim, die het vertalen van Griekse en Latijnse teksten mogelijk maakt.

Lees verder “Livius Nieuwsbrief | Oktober 2018”

Eutropius

Portret van een vierde-eeuwse Romein (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)

Over Flavius ​​Eutropius, de auteur van een zeer korte geschiedenis van het Romeinse Rijk, weten we eigenlijk alleen wat hij ons zelf terloops meedeelt, en dat is vooral dat hij in 363 deelnam aan de noodlottig verlopen campagne van de Romeinse keizer Julianus tegen de Perzen. De Korte Geschiedenis eindigt anderhalf jaar later met de dood van Julianus’ opvolger Jovianus en de troonsbestijging van de gebroeders Valentinianus en Valens. Het werkje lijkt vervaardigt in 369. Verder weten we uit de aanhef van de Korte Geschiedenis dat Eutropius voor keizer Valens werkte als minister voor verzoekschriften.

Tot zover wat we zeker weten. We hebben minder zekerheid over ’s mans verdere loopbaan. Er is een tweede Eutropius, die in 371-372 gouverneur was van de provincie Asia, in 380-381 prefect van Illyrische prefectuur en in 387 consul, samen met keizer Valentinianus II. Een hoge eer. Als deze tweede Eutropius niet dezelfde is als de historicus, zitten we ineens met een magistraat die nogal out of the blue verschijnt en de allerhoogste posities bekleedt. Dat is niet onmogelijk, maar meestal weten we toch wel íets over de voornaamste Romeinse bestuurders in deze periode. Het is daarom het meest aannemelijk dat we te maken hebben met dezelfde persoon, een conclusie die we ook als het waarschijnlijkere scenario moeten aannemen op grond van het Scheermes van Ockham.

Lees verder “Eutropius”

MoM | Wat is een grens? (2)

Detail van de Peutinger-kaart: Arae Philaenorum wordt hier getypeerd als de grens tussen de provincies Africa en Cyrenaica, m.a.w. als de grens tussen de imperia van twee gouverneurs.

[In het eerste deel van dit artikel constateerde ik aan de hand van Baktrië en Germanië dat machtsuitoefening – dat wil zeggen: dat je mensen dingen kunt laten doen die ze anders niet zouden hebben gedaan – niet altijd archeologisch terug te vinden is. Hoe herken je in het bodemarchief waar een grens heeft gelegen?]

***

Dat machtsuitoefening niet samenvalt met de bouw van forten, wegen en andere monumenten, en dat ze daardoor archeologisch moeilijk vindbaar is, past goed bij het Romeinse denken over macht. Het woord imperium is misschien het beste te vertalen als “invloedssfeer” en duidt niet – of beter: niet per se – op een territoriaal begrensd gebied. Het slaat op de bevoegdheden van een magistraat (bijvoorbeeld het imperium proconsulare).

Voor ons relevant is het commando in een oorlog. De commandanten van de noordelijke legers hadden elk een eigen imperium om aan de overzijde van de rivier te vechten, maar er was geen duidelijke grens aan het strijdtoneel. Het was daardoor mogelijk dat een commandant die imperium had in het ene gebied, actief raakte in een gebied waar ook anderen actief waren. Eén oplossing was het imperium maius, waarin werd vastgelegd wie dan voorrang had. Een andere maatregel was het aanwijzen van gebieden waarin het imperium geldig was: een provincia. De voor zover ik weet enige territoriale afbakening die een imperium kende, was dus de grens met het imperium van een collega. Zie ook het plaatje hierboven.

Lees verder “MoM | Wat is een grens? (2)”