Boos kind

Kind op weg naar school (reliëf uit Neumagen, nu in het Rheinisches Landesmuseum, Trier)

Op een dag in januari in een onbekend jaar in de tweede of derde eeuw n.Chr. ging een man uit het Egyptische Oxyrhynchos, Theon, op reis naar Alexandrië. Hij zal de boot hebben genomen want het was een reis van ruim 350 kilometer. Eenmaal in de grote stad ontving hij een briefje van zijn zoon, Theon Junior. “Dat heb je fraai gedaan,” liet hij zijn vader weten en hij kondigde aan dat als Senior het nog ’ns zou doen, hij hem nooit meer zou aanspreken, geen hand meer zou geven en niet langer zou groeten. Verder eiste het kind een cadeau en het moest ook werkelijk echt iets wezen, dus vader moest maar een lier sturen. Als ’ie het niet zou doen, zou de zoon stoppen met eten en drinken. Zo, nu wist vader het.

Hieruit valt veel af te leiden. Een handvol fouten maakt duidelijk tegen welke problemen een kind aanliep dat nog schrijven aan het leren was. We ontdekken dat een reis naar Alexandrië een stevige onderneming was, geen kinderspel. We zien dat een kind zijn vader kwaad kon toespreken zonder bang voor straf te hoeven zijn. We leren dat de ouders, die het briefje bewaarden, de charme ervan herkenden. Na een eeuw of achttien herkennen we achter een boos briefje nog steeds de liefde die mensen toen voor elkaar voelden.

Lees verder “Boos kind”

Het graf van Karel de Grote

Proserpina-sarcofaag (Aachener Domschatzkammer)

Ik heb de laatste week in Gemmenich zitten werken aan mijn boek over de wedloop tussen wetenschappers en papyrusvervalsers, Bedrieglijk echt. Zoals u hebt gemerkt ben ik ook naar Luik en naar Tongeren geweest en ik kan toevoegen dat ik voor boodschappen naar Vaals ging, per fiets de beruchte noordwand beklimmend van de Kvarŝtonoj ofwel Vaalserberg. Ook het Drielandenpunt en Aken heb ik bezocht, en in die laatste stad fotografeerde ik bovenstaande sarcofaag. Die dateert uit het eerste kwart van de derde eeuw n.Chr. en is stilistisch verwant met de Marathonsarcofaag in Brescia die ik al eens eerder beschreef.

Wat u ziet is de schaking van Proserpina. De dodengod Pluto neemt het meisje tegen haar zin in mee naar de Onderwereld. Dat gebeurt blijkbaar met goedkeuring van de goden, want Amor wijst de weg, Mercurius leidt de wagen, Minerva duwt het meisje in Pluto’s armen, een zwevende Venus houdt de wagen tegen waarmee Proserpina’s moeder Ceres de achtervolging wil inzetten. De mythe, waarvan ik niet zal beweren dat ze smaakvol is, eindigt ermee dat Proserpina uiteindelijk terugkeert naar de bovenwereld, en in de zin dat de dood niet het laatste woord heeft, kon dit verhaal een christelijke uitleg krijgen en was de sarcofaag voor middeleeuws hergebruik toepasbaar.

Lees verder “Het graf van Karel de Grote”

De triomf van Bacchus

Het Bacchusmozaïek uit Sétif

Deze blog gaat, tenzij de actualiteit ertussen springt, het jaar uit met vooral wat museumstukken. Mijn boek over de laboratoriumtechnieken waarmee oudheidkundigen papyri te lijf gaan, Bedrieglijk echt, moet af en ik ben de stad uitgegaan om rustig te kunnen werken. Vandaag dus een stukje over het mooiste dat ik zag in Algerije: het mozaïek van de triomf van Bacchus, in het museum van Sétif.

Dit mozaïek is negen meter breed en ruim zes meter hoog en heeft ooit gelegen in de eetkamer van een stadsvilla. Rechts herkent u de plek waar twee pilaren stonden aan weerszijden van de ingang tot het vertrek. Alles klopt aan dit mozaïek. Zelfs de randen zijn schitterend: let eens, als u de plaatjes groter ziet na de break, op die koppen in de hoek en de kentauren die vechten met de leeuwen. Het gaat me echter om de twee eigenlijke afbeeldingen: rechts de Calydonische Jacht en middenin de triomf van Bacchus ofwel Liber Pater ofwel Bakchos ofwel Dionysos.

Lees verder “De triomf van Bacchus”

Adiutor de Cananefaat

Grafsteen van Adiutor (Museum Tipasa)

Tipasa, dat ik gisteren al vermeldde, ligt een eindje ten westen van Algiers. Het is de plek waar Adiutor is begraven, een Cananefatische ruiter uit het Romeinse leger. Op de afbeelding hierboven lijkt hij krulhaar en een baardje te hebben. We zien hem met gevelde lans op een vijand af galopperen. Daaronder lezen we

DM
ADIVTORIS EQ
AL PRI CANINA
FATIVM VI XXXXI M
AN XXIII PRO LB IPSI
BENE ME CABANVS HE
PO

wat we kunnen aanvullen tot

Lees verder “Adiutor de Cananefaat”

Cherchell en Tipasa

Tipasa: een christelijke basiliek en een villa aan zee

Ik heb u de afgelopen twee weken mee genomen op een reis door de Maghreb. Eerst Tunis en Karthago, de hoofdstad van de Romeinse provincie Africa. We vervolgden onze reis richting Algerije en bereikten Annaba, het antieke Hippo Regius. In die dagen blogde ik enkele keren over Augustinus: zijn jeugd, zijn verblijf in Karthago, zijn ontdekking van het ego. En het was in de richting van Souk Ahras, zijn geboorteplaats, waarheen we onze reis voortzetten. Via M’daourouch en Khemissa (Apuleius’ Madauros en Thubursicum) bereikten we Constantine, het antieke Cirta, de eerste hoofdstad van wat de Romeinse provincie Numidië zou worden.

We reden naar het zuiden via het graf van Massinissa (of zijn zoon Micipsa) en de Romeinse legioenbasis te Lambaesis naar Batna, waar we pakjesavond vierden. Sinterklaas zelf vierden we in het fenomenale Timgad en daarna keerden we terug naar Constantine, dat een mooi museum heeft en waarvandaan we Tiddis bezochten, de mooiste site die we in Algerije hebben gezien. Via het charmante Sétif – waar ik nog pissig was over Sapfo – en het voor ons gesloten Djemila kwamen we tijdens de verkiezingen in Algiers, de stad waar ook Michiel de Ruyter nog eens is geweest en waar wij het Bardomuseum, het Nationaal Museum van Oudheden en het Paleis van de Rais bezochten.

Lees verder “Cherchell en Tipasa”

MoM | Beeldvorming

Paul Damen (van de Joodse Omroep) had een leuke vraag. Het viel hem op dat in werkelijk álle Jezusfilms, waarvan we er met deze kerst vast weer een paar te zien zullen krijgen, Joden altijd licht gebogen door hun deur gaan. Denken ze in Hollywood nou echt dat ze destijds geen grotere deuren konden maken? Bovenstaand plaatje uit een film van Franco Zeffirelli illustreert het punt. En Damen vroeg of ik wist hoe het zat.

Het antwoord is, denk ik, dat de makers ongewild een anti-joods vooroordeel reproduceren. Het beeld dat ze hebben van het verleden, is voor een belangrijk deel bepaald door eerdere films en als het gaat om de Oudheid, gaat zo’n beeld uiteindelijk terug tot de negentiende eeuw. Toen is voor het eerst systematisch nagedacht over de vraag hoe de oude wereld eruit heeft gezien en met de toen geschapen beeldentaal leven we nog steeds. Destijds gold Jezus in brede (lees: overwegend christelijke) kringen als de man die brak met de beklemmende Wet van Mozes, waarin joden punten moesten scoren voor het hiernamaals. Jezus had een God van liefde en genade aan de mensheid getoond. Een westerse, humane geest in een wereld van oriëntaalse bedomptheid dus.

Lees verder “MoM | Beeldvorming”

Sétif en Djemila

De triomf van Bacchus

Van de steden waar we in Algerije overnachtten – Algiers, Annaba, Batna, Constantine en Sétif – vond ik de laatste het prettigste. Misschien wel omdat het ook de modernste was van het vijftal en omdat er een superieur museum was, dat zich bovendien bevond op letterlijk een steenworp van ons hotel. Wat wil een mens nog meer?

Antieke resten zijn er nauwelijks. Dat wil zeggen, er is een Byzantijnse stadsmuur waarvan nog twee torens overeind staan en daarvoor liggen ook nog wat resten in het gras, maar toegankelijk is het gebied niet. Als ik al aandrang had gevoeld om over het hek te klimmen, waar ik doorgaans toch geen bezwaar tegen heb, dan werd die deze keer efficiënt gefnuikt doordat de regen in bakken neerviel.

Lees verder “Sétif en Djemila”