Hannibals vrede

Een Romeinse soldaat in actie (monument van Aemilius Paullus, Delfi)

Terwijl de Romeinen en Karthagers de Eerste en Tweede Punische Oorlog uitvochten, streden in het oostelijk Middellandse-Zee-bekken de Ptolemaiën en Seleukiden om het bezit van Koile Syrië, ruwweg Libanon en Israël. Volgens een verdrag had dat gebied Seleukidisch moeten zijn maar het was in feite Ptolemaïsch. Er was een Karische Oorlog, er was een Eerste Syrische Oorlog, de Tweede Syrische Oorlog ging ergens anders over, in de Derde Syrische Oorlog ofwel Laodikese Oorlog bereikten het Ptolemaïsche leger zelfs Babylon, in de Vierde Syrische Oorlog verhingen de Seleukiden de bordjes, maar het was pas in de Vijfde Syrische Oorlog dat ze het hele gebied in handen kregen, waarna de Zesde Syrische Oorlog een preventieve Seleukidische aanval op Egypte zelf was. Het is waanzinnig interessant, al is het laatste boek dat erover is verschenen, een schoolvoorbeeld van falende peer review.

Wat deze oorlogen gemeen hebben is dat het conflict oplaait als in een van de twee landen een nieuwe koning aantreedt, dat het komt tot gevechten en dat na een of twee grote veldslagen een compromisvrede wordt getekend, waaraan beide koningen zich vervolgens ook houden, tot weer een van de ondertekenaars overlijdt. Iets dergelijks lijkt ook elders het geval te zijn geweest: Macedonië vocht nog weleens met de Griekse stadstaten en dan was één veldslag vaak beslissend en kwam het tot een compromisvrede.

Lees verder “Hannibals vrede”

Hannibal in Italië: waarom?

Dit is niet Hannibal

Zoals ik al vertelde, werk ik momenteel aan een boekje over Hannibal in de Alpen. Het doel is uit te leggen waarom pogingen zijn route naar Italië vast te stellen, wel moeten mislukken. Waarom Hannibal besloot tot deze expeditie, is eigenlijk van ondergeschikt belang. Dat is meer een vraag voor een andere gelegenheid – bijvoorbeeld voor een blogstukje.

Ik begrijp het gewoon niet. We kunnen niet in Hannibals geest kijken maar mogen speculeren. Het is redelijk aan te nemen dat hij wel een paar dingen wist over zijn tegenstanders, de Romeinen.

Lees verder “Hannibal in Italië: waarom?”

De slag bij de Hondenkoppen (4)

“De melancholieke Romein”: vermoedelijk Flamininus. (Museum van Delfi)

[Vierde deel van een stuk over de Tweede Macedonische Oorlog, ofwel het conflict tussen het Romeinse legioen en de Macedonische falanx. Het eerste deel was hier.]

 Ook de andere staten trokken hun conclusies. Ruim een generatie na de slag bij Kynoskefalai, zo rond het jaar 160, hadden de meeste legers afstand genomen van de aloude falanxstrijdwijze en probeerden de generaals te vechten zoals de Romeinen. Het baatte weinig: na Macedonië zouden ook het Seleukidische Rijk en het Ptolemaïsche Egypte bezwijken.

Zover was het echter nog niet. Het vredesverdrag liet twee problemen open: de al genoemde kwestie-Argos en de wijze waarop de Romeinen hun Griekse alliantie vorm wilden geven. Om over het laatste uitsluitsel te geven, wachtte Flamininus op de sportwedstrijden die in 196 bij Korinthe werden georganiseerd, waarbij vertegenwoordigers van alle Griekse stadstaten aanwezig zouden zijn.

Lees verder “De slag bij de Hondenkoppen (4)”

De slag bij de Hondenkoppen (3)

Mogelijk Romeins kamp bij Kynoskefalai

[Derde deel van een stuk over de Tweede Macedonische Oorlog, ofwel het conflict tussen het Romeinse legioen en de Macedonische falanx. Het eerste deel was hier.]

Polybios zou meer over de slag hebben kunnen vertellen. Onvermeld blijft het ruitergevecht dat er moet zijn geweest en ook over de olifanten zegt hij weinig. Hij is dan ook vooral geïnteresseerd in de botsing van de Romeinse legioenen, die Afrika hadden veroverd, en de Macedonische falanx, waarmee ooit de Perzen waren verslagen. Wat volgt is een van de beroemdste militaire analyses uit de Griekse letteren: Polybios, Wereldgeschiedenis 18.25-32. De vertaling is van Wolter Kassies.

Lees verder “De slag bij de Hondenkoppen (3)”

De slag bij de Hondenkoppen (2)

Kynoskefalai

[Tweede deel van een stuk over de Tweede Macedonische Oorlog, ofwel het conflict tussen het Romeinse legioen en de Macedonische falanx. Het eerste deel was hier.]

De afwijzing van de voorwaarden was voldoende om de Volksvergadering alsnog te laten instemmen met de oorlogsverklaring en eind 200 staken de legioenen de Adriatische Zee over. De eerste Romeinse generaal bracht Filippos voldoende kleine nederlagen toe om te bewerkstelligen dat de Aitolische steden in het westen, waarmee Rome na 215 al had samengewerkt, zich opnieuw aansloten bij Rome.

In het volgende jaar opende Filippos onderhandelingen. Hij bleek bereid tot flinke concessies. Maar de nieuwe Romeinse generaal, Titus Quinctius Flamininus rook bloed en stelde hogere eisen: Filippos moest maar beginnen met de evacuatie van Thessalië, een Grieks gebied dat al anderhalve eeuw door de Macedoniërs werd bestuurd. Hij moet hebben geweten dat dit onaanvaardbaar was. De oorlog werd hervat.

Lees verder “De slag bij de Hondenkoppen (2)”

De slag bij de Hondenkoppen (1)

Filippos V (Numismatisch Museum, Athene)

Toen Hannibal de veldslag bij het Trasimeense Meer had gewonnen, gaf hij zijn manschappen opdracht de wapenrustingen aan te trekken van de gesneuvelde legionairs. Het staat vast dat hij bij een latere veldslag, die bij Zama, zijn soldaten opstelde in de voor de Romeinse legioenen typerende drievoudige slaglinie. Anders gezegd: hij nam aspecten over de Romeinse manier van oorlogsvoering. Die was dan ook superieur, zoals bleek tijdens de Tweede Macedonische Oorlog, waarin de tot dan toe onverslaanbaar geachte Macedonische falanx het onderspit dolf.

In 200 v.Chr. brak voor de tweede keer oorlog uit tussen Rome en Macedonië. Sinds koning Filippos V in 215 een verdrag met Hannibal had gesloten waren de relaties niet al te best en na de Tweede Punische oorlog stuurden sommige Romeinse politici aan op een campagne aan de overzijde van de Adriatische Zee. De grote vraag is waarom zij dat deden. Een vredesverdrag was ook in de Oudheid een vredesverdrag en Filippos had de bestaande overeenkomst niet geschonden.

Lees verder “De slag bij de Hondenkoppen (1)”

Hannibal in de Alpen

Karthaagse afbeelding van een olifant op een grafstèle (Musée national de Carthage)

In het najaar van 218 v.Chr. trok de Karthaagse veldheer Hannibal in vijftien dagen over de Alpen. Het was slechts één deel van één van de vele militaire operaties in de Tweede Punische Oorlog, die op zijn beurt weer deel uitmaakte van een langdurig conflict tussen Karthago en Rome.

Laten we eerlijk zijn: de route die Hannibal over de Alpen nam, is een kwestie van niks. Maar het is wel iets dat tot de verbeelding spreekt. Zeg immers “Karthago” en de mensen denken aan Hannibal. En zeg “Hannibal” en de mensen zien olifanten voor zich die moeizaam trekken door de besneeuwde Alpen. Niet dat er werkelijk veel sneeuw lag, overigens.

Maar goed, Hannibals tocht vanuit de vallei van de Rhône naar de Povlakte is een van de weinige thema’s uit de oude geschiedenis waarvan iedereen een beeld heeft. Alle reden om er een boek over te schrijven. En daar ben ik onlangs aan begonnen.

Lees verder “Hannibal in de Alpen”

Ambiorix

Een aarden wal bij Kanne-Caestert

Cassius Dio was een voorname senator uit de vroege derde eeuw n.Chr., afkomstig uit een van de oostelijke provincies. Hij was geïnteresseerd in geschiedenis en schreef een overzicht van de groei en het (zijns inziens) verval van het Romeinse Rijk. Daarbij behandelde hij ook Julius Caesars verovering van de Lage Landen.

De legioenen hadden Gallië al onder de voet gelopen en waren al overgestoken naar Brittannië toen Caesar in de winter van 54/53 v.Chr. te maken kreeg met een inheemse opstand, aangevoerd door Ambiorix, de vorst van de Eburonen, een stam in de Maasvallei. Diens eerste aanvalsdoel was het pas geformeerde Veertiende Legioen. Het was gestationeerd in Atuatuca, de naam die later gegeven zou worden aan Tongeren. Daar zijn geen Romeinse resten uit die tijd; een alternatief is dat het legioen zich bevond bij Kanne-Caestert, op het Belgische gedeelte van de Sint-Pietersberg, maar dan is het weer wat vreemd hoe de naam zeventien kilometer (een dagreis) kan zijn verplaatst. Enfin, we bevinden ons ergens in de Haspengouw.

Lees verder “Ambiorix”

De eerste zeeslag bij Marseille

Reliëf van een antieke zeeslag (Vaticaanse Musea, Rome)

Als ik u zeg dat het 27 juni was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Marcellus en Lentulus consuls van Rome waren, en als ik dat omreken naar 28 mei 49 v.Chr. op onze kalender, dan vindt u dat een wat flauw intro. Ik kondigde immers gisteren al aan dat u vandaag zou belanden in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” En dit keer gaat het eigenlijk niet over Caesar, maar vooral over het beleg van Marseille.

U herinnert zich dat Caesar deze stad voor zich had willen winnen om zijn aanvoerlijnen richting Iberië veilig te stellen. Tijdens de onderhandelingen was Lucius Domitius Ahenobarbus, een generaal in dienst van de Senaat, naar de stad gekomen en hij had alles in staat van verdediging had gebracht. De belegering was begin april begonnen en duurde dus alweer een week of zeven toen de verdedigers een uitval deden. Caesars kolonels, die de belegering voortzetten terwijl hun generaal op weg was gegaan naar Spanje, hadden schepen laten bouwen om te verhinderen dat de belegerden overzee zouden uitbreken. Caesar zelf vertelt, in de vertaling van Hetty van Rooijen:

Lees verder “De eerste zeeslag bij Marseille”

De slag bij Ilerda

De Pyreneeën

Als ik u zeg dat het 26 juni was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Marcellus en Lentulus consuls van Rome waren, en als ik dat omreken naar 27 mei 49 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” En dat, dames en heren, was niets minder dan de slag bij Ilerda. Dat is de stad die tegenwoordig Lérida heet (in het Spaans) of Lleida (in het Catalaans).

Zoals Caesar in Gallië het imperium had, dat wil zeggen het recht gezag uit te oefenen, had Pompeius dat in Iberië. Alleen had deze generaal, de grote vernieuwer van het Romeinse staatsrecht, besloten dat hij het gezag indirect zou uitoefenen, via zogeheten legaten. Toen Caesar Italië was binnenviel, had Pompeius ervoor gekozen met de Senaat naar Griekenland te gaan om extra legers op te bouwen; zijn vijf Spaanse legioenen had hij overgelaten aan Lucius Afranius en Marcus Petreius. Caesar had in Italië geconcludeerd dat hij een generaal zonder leger had in het oosten en een leger zonder generaal in het westen, en had besloten eerst daarmee af te rekenen. Een voorhoede, gecommandeerd door Gaius Fabius, verzekerde de passen over de Pyreneeën en na een oponthoud in Marseille was ook Caesar zelf naar Catalonië gekomen.

Lees verder “De slag bij Ilerda”