Lahore, Food Street

Lahore (rechtsonder de luchthaven; de rivier die van rechtsboven naar linksonder stroomt is de Ravi, de antieke Hydraotes)

Huub Eggen postte een mooie satellietfoto van Lahore – zie hierboven; hier is het origineel – en ineens moest ik denken aan een gebeurtenis, jaren geleden, in die stad. Mijn zakenpartner en ik reisden “in de voetstappen van Alexander” door Pakistan en hadden onze ogen al de kost gegeven Taxila en het slagveld aan de Hydaspes. Het was allemaal adembenemend maar een nachtvlucht, een bombardement aan indrukken en een drukkende hitte trokken wel een wissel.

We waren doodmoe aangekomen in Lahore. Dat was de oude hoofdstad van Alexanders tegenstander, een radja genaamd Poros. De volgende dag wilden we het beroemde museum bekijken (zie Rudyard Kiplings Kim, openingszin), waar we de mooiste voorbeelden zouden zien van geschiedvervalsing en van Gandara-kunst, ofwel de kunst van de Grieks-boeddhistische samenleving die hier heeft bestaan. Denk aan prachtige munten van Zeus die zijn donder laat rollen.

Lees verder “Lahore, Food Street”

De Via Appia en wat dies meer zij

De Via Appia

Waar ter wereld je ook gaat, taal is het duurzaamste erfgoed. Wie weleens met de auto naar Rome is gereden, kent de namen van de huidige autostrade, die teruggaan op de Romeinse heerbanen. Je kunt bijvoorbeeld zuidwaarts rijden langs de Tiber over de Via Flaminia, waarvan de bouw vlak in 220 v.Chr. is begonnen. Een andere route is die langs de Tyrreense kust: de Via Aurelia, begonnen in 241 v.Chr. De afslagen van de Grande Raccordo Anulare rond Rome hebben oeroude namen: de Via Salaria naar het noorden, de Via Tiburtina naar het noordoosten, de Via Latina naar het oosten, de Via Appia naar het zuidoosten.

Van die laatste weg, begonnen in 310 v.Chr., is het originele plaveisel bewaard. Hierover reisden kooplieden van Rome naar Capua, hierover marcheerden de legionairs die Macedonië en Griekenland onderwierpen, hier stonden de kruisen van de zesduizend slaven die met Spartacus omkwamen, hierover wandelde Paulus naar Rome, en dan sla ik nog het een en ander over.

Lees verder “De Via Appia en wat dies meer zij”

Een nieuw hunebed?

Iets zegt me dat dit geen hunebed is

Drenthe kent momenteel tweeënvijftig hunebedden, genummerd van D1 (D = Drenthe) tot en met D54. De twee ontbrekende nummers staan voor een gesloopt en een verkeerd geïdentificeerd monument. Daarnaast zijn er F1, een ten onrechte als hunebed geïdentificeerde megaliet in Friesland, en G1 en G5 in Groningen. De in die provincie ontbrekende nummers kennen we alleen uit oude kronieken. Kortom, we moeten het doen met vierenvijftig hunebedden en dus worden we blij als er nog eentje wordt ontdekt. De laatste ontdekking, G5, was in 1982 even bezuiden Delfzijl; de voorlaatste, D41 bij Emmen, was in 1809.

Hunebed #55

Sinds vorige maand claimt het Drentse dorp Gasselte nummer vijfenvijftig. Er zijn redenen om daaraan te twijfelen. Het bodemarchief van Nederland is redelijk goed bekend en de heuvel in kwestie zie je niet over het hoofd. Als hier werkelijk iets zou zijn, was het allang bekend geweest. Van de andere kant: even ten zuiden van Gasselte liggen Borger en Drouwen, met samen een half dozijn hunebedden. En even ten noorden van Gasselte liggen bij Eext en Annen nog eens zeven hunebedden. Dat er in Gasselte ooit een hunebed is geweest, ligt dus ergens in de lijn der verwachtingen.

Lees verder “Een nieuw hunebed?”

Van Barneveld naar Apeldoorn

Assel

Er zijn maar weinig fietsroutes in Nederland die me meer rust geven dan het stuk van Barneveld naar Apeldoorn. Het is niet omdat ik op de Veluwe ben opgegroeid, want ik ben hier pas tegen mijn achttiende voor het eerst wezen fietsen. Ook is het geen heel mooi gebied. Grote, recent gebouwde boerderijen belemmeren het zicht op de Gelderse Vallei. De oude hessenweg heeft ook maar weinig te bieden waar de historicus in mij van opveert. Desondanks brengt zeker het lege stuk land tussen Kootwijkerbroek en Kootwijk me altijd weer in evenwicht.

Maar eerst: Barneveld. Het zal wel voor eeuwig geassocieerd zijn met pluimveeteelt, protestantisme en Jan van Schaffelaar, maar biedt meer. Prettige winkelstraten om even wat chocola te kopen voor onderweg en aardige architectuur. Ik ben wel gecharmeerd van het voormalige concertgebouw, tegenwoordig bibliotheek, een ontwerp van Hendrikus Wilms.

Lees verder “Van Barneveld naar Apeldoorn”

Het eerste metaal in Nederland

De hunebedden D28 en D29

Toen ik een jaar of drie, vier geleden van Groningen naar Assen fietste en bij Loon hunebed D15 passeerde, realiseerde ik me dat er iets prettigs uitging van die onverstoorbare stapel vijfduizend jaar oude stenen. Dat is natuurlijk een cliché van jewelste: iedereen lijkt onder de indruk van het contrast tussen de tijdloze megalithische graven en de hedendaagse jachtigheid. Maar ook al is het een cliché, ik ben gevoelig voor de sereniteit van de doorgaans zo rustig gelegen monumenten.

Ik ben sinds ik D15 zag, steeds als ik in Drenthe was, even langs een paar prehistorische bouwwerken gefietst, meestal met de gids van Clerinx erbij. Inmiddels heb ik er zesendertig van de tweeënvijftig gefotografeerd. Zo stond ik ook eens op een druilerige najaarsdag bij een tweetal graven halverwege Borger en Buinen. U ziet hierboven D28 met op de achtergrond D29.

Lees verder “Het eerste metaal in Nederland”

De Jugendstil van Apeldoorn

“Sonnevanck” (Deventerstraat 33, Apeldoorn)

Apeldoorn is een laatkomertje. De groene Veluwestad heeft geen grootse middeleeuwse geschiedenis. Het werd pas later wat, toen mensen zich realiseerden dat de beekjes die van de Veluwe kwamen neerstromen nuttig konden zijn om watermolens aan te drijven. Zo ontstond de papierindustrie. Maar Apeldoorn werd pas echt meer dan een vlek op de landkaart toen stadhouder-koning Willem III besloot een oud jachtslot uit te breiden met een paleis, Het Loo.

En het was nog later, toen koning Willem I een kanaal liet graven, dat het grote dorp veranderde in een kleine stad. Langs het kanaal kwamen industrieën. Er kwam een gasfabriek. Een spoorwegstation – eigenlijk twee: Het Loo had een eigen station – zorgde voor snellere verbindingen, zodat koning Willem III, koningin Emma en koningin Wilhelmina regelmatig in Apeldoorn verbleven. Een negentiende-eeuwse boom town.

Lees verder “De Jugendstil van Apeldoorn”

Van Apeldoorn naar de IJssel en terug

Langs de Terwoldseweg

Het is, zoals het oud-Gelderse spreekwoord zegt, geen schande uit Apeldoorn te komen maar wel gênant er terug te keren. Desniettegenstaande verblijf ik alweer een maand in de groene Veluwestad, soms in gezelschap van mijn vriendin. Omdat ik haar het gebied wilde tonen waar mijn wortels liggen, zijn we zondag een eind wezen fietsen. Het was een prachtige, windstille en wolkenloze novemberdag en het tochtje was te mooi om niet met u te delen. Met een OV-fiets, te huur op station Apeldoorn, kom je makkelijk rond. Om u niet lastig te vallen met een eindeloze lijst neem-de-derde-afslag-linksen en over-de-rotonde-rechtdoors, geef ik u HIER het bestandje voor in Google Maps en DAAR een landkaartje.

Hoewel we naar Deventer gaan, zou ik u afraden de Deventerstraat te nemen. Het is een wat saaie, drukke weg langs een vliegveld. Het is beter noord-om te gaan door een gebied dat Apeldoorners, althans toen ik veertig jaar geleden nog in Apeldoorn woonde, “De Beemte” noemden. Ik geloof niet dat het een officiële naam is, maar zoals u hier boven ziet is het wijds en groen. Een van de boerderijen hier heet “Lochem”.

Lees verder “Van Apeldoorn naar de IJssel en terug”

Het nieuwe Thermenmuseum

Twee antieke grafstenen met een animatie van een crematie op een grafveld

Voor wie het Thermenmuseum in Heerlen nog niet mocht kennen: het is gewijd aan een van de grootste Romeinse ruïnes benoorden de Alpen. Coriovallum, zoals Heerlen destijds heette, was aanvankelijk de voornaamste nederzetting van een lokale stam. Fijne klei in de beekdalen zorgde ervoor dat hier veel pottenbakkers kwamen wonen. (Ik blogde vorige week over Lucius en Amaka.) Een Romeinse weg verbond het stadje met Bavay en Keulen en met de rest van de wereld, terwijl een andere weg leidde naar het noorden en naar Aken. Ergens in het midden van de eerste eeuw n.Chr. verrees hier ook een badhuis. Voor reizigers, voor soldaten, voor pottenbakkers en voor iedereen die verlost wilde zijn van het stof en zweet. En voor iedereen die gewoon behoefte had aan een babbel.

Kortom, Coriovallum was een van de vroegste centra van de romanisering in de Lage Landen. Een van de laatste ook. Nog in de vijfde eeuw n.Chr., toen andere nederzettingen allang waren opgegeven, woonden hier soldaten die zich identificeerden met het Romeinse Rijk. Het badhuis lijkt nog altijd te hebben gefunctioneerd. De opgraving documenteert dus een periode van een half millennium – het eerste kwart van de geschiedenis van de Lage Landen.

Lees verder “Het nieuwe Thermenmuseum”

Twee keer Den Bosch

Op de bibliotheek in Den Bosch staat, zoals u hierboven ziet, elegant samengevat wat de humaniora zijn. U mag ook “onderwijs, cultuur en wetenschappen” zeggen of “het goede, schone en ware”, want dat is hetzelfde.

Hier lezen we boeken,
inspireren we tot meer,
oefenen we met taal,

vertellen we elkaar verhalen,
maken we kennis,
ontmoeten we de ander.

Anders gezegd: het gaat om het verwerven van informatie, waardoor we ontdekken dat onze eigen ideeën niet de enig mogelijke zijn (zo “ontmoeten we de ander”) en ons denken beter leren doorgronden (zo “maken we kennis”). Classica Tazuko van Berkel gaf gisteren een mooi voorbeeld: “Wat doet het met ons als wij onszelf zien als homines economici?” We kunnen, door ons eigen denken beter te begrijpen, als mensen beter worden (zo “inspireren we tot meer”).

Niet dat de humaniora de enige weg zijn, overigens. Ik heb al vaker verwezen naar de schitterende toespraak van John F. Kennedy, waarin hij erop wees dat het Apollo-project, dat toch eerder de exacte en technische wetenschappen vertegenwoordigde, diende om het beste uit de betrokkenen boven te halen.

Lees verder “Twee keer Den Bosch”

De oudheidkundige groepsblog, vervolg

Zoals ik in mijn vorige blogje aangaf, ga ik stoppen met de Livius Nieuwsbrief. De oudheidkundige disciplines verdrinken zichzelf in junk nieuws en door daarvan een nieuwsoverzicht van te bieden, zou de nieuwsbrief medeplichtig zijn. Ik heb er in bijna vijftien jaar 178 gemaakt en het was lange tijd zinvol, ja leuk, maar we moeten geen dingen doen die verkeerd zijn. Niemand kan zijn leven lang schone handen houden, maar er zijn wel momenten waarop je je handen ergens vanaf kunt trekken.

Groepsblog

Er is echter ook goed nieuws. De groepsblog waarover ik al heb geblogd, die komt er. Het doel ervan is een plek te scheppen waar we het positieve kunnen tonen, waar we pulp weigeren, waar we methoden uitleggen, waar we als eenheid presenteren wat het publiek als eenheid verwacht, waar journalisten informatie kunnen vragen en waar u met plezier naartoe komt. Doordat de medewerkers kaf en koren scheiden, kunnen ze een aanbod bieden dat géén karikatuur van ons vak neerzet.

Lees verder “De oudheidkundige groepsblog, vervolg”