Labradorstraat 26, Brussel

Ik had er behoefte aan mijn hoofd eens even leeg te maken. En gelukkig: als de treinen rijden, ben je in een handomdraai in Antwerpen. De treinen reden gisteren.

Ik ben van Antwerpen naar Kontich gefietst. Ik bleek een verouderd adres te hebben gehad van het Museum voor Heem- en Oudheidkunde, zodat ik voor een gesloten deur stond. Dus snel naar mijn eigenlijke doel Mechelen, waar ik nog niet zo makkelijk binnen kon komen omdat er iets aan de hand was. Na wat wegomleidingen bereikte ik toch het centrum, waarvan ik alleen kan zeggen dat ik het heel erg mooi vond. Zelfs de kermis, die de oude gebouwen deels aan het zicht onttrok, kon de positieve indruk niet bederven. De hoofdstraat, die Bruul heet, deed me overigens denken aan de Oosterdijk in Sneek. Vraag me ook niet waarom.

Na te zijn omgefietst via Peutie (uit de onsterfelijke reeks Aalst, Peutie, Zwevezele, Genoelseldere), ben ik nog verder omgefietst om in de noordelijke buitenwijken van Brussel te gaan kijken in de Labradorstraat.

Lees verder “Labradorstraat 26, Brussel”

Thin places

Het graf van Maria

Jeruzalem heeft er twee. Reyy is er een, Geghard is er een en Delfi is er ook een. En o ja, Gibilmanna. En dat is het dan: de zes plekken die ik als “thin places” zou definiëren, plaatsen waar een bezoeker het gevoel heeft dat de grens tussen deze aardse werkelijkheid en een andere werkelijkheid wat dunner is dan elders. Dat is natuurlijk een volkomen subjectieve, misschien zelfs mystieke beleving, maar ik ben daar dus gevoelig voor.

Over het Iraanse Reyy heb ik al eens geschreven: een voorstad van Teheran waar een zekere Abd ol-Azim ligt begraven. Ik noteerde destijds de sereniteit.

Je hoeft geen moslim of gelovige te zijn om er rust te vinden en ik zou er uren hebben kunnen zitten mijmeren.

Dat is een zinnetje dat ik eigenlijk bij elk van deze plekken kan noemen en ik heb er ook menig uur zitten mijmeren.

Lees verder “Thin places”

De Cuijkse affaire

(uit de Beleidsnota Archeologie Cuijk, 2019)

Ik mag dan Jona heten, een profeet ben ik niet en de toekomst is voor mij even ongewis als voor u. Als je echter genoeg schrijft, doe je vroeg of laat weleens een voorspelling en die komt vroeg of laat weleens uit. Dat is helaas gebeurd.

In De klad in de klassieken schreef ik over de rechtvaardiging van oudheidkundig onderzoek en voorlichting en ik merkte op dat van de oudheidkundige disciplines de archeologie er het slechtst voorstond. Omdat de financiering via de Monumentenwet uitstekend was geregeld, zo gaf ik aan, waren de betrokkenen er niet langer aan gewend hun activiteiten met inhoudelijke argumenten toe te lichten.

De argumenten waarmee classici en oudhistorici hun relevantie onderbouwen, zijn weliswaar niet sterk, maar het zijn tenminste argumenten en er is wel eens over nagedacht. De archeologie daarentegen is zo sterk als de Monumentenwet.

Als er ineens wél vragen zijn over financiering, aard en belang van hun werkzaamheden, zijn archeologen verdraaid slecht voorbereid.

Lees verder “De Cuijkse affaire”

Armeense volkscultuur

Dvin

Nog een nagekomen krabbel uit Armenië: de christenen daar brengen nog offers. Die antieke gewoonte is in westelijker kerken als heidens terzijde geschoven maar de Armeens-Apostolische Kerk heeft haar dus gehandhaafd. Iemand kan een gelofte doen – denk aan de genezing van een dierbare of zoiets – en kan, als het gebed is verhoord, uit dankbaarheid een schaap offeren. (Ik heb de dieren te koop aangeboden zien worden langs de weg naar Geghard.) Na het offer wordt het vlees verdeeld over zeven armlastige families.

Een priester zegent van tevoren het zout dat het offerdier in de mond krijgt gelegd. Ik heb voor dit gebruik verschillende verklaringen gehoord: het dier zou erdoor worden verdoofd, het dier zou erdoor worden afgeleid, zout is het symbool van het Verbond, zout is het symbool van vriendschap. Ik vermoed dat ze allemaal waar zijn. In religieuze aangelegenheden zijn de gebruiken er eerder dan de interpretaties.

Lees verder “Armeense volkscultuur”

Het Uddelermeer

Uddelermeer
Uddelermeer

Het belooft een mooie (wellicht tropische) dag te zijn dus ik geef u nog eens een stukje over een mogelijk zomers fietstochtje: naar het Uddelermeer. Als u begint in Ermelo of Harderwijk, passeert u op de Ermelose heide nog een Romeins marskamp, dat wordt aangegeven met een helaas niet al te geslaagd standbeeld van een legionair. Verder fietsend langs de Flevoweg passeert u wat bossen en weilanden, aan uw rechterhand nog een heide (waarvan ik de naam niet weet) en aan uw linkerhand het Nationaal Hippisch Centrum. Na een kleine afslag naar links, de Paleisweg, komt op een rotonde een wat grotere afslag, de Garderenseweg, die u leidt naar Uddel. Tegenover het theehuis aan uw linkerhand ligt het Uddelermeer.

Ik was er tot een paar jaar geleden nog nooit geweest en dat is toch vreemd want als kind heb ik Pim Pandoer en het monster van de Uttiloch van Carel Beke verslonden. Het Uddelermeer is een van de weinige wat vochtiger plekken in een vrij droog gebied, en bovendien wordt in dit gebied ijzer gewonnen, zodat hier al in de IJzertijd mensen woonden.

Lees verder “Het Uddelermeer”

De Vecht

De Vecht ten oosten van Zwolle

Ik heb me weleens afgevraagd wat ik nu de mooiste Nederlandse rivier vind. Misschien is het de Linge, misschien is het ook wel de IJssel. Ze hebben allebei iets heel bijzonders. Als ik echter met een pistool op de borst moest kiezen, zou ik vermoedelijk de Overijsselse Vecht noemen. Een echte reden kan ik daarvoor niet bieden, maar het onderscheidende is in elk geval niet het einde van dit riviertje, dat zich uiteindelijk door één van zijn mondingen via het stadion van PEC Zwolle verliest in de gracht rond Zwolle. Dat einde is maar nauwelijks minder schlemielig dan dat van de Amstel, bij de aanlegsteiger van een rondvaartboot aan het Amsterdamse Rokin.

Fiets je voorbij het MAC³PARK-stadion (wie verzint zo’n naam?!) naar het oosten, dan opent het landschap zich. De meander hierboven is even voorbij Zwolle. Daarna biedt het landschap alles wat je hartje begeert: mooie uitzichten over een rivier, kasteel Rechteren bij Vilsteren, de ruïne van een vroegmiddeleeuwse motte die daar ergens rechts langs de weg ligt, en vlak voor Ommen de St-Ada’s Hoeve.(Als u die niet kent, was u nooit lid van de scouting.)

Lees verder “De Vecht”

Yerevan

Plein van de Republiek: Tamanyans regeringsgebouw (met klok)

Even een stukje over de stad waar ik vorige week enkele keren heb overnacht: Yerevan. Het stadscentrum is een overzichtelijke cirkel met in het westen het ravijn van de rivier Hrazdan en in het oosten een gordel van parken. Een echte parkstad. Van het noorden, waar de opera is die in geen enkele voormalige volksdemocratische stad ontbreekt, loopt een hoofdstraat naar het centrale plein, dat ooit naar Lenin was vernoemd (wiens standbeeld hier natuurlijk ook stond) maar dat sinds de desintegratie van de Sovjet-Unie het Plein van de Republiek heet. Als bezoeker zeg je maar niet dat Yerevan hiermee lijkt op Turkije, waar elke stad wel een Cumhuriyet Meydanı heeft.

Aan dit plein staat – als het centrum van de stad – het Nationaal Museum, waar de archeologische collectie van Armenië is ondergebracht. Ook zijn er regeringsgebouwen, een postkantoor en een hotel. Het is een opvallend mooi plein, wat in de voormalige Sovjet-Republiek geen vanzelfsprekendheid is. De verklaring is dat het als geheel is ontworpen door een architect die wist wat ’ie deed, die geen megastad wilde ontwerpen – hij dacht aan iets van 150.000 mensen – en die het eerste gebouw in enig detail kon ontwerpen: de van geboorte Russische en metterwoon Armeniër geworden Alexander Tamanyan. Andere architecten volgden zijn plan, waardoor het plein stilistisch een eenheid bleef, omgeven door gebouwen die nooit hoger waren dan drie verdiepingen.

Lees verder “Yerevan”