Waarom Beiroet een speciale stad is

Deze huizen staan er niet meer

Beiroet is getroffen door een explosie die zelfs in oorlogstijd opmerkelijk zou zijn. De haven van de Libanese hoofdstad is weggevaagd maar ook elders is de schade groot. U las misschien het persoonlijke verslag dat ik zojuist op deze blog plaatste. De explosie heeft politieke gevolgen. Een goed commentaar op het aftreden van het kabinet en Macrons hulppakket leest u hier.

De haven van Beiroet vormde een van de voornaamste aanvoerlijnen van het kleine land. Een land met een bevolking van 4,5 miljoen mensen die anderhalf miljoen vluchtelingen opvangen. Vlakbij die haven ligt, aan de andere kant van de grote kustweg, een traditioneel christelijke stadswijk. Wie er doorheen loopt, weet waarom Beiroet al sinds mensenheugenis “het Parijs van het Midden-Oosten” heet. In deze wijk heeft de stad zeker een Frans tintje.

Als u een beeld van de getroffen stadswijk wil hebben, is echter ook een andere parallel mogelijk. Met een museum, met nauwe straatjes en scooters, met het stadspaleis van een rijke familie, met talloze kleine bedrijfjes, met een paar kerken, met telefoon- en electriciteitskabels, met een hoop herrie, met een even lange als elegante trap gewijd aan Sint-Nikolaas, met sportscholen, met affiches en graffiti, met verkeersopstoppingen en met allerlei leuke restaurants zou het net zo goed Zuid-Italië kunnen zijn.

Lees verder “Waarom Beiroet een speciale stad is”

Een Perzische leeuw in Frankrijk

Gotische leeuw uit de voormalige abdij van Picheny

Vroege gotiek: een van de trouwe lezers van deze blog stuurde me bovenstaande foto van een leeuw. De uitleg op het bordje in het museum, als ik het goed heb begrepen de abdij van Fontenay, vertelde dat het reliëf afkomstig is uit de abdij van Picheny bij Montlevon. Die bestaat niet langer maar stond aan de weg van Parijs naar Reims en Champagne. De toelichting vertelt verder dat het reliëf is geïnspireerd door de Sasanidische kunst.

En dat is waar het curieus wordt. Het reliëf is gemaakt rond 1150 of iets later, in de tijd van de vroege gotiek. De laatste Sasanidische koning is vermoord in 651. Een half millennium eerder. Ik zie zo snel niet waar de parallel zit, al kan ik wel iets bedenken. Een gaande, aanziende leeuw was namelijk ook een gangbaar symbool in Perzië. Voorzien van een zwaard en met een zon op de rug waar op dit reliëf een gekrulde staart zit, stond het tot 1979 op de Iraanse vlag. De meest nationalistische Iraniër zal echter moeite hebben de combinatie leeuw, zon en zwaard terug te voeren tot de Sasanidische tijd. Over het feit dat de leeuw in Picheny een mensenhoofd heeft en dus eigenlijk een sfinx is, zullen we het dan niet hebben. Je zoekt toch eigenlijk een nauwere parallel maar ik ken hem niet.

Lees verder “Een Perzische leeuw in Frankrijk”

Het Nibelungenmuseum van Worms

Hagen en het Rijngoud (standbeeld in Worms)

Volgens de Gallo-Romeinse kroniekschrijver Prosper Tiro maakte de Romeinse generaal Aetius in het jaar 435 een einde aan de heerschappij van de Bourgondische leider Gundihar:

Rond deze tijd versloeg Aetius Gundihar, de koning van de Bourgondiërs die woonden in de Gallische provincies. Toen hij om vrede smeekte, werd die hem verleend. Gundihar genoot echter niet lang van die vrede, aangezien de Hunnen hem en zijn volk uitroeiden.

Dit incident vormt de historische kern van het tweede deel van het Nibelungenlied, het nationale gedicht van Duitsland. Het is een duistere tekst over onheil en loyaliteit, die eerst de ondergang beschrijft van de stralende held Siegfried en in de tweede helft de verschrikkelijke wraak die zijn echtgenote Kriemhild neemt op degenen die verantwoordelijk zijn voor de dood van haar man. De eerste helft speelt in Worms, de residentie Gunther, en de tweede helft in het paleis van koning Etzel – namen waarin we Gundihar en Attila herkennen. Het is zeker mogelijk dat Attila als jonge man heeft deelgenomen aan de door Prosper Tiro vermelde veldtocht die resulteerde in de dood van koning Gundihar.

Lees verder “Het Nibelungenmuseum van Worms”

Wallonië: de ronde om Vlaanderen

(klik=groot)

Vandaag eens een persoonlijk stukje over mijn reis door Wallonië. Door familieomstandigheden kwamen mijn Curaçaose familieleden over naar Nederland. Ze trokken tijdelijk in mijn Amsterdamse huisje. Omdat dat een tweekamerwoning is, werd het wat druk en dus besloot ik anderhalve week naar Wallonië te gaan. Ik moest later dit jaar sowieso die kant op, dus het was eerder een vervroegde studiereis dan een onverwachte vakantie, hoewel het natuurlijk ook dat laatste was.

Het begon dus met vakantie. Zoals de trouwe lezers van deze blog zich herinneren, heb ik afgelopen zomer een huisje kunnen huren in Gemmenich, aan de Belgische kant van de Vaalserberg, en daar hebben mijn vriendin en ik een weekend doorgebracht. Eindelijk hadden we de gelegenheid eens een bezoekje te brengen aan het museum van Kelmis, de hoofdstad enige stad in het voormalige Neutraal Moresnet. U hoeft er niet speciaal voor om te reizen, maar als u in het Land van Herve komt, is het wel een toevoeging.

Lees verder “Wallonië: de ronde om Vlaanderen”

Doornik

De kathedraal van Doornik

Doornik, daar wilde ik altijd al eens naartoe. Even in heel grote stappen heel snel thuis: het Romeinse gezag implodeerde in de vroege vijfde eeuw en lokale heersers namen de macht over. Velen van hen hadden voorouders in het Overrijnse, maar ze waren loyale dienaren van de keizer. Aanvankelijk zullen ze hebben verwacht dat het Romeinse staatsapparaat zich zou herstellen maar na pakweg 430 moet duidelijk zijn geweest dat het niet zo zou zijn.

Wie waren ze nu? Waren ze Romeinen, in de steek gelaten door de centrale overheid? Waren ze Franken? Of nog iets anders? In elk geval waren ze op zichzelf aangewezen en moeten er netwerken zijn ontstaan van samenwerkende leiders. Die netwerken konden overigens nog steeds door de Romeinse keizer worden aangestuurd: keizer Majorianus (r.457-461) betaalde via een tussenpersoon, Aegidius, forse bedragen aan de Frankische vorst Childerik, die er lokale heren mee wierf. (De enkele jaren geleden ontdekte Schat van Lienden is op dit punt relevant.) Majorianus’ poging het gezag in Gallië te herstellen liep op niets uit en de feitelijke winnaar was Childerik, die met Romeins geld zijn volgelingen verder aan zich had gebonden.

Lees verder “Doornik”

Waterbeheer in Henegouwen

De scheepslift van Strépy-Thieu

Gisteren ging een lang gekoesterde wens in vervulling: ik zag de scheepslift van Strépy-Thieu. Na een knap vermoeiende fietstocht over de slagvelden van Fleurus en langs Liberchies was ik uitgeput aangekomen in La Louvière; uitgerust en wel ging ik vrijdag in een lichte regen op pad naar de bestemmingen die ik wilde aandoen: de Espace Gallo-Romain van Aat, de Archéosite van Aubechies (een soort Archeon) en uiteindelijk Doornik. Even ten noordwesten van La Louvière lag het kanaal-aquaduct dat een voorspel vormde voor het eigenlijke werk.

Eerst even dit: Henegouwen, met name het gebied dat Borinage heet, vormt een oud industrieel centrum. Om het te verbinden met de Schelde en de Samber/Maas, zijn allerlei kanalen aangelegd. (Willem I dankte er zijn bijnaam “kanalenkoning” aan.) Eén van die kanalen is het Centrumkanaal, waarvan de aanleg voor de vroege negentiende eeuw nog te moeilijk was: het moest namelijk een hoogteverschil van bijna honderd meter overbruggen. Pas toen het mogelijk was scheepsliften in plaats van sluizen te bouwen, was de aanleg mogelijk. Koning Leopold II opende het Centrumkanaal in 1888.

Lees verder “Waterbeheer in Henegouwen”

De Romeinse Maas

De Maas bij Chokier

De vallei van de Maas, Mosa in het Latijn, vormde het kerngebied van de Romeinse aanwezigheid in het noorden van Gallië, Gallia Belgica. Ik heb het dan met name over het gebied tussen pakweg Namen en Maastricht, waar een heel gevarieerde economie moet hebben bestaan. Maar eerst iets over de rivier zelf.

Een bron over een bron

De Maas wordt verschillende keren in de bronnen genoemd, hoewel meestal in het voorbijgaan. En soms ook gewoon onjuist. Julius Caesar is de eerste die er iets meer over zegt en dat is meteen onjuist: hij schrijft dat de Maas ontspringt in de Vogezen, maar in feite liggen de bronnen westelijker, niet ver van Domrémy, het dorpje waar eeuwen later Jeanne d’Arc geboren zou worden en haar visioenen zou krijgen. Vermoedelijk verwarde Caesar de Mosa met de Mosella, het Maasje ofwel de Moezel.

Lees verder “De Romeinse Maas”

Armeense bruiloft

Bruiloftsreliëf uit Noratus

Over de Armeense khachkars heb ik al vaker geblogd (één, twee, drie). Het zijn stenen stèles met een kruis erop, volledig gedecoreerd met allerlei figuren: een zonneschijf, rozetten, plantenmotieven, granaatappels, soms dieren. Ze kunnen staan op allerlei plekken, zoals kerken, begraafplaatsen of slagvelden. Als je hun betekenis moet samenvatten, staan khachkars op de plekken waar het goede en het leven het winnen van het kwaad en de dood.

Noratus, hemelsbreed een kilometer of zestig ten oosten van Yerevan aan het Sevan-meer, heeft er vele tientallen, ik meen zelfs honderden. Ook zijn daar stenen reliëfs die geen echte khachkars zijn, zoals het bovenstaande: een bruiloftsscène. Wel het goede, wel het leven, maar geen kruis en ook geen overwinning op het kwaad of de dood.

Lees verder “Armeense bruiloft”

Misverstand: Het oog van de naald

Even ongeacht welk dier bedoeld is met het Griekse woord kamelos, een kameel of een dromedaris, het Bijbelvers dat het makkelijker is voor een kameel door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke het koninkrijk Gods te betreden, is voor sommigen nogal problematisch. In de Verenigde Staten, waar de puriteinse christenen vanouds materieel succes beschouwen als blijk van goddelijke gunst, heeft men zich altijd wat ongemakkelijk gevoeld bij Jezus’ categorische afwijzing van rijkdom.

In hun kringen schijnt het misverstand te zijn ontstaan dat in Jeruzalem een stadspoortje zou zijn geweest dat “het oog van de naald” heette. De achterliggende gedachte is dat, zoals een groot dier met enige moeite wel door een kleine poort kon, rijkdom geen definitief obstakel voor het koninkrijk hoefde zijn. Een vergelijkbaar idee is dat “oog van de naald” de oosterse naam zou zijn van een winket, dat wil zeggen het kleine deurtje dat wel wordt aangebracht in een grote deur. Zie boven.

Lees verder “Misverstand: Het oog van de naald”

De Grift

Beurtvaartstraat, Apeldoorn

Toen Wim Kan – voor jonge lezers: een Nederlandse cabaretier uit de jaren zeventig – eens in Apeldoorn moest optreden, liep hij daar burgemeester Dijckmeester tegen het lijf. Dat zal wel niet helemaal toevallig zijn geweest, want niets was destijds erger voor een Nederlandse gezagsdrager dan niet het doelwit te zijn van een grap van Wim Kan. Een verstandig politicus regisseerde zo’n ontmoeting dus, al zullen we dat uit de aard der zaak nooit zeker weten.

Hoe dat ook zij, de twee mannen raakten aan de praat en Kan, die in een van zijn liedjes de stad bezong waar hij optrad, informeerde voor dat liedje aan welke rivier Apeldoorn eigenlijk lag. De cabaretier zal iets hebben gezegd als “Arnhem ligt aan de Rijn, Zwolle ligt aan de IJssel, maar Apeldoorn, waaraan ligt Apeldoorn? Er is niemand die het weet.” Dijckmeester schijnt te hebben geantwoord “Aan mij ligt het niet.”

Lees verder “De Grift”