Bij ons in het dorp (11)

Bij ons in het dorp hebben we een station voor de treinen die hier weleens langs komen. Sinds mensenheugenis zijn daar verbouwingswerkzaamheden en wordt het verkeer op de meest onmogelijke wijzen omgeleid. Hierboven ziet u de situatie voor ons station. Links ziet u een pijl bij het Noordhollands Koffiehuis, waar ik vandaag een afspraak had. Rechts ziet u een pijl bij de straat waar ik vandaan kwam. Tussen het ene punt en het andere is het minder dan 250 meter.

Lees verder “Bij ons in het dorp (11)”

Friese vikingen

Detail uit het Fivelgoër en Oldambtster landrecht landrecht

In het Fries Museum in Leeuwarden is momenteel een expositie over het Noord-Nederlands kustgebied in de Vroege Middeleeuwen, “Wij Vikingen”. De boodschap is vrij simpel samen te vatten: de Noormannen hebben in de negende eeuw behoorlijk huis gehouden in de Lage Landen, maar er waren mensen in wat nu Friesland en Groningen heet die zich bij de plunderaars aansloten en meededen.

Het bewijs voor die stelling valt archeologisch moeilijk te leveren. Je kunt natuurlijk het skelet van een slachtoffer tonen – en het Fries Museum toont een skelet – maar de dode zal je niet melden wie hem heeft vermoord. Het bewijs zal uit de geschreven bronnen moeten komen, maar doorgaans vermelden die alleen dat de Noormannen tekeer zijn gegaan op deze of gene plaats. Of het Noren of Denen waren, staat er niet bij, laat staan dat erbij staat of het Friezen waren, dus mensen uit het gebied van Vlaanderen tot Noord-Duitsland. Gelukkig bieden de Friese rechtsteksten aanwijzingen en nog gelukkiger is dat het Fries Museum de manuscripten ook toont.

Lees verder “Friese vikingen”

Oscar Niemeyer in Tripoli

De ingang van het door Niemeyer ontworpen tentoonstellingsterrein

De Braziliaanse architect Oscar Niemeyer (1907-2012) is het beroemdste geworden als de bouwmeester die allerlei gebouwen ontwierp voor Brasilia, de begin jaren zestig nieuw aangelegde hoofdstad van Brazilië. Hij bouwde veel met beton, maar koos nooit voor alleen vierkante vormen; vaak stulpte er ergens een koepel uit of was er een schaalvormig helicopterplatform. Het Braziliaanse parlementsgebouw heeft allebei de vormen.

Brasilia werd in vier jaar uit de grond gestampt. In dezelfde tijd kreeg Niemeyer opdracht om in de Libanese havenstad Tripoli een enorm terrein te ontwerpen voor tentoonstellingen, congressen en theatervoorstellingen. Een hotel, semipermanente woningen voor langdurige bezoekers, expositieruimtes: van alles moest er zijn. Vergelijk het met de RAI in Amsterdam, maar dan een vierkante kilometer groot.

Lees verder “Oscar Niemeyer in Tripoli”

Kort Libanees (7): Oriëntaals oriëntalisme

Tot de dingen die ik in het buitenland altijd leuk vind om te zien behoren oude ambachten. In Peshawar heb ik bijvoorbeeld toegekeken hoe een smid metaal bewerkte, in Shiraz heb ik gesproken met een inktmaker en deze week heb ik in Tyrus even staan kijken hoe de kiel van een schip werd gelegd. Wie mijn foto’s zou bekijken, vindt afbeeldingen van slash-and-burn-landbouw, van een primitieve bronsoven, van een ganzendrijver en van een perkamentrek. Je zou makkelijk kunnen concluderen dat ik in het Midden-Oosten vooral ben geïnteresseerd in een wereld die ouder en anders is dan de westerse.

Die houding wordt wel “oriëntalisme” genoemd. Het gaat er dan om dat je alleen kijkt naar het exotische, het oosterse, en dat je het nieuwe (dat mijn fotografische belangstelling niet heeft maar waarover ik wel schrijf) niet herkent. In de negentiende en vroege twintigste eeuw was dit regelrechte mode. Dichters, schilders: iedereen leek mee te doen.

Lees verder “Kort Libanees (7): Oriëntaals oriëntalisme”

Eutropius (10): Presenteïsme

Valens (Penning uit het Römisch-Germanisches Zentralmuseum, Mainz)

Terwijl u dit op leest, ben ik op de deze week geopende Picasso-expositie in het Sursock-museum in Beiroet. Omdat ik vermoedelijk geen tijd zal hebben voor mijn dagelijkse stukje, bied ik u in tien afleveringen de tekst aan van de inleiding die ik schreef voor de vertaling die Vincent Hunink maakte van de Korte geschiedenis van Rome van de laat-Romeinse auteur Eutropius. Als alles goed gaat, verschijnt die medio november. Het eerste deel van deze reeks vindt u hier.

De Korte geschiedenis van Rome is het werkstuk van iemand die het historisch metier niet beheerst en valt op z’n vriendelijkst te typeren als inspirational literature. Dat genre doet tegenwoordig de kassa rinkelen en dat was in de Oudheid maar weinig anders: Eutropius’ schets werd waanzinnig populair. De Korte geschiedenis van Rome kreeg dus een continuator, de achtste-eeuwse Italiaanse auteur Paulus de Diaken, wiens werk rond het jaar 1000 weer werd gecontinueerd door Landolfus Sagax. Omdat Eutropius’ schets eeuwenlang dienst heeft gedaan als schoolboek, zijn niet minder dan vierentwintig middeleeuwse manuscripten overgeleverd. Ter vergelijking: van de Enmannsche Kaisergeschichte, Eutropius’ bron, is niet één handschrift over.

Lees verder “Eutropius (10): Presenteïsme”

Een sterk verhaal

Er was eens, in de stad Sidon, een straatarme familie, die woonde in een klein huis. We hebben het over de jaren vijftig. De vader verdiende zijn geld als waterdrager. Elke dag ging hij naar het huis van zijn ploegbaas, die met enkele andere waterdragers werkte voor een rijke boer. Dag in, dag uit zeulden ze volle jerrycans de heuvel op. Daar ging wel twintig liter in. Op een dag nam hij zijn zoontje mee, een jongen die Rafiq heette, die voortaan ook zou werken als waterdrager. Rafiq was ijverig en pienter en de ploegbaas kreeg schik in hem. Omdat hij zag dat twintig liter wat veel was voor het kind, liet hij hem voortaan jerrycans dragen met daarin slechts tien liter.

De tijd verstreek. Rafiq ging ook naar school, leerde het een en ander, vertrok naar Saoedi-Arabië, verdiende wat geld als onderwijzer, begon een bouwbedrijfje, trok de aandacht van de koninklijke familie en kreeg meer opdrachten. Als een schatrijk man keerde Rafiq Hariri later terug naar Libanon, waar hij van 1992 tot 2004 premier was. Op een dag ontmoette hij zijn oude ploegbaas en toen gaf Rafiq hem het geld om het landgoed van de rijke boer over te nemen, zodat de ploegbaas een rustige oude dag had.

Lees verder “Een sterk verhaal”

Het Nabu-museum

Het Nabu-museum in Batroun

De Libanese bevolking varieert van stervensarm, zoals de Syrische bedelaars, tot stinkend rijk, zoals de drie families die besloten in het stadje Batroun het Nabu-museum te bouwen. Batroun is overigens leuk voor een bezoekje, met een mooie kerk aan zee en een wonderlijke Fenicische muur in de branding. En nu is er dus ook een museum, langs de weg naar Tripoli, vernoemd naar de Babylonische god van de wijsheid.

Het museum is gebouwd in precies acht maanden, werd eerder dit jaar geopend en dient om de kunstcollecties van die drie families met de wereld te delen. Ik kies met opzet voor die formulering, want dat is precies wat de opzet is: de oprichters willen niet als enigen genieten van wat ze aan moois bezitten. Het museum en de catalogus van de lopende expositie zijn dus gratis en ook door middel van drietalige uitleg probeert men een zo breed mogelijk publiek te bereiken. De ambitie is overigens niet alleen het tonen van de eigen collecties, maar ook het organiseren van nieuwe tentoonstellingen, waarbij samenwerking wordt gezocht met andere musea, zoals het Sursock, het museum van de Amerikaanse Universiteit in Beiroet, het Nationaal Museum, het museum in Damascus en het Bardomuseum.

Lees verder “Het Nabu-museum”