De Wevers Augustus

Keizer Augustus (Archeologisch Museum van Mérida)
Keizer Augustus (Archeologisch Museum van Mérida)

1.

Mijn geliefde kreeg nooit genoeg van verhalen over de Romeinse keizers. Het was beslist niet alleen om mij een plezier te doen dat ze op een vrijdagavond voorstelde een TV-programma te kijken over Constantijn de Grote. Dus zaten we met een wijntje op de bank, tegen elkaar aangekropen, om te zien wat Cambridge-hoogleraar Keith Hopkins had te vertellen over de kerstening van het Romeinse Rijk.

Hopkins, die gold als een grootheid in mijn vak, deed zijn uitleg aardig, maar stelde mijn geliefde toch teleur. Ik merkte het aan van die kleine dingen: ze zat wat minder ontspannen op de bank en nipte net iets te vaak van haar wijn. Uiteindelijk kwam het hoge woord eruit. “Is dit alles wat bij jullie een hoogleraar te vertellen heeft? Dat Constantijn het christendom begunstigde, dat heb ik al op het gymnasium geleerd hoor.” En dan, na een korte pauze, de uppercut: “Trouwens, dat leert iederéén.”

Lees verder “De Wevers Augustus”

Bronnenhoppen

Drusus (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)
Drusus (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Je zou het “bronnenhoppen” kunnen noemen en je zou het kunnen definiëren als de neiging van historici overdreven te vertrouwen op de bronnen. Ik zal een voorbeeld geven uit eigen werk: de Romeinse verovering van Germanië.

Van de eerste fase hebben we informatie uit het geschiedwerk van Cassius Dio, die beschrijft hoe Augustus’ adoptiefzoon Drusus in 12-9 v.Chr. de valleien van de Lippe en de Main verovert en het gebied tussen Weser en Elbe verkent. Hij overlijdt als de oorlog is afgerond. Voor de tweede fase hebben we de beschikking over het geschiedwerk van Velleius Paterculus, die de campagnes van 4 en 5 n.Chr. beschrijft, waarmee Drusus’ broer Tiberius (de latere keizer) de aanspraken verplaatst naar de Elbe. Over de gebeurtenissen van 9, waarin de Romeinen een geduchte nederlaag leden in het Teutoburgerwoud, hebben we vrij veel bronnen, waarna Tacitus de wraakexpedities beschrijft.

Lees verder “Bronnenhoppen”

Literatuurlijst

Ik heb al eens eerder geschreven over problemen waarmee je wordt geconfronteerd als je probeert de Oudheid aan het grote publiek uit te leggen. Journalisten falen en wetenschappers gaan niet zelden misleidend te werk. De prietpraat waar ik afgelopen donderdag over schreef is een voorbeeld: als journalisten hun feiten hadden gecontroleerd, zouden ze hebben gezien dat de archeologen weer eens een nieuwtje recycleden, dit keer met nieuwe plaatjes.

Laten we er niet omheen draaien: in de geesteswetenschappen is de voorlichting niet meegegroeid met het scholingspeil van de burgers. Momenteel heeft een kwart tot een derde van de westerse bevolking een hogere opleiding. Die mensen zijn in staat goede vragen te stellen én de fouten te herkennen die de hyperspecialistische wetenschappers onvermijdelijk maken als ze generalistenwerk doen, zoals iets uitleggen aan het publiek.

Lees verder “Literatuurlijst”

Joodse literatuur (epiloog)

De Mishnah

[Dit is het laatste stukje over de bronnen van mijn komende boek Israël verdeeld; het eerste is hier.]

In 70 n.Chr. werd de tempel verwoest, waarmee de Joodse godsdienst werd beroofd van een van zijn twee traditionele zwaartepunten. Verschillende teksten, zoals 4 Ezra, 2 Baruch, 2 Henoch en JosephusJoodse Oorlog, dienden om in het reine te komen met deze catastrofe. Het andere zwaartepunt van de Joodse religie, het lezen van en discussiëren over de heilige schrift, werd echter niet wezenlijk aangetast door de ondergang van Jeruzalem. In de loop van de tweede eeuw legden rabbi’s de mondelinge uitlegtraditie van de farizeeën steeds vaker op schrift vast, een proces dat culmineerde in de optekening van de Mishna: een collectie van drieënzestig traktaten die bewees dat God niet vér van de Joden stond, maar in elk aspect van het dagelijks leven was te vinden. Latere optekeningen van de rabbijnse wijsheid zijn de Tosefta en de Palestijnse en Babylonische Talmoed.

Lees verder “Joodse literatuur (epiloog)”

Joodse literatuur (3)

Jona en de grote vis (Sarcofaag, Römisch-Germanisches Zentralmuseum, Mainz)

[Dit is het derde van vier à vijf stukjes over de bronnen van mijn komende boek Israël verdeeld; het eerste is hier.]

De Perzische tijd, van 539 tot 332 v.Chr., zag grote veranderingen binnen de Joodse godsdienst. Het exclusivisme van de Verbondstheologie, waarin één uitverkoren volk op één plaats één God diende, werd bijgesteld. Hoewel de tempelcultus inmiddels was hersteld, bevatten de tijdens de Perzische heerschappij geschreven slothoofdstukken van Jesaja opnieuw beschrijvingen van een nieuw Jeruzalem, waarin de tempel het gebedshuis van alle volken zou zijn. Opnieuw is er het idee van een vernieuwde wereld, waarin in feite de paradijstoestand zal worden hersteld.

Lees verder “Joodse literatuur (3)”

Flavius Josephus

Eén van de belangrijkste bronnen voor mijn komende boek, Israël verdeeld, is het oeuvre van de Joodse historicus Flavius Josephus, de gelatiniseerde versie van zijn eigenlijke naam Josef ben Mathityahu ha-Kohen. Geboren te Jeruzalem in 37 n.Chr. in een rijke, priesterlijke familie, deed hij naar eigen zeggen kennis op van de verschillende religieus-politieke stromingen van zijn tijd: de sadduceeën, de essenen en de farizeeën. Ook verbleef hij een tijdje in de woestijn bij een charismatische leraar.

Toen in 66 de opstand tegen de Romeinen uitbrak, maakten de Joodse autoriteiten hem tot generaal in Galilea, waar hij veel tijd verloor aan een conflict met Johannes van Gischala, de leider van een boerenmilitie. De Romeinse generaal Vespasianus kon, dankzij de verdeeldheid van zijn tegenstanders, het gebied snel veroveren. Josef en zijn mensen werden geïsoleerd in de vesting Jotapata, waar ze besloten zelfmoord te plegen. Door een wonderlijk toeval overleefde Josephus het; hij lijkt het te hebben beschouwd als een goddelijke ingreep, al is niet uit te sluiten dat hij dubbelspel heeft gespeeld. Hoe dit ook zij, vanaf dit moment beschouwde hij de Romeinse heerschappij als de wil van God en keerde hij zich tegen de opstandelingen.

Lees verder “Flavius Josephus”