Een zegel uit Pylos

Zegel uit Pylos (foto © Jeff Vanderpool/University of Cincinnati)

Als iets te mooi is om waar te zijn, is het meestal niet waar. En simpele aforismen om informatie terzijde te schuiven, zoals in de vorige volzin, zijn meestal te simpel. Een voorbeeld is de bovenstaande gem: een gesneden steen die gebruikt werd als zegel. Gevonden in Pylos in het graf van iemand die rond 1450 v.Chr. moet zijn overleden.

U leest hier en daar waarom dit te mooi is om waar te zijn. Het lijkt eigenlijk wat te gedetailleerd om met vijftiende-eeuwse technieken te zijn gemaakt. Misschien, zo oppert een van de betrokkenen, had de maker een oogafwijking waardoor hij op korte afstand scherper zag dan andere mensen. Je zou ook kunnen overwegen dat het voorwerp een vervalsing is, ware het niet dat het afkomstig is uit een gecontroleerde opgraving.

Lees verder “Een zegel uit Pylos”

Nobel streven (3)

Ik ben geen mediëvist en ook geen neerlandicus. Verwacht van mij geen inhoudelijk oordeel over Nobel streven, het onlangs verschenen boek van Frits van Oostrom dat ik al voor u samenvatte en waarover ik al opmerkte dat de auteur zo mooi uitlegt wat hij aan het doen is. Dit keer nog wat andere gedachtes die bij me opkwamen en die minder te maken hebben met Nobel streven dan met het feit dat het een boek is. Boeken zijn problematisch als medium om aan een groot publiek wetenschappelijke inzichten over te dragen. We leven immers in een tijd waarin iedereen zijn informatie zoekt op het wereldwijde web.

Ik heb al eens eerder uitgelegd dat het boek alleen nog een meerwaarde heeft als het de ongedifferentieerde nevenschikking van het internet weet te overstijgen. Het heeft geen zin een biografie te schrijven van deze of gene Romeinse keizer, aangezien vrijwel alle informatie al online is te vinden. Wat we wél zoeken is een overzicht van de Griekse literatuur of een boek over de wijze waarop archeologen van vondsten komen tot conclusies. Of een overzichtswerk dat de geschiedenis van Egypte opnieuw onderhanden neemt, de eerste geschiedenis van het Aramees of een overzicht van de omgang met de Oudheid in de Renaissance: boeken die iets bieden wat je niet vindt op het internet.

Lees verder “Nobel streven (3)”

Filmen in Castricum

Zoals de vaste lezers van deze blog weten, werk ik aan een reeks filmpjes waarin oudheidkundigen uitleggen hoe ze aan hun inzichten komen. Dat wordt immers zelden verklaard: u moet maar geloven dat de Romeinen een woord dat ze toch echt spelden als caesar uitspraken als kaisar. Of dat middeleeuwse manuscripten vol schrijffouten bruikbaar zijn om te komen tot een betrouwbare reconstructie van een antieke tekst.

Laten we eerlijk zijn: soms zijn oudheidkundige claims ook ronduit buitenissig, zoals wanneer er niets is opgegraven en oudheidkundigen toch beweren dat er een aquaduct is geweest. Of als ze zeggen dat Zwammerdam Nigrum Pullum heette, terwijl er ter plekke nooit een inscriptie met die naam is gevonden. En om eerlijk te blijven: er is een hoop oudheidkundige schijnzekerheid en ik zou er een lief ding voor over hebben als onderzoekers in het openbaar dezelfde twijfel uitstraalden die ze tegenover hun collega’s betoonden. Vandaar dat we filmpjes zijn gaan maken om in elk geval uitgelegd te krijgen dat wetenschap geen simsalabim is.

Lees verder “Filmen in Castricum”

MoM | Nobel streven (2)

Wie over een wetenschappelijk onderwerp schrijft voor een groot publiek wordt vroeg of laat geconfronteerd met scepsis. De gebruikelijke adviezen in zulke situaties komen erop neer dat je het wetenschappelijk proces moet uitleggen. Ik verwijs maar weer eens naar Tussen onderzoek en samenleving .

Althans, dat was vroeger goed genoeg. Inmiddels is desinformatie zó vanzelfsprekend dat we van een goede voorlichting mogen verwachten dat ze belet dat verkeerde visies ontstaan.*)  “Wees proactief” is dus het tweede advies en in het verlengde daarvan ligt een derde: wie adequaat wil voorlichten, moet weten wat er speelt in de wetenschap. De brute rekenkracht van de computers geeft ons niet alleen het internet, maar sloopt ook de grenzen tussen de wetenschappelijke disciplines.

Van Oostrom heeft bij het schrijven van Nobel streven, dat ik gisteren voor u samenvatte, merkbaar over deze zaken nagedacht. Ik weet te weinig van de late veertiende en vroege vijftiende eeuw om te zien hoe proactief hij is, maar in een komend stukje zal ik zijn visie op de informatierevolutie behandelen, terwijl ik vandaag inga op de wijze waarop hij het wetenschappelijk proces uitlegt. (Ook Marc van Oostendorp heeft over dit aspect geschreven.) Uit de lange aanloop van dit stukje kunt u afleiden dat Nobel streven me stof tot nadenken heeft gegeven en ik schrijf dit minder als recensie dan als eigen positiebepaling. Oudheidkundige denkt over historisch letterkundige, zoiets.

Lees verder “MoM | Nobel streven (2)”

Niets (en dat is niet erg)

De piramide van Cheops

Een verhaal uit de jaren tachtig: een Franse architect leest Blake en Mortimer en het Geheim van de Grote Piramide. Genieten natuurlijk, maar hij stoort zich een beetje aan de tekeningen van het interieur van opgemeld bouwwerk. Met zijn architectenoog ziet hij dat je zo niet bouwt. Hij schrijft dus een briefje naar de tekenaar, Edgar P. Jacobs, die terugschrijft dat hij zich goed heeft gedocumenteerd en dat hij precies heeft nagetekend wat hij op foto’s heeft gezien. De Franse architect is stomverbaasd en meldt een archeoloog dat er in de Grote Piramide onbekende vertrekken moeten zijn. Het is de enige verklaring voor de wijze waarop de piramide is gebouwd.

Dat vormt het begin van een speurtocht waar we sindsdien meer van hebben gehoord. Nu eens is het een robotkarretje dat door een luchtschacht rijdt, dan weer horen we over een verfijnde boor die door een muur is gegaan en – toen de onderzoekers de boorkop onderzochten – vaststelde dat de muur beschilderd moest zijn geweest. Er is al jaren onderzoek naar onbekende ruimtes in de Grote Piramide en de ontdekking, eergisteren aangekondigd, van een grote onbekende ruimte past in dat plaatje. Er is dus weinig nieuws ontdekt.

Lees verder “Niets (en dat is niet erg)”

Kwakgeschiedenis: Griekse theaters

Het theater van Epidauros

(1)

Eigenlijk was ik best een leuke middag aan het hebben, maar toen las ik het bericht dat Eindhovense onderzoekers hebben vastgesteld dat de akoestiek in de Griekse theaters tegenviel. Dat weten we natuurlijk allang. Ik herinner me van mijn studie, eind jaren tachtig, dat mijn docent Grieks, professor Schenkeveld, uitlegde dat die theaters geluidstechnisch niet zo heel best waren.

Wat nog interessanter was: ook de Atheense democratie had akoestische problemen. Op de Pnyx, waar de volksvergadering samenkwam, was het onmogelijk dat alle mensen verstonden wat er werd gezegd. Met andere woorden, ze stemden in feite niet hoofdelijk maar volgden mensen die vooraan stonden en wél verstonden wat er was gezegd. Dat was, als ik me goed herinner, ooit eens uitgevogeld door een Amerikaanse prof en een hoop vrijwilligers.

Lees verder “Kwakgeschiedenis: Griekse theaters”

Nee, niet wéér Asterix

Over een week, op 19 oktober, verschijnt de nieuwe Asterix. Ik heb daar wat gemengde gevoelens bij. Dat is niet omdat ik niet van de stripverhalen houd, maar omdat ik nu al kan uittekenen dat ik benaderd zal gaan worden door journalisten die me vragen wat ik er als oudhistoricus van denk. Nu is het altijd leuk om op de radio te komen – deze pagina gaat terug op een radiocommentaar dat ik insprak vanaf een hotelkamer in Isfahan – en bovendien is het contact met journalisten altijd prettig ontspannen, maar ik vind het jammer dat elke Asterix aanleiding is tot vragen over de Oudheid. Daarmee doen we de strip tekort.

Zoals de Flintstones vooral een Amerikaanse familie zijn uit de jaren zestig, zo is Asterix een strip over de twintigste en eenentwintigste eeuw. Als Obelix in Asterix in Hispania aan het dorpshoofd vraagt “u wil dus óók weten waarom we vechten”, is de verwijzing naar de Vietnam-oorlog. Als de Galliërs in Asterix en het ijzeren schild voorwenden niet te weten waar Alesia ligt, is dat geen grap over Galliërs die niet willen weten dat ze zijn verslagen, maar over Vichy, waar dit album zich afspeelt. Asterix is gewoon veel geestiger als je de antieke achtergrond negeert en kijkt naar de eigen tijd.

Lees verder “Nee, niet wéér Asterix”