Romeins re-enactment

verstraaten_romeinen

Het Kops Plateau in Nijmegen is een van ’s lands belangrijkste archeologische monumenten. Elke twee jaar vindt daar het Romeinenfestival plaats, ’s lands belangrijkste oudheidkundige manifestatie. De bezoekers kunnen een zomerweekend lang kennismaken met antieke ambachten, de laatste tijdschriften en boeken kopen, een Romeins hapje eten of luisteren naar de door de medewerkers van de Radbouduniversiteit aangeboden lezingen.

De show wordt echter elke keer gestolen door de re-enactors. Een eerste, te eenvoudige definitie van een re-enactor zou kunnen luiden dat het een vrijwilliger is die zich een historisch kostuum aanmeet om te demonstreren hoe dingen in het verleden gingen. In Nijmegen spelen re-enactors huwelijks- en uitvaartplechtigheden na, maar je kunt er ook vechtende gladiatoren en exercerende soldaten zien.

Lees verder “Romeins re-enactment”

Autonecrologie

Aan tafel bij Theodor Holman
Aan tafel bij Theodor Holman (foto Erik de Jong)

Een obsceen grote beker en een goede fles champagne: dat is de prijs die ik kreeg van OBA Live, het TV-programma waarmee de Openbare Bibliotheek Amsterdam op SALTO 1 een bijdrage wil leveren aan het maatschappelijk debat. Ik werd in het zonnetje gezet om mijn “publicaties over het belang van het klassieke erfgoed” en mijn “strijd tegen de verschraling van onze cultuur”. De onderscheiding heet de Theodor, naar presentator Theodor Holman.

Als je een soort wereldcup krijgt die is vernoemd naar degene die haar uitreikt, is er uiteraard een fors element van ironie aanwezig. Zoals ik het heb begrepen was het vooral de bedoeling de nieuwscyclus eens te breken, waarin de aandacht doorgaans gaat naar dingen die actualiteit hebben, terwijl er op de achtergrond ook andere interessante dingen gebeuren. Dit dwingt je als “laureaat” voor jezelf op papier te zetten wát je dan eigenlijk aan interessants te melden hebt. Misschien kwam het doordat mijn vader onlangs is overleden, maar toen ik wat punten opschreef, moest ik denken aan een grafrede waarin iemand samenvat waar de overledene voor stond. Bij dezen dus: mijn autonecrologie, puntsgewijs.

Lees verder “Autonecrologie”

Romeinenfestival

orientalis_romeinse_straat
Romeinse straat in Museumpark Orientalis

Ik heb vorige maand het een en ander geschreven over de Romeinenweek. Volgend weekend is er een soortgelijke activiteit: het Nijmeegse Romeinenfestival, dat elke twee jaar wordt gehouden in de oudste Romeinse stad van ons land. Ik benut mijn blog graag om er reclame voor te maken, want ik ken de organisatoren. Hun persbericht beweert dat het gaat om “het grootste festival over de Romeinse tijd en archeologie in Nederland” maar dat is grote onzin. Het biedt namelijk méér dan alleen archeologie. Zo zijn er tevens lezingen door classici, oudhistorici en – deze aflevering voor het eerst – iemand die alles weet van Romeins Recht. Maar er is nóg meer:

Tijdens het Romeinenfestival komt de Romeinse tijd werkelijk tot leven met een Romeins tentenkamp, militaire demonstraties, ruitershows, gladiatorengevechten, archeologische workshops, ambachten en een Romeinse markt. Rondleidingen, lezingen, theater, verhalen, visualisaties en workshops bieden ontspanning en verdieping.

Lees verder “Romeinenfestival”

Praten over wetenschap

De bovenloop van het Nijmeegse aquaduct op het terrein van Museumpark Orientalis
De bovenloop van het Nijmeegse aquaduct op het terrein van Museumpark Orientalis

Vorige week sprak Ionica Smeets, die u kunt kennen als columniste van De Volkskrant, in Leiden haar inaugurele rede uit als hoogleraar wetenschapscommunicatie. Dat ging niet helemaal onopgemerkt voorbij: De Volkskrant plaatste zaterdag een leuke, veelbesproken samenvatting met zeven lessen. Er was – althans in mijn Twitter-timeline – wat hilariteit over het feit dat die achter een betaalmuur lag maar er is een filmpje:

Om met een persoonlijk bezorgdheid te beginnen: ik was vooral blij dat Smeets opmerkte dat foute voorlichting vaak begint met wetenschappers die overdrijven. Van de oudheidkundige persberichten heb ik het een jaar of wat geleden eens geturfd: twee vijfde bevatte fouten die de wetenschappers moesten hebben herkend. Altijd weer overdrijving, altijd weer onvoldoende onderbouwde claims. Dit geschreeuw is sowieso vreemd maar wordt helemaal curieus als je bedenkt dat het belang van de humaniora is dat je je eigen gelijk leert relativeren. In de humaniora gaat het om de mitsen en de maren.

Lees verder “Praten over wetenschap”

Zinvolle tijdbesteding

Stele uit Nevsha (Archeologisch Museum van Varna)
Stele uit Nevsha (Archeologisch Museum van Varna)

Een leuke reactie vanmorgen: iemand suggereert me – u leest het hier – mijn tijd zinniger te besteden door meer aandacht te besteden aan de Prehistorie, een onderwerp waarover geen oudhistoricus een mening heeft.

Daarop zijn diverse antwoorden mogelijk. Antwoord één: een oudhistoricus houdt zich bezig met de tijd waarin de menselijke beschaving – hoe je dat begrip ook wil definiëren – is ontstaan en omdat hij een historicus is, beperkt hij zich tot de geschiedenis. De geschiedenis begint per definitie wanneer we teksten hebben. Een historicus die zich bezighoudt met de Prehistorie (letterlijk: “voor-geschiedenis”) zou een contradictio in terminis zijn. Prehistorie is het werk van archeologen.

Lees verder “Zinvolle tijdbesteding”

Bedelbrief

Schat van Heers (Gallo-Romaans museum, Tongeren)
Dit leek me wel een geschikt plaatje bij een stukje dat gaat over geld.

Ahum. Ik ben deze blog een kleine vijf jaar geleden begonnen – op 14 juli 2011 om precies te zijn – en ik heb sindsdien 2115 stukjes geschreven. Daarnaast beheer ik Livius.org, een grote website over oude geschiedenis, met ongeveer 3600 pagina’s informatie. Per jaar beantwoord ik momenteel ongeveer 700 vragen. Allemaal gratis.

Dat wil ik ook zo houden. Zo gauw geld een doorslaggevende rol gaat spelen bij iets waarvoor je gepassioneerd bent, verlies je immers je passie, en dat kun je beter vermijden. Dat wil echter niet zeggen dat ik helemaal ongevoelig ben voor financiële argumenten.

Lees verder “Bedelbrief”

Romeinenweek: Peter Connolly

De strijd om Alesia volgens Peter Connolly
De strijd om Alesia volgens Peter Connolly

Peter Connolly (1935-2012) heeft me Engels geleerd. Het moet 1978 zijn geweest toen ik zijn boek The Roman Army vond in de Apeldoornse openbare bibliotheek. Ik was veertien en had mijn eerste Engelse lessen wel gehad, maar een boek lezen in een vreemde taal was meer dan ik gewend was. De enige manier om te ontdekken wat Connolly had te melden, was het zelf te vertalen, bewapend met het Prisma-woordenboek van mijn vader.

En dat had ik hard nodig, want Connolly gebruikte woorden die ik op school nooit had gehoord. Wat was in vredesnaam een shield boss? Waartoe diende de outrigger van een schip? Wat deed je met een javelin? O ja, ik worstelde met Connolly’s woorden maar het was de moeite waard. Ik herken nu ook de slimme wetenschapsvoorlichter, die de bovenkant van zijn pagina’s gebruikte om een opwindend verhaal te vertellen over de slag bij Pydna, Julius Caesar of de crisis van het Vierkeizerjaar, en – als hij zo de aandacht van de lezers had – de details uitlegde op het onderste deel van de pagina, voorzien van talloze illustraties.

Lees verder “Romeinenweek: Peter Connolly”