Eise Eisinga

Het planetarium van Eise Eisinga in Franeker
Het planetarium van Eise Eisinga in Franeker

Franeker is even klein als leuk. In het Martenamuseum was vorig jaar een geslaagde expositie over het boekenbezit van de voormalige universiteit waar ik met veel plezier heb rondgelopen. De wereld van Reinerus Neuhusius. Even verderop – het zal geen steenworp zijn maar het scheelt weinig – is het beroemde planetarium van Eise Eisinga.

Het bijbehorende verhaal is te beroemd om niet nog eens te vertellen. In 1774 zouden de maan en de planeten Mercurius, Venus, Mars en Jupiter vlak bij elkaar aan de hemel staan en er gingen geruchten dat daardoor de aarde uit zijn baan zou worden getrokken. Een door een dominee Eelco Alta geschreven brochure veroorzaakte nogal wat paniek.

Het misverstand dat hij de wereld in hielp is overigens interessant omdat het bewijst dat hij kennis had van de zwaartekrachtwet van Newton en begreep dat andere hemellichamen krachten uitoefenden op onze aarde, maar het effect overschatte. Dit is hoe pseudowetenschap altijd werkt. Mensen begrijpen wel het principe van deze of gene wetenschappelijke methode, maar zijn niet goed in staat de werking te kwantificeren.

Lees verder “Eise Eisinga”

Nieuws zonder filter (6)

In drie stukjes (een, twee, drie) heb ik uitgelegd dat de wetenschap niet altijd even betrouwbare informatie aanlevert en dat journalisten, door hun focus op nieuws en door hun duiding met gemakzuchtige frames, ervoor zorgen dat u een stortvloed aan informatie over u heen krijgt, die u het zicht belemmert op wat er nou écht aan nieuws is. Voor zover ik kan overzien is er in de Week van de Klassieken niet één medium geweest dat uit het aanbod wist te distilleren hoe de DNA-revolutie de interpretatiehorizon verwijdt en hoe de klassieken zullen gaan veranderen.

Dat komt niet alleen door journalisten, overigens. Ik heb de indruk dat classici het zelf ook nog niet helemaal door hebben. Ze zijn in de jaren tachtig, toen de studieduur werd bekort, een fuik in gezwommen: waar oudheidkundigen ooit ongeveer wisten wat collega-disciplines deden, weten ze dat nu nauwelijks meer (en oproepen tot interdisciplinariteit blijven al een halve eeuw beperkt tot geroep in de woestijn), zodat inzichten van de ene discipline de andere onvoldoende bereiken. Een andere ontwikkeling is de groeiende nadruk op onderzoek en onderwijs. Als ik een euro had gekregen van elke oudheidkundige die ooit heeft gezegd dat zijn of haar werk bestaat uit onderzoek en onderwijs, en negeerde dat de wet ook overdracht noemt als academische kerntaak, zou ik een lang weekend naar Brussel kunnen. Ik ben bang dat de universiteiten inmiddels te ver de fuik zijn ingezwommen en zichzelf niet langer kunnen hervormen. Het zal van buiten moeten komen – en verrek, er zijn hoopvolle ontwikkelingen.

Lees verder “Nieuws zonder filter (6)”

Nieuws zonder filter (4)

Een van Roymans' twee schatten (foto Vrije Universiteit)
Een van Roymans’ twee schatten (foto Vrije Universiteit)

In mijn eerste stukje over mijn lezing bij “Oog op de Oudheid” vertelde ik dat wetenschap sowieso een subjectief element heeft en in het tweede gaf ik aan dat onderzoekers deze vrijheid nogal eens gebruiken om hun onderzoeksresultaten mooier voor te stellen dan ze eigenlijk zijn. Daar voegde ik nog aan toe dat de verworven data soms vals zijn. Tot zover het aanbod vanuit de wetenschap: nog steeds de minst slechte informatie die de mensheid bezit, maar desondanks niet zo perfect als we mogen verwachten.

Van de wetenschap naar de krant

Deze informatie komt nu in handen van de media, en die willen vooral nieuws. Dat wil overigens niet zeggen dat ze uitsluitend verslag willen doen van doorbraken en sensationele uitvindingen. De Volkskrant had ooit de rubriek “Ware wetenschap”, waarin de redactie enige tijd – ik meen een jaar – de werkelijke onderzoekspraktijk rapporteerde. Dezelfde krant had een rubriek over belangwekkende bijzaken, waarin onderzoeksresultaten aan bod kwamen die niet meteen relevant oogden. Zelf heb ik, toen archeoloog Nico Roymans de ontdekking van twee kleine muntschatten aankondigde, de gelegenheid gebruikt om iets te vertellen over hoe wetenschap met kleine stapjes verder komt.

Lees verder “Nieuws zonder filter (4)”

MoM | Nieuws zonder filter (2)

Laten we eerlijk zijn: je zet nogal wat stappen om van de concrete vondsten in een opgraving te komen tot de interpretatie
Laten we eerlijk zijn: je zet nogal wat stappen om van de concrete vondsten in een opgraving te komen tot de interpretatie

In mijn vorige stukje wees ik erop dat er in elke wetenschap altijd een subjectieve component zal zijn. Elk resultaat is tijdelijk. Dat biedt – zeker in de geesteswetenschappen – nogal wat vrijheid bij het opstellen van conclusies. En bij het presenteren daarvan.

Van subjectiviteit naar overdrijving

Simpel samengevat: wetenschappers maken gebruik van die vrijheid om hun inzichten te presenteren als actueel, vernieuwend, onverwacht en wat dies meer zij. Dat zijn namelijk de begrippen waarmee ze scoren en de aandacht trekken. Dit soort overdrijving is zo oud als de oudheidkunde en om niet de standaardvoorbeelden te noemen, verwijs ik naar dit artikel uit het NRC Handelsblad: “Verschijntruc: ineens is er ’n Bronstijdrijk”. De archeoloog in kwestie postuleert het bestaan van een antieke staat in Centraal-Europa, waarvoor hij eigenlijk niet zo heel erg veel bewijsmateriaal heeft. In feite zoekt hij de grenzen op van wat nog een toelaatbare interpretatie is van de vondsten.

Lees verder “MoM | Nieuws zonder filter (2)”

Beschadigd hunebed

Zomaar een hunebed. D18 bij Rolde om precies te zijn, dus niet D14.

Grappig, de dag is pas een half uur oud, mijn koffie staat nog te pruttelen, of ik heb al twee keer dezelfde opmerking gehoord. Het gaat over dit bericht dat er een deksteen is gevallen van het hunebed bij Eexterhalte – hunebed D14 in jargon. De Stichting Het Drentse Landschap

onderzoekt hoe het hunebed gerepareerd kan worden. Het monument is in de jaren ’90 gerestaureerd, maar het werd toen door een andere organisatie beheerd. “We weten niet precies hoe het toen is gerestaureerd en wat er precies is gedaan”, vertelt Bezuijen.

Of ik dat niet onprofessioneel vind? Nou nee. Ik vond het juist aangenaam om dit te lezen.

Lees verder “Beschadigd hunebed”

MoM | Academisch aanbod en publieke vraag (2)

Wetenschappers die hun inzichten willen delen, zo vat ik even het stukje van Ionica Smeets samen waaraan ik mijn vorige blogje wijdde, kunnen het beste kijken naar de bij het publiek bekende grotere thema’s. Dat zijn, zoals Smeets afrondt, “de verzoeknummers die we als wetenschappers best eens wat vaker mogen doen.”

Volgens mij zit er een koe van een probleem in de woorden “we als wetenschappers”. Misschien is het in Smeets’ vakgebied, de wiskunde, anders dan in het mijne, maar geesteswetenschappers worden getraind in allerlei kleine specialismen en precies de eigenschappen die hun het respect opleveren van hun collega-wetenschappers maken het hun onmogelijk zichzelf goed uit te leggen. Natuurlijk zijn er uitzonderingen – ik denk aan een Frits van Oostrom – maar dat zijn bijna altijd mensen die hun wetenschappelijke vorming hebben gehad vóór de kaalslag in de jaren tachtig, toen de opleidingen werden gereduceerd tot vier jaar, ofwel drie jaar minder dan nodig is. De academische reactie was terugtrekking op nóg kleinere specialismen en dus nóg minder kans het grote publiek te bereiken. De humaniora, die ooit de samenleving algemene vorming hadden te bieden, verschraalden tot geesteswetenschappen en specialiseerden zich de irrelevantie in.

Lees verder “MoM | Academisch aanbod en publieke vraag (2)”

MoM | Academisch aanbod en publieke vraag (1)

Het Meisje van Yde (©Drents Museum, Assen)

“Wetenschappers”, schrijft hoogleraar wetenschapscommunicatie Ionica Smeets dit weekend in haar wekelijkse column in De Volkskrant, “mogen best wat vaker voldoen aan de vraag om verzoeknummers”. Ze eindigt haar stukje met een kristalhelder, door de Vlaamse filosoof Jean Paul Van Bendegem bedacht voorbeeld: de fictieve discipline “Buitenlandse reizen”. Haar eerste beoefenaren

ontdekken dat reisgidsen een belangrijke factor zijn bij buitenlandse reizen. In de loop der jaren verdiept het onderzoek zich en ontstaan er groepen onderzoekers die zich helemaal specialiseren in de vormgeving van reisgidsen. Eén getalenteerde wetenschapper verdiept zich jarenlang in drukinkten.

Vervolgens krijgt hij het verzoek om een lezing te geven bij een culturele vereniging die een avond organiseert met als thema: “Wat heeft de wetenschap ons te zeggen over buitenlandse reizen?” De beste man vertelt een enthousiast verhaal over druktechnieken, de geschiedenis van inkt en allerlei fascinerende aspecten van drukinkt. Hoe boeiend dat verhaal ook is, na afloop zal het publiek zich volkomen terecht afvragen wat dit alles in hemelsnaam te maken heeft met buitenlandse reizen. En wat de wetenschap nu eigenlijk te zeggen heeft daarover.

Lees verder “MoM | Academisch aanbod en publieke vraag (1)”