Gepolitiseerde geschiedenis

Kleio, de beschermgodin van de historische wetenschappen, op een mooi mozaïek uit Jerash (Altes Museum, Berlijn).

Het staat er dus echt. “Het kabinet moet de Nederlandse historie beter uitdragen.” Concreet willen de fractievoorzitters Pieter Heerma (CDA) en Klaas Dijkhoff (VVD) dat er meer aandacht komt

voor het Plakkaat van Verlatinghe (1581), de Unie van Utrecht (1579) en de Apologie van Willem van Oranje (1580) … bijvoorbeeld in een permanente tentoonstelling.

Het venijn komt even verderop: de twee heren storen zich aan de discussie over de Nederlandse geschiedenis en noemen als voorbeeld het stormpje in een glaasje water over de naam “Gouden Eeuw”.

Lees verder “Gepolitiseerde geschiedenis”

De ironie van De Volkskrant

Wie zich ergert aan de zelfbewieroking van de humaniora, de geesteswetenschappen, de culturele sector, alfa’s of hoe u het ook wil noemen, heeft niet helemáál ongelijk.

Mijn blogje van gisteren over het gebruik van het woord “pretstudies” in een kop in De Volkskrant leverde nogal wat reacties op. Soms instemmend, soms ook met de strekking “Waar maak je je druk over? De ironie blijkt toch uit de aanhalingstekens?”

Misschien heb ik zulke reacties in de hand gewerkt door in mijn stukje een onhandig voorbeeld te geven, namelijk “De azijnbode” als synoniem voor een gewaardeerd ochtendblad. Als iemand die term gebruikt, wordt de ironie meteen herkend omdat iedereen weet dat het gaat om De Volkskrant. Dat ligt anders bij “pretstudies”. Het publiek kan immers nauwelijks ontdekken waar het feitelijk om gaat. Dat de officiële naam – voor zover die bestaat – valt weer te geven als “humaniora”, als “geesteswetenschappen”, als capaciteitsgroepen in de “Humanities Cluster”, als “alfa-wetenschappen”, als “culturele wetenschappen”, als “letteren” en Joost mag weten wat nog meer, is illustratief voor deze onduidelijkheid.

Lees verder “De ironie van De Volkskrant”

Kwakgeschiedenis: Daar is Trouw weer

Amulet uit Xanten

Archeologen vinden, zoals ze zelf zeggen, alleen maar sporen van resten van overblijfselen. Die uit de grond halen is al lastig. Het echte werk moet dan nog beginnen: de interpretatie, waarbij het vaak draait om vergelijkingen met soortgelijke vondsten elders. Teksten en de resultaten van antropologisch onderzoek zijn ook middelen om verder te komen. Plus een stevige hoeveelheid logisch nadenken. Herinterpretaties van bestaande vondsten zijn, zoals in elke wetenschap, aan de orde van de dag.

Daarna blijft er nog een hele hoop over waarvan je geen idee hebt wat het is.

Gelukkig is er de Eerste Hoofdwet van de Archeologie: als je niet weet wat het is, is het vast religieus. Combineer dit met het voortleven van het Victoriaanse idee dat alle antieke religie ging over vruchtbaarheid en presto, je kunt elk voorwerp alsnog van een verklaring voorzien. Het helpt daarbij dat nogal wat voorwerpen staaf- of cirkelvormig zijn, zodat je er altijd wel een fallus of vagina in kunt herkennen.

Lees verder “Kwakgeschiedenis: Daar is Trouw weer”

Als een wetenschap kapot gaat

Een mummie-kartonnage (Archeologisch Museum, Zagreb)

Dit is een zelfstandig vervolg op een stukje dat ik eerder schreef over het papyusfragment dat bekendstaat als eerste-eeuwse Marcus. U hoeft het niet eerst te lezen want het stukje van vandaag staat op zichzelf, maar als u het eerdere stukje toch leest, hebt u weer even paraat waarom papyri zonder geldige provenance wetenschappelijk van nul en generlei waarde zijn, dat een eerste-eeuws fragment van het Evangelie van Marcus niet bleek te zijn wat het leek, dat de vooraanstaande Oxford-geleerde Dirk Obbink lijkt te hebben gelogen en gestolen, dat een grote Amerikaanse collectie  (de Green Collection) heeft opgetreden als heler en dat Oxford een onderzoek instelt.

Wat is het nieuws? Per e-mail verneem ik dat Obbink nu is “suspended” van de Association Internationale de Papyrologues. Dat is een heel harde en gelukkig zeldzame maatregel, die een halve eeuw geleden voor het laatst is genomen (in 1972 om precies te zijn). Zo’n besluit neemt zo’n organisatie niet lichtvaardig en zéker niet als het gaat om iemand die werkelijk vooraanstaand is. Nu is “vooraanstaand” natuurlijk zo’n flauw compliment dat eigenlijk niks betekent, ongeveer zoals Wim Kan alle bewindspersonen “zéér bekwaam” noemde, maar Obbink is echt wel iemand. Ik heb lang geleden al eens geschreven over zijn ontdekking van een enorme lap van een tragedie van de joodse auteur Ezechiël. Wat nu gebeurt is ongeveer hetzelfde als wanneer een club een Nobelprijswinnaar royeert. Er moet verdraaid overtuigend bewijs zijn.

Lees verder “Als een wetenschap kapot gaat”

Efficiënt desinformeren

Zo ziet een archeologisch depot er van binnen uit. Niks zakken vol scherven dus. (Limburgs archeologisch depot De Vondst, Heerlen)

De hoeveelheid onzin die over de Oudheid wordt uitgekraamd, is groot, heel groot. Daar kun je je schouders over ophalen, maar dan blijft die onzin zich verspreiden en gaan steeds meer mensen denken dat de Oudheid onzin is. Dat. schiet. ook. al. lekker. op. We mogen de schouders dus niet ophalen. Een professionele wetenschapsvoorlichting is, als het gaat over de Oudheid, vermoedelijk minder gebaat bij het verstrekken van juiste informatie dan bij het weerleggen van onjuiste informatie en bij uitleg van het wetenschappelijk proces.

Dit geldt des te meer als hoogleraren onzin verspreiden, want het publiek neemt zo’n hoogleraarstitel serieus. Het geldt helemáál als een hoogleraar onzin uitslaat in een gerespecteerd medium zoals De Volkskrant. En raad eens? Afgelopen zaterdag mocht Bas Haring, hoogleraar publiek begrip van wetenschap, dingen zeggen over biodiversiteit. Samengevat zegt hij dat we niet alle soorten kunnen beschermen en dus moeten selecteren. Daarover heb ik verder geen mening, maar ik heb wel wat te zeggen over iets wat Haring terloops zegt, namelijk dat het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden een probleem heeft.

Dat heeft een magazijn vol grote zakken met opgegraven scherven uit het verleden. Op een gegeven moment komt dat in de weg te staan.

Lees verder “Efficiënt desinformeren”

Twee soorten eruditie

Het Renaissance-ideaal van algemene ontwikkeling, maar dan op z’n middeleeuws: de Zeven Vrije Kunsten. Afbeelding uit de Hortus Deliciarum, ca.1180.

Soms komt dezelfde vraag van verschillende kanten op je af. In de mooie biografie die Annet Mooij wijdde aan Gisèle van Waterschoot van der Gracht en waarover ik nog zal bloggen, kwam ook de culturele kring van haar huisgenoten aan de orde, mannen die graag samen teksten lazen. Mooij geeft verschillende keren een overzicht van hun lectuur en dat is dan voornamelijk poëzie van Stefan George, Friedrich Hölderlin en William Shakespeare. Niks mis mee, maar ik was verbaasd over de eenzijdigheid van dit programma. Echt erudiet kan ik het namelijk niet noemen, terwijl deze mannen toch streefden naar culturele groei.

Wat me brengt bij de vraag wat eruditie is. Die vraag kwam impliciet ook aan bod in een stuk dat mijn collega Marcel Hulspas onlangs schreef op de weblog van de VWN: vijf redenen waarom er een nonfictie-prijs moet komen. Nu ben ik zelf niet zo van de prijzencircussen, maar dat belet me niet te zien dat Hulspas een punt heeft. Hoewel er veel literaire prijzen zijn, is nonfictie stiefmoederlijk bedeeld, al worden pogingen ondernomen dat te repareren. Hulspas doet ze af als halfwassen:

Onlangs maakte de Bookspot-prijs (dat was ooit de AKO-literatuurprijs) bekend dat ze voortaan ook een nonfictie-prijs willen uitreiken. Daarvoor is de literaire jury uitgebreid met één (1, one, uno) historicus, die blijkbaar geacht wordt chemie, wiskunde, theologie, biologie, sociale wetenschappen, natuurkunde en rechtswetenschappen er ‘even bij te doen’.

Lees verder “Twee soorten eruditie”

Drie voorbeelden

Soms voel ik me de koning te rijk

Twee weken geleden bestond mijn blog acht jaar en ik had me voorgenomen een stukje te schrijven over drie blogs die me de afgelopen jaren als voorbeeld hebben gediend. De actualiteit sprong er die dag voor, maar eigenlijk had ik een compliment willen geven aan Peter Breedveld, een van de eerste bloggers in Nederland en qualitate qua iemand die allerlei dingen heeft bedacht. Zijn blog Frontaal Naakt had bijvoorbeeld aanvankelijk de vorm van een tijdschrift dat op zondag verscheen met een aantal stukken. Het was Breedveld die – vermoedelijk niet als enige maar wel als eerste binnen mijn horizon – zag dat die vorm niet werkt. Je moet je stukken verspreid over de week publiceren.

Ook als het gaat om het definiëren van een thema, is Breedveld een voorganger. Simpel gezegd: met schrijven over alles wat bij je opkomt of met het bijhouden van een kroniek van alledag draag je niets zinvols bij. Je moet een thema hebben om herkenbaar te zijn. Breedvelds blog is van breed en algemeen cultureel geradicaliseerd naar een verzameling (naar mijn smaak: te) scherpe stukken over iedereen die kritisch is over de multiculturele samenleving; zelf ben ik me gaan toeleggen op het informeren over de ontwikkelingen in de oudheidkunde. Dat is een andere richting maar dat doet niet af aan het feit dat ik me, net als Breedveld, ben gaan beperken. Een wegbereider moet hij helaas ook zijn op het gebied van modereren, het bannen van vervelio’s, het problemen krijgen met stukken en de noodzaak te beschikken over de adviezen van een jurist. Het feit dat Breedveld ondanks weerstand door blijft gaan, vind ik knap.

Lees verder “Drie voorbeelden”