Het oudhistorisch handboek

De auteur van een handboek heeft het in één opzicht makkelijk. Hij schrijft voor een publiek van eerstejaarsstudenten die ervoor hebben gekozen een bepaalde studie te doen. Je zou deze doelgroep, omdat ze het belang van het vak niet ter discussie stelt, wetenschapspositief kunnen noemen. Deze welwillende houding heeft als gevolg dat de auteur geen bladzijden hoeft te besteden aan uitleg van waartoe dat vak dient. Hij kan het boek gewoon tjokvol stoppen met conclusies. Dat het handboek dient voor een bepaald vak, geeft bovendien een duidelijke begrenzing. Zo, met een afgebakend vakterrein en een positieve doelgroep, kan een handboek zijn doel dienen: het is de basis voor werkcolleges, waarin studenten leren dat wat een handboekauteur schrijft, wordt tegengesproken door andere geleerden.

Geen consensus

Dat is niet omdat een handboekauteur niet alles weten kan, al speelt ook dat een rol. Veel belangrijker is dat er over veel zaken geen consensus is. Ik lees bijvoorbeeld zojuist dat Filippos II van Macedonië wegens een privéruzie werd vermoord. Misschien is dat zo, maar de voornaamste bron over de moord zegt expliciet dat de moordenaar wegrende naar enkele klaar gezette paarden, meervoud, wat de mogelijkheid opent dat er sprake was van een handlanger, een complot en een politiek motief. Er is dus discussie mogelijk en de auteur van een handboek presenteert alleen zijn eigen keuzes.

Dat is al moeilijk genoeg. Als de handboekauteur het makkelijk heeft door een heldere doelgroep, afbakening en doel, wil dat nog niet zeggen dat het ook in andere opzichten eenvoudig is.

Lees verder “Het oudhistorisch handboek”

Derde Symposium voor Wetenschapsbloggers

Het eerste symposium

Op 19 februari vindt alweer het Derde Symposium voor Wetenschapsbloggers plaats. Na edities in Amsterdam en in Nijmegen is deze aflevering online. De aflevering van dit jaar heeft, mede vanwege de aanstaande Tweede Kamerverkiezingen en de gebeurtenissen van het afgelopen jaar, als thema:

wetenschap en politiek.

Dat veel wetenschappers maatschappelijk en/of politiek relevant onderzoek uitvoeren, staat vast. Maar hoe deel je je onderzoeksresultaten op een effectieve manier met de politiek? Deze online-middag draait om de manieren waarop je je onderzoek toegankelijk kan maken voor politici en beleidsmakers. Waarom zou je hier zelf tijd aan besteden, en hoe kan je dit effectief doen? In hoeverre zouden wetenschappers politiek betrokken moeten zijn? En kunnen blogs hierbij een rol spelen?

Lees verder “Derde Symposium voor Wetenschapsbloggers”

GrondslagenNet (2)

In oktober legde ik op deze plaats uit dat ik langzaam – en eerlijk gezegd: te laat – tot het inzicht was gekomen dat ik, door elke maand in een nieuwsbrief het nieuws over de Oudheid samen te vatten, in feite het verkeerde deed. Natuurlijk, ik gaf aan wanneer archeologen weer eens overdreven. (Hier en daar hoort u het ook eens van een ander.) Ook gaf ik aan wat er nu weer verkeerd was met papyri. Maar ook als je slechte informatie identificeert, bied je er een platform aan. Het is beter iets positiefs te doen. Daarom ben ik eind november GrondslagenNet begonnen. Weliswaar wat minder actueel, maar in elk geval zonder malligheid en mét de mogelijkheid tot verdieping.

423 stukjes

En dat was, in deze eerste fase, het moeilijke punt. Een tweedelijnsvoorlichting, waarin je uitlegt wat een wetenschap maakt tot een wetenschap, kan op zichzelf staan. Het trekt weinig publiek, zeker, maar het kan. Een eerstelijnsvoorlichting, waarin je aandacht en dus publiek trekt, kan daarentegen niet op zichzelf bestaan. Mensen die echt belangstelling beginnen te krijgen, blijven dan immers onbevredigd achter, concluderen dat het alleen maar aandacht trekken was, redeneren dat het geen diepgang heeft en keren zich van je af. Dan heb je de mensen die normaalgesproken je signaal versterken, omgezet in mensen die vertellen dat je niets te melden hebt. Om die fout niet te maken, zorgde ik ervoor dat de tweede lijn er vanaf het begin zou zijn.

Lees verder “GrondslagenNet (2)”

“Vrouw doet vondst”

Je wordt wakker en kijkt even op je telefoon of de wereld nog bestaat. En jawel hoor. Er verbetert niks. Zo was er het artikel waarvan u de kop hierboven ziet. Vrouw doet vondst. Dat is die beroemde vrouw die we ook kennen van “vrouw benoemd als minister”, “vrouw commandeert luchtmobiele brigade” en “vrouw CEO bij groot bedrijf”. Die vrouw heeft het er maar druk mee. En dan doet ze nog archeologische ontdekkingen ook.

Nu kan ik me heus wel voorstellen dat het soms relevant is dat deze of gene vrouw ergens een glazen plafond breekt. Zo heeft Nederland nog geen vrouwelijke premier gehad. In de archeologie is het echter misleidend te benadrukken dat iemand een vrouw is. Archeologie is een wetenschap en in de wetenschap streven ze naar conclusies die zo waar mogelijk zijn, ongeacht wie ze trekt – ongeacht godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of wat dan ook.

Lees verder ““Vrouw doet vondst””

Waar Salome danste – of zoiets

Desinformatie is lastig te stoppen, zeker als ze zich vermomt als wetenschap. En ze is helemaal lastig te stoppen als er een element van erotiek is. Dus ik schrijf maar even: nee, de zaal waar Salome danste voor Herodes Antipas is niet ontdekt. Ook al beweert Ha’aretz dat wel in een stuk over het heuvelfort-paleisje Machaerus, dat even ten oosten van de Dode Zee ligt.

Waarom is dit de plaats niet waar Salome danste en, toen haar stiefvader haar een beloning beloofde, vroeg om het hoofd van Johannes de Doper? Primo, we hebben nul bewijs dat Salome in Machaerus is geweest. We hebben één bron over die dans en het verzoek om de onthoofding, namelijk het evangelie van Marcus (6:17-28), en we hebben een andere bron waarin staat dat Antipas een opstand vreesde en hem in Machaerus liet terechtstellen, Josephus. Het enige wat ze gemeenschappelijk hebben is dat Antipas opdracht gaf Johannes de Doper te executeren. We lezen daarbij tegenstrijdige motivaties.

Lees verder “Waar Salome danste – of zoiets”

Dank u wel!

Het is tijd voor een woord van dank. Twee weken geleden ging de groepsblog voor archeologen, classici, oudhistorici en andere oudheidkundigen van start: #GrondslagenNet. We zitten, zoals gepland, in een fase waarin we vooral proberen te kijken of het project technisch haalbaar is, of er voldoende mensen aan willen meewerken en of er eigenlijk wel voldoende vraag naar één oudheidkundig platform is. We hebben tot nu toe weinig reden om te klagen.

Wat betreft de techniek: het gaat allemaal alleszins redelijk. Er zijn wat kleine moeilijkheidjes, maar omdat die handmatig zijn te verhelpen, laten we die voorlopig wat ze zijn. Tot de evaluatie eind januari is dat best vol te houden. Als we in het voorjaar besluiten verder te gaan, zullen we er eens echt naar kijken.

Lees verder “Dank u wel!”

Het is wél ons probleem

Nou, nou. Dat was weer brekend nieuws zeg! Israëlische archeologen vonden in een Byzantijnse kerk een inscriptie ter ere van de Griekse god Pan. Je probeert natuurlijk meteen te bedenken wat dat grote nieuws kan zijn. Dat kerkenbouwers weleens oude stenen hergebruikten en dat daarop weleens een oude tekst stond? Geen nieuws. Dat heet spolia. Gangbare praktijk. De vroege christenen vonden heidense teksten extra leuk, want het hergebruik suggereerde dat de oude goden machteloos waren. Of is het nieuws dat Pan vereerders had in Israël? Nee, dat wisten we allang en er zijn diverse inscripties die documenteren dat Joden “ere zij god” zeiden tegen Pan. Joden offerden weliswaar aan één godheid maar dat wil niet zeggen dat ze andere goden niet erkenden.

Het enige dat nieuw lijkt, is de gelijkstelling van Pan aan de god van Baalbek. Dat was echter al een samenraapsel van een onbekende orakelgod, de Kanaänitische stormgod Hadad, een Egyptische zonnegod en de Griekse Zeus. Daar kon Pan dus ook wel bij. Godsdiensthistorici vinden de nieuwe inscriptie daarom leuk, maar dat wil niet zeggen dat het ook in de krant moet. Nieuwe informatie is niet per se nieuws.

Lees verder “Het is wél ons probleem”

Kersthoax: Het huis van Jezus

Ik kon, betreffende de Tweede Hoofdwet van de Archeologie, niet méér op mijn wenken worden bediend dan door de Britse archeoloog Ken Dark. Hij kwam al eerder in het nieuws met de paashoax van dit jaar: Nazaret was groter dan gedacht. Nu lijkt hij een kersthoax voor te bereiden: hij heeft mogelijk het huis van Jezus’ ouders opgegraven!

Het is niet helemáál uit te sluiten, want de vroege christelijke gemeenschap zal de plek in ere hebben gehouden en hebben herinnerd. De vraag komt wel op waarom keizerin Helena er dan niet een archeologisch vindbare kerk overheen heeft gebouwd, zoals ze over het graf heeft gedaan. Het feit dat die vierde-eeuwse basiliek ontbreekt, suggereert vrij sterk dat de christenen destijds niet wisten waar het huis was geweest waar hun verlosser zijn jeugd had doorgebracht.

Lees verder “Kersthoax: Het huis van Jezus”

Het nieuwe Thermenmuseum

Twee antieke grafstenen met een animatie van een crematie op een grafveld

Voor wie het Thermenmuseum in Heerlen nog niet mocht kennen: het is gewijd aan een van de grootste Romeinse ruïnes benoorden de Alpen. Coriovallum, zoals Heerlen destijds heette, was aanvankelijk de voornaamste nederzetting van een lokale stam. Fijne klei in de beekdalen zorgde ervoor dat hier veel pottenbakkers kwamen wonen. (Ik blogde vorige week over Lucius en Amaka.) Een Romeinse weg verbond het stadje met Bavay en Keulen en met de rest van de wereld, terwijl een andere weg leidde naar het noorden en naar Aken. Ergens in het midden van de eerste eeuw n.Chr. verrees hier ook een badhuis. Voor reizigers, voor soldaten, voor pottenbakkers en voor iedereen die verlost wilde zijn van het stof en zweet. En voor iedereen die gewoon behoefte had aan een babbel.

Kortom, Coriovallum was een van de vroegste centra van de romanisering in de Lage Landen. Een van de laatste ook. Nog in de vijfde eeuw n.Chr., toen andere nederzettingen allang waren opgegeven, woonden hier soldaten die zich identificeerden met het Romeinse Rijk. Het badhuis lijkt nog altijd te hebben gefunctioneerd. De opgraving documenteert dus een periode van een half millennium – het eerste kwart van de geschiedenis van de Lage Landen.

Lees verder “Het nieuwe Thermenmuseum”