Het visioen van Constantijn (3)

Constantijn (munt uit Museum Valkhof, Nijmegen)

Eén muisklik en het manuscript van Het visioen van Constantijn ging, gisteren rond kwart voor twee, naar uitgeverij Omniboek. Het had er nog even om gehangen of ik de deadline zou halen, want een dag ervoor had ik ineens een klus tussendoor gekregen, maar uiteindelijk leverde ik de tekst in op de afgesproken dag. Het is nu in handen van de vormgever.

Over een tijdje zullen mijn coauteur Vincent Hunink en ik proeven moeten gaan lezen. Dat is het moment waarop ik zal zien dat ik oliebollen van zinnen heb gedraaid en redenaties heb opgehangen die voor mijzelf perfect helder waren, maar voor anderen totaal onbegrijpelijk. Dergelijke stommiteiten haal je dan weg en als je het boek dan eindelijk in handen hebt, is het allereerste wat je ziet een fout die je over het hoofd zag. Zo gaat het namelijk altijd. Het is een onhebbelijke gewoonte van verborgen gebreken dat ze nooit verborgen blijven.

Lees verder “Het visioen van Constantijn (3)”

Oog op de Oudheid

Ik blogde een dag of tien geleden over “Oog op de Oudheid”, het evenement dat het Rijksmuseum van Oudheden (RMO) en RomeinenNU organiseren om een brug te slaan tussen de traditionele Week van de Klassieken en de Romeinenweek. Want laten we eerlijk zijn: ook al zijn de oude wereld en de klassieken interessant genoeg om elk jaar tweeënvijftig “weken van” te organiseren, het is toch wel een beetje mal dat we met twee vergelijkbare evenementen zitten. Laten we er geen doekjes om winden: de oudheidkundigen zijn verdeeld en daarom organiseren het RMO en RomeinenNU dus een verbindend evenement. Los daarvan willen de organisatoren ook wat meer verdieping bieden.

Zoals gezegd: het gaat om vier avonden in het RMO op 10, 17 en 24 april en 1 mei. Ze beginnen allemaal om 20:00 uur (zaal open 19:30), bestaan uit steeds twee presentaties, worden gepresenteerd door classica Tazuko van Berkel en afgerond door een korte discussie onder leiding van wetenschapsjournalist Marcel Hulspas. In de pauze schenkt Eet!verleden een moderne wijn op Romeinse basis.

Lees verder “Oog op de Oudheid”

Oog op de Oudheid

Zoals ik al eens eerder heb aangegeven, hebben we naast de traditionele Week van de Klassieken, waarin in heel Nederland en België de oude wereld in het zonnetje wordt gezet, ook een Romeinenweek met speciale aandacht voor de Lage Landen in de Romeinse tijd. Eigenlijk is zo’n doublure vooral logisch, aangezien iedereen (nou ja, bijna iedereen) geboeid is door de “age of experiment” die de Oudheid nu eenmaal is. Toch zijn er ook nadelen en daarom zullen het Rijksmuseum van Oudheden (RMO) en RomeinenNU de twee evenementen verbinden door “Oog op de Oudheid”: vier dinsdagavonden in het museum, waarop de laatste ontwikkelingen uit de doeken worden gedaan.

Zoals het programma er nu uit ziet – dus met een slag om de arm – vindt elke avond plaats in de Tempelzaal van het RMO, begint het om 20:00 (zaal open 19:30), wordt het gepresenteerd door classica Tazuko van Berkel, is er een pauze met Romeinse wijn van  Eet!verleden, en eindigt het rond de klok van tienen met een korte discussie onder leiding van wetenschapsjournalist Marcel Hulspas.

Lees verder “Oog op de Oudheid”

MoM | Over wetenschapscommunicatie

Het leuke van een eigen blog is dat je kunt doen en laten wat je zelf wil. Vandaag dus een “Methode op Maandag” die niet gaat over methode, al heeft dit stukje daarmee gemeen dat het geen “schrijven over de Oudheid” is maar “schrijven over oudheidkunde”. Ik had namelijk een beknopt overzichtje nodig waarin alles over online-voorlichting over de Oudheid bij elkaar staat. Vandaar. Voor de vaste lezers van deze blog vertrouwde stof.

***

Om te beginnen: de opkomst van het internet heeft de ontwikkeling van de wetenschapscommunicatie versneld. In de jaren tachtig gold nog dat er sprake was van een “zender” (de wetenschapper), die zijn inzichten “populariseerde” ten behoeve van de “ontvangers” (de burgers), maar dat is inmiddels achterhaald – en was dat eigenlijk destijds al. Dat oude populariseren wordt tegenwoordig vooral sarcastisch aangeduid met een knipoogje naar de Rijdende Rechter: “dit zijn de feiten en daarmee moet u het doen”.

Wat schort eraan?

De tweede lijn

Er is al sinds de jaren zestig een overaanbod aan informatie en dat dwingt iedereen selecties te maken. Dat heeft een gevolg voor de receptie van de informatie: het publiek is niet langer een passieve ontvanger maar een actieve selecteerder. Er zijn wat theorieën met gruwelnamen als PUS en PAS en PES en PPS, en het is u vergeven als u die wil vergeten, maar samengevat komen ze er allemaal op neer dat de wetenschap een stap extra moet zetten om te tonen wat haar aanbod beter maakt dan andere vormen van informatie. We moeten uiteraard de conclusies presenteren (de “eerste lijn”) en we moeten dat doen waar mensen die vinden (hier dus, waar u dit nu leest, op het internet), maar we moeten óók inzicht verschaffen in het wetenschappelijk proces. Ik verwijs maar weer eens naar Tussen onderzoek en samenleving (2013).

Eén aspect is uitleg van de methode. Dat hoeft voor het publiek niet de eerste kennismaking met het vak te vormen, maar deze informatie – de tweede lijn – behoort in een professionele voorlichting wel beschikbaar te zijn. Met een muisklik. Van een wetenschap die dit nalaat, zullen mensen denken dat er geen methode is, dat een wetenschappelijke opleiding overbodig is en dat iedereen kan bijklussen. Dan roep je het dilettantisme over je af en elke oudheidkundige heeft daarmee ervaring.

De noodzaak uit te leggen wat wetenschappers doen komt niet alleen voort uit de noodzaak te concurreren met andere bronnen van informatie, maar ook uit de snelle groei van het aantal hoogopgeleiden, die een hoge informatiebehoefte hebben. Blijft deze onbeantwoord, dan gaan ze zelf op zoek naar informatie en als dan niet is getoond hoe de geesteswetenschappen functioneren, is de kans reëel dat ze een kwakhistorische theorie aanvaarden en uitgroeien tot wetenschapssceptici. Dat aan het begin van deze eeuw het negentiende-eeuwse, allang weerlegde frame herleefde dat het oude Nabije Oosten mystiek, religieus en despotisch is geweest en dat het westen rationeel, humanistisch en democratisch was, hangt ermee samen dat de oudheidkundige wetenschapsvoorlichting niet met het publiek is meegegroeid.

De derde lijn

Overigens snijd je niet alle scepsis de pas af door het wetenschappelijk bedrijf uit te leggen. Het is namelijk helaas niet waar dat mensen de conclusies van de wetenschap vanzelf aanvaarden als hun “science deficit” eenmaal is verholpen. Een deel van de scepsis komt voort uit onwil te aanvaarden dat de wetenschappelijke methode werkelijk de meest redelijke is. Of liever gezegd: de minst onredelijke.

De reden van deze onwil is meestal dat mensen om een of andere reden bezorgd zijn. De Iraanse nationalisten die (in lijn met de propaganda van de laatste sjah) menen dat de Cyruscilinder een mensenrechtendocument is, worstelen nog met de trauma’s van de Iraanse Revolutie. (De kwestie is trouwens weer actueel.) De afrocentristen of afrikanisten, die menen dat Egypte een “zwarte” cultuur is geweest waar een flink deel van de Mediterrane culturen ideeën aan heeft ontleend, hebben te maken met een alleszins reële achterstelling op de arbeidsmarkt. De Jezusmythicisten, die denken dat Jezus een mythisch figuur was, maken zich zorgen over religieus fundamentalisme. Deze mensen vinden elkaar op eigen internetfora, delen uit het informatieoveraanbod dezelfde gegevens en versterken elkaar.

Er is daarom een derde-lijns-informatievoorziening nodig, die erop is gericht de discussie over de bezorgdheid te scheiden van de wetenschappelijke discussie. Dat moet je doen in een persoonlijk gesprek. Een mooi voorbeeld is hoe de bioloog Ronald Plasterk de tijd nam om Andries Knevel uit te leggen dat de evolutieleer niet betekende dat God geen zorg voor de mensen zou hebben.

Drie dingen staan als een paal boven water:

  1. Om een wetenschappelijke discipline ten gronde te richten, volstaat het de voorlichting te beperken tot presenteren van de inzichten; de mechanismen waarmee scepsis groeit, zullen de rest doen.
  2. Het gaat natuurlijk sneller als je je vak überhaupt niet uitlegt of afziet van aanwezigheid op het internet.
  3. Zonder derde lijn van persoonlijke communicatie zullen sceptici een discipline blijven achtervolgen.

De noodzaak een derde lijn te ontwikkelen past slecht bij de huidige universiteit die, zoals ik De klad in de klassieken constateerde, niet de ideale inbedding is voor het maatschappelijk functioneren van de geesteswetenschappen (meer, meer). We moeten in feite een nieuwe kennisinfrastructuur ontwerpen en als we, ontwerpenderwijs, constateren dat de universiteit een geschikte vorm is, bon, maar het bestaan van universiteiten kan niet langer het vanzelfsprekende vertrekpunt zijn van het wetenschapsbeleid.

Bad information drives out good

Ik zie die hervorming er niet komen. Wat we echter minimaal kunnen doen, is stoppen met het online plaatsen van verouderde informatie. U zegt dat dat logisch is en u hebt gelijk, maar Google scant het ene negentiende-eeuwse boek na het andere in en plaatst het online. Als er (populair)wetenschappelijke tijdschriften digitaal beschikbaar komen, betreft het altijd oude jaargangen met verouderde inzichten.

Verder moet actuele informatie even gemakkelijk te vinden zijn als oude. Helaas liggen wetenschappelijke publicaties doorgaans achter betaalmuren, waardoor degene die in een discussie met een kwakhistoricus wil verwijzen naar actuele inzichten, nu al jaren op achterstand staat. Bad information drives out good. Weliswaar zullen de betaalmuren over een paar jaar worden geslecht, maar de VSNU heeft nog geen plan aangekondigd om de verouderde inzichten terug te dringen die de laatste jaren zijn teruggekeerd. Martijn van Calmthout grapte onlangs dat hij de kwestie eens aan de minister zou voorleggen, maar het is triest dat een grapje van een columnist onze enige hoop is.

Geen enkele oudheidkundige is verbaasd over de aanval op de waarheid die we nu onder Trump tot wasdom zien komen. De oudheidkunde is immers de laatste jaren de generale repetitie geweest. Elke oudheidkundige heeft de kloof zien groeien tussen enerzijds de wetenschap en anderzijds een naar verouderde opvattingen en andere onzin terugkerend publiek. Desinformatie is als tandpasta die uit de tube is geduwd: het zal nog een hele klus zijn die erin terug te duwen. We moeten een professionele wetenschapsvoorlichting bouwen.

Onze troeven

Daarbij hebben we geweldige troeven. Om te beginnen vindt iedereen de Oudheid boeiend. Het is nu eenmaal “the age of experiment” waarin alles voor het eerst is gedaan. Het tijdvak trekt weliswaar een hoop pseudowetenschappers, kwakhistorici en sceptici aan, maar hun belangstelling toont ook dat het vak geliefd is.

Nog een troef: slechts weinig disciplines kunnen trots hun data tonen, maar wij hebben geschreven bronnen en allerlei vondsten. Het publiek vindt dat geweldig. De bezoekersaantallen van de Nineveh-expositie in het Rijksmuseum van Oudheden overtreffen de verwachtingen. Het geweldige is dat we de puzzel waarmee we van die data komen tot onze conclusies, kunnen uitleggen en mensen een reden kunnen bieden om zich verder in ons vak te verdiepen: er is steeds iets interessants te ontdekken.

Kortom, nog is niet alles verloren. Maar we moeten wel eens aan het werk.

[Geschiedenis is geen amusement, leuk voor een vrijblijvend stukje in een tijdschrift of een item op TV. Het is een wetenschap. In de reeks “Methode op Maandag” (MoM) leg ik uit wat de oudheidkundige wetenschappen, en de historische wetenschappen in het algemeen, maakt tot wetenschappen. Een overzicht van deze en vergelijkbare stukjes is hier.]

Het nieuwe jaar

vuurwerk

Wat mag u dit jaar zoal op deze blog verwachten? IJs en weder dienende reis ik in april weer naar Cyprus en in oktober opnieuw naar Armenië, landen waarover ik graag opnieuw zal schrijven. Wellicht ga ik in mei ook naar Griekenland, Albanië en de Voormalig Joegoslavische republiek Macedonië, al is dat nu nog niet helemaal zeker. Verder ben ik uitgenodigd voor een bruiloft in Libanon en heb ik oudejaarsavond met vrienden gesproken over een reis naar de Verenigde Staten, maar of het het komende jaar ook daarvan zal komen? Tussen droom en daad mogen hier dan weliswaar geen wetten in de weg staan, maar er zijn wel wat praktische bezwaren. Zoals geld. En tijd. En planning. In elk geval zal ik erover bloggen als het geluk me mocht toelachen.

De trouwe lezers van deze blog weten dat in april een boekje van mijn hand zal uitkomen, Het visioen van Constantijn, waarin ik de oudste tekst over dat bovennatuurlijke verschijnsel (vertaald door Vincent Hunink) zal proberen uit te leggen. Over dat boekje zal ik ook weleens bloggen. Ik heb in elk geval plezier in het schrijven. Mocht het u nu al interesseren: meer gegevens vindt u hier, u bestelt het alvast bij mijn favoriete Amsterdamse boekhandel (ook als u niet in Amsterdam woont) en de presentatie is in de Romeinenweek van 2018.

Lees verder “Het nieuwe jaar”

Christenvervolging? (3)

[Dit is het slot van een beschouwing over Candida Moss’ boek The Myth of Persecution. Het eerste deel is hier.]

Zoals gezegd deel ik Moss’ zorgen over het dualisme in het Amerikaanse christendom maar heb ik enkele problemen met The Myth of Persecution. In de eerste plaats: Moss meent dat ze het Amerikaanse christendom kan veranderen door te tonen dat het anders geworteld is dan de gelovigen denken. Als er geen vervolging is geweest in het verleden, kan het dualistische wereldbeeld van hedendaagse christenen, die menen dat ze door andersdenkenden worden vervolgd, veranderen, bijvoorbeeld doordat ze gaan denken dat wie anders denkt óók gelijk kan hebben.

Dat lijkt me een overschatting én een onderschatting van de menselijke natuur. Het is een onderschatting, want mensen hebben geen geschiedenisles nodig om van mening te veranderen. Ze zijn slim genoeg. Slavernij is verboden, hoewel het was gelegitimeerd in de Bijbel en het Romeins Recht. In de negentiende eeuw is men er echter anders over gaan denken en dus verdween de slavernij (althans officieel). De ondergeschikte positie van de vrouw is op soortgelijke wijze gesloopt (opnieuw: althans officieel). Het verleden kan in dit soort discussies zowel als munitie voor als tegen een bepaalde stelling dienen en er gaat geen dwingende werking van uit.

Lees verder “Christenvervolging? (3)”

Limesmoeheid (3)

De fundamenten van een Romeinse toren bij de poort van het limes-fort te Aardenburg. Op de achtergrond liggen borden waar een link wordt gelegd met de klassieke literatuur.

Ik wees er in mijn eerste stukje op dat het project om de limes te maken tot werelderfgoed een zodanige omslag is in ons denken over de Lage Landen in de Romeinse tijd, dat de voorlichting een tweede lijn behoeft om toekomstige critici de pas af te snijden. Die ontbreekt. In het tweede stukje wees ik erop dat de limes-organisaties een tweede communicatie-infrastructuur scheppen om mensen bij informatie te krijgen, terwijl er al een functionerende infrastructuur is. Het voornaamste effect van het limes-project is verwarring.

En informatie die aan de oppervlakte blijft. De website RomeinseLimes.nl bevat (deels onjuiste) informatie waar een kind iets mee kan, maar die er niet voor zorgt dat een volwassene ontdekt dat de Romeinen belangrijk zijn of waarom de ommekeer in perspectief (van noord-zuid-kijken naar zuid-noord-kijken) een verbetering is. Zo’n website is dus contraproductief en dat geldt voor wel meer projecten rond de limes. Wie een specifieke visie op het verleden wil promoten, en niet wil lijken op een Oezbeekse of Bulgaarse propagandist, zal beter moeten bieden dan momenteel gebeurt. Ik weet dat het klinkt als een hyperbool maar ik ben serieus: zolang de limes-organisaties er niet in slagen de Romeinse tijd als een intellectueel serieus te nemen onderwerp te presenteren, dragen ze vooral bij aan de trivialisering ervan.

Lees verder “Limesmoeheid (3)”