Klassieke literatuur (5d): geschiedschrijving

Kleio, de muze van de geschiedschrijving. Mozaïek uit Zeugma, nu in Gazi Antep.

[Bij mijn mail zat onlangs de vraag welke klassieke teksten en vertalingen ik mensen zou aanraden. In deze onregelmatig verschijnende reeks zal ik een persoonlijk antwoord geven, waarbij leesplezier voorop staat. Wie zich werkelijk in de klassieke letteren wil verdiepen, kan het beste aan een universiteit aanschuiven bij een cursus, zoals deze. Voor de Latijnse literatuur kun je verder Piet Gerbrandy’s Het feest van Saturnus lezen, maar voor de Griekse en christelijke literatuur bestaat zo’n boek niet.]

Na stukjes over Herodotos en Thoukydides, de hellenistische en republikeinse geschiedschrijving en enkele auteurs van de vroege keizertijd, komen we nu bij de Late Oudheid.

De christenen namen het genre van de geschiedschrijving over. Net als de joodse auteurs van de boeken der Makkabeeën en Flavius Josephus hadden ze de gewoonte om in hun verslagen oudere documenten te citeren om zo de betrouwbaarheid van hun verhaal te bewijzen. Dat geeft aan zulke teksten een heel eigen karakter, maar roept wel de vraag op hoe betrouwbaar de citaten zijn. Omdat we de originelen soms kennen mogen we concluderen dat de christelijke auteurs de kluit niet belazerden, maar we hebben soms wel de indruk dat ze wat al te goedgelovig zijn geweest. In elk geval is Eusebius’ Kerkgeschiedenis boeiende lectuur: schrijvend nadat het christendom werd toegestaan maar voordat het zijn dogmatieke eenheid had gevonden, biedt hij rijke documentatie over de eerste eeuwen van het christendom. Er is een Nederlandse vertaling van Chr. Fahner, die ik niet heb gelezen.

Lees verder “Klassieke literatuur (5d): geschiedschrijving”

Factcheck: Hangende Tuinen?

De “East India House Inscription” (British Museum, Londen)

Voor wie nooit iets leest, is alles nieuws. Dit betekent dat je, als wetenschapper, er goed aan doet het publiek niet te veel te vertellen, want dan kun je altijd een oud kliekje opwarmen en presenteren als iets nieuws. Een loepzuiver voorbeeld van nieuws-dat-geen-nieuws-is-maar-ervoor-moet-doorgaan is het bericht dat de zogenaamde Islamitische Staat ongewild de Hangende Tuinen van Babylon zou hebben gevonden.

Nou, dus niet. En het is zelfs geen hypothese die de moeite van het overwegen waard is. Het is gewoon zoeken naar iets waarvan je weet dat het niet bestaat en toch “hebbes!” roepen.

Lees verder “Factcheck: Hangende Tuinen?”

Verleden en context

Deze dino heb ik, vermoedelijk, gefotografeerd in het National History Museum in Londen. Maar ik weet het niet helemaal zeker.
Deze gereconstrueerde dino heb ik vermoedelijk gefotografeerd in het National History Museum in Londen. Maar ik weet het niet zeker.

Binnenkort ga ik met kleine E. – over wie ik het niet meer zou hebben, maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan – naar museum Naturalis in Leiden om te kijken naar Trix, de tyrannosaurus rex die daar vorig jaar is aangekomen. Het schijnt dat de expositie een hoog Freek Vonk-gehalte heeft, dus het zal dik in orde zijn voor de kleine. Ik heb een bouwpakket van een dino gekocht zodat ze van tevoren al begrijpt dat ze een skelet kan verwachten en geen echt monster.

Monster: als kleine E. niet al wist wat een dino is en me zou vragen wat we gaan bekijken, zou ik antwoorden dat het een monster is dat niet meer bestaat. Dat laatste zal haar geruststellen, het eerste zal ze spannend vinden. Maar het is natuurlijk onzin. Ik zou al wat accurater zijn als ik zei dat het dier lijkt op een hagedis; ik zou het kunnen uitbreiden met de opmerking dat onze vogels afstammen van de dinosaurussen; en als ik heel precies zou willen zijn kan ik toevoegen dat de vogels niet afstammen van de tyrannosaurus rex maar van een andere saurussensoort. Ik weet echter vrij zeker dat kleine E. die preciseringen niet afwacht en in het museum allang is doorgelopen naar iets anders.

Lees verder “Verleden en context”

Jim Wests Bijbelcommentaar

Daniël in de leeuwenkuil (Nationaal Museum, Beiroet)
Daniël in de leeuwenkuil (Nationaal Museum, Beiroet)

Eerst even twee alinea’s met standaardopmerkingen, die de trouwe lezers van deze kleine blog al kennen. Ik heb immers al vaker verteld dat de humaniora in de kern een pedagogisch programma zijn. Zie het stukje dat ik onlangs schreef over de vraag of geschiedenis een stom schoolvak was: door kennis van het verleden begrijpen we het heden iets beter, relativeren we onze eigen opvattingen en leren we vooroordelen af. En je kunt er nog van genieten ook. Dat sloeg op geschiedenis, maar voor andere letterenstudies geldt ruwweg hetzelfde: de baten zijn pedagogisch van aard.

Omdat het oneerlijk zou zijn als uitsluitend academici profijt zouden hebben van de humaniora, worden ze verondersteld hun inzichten aan de maatschappij over te dragen, maar daar komt in de praktijk weinig van terecht. Op deze wijze ontdaan van hun pedagogische essentie zijn de humaniora de afgelopen kwart eeuw verschraald tot geesteswetenschappen. Vergelijkbaar verlies aan maatschappelijke betekenis speelt ook bij andere disciplines, zoals in de godsdienstwetenschappen. Daar zijn echter initiatieven, interessante initiatieven die ook bruikbaar zijn in de humaniora.

Lees verder “Jim Wests Bijbelcommentaar”

Wetenschappelijke zelfcensuur

logo_knaw

Ik had niet verwacht dat het zou gebeuren, dat de Kamer zou meegaan met de motie van de VVD om de KNAW onderzoek te laten doen naar zelfcensuur in de wetenschap. De achterliggende aanname is dat in de wetenschap niet alle politieke geluiden zouden zijn vertegenwoordigd. Wie zo over wetenschap denkt – en een meerderheid in de Kamer lijkt die mening toegedaan – heeft niet begrepen wat wetenschap is.

Het is, zoals ik al eerder betoogde, een door een methode gecontroleerde zoektocht naar inzicht. Daarbij dient de methode ertoe om die queeste te structureren, persoonlijke voorkeuren te neutraliseren en allerlei misstanden (zoals zelfcensuur) te vermijden. Dat weet de VVD ook.

Dat ze deze malle motie indiende, lijkt bedoeld om publiciteit te genereren, wat in de aanloop naar de verkiezingen geen kwaad kan. Het leuke (voor de VVD althans) is dat de aantijging niet te weerleggen valt. Als de KNAW namelijk zegt “er is bij het gros van de wetenschappen niks aan de hand”, kan dat vrij snel worden afgedaan als een poging te verbergen dat er wel iets aan de hand is.

Lees verder “Wetenschappelijke zelfcensuur”

Internetboeken

eggen_blik_van_boven

Het internet heeft zijn beloftes niet waar gemaakt. Het biedt informatie die je niet nodig hebt en maakt de informatie die je wél nodig hebt ontoegankelijk. Momenteel komt dat door betaalsites, maar dat is slechts de hedendaagse vorm van een al ouder probleem.

Ik heb nog ergens de uitnodiging liggen die ik, toen ik in 1995 even werkte aan de VU, kreeg voor de feestelijke opening van een nieuwe computerzaal waar studenten online informatie konden zoeken. Die informatie was weliswaar helemaal niet online, maar dat weerhield de universiteit niet er een bibliotheekzaal voor te sluiten. Ook destijds werd bruikbare informatie ontoegankelijk gemaakt om ruimte te maken voor onbruikbare. Ook destijds nam niemand verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de online-informatie.

Desondanks gebeuren er dankzij het internet ook leuke dingen. Leuke dingen waarvan vervolgens weer verslag wordt gedaan in boekvorm, omdat in een boek informatie gestructureerder en zinvoller kan worden aangeboden. Ik wil vandaag twee voorbeelden noemen, beide net gepubliceerd.

Lees verder “Internetboeken”

Possidius’ Augustinus

possidius_augustinus

Ik heb een paar maanden geleden op deze plaats geblogd over de belangrijke christelijke auteur Augustinus en, in een heel andere context, veel langer geleden over de positieve invloed die deze kerkvader nog steeds heeft. Het is een fascinerende man en bovendien een van de drie mensen uit de Oudheid van wie je denkt dat je hem echt een beetje kent. De twee anderen zijn Cicero en Herodotos.

Dit komt doordat Augustinus veel heeft geschreven, met de Belijdenissen als bekendste ego-document. Alsof dat nog niet genoeg is, heeft zijn vriend Possidius nog een biografie aan hem gewijd. Die is vorig jaar door Vincent Hunink in het Nederlands vertaald en voorzien van een inleiding door Paul van Geest. Beide zijn verbonden aan de Nijmeegse Radbouduniversiteit. Ik kan niet anders dan zeggen dat Het leven van Augustinus een geslaagd boek is, waarop alleen valt aan te merken dat het te bescheiden is.
Lees verder “Possidius’ Augustinus”