“Ook in de Oudheid hadden ze…”

Kind op weg naar school (reliëf uit Neumagen, nu in het Rheinisches Landesmuseum, Trier)

Wat leraren voor de klas doen – of vanachter een thuiscomputer, deze dagen – is doorgaans wél gedaan. Dus als ik van vier verschillende gymnasiumdocenten het verzoek krijg te bloggen over antieke epidemieën, dan wil ik best helpen en ik heb gisteren het gevraagde geleverd. Er is echter wel een probleem: deze blog wordt ook door niet-gymnasiasten gelezen en die hebben een andere belangstelling. Ik heb die tegenstelling weleens aangekaart in een recensie van Caroline Alexanders The War that Killed Achilles: mensen die haar vooronderstellingen deelden, zouden het boek prachtig vinden, terwijl anderen vraagtekens plaatsen.

Mijn blogje van gisteren viel samen te vatten als “ook in de Oudheid hadden ze epidemieën” en hoewel ik verneem dat het aanleiding is geweest tot aardige gesprekken in online-klassen, is dit ook een manier om andere geïnteresseerden weg te jagen. Voor hen heb ik immers de gymnasiasten neergezet als mensen die, in plaats van iets wezenlijks te melden, aanrennen achter de waan van de dag. De oudheidkunde, lijkt het, zoekt slechts aansluiting bij andermans onderwerpen en heeft zelf niets te bieden waarvan de wereld kennis moet nemen. “Ook in de Oudheid hadden ze…” is aandachttrekkerij. Het is gelukkig ook helemaal niet nodig want classici en andere oudheidkundigen hebben zelf een uitstekend verhaal te vertellen.

Lees verder ““Ook in de Oudheid hadden ze…””

Spijkers op laag water

Ik beheer een grote oudheidkundige website (Livius.org) en een blog. Dat levert me honderden mailtjes met vragen op. De vragen komen vaak voort uit misverstanden en in 2009 heb ik geïnventariseerd welke er nu werkelijk bestaan. Conclusie één: pseudowetenschap is een beperkt probleem, het echte probleem is dat academische oudheidkundigen het grote publiek verouderde informatie toewerpen.

Ik heb mijn antwoorden benut in Spijkers op laag water, een boekje dat in feite bestond uit het aan elkaar schrijven van de frequentst gegeven antwoorden. Het echte werk zat in het nawoord, waarin ik uitlegde dat oudheidkundigen zoveel verouderde informatie rondpompen doordat het vakterrein versplinterd is geraakt in veel te beperkte specialismen, zodat mensen bij een typische generalistenactiviteit als voorlichting terugvallen op handboekenkennis die inmiddels achterhaald is. Verder attendeerde ik op de schade die door academische betaalmuren werd toegebracht: bad information drives out good. Hieronder vindt u het voorwoord dat ik destijds schreef.

Lees verder “Spijkers op laag water”

Echt archeologie-nieuws

Ik mopper weleens dat het in de voorlichting over archeologie meer gaat over vondsten dan over archeologie. Zo’n vondst wordt dan opgehypet tot sensatie en vervolgens valt het tegen: er is géén graf van Alexander (of zelfs maar van een tijdgenoot) in Amfipolis, we zouden Israël inmiddels kunnen bezaaien met paleizen van koning David als elke claim waar was gebleken, het badhuis van Heerlen is niet Nederlands oudste gebouw en in Nijmegen herhalen ze negentiende-eeuwse ideeën. En die kamers in het graf van Toetanchamon, die vielen ook al tegen.

Dit is cruciaal. Sensationalisme dat niet wordt waargemaakt is alleen maar sensationalisme. Hierdoor haakt de voor elke wetenschap cruciale doelgroep af: de mensen die geïnteresseerd zijn. Als je die groep verliest, is er niemand die namens jou uitlegt waar je vak zinvol voor is. Dan gaat de staatssecretaris van Cultuur zich afvragen wat hij moet met musea vol opgegraven potten en pannen. Dan ontslaat de gemeente Cuijk zichzelf van zijn wettelijke verplichtingen. Als je je pas gaat uitleggen als de kritiek daar is, zal een sceptisch publiek je uitleg niet meer geloven (het backfire-effect). Wetenschapsvoorlichting moet en kan proactief zijn.

Lees verder “Echt archeologie-nieuws”

Uitnodiging

Op woensdag 19 september 2012 brak mijn klomp. De Volkskrant publiceerde een artikel dat er een aanwijzing zou zijn dat Jezus wel degelijk getrouwd was geweest. Een onderzoekster van de Harvarduniversiteit had een papyrussnipper ontdekt waarop zoiets te lezen stond. “Jarenlang drukte de katholieke kerk de geruchten de kop in dat Jezus Christus een vrouw had.”

Dat grote boze Vaticaan toch. De vanzelfsprekende boosdoener in elke complottheorie. Het is maar wat je goede journalistiek noemt.

Ik schreef die dag dit blogstukje over dat zogenaamde Evangelie van de Vrouw van Jezus. Enkele dagen later maakte de Belgische oudheidkundige Leo Depuydt duidelijk dat het een vervalsing moest zijn – het was slecht Koptisch – en drie weken later was de vervalsing definitief ontmaskerd. De maker had namelijk een zetfout overgenomen uit een tekstuitgave van het Evangelie van Thomas.

En toen kwam de optater. Harvard opperde dat het lab duidelijkheid zou verschaffen. Beng.

Lees verder “Uitnodiging”

Wee de overwonnenen (2)

[Tweede deel van een stukje over Alexander van de Bunts boek Wee de overwonnenen. Het eerste deel was hier.]

De DNA-revolutie

Een derde ontwikkeling: de DNA-revolutie. Door twee nieuwe technieken, het DNA- en het isotooponderzoek, wordt steeds duidelijker dat de mensen vroeger heel mobiel zijn geweest. Van de Bunt noemt dit onderzoek als het gaat om de genocide bij Kessel – opnieuw een kwestie waar discussie mogelijk is – en bij het Meisje van Egtved, dat in Denemarken overleed maar afkomstig bleek uit het Zwarte Woud.

Van de Bunt typeert deze mobiliteit als bijna hedendaags. Ik aarzel. Ik denk dat wij degenen zijn met de vaste woon- en verblijfplaatsen. De ouden waren vermoedelijk mobieler. Of Van de Bunt of ik gelijk krijg, zal de volgende estafetteloper zeggen.

Die zal ook heel anders kijken naar teksten. Waar mensen verhuizen, verhuizen hun ideeën en de DNA-revolutie zal vooral de bestudering van de antieke literatuur veranderen. Er behoren nieuwe hermeneutische strategieën te ontstaan, waarbij rekening wordt gehouden met literaire motieven uit een veel bredere wereld. Het zou zomaar kunnen dat deze of gene anekdote over de Germanen, die Van Es en Van Dockum/Van Ginkel en Bosman/Lendering en Van de Bunt nog accepteerden als feit, een literair motief zal blijken te zijn uit een deel van de antieke wereld waar we nu nog niet kijken. Ik verwacht veel van een diepere kennismaking met de Aramees.

Lees verder “Wee de overwonnenen (2)”

Wegdorpje?!

Coriovallum met het badhuis links achteraan (© Thermenmuseum)

Bij de mail: geef ons heden ons dagelijks blogstukje en verlos ons van die idiotie. Er was nog een tweede verzoek van dien aard, maar iets minder opvallend geformuleerd.

Voor wie de kwestie mocht hebben gemist: het Thermenmuseum in Heerlen rondt momenteel belangrijk onderzoek af en publiceerde een persbericht met in de kop en de lead de claim dat het Romeinse badhuis het oudste gebouw van Nederland zou zijn. Als je het zo formuleert is het natuurlijk niet waar. U kent de hunebedden wel en die zijn eigenlijk nog jong, vergeleken met de boerderijen van de Bandkeramiekcultuur. Iets verderop in het persbericht staat het gelukkig iets preciezer: het badhuis is een stenen gebouw. Uit andere nederzettingen kennen we huizen met stenen fundamenten en muren van stampleem, maar Heerlen heeft dus een badhuis met muren van steen.

Lees verder “Wegdorpje?!”

Prebunking: Valentijnsdag

Soms maakt een diepe verslagenheid zich van je meester

De Wet van Brandolini komt erop neer dat “the amount of energy needed to refute bullshit is an order of magnitude bigger than to produce it”. Of dat waar is, valt niet te meten maar het zal niet ver bezijden de waarheid zijn. Toen ooit een interview dat mijn collega Arjen Bosman en ik hadden gegeven aan Het Parool wat al te beknopt op de voorpagina was samengevat (Amsterdam zou een Romeinse stadstichting zijn), ben ik een weekend lang bezig geweest om het uit allerlei nieuwsgroepen verwijderd te krijgen.

De reden waarom misvattingen zo hardnekkig zijn, is dat ze ons vertellen wat we graag willen horen, terwijl feiten soms maar in de weg zitten. Kul is verleidelijk. We kunnen echter vaak verhinderen dat onzin de ronde zal gaan doen. Desinformatie is lui en kent daardoor een eigen cyclus, zodat je er weleens op kunt anticiperen en mensen alvast kunt uitleggen waarom niet waar is wat ze zullen gaan horen (“prebunking”). In december komen bijvoorbeeld de krantenstukjes dat kerstmis is afgeleid van een Mithrasfeest, dus je kunt alvast uitleggen dat het in feite andersom was, en ook valt in december te lezen dat Chanoeka wordt gevierd omdat Judas de Makkabeeër de Joden bevrijdde, dus je kunt de mensen alvast voorinformeren dat hij de Tempel weliswaar reinigde maar werd verslagen. En zo is er medio februari altijd weer de claim dat Valentijnsdag is afgeleid van de oud-Romeinse Lupercalia.

Lees verder “Prebunking: Valentijnsdag”