Nonfictie

Marcel Hulspas ergerde zich. Daar was ook wel enige aanleiding voor, want het was een wonderlijk bericht dat hij had gelezen. De Bookspot-literatuurprijs had de jury uitgebreid met een historicus om ook eens een onderscheiding te geven aan nonfictie. Niet dat de mensen van de Bookspotprijs niet het beste bedoelden, dat begreep Hulspas wel. Het was een goed idee nonfictie eens in het zonnetje te zetten. De Eureka-prijs, die hier altijd voor had gediend, was immers ter ziele en het was netjes dat Bookspot de lacune wilde vullen.

Toch lag er een probleem. De jury van de Bookspot-nonfictieprijs veronderstelde dat uitgevers hun boeken zouden insturen. Maar stel dat u de uitgever bent van Getallen zijn je beste vrienden van Vincent van der Noort, zou u dat boek inhoudelijk laten beoordelen door een historicus? Kan een geschiedkundige een oordeel geven over Martijn van Calmthouts Echt quantum of Het groot Nederlands vloekboek van Marten van der Meulen e.a.? Het zat Hulspas echt dwars en dus schreef hij op de blog van de VWN (de Vereniging voor Wetenschapsjournalistiek en -Communicatie Nederland) dat die ene historicus

blijkbaar geacht wordt chemie, wiskunde, theologie, biologie, sociale wetenschappen, natuurkunde en rechtswetenschappen er ‘even bij te doen’. Dit is nou adding insult to injury.

Lees verder “Nonfictie”

Het mineralenmuseum van Beiroet

Opstelling in het MIM

Tegenover het Nationaal Museum in Beiroet verrijzen enkele hypermoderne gebouwen van de Université Saint-Joseph, een van de oudste westerse onderwijsinstellingen van het Midden-Oosten. In een kelder daarvan bevindt zich het mineralenmuseum MIM, dat de privécollectie toont van de chemicus Salim Eddé. Rijk geworden door de ontwikkeling van financiële software, begon hij in 1997 met een eigen verzameling, die hij vervolgens uitbreidde door op veilingen enkele oudere collecties aan te kopen en tot slot afrondde door bij mijnbouwbedrijven de ontbrekende mineralen te verwerven. Het in 2013 geopende museum wil een totaaloverzicht bieden van de mineralogie: niet alleen toont het 1400 mineralen uit eenenzestig landen, het behandelt ook hun chemische, industriële en economische belang. De nadruk ligt echter op de esthetiek.

Het is een gewoon goed museum, waar duidelijk over is nagedacht. De naam is overigens gekozen omdat de mim de eerste letter is van de Arabische (Franse, Engelse en Nederlandse) woorden voor mijn, mineraal, museum. Het is ook de eerste letter van Eddés bedrijf.

Lees verder “Het mineralenmuseum van Beiroet”

Academische miscommunicatie

(Ik zoek eigenlijk een origineler plaatje voor academische spraakverwarring.)

Als de tempelautoriteiten van Jeruzalem iemand executeerden, gebeurde dat door middel van steniging. Als de Romeinen iemand ter dood brachten, hadden ze een heel scala aan executiemethoden. Bij perduellio, hoogverrraad, was dat kruisiging. Toen de Romeinse gouverneur Pontius Pilatus de zelfbenoemde koning der Joden Jezus van Nazaret liet doden, werd deze dus genageld aan het kruis, waar hem een urenlange marteldood wachtte.

Er valt een hoop over het lijdensverhaal te vertellen dat in detail niet juist is maar dat de executie door middel van kruisiging werd voltrokken, zal geen weldenkend mens ontkennen. Jezus is gedood door de Romeinen en niemand beweert iets anders. Als er al een wetenschapper is geweest die de afgelopen anderhalve eeuw heeft beweerd dat Jezus door de Joden is terechtgesteld (een middeleeuwse misvatting) dan is diens naam in elk geval mij onbekend. Het weerhoudt de Israëlische oudheidkundige Israel Knohl er niet van om te beweren dat “the Jews aren’t to blame for Jesus’ death”.

Lees verder “Academische miscommunicatie”

Kom een cursus doen

(Even wat reclame). Ik verdien mijn geld als reisleider en met cursussen. Of die cursussen supergoed zijn, dat weet ik niet goed. Ik streef ernaar het hele verhaal over de Oudheid te vertellen, dus niet “de Oudheid met de beperkingen van de archeoloog” of “de Oudheid met de beperkingen van de classicus”. En ik hoor zeggen dat ik een goede verteller ben die kan uitleggen hoe we weten wat we weten.

Van de andere kant: het allerlaatste academische onderzoek ligt achter betaalmuren en ik sta buiten de onderzoeksdiscussies, dus als u wil weten wat universiteitsmensen doen, bent u bij mij aan het verkeerde adres. Daar staat weer tegenover dat ik weet welke vragen werkelijk bij het publiek leven en dat ik daar bij mijn verhalen ook van uitga, en niet van dit of dat hyperspecialisme.

Enfin, die cursussen zouden iets voor u kunnen zijn. Over ruim een week begin ik weer en ik geef even een overzicht.

Lees verder “Kom een cursus doen”

Gepolitiseerde geschiedenis

Kleio, de beschermgodin van de historische wetenschappen, op een mooi mozaïek uit Jerash (Altes Museum, Berlijn).

Het staat er dus echt. “Het kabinet moet de Nederlandse historie beter uitdragen.” Concreet willen de fractievoorzitters Pieter Heerma (CDA) en Klaas Dijkhoff (VVD) dat er meer aandacht komt

voor het Plakkaat van Verlatinghe (1581), de Unie van Utrecht (1579) en de Apologie van Willem van Oranje (1580) … bijvoorbeeld in een permanente tentoonstelling.

Het venijn komt even verderop: de twee heren storen zich aan de discussie over de Nederlandse geschiedenis en noemen als voorbeeld het stormpje in een glaasje water over de naam “Gouden Eeuw”.

Lees verder “Gepolitiseerde geschiedenis”

De ironie van De Volkskrant

Wie zich ergert aan de zelfbewieroking van de humaniora, de geesteswetenschappen, de culturele sector, alfa’s of hoe u het ook wil noemen, heeft niet helemáál ongelijk.

Mijn blogje van gisteren over het gebruik van het woord “pretstudies” in een kop in De Volkskrant leverde nogal wat reacties op. Soms instemmend, soms ook met de strekking “Waar maak je je druk over? De ironie blijkt toch uit de aanhalingstekens?”

Misschien heb ik zulke reacties in de hand gewerkt door in mijn stukje een onhandig voorbeeld te geven, namelijk “De azijnbode” als synoniem voor een gewaardeerd ochtendblad. Als iemand die term gebruikt, wordt de ironie meteen herkend omdat iedereen weet dat het gaat om De Volkskrant. Dat ligt anders bij “pretstudies”. Het publiek kan immers nauwelijks ontdekken waar het feitelijk om gaat. Dat de officiële naam – voor zover die bestaat – valt weer te geven als “humaniora”, als “geesteswetenschappen”, als capaciteitsgroepen in de “Humanities Cluster”, als “alfa-wetenschappen”, als “culturele wetenschappen”, als “letteren” en Joost mag weten wat nog meer, is illustratief voor deze onduidelijkheid.

Lees verder “De ironie van De Volkskrant”

Kwakgeschiedenis: Daar is Trouw weer

Amulet uit Xanten

Archeologen vinden, zoals ze zelf zeggen, alleen maar sporen van resten van overblijfselen. Die uit de grond halen is al lastig. Het echte werk moet dan nog beginnen: de interpretatie, waarbij het vaak draait om vergelijkingen met soortgelijke vondsten elders. Teksten en de resultaten van antropologisch onderzoek zijn ook middelen om verder te komen. Plus een stevige hoeveelheid logisch nadenken. Herinterpretaties van bestaande vondsten zijn, zoals in elke wetenschap, aan de orde van de dag.

Daarna blijft er nog een hele hoop over waarvan je geen idee hebt wat het is.

Gelukkig is er de Eerste Hoofdwet van de Archeologie: als je niet weet wat het is, is het vast religieus. Combineer dit met het voortleven van het Victoriaanse idee dat alle antieke religie ging over vruchtbaarheid en presto, je kunt elk voorwerp alsnog van een verklaring voorzien. Het helpt daarbij dat nogal wat voorwerpen staaf- of cirkelvormig zijn, zodat je er altijd wel een fallus of vagina in kunt herkennen.

Lees verder “Kwakgeschiedenis: Daar is Trouw weer”