MoM | De Oudheid uitleggen: vier adviezen

Restauratie op zaal: een mooie manier om wat diepgang te bieden (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Zoals de trouwe lezers van deze blog weten, is “de Oudheid uitleggen” mijn vak en zou ik willen dat we de mensen beter bereikten. Ik denk momenteel concreet aan een groepsblog, zodat tenminste de informatie die bij elkaar hoort, bij elkaar te vinden is. Bijkomend voordeel is dat journalisten een punt hebben waar ze zich kunnen informeren.

Toevallig verzorg ik binnenkort ook een college over mijn werk, waarin ik vier adviezen zal geven. Ik zet ze hieronder neer. Voor een deel van de lezers zal dit weinig nieuws zijn, maar niets dwingt u hier te blijven. Bekijk anders deze of die pagina!

Lees verder “MoM | De Oudheid uitleggen: vier adviezen”

Hobby en lobby, limes en Heerlen

Aardewerk uit het Thermenmuseum

N.a.v. mijn vorige stukje was er een goede, wel vaker gestelde vraag in de reageerpanelen.

Bestond het persbericht van het Thermenmuseum dan louter uit die ene zin? Ik neem aan van niet. Waarschijnlijk is een pakkende zin gekozen, en wordt het vervolgens nader toegelicht (zoals dus inderdaad zo blijkt te zijn).

Antwoord: die nadere toelichting zat verscholen op een ontoegankelijke plek, in een rapport dat even indrukwekkend als Engelstalig was en ergens moest worden gedownload.

Drie stappen

Laat ik het anders zeggen. Het punt is dit. Je draagt informatie over in drie stappen. Eerst trek je de aandacht; daarna is er de boodschap; vervolgens is er de verdieping.

“Hé!”
“Ga weg daar!”
“Je staat te dicht bij de spoorbaan en er komt een trein aan.”

Het gaat om het tweede maar het derde is cruciaal.

Lees verder “Hobby en lobby, limes en Heerlen”

De oudheidkundige groepsblog, vervolg

Zoals ik in mijn vorige blogje aangaf, ga ik stoppen met de Livius Nieuwsbrief. De oudheidkundige disciplines verdrinken zichzelf in junk nieuws en door daarvan een nieuwsoverzicht van te bieden, zou de nieuwsbrief medeplichtig zijn. Ik heb er in bijna vijftien jaar 178 gemaakt en het was lange tijd zinvol, ja leuk, maar we moeten geen dingen doen die verkeerd zijn. Niemand kan zijn leven lang schone handen houden, maar er zijn wel momenten waarop je je handen ergens vanaf kunt trekken.

Groepsblog

Er is echter ook goed nieuws. De groepsblog waarover ik al heb geblogd, die komt er. Het doel ervan is een plek te scheppen waar we het positieve kunnen tonen, waar we pulp weigeren, waar we methoden uitleggen, waar we als eenheid presenteren wat het publiek als eenheid verwacht, waar journalisten informatie kunnen vragen en waar u met plezier naartoe komt. Doordat de medewerkers kaf en koren scheiden, kunnen ze een aanbod bieden dat géén karikatuur van ons vak neerzet.

Lees verder “De oudheidkundige groepsblog, vervolg”

Het einde van de Livius Nieuwsbrief

Laat ik met de deur in huis vallen. Ik heb de afgelopen twee jaar de Livius Nieuwsbrief gemaakt met groeiende weerzin. Immers, het vervaardigen van een maandelijks nieuwsoverzicht is leuker als je interessante dingen te melden krijgt. De DNA-revolutie is zo’n onderwerp. Tekstanalyse kan nooit meer hetzelfde zijn en onderzoek, opleidingen en overdracht kunnen veel gevarieerder, veelkleuriger, rijker worden. Het is alsof de betekenis niet doordringt, want in plaats van dit goede nieuws te brengen, houden de universiteiten een wedstrijd wie de minst inspirerende berichten de wereld in kan sturen. Dat ik zelden iets écht interessants te melden kreeg, maakte het opstellen van de Livius Nieuwsbrief dubieus. Het was de versterker van dubieuze signalen.

Minachting voor wetenschap

Het is moeilijk aan te geven wat het meest dubieus is. De competitie is dan ook fel. Is het dat de limes zijn kwaliteit almaar niet verbetert? Irritant is het zeker, want de smoezen om niet te hoeven professionaliseren zijn even voorspelbaar als onwaar. Is het de frivoliteit waarmee classici andere wetenschappen negeren? Is het de daardoor mogelijk gemaakte terugkeer van allang door historici weerlegde sjabloons? Zijn het de eindeloze overdrijvingen van de archeologen? Of is het dat oudhistorici zaken als nieuw presenteren die al bekend zijn?

Lees verder “Het einde van de Livius Nieuwsbrief”

Een oudheidkundige groepsblog

Een tijdje geleden vertelde ik dat ik me op mijn toekomst aan het bezinnen was. Mijn twijfel kwam ook aan bod in het interview dat ik afgelopen maandag mocht geven aan het Handelsblad. Mijn ongemak: er verbetert niets. In alle bescheidenheid denk ik dat ik een paar redelijke boeken heb geschreven en dat mijn rubriek Methode op Maandag toont dat de bestudering van de Oudheid een wetenschap is. Maar wat we hiermee winnen gaat zó verloren als ondeskundige deskundigen op TV zwatelen over de vloek van de farao, over een Jezus zonder halachische opvattingen of over de val van het Romeinse Rijk door Germaanse invallen. Zolang zulke publiciteit domineert, domineert ook het beeld dat de oudheidkundige disciplines intellectueel de moeite niet waard zijn.

Hoe diep de minachting voor de wetenschap inmiddels is, leert de herziening van de historische canon. De commissie vond het overbodig classici, oudhistorici of archeologen om advies te vragen. (Toen ik vroeg welke adviseurs waren geraadpleegd, kreeg ik als ontwijkend antwoord te horen waarom de gemaakte keuze verdedigbaar was. Als oudheidkundige ken ik de contra’s en pro’s natuurlijk niet. Daarvoor moeten oudheidkundigen te rade bij een specialist in de naoorlogse geschiedenis van Nederland.) Zolang er zo veel meer pulp dan kwaliteit is, is verdergaan verspilling van energie. Het is waarom de Livius Nieuwsbrief al een tijdje stil ligt.

Lees verder “Een oudheidkundige groepsblog”

Cornelis de Bruijn in Giza

Afbeelding uit “Reizen van Cornelis de Bruyn door de vermaardste Deelen van Klein Asia” (1698)

Ik heb een paar helden. Montesquieu, Winckelmann, de cirkel rond Von Humboldt, Droysen, Schliemann, Weber, Millar, Sancisi-Weerdenburg. En Cornelis de Bruijn. Lees de biografie van de Haagse reiziger en tekenaar die als eerste tekeningen van Jeruzalem en Persepolis naar Europa bracht en u begrijpt waarom.

In 1681 bezocht hij Giza. Ik geloof niet dat hij zich realiseerde dat drieënveertig eeuwen naar hem terugkeken, maar hij ging de piramiden binnen en tekende bijvoorbeeld de Grote Galerij die leidt naar het oorspronkelijke graf van Cheops. Dat is nog decennia lang uniek beeldmateriaal gebleven. De schets hierboven heeft hij toen ook gemaakt. En er is natuurlijk iets raars mee aan de hand. De piramiden zijn te puntig.

Lees verder “Cornelis de Bruijn in Giza”

Een archeologiemuseum, hoe zou dat eruit zien?

Je hebt oudheidkundige musea en oudheidkundige musea. Er is een wereld van verschil tussen de musea in West-Europa en die in het voormalige Oostblok, zoals Sofia of Tasjkent. Die laatsten leggen vaak de nadruk op de groei van de menselijke cultuur, waarin we de invloed herkennen van de opeenvolgende productiewijzen, welbekend uit de marxistische leer. Dat is iets heel anders dan de beeldschone afdeling Griekenland in het Leidse Rijksmuseum van Oudheden of de pluriforme Romeinse afdeling van het Allard Pierson-museum in Amsterdam.

Hoewel al deze musea bekendstaan als archeologische musea, zijn ze dat niet. Ze tonen voorwerpen. De verhalen die ze daarmee vertellen kunnen kunsthistorisch zijn of sociaalhistorisch, maar ze vertellen niet wat archeologie is. Een echt archeologiemuseum was er tot voor kort in Brugge, maar het is onlangs gesloten. Ik denk echter dat er in de Benelux ruimte is voor een museum dat uitlegt wat archeologie is. En als dat niet kan, dan toch minstens een afdeling in een van de bestaande musea.

Lees verder “Een archeologiemuseum, hoe zou dat eruit zien?”

Je moet ervoor naar België (maar dan heb je ook wat)

Het is natuurlijk onuitstaanbaar dat ik als Hollander niet spoorslags even naar Gent kan reizen, want ik kan niet wachten tot ik het Gents Universiteitsmuseum kan bezoeken. Afgaand op wat De Standaard vandaag bericht, toont het wetenschap hoe dat (althans volgens mij) moet. We moeten het publiek niet alleen wat resultaten toewerpen, maar ook vertrouwd maken met het wetenschappelijk proces.

Zo breek je de twee flauwe frames waarmee we nu zo vaak over wetenschap schrijven, namelijk het hiephiephoera-frame en het frame van wetenschap als technologisch-luciferisch kwaad (©H. Mulisch). Breng in plaats daarvan mensen in een staat van vertrouwdheid met wetenschap.

Lees verder “Je moet ervoor naar België (maar dan heb je ook wat)”

De tweede lijn, en waarom die belangrijk is

Niet per se een christen

Stel u het volgende voor. Een kosmoloog stelt de waarde van de kosmologische constante vast. Groot nieuws! De journalist die erover schrijft, begint dan vermoedelijk te vertellen waarom dit wetenschappelijk een probleem is en dat er diverse benaderingen zijn. Vervolgens legt hij uit wat de ontdekking is en wellicht geeft hij aan welke ideeën andere onderzoekers hebben. Misschien dat de journalist de volgorde van deze delen – probleem, benaderingen, oplossing, verdere gedachten – aanpast, maar dit is het ongeveer.

Wat de journalist niet doet is schrijven dat het Scheppingsverhaal, dat tot in de negentiende eeuw voor veel mensen het antwoord vormde op alle kosmologische vragen, achterhaald is en vervolgens niet vertellen wat nu feitelijk is ontdekt. Religieuze beeldvorming speelt in de wetenschap geen rol. Dat is echter wel waartoe Bart Funnekotter is gedwongen als hij (in dit artikel in het Handelsblad) schrijft over het proefschrift van de Leidse classica Renske Janssen. Wat we uit Funnekotters stuk vernemen is dat de christenen in de eerste drie eeuwen van onze jaartelling niet zijn vervolgd op de wijze zoals we zouden opmaken uit christelijke teksten. Eerst worden we dus aangesproken via verouderde religieuze beeldvorming, daarna vernemen we dat die niet klopt, maar wat Janssen nu feitelijk toevoegt aan wat al bekend was, blijft enigszins onduidelijk.

Lees verder “De tweede lijn, en waarom die belangrijk is”

Factcheck: De dood van Alexander

Alexander (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)

Wat gebeuren moest, gebeurde. Toenemende mobiliteit maakt dat ziekten zich makkelijker kunnen verspreiden. En ook: als het warmer wordt, kunnen ziektekiemen zich verspreiden naar andere gebieden. Is het niet omdat bacteriën extra ruimte krijgen waarbij ze zich senang voelen, dan is het omdat de dragers van virussen die ruimte krijgen. Kortom: niemand zal verbaasd zijn dat het westnijlvirus nu in Nederland is, zoals De Volkskrant bericht.

In zijn stukje meldt journalist Tony Mudde ook dat er een beruchte theorie is dat het westnijlvirus Alexander de Grote doodde. Keurig met een linkje erbij dat u brengt bij uitleg waarom het onzin is. Want dat is het. De theorie is destijds gepubliceerd om mee te surfen op de publiciteitsgolf rond de film van Oliver Stone en diende, naar het schijnt, vooral fondsenwerving voor een lab. Wetenschappelijk is het quatsch en dat was van begin af aan duidelijk. In mijn boek over Alexander heb ik er geen woord aan besteed. De tegenargumenten waren dan ook, om een gepaste metafoor te gebruiken, dodelijk.

Lees verder “Factcheck: De dood van Alexander”