Oudheidkundige aandachttrekkerij

IJzertijdmuur in Jeruzalem

In de negende en achtste eeuw v.Chr. waren er in wat nu Israël heet twee koninkrijken: het machtige Israël in het noorden en het wat minder machtige Juda in het zuiden. Het noordelijke rijk was internationaal georiënteerd, profiteerde van de olijfolie-export en was het eerste slachtoffer van de Assyrische expansie. In 722 veroverden de Assyriërs de Israëlische hoofdstad Samaria. Ik heb er al een paar keer over geblogd (zoals, zoals).

Na de val van Samaria vluchtten veel noorderlingen naar het zuiden. De Judese hoofdstad Jeruzalem moest worden vergroot en de heuvel die moderne archeologen de “stad van David” noemen werd uitgebreid naar het westen. De nieuwe wijk werd omgeven met een stadswal. Ik heb al eens geblogd over de muur op de foto hierboven, die u kunt vinden in de Joodse Wijk van de moderne stad. In 701 weerstond deze muur de Assyrische belegering. Stomtoevallig blog ik daar aanstaande vrijdag over in mijn reeks n.a.v. de komende Nineveh-expositie in het RMO. Dat blogstukje is trouwens niet mijn eerste over die muur, want ik schreef er ook dit al eens over.

Lees verder “Oudheidkundige aandachttrekkerij”

Three Stones Make a Wall

Opgraving in Haft Tepe (Iran)

“Archeologie? Ik zou liever opgraven.” Het hangt aan de muur van de werkkamer van Eric Cline. Een archeoloog die al meer dan dertig jaar opgravingen achter de rug heeft in de Oude en Nieuwe Wereld. Deze professional verdient lof dat hij de moeite neemt om voor een algemeen publiek het verhaal van zijn vakgebied te vertellen. Het boek ontstond uit de colleges die hij door de jaren heen aan studenten van George Washington University heeft gegeven. Three Stones Make a Wall is een “page-turner”.

De auteur geeft een uitgebalanceerd overzicht van historische en recente opgravingen. Van Amerika tot het oude Griekenland, van Egypte tot China. Hij heeft een neus voor pakkende citaten en “petite histoire”. Voorbeelden blijven hier achterwege om toekomstig leesplezier niet te bederven. Veel aandacht in het boek gaat uit naar interpretatie van vondstmateriaal. Simpele verklaringen gooien hogere ogen dan complexe, krijgt de lezer voorgehouden. Behoedzaamheid is altijd geboden. Waar archeologen bij een gebrek aan aanknopingspunten vroeger nog wel eens hun toevlucht tot religieuze verklaringen namen, prikkelt dat nu lachspieren. Ronduit intrigerend zijn de voorbeelden van opgravingen die nog op stapel staan, onder meer in Azië. De bodem gaat nog heel veel geheimen prijsgeven, onder meer door nieuwe technieken om in de bodem te “kijken”, zonder de boel te verstoren. Het is de verwachting dat dit soort technieken definitief afrekenen met het adagio dat archeologie gelijk staat aan vernietiging.

Lees verder “Three Stones Make a Wall”

Fik Meijers Petrus (3)

[Ik wijd vandaag een stuk aan het boek Petrus. Leerling, leraar, mythe van Fik Meijer. Ik wil tonen dat er voor geschiedschrijving en wetenschapscommunicatie kwaliteitsnormen zijn. Meijer haalt die niet, zal bij menig lezer scepsis oproepen en draagt zo bij aan het afkalvende draagvlak voor de oudheidkundige wetenschappen. Het eerste deel is hier.]

Einfühlen en de sociale wetenschappen

Ik verraad geen geloofsgeheim als ik zeg dat Petrus en Paulus elkaar niet lagen. Meijer noemt het slot van Paulus’ Brief aan de Romeinen, waarin de auteur iedereen de groeten doet maar niet Petrus, van wie de katholieke kerk aanneemt dat hij in Rome is geweest. Meijer:

De mogelijkheid dat [Petrus] zich wel in Rome bevond, maar actief was onder gelovigen die zich … hadden verenigd in een soort Petrus-partij, die op een andere golflengte zat dan de Paulus-groep, is nagenoeg uit te sluiten. Paulus zou zich wel erg hebben laten kennen als hij om die reden Petrus niet had genoemd. Meer voor de hand ligt dat Petrus op dat moment, in 56-57, niet in Rome was. (blz.107-108)

Dit is een schoolvoorbeeld van de stap in de hermeneutische cyclus die bekendstaat als einfühlen: de historicus wil iets verklaren, onderzoekt de situatie, leeft zich in de actoren in en beredeneert waarom een persoon als deze onder omstandigheden als deze zal handelen op deze manier. Een man als Paulus zou, zelfs als hij meningsverschillen had met Petrus, hem de groeten hebben gedaan. Het subjectieve karakter moge duidelijk zijn: een onderzoeker die houdt van harmonie, zal een ander type actor reconstrueren dan een onderzoeker die bereid is de hakken in het zand te zetten. Zeker als het gaat om de oude wereld, waarover we weinig informatie hebben, is einfühlen geen heel betrouwbare methode.

Lees verder “Fik Meijers Petrus (3)”

Opnieuw filmen in Nijmegen

Het moet zo’n zestien jaar geleden zijn dat ik in museumpark Archeon een re-enactor ontmoette die mijn aandacht trok met een laat-Romeinse militaire uitrusting. En dat in een park waar vooral legionairs rondliepen met een uitrusting uit de eerste eeuw. Ik knoopte een praatje aan en zo leerde ik Robert Vermaat van Fectio kennen. Aardige kerel, historicus van huis uit, niet alleen gefascineerd door de Late Oudheid maar ook in staat er met veel kennis van zaken over te spreken. Als de Late Oudheid de laatste tijd aan populariteit wint – en er zijn cijfers die daarop wijzen – dan is het mede door enthousiastelingen als Robert.

Afgelopen dinsdag zocht ik hem op tijdens het altijd gemoedelijke Laat-Romeinse Festival in Orientalis, vlakbij Nijmegen. Zoals de vaste lezers van deze inmiddels niet meer zo kleine blog weten is Livius, waarvan ik vennoot ben, bezig met het maken van een reeks korte filmpjes waarin we mensen laten uitleggen waarop onze kennis van de Oudheid is gebaseerd. Veel uitleg daarvan is er niet, terwijl juist dát heel belangrijk is: als een vakgebied zijn methoden niet uitlegt, lijkt het immers geen methode te hebben en trekt het amateurs aan, staat het met zijn mond vol tanden tegenover kwakhistorici, verliest het gezag en kan het niet langer de samenleving adequaat informeren. In Orientalis legden Robert en zijn collega, de archeologe Janneke Kluit voor de camera uit hoe ze antieke kostuums reconstrueren.

Lees verder “Opnieuw filmen in Nijmegen”

MoM | Het backfire-effect

Anderhalf jaar geleden schreef Carlijne Vos een verhelderend stuk in De Volkskrant over asielzoekers, dat ze inleidde met de opmerking dat het tijd was “om fictie van feiten te onderscheiden”. Er was helemaal niets mis met haar betoog. Voor wie probeerde genuanceerd te denken over de problematiek, stond er veel lezenswaardigs in. Wie zich daarentegen vooral zorgen maakte en de nuance voorbij was, werd door het stuk vooral bevestigd in het idee dat die linkse journalisten van De Volkskrant desnoods gewoon logen om hun multiculti-ideaal op te dringen aan een Nederland dat met die gelukzoekers allang helemaal klaar was.

Die laatste reactie was dan een uiting van het backfire-effect. Het lijkt zo voorbeeldig wat Vos deed: het presenteren van de correcte feiten en het uitleggen van de wijze waarop die zijn vastgesteld, maar het werkt niet. Weliswaar is uitleg vaak een manier om een discussie naar een goed einde te brengen, maar dat is niet het geval wanneer de context al polemisch is. Dan worden zelfs de objectiefst-denkbare gegevens en de allerredelijkste methoden gewantrouwd.

Lees verder “MoM | Het backfire-effect”

Via Horta

Een paar jaar geleden heeft de gemeente Houten een stadswijk aangelegd met de naam Castellum, wat Latijn is voor kasteeltje. Met deze naam wordt een verband gelegd met de Romeinse aanwezigheid in dit gebied. Leuk is dat de wijk ook de vorm heeft van een kasteel. Toevallig kwam ik er onlangs doorheen fietsen en het zag er best aardig uit. Houten is sowieso prettig aangelegd.

Ik kreeg echter koude rillingen van de straatnamen. Zoals in wel meer steden gebeurt, zijn in Houten de diverse stadswijken herkenbaar aan een eigen type straatnaam. Ten noorden van Castellum eindigen alle namen op -spoor (“Hollandsspoor”, “Mijnspoor”), ten noordwesten op -bouw (“Landbouw”, “Tuinbouw”). In Castellum kozen de naamgevers voor poorten, grachten, tempels en straten, wat werd gecombineerd met woorden voor Romeinse dingen, zoals toga en tunica. Als ze nou gewoon hadden gekozen voor een Togapoort of Tunicastraat, was er niets aan de hand geweest. De vier achtervoegsels zijn echter gelatiniseerd (Porta, Fossa, Cella en Via) en het probleem is dat het geen Latijn is wat zo ontstaat. Het is zoiets als “allez votre corridor”: elk woord is weliswaar Frans, maar dat maakt het nog geen Franse zin.

Lees verder “Via Horta”