Tweede Symposium voor Wetenschapsbloggers

[Gastbijdrage van Marten van der Meulen.]

Op 7 februari vindt op de Radboud Universiteit het 2e Symposium voor Wetenschapsbloggers plaats. Dit symposium wordt georganiseerd door Marten van der Meulen, Jona Lendering, Hermen Visser en Suze Zijlstra.

Bloggen wordt breed gezien als een van de beste manieren om te berichten over wetenschap. Voor onderzoekers zijn de laagdrempeligheid, snelheid van publiceren en vrijheid grote voordelen. Bovendien kan een gevarieerd publiek van wetenschappers en niet-wetenschappers worden bereikt. Bloggen is ten slotte een uitstekend voorbeeld ‘moderne’ wetenschapscommunicatie, waarbij wetenschappers niet alleen zenden maar ook in discussie kunnen gaan met lezers.

Lees verder “Tweede Symposium voor Wetenschapsbloggers”

Reactie van Trismegistos

Een paar dagen geleden blogde ik over Trismegistos, waarvan enkele faciliteiten op slot gingen voor het grote publiek. De mensen daar reageerden al eerder op deze blog, corrigeerden wat ik verkeerd zei en gaven uitleg. U hebt die reactie wellicht al gelezen en anders leest u haar hier. Ze reageerden vandaag opnieuw met de verklaring hierboven, die ik tegenkwam op Facebook en waarvan ik hoop dat u die wil lezen.

Dat er verschillende perspectieven zijn op het wetenschappelijk bedrijf, is evident. In het bovenstaande komen het perspectief van de onderzoekers en dat van de financiële administratie aan de orde. Ik heb daarvoor alle begrip (en dat meen ik echt) maar mijn probleem blijft dat zonder nadere discussie de belangen van het onderzoek belangrijker worden gevonden dan de verplichtingen die de wetenschap heeft aan de samenleving.

Lees verder “Reactie van Trismegistos”

Exit Trismegistos

O ja, open access. Een jaar of wat geleden schreef Rosanne Hertzberger in een column in het NRC Handelsblad dat ze er niet van overtuigd was dat burgers toegang moesten hebben tot wetenschappelijke publicaties. Van die mening kwam ze terug toen ze zelf niet meer werkte aan een universiteit. Toen herkende ze dat academische betaalmuren als effect hebben dat mensen zich geschoffeerd voelen. Ze schreef:

Ik aanschouw het bastion [van de wetenschap] nu van buitenaf. De hele site schreeuwt je toe dat het vooral NIET de bedoeling is dat je dit paper leest. Dat ik daar niet hoor.

Op het eerste gezicht is het ironisch dat beide columns nu liggen achter de betaalmuur van de krant, maar kranten worden niet gefinancierd vanuit de openbare middelen. Wetenschap wel. Wetenschappelijke publicaties horen openbaar te zijn omdat u en ik ervoor hebben betaald en omdat wetenschap er is voor u en mij. We willen als samenleving goed worden geïnformeerd want met adequate inzichten gaan dingen beter. Dáárom hebben we wetenschappers, dáárom betalen we voor onderzoek en dáárom staat de overdracht van inzichten in de wet.

Lees verder “Exit Trismegistos”

Conspicuous leisure

Een van de leukste en belangrijkste wetenschappers van de vroege twintigste eeuw was Thorstein Veblen (1857-1929). In zijn Theory of Business Enterprise (1904) wees hij erop dat ondernemers alleen winst kunnen maken als de markten niet optimaal functioneren en dat ze dus het liefst een efficiënte economie saboteren. Het was daarom beter de regie niet over te laten aan de vrije markt maar aan ingenieurs, meende Veblen, maar van dit idee hebben we sinds de vijfjarenplannen van de Sovjet-Unie niet meer zoveel vernomen. Hij is daarentegen onverminderd actueel met zijn Theory of the Leisure Class (1899), waarin hij uitlegt dat mensen niet economisch rationeel handelen maar vooral verlangen naar status. Hij wees daarbij op twee aspecten: conspicuous consumption ofwel opzichtig consumeren en conspicuous leisure ofwel opzichtig luieren.

Voorbeelden van het eerste: een Rolex om je pols of vervoer in een dure auto. Oudheidkundig voorbeeld: de vorstengraven uit de IJzertijd, of dat nu Salamis op Cyprus is of de Vorst van Oss. Voorbeeld van het tweede: verre vakanties en museumbezoek. Achter beide zaken gaat Veblens cynische wereldbeeld schuil. Iedereen wil de ander inpeperen wie de voornaamste is. Mensen zijn wreed. Toch is er ook een mooie kant: als “anderen iets inpeperen” een drijfveer is, kan het positief worden benut, bijvoorbeeld voor cultuureducatie.

Lees verder “Conspicuous leisure”

De twee grootste ontwikkelingen van de jaren ’10

d’Hoop (gevelsteen aan het fietspad door de Sint-Luciensteeg, Amsterdam)

Er is geen jaar nul geweest en dat wil zeggen dat het lopende decennium eigenlijk pas eindigt op 31 december 2020, maar nu iedereen terugblikt op een aflopend decennium, zal ik niet achterblijven en uitleggen wat volgens mij de grote ontwikkelingen in de oudheidkunde zijn geweest. Dat zijn er twee en ze zullen de trouwe lezers van deze blog niet verbazen. In principe bieden ze een vak dat in zichzelf gekeerd is geraakt de mogelijkheid maatschappelijk gezag terug te winnen.

Maximalisten en minimalisten

Het probleem is dit: wat doe je als archeologische gegevens het een zeggen en tekstuele informatie het ander? Als we lezen dat Ecbatana een stad was met zeven muren en we die muren almaar niet vinden? Als we lezen over de machtige monumenten van de Joodse koning Salomo en als we daar nul, nada, niente, nakko van terugvinden, zelfs al is heel Israël zes meter diep twintig keer omgespit? En wat doe je als Caesar beweert in Gallia Belgica te zijn geweest en we geen enkel fort of slagveld terugvinden?

Lees verder “De twee grootste ontwikkelingen van de jaren ’10”

Het Parthenon dat het Parthenon niet is

Het gebouw dat niet het Parthenon is

Een leuk nieuwtje waarvan, volgens mij, Geertje Dekkers van De Volkskrant de primeur had: het gebouw op de Akropolis in Athene dat wij het Parthenon noemen, is niet wat de oude Atheners het Parthenon noemden. U kunt het artikel van Janric van Rookhuijzen met deze link downloaden en ik begrijp dat ook de National Geographic er aandacht aan zal besteden. Het onderzoek heeft veel leuke aspecten en dan bedoel ik niet dat Van Rookhuijzen een jonge onderzoeker is, want de persoon van de onderzoeker behoort niet uit te maken. Het fijne is dat hij vondsten en teksten combineert. Dat is natuurlijk hoe het hoort maar het gebeurt veel te weinig.

De vakidioot in mij is dus echt blij. De wetenschapscommunicator die ik ook ben, is echter verward. Waarom is dit nou nieuws? Zo bijzonder is het niet dat een antiek gebouw of een oude plek altijd met de verkeerde naam aangeduid blijkt te zijn geweest. Het eerste voorbeeld dat me te binnen schiet: in mijn Xerxes in Griekenland verwijs ik ergens naar de locatie van het Aglaurosheiligdom, de plek waar de Perzen in 480 v.Chr. de Akropolis veroverden. Daarvan is een tijdje geleden vastgesteld dat die niet was waar we altijd dachten waar het was. Ander voorbeeld: ik ken iemand die een scriptie schreef over wat antieke auteurs bedoelen met Hekatompedon, een andere structuur op de Akropolis.

Lees verder “Het Parthenon dat het Parthenon niet is”

Aan een mafkees

Gevelsteen (Wolvenstraat 32, Amsterdam)

Ik kan elke week ongeveer twintig uur echt werken. Soms iets minder, soms iets meer, maar gemiddeld twintig uur. Dat is wat er voor mij maximaal in zit en ik heb de rest van mijn tijd nodig om de accu op te laden. Het is niet ideaal maar dankzij de Livius-vennootschap (waarvoor ik cursussen verzorg, reizen begeleid, een nieuwsbrief aanbied en schrijfwerk doe) kan ik het hoofd boven water houden. Ik zou mezelf zelfs rekenen tot de gezegendste mensen op aarde als ik niet verschrikkelijk veel tijd verspilde aan overbodig, tijdrovend gedoe. Zoals insinuaties die je beantwoorden móet om geruchten in de kiem te smoren. Dus bij dezen: nee, mafkees, ik krijg voor deze blog geen geld. Het staat je vrij een klacht in te dienen maar ik zou niet weten wie je daarna nog serieus zal nemen.

Je stelde vragen naar aanleiding van dit artikel over influencers die niet aangaven wanneer ze werden betaald om iets aan te prijzen. Kort en duidelijk: ik blog soms voor mijn plezier, soms omdat ik de Oudheid belangrijk vind, vaak om allebei die redenen en nooit om geld mee te verdienen.

Lees verder “Aan een mafkees”