Fik Meijers Petrus (3)

[Ik wijd vandaag een stuk aan het boek Petrus. Leerling, leraar, mythe van Fik Meijer. Ik wil tonen dat er voor geschiedschrijving en wetenschapscommunicatie kwaliteitsnormen zijn. Meijer haalt die niet, zal bij menig lezer scepsis oproepen en draagt zo bij aan het afkalvende draagvlak voor de oudheidkundige wetenschappen. Het eerste deel is hier.]

Einfühlen en de sociale wetenschappen

Ik verraad geen geloofsgeheim als ik zeg dat Petrus en Paulus elkaar niet lagen. Meijer noemt het slot van Paulus’ Brief aan de Romeinen, waarin de auteur iedereen de groeten doet maar niet Petrus, van wie de katholieke kerk aanneemt dat hij in Rome is geweest. Meijer:

De mogelijkheid dat [Petrus] zich wel in Rome bevond, maar actief was onder gelovigen die zich … hadden verenigd in een soort Petrus-partij, die op een andere golflengte zat dan de Paulus-groep, is nagenoeg uit te sluiten. Paulus zou zich wel erg hebben laten kennen als hij om die reden Petrus niet had genoemd. Meer voor de hand ligt dat Petrus op dat moment, in 56-57, niet in Rome was. (blz.107-108)

Dit is een schoolvoorbeeld van de stap in de hermeneutische cyclus die bekendstaat als einfühlen: de historicus wil iets verklaren, onderzoekt de situatie, leeft zich in de actoren in en beredeneert waarom een persoon als deze onder omstandigheden als deze zal handelen op deze manier. Een man als Paulus zou, zelfs als hij meningsverschillen had met Petrus, hem de groeten hebben gedaan. Het subjectieve karakter moge duidelijk zijn: een onderzoeker die houdt van harmonie, zal een ander type actor reconstrueren dan een onderzoeker die bereid is de hakken in het zand te zetten. Zeker als het gaat om de oude wereld, waarover we weinig informatie hebben, is einfühlen geen heel betrouwbare methode.

Lees verder “Fik Meijers Petrus (3)”

Opnieuw filmen in Nijmegen

Het moet zo’n zestien jaar geleden zijn dat ik in museumpark Archeon een re-enactor ontmoette die mijn aandacht trok met een laat-Romeinse militaire uitrusting. En dat in een park waar vooral legionairs rondliepen met een uitrusting uit de eerste eeuw. Ik knoopte een praatje aan en zo leerde ik Robert Vermaat van Fectio kennen. Aardige kerel, historicus van huis uit, niet alleen gefascineerd door de Late Oudheid maar ook in staat er met veel kennis van zaken over te spreken. Als de Late Oudheid de laatste tijd aan populariteit wint – en er zijn cijfers die daarop wijzen – dan is het mede door enthousiastelingen als Robert.

Afgelopen dinsdag zocht ik hem op tijdens het altijd gemoedelijke Laat-Romeinse Festival in Orientalis, vlakbij Nijmegen. Zoals de vaste lezers van deze inmiddels niet meer zo kleine blog weten is Livius, waarvan ik vennoot ben, bezig met het maken van een reeks korte filmpjes waarin we mensen laten uitleggen waarop onze kennis van de Oudheid is gebaseerd. Veel uitleg daarvan is er niet, terwijl juist dát heel belangrijk is: als een vakgebied zijn methoden niet uitlegt, lijkt het immers geen methode te hebben en trekt het amateurs aan, staat het met zijn mond vol tanden tegenover kwakhistorici, verliest het gezag en kan het niet langer de samenleving adequaat informeren. In Orientalis legden Robert en zijn collega, de archeologe Janneke Kluit voor de camera uit hoe ze antieke kostuums reconstrueren.

Lees verder “Opnieuw filmen in Nijmegen”

MoM | Het backfire-effect

Anderhalf jaar geleden schreef Carlijne Vos een verhelderend stuk in De Volkskrant over asielzoekers, dat ze inleidde met de opmerking dat het tijd was “om fictie van feiten te onderscheiden”. Er was helemaal niets mis met haar betoog. Voor wie probeerde genuanceerd te denken over de problematiek, stond er veel lezenswaardigs in. Wie zich daarentegen vooral zorgen maakte en de nuance voorbij was, werd door het stuk vooral bevestigd in het idee dat die linkse journalisten van De Volkskrant desnoods gewoon logen om hun multiculti-ideaal op te dringen aan een Nederland dat met die gelukzoekers allang helemaal klaar was.

Die laatste reactie was dan een uiting van het backfire-effect. Het lijkt zo voorbeeldig wat Vos deed: het presenteren van de correcte feiten en het uitleggen van de wijze waarop die zijn vastgesteld, maar het werkt niet. Weliswaar is uitleg vaak een manier om een discussie naar een goed einde te brengen, maar dat is niet het geval wanneer de context al polemisch is. Dan worden zelfs de objectiefst-denkbare gegevens en de allerredelijkste methoden gewantrouwd.

Lees verder “MoM | Het backfire-effect”

Via Horta

Een paar jaar geleden heeft de gemeente Houten een stadswijk aangelegd met de naam Castellum, wat Latijn is voor kasteeltje. Met deze naam wordt een verband gelegd met de Romeinse aanwezigheid in dit gebied. Leuk is dat de wijk ook de vorm heeft van een kasteel. Toevallig kwam ik er onlangs doorheen fietsen en het zag er best aardig uit. Houten is sowieso prettig aangelegd.

Ik kreeg echter koude rillingen van de straatnamen. Zoals in wel meer steden gebeurt, zijn in Houten de diverse stadswijken herkenbaar aan een eigen type straatnaam. Ten noorden van Castellum eindigen alle namen op -spoor (“Hollandsspoor”, “Mijnspoor”), ten noordwesten op -bouw (“Landbouw”, “Tuinbouw”). In Castellum kozen de naamgevers voor poorten, grachten, tempels en straten, wat werd gecombineerd met woorden voor Romeinse dingen, zoals toga en tunica. Als ze nou gewoon hadden gekozen voor een Togapoort of Tunicastraat, was er niets aan de hand geweest. De vier achtervoegsels zijn echter gelatiniseerd (Porta, Fossa, Cella en Via) en het probleem is dat het geen Latijn is wat zo ontstaat. Het is zoiets als “allez votre corridor”: elk woord is weliswaar Frans, maar dat maakt het nog geen Franse zin.

Lees verder “Via Horta”

Filmen in Leiden

Ruim een jaar geleden kondigde ik aan dat Livius (de vennootschap waar ik lid van ben) een reeks korte filmpjes wilde maken om uit te leggen hoe oudheidkundigen weten wat ze weten. Een soort “Methode op maandag” dus, maar dan in een ander medium. Een wetenschap die haar methoden niet uitlegt, lijkt immers geen methode te hebben, trekt dus amateurs aan, is niet in staat een overtuigend weerwoord te bieden aan kwakhistorici en kan niet langer spreken met het gezag dat nodig is om de samenleving adequaat te informeren. We hebben al twee draaidagen gehad en gisteren was de derde.

En zo zat ik – letterlijk, zie boven – zondag in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden voor een interview met Casper Porton van Addisco. Hij legde uit hoe taalkundigen de klanken van het oude Latijn reconstrueren. Ik heb zelden een zó gemakkelijk interview afgenomen. Handig was dat er een inscriptie aan de muur hing waar een spelfout in zat: het soort dingen dat helpt bij de reconstructie van de uitspraak.

Lees verder “Filmen in Leiden”

Songfestival en boekrecensie

Een maand of twee geleden schijnt een van de medewerkers van De Volkskrant een hard oordeel te hebben geveld over het liedje waarmee Portugal meedeed aan het Eurovisiesongfestival. Later, zo las ik in de rubriek van de Ombudsvrouw, publiceerde de krant een “herstelrecensie”. Ik had van zo’n type recensie nog nooit gehoord maar wat me opviel was de motivatie om

een verkeerde inschatting recht te zetten. … Daags na de eerste halve finale bleken andere Songfestivalrecensenten Portugal wel goed te vinden.

De Ombudsvrouw noemt nog andere redenen om het oordeel aan te passen, maar het staat er toch echt: de mening van andere recensenten doet ter zake. Dit zette me aan het denken omdat ik, als ik een recensie schrijf (doorgaans geschiedenisboeken), probeer mijn oordeel niet te ijken aan wat anderen ervan vinden, maar aan enigszins vaste criteria.

Evenwichtigheid is bijvoorbeeld zo’n criterium. Als Simon Schama in zijn Story of the Jews wel aandacht besteedt aan de christelijke antijoodse polemiek maar niet aan de joodse antichristelijke polemiek, is het boek niet in evenwicht, punt uit, en dat heb ik in mijn recensie in het NRC Handelsblad dan ook geschreven. Toen andere recensenten, zoals Anet Bleich in De Volkskrant, Schama’s Story of the Jews wel goed bleken te vinden, was dat geen aanleiding voor een herstelrecensie. Dat die anderen het verschil niet herkennen tussen een geschiedenisboek en “inspirational literature” verandert immers niets aan de eenzijdigheid van Story of the Jews.

Lees verder “Songfestival en boekrecensie”

Sempervivetum

Een re-enactor in de rol van een Romeinse slavin.

Nee, ik ben niet altijd een brombeer die er steeds aan herinnert hoe ver de voorlichting over de Oudheid achterblijft bij die over andere vakterreinen. Ik ben bijvoorbeeld erg blij met het boek dat ik momenteel lees over de geschiedenis van het Aramees, dat bewijst dat het ook goed kan. Ook vind ik dat de musea het, ondanks wat zorgwekkende ontwikkelingen, alleszins redelijk doen. En verder ben ik blij dat er eigenlijk elk weekend wel ergens re-enactors aan het werk gaan.

Re-enactors zijn mensen die uitleg geven over een historisch tijdvak en daarbij gebruik maken van gereconstrueerde historische kleding. De grens tussen re-enactment en parken zoals Archeon (waar re-enactors rondlopen tussen de gereconstrueerde huizen) is vloeiend, net als de grens met experimentele archeologie. Doordat het zo concreet is, is re-enactment heel toegankelijk. Geloofwaardig ook: re-enactors zijn doorgaans hobbyisten die het verleden gewoon interessant vinden en geen financiële belangen hebben. Als u er meer over wil weten, is hier een interview met Hanneke en Wim van Broekhoven en is daar een mooi artikel uit De Volkskrant. U mag de activiteit nu wat bizar vinden, na lezing van die stukken zult u er anders over denken.

Lees verder “Sempervivetum”