Vragen die geen vragen zijn

Een tijdje geleden verzorgde ik bij een onderzoeksschool een lezing waarin ik iets uitlegde over wetenschapscommunicatie. De wetenschap wordt bekritiseerd, tegengesproken en zelfs genegeerd: wat kunnen we daartegen doen? Ik legde uit dat universiteiten de critici in elk geval zeer serieus moeten nemen, zelfs al is hun kritiek niet rationeel en voelen academici zich bij irrationaliteit nooit helemaal senang.

Een goede overdracht van wetenschappelijke inzichten heeft drie lijnen: een onderzoeker presenteert wat hij denkt dat de feiten zijn, indien er vragen resteren legt hij uit hoe hij bij tot zijn inzichten is gekomen en neemt – wanneer mensen desondanks nog niet overtuigd zijn – de tijd te onderzoeken welke bezorgdheid mensen ervan weerhoudt te aanvaarden waarom de wetenschappelijke methodes werkelijk de meest redelijke zijn. Dit laatste gebeurt aan de universiteiten zelden omdat die bezorgdheden doorgaans irrationeel zijn en academici daar, zoals aangegeven, niet goed raad mee weten. Op dit punt is verbetering mogelijk en ik ben niet optimistisch dat de wetenschap zich voldoende zal aanpassen. Ik ben althans niet bekend met een serieus voorstel van Science in Transition, De Nieuwe Universiteit of de March for Science (sympathieke clubs overigens) om de relatie tussen wetenschap en samenleving aan te passen aan de eisen van onze eenentwintigste eeuw.

Lees verder “Vragen die geen vragen zijn”

Interessant en enthousiasmerend

Ik had het gisteren over de teloorgang van het Groot Dictee, een TV-programma waar ik nooit blij mee ben geweest. De makers maakten de fout die ook de directie van het Valkhofmuseum maakte: op zoek naar aandacht kozen ze ervoor vooroordelen te bevestigen. De een deed het door taal te reduceren tot spelling, de ander door het herhalen van een expositie over gladiatoren. Het rariteitenkabinet is altijd handig om op de korte termijn exposure te krijgen maar het roept tegelijk twijfel op over het belang van je onderwerp. Taal is meer dan spelling en de Oudheid heeft belangrijker zaken te bieden dan wreed geweld.

Een goed programma stelt volgens mij twee andere dingen centraal. Eén daarvan is dat het toont dat iets interessant is. Als je het hebt over taal, kun je bijvoorbeeld een puzzel centraal stellen: waarom is bijvoorbeeld “was ik nog maar zeventien” een aparte taaluiting? Andere manier: gebruik de taalkunde om een politiek punt te maken en toon zo dat taal méér is dan spelling. Als het gaat om de oude wereld kun je denken aan de vertalingen van Gé de Vries, die zich er niet toe beperkt te tonen dat een oude tekst mooi is, maar allerlei dingen toevoegt om te illustreren dat het ook ergens over gáát. (TV-equivalenten van deze voorbeelden schieten mij niet te binnen.)

Lees verder “Interessant en enthousiasmerend”

Filmen in Nijmegen

Vandaag even geen Methode op Maandag, al heb ik wel een stukje in de pen. Ik kwam er echter even niet aan toe. Zoals de trouwe lezers van deze kleine blog weten, ben ik afgelopen december geopereerd. Ik herstel en ik ben al een ruime week naar Cyprus geweest. Ik herken mijn vooruitgang ook aan mijn fietsafstanden: in januari waren de tweeëntwintig kilometer van Veenendaal naar Amersfoort veel, in februari gingen dertig kilometer prima, en onlangs reed ik zomaar ruim zeventig kilometer. Met de wind in de rug, dat wel. Belangrijker nog: aanvankelijk was ik de dag na een fietstochtje niks waard, maar de dag na die zeventig kilometer deed ik er vrolijk weer dertig. Ik ben absoluut grenzen aan het verleggen.

Maar eind vorige week ging het dan toch mis. Ik was ineens niks waard, hoewel ik geen erg grote inspanningen had geleverd. En dus blijf je een dag thuis, hoewel je vrijdag naar Maastricht had gewild, en beperk je je in het weekend tot het allerbelangrijkste. En dat ziet u hierboven: filmopnames.

Lees verder “Filmen in Nijmegen”

Een nieuw oud Egypte

Koning Senusret III (“Sesostris”;Metropolitan Museum of Art)

Het verhaal is overbekend: toen Napoleon naar Egypte trok, reisden geleerden mee, die daar de steen van Rosetta vonden. Hiermee kon Champollion de hiërogliefen ontcijferen en de grondslagen leggen van de egyptologie. Zoals het gaat met dit soort heldenverhalen is het kort door de bocht maar in de kern juist: de egyptologie is als wetenschap ontstaan in de negentiende eeuw.

En dat maakt uit. Oudheidkundigen beschikken namelijk vrijwel altijd over te weinig informatie. Dataschaarste is hét methodologische probleem dat de oudheidkundige disciplines verbindt en onderscheidt van de meeste andere wetenschappen. Door dit informatietekort is het onvermijdelijk dat bij de reconstructie van de antieke culturen de aannames van de onderzoeker een rol spelen, zodat de hoofdlijnen die de eerste egyptologen in hun vakgebied ontwaarden, hun negentiende-eeuwse wereld weerspiegelden. En aangezien latere oudheidkundigen voortbouwden op het werk van hun voorgangers, spelen die ideeën nog altijd een rol.

Lees verder “Een nieuw oud Egypte”

Waarom een #Romeinenweek?

De een gaat op pad om lezingen te verzorgen. Een ander hijst zich in een historisch kostuum om antieke ambachten te demonstreren. De derde doet zijn best om de media adequaat te informeren. De chef-wetenschap van het NRC Handelsblad interviewt een Britse oudhistoricus die naar Nederland is gekomen. Wat beweegt tientallen vrijwilligers om onbezoldigd uitleg te geven over de Romeinse cultuur?

Plezier, ongetwijfeld. De Romeinenweek is elk jaar weer gezellig.

Maar er is méér. Wat eveneens speelt is het besef dat de Romeinen belangrijk zijn geweest. Dat leerde u niet in de geschiedenisles, want het eerste kwart van de Nederlandse geschiedenis is gereduceerd tot één canonvenster. Het is dus verklaarbaar dat Halbe Zijlstra als staatssecretaris van Cultuur het belang niet inzag van ‘musea vol opgegraven potten en pannen’.

Lees verder “Waarom een #Romeinenweek?”

Paashoax 2017

Grafbasiliek in Jeruzalem, na de restauratie (foto Jan-Pieter van de Giessen)

En daar was ’ie, de paashoax van 2017. Het is elk jaar vlak voor pasen weer raak: steeds is er ergens een kwakwetenschapper of een echte wetenschapper die een kulbericht de wereld instuurt dat inhaakt op het christelijke feest. Journalisten hebben in de week voor pasen immers behoefte aan een bericht dat én op dat feest inhaakt én nieuws is (en dat is prima) maar hebben meestal de kennis niet om kaf en koren te scheiden (en dat is niet prima). Het gevolg is dat elk jaar rond pasen een evident stuk kulleklap onverdiende media-aandacht krijgt.

Dit jaar: een historicus die beweert dat Jezus en een koning Manu één en dezelfde waren. Ik ga de moeite niet nemen álle flauwekul te weerleggen en beperk me tot een paar punten. Ten eerste: let op het selectieve gebruik van argumenten. De auteur baseert zich op de normale bronnen waar het hem uitkomt (Jezus werd koning genoemd enz.) maar negeert diezelfde bronnen als de informatie niet in zijn straatje past (Jezus leefde dertig, veertig jaar later enz.). Zulk brongebruik is mogelijk, maar dat moet je wel rechtvaardigen. Tip voor journalisten: als iemand het heeft over oude geschiedenis en geschreven bronnen gebruikt, vraag dan even naar de toegepaste hermeneutische strategie. Als de ondervraagde het antwoord niet meteen kan geven, weet je dat het een beunhaas is.

Lees verder “Paashoax 2017”

Stel, je spreekt met de pers…

[Afgelopen maandag sprak ik in Gent over wetenschapsscepsis, de Oudheid en voorlichting. Ik legde uit wat ik op deze kleine blog al vaker heb verteld: de oudheidkunde moet zich professioneel, dus op drie niveaus, uitleggen. Zolang ze dat niet doet, zal ze zichzelf verder marginaliseren. Aan het einde van mijn praatje had ik nog wat tips voor oudheidkundigen die met de pers te maken krijgen. Misschien heeft ook iemand anders er wat aan: vijf dingen om te doen en vijf dingen om te laten.]

Lees verder “Stel, je spreekt met de pers…”