Dag Sanne

Sanne Deurloo (foto Kennislink)

Sanne Deurloo was een vrouw met een missie: kennis delen en wetenschapsjournalistiek maken tot een serieus genre. Niet iedereen zal vertrouwd zijn met haar werk voor het Chemisch Weekblad, maar Natuur en Techniek is al bekender en ze werkte vanaf 2007 bij het museum Nemo, dat u zeker kent. Ze was hoofdredacteur van Kennislink, want ze begreep als weinig anderen dat het internet nieuwe mogelijkheden bood. Ook was ze voorzitter van de VWN, een beroepsvereniging voor wetenschapsjournalistiek en -communicatie.

Sanne overleed vorige week zaterdag, veel te jong. Gisteravond was in Nemo een herdenkingsbijeenkomst, waar twee sprekers dezelfde herinnering bleken te hebben: als je niet wist waar in een straat het feest was, was de daverende lach van Sanne genoeg om de plek te vinden.

Lees verder “Dag Sanne”

Stukje in mineur

Dit plaatje heeft niets met wetenschap te maken maar wetenschap heeft wel alles te maken met haar toekomst.

Eigenlijk ben ik al twee weken van slag. Het begon met de Cuijkse Affaire, waarin de genoemde gemeente in een officieel document de wetenschap plaatste tegenover het maatschappelijk belang. Ik weet dat mijn vak ooit inspirerender is geweest, maar ik was liever iets minder rauw geconfronteerd met de minachting die het inmiddels oproept. Later was er het nieuws over de papyrologie. Hoewel we al wisten dat de Green Collection gestolen oudheden heelde, en hoewel we dus mochten aannemen dat er minimaal één dief was, zag ik niet aankomen dat dit een vooraanstaand Oxford-wetenschapper zou zijn.

Verder was er slecht nieuws over de Nederlandse universiteiten. Simpel samengevat neemt de minister het advies van de Commissie van Rijn over dat er meer geld moet naar de technische universiteiten en dat dit kan worden weggehaald bij de algemene universiteiten. Wat dat betekent, is samen te vatten als “het geld gaat niet naar de samenleving maar naar multinationals”. Wat dat betekent, kunt u ook lezen in de brief van WO in Actie naar de Commissie OCW van de Tweede Kamer: schade aan de vervlochtenheid van de wetenschappen en verhoogde druk op studies als neerlandistiek, econometrie, Duits en huisartsengeneeskunde. Over tien jaar zult u veel meer moeite moeten doen om een huisarts te vinden.

Lees verder “Stukje in mineur”

Nog één keer: de Nationale Wetenschapsagenda

De Nationale Wetenschapsagenda (NWA), waarover ik eind 2016 wat vragen beantwoordde, is in het nieuws. Het geld is nu verdeeld en Bart Braun van het Leidse universiteitsblad Mare legt uit waarom dat betekent dat de Wetenschapsagenda is mislukt.

En passant wijst hij erop dat duizenden vragen onbeantwoord zijn gebleven, een punt dat Marc van Oostendorp en K.P. Hart (die tientallen vragen over neerlandistiek en wiskunde beantwoordden) ook al maakten. En ze hebben gelijk. De wetenschap heeft de burger uitgenodigd vragen te stellen, het waren doorgaans redelijke vragen, en die verdienden een antwoord. De organisatie kan zeggen dat nooit beloofd is dat die vragen zouden worden beantwoord en dat het altijd de opzet was dat er clusters van zouden worden gemaakt en nog zo wat dingen, maar dan verschuilt de organisatie zich achter bureaucratische formuleringen en doet ze net alsof kennisverspreiding niet de bestaansreden is van de wetenschap. Nu ze verzuimd heeft te antwoorden, lijkt de wetenschap op iemand die tegen betaling een lezing komt verzorgen, afrondt met “wie stelt de eerste vraag?” en wegloopt als mensen interesse tonen.

Dat is even ongemanierd als dom. De Nederlandse wetenschap heeft mensen die genoeg belangstelling hadden om een vraag in te dienen van zich afgestoten en heeft zo draagvlak vernietigd. De NWA was daarmee contraproductief. En dat is niet alles.

Lees verder “Nog één keer: de Nationale Wetenschapsagenda”

De Cuijkse affaire

(uit de Beleidsnota Archeologie Cuijk, 2019)

Ik mag dan Jona heten, een profeet ben ik niet en de toekomst is voor mij even ongewis als voor u. Als je echter genoeg schrijft, doe je vroeg of laat weleens een voorspelling en die komt vroeg of laat weleens uit. Dat is helaas gebeurd.

In De klad in de klassieken schreef ik over de rechtvaardiging van oudheidkundig onderzoek en voorlichting en ik merkte op dat van de oudheidkundige disciplines de archeologie er het slechtst voorstond. Omdat de financiering via de Monumentenwet uitstekend was geregeld, zo gaf ik aan, waren de betrokkenen er niet langer aan gewend hun activiteiten met inhoudelijke argumenten toe te lichten.

De argumenten waarmee classici en oudhistorici hun relevantie onderbouwen, zijn weliswaar niet sterk, maar het zijn tenminste argumenten en er is wel eens over nagedacht. De archeologie daarentegen is zo sterk als de Monumentenwet.

Als er ineens wél vragen zijn over financiering, aard en belang van hun werkzaamheden, zijn archeologen verdraaid slecht voorbereid.

Lees verder “De Cuijkse affaire”

Hoe je niet over archeologie moet schrijven

Verbrande papyri uit Herculaneum

Zoals u weet, trouwe lezer van deze blog, liggen er duizenden onuitgegeven papyri in museumdepots. Vaak niet meer dan fragmenten of snippers, maar er zijn zeer intrigerende teksten bij. In Napels liggen bijvoorbeeld honderden verbrande boekrollen – uit mijn hoofd: achttienhonderd of zoiets – die in de achttiende eeuw zijn aangetroffen in de Villa dei papiri bij Herculaneum.

Om uw eerste angst weg te nemen: die rollen zijn zeker niet vervalst. We weten hoe ze zijn gevonden. Wie zich ermee bezighoudt, bevordert ook de plundering van Egyptische grafvelden niet. Kortom, hier geen schendingen van de wetenschapsethiek. Wel zijn er ruzies tussen de onderzoeksteams én resultaten: de Historiën van de Seneca de Oudere zijn gevonden. Dat is een majeure ontdekking – maar er zijn wel wat vraagtekens. Nogal veel zelfs. Dit is wat we weten:

Lees verder “Hoe je niet over archeologie moet schrijven”

Eise Eisinga

Het planetarium van Eise Eisinga in Franeker
Het planetarium van Eise Eisinga in Franeker

Franeker is even klein als leuk. In het Martenamuseum was vorig jaar een geslaagde expositie over het boekenbezit van de voormalige universiteit waar ik met veel plezier heb rondgelopen. De wereld van Reinerus Neuhusius. Even verderop – het zal geen steenworp zijn maar het scheelt weinig – is het beroemde planetarium van Eise Eisinga.

Het bijbehorende verhaal is te beroemd om niet nog eens te vertellen. In 1774 zouden de maan en de planeten Mercurius, Venus, Mars en Jupiter vlak bij elkaar aan de hemel staan en er gingen geruchten dat daardoor de aarde uit zijn baan zou worden getrokken. Een door een dominee Eelco Alta geschreven brochure veroorzaakte nogal wat paniek.

Het misverstand dat hij de wereld in hielp is overigens interessant omdat het bewijst dat hij kennis had van de zwaartekrachtwet van Newton en begreep dat andere hemellichamen krachten uitoefenden op onze aarde, maar het effect overschatte. Dit is hoe pseudowetenschap altijd werkt. Mensen begrijpen wel het principe van deze of gene wetenschappelijke methode, maar zijn niet goed in staat de werking te kwantificeren.

Lees verder “Eise Eisinga”

Nieuws zonder filter (6)

In drie stukjes (een, twee, drie) heb ik uitgelegd dat de wetenschap niet altijd even betrouwbare informatie aanlevert en dat journalisten, door hun focus op nieuws en door hun duiding met gemakzuchtige frames, ervoor zorgen dat u een stortvloed aan informatie over u heen krijgt, die u het zicht belemmert op wat er nou écht aan nieuws is. Voor zover ik kan overzien is er in de Week van de Klassieken niet één medium geweest dat uit het aanbod wist te distilleren hoe de DNA-revolutie de interpretatiehorizon verwijdt en hoe de klassieken zullen gaan veranderen.

Dat komt niet alleen door journalisten, overigens. Ik heb de indruk dat classici het zelf ook nog niet helemaal door hebben. Ze zijn in de jaren tachtig, toen de studieduur werd bekort, een fuik in gezwommen: waar oudheidkundigen ooit ongeveer wisten wat collega-disciplines deden, weten ze dat nu nauwelijks meer (en oproepen tot interdisciplinariteit blijven al een halve eeuw beperkt tot geroep in de woestijn), zodat inzichten van de ene discipline de andere onvoldoende bereiken. Een andere ontwikkeling is de groeiende nadruk op onderzoek en onderwijs. Als ik een euro had gekregen van elke oudheidkundige die ooit heeft gezegd dat zijn of haar werk bestaat uit onderzoek en onderwijs, en negeerde dat de wet ook overdracht noemt als academische kerntaak, zou ik een lang weekend naar Brussel kunnen. Ik ben bang dat de universiteiten inmiddels te ver de fuik zijn ingezwommen en zichzelf niet langer kunnen hervormen. Het zal van buiten moeten komen – en verrek, er zijn hoopvolle ontwikkelingen.

Lees verder “Nieuws zonder filter (6)”