12. Wat te doen?

Ik ben de weg kwijt.[Vandaag bestaat de Mainzer Beobachter tien jaar en daarom maak ik een persoonlijke balans op. De trouwe lezers van de blog zijn weinig nieuws tegengekomen, maar ik wilde zijn of mijn ambities overeenkwamen met de praktijk. Helaas is dat niet zo. Dit is het laatste stukje van vandaag. Het eerste was hier.]
Na mijn beslissing te stoppen met de Livius Nieuwsbrief was de keuze vrij snel gemaakt te beginnen met een groepsblog die Grondslagen.net heet. Daar zouden alle oudheidkundige blogs dan kort delen wat ze te melden hebben, waarna lezers vanaf Grondslagen.net naar de deelblogs zouden worden geleid. Eén blog als wegwijzer naar de andere. Ook wilde ik informatie bieden over de Oudheid die dan doorgaans minder actueel zou zijn, maar die in elk geval niet de flauwekul samenvatte die de Livius Nieuwsbrief schadelijk had gemaakt. Als een website als Neerlandistiek kan bestaan, waarom kunnen archeologen, classici en oudhistorici dan niet één site maken waar mensen alles kunnen vinden?

Ik weet niet goed hoe dit project verder zal gaan. Het idee was dat ook de musea blogs zouden delen, maar door de corona hebben ze andere prioriteiten en is het er nog niet van gekomen. Hoewel we ruim duizend abonnees hebben, zijn we er nog niet. Grondslagen kan momenteel alleen voetafdruk opbouwen. Wat overigens niet zonder nut is.

Lees verder “12. Wat te doen?”

10. Vuile handen

[Vandaag bestaat de Mainzer Beobachter tien jaar en daarom maak ik een persoonlijke balans op. De trouwe lezers van de blog zullen weinig nieuws tegenkomen, maar het is goed eens te kijken of mijn ambities overeenkomen met de praktijk. Dit is het tiende van twaalf stukjes; het eerste was hier.]

Omdat geesteswetenschappelijk onderzoek dat niet bij het publiek aankomt beter niet had kunnen worden uitgevoerd, heb ik jarenlang de Livius Nieuwsbrief uitgegeven, waarin ik elke maand het nieuws over de Oudheid samenvatte in de vorm van talloze linkjes. Al vrij snel begon ik er commentaar op te geven. Het nieuwtje hier was allang bekend (want het stond al daar) en dat bericht klopte echt niet (en wel hierom). Of er was weer eens een gevalletje oudheidkundige standaardoverdrijving. En uiteraard zouden archeologen nooit één keer iets bekendmaken als ze ook twee keer konden hengelen naar fondsen.

Ik haatte dat becommentariëren. Het is geen prettige aanblik hoe de oudheidkunde zichzelf om zeep helpt. Steeds vaker was ik na het versturen van de Nieuwsbrief neerslachtig. Aanvankelijk dwong ik mezelf de nieuwsbrief te openen met “het mooiste van de maand”: voor mij een herinnering dat er ook mooie dingen waren en voor de lezer een geruststelling. Later begon ik een aparte commentaarsectie, zodat de rest van de nieuwsbrief positief kon blijven.

Lees verder “10. Vuile handen”

8. De praktijk

Soms maakt een diepe verslagenheid zich van je meester

[Vandaag bestaat de Mainzer Beobachter tien jaar en daarom maak ik een persoonlijke balans op. De trouwe lezers van de blog zullen weinig nieuws tegenkomen, maar het is goed eens te kijken of mijn ambities overeenkomen met de praktijk. Dit is het achtste van twaalf stukjes; het eerste was hier.]

Als mensen makkelijk slechte informatie vinden, bouw je een structuur om mensen even makkelijk betrouwbare informatie te laten vinden: het mag dan vanzelf spreken dat er naast de fabeltjesfuik een feitenlift moet zijn, er blijven diverse problemen. Als je mensen goed wil informeren, moet je beschikken over goede informatie. De universiteiten verbergen die echter achter betaalmuren. Daarmee beletten ze niet alleen de opbouw van een gelaagde infrastructuur om kennis te delen, maar verhinderen ze ook dat mensen in een staat van vertrouwdheid raken met het wetenschappelijk proces. Aard en belang van onderwijs, wetenschap en cultuur blijven onduidelijk en omdat wetenschappers toch exposure zoeken, proberen ze de aandacht te trekken met andere middelen. Daarbij doen ze de waarheid nogal eens tekort.

Voorbeelden te over. Voor De klad in de klassieken heb ik uitgeknobbeld dat 40% van de archeologische persberichten onjuistheden bevatte die de opstellers moesten hebben herkend. Archeologen willen nog weleens overdrijven, zoals wanneer ze claimen dat het belangrijk is te weten welk Romeins legeronderdeel de sectie van een weg heeft gebouwd. Classici willen nog weleens oude wijn in nieuwe zakken doen, zoals het project Anchoring Innovation, dat een negentiende-eeuwse hermeneutische strategie herintroduceert. Weer een andere keer is er sprake van ongefundeerde speculaties, zoals wanneer weer eens een paleis van koning David is opgegraven. Dit is echter wel wat de media haalt. De voorlichting schiet tekort.

Lees verder “8. De praktijk”

6. Uit de fuik?

Herodotos veranderde mijn leven (Agora Museum, Athene)

[Vandaag bestaat de Mainzer Beobachter tien jaar en daarom maak ik een persoonlijke balans op. De trouwe lezers van de blog zullen weinig nieuws tegenkomen, maar het is goed eens te kijken of mijn ambities overeenkomen met de praktijk. Dit is het zesde van twaalf stukjes; het eerste was hier.]

In 1993 solliciteerde ik naar een OiO-positie. Hoewel mijn Leidse leermeester H.W. Pleket tegelijkertijd ontslag nam uit protest tegen de oprichting van de onderzoeksscholen, stond hij achter mijn plan. De beoordeling daarvan gebeurde door één hoogleraar, die het voorstel afwees. Als doctorandus 1 had ik daarvoor begrip.

Die berusting verdween toen ik leerde dat de succesvolle sollicitant eveneens doctorandus 1 was én de kandidaat van de hoogleraar die de aanvragen had beoordeeld. Het was beter geweest te zijn afgewezen na een integere beoordeling, want dan had ik geweten wat ik intellectueel waard was. Ik ben van nature onzeker en die onzekerheid is hierdoor verergerd.

Lees verder “6. Uit de fuik?”

Tien jaar bloggen

Mainz in 1880

Vandaag bestaat dit blog tien jaar. Ik ben op 14 juli 2011 begonnen met een stukje over Don Quichot en dit is de 4563e toevoeging. Ooit bedoeld om te schrijven over alles wat me te binnen schoot, is de Mainzer Beobachter (waarvan niemand bleek te begrijpen waarom die zo heet) in de loop van de jaren steeds meer een Oudheidblog geworden. Waarom dat zo is, leest u hier.

U reageerde in totaal zo’n 45.000 keer. Daarvoor dank! Hoewel ik de discussies soms te heftig vind, en ik twee keer een ban heb moeten uitdelen, ben ik blij met uw betrokkenheid. Ik heb vooral genoten van de stukken die u zelf aanleverde in de reeks geliefde boeken. Echt, dit zijn verrijkingen voor in elk geval mijn leven geweest en ik weet dat ook u dat zo heeft ervaren.

Lees verder “Tien jaar bloggen”

Doggerland

Een 50.000 jaar oude vuistbijl, gevonden op de Maasvlakte. Het voorwerp is gemaakt van Wommersomkwartsiet, gewonnen in Vlaams Brabant, 175 kilometer verderop. Het illustreert hoe mobiel Neanderthalers waren.

Nederland heeft geen archeologiemuseum. Net als Vlaanderen overigens, dat in Brugge tot voor kort wel zo’n museum had. Onze musea tonen vooral voorwerpen, waarmee ze een verhaal over het verleden vertellen. Dat is ook goed. Het verleden is immers belangrijk. Maar ik zou willen dat ergens ook naar behoren werd uitgelegd wat archeologie is. Gelukkig is er nu de expositie over Doggerland in het Rijksmuseum van Oudheden. Het sterke is dat deze niet alleen gaat over de Steentijd van een gebied dat nu ligt op de bodem van de Noordzee, maar dat ze ook vertelt hoe en waardoor we weten wat weten.

De naam “Doggerland” is daarbij ietwat misleidend, want die term verwijst naar de Doggersbank, de ondiepte halverwege Nederland en Engeland. De expositie gaat echter over een wat groter gebied. Veel vondsten zijn vlak onder de Nederlandse kust gedaan. De paleolithische voorwerpen komen bijvoorbeeld van de stranden van de Zeeuwse archipel en de Waddeneilanden, terwijl flink wat mesolitische vondsten zijn gedaan op de Maasvlakte. Lees verder “Doggerland”

De Oudheid in het nieuws

Een blik in Toebosch’ keuken

Straks begint Oog op de Oudheid, het evenement waartoe Timo Epping van het Rijksmuseum van Oudheden en ik, destijds namens RomeinenNu, het initiatief namen. Het doel is het publiek wat méér te bieden dan alleen conclusies. Mijn goede vriend Richard Kroes is altijd de presentator geweest, de Tempelzaal in het museum de vaste locatie.

Alleen zal daar dit keer niemand zitten. U weet waarom. Omdat we het vanavond niet live konden doen, is het een livestream, die helemaal niet live is maar vanmiddag opgenomen. Evengoed is de aflevering interessant omdat het gaat over de wijze waarop de Oudheid in het nieuws komt. Of niet in het nieuws komt, want classici krijgen, zo constateerden we, aanzienlijk minder aandacht dan archeologen. Waarom dat zo is, is een van de vragen die aan de orde kwam. (Al kwam het antwoord dat ik verwachtte te horen, namelijk dat classici zich richten op het gymnasium, er grappig genoeg niet uit.)

Lees verder “De Oudheid in het nieuws”

Grieken in het Verre Oosten

Momenteel is de Week van de Klassieken, die is gewijd aan de Inclusieve Oudheid. Eén van de aspecten van dat thema is dat er (eindelijk) aandacht is voor regio’s die niet Griekenland en Italië heten. Vergeet niet op de website op de agenda-pagina rechtsboven te zoeken naar wat er de afgelopen dagen al was, want daar zaten interessante dingen bij, zoals lezingen van Miko Flohr en Marike van Aerde.

Ik wil het niet ongemerkt voorbij laten gaan en haak erop in met de keuze van het boek dat ik als eerste wil behandelen in een reeks filmpjes die ik al tijden in gedachten heb: “Zit een oudheidkundige met de rug naar een boekenkast”. Het boek dat ik als eerste uit die kast haal en aan u voorstel, is van Rachel Mairs; u bestelt het hier en ik schreef er daar al eens over.

Lees verder “Grieken in het Verre Oosten”

De nieuwsselectie

Onlangs vertelde een archeoloog me over een erg leuke ontdekking. Ik kan u niet verklappen welke, want het onderzoek loopt nog en niemand wil plunderaars op de opgraving, maar het was echt heel erg leuk. Ik zou de betrokkene hebben willen feliciteren, maar een hand geven is lastig op anderhalve meter.

Twee jaar geleden zou het nieuws moeiteloos de kranten hebben gehaald. In de regionale krant zou het voorpaginanieuws zijn geweest, het museum zou met spectaculaire bezoekersaantallen de bezuinigingen van enkele voorgaande jaren royaal compenseren. Ik denk echter dat het, als het onderzoek later dit jaar is afgerond, de kranten niet werkelijk zal halen. Dat is niet omdat oudheidkundigen inmiddels onder de terechte verdenking staan eigenlijk maar wat te roepen, maar omdat de nieuwsselectie de laatste tijd weinig ruimte laat voor positief wetenschapsnieuws.

Lees verder “De nieuwsselectie”