Hollands glorie

Na het boekje over Plinius nodigde De Roo Interim me uit een tweede boekje te schrijven. Omdat het bijna 2000 was, leek het leuk een terugblik te schrijven op het aflopende millennium. Dat werd Hollands glorie, waarin ik de Hollandse en Utrechtse veenontginningen beschreef, het ontstaan van de waterschappen en de groei van de overlegcultuur.

Er zijn meer boeken over de Nederlandse stichtingssage, maar bij mijn weten is mijn boekje het enige dat niet alleen verhaalt hoe er continuïteit van toen tot op heden was, maar ook het tweede deel levert van wat volgens mij noodzakelijk is voor een volledige bewijsvoering: aantonen dat overlegmodellen buiten Nederland niet voorkwamen. Het op Brenner geïnspireerde hoofdstuk waarin ik de vaderlandse bestuurscultuur vergeleek met Pruisen, Frankrijk en Groot-Brittannië, beschouw ik als het geslaagdste dat ik ooit heb geschreven.

Dat was helaas wel twaalf jaar geleden. De laatste woorden van het boek zijn sindsdien grimmig actueel gebleken:

Er zijn schaduwkanten aan onze overlegcultuur. Zo ligt in het feit dat we steeds compromissen sluiten besloten dat ernstige meningsverschillen verborgen blijven. Dat kan prettige gevolgen hebben, maar het kan ook gevaarlijk zijn. Illustratief is de discussie over de integratie van de Islam in Nederland, die zich weleens lijkt te concentreren op van elk belang gespeende futiliteiten als het dragen van hoofddoekjes, zodat niemand zich in de werkelijke strijdvragen hoeft te verdiepen. De tijd zal leren of de tegenstellingen af- of toenemen door ze te verzwijgen.

De Engelse tekst is hier.