De triomf van Bacchus

Het Bacchusmozaïek uit Sétif

Deze blog gaat, tenzij de actualiteit ertussen springt, het jaar uit met vooral wat museumstukken. Mijn boek over de laboratoriumtechnieken waarmee oudheidkundigen papyri te lijf gaan, Bedrieglijk echt, moet af en ik ben de stad uitgegaan om rustig te kunnen werken. Vandaag dus een stukje over het mooiste dat ik zag in Algerije: het mozaïek van de triomf van Bacchus, in het museum van Sétif.

Dit mozaïek is negen meter breed en ruim zes meter hoog en heeft ooit gelegen in de eetkamer van een stadsvilla. Rechts herkent u de plek waar twee pilaren stonden aan weerszijden van de ingang tot het vertrek. Alles klopt aan dit mozaïek. Zelfs de randen zijn schitterend: let eens, als u de plaatjes groter ziet na de break, op die koppen in de hoek en de kentauren die vechten met de leeuwen. Het gaat me echter om de twee eigenlijke afbeeldingen: rechts de Calydonische Jacht en middenin de triomf van Bacchus ofwel Liber Pater ofwel Bakchos ofwel Dionysos.

Lees verder “De triomf van Bacchus”

Verkoopakte van een slaaf

Een van de Tablettes Albertini

Een van de aardigste archeologische vondsten uit Algerije is de collectie van vijfenveertig houten schrijfplankjes die bekendstaat als de Tablettes Albertini, vernoemd naar de man die ze in 1928 wist te verwerven, de Franse oudheidkundige Eugène Albertini (1880-1941). Het gaat om een laat-vijfde-eeuws archiefje dat is samengebracht toen de boedel van een verder onbekende Flavius Geminius Catullinus moest worden verkocht, die woonde in Djebel M’rata bij het huidige Tébessa.

Ik zag drie van die tabletjes in het Nationaal Oudheidkundig Museum in Algiers. In al zijn gewoonheid verraadt deze verkoopakte van een slaaf veel over de sociale verhoudingen in de toenmalige Maghreb, die destijds werd bestuurd door koningen van Vandaalse afkomst, maar waar het Romeins Recht nog altijd werd toegepast.

Lees verder “Verkoopakte van een slaaf”

Adiutor de Cananefaat

Grafsteen van Adiutor (Museum Tipasa)

Tipasa, dat ik gisteren al vermeldde, ligt een eindje ten westen van Algiers. Het is de plek waar Adiutor is begraven, een Cananefatische ruiter uit het Romeinse leger. Op de afbeelding hierboven lijkt hij krulhaar en een baardje te hebben. We zien hem met gevelde lans op een vijand af galopperen. Daaronder lezen we

DM
ADIVTORIS EQ
AL PRI CANINA
FATIVM VI XXXXI M
AN XXIII PRO LB IPSI
BENE ME CABANVS HE
PO

wat we kunnen aanvullen tot

Lees verder “Adiutor de Cananefaat”

Cherchell en Tipasa

Tipasa: een christelijke basiliek en een villa aan zee

Ik heb u de afgelopen twee weken mee genomen op een reis door de Maghreb. Eerst Tunis en Karthago, de hoofdstad van de Romeinse provincie Africa. We vervolgden onze reis richting Algerije en bereikten Annaba, het antieke Hippo Regius. In die dagen blogde ik enkele keren over Augustinus: zijn jeugd, zijn verblijf in Karthago, zijn ontdekking van het ego. En het was in de richting van Souk Ahras, zijn geboorteplaats, waarheen we onze reis voortzetten. Via M’daourouch en Khemissa (Apuleius’ Madauros en Thubursicum) bereikten we Constantine, het antieke Cirta, de eerste hoofdstad van wat de Romeinse provincie Numidië zou worden.

We reden naar het zuiden via het graf van Massinissa (of zijn zoon Micipsa) en de Romeinse legioenbasis te Lambaesis naar Batna, waar we pakjesavond vierden. Sinterklaas zelf vierden we in het fenomenale Timgad en daarna keerden we terug naar Constantine, dat een mooi museum heeft en waarvandaan we Tiddis bezochten, de mooiste site die we in Algerije hebben gezien. Via het charmante Sétif – waar ik nog pissig was over Sapfo – en het voor ons gesloten Djemila kwamen we tijdens de verkiezingen in Algiers, de stad waar ook Michiel de Ruyter nog eens is geweest en waar wij het Bardomuseum, het Nationaal Museum van Oudheden en het Paleis van de Rais bezochten.

Lees verder “Cherchell en Tipasa”

Sétif en Djemila

De triomf van Bacchus

Van de steden waar we in Algerije overnachtten – Algiers, Annaba, Batna, Constantine en Sétif – vond ik de laatste het prettigste. Misschien wel omdat het ook de modernste was van het vijftal en omdat er een superieur museum was, dat zich bovendien bevond op letterlijk een steenworp van ons hotel. Wat wil een mens nog meer?

Antieke resten zijn er nauwelijks. Dat wil zeggen, er is een Byzantijnse stadsmuur waarvan nog twee torens overeind staan en daarvoor liggen ook nog wat resten in het gras, maar toegankelijk is het gebied niet. Als ik al aandrang had gevoeld om over het hek te klimmen, waar ik doorgaans toch geen bezwaar tegen heb, dan werd die deze keer efficiënt gefnuikt doordat de regen in bakken neerviel.

Lees verder “Sétif en Djemila”

Sofonisba

De stad waar ik u gisteren had achtergelaten was Constantine, het antieke Cirta. Het was de scène van een reeks gebeurtenissen uit de Tweede Punische Oorlog die even beroemd als complex zijn. Om te beginnen: ten westen van Karthago lagen twee Numidische koninkrijken, enerzijds het westelijke, dat van de Masaeisylische Numidiërs, geregeerd door Syfax, anderzijds het oostelijke, dat van de Massylische Numidiërs, geregeerd door Gala. Het laatste was met Karthago verbonden. Gala’s zoon Massinissa streed bijvoorbeeld in Spanje in het leger van een broer van Hannibal.

Massinissa zou trouwen met een zekere Sofonisba (Sapanba’al in het Karthaags), de dochter van de Karthaagse edelman Hasdrubal. Onze bronnen presenteren haar, zoals u vermoedelijk al verwacht, als jong, beschaafd, muzikaal en verleidelijk mooi. Prins Massinissa had zijn verloofde echter nog nooit gezien en voelde zich dan ook niet gehouden aan het bondgenootschap tussen zijn vader en Hasdrubal. De oorlog in Spanje, die desastreus verliep voor de Karthagers, gaf Massinissa een voorgevoel van wat komen ging en hij overwoog zich te verbinden met de Romeinen.

Lees verder “Sofonisba”

Constantine en Tiddis

Constantine

Het was eigenlijk mijn opzet om u, afgezien van wat stukjes die ik had voorbereid voordat ik naar Algerije vertrok, in ruwweg chronologische volgorde op onze reis mee te nemen. Die chronologie is wat doorbroken geraakt door twee Algiers-stukjes, maar ik neem nu de draad weer op waar ik u had achtergelaten: in Batna, waarvandaan we naar Timgad/Thamugadi en naar Tazoult/Lambaesis waren geweest. Van die laatste plek begeleidde de politie ons terug naar Batna en eerlijk gezegd weet ik nog altijd niet waarom. We hielden het erop dat men geen pottenkijkers wilde maar zouden enkele dagen later onder begeleiding worden weggebracht van een plek waar inderdaad verhoogd risico was.

Enfin. Van Batna bereikten we opnieuw Constantine, het antieke Cirta. De stad is beroemd om de enorme kloof met de geweldige bruggen – zie boven – en heeft een ietwat stoffig museum met een geweldige collectie. Vooral de verzameling munten trof me als tiptop. Achterin het museum is een zaal vol met de in 1950 ontdekte Numidische steles waarover ik al eerder blogde. Ik vond het erg indrukwekkend en was des te meer onder de indruk omdat we het eigenlijk niet hadden verwacht in een ietwat achenebbisj museum.

Lees verder “Constantine en Tiddis”