Kantelberg

Ceres. Dit is geen asteroïde maar een planetoïde.

Of Engels een mooie taal is, tja. Natuurlijk frons ook ik mijn wenkbrauwen omdat in die taal werkwoorden voor geslachtsgemeenschap met een lijdend voorwerp gaan (“to shag a person”) terwijl je in het Nederlands vrijt met een medewerkend voorwerp. Ik heb desondanks geen hekel aan de taal van onze westerburen. Toch voel ik me wat onbehaaglijk als ik een Engels woord hoor gebruiken waar onze eigen taal een woord heeft dat de zaken beter uitdrukt. Zo’n klein planeetje heet “planetoïde” en geen “asteroïde”. Niet dat ik denk dat met dat laatste woord, dat “stergelijkend” betekent, grote ongelukken gebeuren, maar om nou te zeggen dat het duidelijk is…

Meer verwarring: ik was niet de enige die vorige week opkeek van een persbericht van de Universiteit Leiden waarin de Touwbekercultuur werd aangeduid als “Corded Ware”. Een moment lang denk je dan dat je iets hebt gemist, tot je je realiseert dat het gewoon een oude bekende is uit de Prehistorie. Nog een voorbeeld, gelukkig volkomen onschuldig: de koeien gaan in de lente van de stal naar de weide en daarvandaan naar de zomerweide. Het elegante Nederlandse woord daarvoor – de boer is de dieren aan het “verweiden” – heb ik al zeker vijfendertig jaar niet gehoord. Ik hoor weleens praten over “transhumance” en of mijn filterbubbel in dit opzicht representatief is, dat weet ik niet. Wat ik weer wel weet, is dat ik het Nederlandse woord weleens heb moeten uitleggen.

Lees verder “Kantelberg”

Dromedarissen, kamelen en anglicismen

Pasgeboren dromedarisjes kunnen meteen lopen, zoals deze kleine eenbulter in een karavaanserail in Iran.

Effectief schrijven: Aristoteles dacht er al over na en onderscheidde drie zaken waarop je moest letten. Ze zijn nog altijd een makkelijke kapstok voor wie wil leren een overtuigend betoog te schrijven. Zo iemand moet

  • zijn verhaal logisch doen (de argumenten moeten de conclusie schragen);
  • persoonlijk geloofwaardig zijn (Sonja Bakker en Adriaan van Dis moeten niet verontwaardigd doen over plagiaat);
  • het zo brengen dat het publiek uit je hand eet.

Dat laatste houdt bijvoorbeeld in dat je rekening houdt met emoties en verwachtingen die bij het publiek leven. Wie een ander wil overtuigen, doet er meestal niet verstandig aan hem te beledigen. Maar er zijn ook taalkundige verwachtingen die een effectieve schrijver respecteert, bijvoorbeeld bij de woordkeuze. Men mag best zeggen dat “hun” iets hebben gedaan, maar wie het opschrijft, zal een deel van zijn publiek kwijtraken, uit louter ergernis. Irritante, rare en ongebruikelijke woorden dienen, zoals Julius Caesar al opmerkte, te worden vermeden als klippen op zee. Je betoog kan erop stranden.

Lees verder “Dromedarissen, kamelen en anglicismen”