Armenië in Libanon

Musa Dağ, de Mozesberg, verrijst even ten noordwesten van Antiochië. Hier lagen ooit zes Armeense dorpen, al bewoond door Armeniërs sinds de Middeleeuwen en misschien nog wel langer. In juli 1915 kregen de bewoners van de Ottomaanse autoriteiten opdracht zich klaar te maken voor verhuizing – en de dorpelingen wisten dat dit neerkwam op deportatie. De Armeense genocide was in april van dat jaar al begonnen met een moordpartij in Constantinopel.

De vierduizend bewoners van de zes dorpen trokken zich terug op de berg zelf, legden loopgraven aan, oefenden zich in het schieten en wachtten op de onvermijdelijke aanval. Die volgde inderdaad, maar de belegerden wisten de soldaten af te slaan, waarop de Ottomaanse troepen besloten de dorpelingen uit te hongeren. Een paar van hen wisten naar Iskenderun – dat toen nog Alexandretta heette – te komen, deels lopend langs de kust, deels zwemmend, in de hoop dat daar schepen zouden liggen van de Entente, maar vergeefs.

Lees verder “Armenië in Libanon”

Armenië en Ararat

Reliek van Ark van Noach, 1698 in het museum bij de Kathedraal van Etsjmiadzin

[Ik leen mijn blog even uit aan een persbericht van het Drents Museum.]

Hoewel de Ararat niet in Armenië ligt, zijn deze beroemde heilige berg en de kleinste republiek van de Zuidelijke Kaukasus onlosmakelijk met elkaar verbonden. Vanaf 12 april 2020 spelen Armenië & Ararat de hoofdrol in de tentoonstelling In de ban van de Ararat – Schatten uit het oude Armenië. Schitterende objecten uit het History Museum of Armenia in Yerevan én een uniek reliek van de Ark van Noach komen naar Assen.

Na de grote internationale archeologietentoonstellingen over Iran en Nubië in 2018, presenteert het Drents Museum volgend voorjaar het verhaal van de rijke cultuur van Armenië. Een verhaal waarin de ruim 5.000 meter hoge Ararat niet kan ontbreken. Volgens de traditie stammen de Armeniërs rechtstreeks af van Hayk, een achter-achterkleinzoon van Noach die met zijn beroemde ark vastliep op de flanken van de Ararat.

Lees verder “Armenië en Ararat”

Armeense volkscultuur

Dvin

Nog een nagekomen krabbel uit Armenië: de christenen daar brengen nog offers. Die antieke gewoonte is in westelijker kerken als heidens terzijde geschoven maar de Armeens-Apostolische Kerk heeft haar dus gehandhaafd. Iemand kan een gelofte doen – denk aan de genezing van een dierbare of zoiets – en kan, als het gebed is verhoord, uit dankbaarheid een schaap offeren. (Ik heb de dieren te koop aangeboden zien worden langs de weg naar Geghard.) Na het offer wordt het vlees verdeeld over zeven armlastige families.

Een priester zegent van tevoren het zout dat het offerdier in de mond krijgt gelegd. Ik heb voor dit gebruik verschillende verklaringen gehoord: het dier zou erdoor worden verdoofd, het dier zou erdoor worden afgeleid, zout is het symbool van het Verbond, zout is het symbool van vriendschap. Ik vermoed dat ze allemaal waar zijn. In religieuze aangelegenheden zijn de gebruiken er eerder dan de interpretaties.

Lees verder “Armeense volkscultuur”

Stalinistisch Armenië

Zeg “Stalin” en je komt uit bij een aantal Grote Verhalen: de zuiveringen van het leger en de Communistische Partij, de collectivisatie van de landbouw, de dekoelakisering, de geforceerde industrialisering, de willekeurige executies onder Mongolen en Oeigoeren, de schijnprocessen, de hongersnoden en de Siberische concentratiekampen. Ik hoorde laatst iemand van Nieuw Rechts beweren dat het desondanks wel mee viel, zolang je maar deed wat je werd gezegd. Anders gezegd, zolang je maar geen communist of soldaat was, of wat eigen grond bezat, of Mongool of Oeigoer was, en zolang je maar niet klaagde als je te weinig te eten kreeg, dan bleven de Vladimir-gevangenis en de goelag je bespaard.

Het is kul. Dat behoeft geen toelichting. Ten overvloede echter iets over Armenië.

Al sinds de Kruistochten zijn er allerlei grote en kleine Armeense gemeenschappen rond het oostelijke Middellandse Zee-gebied, die na de genocide in het Ottomaanse Rijk sterk in omvang waren toegenomen. U kent misschien de Armeense wijk van Jeruzalem. In de jaren na de Tweede Wereldoorlog nodigde Stalin deze Levantijnse Armeniërs uit om te komen naar de Sovjet-Unie. Dat was geen onaantrekkelijk aanbod, want de staat Israël was een oorlogszone.

Lees verder “Stalinistisch Armenië”

Spookkoning

Portret van een Romein, c.200 n.Chr. (Glyptotheek, Munchen)

Koning Chosroes van Armenië, wie kent hem niet? Hij moet een tijdgenoot zijn geweest van de Romeinse keizer Septimius Severus, die in 195 en 197 campagne voerde in het oosten en tijdens een van die veldtochten Armenië wilde annexeren. Met een flinke betaling kocht de Armeense vorst de invasie af, zo meldt de Romeinse auteur Herodianus. Als u het wil nalezen: het is de terloopse passage hier. Daar staat echter de naam van de Armeense vorst niet vermeld.

De Neue Pauly (een bekend naslagwerk) heeft een suggestie:

… doch dürfte auf ihn die Inschrift eines “Armeniers Chosroes” beim ägyptischen Theben (CIG 4821) zu beziehen sein.

CIG staat voor Corpus Inscriptionum Graecarum, een heel oud verzamelwerk met Griekse inscripties, waarvan de uitgave is begonnen in 1825. En daar staat inderdaad dit inschrift:

Lees verder “Spookkoning”

Karmir Blur

Karmir Blur

De Armeense hoofdstad Yerevan dateert, in de huidige vorm, uit de twintigste eeuw. In het zuiden liggen echter oudere nederzettingen: Shengavit, dat teruggaat tot het immer fascinerende Chalcolithicum; de Urartese en Perzische stad Erebuni, ruim achtentwintig eeuwen oud en de eerste drager van de naam die wij tegenwoordig schrijven als “Yerevan”; en Karmir Blur ofwel Teishebani, een eveneens Urartese nederzetting, die niet zo lang heeft bestaan en daardoor archeologisch interessant is, omdat alle vondsten vrij precies zijn te dateren, namelijk tussen pakweg 650 en 600 v.Chr.

De Armeense naam Karmir Blur betekent zoiets als “de rode heuvel” en verwijst naar de verbrande tichelstenen van de antieke muren; de antieke naam verwijst naar de god Teisheba, de Urartese oorlogsgod. De citadel en een deel van de benedenstad zijn al lang geleden opgegraven en het staat vast dat ze zijn verwoest rond 600 v.Chr. door mensen die waren bewapend met Skythische bogen. Het kunnen dus Skythen zijn geweest, maar ook Kimmeriërs of Meden. We weten het weer eens niet en het onderzoek ligt stil omdat de opgegraven stad in de jaren negentig voor de tweede keer werd verwoest.

Lees verder “Karmir Blur”

Xenofons bier

Biervaten
Biervaten

Een van de beroemdste verhalen uit de Oudheid is dat van de Tienduizend: de terugtocht van een groep Griekse huurlingen die had gestreden in een Perzische burgeroorlog en nu probeerde thuis te komen. De naam is een beetje raar: van de 14.000 die op pad gingen, keerden er 6.000 terug. Tienduizend is slechts een ongewogen gemiddelde. Eén van de commandanten, Xenofon, schreef een prachtig verslag waarin vooral de passages over de tocht door Armenië boeiend zijn. Zo beschrijft hij de levenswijze:

De woningen bevonden zich onder de grond; ze hadden een nauwe toegang, net als de opening van een waterput, maar beneden waren ze ruim. Voor het vee waren er ingangen als tunnels uitgegraven, maar de mensen daalden af langs ladders. In die woningen trof men geiten, schapen, ossen en pluimvee aan, samen met hun jongen; al die dieren werden binnenshuis gevoederd. Men trof er ook tarwe, gerst, peulvruchten en gerstebier in vaten. De gerstkorrels dreven tot aan de rand van de vaten en er staken rietstengels zonder knopen in, grote en kleine. Wanneer men dorst had, moest men een rietstengel in de mond nemen en eraan zuigen. De drank was zeer sterk als men er geen water bij voegde; maar wanneer men eenmaal de smaak te pakken had, was hij zeer aangenaam.(Xenofon, Anabasis 4.5.25-27; vert. Marc Moonen)

Lees verder “Xenofons bier”