Eunuch

Koning Jehu van Israël onderwerpt zich aan Šalmanasser van Assyrië, met links en rechts twee ša-rēši (British Museum, Londen; meer)

Hoe spreek je het woord “eunuch” uit? Het was een vraag die vanmorgen op Twitter langskwam en ineens moest ik eraan denken dat als ik over dit soort ontmande hovelingen spreek, ik de juiste uitspraak ook niet weet. Spreek je de eerste lettergreep van dit van oorsprong Griekse woord uit als /ui/, zoals in “Zeus”, of als /eu/, zoals in “eucalyptus”? En leg je de klemtoon op de eerste of de tweede lettergreep? Ik weet het gewoon niet, terwijl het toch een woord is dat ik professioneel weleens gebruik.

Ondertussen zijn het interessante mensen. In het oude Assyrië heetten ze ša-rēši, wat zoiets wil zeggen als “degene die staat bij het hoofd”. Dat “hoofd” kan letterlijk worden gelezen en kan dan betekenen dat de man –  u mag hier zelf een flauwe grap maken – heel dicht bij de vorst staat: hij is het oog des konings, hij heeft het oor van de heerser, hij verneemt alles uit de mond van de monarch zelf. Misschien is echter het hoofdeinde van een bed bedoeld en was de ša-rēši niet een hoge uitvoerende beambte maar een kamerling. Het Arabische woord ra’s heeft dezelfde ambiguïteit: het betekent zowel “hoofd” als “uiteinde” (bijv. in ras al-ghul, “hoofd van de demonen”, en in de namen van kapen, zoals Ras-Shamra, Ras al-Hillal, Ras al-A’ali).

Lees verder “Eunuch”

MoM | Klimaatverandering

Het Jerwan-aquaduct

Een van de bekendste puzzels uit de oude geschiedenis is de ondergang van het Assyrische Rijk. Rond 670 v.Chr. hadden koning Esarhaddon en zijn opvolger Aššurbanipal nog Egypte onderworpen, maar niet veel later vinden we de Assyriërs op de terugtocht. Het gebied langs de Nijl werd overgelaten aan een lokale dynastie, die de Assyriërs in elk geval niet voor de voeten liep. In het oosten werden de Meden gevaarlijk, in het zuiden werden de Babyloniërs steeds onrustiger. Maar wat nu echt zorgde voor de omslag, we weten het niet. Imperial overstretch is een mogelijkheid, maar net als bij de ondergang van het Hittitische Rijk zijn de archieven vele jaren voor het einde van het rijk ten einde gekomen en missen we documentatie om écht iets te zeggen.

En nu is er deze publicatie over een dramatische klimaatomslag. Ik citeer de conclusie:

Our data suggest that climate change was an underlying causal factor, whose effects on the Assyrian imperial economy began centuries before the Empire’s collapse. Nearly two centuries of high precipitation and high agrarian outputs encouraged high-density urbanization and imperial expansion that was not sustainable when climate shifted to megadrought conditions during the seventh century BCE. Megadroughts as severe as modern droughts in the region but lasting for multiple decades likely crippled the Assyrian economy and precipitated its collapse.

Lees verder “MoM | Klimaatverandering”

Semiramis

Een Assyrische koningin (Pergamonmuseum, Berlijn)

Eutropius, wiens door Vincent Hunink vertaalde Korte geschiedenis van Rome onlangs in de winkel is gekomen (full disclosure: ik schreef de inleiding), vermeldt ergens een keizerin Symiasera, waarmee hij Julia Soeamias bedoelt, een uit Syrië afkomstige heerseres. Ik denk dat de rare schrijfwijze geen toeval is. Eutropius wil een herinnering oproepen aan de legendarische oosterse heerseres Semiramis, een van de grote verzinsels uit de Oudheid.

De naam

Toegegeven, de náám Semiramis heeft bestaan. De echtgenote van de Assyrische koning Šamši-Adad V (r.824-811 v.Chr.) heette Šammuramat ofwel Semiramis. Toen haar man was overleden, was ze gedurende drie (misschien vijf) jaar regent voor haar nog minderjarige zoon Adad-Nirari III. De Assyrische legers voerden in deze jaren oorlog tegen de Meden in het oosten en tegen de stad Arpad in het westen. Business as usual dus, zij het dat de commandant een vrouw was of een door haar aangewezen generaal. Veel meer weten we niet over deze koningin, behalve dan dat ze in 787 v.Chr. nog in leven was.

Lees verder “Semiramis”

Feniciërs, Assyriërs en Egyptenaren

Sargon op een reliëf uit Kition (Pergamonmuseum, Berlijn)

Als je op de hellingen van het Libanon-gebergte staat kun je bij zonsondergang, met een beetje geluk, de bergen van Cyprus herkennen: een dunne zwarte lijn aan de horizon. Het is gemakkelijk te begrijpen waarom de Feniciërs van Akko, Tyrus, Sidon, Berytus, Byblos en Aradus zich aangetrokken voelden tot het eiland in het westen, dat zo rijk was aan koper en hout.

Rond 820 v.Chr. namen de Tyriërs – om redenen waarover ik eerder deze week schreef – de verlaten stad Kition over. Het werd al snel een knooppunt in het Fenicische handelsnetwerk, dat een voortzetting was van het systeem uit de Bronstijd. Vanaf Cyprus zouden de Fenicische schepen varen naar Sicilië, naar Karthago en verder. Cyprus was nu weer verbonden met Egypte, Fenicië, Griekenland, Italië en het westelijke Middellandse Zee-gebied.

Lees verder “Feniciërs, Assyriërs en Egyptenaren”

Herodotos’ halflegendarische volken

Perzisch reliëf van een Nubiër

Een van onhebbelijkheden van antieke auteurs is dat ze bij het schrijven niet het fatsoen hadden rekening te houden met ons. Ik ga niet lang zoeken naar een voorbeeld en neem Herodotos, over wie ik momenteel wel vaker blog, en neem ook Nubië, waarover de al eerder beschreven expositie is in het Drents Museum. Herodotos heeft het evident over Nubië als hij vertelt dat de Perzische koning Kambyses wilde oprukken naar de hoofdstad van een koninkrijk ten zuiden van Egypte. De vraag is welke hoofdstad dat was: Napata of Meroë.

Napata was de oude hoofdstad, maar na de verwoestingen die koning Psamtek II van Egypte daar had aangericht – ik blogde er onlangs over – verplaatsten de Nubiërs hun residentie naar Meroë. Voor de interpretatie van Kambyses’ beleid scheelt het nogal wat zijn doel was. Rukte hij op naar Napata, dan zette Kambyses het beleid voort van de eerdere koningen van Egypte; was het daarentegen Meroë, dan was het beleid aanzienlijk ambitieuzer, om niet te zeggen irreëel. Er is echter een dieper probleem: Herodotos noemt Kambyses’ vijanden “Ethopiërs”.

Lees verder “Herodotos’ halflegendarische volken”

Byblos in de IJzertijd (en daarna)

Fenicische toren

De steden van Fenicië, waaronder Byblos, hadden te maken met een geduchte vijand: het Assyrië waarover ik vorig jaar al zoveel heb geschreven (overzicht). De Assyrische koningen eisten tribuut van de havensteden, die weinig anders konden doen dan hun handelsnetwerken benutten om het gevraagde te bemachtigen. Zo rond 800 strekte dit netwerk zich uit tot Karthago in Tunesië en verder, tot aan de Atlantische Oceaan.

Zoals ik in mijn vorige stukje aangaf werd Byblos langs deze handelsroutes overvleugeld door andere steden, vooral Tyrus, maar de Byblische kooplieden wisten nieuwe markten aan te boren, zoals Griekenland, dat via Byblos papyrus importeerde uit Egypte. Ik heb vaak horen vertellen dat het Griekse woord voor boek, biblion, is afgeleid van “Byblos”, maar ik weet niet of dat waar is. Uit deze periode, die in Libanon niet heel goed is gedocumenteerd, is in Byblos nog een toren te zien. Ik kom later deze week nog even terug op een vondst uit deze tijd.

Lees verder “Byblos in de IJzertijd (en daarna)”

MoM | Een prijs voor het RMO

Delacroix, De dood van Sardanapalos

Terwijl ik op Cyprus was, las ik dit leuke bericht op de website van de NOS: het Rijksmuseum van Oudheden heeft “met ruime meerderheid van stemmen” de wedstrijd gewonnen die Museumtijdschrift had uitgeschreven – wat was de favoriete expositie van de stemmers? Nineveh dus. Een ronkerig persbericht roept van alles (“brengt een streek die bijna dagelijks negatief in het nieuws is nu eens op een positieve manier onder de aandacht”) maar het is wel degelijk fijn om te lezen.

Om te beginnen dus omdat de expositie een streek die bijna dagelijks negatief in het nieuws is, op een positieve manier onder de aandacht heeft gebracht. Dat mag dan een cliché zijn, het is wel waar. Er zijn echter nog twee andere redenen. Eén: deze expositie was belangrijk.

Lees verder “MoM | Een prijs voor het RMO”

Deir ez-Zor

Een pazuzu-beeldje uit Tell Sheikh Hamad (ooit in het museum in Deir ez-Zor)

Op zaterdag 8 november 2008 werd ik wakker in Deir ez-Zor in Syrië. Ons hotel stond aan de Eufraat en ik herinner me hoe een van mijn reisgenoten die ochtend de ontbijtzaal kwam binnenlopen met een flesje in haar hand, bijna kraaiend van plezier: “Dit flesje… het water heb ik geschept uit … de Eufraat!” Ik had een ochtendhumeur en stoorde me aan haar enthousiasme, maar schaamde me onmiddellijk voor die reactie, want natuurlijk is het heel bijzonder dat je zomaar kunt reizen naar het Midden-Oosten.

Hoe bijzonder, dat weten we inmiddels. Deir ez-Zor is grotendeels verwoest in de Syrische Burgeroorlog. Het einde is nog niet in zicht want Deir ez-Zor ligt nu op de grens tussen de gebieden die de regering en de Koerden beheersen, en ik ga ervan uit dat president Assad niet zal rusten eer hij de Koerden heeft uitgeschakeld. Als er al iets overeind staat van het plaatselijke museum, zal het gebouw nog wel enige tijd worden gebruikt voor andere doeleinden dan tentoonstellingen. Over de collectie heb ik het nog niet eens. U leest hier maar, als u durft.

Lees verder “Deir ez-Zor”

Het belang van de Nineveh-expositie in het RMO

Ivoortje met een Egyptische sfinx, afkomstig uit Assyrië (Archeologisch museum van Bagdad)

Een paar weken geleden kreeg ik een mailtje dat me nogal verbaasde. Ik kreeg het verwijt dat ik veel aandacht besteedde aan de Nineveh-tentoonstelling in het Rijksmuseum van Oudheden. Dat ging ten koste van de aandacht die ik behoorde te besteden aan Griekenland en Rome.

Ik kan daarop natuurlijk antwoorden dat als iemand wil dat er meer wordt geblogd over de klassieke Oudheid, het hem of haar vrijstaat zelf elke dag een blogstukje te schrijven. (“Ik hoop dat hij zijn pols verrekt,” zoals Gerrit Komrij in een soortgelijke situatie opmerkte.) Ik kan ook antwoorden dat je pas kwaliteitseisen kunt stellen aan mijn werk als ik een verplichting zou zijn aangegaan tegenover een subsidiegever, maar ik ben zo vrij te denken dat die subsidiegever wel tevreden zou zijn. Als iemand namelijk zou vaststellen wat in 2017 de belangrijkste te beschrijven oudheidkundige onderwerpen waren, scoorde de Nineveh-expositie hoog. En eigenlijk precies om de reden die mijn correspondent aangaf: omdat het niet gaat over Griekenland en Rome.

Lees verder “Het belang van de Nineveh-expositie in het RMO”

De bevrijding van Mosul

De verwoestingen in het ruïnegebied van Nineveh

Het plaatje hierboven heb ik overgenomen uit een van de vorig jaar verschenen publicaties in het kader van de Nineveh-expositie in het Rijksmuseum van Oudheden: Nineveh, the Great City, een bundel artikelen onder redactie van Lucas Petit en Morandi Bonacossi. Links ziet u een satellietfoto van dat deel van het moderne Mosul waarin het antieke Nineveh ligt, herkenbaar als een lange rechthoek. Rechts ziet u het plattegrond van de oude Assyrische hoofdstad Nineveh, met herkenbaar de twee voornaamste ruïneheuvels: Küyünjik met de antieke paleizen en Nebi Yunus, waar het mausoleum is van de profeet Jona.

Of beter: was, want het is inmiddels door de zogenaamd Islamitische Staat verwoest. De ironie is dat daardoor een paleis uit de zevende eeuw v.Chr. zichtbaar is geworden. Het bestaan ervan was al bekend maar het blijft een geluk bij een ongeluk dat het nu dankzij de vandalen kan worden onderzocht. Op de Leidse expeditie is een filmpje te zien van een drone die door de onderaardse gangen vliegt.

Lees verder “De bevrijding van Mosul”