Kansleer voor oude Mesopotamiërs

Tablet met een lijst van maan- en zonsverduisteringen. Het vermeldt onder meer de dood van de Perzische koning Xerxes (British Museum)

Een leuke vraag in de reageerpanelen: is ook bekend wanneer een voorspelling door Babylonische astrologen oudbakken zou zijn en niet meer geldig?

Antwoord: honderd dagen. Dus als er een maansverduistering was, verkeerden de gekroonde hoofden honderd dagen lang in gevaar. Het gevaar kon overal loeren, maar het gevaarlijkste moment was de verduistering zelf. Gelukkig kon op dat moment een tegenmaatregel worden genomen: de benoeming van een substituutkoning. Men had altijd wel een gevangene of een zwakbegaafde bij de hand die voor een dag of drie op de troon zat en daarna geëxecuteerd. Op die manier was het voorteken uitgekomen zonder dat de bestuurlijke continuïteit werkelijk in het gedrang was gekomen. De hovelingen van Darius III Codomannus hebben dit ook werkelijk beoogd – het valt althans af te leiden uit een passage in het geschiedwerk van Curtius Rufus – en tegen het einde van Alexanders regering hebben zijn Babylonische priesters het eveneens geprobeerd. Ik blogde er al eens over en laat het nu rusten.

Er is iets interessanters te melden. De astrologen hadden gelijk. Hun voorspelling was namelijk gewoon wáár.

Lees verder “Kansleer voor oude Mesopotamiërs”

Thales van Milete (en Babylon)

Thales (Nationaal Museum, Beiroet)

Thales was een Griekse geleerde die in de zesde eeuw v.Chr. leefde in Milete. Van hem is de stelling dat alles uit water is ontstaan en daarom wordt hij wel natuurfilosoof genoemd. Omdat er nogal wat legenden over hem in omloop zijn heeft een commentator hem ooit vergeleken met de dertiende-eeuwse duizendkunstenaar Michael Scot, aan wie ook van alles en nog wat is toegeschreven. Thales’ tijdgenoten waren verbluft omdat hij de zonsverduistering van 28 mei 585 v.Chr. zou hebben voorspeld.

Hoezo, zonsverduistering?

Daar valt echter wel wat op af te dingen. Zelfs in Babylonië, waar de astronomen veel verder waren dan in het toenmalige Griekenland, kon men dit in de zesde eeuw niet. Natuurlijk, men wist dat er een patroon was in zons- en maansverduisteringen en wist op welke data ze mogelijk waren. De Babylonische astronomen waren echter niet in staat te voorspellen of ze een verduistering van de zon ook werkelijk zouden observeren. Zo lezen we op kleitabletten weleens dat een voorspelde zonsverduistering niet was doorgegaan. Moderne astronomen berekenen dan dat het schouwspel zichtbaar was op Groenland of Java of zo.

Lees verder “Thales van Milete (en Babylon)”

Eunuch

Koning Jehu van Israël onderwerpt zich aan Šalmanasser van Assyrië, met links en rechts twee ša-rēši (British Museum, Londen; meer)

Hoe spreek je het woord “eunuch” uit? Het was een vraag die vanmorgen op Twitter langskwam en ineens moest ik eraan denken dat als ik over dit soort ontmande hovelingen spreek, ik de juiste uitspraak ook niet weet. Spreek je de eerste lettergreep van dit van oorsprong Griekse woord uit als /ui/, zoals in “Zeus”, of als /eu/, zoals in “eucalyptus”? En leg je de klemtoon op de eerste of de tweede lettergreep? Ik weet het gewoon niet, terwijl het toch een woord is dat ik professioneel weleens gebruik.

Ondertussen zijn het interessante mensen. In het oude Assyrië heetten ze ša-rēši, wat zoiets wil zeggen als “degene die staat bij het hoofd”. Dat “hoofd” kan letterlijk worden gelezen en kan dan betekenen dat de man –  u mag hier zelf een flauwe grap maken – heel dicht bij de vorst staat: hij is het oog des konings, hij heeft het oor van de heerser, hij verneemt alles uit de mond van de monarch zelf. Misschien is echter het hoofdeinde van een bed bedoeld en was de ša-rēši niet een hoge uitvoerende beambte maar een kamerling. Het Arabische woord ra’s heeft dezelfde ambiguïteit: het betekent zowel “hoofd” als “uiteinde” (bijv. in ras al-ghul, “hoofd van de demonen”, en in de namen van kapen, zoals Ras-Shamra, Ras al-Hillal, Ras al-A’ali).

Lees verder “Eunuch”

Een herontdekte zonnegod

Tablet van Šamaš uit Sippar (British Museum, Londen)

Het bovenstaande reliëf uit Sippar in het noorden van Babylonië is misschien wel een van de bekendste kunstvoorwerpen uit het oude Mesopotamië. Niet zonder reden. Het is gebaseerd op de gulden snede en treft ons dus als harmonieus.

Onder een baldakijn zit de zonnegod Šamaš (een naam die gewoon “zon” betekent) met in zijn hand een korte scepter en een ring. Beide zijn machtssymbolen; ik herinner me hoe de tweede lange tijd “ring of power” werd genoemd, tot die Tolkienfilms die uitdrukking voorzagen van onbedoelde bijbetekenissen, zodat wetenschappelijke jargontermen ineens populair werden (farshiang, kydaris). Deze Achaimenidische Ahuramazda en dat Sasanidische investituurreliëf zijn andere voorbeelden.

Lees verder “Een herontdekte zonnegod”

Deportatie en kruisiging (1)

Elamitische gedeporteerden (Louvre, Parijs(

Omdat ik het afgelopen jaar veel heb gevlogen en nu lijd aan vliegschaamte, besloot ik penitentie te doen met het lezen van Dominion, het laatste boek van Tom Holland, die getuige de ondertitel wil uitleggen hoe de Western Mind is ontstaan. Zijn ambitie neem ik hem niet kwalijk, integendeel. Wat ik echter jammer vind is dat hij het historische belang van het christendom wil beschrijven. Dat maakt het boek wat curieus want geen historicus heeft dat belang ooit betwijfeld.

Holland is echter geen historicus. En dat wreekt zich.

Ik wil de komende tijd enkele stukjes schrijven over zijn aanpak en tonen dat hij door gebrek aan vakkennis fouten maakt. Vandaag zijn feiten. Dat zijn namelijk geen feiten maar decorstukken in wat Holland presenteert als een drama.

Lees verder “Deportatie en kruisiging (1)”

Waarom klassieken? (3)

Ptolemaios I Soter (Metropolitan Museum, New York)

Eén van de plaatsen waar de Griekse beschaving na Alexanders veroveringen voet aan de grond kreeg, was het Egyptische Alexandrië, de hoofdstad van het koninkrijk dat generaal Ptolemaios voor zichzelf had opgebouwd. In Babylonië had hij de soms wel twee millennia oude bibliotheken gezien waarin alle menselijke kennis zou worden bewaard. Alexander had het belang ervan meteen onderkend en delen laten kopiëren voor Aristoteles, die altijd al had aangedrongen op het aanleggen van bibliotheken en soortgelijke inventariseringen van bestaande kennis.

Geïnspireerd door de Griekse filosofie en een Babylonisch voorbeeld had Ptolemaios het Mouseion gesticht. Daar konden de werken worden geconsulteerd van de navolgenswaardige auteurs uit het Griekenland van de vijfde en vierde eeuw, alsmede vertalingen van oosterse teksten, zoals de astronomische waarnemingen uit Babylon, de Bijbel, stukken Egyptische mythologie en praktische curiosa als het reisverslag van de Karthaagse ontdekkingsreiziger Hanno. Het concrete belang van vooral de Griekse literatuur was immens: de stabiliteit van de Griekse bestuurskaste in het Ptolemaïsche Rijk werd erdoor gewaarborgd, en dat droeg op haar beurt bij aan de rust in het koninkrijk.

Lees verder “Waarom klassieken? (3)”

Semiramis

Een Assyrische koningin (Pergamonmuseum, Berlijn)

Eutropius, wiens door Vincent Hunink vertaalde Korte geschiedenis van Rome onlangs in de winkel is gekomen (full disclosure: ik schreef de inleiding), vermeldt ergens een keizerin Symiasera, waarmee hij Julia Soeamias bedoelt, een uit Syrië afkomstige heerseres. Ik denk dat de rare schrijfwijze geen toeval is. Eutropius wil een herinnering oproepen aan de legendarische oosterse heerseres Semiramis, een van de grote verzinsels uit de Oudheid.

De naam

Toegegeven, de náám Semiramis heeft bestaan. De echtgenote van de Assyrische koning Šamši-Adad V (r.824-811 v.Chr.) heette Šammuramat ofwel Semiramis. Toen haar man was overleden, was ze gedurende drie (misschien vijf) jaar regent voor haar nog minderjarige zoon Adad-Nirari III. De Assyrische legers voerden in deze jaren oorlog tegen de Meden in het oosten en tegen de stad Arpad in het westen. Business as usual dus, zij het dat de commandant een vrouw was of een door haar aangewezen generaal. Veel meer weten we niet over deze koningin, behalve dan dat ze in 787 v.Chr. nog in leven was.

Lees verder “Semiramis”

Herman Vanstiphout (1941-2019)

Enkidu, Gilgameš en de hemelstier: reliëf uit Nuzi (Pergamonmuseum, Berlijn)

Er is maar één Oudheid geweest en we weten er veel te weinig van. Dataschaarste is hét centrale thema van de oudheidkunde, een thema dat de oudheidkundigen onderscheidt van andere wetenschappers en onderling verbindt. Desondanks is het vakgebied verdeeld. Om te beginnen is er de op een negentiende-eeuwse traditie gebaseerde tegenstelling tussen archeologen en filologen, vervolgens is er de even verouderde tegenstelling tussen enerzijds Griekenland en Rome en anderzijds het Nabije Oosten, en tot slot is er een tegenstelling tussen de wetenschap en de publieke kennis. Het is geen mens gegeven al die tegenstellingen op te heffen maar de onlangs overleden Groningse geleerde Herman Vanstiphout deed zijn best in elk geval de kloof tussen wetenschap en publiek te overbruggen.

Twee boeken verdienen uw aandacht. In Eduba (2004) toonde hij aan de hand van allerlei vertaalde teksten hoe in het oude Sumerië de school- en schrijfcultuur zijn ontstaan. Het boek is antiquarisch nog wel te krijgen en ik kan het u aanraden. Het andere boek is zijn vertaling van het Epos van Gilgameš (2001), waarover ik al eens blogde. Het epos is weleens getypeerd als het nationale gedicht van de Babyloniërs. Daarmee is het tekortgedaan, want het werd ook gelezen in de Hethitische hoofdstad Hattusa en in het verre Megiddo in Kanaän, er lag een exemplaar in de Bibliotheek van Aššurbanipal in de Assyrische hoofdstad Nineveh, terwijl de kern bestaat uit verhalen over een Sumerische vorst. Er zijn echo’s in de Griekse literatuur. Zo het iets is, dan toch het gedicht van de eerste drie millennia van de menselijke geschiedenis.

Lees verder “Herman Vanstiphout (1941-2019)”

Feniciërs, Assyriërs en Egyptenaren

Sargon op een reliëf uit Kition (Pergamonmuseum, Berlijn)

Als je op de hellingen van het Libanon-gebergte staat kun je bij zonsondergang, met een beetje geluk, de bergen van Cyprus herkennen: een dunne zwarte lijn aan de horizon. Het is gemakkelijk te begrijpen waarom de Feniciërs van Akko, Tyrus, Sidon, Berytus, Byblos en Aradus zich aangetrokken voelden tot het eiland in het westen, dat zo rijk was aan koper en hout.

Rond 820 v.Chr. namen de Tyriërs – om redenen waarover ik eerder deze week schreef – de verlaten stad Kition over. Het werd al snel een knooppunt in het Fenicische handelsnetwerk, dat een voortzetting was van het systeem uit de Bronstijd. Vanaf Cyprus zouden de Fenicische schepen varen naar Sicilië, naar Karthago en verder. Cyprus was nu weer verbonden met Egypte, Fenicië, Griekenland, Italië en het westelijke Middellandse Zee-gebied.

Lees verder “Feniciërs, Assyriërs en Egyptenaren”

De Mesopotamische kronieken

De Naboniduskroniek (British Museum, Londen)
De Naboniduskroniek (British Museum, Londen)

Ik heb gisteren beschreven hoe de Astronomische Dagboeken aan de ene kant sterrenkundige waarnemingen bevatten en aan de andere kant beschrijvingen van de gebeurtenissen die door die hemelse tekenen zouden zijn voorspeld. De auteurs herkenden patronen, schreven die op in een Voortekencatalogus en gebruikten die om de toekomst te voorspellen.

De Astronomische Dagboeken, die bij mijn weten allemaal liggen in het British Museum, zijn gepubliceerd tussen 1988 en 1996, al worden nog altijd nieuwe interpretaties voorgesteld. De publicatie van de Voortekencatalogus begon in 1989 en is, voor zover ik weet, afgerond in 2012. Samen met nog andere teksten hebben ze bijgedragen aan een enorme verbetering van onze kennis van het oude Nabije Oosten, en dan bedoel ik niet alleen dat we nu dingen weten over gebeurtenissen waar we vroeger geen weet van hadden, maar ook dat ons begrip van de antieke topografie is gegroeid. We kunnen andere bronnen nu beter beoordelen – de reputatie van Herodotos als bron voor Babylonië is er niet beter op geworden – en we weten nu welke factoren bijdroegen aan de vorming van de voedselprijzen. Ook meteorologen zijn geïnteresseerd, want de data waarop kanalen werd geopend, bieden een indicatie voor het antieke klimaat – en dus voor klimaatverandering.

Lees verder “De Mesopotamische kronieken”