Ziggurat

De ziggurat van Ur

Het handboek waarover ik elke week een keer blog, Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek, bevat een tekening van de ziggurat ofwel tempeltoren waarvan u hierboven een foto ziet. Ziggurats zijn het Mesopotamische equivalent van de Egyptische piramiden: grote kunstmatige vierkante bergen van steen. Ze zijn ook ruwweg even oud: ergens in het vroege derde millennium werd begonnen met de constructie van deze monumenten. Anders dan een piramide, die een vorstengraf is, is een ziggurat een tempel; en terwijl de bouw van de piramiden al na twee eeuwen over zijn hoogtepunt was (letterlijk) en rond 1640 v.Chr. helemaal ophoeld, gingen de Sumeriërs, Elamieten, Akkadiërs, Babyloniërs, Assyriërs de volken op de Iraanse hoogvlakte door met de bouw van tempeltorens tot in de Seleukidische tijd. De foto hierboven toont een hellenistisch monument.

Het woord ziggurat is afgeleid van ziqqurratu, Akkadisch voor “oprijzend gebouw”. Sommige van deze monumenten rezen inderdaad hoog. De tempeltoren die bekend staat als Etemenanki (“Huis van het fundament van de hemel op aarde”) in Babylon was 92 meter hoog. Nog groter was het heiligdom van de god Anu te Uruk, gebouwd in de derde of tweede eeuw v. Chr. De best bewaarde tempeltoren staat in Choga Zanbil in Elam, het huidige Khuzestan in Iran.

Lees verder “Ziggurat”

Mesopotamië in het derde millennium

Koning Maništušu van Akkad; kopie van een in de Ištartempelk in Nineveh gevonden portret. Het origineel is in Bagdad; deze kopie komt uit het British Museum in Londen.

In mijn reeks naar aanleiding van het handboek waarmee ik ooit oude geschiedenis leerde, Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek, vandaag een stukje over het derde millennium in het Nabije Oosten. De verdeling die de auteurs aanbrengen in paragrafen over enerzijds Egypte en anderzijds de Sumeriërs en Akkadiërs – dat is een erfenis uit de tijd dat oudheidkundigen alleen deze twee culturen kenden en dan vooral uit teksten.

Het plaatje is nu helemaal anders. De archeologie documenteert de Vroege Bronstijd in een veel grotere regio. De handel in tin zorgde voor contacten en ideeënuitwisseling, waardoor netwerken ontstonden van Oezbekistan tot Mesopotamië en van de Atlantische kusten tot Egypte. Jiroft is een belangrijke nederzetting in Iran en het BMAC is een van de fascinerendste beschavingen die is herkend sinds De Blois en Van der Spek de eerste versie van hun handboek naar de drukker brachten. De nadruk die zij leggen op de twee traditionele “oerculturen” is niet verkeerd – die twee culturen schreven tenminste – maar ik vermoed dat als ze hun boek nu zouden opzetten, ze één hoofdstuk zouden maken waarin het geheel van culturen zou worden behandeld.

Lees verder “Mesopotamië in het derde millennium”

De Babylonische Oorlog (5)

Seleukos (Een onwaarschijnlijk goed bewaard bronzen beeld uit de Villa van de papyri in Herculaneum)

[In 311 v.Chr. heroverde Seleukos Nikator, een van de opvolgers van Alexander de Grote, Babylonië op zijn tegenstander, Antigonos Eénoog. Wetend dat Antigonos naar hem zou optrekken, verzekerde Seleukos eerst zijn rug en versloeg vervolgens Antigonos’ zoon Demetrios. Het eerste deel van deze vijfdelige reeks over de Babylonische Oorlog was hier.]

Toen Antigonos in september 310 persoonlijk naar de stad kwam, moest er opnieuw om worden gevochten, zoals blijkt uit de Diadochenkroniek, die weliswaar vol lacunes is, maar waarvan de algemene strekking duidelijk is.

Maand abu (17 augustus – 15 september): De troepen van Antigonos leverden slag met de troepen van Seleukos.

Vanaf de maand abu tot de maand tebetu (12 januari – 10 februari 309): In de omgeving van Babylon streden ze met elkaar. <…> Antigonos vocht zich naar binnen in <…> en <…> tussen de tempels van Marduk en Ištar <…>. Antigonos drong <…> binnen met veel troepen. Vanaf 8 tebetu viel Antigonos aan, maar hij slaagde er niet in de <…> van het Huis Harê te veroveren.

Maand šabatu (11 februari – 11 maart): <…> Er was gejammer en rouw in het land en de zuidenwind <…>. Antigonos verliet Babylon, plunderde de stad en het platteland en nam het bezit van <…> mee.

2 addaru (13 maart): Hij ging naar Kutha en plunderde <…>. De mensen trokken zich terug. Hij stak de opslagplaats van de tempel van Nergal in brand. <…> Hij benoemde Archelaos als gouverneur van Babylonië en maakte hem verantwoordelijk voor het platteland rond Babylon.

In dat jaar was de koopkracht van een zilverstuk zes liter gerst, <…>. Er was zwarte handel en talloze huizen in de wijk <…> werden verwoest. Het bezit van <…> werd uit Babylon meegenomen. Het puin van de tempel van Marduk werd niet opgeruimd.

Lees verder “De Babylonische Oorlog (5)”

De Babylonische Oorlog (4)

Demetrios Poliorketes (Louvre, Parijs)

[In 311 v.Chr. heroverde Seleukos Nikator, een van de opvolgers van Alexander de Grote, Babylonië op zijn tegenstander, Antigonos Eénoog. Wetend dat Antigonos naar hem zou optrekken, verzekerde Seleukos eerst zijn rug. Het eerste deel van deze vijfdelige reeks over de Babylonische Oorlog was hier.]

Antigonos Eénoog was danig geschrokken van Seleukos’ snelle successen en stuurde zijn zoon Demetrios met vijfduizend Macedoniërs, tienduizend Griekse huurlingen en vierduizend ruiters richting Babylon. Demetrios kan niet voor februari 310 zijn begonnen aan zijn opmars en zal op zijn vroegst in maart in Babylonië zijn gearriveerd. De Babylonische boeren moeten hem hebben vervloekt, want op dat moment stond de gerst hoog en ze kon niet worden binnengehaald. Onze bron Diodoros van Sicilië schrijft (in de vertaling van Simone Mooij) het volgende:

Lees verder “De Babylonische Oorlog (4)”

De Babylonische Oorlog (3)

Een hellenistische wapenrusting op een reliëf uit Efese

[In 311 v.Chr. heroverde Seleukos, een van de opvolgers van Alexander de Grote, Babylon op zijn tegenstander, Antigonos Eénoog, die elders verwikkeld was in de Derde Diadochenoorlog. Het eerste deel van deze vijfdelige reeks over de Babylonische Oorlog was hier.]

Terwijl Seleukos Babylon en zijn citadel veroverde, rukte Antigonos op naar Syrië, dat door Seleukos’ bondgenoot Ptolemaios werd ontruimd. In december 311 tekenden de twee generaals en Kassandros van Macedonië een verdrag waarmee een einde kwam aan de Derde Diadochenoorlog. Ptolemaios offerde dus zijn bondgenoot op, want met zijn kleine leger zou Seleukos geen partij zijn voor de enorme, veel professionelere strijdmacht van Antigonos.

Wat Ptolemaios ertoe bracht Antigonos vrij baan te geven, is een raadsel. Als Antigonos er eenmaal in geslaagd zou zijn orde op zaken te stellen, was zijn positie in Azië even sterk als in 314, toen Ptolemaios zich gedwongen had gevoeld hem de oorlog te verklaren. In het huurlingenrijke Griekenland was Antigonos’ positie tijdens de Derde Diadochenoorlog zelfs verbeterd.

Lees verder “De Babylonische Oorlog (3)”

Geliefd boek: The ruins of Nineveh and Babylon

Twee lamassu’s uit Nineveh

Austen Henry Layard vertrok in augustus 1849 vanuit (toen nog) Constantinopel om opnieuw opgravingen te doen in Nineveh en Nimrud. Zijn verslag van deze periode is vastgelegd in Discoveries among the ruins of Nineveh and Babylon (1853) en vormt een fascinerende aaneenschakeling van beschrijvingen van zijn ontdekkingen, waaronder de beroemde Assyrische reliëfs waarvan hij sommige zelfs nog in kleur heeft gezien en de lamassu’s (een woord wat door Layard overigens niet wordt gebruikt; hij spreekt over het algemeen van “winged bulls”) alsmede van zijn ontmoetingen met de lokale stammen. Ook verhaalt Layard uitgebreid en enthousiast over de inborst en gebruiken van de bedoeïenen.

Broederschap

Een opmerkelijk voorbeeld van wat Layard zoals vertelt, vormt het bestaan van een “rediff”, een persoon uit een, bij voorkeur, vijandige stam met wie een strijder een broederschap vormt. Deze broederschap over en weer vormt een bescherming als beide stammen in oorlog raken. De strijder wordt dan, ondanks de oorlog, beschermd door de familie van de rediff en andersom, familie en vrienden van de rediff zijn beschermd tegen geweld bij de familie van de krijger. Een hele praktische maatregel om eventuele onderhandelingen te vergemakkelijken en geweld te voorkomen. De krijger en zijn rediff zijn onafscheidelijk, en de plaats van de rediff tijdens het reizen is op de achterhand van de dromedaris waar hij zich met hoog opgetrokken benen vastklemt aan het zadel. Wellicht dankt de rediff zijn naam aan deze plek: het Arabische woord radif betekent onder meer “bil”.

Lees verder “Geliefd boek: The ruins of Nineveh and Babylon”

De Babylonische Oorlog (2)

De moeilijk neembare muren van Babylon

[In 314 v.Chr. brak een grote oorlog, de Derde Diadochenoorlog, uit tussen de opvolgers van Alexander de Grote. Vanuit Egypte stuurde Ptolemaios een klein leger, onder aanvoering van Seleukos, naar Babylonië, een welvarende provincie in het rijk van Antigonos Eénoog. Hier brak een tweede conflict uit, de Babylonische Oorlog. Het eerste deel van deze vijfdelige reeks was hier.]

Seleukos begaf zich op weg naar Babylon, hoewel hij van Ptolemaios maar achthonderd man infanterie en tweehonderd ruiters had gekregen. Hij was zo rotsvast overtuigd van de goede afloop dat hij zelfs helemaal zonder leger, alleen met zijn vrienden en eigen slaven het binnenland ingetrokken zou zijn. Hij veronderstelde namelijk dat de Babyloniërs op grond van hun vroegere welgezindheid bereid zouden zijn zich bij hem aan te sluiten en dat Antigonos, door met zijn leger een eind weg te trekken, hem een uitstekende gelegenheid had geboden zijn eigen plannen uit te voeren.

Diodoros van Sicilië, die ik hier citeer in de vertaling van Simone Mooij, formuleert het wat onhandig. Seleukos profiteerde minder van de afwezigheid van Antigonos dan van het feit dat Ptolemaios zich in Syrië bevond en hem dekking verschafte. Bovendien was Antigonos’ gouverneur van Babylonië kort tevoren gesneuveld.

Lees verder “De Babylonische Oorlog (2)”

De Babylonische Oorlog (1)

Seleukos (Louvre, Parijs)

Alexander de Grote overleed in de late middag van de elfde juni 323 in het paleis van Nebukadnessar in Babylon. De terugkeer uit de Punjab was moeizaam verlopen. Duizenden hadden de tocht door de woestijn van Baluchistan niet overleefd en veel bestuurders, denkend dat hun koning was omgekomen, waren zich onafhankelijker gaan gedragen dan Alexander zinde. Het enige goede nieuws was de behouden aankomst van de troepen geweest die over zee vanuit India naar Babylonië waren vervoerd en die zich zelfs niet hadden laten afschrikken door honger en vervaarlijk spuitende walvissen.

Het succes van deze operatie, die in complexiteit weinig onderdeed voor Xerxes’ tocht naar Europa, had Alexander op het idee gebracht rond het Arabische schiereiland naar Egypte te varen en onderweg de Arabieren te onderwerpen. Omdat dit plan de gevaren van de open zee had gecombineerd met die van de woestijn, moet menigeen hebben gedacht dat de “onoverwinnelijke god”, zoals Alexander zich inmiddels noemde, niet meer in staat was tot een verantwoorde risicoanalyse. Toen hij aan de vooravond van de expeditie ziek was geworden en gestorven, werd dan ook aangenomen dat hij was vergiftigd om een ramp te vermijden.

Lees verder “De Babylonische Oorlog (1)”

Interview met Daan Nijssen

Vandaag verschijnt het boek Het wereldrijk van het Tweestromenland van Daan Nijssen. Het is een geschiedenis van het antieke Nabije Oosten, een thema dat enerzijds belangrijk en boeiend is, maar anderzijds lastig. Veel van die namen, plaatsen en volken zijn ons immers vreemd. Nijssen, die online al publiceerde op zijn eigen blog en op Sargasso en die dus weet wat hij doet, heeft het kunststukje toch geflikt: een leesbaar boek over een van de grootste oude beschavingen.

Als de gezondheidssituatie beter was geweest, zou er vandaag een presentatie zijn geweest in het Rijksmuseum van Oudheden, maar zo heeft het niet mogen zijn. Het alternatief is per livestream; u leest er hier meer over en kunt zich daar aanmelden. Per e-mail heb ik hem geïnterviewd.

Lees verder “Interview met Daan Nijssen”

Kansleer voor oude Mesopotamiërs

Tablet met een lijst van maan- en zonsverduisteringen. Het vermeldt onder meer de dood van de Perzische koning Xerxes (British Museum)

Een leuke vraag in de reageerpanelen: is ook bekend wanneer een voorspelling door Babylonische astrologen oudbakken zou zijn en niet meer geldig?

Antwoord: honderd dagen. Dus als er een maansverduistering was, verkeerden de gekroonde hoofden honderd dagen lang in gevaar. Het gevaar kon overal loeren, maar het gevaarlijkste moment was de verduistering zelf. Gelukkig kon op dat moment een tegenmaatregel worden genomen: de benoeming van een substituutkoning. Men had altijd wel een gevangene of een zwakbegaafde bij de hand die voor een dag of drie op de troon zat en daarna geëxecuteerd. Op die manier was het voorteken uitgekomen zonder dat de bestuurlijke continuïteit werkelijk in het gedrang was gekomen. De hovelingen van Darius III Codomannus hebben dit ook werkelijk beoogd – het valt althans af te leiden uit een passage in het geschiedwerk van Curtius Rufus – en tegen het einde van Alexanders regering hebben zijn Babylonische priesters het eveneens geprobeerd. Ik blogde er al eens over en laat het nu rusten.

Er is iets interessanters te melden. De astrologen hadden gelijk. Hun voorspelling was namelijk gewoon wáár.

Lees verder “Kansleer voor oude Mesopotamiërs”