Bastogne

Bastogne

Noord-Frankrijk: dat is zo’n gebied waar je doorheen reist op weg naar een echt buitenland. Tussen Brussel en Parijs liggen alleen graanvelden en pas daarna begint de grote wereld echt. Althans, zo ervoeren mijn zakenpartner en ik het en omdat we toch eens iets wilden doen aan die welbeschouwd onthutsende lacune in onze algemene ontwikkeling, zijn we een paar weken geleden geweest naar de Elzas, Lotharingen en Champagne.

Dan kom je eerst door de Ardennen, waar ik op mijn fietstocht in 1992 omheen ben gereden en waar ik nadien alleen Arlon een keer heb bezocht (op weg naar een echt buitenland). Nu wilden we Bastogne eens zien, de plaats waar in 1944 de Amerikaanse 101e Divisie de Duitsers heeft tegengehouden. U kent de anekdote wel over de Amerikaanse generaal die, op een Duits uitnodiging te capituleren, “nuts!” antwoordde. Terecht, want de Amerikanen zijn tijdens de slag om Bastogne altijd numeriek in de meerderheid geweest en verbleven, anders dan de belegeraars, in huizen, terwijl de Duitsers in het open veld lagen. Bij min drieëntwintig graden lijkt dat me wel zo comfortabel.

Lees verder “Bastogne”

Op de fiets naar Thessaloniki (1)

Ergens in Frankrijk

Mijn gastheer hing de vlag uit. Het was namelijk Koninginnedag 1992. Nog even omkijkend zag ik hoe hij en zijn echtgenote me nazwaaiden terwijl ik uit Maastricht wegfietste. Ik reed op een mooie witte hybride – dit is een type fiets – die ik RIH op mijn maat en naar mijn voorkeuren had laten bouwen. Met twee paar remmen, extra dikke banden, een bagagedrager achter én voor en met vier tassen. In die tassen zaten onder veel meer een tent, landkaarten en een kartonnen fotocameraatje. (Zie boven voor de kwaliteit van de fotografie.) En ergens in een gordel om mijn middel zaten mijn paspoort en een stapel eurocheques.

De sportfiets had ƒ1865,- gekost en was betaald, maar het geld op mijn courante rekening had ik moeten lenen van vrienden en bekenden. Ik had haast gehad om weg te komen, wilde nadenken en omdat denken me het beste afgaat als ik op de fiets zit, reisde ik nu af naar Griekenland.

Lees verder “Op de fiets naar Thessaloniki (1)”

Facebookfoto’s

Hunebed D15.

In de afgelopen tien jaar zullen mijn zakenpartner en ik zo’n 80.000 foto’s hebben gemaakt, van de Muur van Hadrianus in Engeland tot Lahore in Pakistan, en van Ghat in Libië tot Mashhad in Iran. Zo’n 50.000 daarvan zijn bruikbaar voor didactische doeleinden, en een groot deel daarvan staat op de Livius-website. Die gaan dus over de Oudheid, maar het beperkt zich daar niet toe.

Lees verder “Facebookfoto’s”

Het verdriet van België

Onlangs “onthulde” de onvolprezen satirische website De Speld dat Ajax was overgenomen door “de flamboyante Amsterdamse zakenman” Willem Holleeder.

Beursanalisten roemen de zorg waarmee Holleeder te werk is gegaan bij het verkrijgen van de aandelen. “Ajax-fans zijn vaak erg gehecht aan hun aandelen, maar de werknemers van de heer Holleeder zijn bij alle aandeelhouders thuis langsgegaan. Toen ze uitlegden wat zijn toekomstplannen voor de club waren, wilde een meerderheid zelfs vrijwillig afstand doen van hun aandelen.”

Lees verder “Het verdriet van België”

Hoe God uit de Kempen verdween

Een eeuw Belgische geschiedenis, dat is wat Koen Peeters de lezer biedt in zijn mooi geschreven roman De bloemen. Geen grotemannengeschiedenis: de Latijnse muntunie, de Koningskwestie en de Congocrisis blijven onvermeld. Het is een geschiedenis van het dagelijks leven in België, meer in het bijzonder in de Kempen.

Peeters presenteert zijn stof in een traditionele vorm: de familiekroniek. Eerst vertelt hij het verhaal van de zuivelhandelaar Louis en zijn vrouw Hortence, daarna beschrijft hij de carrière van hun zoon, de politicus René. (Diens echtgenote Paula komt opvallend minder uit de verf dan haar schoonmoeder.) De derde generatie komt aan het woord doordat de verteller, een zoon van René en Paula, commentaar geeft op de levens van zijn vader en grootvader. Door de perspectiefwisseling vermijdt Peeters het zwakke punt van zoveel familiekronieken: dat een naverteld mensenleven minder gestructureerd verloopt dan wenselijk is voor een roman.

Lees verder “Hoe God uit de Kempen verdween”

Alle verhaalregels met voeten getreden

koubaa_maria_van_barcelona

Als aan het begin van een toneelstuk drie heksen aan een edelman voorspellen dat hij koning zal worden, dan mag de toeschouwer verwachten dat het stuk over ’s mans weg naar de top zal gaan. Als aan het begin van een thriller een lijk wordt gevonden, mag de lezer aannemen dat aan het einde de moordenaar bekend is. Als een kapitein uitvaart met het doel een witte walvis te vangen, dan zal de roman wel eindigen met een epische ontmoeting met het zeemonster. Verhalen hebben zo hun eigen logica. Gelukkig niet bij Bart Koubaa.

Het begin van zijn vijfde roman, Maria van Barcelona, is duidelijk genoeg. Een zekere Lukas is verdwenen en ook de geheugenkaart van een camera is zoek; de lezer mag dus verwachten dat die terugkomen. Dat gebeurt inderdaad, maar Koubaa laat de lezer achter met de vraag of ze überhaupt wel weg zijn geweest. Aan het begin weet de lezer bovendien dat de hoofdpersoon ervan is beschuldigd opzettelijk een virus te hebben verspreid, maar gaandeweg blijkt dat slechts een aanleiding om iets anders te vertellen. Of misschien ook niet. Van de regels die andere schrijvers in ere houden, trekt Koubaa zich in elk geval weinig aan.

Lees verder “Alle verhaalregels met voeten getreden”