Berg, Tongeren en Luik

Berg

Ik moest voor mijn werk een paar mensen spreken en dat voerde me de afgelopen dagen naar het zuiden. Er zijn vervelendere manieren om te moeten werken. Laat mij na één of twee nachten België terugkeren, en ik heb het gevoel dat het een week vakantie was. Dat was nu dubbel het geval, want hoewel ik als door een wonder vier afspraken in drie opeenvolgende dagen had kunnen organiseren, was er wat tijd over om in Tongeren een bezoek te brengen aan het museum, waar momenteel de expositie “Oog in oog met de Romeinen” is. Bovendien woonden niet alle mensen die ik spreken moest op een per bus te bereiken plek, zodat de fiets mee ging. Wat bij zonnig weer geen ellende is. Kortom, het nuttige liet zich met het aangename combineren en ik geef u hier wat foto’s.

Hierboven het dorpje Berg, even ten oosten van Tongeren. Het is echt een berg, ontdekte ik, maar het kerkje is prachtig en je hebt een al even prachtig uitzicht. Hier is een bekende viergodensteen gevonden, een ooit populair soort reliëf met – u raadt het al – aan vier zijden goden, zoals we ook kennen uit bijvoorbeeld Nijmegen of Parijs. Er is in Berg zelfs een straat naar genoemd. De vondst duidt op de aanwezigheid van een Romeins heiligdom, ongetwijfeld op de plek waar nu de kerk staat, want als de christenen hun kerk niet à la Maria sopra Minerva over de tempel bouwden, was de natuurlijke hoogte een aantrekkelijke plek in zowel de Romeinse tijd als de Middeleeuwen.

Lees verder “Berg, Tongeren en Luik”

Ambiorix

Een aarden wal bij Kanne-Caestert

Cassius Dio was een voorname senator uit de vroege derde eeuw n.Chr., afkomstig uit een van de oostelijke provincies. Hij was geïnteresseerd in geschiedenis en schreef een overzicht van de groei en het (zijns inziens) verval van het Romeinse Rijk. Daarbij behandelde hij ook Julius Caesars verovering van de Lage Landen.

De legioenen hadden Gallië al onder de voet gelopen en waren al overgestoken naar Brittannië toen Caesar in de winter van 54/53 v.Chr. te maken kreeg met een inheemse opstand, aangevoerd door Ambiorix, de vorst van de Eburonen, een stam in de Maasvallei. Diens eerste aanvalsdoel was het pas geformeerde Veertiende Legioen. Het was gestationeerd in Atuatuca, de naam die later gegeven zou worden aan Tongeren. Daar zijn geen Romeinse resten uit die tijd; een alternatief is dat het legioen zich bevond bij Kanne-Caestert, op het Belgische gedeelte van de Sint-Pietersberg, maar dan is het weer wat vreemd hoe de naam zeventien kilometer (een dagreis) kan zijn verplaatst. Enfin, we bevinden ons ergens in de Haspengouw.

Lees verder “Ambiorix”

We moeten Antwerpen helpen, echt

Het Steen.

In Antwerpen, een van de boeiendste steden van België, is wat ophef ontstaan over de aanbouw van een terminal voor cruiseboten. Die komt naast het Steen. Die van Antwerpen zijn er niet heel gelukkig mee.

Toch moet me van het hart dat het goed is dat er toeristen gaan naar Antwerpen. Ik zeg dat vanuit historisch schuldbewustzijn; wij Amsterdammers lieten ooit de Westerschelde afsluiten om te verhinderen dat Antwerpen onze concurrent werd en toen dat niet langer ging vaardigden we Jan van Speijk af. Als Amsterdammers hebben we iets goed te maken, dus ik verwijs internationale reizigers graag naar de mooie stad aan de Schelde.

Lees verder “We moeten Antwerpen helpen, echt”

Geliefd boek: Die Hauptstadt

Om, na het Geliefde Boek van gisteren, maar even bij Oostenrijkse schrijvers te blijven wil u wijzen op een generatiegenoot van Karl Markus Gauß: Robert Menasse. Deze Weense schrijver heeft natuurlijk nog veel meer geschreven, maar ik ken hem van twee romans: Die Vertreibung aus der Hölle en Die Hauptstadt. Daarnaast zijn er nog een aantal veelbelovende titels waar ik ooit aan toe hoop te komen, zoals de essaybundel Das Land ohne Eigenschaften.

Die Vertreibung aus der Hölle

Die Vertreibung aus der Hölle speelt voor een groot deel in zeventiende-eeuws Amsterdam en gaat over het leven van de historische figuur rabbijn Samuel Manasseh ben Israel, een Sefardische Jood die als kind met zijn ouders uit Spanje is gevlucht. Manasseh ben Israels leven wordt afgezet tegen het leven van de in 1955 in Wenen geboren Victor Abravanel, kind van Oostenrijkse Joden die in de nazitijd alle hoeken van de hel hebben gezien. Hij schrijft een proefschrift over de Amsterdamse rabbi. Ik ben er niet zo voor om de inhoud van een boek uit de doeken te doen, maar vooruit: één klein citaatje moet kunnen.

Lees verder “Geliefd boek: Die Hauptstadt”

Geliefd boek: Wijlen Sarah Silbermann

In de aanloop naar het aanstaande carnaval (13 t/m 16 februari) heb ik in de kleine uurtjes de roman Wijlen Sarah Silbermann (1980) van Hubert Lampo herlezen, het boek dat mij precies vijfendertig jaar geleden op het spoor zette van de intrigerende geheimen binnen de volkscultuur en folklore onder het motto ‘niets is wat het lijkt’. Lampo (1920-2006) is de belangrijkste vertegenwoordiger van de stroming die als ‘magisch realisme‘ wordt betiteld: een stroming die zich kenmerkt door de realistische weergave van bovennatuurlijke verschijnselen, eigenschappen en gebeurtenissen. Magie, esoterie en het paranormale worden daarbij ongemerkt en geleidelijk een aanvankelijk alleszins realistische vertelling binnengesluisd.
Precies zoals ik het graag zie: legenden, sagen en dergelijke, maar wel met onderliggende feiten.

Wijlen Sarah Silbermann bevat diverse thema’s, grotendeels, typisch Lampo, jungiaans archetypisch. De titel van het boek met daarin de Joodse Sarah Silbermann, verwijst naar de Tweede Wereldoorlog, een tijd die Lampo licht getraumatiseerd is doorgekomen. Ook komt in het boek een Duitse Hauptmann voor van organisatie Ahnenerbe die perfect in het verhaal past.

Lees verder “Geliefd boek: Wijlen Sarah Silbermann”

Je moet ervoor naar België (maar dan heb je ook wat)

Het is natuurlijk onuitstaanbaar dat ik als Hollander niet spoorslags even naar Gent kan reizen, want ik kan niet wachten tot ik het Gents Universiteitsmuseum kan bezoeken. Afgaand op wat De Standaard vandaag bericht, toont het wetenschap hoe dat (althans volgens mij) moet. We moeten het publiek niet alleen wat resultaten toewerpen, maar ook vertrouwd maken met het wetenschappelijk proces.

Zo breek je de twee flauwe frames waarmee we nu zo vaak over wetenschap schrijven, namelijk het hiephiephoera-frame en het frame van wetenschap als technologisch-luciferisch kwaad (©H. Mulisch). Breng in plaats daarvan mensen in een staat van vertrouwdheid met wetenschap.

Lees verder “Je moet ervoor naar België (maar dan heb je ook wat)”

Wallonië: de ronde om Vlaanderen

(klik=groot)

Vandaag eens een persoonlijk stukje over mijn reis door Wallonië. Door familieomstandigheden kwamen mijn Curaçaose familieleden over naar Nederland. Ze trokken tijdelijk in mijn Amsterdamse huisje. Omdat dat een tweekamerwoning is, werd het wat druk en dus besloot ik anderhalve week naar Wallonië te gaan. Ik moest later dit jaar sowieso die kant op, dus het was eerder een vervroegde studiereis dan een onverwachte vakantie, hoewel het natuurlijk ook dat laatste was.

Het begon dus met vakantie. Zoals de trouwe lezers van deze blog zich herinneren, heb ik afgelopen zomer een huisje kunnen huren in Gemmenich, aan de Belgische kant van de Vaalserberg, en daar hebben mijn vriendin en ik een weekend doorgebracht. Eindelijk hadden we de gelegenheid eens een bezoekje te brengen aan het museum van Kelmis, de hoofdstad enige stad in het voormalige Neutraal Moresnet. U hoeft er niet speciaal voor om te reizen, maar als u in het Land van Herve komt, is het wel een toevoeging.

Lees verder “Wallonië: de ronde om Vlaanderen”

Waterbeheer in Henegouwen

De scheepslift van Strépy-Thieu

Gisteren ging een lang gekoesterde wens in vervulling: ik zag de scheepslift van Strépy-Thieu. Na een knap vermoeiende fietstocht over de slagvelden van Fleurus en langs Liberchies was ik uitgeput aangekomen in La Louvière; uitgerust en wel ging ik vrijdag in een lichte regen op pad naar de bestemmingen die ik wilde aandoen: de Espace Gallo-Romain van Aat, de Archéosite van Aubechies (een soort Archeon) en uiteindelijk Doornik. Even ten noordwesten van La Louvière lag het kanaal-aquaduct dat een voorspel vormde voor het eigenlijke werk.

Eerst even dit: Henegouwen, met name het gebied dat Borinage heet, vormt een oud industrieel centrum. Om het te verbinden met de Schelde en de Samber/Maas, zijn allerlei kanalen aangelegd. (Willem I dankte er zijn bijnaam “kanalenkoning” aan.) Eén van die kanalen is het Centrumkanaal, waarvan de aanleg voor de vroege negentiende eeuw nog te moeilijk was: het moest namelijk een hoogteverschil van bijna honderd meter overbruggen. Pas toen het mogelijk was scheepsliften in plaats van sluizen te bouwen, was de aanleg mogelijk. Koning Leopold II opende het Centrumkanaal in 1888.

Lees verder “Waterbeheer in Henegouwen”

Liberchies

Geminiacum zoals het er nu bij ligt; het pad is de antieke weg.

De “grand strategy” van het Romeinse Rijk in de Julisch-Claudische periode (tussen pakweg 50 v.Chr. en 70 n.Chr.) lijkt even bot als simpel te zijn geweest: zorg dat er aan de grenzen geen vijanden zijn. Anders gezegd: moord er zoveel mogelijk uit. Caesar onderwierp Centraal-Gallië en joeg in de periferie velen over de kling en eiste absolute gehoorzaamheid van de overlevenden; later vergrootte Augustus het gecontroleerde gebied naar de Rijn en werd een periferie tussen Rijn en Wezer leeg geveegd; nog later werd de directe invloedssfeer opgeschoven naar de Wezer en kregen de mensen tot aan de Elbe het hard te verduren.

Van de tekentafel

Het gaat me nu even om de expansie ten tijde van Augustus, toen het door Caesar leeg gemaakte Belgica Romeins werd. Om het te bevolken verplaatsten de Romeinen hele volksstammen. De Ubiërs, Bataven en Sugambriërs verhuisden van de oostelijke naar de westelijke Rijnoever. Het meer naar binnen gelegen gebied – zeg maar het huidige België – werd bij wijze van spreken van de tekentafel af ontworpen, met stedelijke knooppunten als Bavay en Tongeren en een netwerk van grote wegen. Ze worden vanouds Chaussée Brunehaut genoemd, naar een Frankische koningin die ze volgens een veertiende-eeuwse legende heeft laten repareren.

Lees verder “Liberchies”

De Romeinse Maas

De Maas bij Chokier

De vallei van de Maas, Mosa in het Latijn, vormde het kerngebied van de Romeinse aanwezigheid in het noorden van Gallië, Gallia Belgica. Ik heb het dan met name over het gebied tussen pakweg Namen en Maastricht, waar een heel gevarieerde economie moet hebben bestaan. Maar eerst iets over de rivier zelf.

Een bron over een bron

De Maas wordt verschillende keren in de bronnen genoemd, hoewel meestal in het voorbijgaan. En soms ook gewoon onjuist. Julius Caesar is de eerste die er iets meer over zegt en dat is meteen onjuist: hij schrijft dat de Maas ontspringt in de Vogezen, maar in feite liggen de bronnen westelijker, niet ver van Domrémy, het dorpje waar eeuwen later Jeanne d’Arc geboren zou worden en haar visioenen zou krijgen. Vermoedelijk verwarde Caesar de Mosa met de Mosella, het Maasje ofwel de Moezel.

Lees verder “De Romeinse Maas”