Facebookfoto’s

Benghazi

In de afgelopen tien jaar zullen mijn zakenpartner en ik zo’n 80.000 foto’s hebben gemaakt, van de Muur van Hadrianus in Engeland tot Lahore in Pakistan, en van Ghat in Libië tot Mashhad in Iran. Zo’n 50.000 daarvan zijn bruikbaar voor didactische doeleinden, en een groot deel daarvan staat op de Livius-website. Die gaan dus over de Oudheid, maar het beperkt zich daar niet toe.

Ik heb er nu ook zo’n 4000 geplaatst op mijn Facebookpagina; niet op de allerhoogste kwaliteit, want dat vreet ruimte. Niettemin, vooral het materiaal uit het Nabije Oosten is de moeite waard. Als het om antieke zaken gaat, is er vaak wel een link naar de uitleg; anders zul je het moeten doen met een geografische aanduiding. Ideaal voor werkstukken, of ter voorbereiding van een vakantie.

Het spul staat hier, maar je hebt een Facebook-account nodig. Als je daarin geen zin hebt, wat ik me goed kan voorstellen, kun je jezelf altijd nog Hans Worst of Nomen Nescio noemen.

Het verdriet van België

Onlangs “onthulde” de onvolprezen satirische website De Speld dat Ajax was overgenomen door “de flamboyante Amsterdamse zakenman” Willem Holleeder.

Beursanalisten roemen de zorg waarmee Holleeder te werk is gegaan bij het verkrijgen van de aandelen. “Ajax-fans zijn vaak erg gehecht aan hun aandelen, maar de werknemers van de heer Holleeder zijn bij alle aandeelhouders thuis langsgegaan. Toen ze uitlegden wat zijn toekomstplannen voor de club waren, wilde een meerderheid zelfs vrijwillig afstand doen van hun aandelen.”

De grap is zo leuk omdat iedereen weet dat een vriendelijk bezoek van medewerkers van een bekende crimineel flamboyante Amsterdamse zakenman meestal resulteert in offers you can’t refuse. Helaas overtreft de satire de werkelijkheid, althans in België. De Standaard kopt vandaag “Minnelijke schikking mogelijk voor zware misdrijven“.

Openbaar aanklagers mogen voortaan voor misdrijven waarop tot twintig jaar cel staat, deals sluiten met de verdachte criminelen. … De schikking kan zelfs lager uitvallen dan de uitgesproken straf en de behandelende rechters mogen niet oordelen of de schikking opportuun of proportioneel is. Verdachten die kunnen betalen, behouden ook een blanco strafblad, terwijl andere verdachten in dezelfde zaak nog altijd vervolgd kunnen worden.

Ik krijg hier een heel naar gevoel bij. Ik ben blij dat ik geen openbaar aanklager ben in België, want ik zou vanaf nu in constante angst leven dat ik ooit wakker wordt naast een afgehakt paardenhoofd.

Hoe God uit de Kempen verdween

bloemenEen eeuw Belgische geschiedenis, dat is wat Koen Peeters de lezer biedt in zijn mooi geschreven roman De bloemen. Geen grotemannengeschiedenis: de Latijnse muntunie, de Koningskwestie en de Congocrisis blijven onvermeld. Het is een geschiedenis van het dagelijks leven in België, meer in het bijzonder in de Kempen.

Peeters presenteert zijn stof in een traditionele vorm: de familiekroniek. Eerst vertelt hij het verhaal van de zuivelhandelaar Louis en zijn vrouw Hortence, daarna beschrijft hij de carrière van hun zoon, de politicus René. (Diens echtgenote Paula komt opvallend minder uit de verf dan haar schoonmoeder.) De derde generatie komt aan het woord doordat de verteller, een zoon van René en Paula, commentaar geeft op de levens van zijn vader en grootvader. Door de perspectiefwisseling vermijdt Peeters het zwakke punt van zoveel familiekronieken: dat een naverteld mensenleven minder gestructureerd verloopt dan wenselijk is voor een roman.

Lees verder “Hoe God uit de Kempen verdween”

Alle verhaalregels met voeten getreden

koubaa_maria_van_barcelona

Als aan het begin van een toneelstuk drie heksen aan een edelman voorspellen dat hij koning zal worden, dan mag de toeschouwer verwachten dat het stuk over ’s mans weg naar de top zal gaan. Als aan het begin van een thriller een lijk wordt gevonden, mag de lezer aannemen dat aan het einde de moordenaar bekend is. Als een kapitein uitvaart met het doel een witte walvis te vangen, dan zal de roman wel eindigen met een epische ontmoeting met het zeemonster. Verhalen hebben zo hun eigen logica. Gelukkig niet bij Bart Koubaa.

Het begin van zijn vijfde roman, Maria van Barcelona, is duidelijk genoeg. Een zekere Lukas is verdwenen en ook de geheugenkaart van een camera is zoek; de lezer mag dus verwachten dat die terugkomen. Dat gebeurt inderdaad, maar Koubaa laat de lezer achter met de vraag of ze überhaupt wel weg zijn geweest. Aan het begin weet de lezer bovendien dat de hoofdpersoon ervan is beschuldigd opzettelijk een virus te hebben verspreid, maar gaandeweg blijkt dat slechts een aanleiding om iets anders te vertellen. Of misschien ook niet. Van de regels die andere schrijvers in ere houden, trekt Koubaa zich in elk geval weinig aan.

Lees verder “Alle verhaalregels met voeten getreden”