De dubbele slag bij Filippoi (1)

Marcus Antonius (Museum voor Schone Kunsten, Boedapest)

Een tijdje geleden blogde ik over Caesars optreden bij Alesia en de ondergang van de Romeinse Republiek. In feite was die met de dictatuur van Caesar zo dood als een pier. Wat de toekomst ook mocht brengen, het was duidelijk dat de nieuwe leiders geen magistraten maar generaals zouden zijn, mannen die de macht bezaten om genomen besluiten ook te doen uitvoeren. Zo zag Caesar het: het was hij of de chaos. Het kwam er alleen nog op aan ook de harten van zijn onderdanen te winnen.

Om niet op een militaire potentaat te lijken, ontbond hij enkele legioenen, maar in feite wist hij niet hoe hij zijn monarchie moest verkopen. De Volksvergadering, die ooit commando’s, eerbewijzen en legioenen te vergeven had gehad, wilde dat zo houden, en menig senator weigerde te berusten in zijn eigen irrelevantie. Er waren dus nog volop republikeinse gevoelens, maar Caesar kon meer niet terugkeren naar de oude verhoudingen. Misschien was de invoering van de monarchie een oplossing en Caesar probeerde krediet op te bouwen met een indrukwekkende reeks hervormingen. Ook in de provincies had hij gezag. Medio februari 44 liet hij zich de koninklijke diadeem aanreiken, maar het volk joelde en een maand later werd hij door senatoren vermoord, opdat de wereld zou weten dat de senatoren hun waardigheid hadden hersteld.

Lees verder “De dubbele slag bij Filippoi (1)”

Alesia (4)

Landkaartje van Alesia; Les Laumes is links; de onvoltooide buitenring is linksboven
Landkaartje van Alesia; Les Laumes is links; de onvoltooide buitenring is linksboven

Vercingetorix’ strijdplan had eruit bestaan alle voedsel onder te brengen in een beperkt aantal heuvelforten, die de Romeinen dan zouden moeten belegeren om aan voedsel te komen. De Galliërs zouden dan de Romeinse foerage verstoren en de vijanden dwingen Gallië te ontruimen. Eén van de belegeringen was Alesia, waar de Romeinse legioenen enorme belegeringswerken aanlegden en het Gallische ontzettingsleger laat aankwam om de foerageurs te dwarsbomen.

Toen het arriveerde, was het eigenlijk al te laat: de ring van belegeringswerken was bijna voltooid. Het Gallisch ontzettingsleger bivakkeerde op de heuvels ten westen van Alesia maar het oorspronkelijke krijgsplan was niet langer bruikbaar. Anders dan beoogd waren de voedselvoorraden van de belegerden in Alesia uitgeput en daardoor konden de Galliërs er niet langer mee volstaan de Romeinse foerageurs aan te vallen. Ze moesten ze zo snel mogelijk een veldslag forceren en de belegering opheffen. Caesar kwam de Galliërs daarbij te hulp doordat hij de dag na hun aankomst de cavalerie op hen afstuurde. Hij had er belang bij de aanvallers geen moment rust te gunnen, want het noordelijke deel van de buitenste ring van zijn versterkingen was nog niet voltooid en dat mochten de commandanten van het ontzettingsleger onder geen beding ontdekken.

Lees verder “Alesia (4)”

Alesia (3)

Reconstructie van Caesars belegeringswerken bij Alesia (Archéodrome, Beaune)

De snelheid waarmee de belegeraars het heuvelfort van Alesia met belegeringswerken omringden zal, doordat de Romeinen met zo velen waren, hoog zijn geweest en creëerde een probleem voor de Galliërs. Vercingetorix’ strijdplan was immers dat een Gallisch leger de Romeinen aan zou vallen nu ze bezig waren een stad te belegeren en dus op een vaste plaats verbleven. Het ontzettingsleger bleek evenwel nog niet te bestaan. Vercingetorix had al zijn troepen in Alesia geconcentreerd, waar ze wachtten op een Romeinse aanval en ondertussen de eigen voedselvoorraad uitputten.

De inactiviteit moet het Gallische moreel hebben aangetast. Het was echter niet te laat om de fout te herstellen, zoals Caesar toegeeft. De vertaling is weer van Vincent Hunink.

Vercingetorix vatte het plan op ‘s nachts de hele cavalerie weg te sturen, voordat de Romeinen hun schanswerk zouden voltooien. Bij hun vertrek droeg hij ze op elk naar hun eigen stam te gaan en iedereen die de leeftijd had om wapens te dragen bijeen te brengen voor de oorlog. […] Mochten ze het erbij laten zitten, dan zouden 80.000 keurtroepen met hem ten onder gaan, zo hield hij hun voor; volgens zijn telling had hij graan voor nog dertig dagen, bij karige rantsoenering. Maar als hij extra zuinig aandeed, kon hij het ook nog wel wat langer uithouden.

Met deze opdrachten stuurde hij zijn ruiters voor middernacht in stilte weg, door het nog openliggende stuk van de Romeinse wal. Hij gaf bevel alle graan bij hem te brengen; wie niet gehoorzaamde zou de doodstraf krijgen. Het vee, waarvan de plaatselijke bevolking een grote voorraad had aangelegd, verdeelde hij over de manschappen.

Lees verder “Alesia (3)”

Alesia (2)

Gallische krijgsgevangene op een munt van Julius Caesar (British Museum, Londen)
Gallische krijgsgevangene op een munt van Julius Caesar (British Museum, Londen)

In 58 versloeg Caesar de Helvetiërs en vervolgens nog een groep Germanen in de Elzas. Hij profileerde zich nu als de beschermer van de Gallische bondgenoten, en daarom overwinterde hij in de vallei tussen de Vogezen en Jura, waar hij de weg van de Rijn naar het land van Saône en Rhône blokkeerde. In Italië zal men het verblijf zo ver van de Middellandse Zee heel dapper hebben gevonden, maar Caesar moet hebben geweten dat de dreiging minimaal was en dat hij er de Galliërs vooral mee provoceerde.

En inderdaad: in 57 organiseerden de noordelijkste stammen, de Belgen, een anti-Romeinse coalitie. Dat bood de Romein het excuus dat hij nodig had om de stammen tussen Marne en Maas de kracht van de legioenen te demonstreren en bovendien nog eens twee legioenen toe te voegen aan zijn leger. Ze kregen de nummers XIII en XIIII. Aan het einde van het jaar kon hij, na overwinningen aan de Aisne en de Selle in Noord-Frankrijk en de belegering van een heuvelfort bij Thuin zonder veel overdrijving claimen dat hij Gallië had onderworpen.

Lees verder “Alesia (2)”

Oorlog in Gallië: een nieuwe vertaling

Er zijn weinig antieke auteurs die je zó kunt lezen, als het ware voor de vuist weg. De Romeinse biograaf Suetonius is er een, de Griekse onderzoeker Herodotos is een andere. Caesars Oorlog in Gallië is ook zo’n tekst. De beschrijving van de campagnes waarmee de Romeinse generaal het gebied benoorden de Alpen onderwierp, laat zich makkelijk lezen, zonder veel uitleg. De vertaling van Vincent Hunink die sinds vorige week te koop is, bevat daarom weinig toelichting. U kunt gewoon op bladzijde 9 beginnen met lezen en doorgaan tot bladzijde 276 en u kunt daarna het beknopte nawoord, intelligent als het is, overslaan zonder dat uw leesplezier er minder om is.

Verwacht van mij geen objectieve bespreking. Dit is eerder een signalement van een boek dat uw belangstelling kan hebben. Ik ken Hunink immers persoonlijk. Ik heb regelmatig met hem samengewerkt en altijd met heel erg veel plezier. We zijn even oud en hebben wat gedeelde belangstellingen, maar hij is anders terechtgekomen dan ik, zodat we regelmatig anders denken over dezelfde zaken, wat garant staat voor een prettige uitwisseling van ideeën. Ik zou deze fijne werkrelatie niet waard zijn als ik nu pas aan kwam zetten met kritiek. De inhoud van de volgende twee alinea’s, dat er wél toelichting had moeten zijn, is hem dan ook allang bekend. We hebben het er namelijk al sinds 2015 over.

Lees verder “Oorlog in Gallië: een nieuwe vertaling”

Beeldredactie

Lionel Royer, Vercingetorix werpt zijn wapens neer aan de voeten van Caesar (1899)

De rust in de stiltecoupé werd vrijdagmiddag wreed doorbroken door een bulderende lach. Enkele passagiers keken verstoord naar de onverlaat die de gewijde rust had verstoord. Dat was ik. Ik had op het station het NRC Handelsblad gekocht en had net de recensie herlezen die ik een paar weken geleden had ingediend: “Een nieuwe vertaling van Julius Caesar. Plaats maar begin april, dan is het de Week van de Klassieken”.

De vorig jaar verschenen vertaling van het oeuvre van Caesar in de Landmark-reeks benadert de volmaaktheid. In mijn recensie noem ik diverse punten, maar het komt erop neer dat de redactie gewoon goed heeft nagedacht: wat heeft, in dit digitale tijdperk, een lezer nog nodig in een boek? Ik heb dat hier vaak genoeg uitgelegd: het boek verliest op alle punten van het internet, tenzij de auteur systeem in de informatie kan aanbrengen. Op het wereldwijde web staat alle informatie immers rijp en groen door elkaar. (Ik weet het, lieve lezer: er zijn ook boeken voor mensen die houden van het boek als boek, maar ik schreef mijn stuk voor de Boekenbijlage en niet voor de Lifestyle-rubriek.)

Lees verder “Beeldredactie”

Van vele boeken te maken is geen einde (2)

Het is Boekenweek, dus laat ik eens schrijven over boeken. Ooit kocht ik die sneller dan ik ze kon lezen. Ik ben inmiddels terughoudender maar veel maakt dat niet uit, want naarmate ik minder boeken koop, krijg ik er meer toegestuurd, vaak met een verzoek of ik ze op deze blog wil recenseren. Driekwart van die boeken is overbodig: je vindt dezelfde informatie sneller op het internet en dan kun je via hyperlinks nog meer vinden ook. Daar schrijf ik dus niet over. Andere boeken zijn wel de moeite waard, maar ik vind er nauwelijks tijd voor. Vandaag dan toch een paar signalementen.

Eén: de langverwachte Landmark-Caesar is er eindelijk. En dat is goed nieuws, heel goed nieuws. De Landmark-reeks is dé standaard voor vertaalde antieke teksten: nieuwe vertalingen, verhelderend beeldmateriaal, een goede inleiding, appendices, dubbele annotatie, goede landkaarten. Kortom, een feest voor wie wil lezen, nuttig voor wie informatie nodig heeft. Een boek zoals het in deze digitale tijd hoort. Ik kom er nog op terug want alle lof verdient meer dan deze ene alinea.

Lees verder “Van vele boeken te maken is geen einde (2)”