Perfect Nederlands

Carmiggelt (Nationaal Archief)

Wij zouden zijn journalistieke artikelen vermoedelijk beschouwen als ‘columns’ of aanduiden met de modeterm ‘zeer korte verhalen’, maar zelf sprak hij van ‘kronkels’, ‘stukkies’ of ‘cursiefjes’. Het genre dat hij heeft helpen scheppen, had immers nog geen naam toen hij er in 1946 mee begon. Ik heb het natuurlijk over Simon Carmiggelt (1913-1987), wiens oeuvre zó beroemd is dat iedereen weet wat hij mag verwachten van een carmiggeltje: een wat melancholieke, in 700 tot 800 woorden gepresenteerde schets van het dagelijks leven. Sylvia Witteman doorzocht het oeuvre – er zijn meer dan tienduizend kronkels – en nam er in Ik lieg de waarheid zevenentachtig op. Ze overtuigen vrijwel allemaal.

Dat zal niemand verbazen. Carmiggelt schreef griezelig doeltreffend en werd daarvoor, terecht, onderscheiden met de P.C. Hooftprijs. Hij kende elke uithoek van onze taal, met als gevolg dat hij een betrekkelijk eenvoudig proza kon schrijven: een goede schrijver heeft aan een enkel woord genoeg om zijn lezer te bespelen en kan daardoor afzien van woordenpraal, die al snel hol gaat galmen. Hij kon de vreselijkste zaken volkomen terloops – en dus des te effectiever – introduceren, zoals in ‘Je lacht je wild’ (1964):

Hij glimlachte. Hij was verschrikkelijk bonafide jongen, zo een van de goede soort, dat in oorlogen altijd het eerste valt.

Lees verder “Perfect Nederlands”