Communistisch Oezbekistan

Sovjet-oorlogsmonument in Fergana
Sovjet-oorlogsmonument in Fergana

Ik eindigde gisteren mijn stukje over de geschiedenis van negentiende-eeuws Centraal-Azië met de laatste van de “vier vegen” waardoor het gebied zijn huidige vorm kreeg: op de aanvankelijke integratie van de gebieden waren de komst van de moslims en de Mongolenstorm gevolgd, waardoor de religieuze etnische grenzen waren getrokken, en gisteren arriveerden dus de Russen. Zij onderwierpen de khanaten van Centraal-Azië en namen die op in een groter economisch stelsel, waarbij de katoenteelt en -industrie een rol speelden. Een industrieel proletariaat en een middenklasse begonnen te ontstaan.

En die mensen, of ze nu Oezbeeks waren of Turks of Mongools of Russisch, hadden redenen om ontevreden te zijn. De katoenproductie was namelijk zó intensief geworden dat er soms voedselschaarste was.

Lees verder “Communistisch Oezbekistan”

De Russen komen

De Russisch-orthodoxe kerk in Termez
De Russisch-orthodoxe kerk in Termez

Vorige maand schreef ik een reeks stukjes (1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8) over de voor mij verwarde geschiedenis van Centraal-Azië, waarin ik probeerde wat structuur aan te brengen door haar te reduceren tot wat ik “vier vegen” noemde. Ik maakte de reeks nog niet af. De vierde “veeg” over de landkaart, de noordwest-zuidoostelijke beweging waarmee Centraal-Azië in de negentiende eeuw deel kwam uit te maken van het rijk van de Russische tsaar, was te recent. Ik wilde Oezbekistan eerst met eigen ogen hebben gezien. Vandaag echter de russificatie, morgen dan de staatsvorming, en overmorgen tot slot nog een Oezbeeks museumstuk om de reeks te brengen tot een voorlopig einde.

In feite hebben de Russen altijd belangstelling gehad voor Centraal-Azië: ze hadden vanouds te maken met de Mongolen. Toen de Oezbeken uit hun oorspronkelijke leefgebied wegtrokken en zich vestigden in het land dat nog altijd naar hen heet, ontstond ruimte voor Russische expansie naar het oosten, en deze expansie, eenmaal op gang gekomen, zou niet ophouden voor ze de Stille Oceaan had bereikt. De Russen bewogen dus gestaag naar het oosten en zuidoosten, langs de handelsroutes richting Khiva (aan de Amudarya, ten zuiden van het Aralmeer) en richting Tasj ofwel Tasjkent.

Lees verder “De Russen komen”

De eerste Oezbeken

Shahkrisabz
Shahrisabz

In mijn reeks (1, 2, 3, 4, 5, 6, 7) over de geschiedenis van Centraal-Azië vertelde ik gisteren hoe de Mongolen in de dertiende eeuw de etnische kaart opnieuw tekenden. De oude, Iraanse volken trokken zich terug in Perzië en Tajikistan, terwijl het gebied dat wij kennen als Turkmenistan, Oezbekistan en Kazachstan werd overgenomen door de Mongolen en de Turkse volken. Dit was, om het beeld te herhalen dat ik al tot vervelens toe heb gebruikt, de derde van de vier “grote vegen” waartoe ik de geschiedenis van Centraal-Azië probeer te reduceren.

De menselijke prijs van de Mongoolse veroveringen was immens, maar er was één positief gevolg: van Boedapest tot Burma en van Beijing tot Bagdad vormde Eurazië een eenheid, waardoor de handel kon opbloeien. Marco Polo is maar één voorbeeld van een reiziger in dit gebied. Een minder voor de hand liggend voorbeeld is de pestbacil, die in de veertiende eeuw van Tibet naar de Krim kon reizen en daarvandaan zijn verwoestende werk kon doen in West-Europa.

Lees verder “De eerste Oezbeken”

Sogdië en Perzië

Een krijger van de Centraal-Aziatische steppe (British Museum)
Een krijger van de Centraal-Aziatische steppe (British Museum)

Zoals ik in de eerste aflevering in deze onregelmatige reeks over Centraal-Azië heb aangegeven, is de geschiedenis het beste samen te vatten als een viertal “vegen” over de landkaart, waarin achtereenvolgens de eenheid werd geschapen (een veeg van noord naar zuid die we kunnen associëren met de komst van de Indo-Iraanse volken), de religieuze scheidslijnen werden getrokken, de etnische kaart tot stand kwam en de huidige staten werden gevormd. Daar tussenin waren periodes van betrekkelijke rust.

Die eerste rustperiode duurde zo’n twee millennia, van ergens rond het midden van het tweede millennium v.Chr. tot de komst van de islam in de zevende eeuw. Er woonden verschillende verwante volken in het gebied, die elkaar redelijk konden verstaan en zaken als de vuurcultus met elkaar deelden. In Iran gaat het vanaf pakweg 900 v.Chr. om bijvoorbeeld de Perzen, Meden en Parthen, terwijl in het huidige Afghanistan de Arachosiërs en Baktriërs verbleven.

Lees verder “Sogdië en Perzië”

Zarathustra

Een moderne afbeelding van Zarathustra
Een moderne afbeelding van Zarathustra

Ik liet u gisteren achter in een Centraal-Azië dat een culturele eenheid was geworden: handel in tin en koper, nomaden, grote steden, grafheuvelbegravingen en Indo-Europees-sprekend. In deze wereld moet Zarathustra hebben geleefd, de legendarische grondlegger van het zoroastrisme (afgeleid van “Zoroaster”, de Griekse verbastering van de naam van de profeet).

Legendarisch – maar niet helemaal. We kennen Zarathustra niet alleen uit latere vertellingen, maar ook uit de vrijwel zeker door hem gecomponeerde Gatha’s, “liederen”, die werden en worden gereciteerd tijdens de rituelen. Ze vormen het oudste deel van het heilige boek van de zoroastriërs, de Avesta. Lang is gedacht dat de Gatha’s waren geschreven in de vroege zesde eeuw v.Chr., maar inmiddels weten we zó veel meer van de ontwikkeling van de taal dat we de compositie kunnen plaatsen in de tweede helft van het tweede millennium v.Chr.. De beschreven materiële cultuur komt bovendien goed overeen met wat archeologen over de Late Bronstijd hebben vastgesteld.

Lees verder “Zarathustra”

Andronovo

Bijl met allerlei demonische wezens (Vroege Bronstijd; New York, Metropolitan Museum of Art)
Bijl met allerlei demonische wezens (Vroege Bronstijd; New York, Metropolitan Museum of Art)

Anderhalve maand geleden kondigde ik een reeks stukjes aan over de geschiedenis van Centraal-Azië, ingegeven door het feit dat ik binnenkort naar Oezbekistan zal gaan. Ik wilde die stukjes schrijven omdat ik de geschiedenis van het gebied onoverzichtelijk vind. Tot voor kort had ik eigenlijk maar twee of drie aanknopingspunten: de Perzische periode (die ten einde kwam met Alexander de Grote), en de Mongoolse heerschappij. En – vooruit – de Sovjetjaren.

Ik was die reeks niet vergeten, maar door gezondheidsproblemen kwam het er niet van. Grappig genoeg kreeg ik, net toen ik had besloten de reeks eens te gaan maken, het nieuws dat de vergunning rond was om Kara Tepe te bezoeken, een laat-antieke opgraving in het niemandsland tussen Oezbekistan en Afghanistan. Als dat geen voorteken is!

Lees verder “Andronovo”

De Zijderoute (1)

Aan de Amur Darya
Aan de Amu Darya

Historische kennis bouw je, om zo te zeggen, op door steeds minder breed te generaliseren. Je deelt het verleden het eerst in in Oudheid, Middeleeuwen en Nieuwe Tijd; als je geschiedenis dan leuk blijkt te vinden, verfijn je je kennis; en zo steeds verder. Als je kennismaking een verfijningsniveau te diep begint, is er een grote kans dat je het niet begrijpt, wat kán – het hoeft niet – betekenen dat je er nooit door geboeid zult raken. Dat is ongeveer de situatie waarin ik me bevind voor wat betreft Centraal-Azië: ik lees over Yuëchi-nomaden, over steden als Samarkand, over Mohammed Shaibani en over landen als Tadzjikistan, maar ik begrijp het grote plaatje niet. Ik begrijp dat Timoer Lenk in Oezbekistan een soort nationale held is, maar ik begrijp niet waarom – het was in elk geval geen Oezbeek.

Dat geringe begrip is toch wel wat ergerlijk, aangezien ik dit najaar naar Oezbekistan ga. Ik beken dat Beckwiths Empires of the Silk Route, waarover ik hier al eens schreef, me niet echt verder hielp: het was te gedetailleerd om echt begrip voor de hoofdlijnen te krijgen. Toch denk ik dat ik de laatste weken wat meer grip heb gekregen en dat ik nu datgene over de geschiedenis van Centraal-Azië kan vertellen wat ik zelf graag als eerste kennismaking zou hebben gehad. Drastisch vereenvoudigd dus. Turken en Mongolen gaan bijvoorbeeld op één hoop, want ze spreken allebei Altaïse talen.

Lees verder “De Zijderoute (1)”