Cervantès, Cervantes en Don Quichot

Er zijn boeken die iets onbenoembaars hebben waardoor je ze niet veilig in een pasklaar hokje kunt plaatsen, die je verontrusten, die onder je huid kruipen. Un certain Cervantès van de Franse striptekenaar Christian Lax is zo’n boek.

Het verhaal is op zich niet heel erg ingewikkeld: de Amerikaanse oorlogsveteraan Mike Cervantès keert vanuit Afghanistan, waar hij bij een vijandelijke aanval een hand heeft verloren en de gevangene is geweest van de Taliban, terug naar zijn geboortestreek in Arizona. Hij lijdt aan een posttraumatische stressstoornis en houdt zich aanvankelijk wat op de achtergrond, maar een vriend zorgt voor hem en helpt hem zijn draai in het burgerlijk leven terug te vinden.

Dat lukt maar gedeeltelijk. Als zijn vriend financiële problemen krijgt, slaat Cervantès een bankkantoor kort en klein en belandt in de nor. Hij heeft dan al eens gehoord dat zijn naam, zijn handicap en zijn krijgsgevangenschap hem doen lijken op Miguel de Cervantes, de auteur van de Quichot. In de gevangenis leest Cervantès – ik bedoel de Amerikaan – het verhaal van de dolende ridder. Dat doet zijn toch al verwarde hoofd helemaal op hol slaan. Hij begint te hallucineren dat hij gesprekken heeft met de Spaanse Cervantes.

Lees verder “Cervantès, Cervantes en Don Quichot”

Driemaal Don Quichot

Je kunt de wereldliteratuur verdelen in ruwweg twee categorieën: (a) ridderromans en (b) andere romans. De tweede categorie gaat niet over ridders en is dus eigenlijk alleen interessant voor specialisten, terwijl in de eerste categorie de Quichot alle andere verhalen overbodig maakt. U hoeft in uw leven dus maar twee boeken te lezen: het eerste deel van de Quichot en het tweede.

Deze op zich overzichtelijke situatie wordt enigszins gecompliceerd door het feit dat talloze auteurs inspiratie hebben ontleend aan de avonturen van de weergaloze ridder van La Mancha. Aangezien een goed voorbeeld goed doet volgen, zijn de afgeleide kunstwerken doorgaans prima verteerbaar. Ik sprak al eens over Graham Greenes Monsignor Quixote, een van mijn lievelingsboeken. Vandaag drie stripverhalen.

Lees verder “Driemaal Don Quichot”

De ware edelman

De hofdwerg van Filips IV (detail van Velasquez’ “De hofdames“)

In het tweede deel van de Quichot zitten enkele hoofdstukken waarbij ik me altijd wat ongemakkelijk voel: het verblijf aan het hof van een hertog en een hertogin, die zich vermaken door wrede grappen uit te halen ten koste van de weergaloze ridder uit La Mancha en zijn schildknaap. Het ongemak zit erin dat ik het niet vind aangaan dat je mensen bespot die het minder hebben getroffen dan jij, zoals iemand die lijdt aan een geestelijke ziekte en niet meer in staat is feit en fictie te scheiden. Daarmee heb ik medelijden, maar tot ver in de achttiende eeuw was het volkomen normaal met zulke mensen de draak te steken.

Wie van adel was, had wel ergens een dwerg rondlopen om zich mee te vermaken. Zie het plaatje hierboven: de hofdwerg van de Spaanse koning Filips IV. Een bezoek aan de ongelukkige verpleegden in het dolhuis was vroeger een geliefd uitje. Iemand die zich verbeelde een dolende ridder te zijn, was een legitiem doelwit van vroeg-zeventiende-eeuwse treiterijen. Cervantes en zijn lezers hebben geen moment gedacht dat het gedrag van de hertog en hertogin ongepast was. En dat zegt iets over de wijze waarop Cervantes de Quichot heeft bedoeld.

Lees verder “De ware edelman”

Erfgoedwanbeheer

Cervantes

Ik begon ooit te bloggen om de reden waarom ik ook aan de Livius Nieuwsbrief begon: om dingen te delen die ik mooi of leuk of interessant vond. Het intellectueel gewicht van mijn reeks museumstukken mag dan gering zijn, ik beleef er meer plezier aan dan aan de stukjes waarin ik uitleg wat er nu weer niet deugt. Die stukjes horen er echter wel bij. Ik doe immers niet aan public relations van de humaniora maar probeer mensen uit te leggen wat het van vakken zijn.

Het irritante van stukjes waarin je uitlegt wat er verkeerd zit, is dat je vaak in herhaling moet vervallen, bijvoorbeeld omdat kwakarcheologen net als andere archeologen hetzelfde nieuws enkele keren publiceren. “Waarom zou je iets één keer naar buiten brengen,” zoals de zandwroeters plegen te zeggen, “als je ook twee keer naar publiciteit kunt hengelen?” Of drie keer, zoals in het geval van het onlangs gevonden gebeente van Cervantes.

Lees verder “Erfgoedwanbeheer”

Cervantes, alweer

Cervantes

Dit is dus eigenlijk gewoon regelrecht & ronduit schokkend nieuws. Al negen maanden, zo lees ik, zijn archeologen in Madrid op zoek naar het stoffelijk overschot van Cervantes. Ze hebben daarbij drie niet-geregistreerde graven in het vizier. Je vraagt je af waarom ze daar negen maanden voor nodig hebben, want zo moeilijk kan het toch niet zijn een geraamte met één arm te identificeren.

Maar het wordt nog gekker. De speurtocht naar de laatste rustplaats van de auteur van de eerste roman uit de wereldliteratuur duurt namelijk helemaal geen negen maanden. Dat is een klinkklare leugen. Men is er al drie-en-half-jaar mee bezig. Ik wijdde er op 29 juli 2011 een van de eerste stukjes van deze kleine blog aan. Daarin schreef ik:

Lees verder “Cervantes, alweer”

ISIS en Don Quichot

Don Quichot en Sancho Panza (Spanjeplein, Brussel)

Eh, hoe zat het ook alweer met de ridder met het droevige gelaat? Mijn excuus eerst, want ik ga u twee alinea’s lang dingen vertellen die u al weet.

Don Quichot ziet bordelen aan voor kastelen en molens voor reuzen. Als hij mensen uit een benarde situatie bevrijdt, blijken het bandieten. Hij is echter eerlijk, hij is oprecht, hij is nobel. Hij is, met andere woorden, precies wat Cervantes zegt dat hij is: een edelman.

Hij is ook krankzinnig, maar zijn vrienden houden van hem. Eén van hen verkleedt zich als ridder en verslaat hem in een duel, waardoor de ongelukkige uiteindelijk thuis komt en daar de zorg krijgt die hij nodig heeft. Heel keurig, maar de man gaat dus mee in de wanen van Don Quichot. Idemdito Sancho Panza: hij gaat geloven in de betovering van Dulcinea, hoewel hij die zelf heeft verzonnen. Het motief dat Cervantes hiermee aansnijdt is hetzelfde als dat in Ettore Scola’s Enrico IV: wie is de echte gek, de man die niet weet wat de werkelijkheid is, of de man die willens en wetens meegaat in andermans waan? Een vergelijkbare vraag: wie is de echte edelman, de verarmde ridder met het zuivere hart of het rijke hertogelijk paar, dat zijn sadisme op een geesteszieke uitleeft?

Lees verder “ISIS en Don Quichot”

Monsignor Quixote (1)

greene_quixote

Ineens wist ik aan wie de nieuwe paus, Franciscus, me deed denken: aan Monseigneur Quichot, de hoofdpersoon van een in 1982 verschenen roman van Graham Greene. Ik gebruik het woord “roman”, waarmee de schrijver zelf de tekst aanduidde, met aarzeling. De grenzen van het genre zijn inmiddels zó ver opgerekt dat vrijwel alle lange prozateksten er nu onder vallen. Er valt best met zo’n nietszeggend etiket te leven, maar bij Monsignor Quixote is het toch wat problematisch. Het is eerder het scenario van een road movie (en is dan ook verfilmd) of een klassieke tragedie, compleet met expositie, complicaties, climax, consequenties en catastrofe.

Het beste laat de tekst zich lezen als filosofische dialoog. Aan de ene zijde staat de eenvoudige dorpspriester van El Toboso, Monseigneur Quichot (inderdaad: afstammeling van), die gelooft in het belang van de christelijke waarden, ook nu de kerk gecorrumpeerd is geraakt. Dat laatste slaat vooral op de specifieke problemen van het katholicisme in het Spanje van Franco, maar de titelheld erkent ook de meer structurele problemen. Zijn antagonist Sancho is de linkse burgemeester van het dorp, die meent dat er in de failliete boedel van het communisme nog iets ligt van waarde.

Lees verder “Monsignor Quixote (1)”