Archeologie en het grote publiek

De slag bij de Milvische Brug (Reliëf op de boog van Constantijn)

Dankzij het wonder der mobiele telefonie kreeg ik onlangs een filmpje toegestuurd waarop een beginnend amateur-archeologe (“bijna zeven”) me een steen toont die ze heeft gevonden tijdens haar vakantie. Was dit iets van vroeger?

Met mijn goede vriend Richard werk ik nu aan een heus rapport waarin we uitleggen wat je dankzij één stuk beschilderde baksteen zoal kunt weten. Dat moet nog in kindertaal worden gesteld, maar u weet wel ongeveer waar het heen gaat. De temperatuur waarop de steen is gebakken vertelt iets over het technologisch peil: wie bakstenen kan maken, kan ook ijzer bewerken en glas maken. De chemische samenstelling van de klei zegt iets over de rivier waaruit deze is gewonnen, vermoedelijk in het stroomgebied van de Rijn, en aangezien dat niet de klei is van de regio waar de beginnende amateur-archeologe op vakantie is, is er een aanwijzing voor handel. Een scheikundige kan naar de synthetische verf kijken en zo voort en zo verder.

Lees verder “Archeologie en het grote publiek”

Dagvisioen, nachtelijke droom

Een voorbeeld van een apsismozaïek (Sant’ Apollinare in Classe, Ravenna)

Misschien hadden Vincent en ik ons boekje wel De visioenen van Constantijn moeten noemen, meervoud. Er circuleerden namelijk heel veel verhalen over ’s mans waarneming van een hemels teken. Dat was te verwachten: in de Oudheid werd vrijwel alle informatie mondeling overgedragen en daardoor was wildgroei de gewoonste zaak van de wereld. Het visioen van Constantijn is alleen uitzonderlijk omdat de oudheidkundige én de oorspronkelijke gebeurtenis kent uit de Lofrede van 310 én beschikt over diverse bronnen om de verdere verspreiding te documenteren.

Om te beginnen is er dus de Redenaar van 310, die Constantijn eraan herinnert dat deze heeft gezien hoe Apollo en Victoria hem kransen presenteerden. Hierop lijkt een tweede verhaal: dat van Eusebios, die in het Leven van Constantijn schrijft dat de keizer op een ongespecificeerd moment, maar enige tijd vóór de slag bij de Milvische Brug in 312, een lichtend kruis had waargenomen en daar vervolgens over had gedroomd. Deze tekst, waarin het beroemde “in dit teken zul je overwinnen” voorkomt, vormt het begin van de legende.

Lees verder “Dagvisioen, nachtelijke droom”

Waarom geschiedenis?

De Boog van Constantijn in Rome

Zomaar een vraag bij de mail: waarom zou je je bezighouden met geschiedenis? (Eigenlijk stond er “met de Romeinen”, maar ik neem het wat breder.) Het simpele antwoord is natuurlijk dat geschiedenis leuk is. Je kunt genieten van een boek, van een website, van een Napoleontisch Weekend in Archeon of van een bezoek aan een museum. Ik heb wel vaker de vergelijking gemaakt met een boswandeling, een concert, een computerspelletje, strandbezoek: niemand vraagt wat dáárvan het nut is.

“Je kunt van het verleden genieten” is dus een prima antwoord maar het is wat lastig als er geld rondgaat. Als geschiedenis er immers uitsluitend was om van te genieten, zou financieel bezien de bizarre consequentie zijn dat u en ik betaalden om anderen te laten genieten, zoals de mensen van een universiteit, een gesubsidieerde stichting of een museum. Gelukkig is het zo bizar niet. We betalen omdat we er iets voor terug (zouden moeten) krijgen: inzicht.

Lees verder “Waarom geschiedenis?”

Historia Augusta (3): beschreven tijd

Septimius Severus (Archeologisch Museum Thessaloniki)

[Eind deze maand verschijnt bij Athenaeum – Polak & Van Gennep de eerste Nederlandstalige uitgave van de Historia Augusta. De vertaling van deze curieuze reeks biografieën van Romeinse keizers is van John Nagelkerken. Dit is de derde van een reeks van negen blogposts; de eerste is hier.]

Hoewel de tweede eeuw voor het Romeinse Rijk een bloeiperiode was, hebben we er betrekkelijk weinig literaire bronnen over. Dat alleen al maakt de keizerlevens van de Historia Augusta belangrijk, en we mogen van geluk spreken dat de primaire biografieën redelijk goed zijn. De oorlogen uit die tijd bedreigden het voortbestaan van het wereldrijk niet en er bestond een betrekkelijke welvaart. De burgers hadden vertrouwen in het muntstelsel, de allerrijksten stelden er een eer in de steden te verfraaien met openbare werken, de overheid benutte de belastingen om het leger op sterkte te houden, waardoor de rust bewaard bleef. Al deze factoren versterkten elkaar en droegen bij aan Romes succes.

Lees verder “Historia Augusta (3): beschreven tijd”