Hoe God uit de Kempen verdween

Een eeuw Belgische geschiedenis, dat is wat Koen Peeters de lezer biedt in zijn mooi geschreven roman De bloemen. Geen grotemannengeschiedenis: de Latijnse muntunie, de Koningskwestie en de Congocrisis blijven onvermeld. Het is een geschiedenis van het dagelijks leven in België, meer in het bijzonder in de Kempen.

Peeters presenteert zijn stof in een traditionele vorm: de familiekroniek. Eerst vertelt hij het verhaal van de zuivelhandelaar Louis en zijn vrouw Hortence, daarna beschrijft hij de carrière van hun zoon, de politicus René. (Diens echtgenote Paula komt opvallend minder uit de verf dan haar schoonmoeder.) De derde generatie komt aan het woord doordat de verteller, een zoon van René en Paula, commentaar geeft op de levens van zijn vader en grootvader. Door de perspectiefwisseling vermijdt Peeters het zwakke punt van zoveel familiekronieken: dat een naverteld mensenleven minder gestructureerd verloopt dan wenselijk is voor een roman.

Lees verder “Hoe God uit de Kempen verdween”