Ad quintum ferme lapidem

Ongeveer bij de vijfde mijlpaal

Tijdens de Bataafse Opstand (69-70) belegerden de Bataven, aangevoerd door Julius Civilis, de Romeinse legerbasis bij Xanten. In december wisten de Romeinen de belegeraars te verdrijven en het garnizoen te versterken, maar het bevrijdingsleger moest ijlings naar Mainz terugkeren toen dat werd aangevallen, waarop de Bataven Xanten opnieuw belegerden. Na een lange blokkade capituleerde het garnizoen. De Romeinse historicus Tacitus schrijft:

Lees verder “Ad quintum ferme lapidem”

Misverstand: Romeinen aan de Elbe

De Elbe bij Hamburg

Misverstand: De Romeinen wilden de Elbe als rijksgrens

De barbaren ten noorden van de Alpen mochten dan technisch inferieur zijn aan de Romeinen en niet hun organisatievermogen hebben, vechten konden ze. Caesar had al eens een legioen verloren, en in 9 n.Chr. verloor Augustus er zelfs drie in de slag in het Teutoburgerwoud. Toen die gebeurtenis tweeduizend jaar later werd herdacht, werd steeds opnieuw gezegd dat de Romeinen na deze nederlaag het gebied opgaven dat ze hadden veroverd terwijl ze de grens van hun rijk van de Rijn naar de Elbe aan het verleggen waren. Op die wijze wilden ze de grens bekorten.

Lees verder “Misverstand: Romeinen aan de Elbe”

Het graf van Karel de Grote

Proserpina-sarcofaag (Aachener Domschatzkammer)

Ik heb de laatste week in Gemmenich zitten werken aan mijn boek over de wedloop tussen wetenschappers en papyrusvervalsers, Bedrieglijk echt. Zoals u hebt gemerkt ben ik ook naar Luik en naar Tongeren geweest en ik kan toevoegen dat ik voor boodschappen naar Vaals ging, per fiets de beruchte noordwand beklimmend van de Kvarŝtonoj ofwel Vaalserberg. Ook het Drielandenpunt en Aken heb ik bezocht, en in die laatste stad fotografeerde ik bovenstaande sarcofaag. Die dateert uit het eerste kwart van de derde eeuw n.Chr. en is stilistisch verwant met de Marathonsarcofaag in Brescia die ik al eens eerder beschreef.

Wat u ziet is de schaking van Proserpina. De dodengod Pluto neemt het meisje tegen haar zin in mee naar de Onderwereld. Dat gebeurt blijkbaar met goedkeuring van de goden, want Amor wijst de weg, Mercurius leidt de wagen, Minerva duwt het meisje in Pluto’s armen, een zwevende Venus houdt de wagen tegen waarmee Proserpina’s moeder Ceres de achtervolging wil inzetten. De mythe, waarvan ik niet zal beweren dat ze smaakvol is, eindigt ermee dat Proserpina uiteindelijk terugkeert naar de bovenwereld, en in de zin dat de dood niet het laatste woord heeft, kon dit verhaal een christelijke uitleg krijgen en was de sarcofaag voor middeleeuws hergebruik toepasbaar.

Lees verder “Het graf van Karel de Grote”

Legionairs uit Mainz

Een van de Kästrich-sokkels: twee legionairs in actie

Nou heet deze blog de Mainzer Beobachter, maar over Mainz, het antieke Mogontiacum, heb ik nog maar weinig geschreven. Oké, ik heb weleens wat grafschriften besproken, maar erg veel meer is er nog niet uit mijn pen gekomen. Tijd om daar eens verandering in te brengen en te schrijven over het kunstwerk hierboven.

Dit is één reliëf uit een serie van tien, twee keer vijf. Ze zijn gevonden op de heuvel die bekendstaat als Kästrich: in feite de citadel van de oude stad. Hier lag een legioenbasis die tijdens de Bataafse Opstand enkele aanvallen weerstond – de burgerlijke nederzetting in de richting van de Rijn werd wel gebrandschat – en daarna door legionairs van I Adiutrix en XIV Gemina werd herbouwd. De reliëfs dateren uit die tijd, het laatste kwart van de eerste eeuw. Het zijn de sokkels van pilaren in een poort of een tempeltje.

Lees verder “Legionairs uit Mainz”

Hallstatt

Reconstructie van een wagen uit de IJzertijd (Palais Rohan, Straatsburg)

Het is maar hoe je ernaar kijkt. De door mij bewonderde archeoloog Barry Cunliffe meende dat de Keltische cultuur ontstond vanuit een elite die de handel beheerste tussen de Griekse en Italische culturen in het zuiden en de leveranciers van ruwe grondstoffen in het noorden, waar tin en barnsteen werd gewonnen. Daar valt best iets voor te zeggen: Champagne, Lotharingen, de Elzas, het Zwarte Woud, Beieren en Bohemen (het gebied waar de Keltische La Tène-cultuur ontstond) liggen inderdaad tussen zuid en noord.

Je kunt het ontstaan van de Centraal-Europese IJzertijdculturen ook zien als een autonome ontwikkeling. Benoorden de Alpen werden allerlei metalen gewonnen: veel ijzer, een beetje tin en koper (de bestanddelen van brons), en daarnaast ook zout, dat kwam uit mijnen in de noordelijke uitlopers van de Alpen. Degenen die rijk werden van de metaal- en zoutwinning ruilden hun producten tegen textiel, levensmiddelen, pelzen, huiden en slaven. Hierdoor ontstond tussen Champagne en Bohemen een handelsnetwerk. De elite van de tussenhandelaren toonde haar kapitaal door zich te laten begraven in wagengraven. Dit was het begin van de Hallstatt-cultuur, die is te beschouwen als de voorganger van de Keltische La Tène-cultuur.

Lees verder “Hallstatt”

Romaanse kunst uit Keulen

Romaans kapiteel

Deze week ging ik twee dagen kerken kijken in Keulen, waar behalve een beroemde Dom ook twaalf kerken zijn te zien uit de romaanse tijd, dus zeg maar 1000-1200 plus of min wat decennia. Met een oppervlak van 400 hectare was Keulen destijds een van de belangrijkste steden in Europa. Ter vergelijking: Utrecht was met 100 hectare de grootste stad in Nederland.

De aartsbisschop van Keulen was een van de zeven keurvorsten en kroonde de koning van Duitsland (die zich vervolgens in Rome liet kronen tot keizer). De stad had het muntrecht en was de basis voor de Eerste Kruistocht. Na 1164 werd de stad ook nog een van de belangrijkste pelgrimsoorden, toen aartsbisschop Reinald van Dassel het gebeente van de Drie Koningen – uiteraard net zo echt als andere middeleeuwse relikwieën – vanuit Milaan overbracht naar de Keulse Dom.

Lees verder “Romaanse kunst uit Keulen”

Geistige Kräfte (1)

Monument voor Friedrich Wilhelm III (Keulen)

Het hotel in Keulen waar ik eerder deze week sliep, stond niet ver van een beeldengroep, gewijd aan de Pruisische koning Friedrich Wilhelm III (r.1797-1840). Er zat sowieso een blogstukje in die beeldengroep, maar het beeld heeft ook alles te maken met wat ik hoop voor de Nederlandse wetenschap. Daarover morgen. Nu eerst: wat doet een standbeeld van de koning van Pruisen, dat toch ligt in het oosten, in de westelijke stad Keulen?

Van Jena via Berlijn naar Keulen

Keulen, een onafhankelijke rijksstad, was in 1794 veroverd door de Fransen, die de Rijn als oostgrens wilden. Daarna was Napoleon aan de macht gekomen en vervolgens ook weer verslagen. Het Congres van Wenen, dat in 1815 de landkaart opnieuw tekende, koos ervoor de Keulse onafhankelijkheid niet te herstellen maar de stad toe te kennen aan Pruisen, dat zo in een soort geografische spagaat kwam te staan: Pools in het oosten, Rijnlands in het westen. (Het ontstaan van Neutraal Moresnet, waarover ik eerder schreef, valt eveneens in deze tijd.) Deze spagaat viel alleen te overbruggen door de Duitse eenwording, die vanaf 1815 in feite onvermijdelijk was.

Lees verder “Geistige Kräfte (1)”