Vermist: een legioenbasis

Een niet zo heel verhelderende foto van de opgraving van Anreppen. Onder het plastic ligt de weg naar het oosten, in de richting van een nog onbekende Romeinse site.

De geschiedenis herhaalt zich niet. Geschiedkundigen herhalen elkaar. Omdat ze niet alles kunnen weten, vertrouwen ze op de boeken van hun collega’s, met als risico dat ze fouten overschrijven. Een bekend voorbeeld is te vinden in de traditionele beschrijvingen van Romes Germaanse Oorlogen. Nog niet zo heel lang geleden vermeldden de handboeken dat de Romeinen de grens van de Rijn hadden willen verleggen naar de Elbe – al blijkt dat niet uit de geschreven bronnen. Voor zover valt na te gaan, beperkten de Romeinen zich tot het land ten westen van de Weser. Het gebied tussen die stroom en de Elbe werd slechts driemaal aangedaan tijdens verkenningsexpedities die weliswaar net zo spectaculair waren als soortgelijke campagnes naar Nubië en Jemen, maar evenmin waren bedoeld om grenzen te verleggen. Dat de Romeinen naar de Elbe wilden oprukken is niets meer dan een onbevestigde hypothese.

Fouten als deze kunnen worden vermeden door voortdurend de vraag te stellen wat er écht in de bronnen staat. Maar ook bronnentrouw is niet zonder gevaar, zoals blijkt uit een ander aspect van het traditionele relaas. Na de nederlaag in het Teutoburgerwoud in 9 n.Chr., zo lezen we, lieten de Romeinen Germanië wat het was, want de keizers realiseerden zich dat de militaire inspanningen niet opwogen tegen de te verwachten opbrengst. Het land was immers veel te arm: “Het terrein is er woest, het klimaat ruw, het leven en landschap somber”, noteert Tacitus. Zo staat het dus in de oude bronnen. Alleen: het is niet waar.

Lees verder “Vermist: een legioenbasis”

Bonzo Goes to Bitburg

Op 5 mei 1985 – drieëndertig jaar geleden – brachten Ronald Reagan en Helmut Kohl een bezoek aan het militaire ereveld te Bitburg. Het leek zo’n goed idee: twee politici, één namens de democratische republiek in de voormalige nationaalsocialistische staat en één namens de bevrijders, zouden zich hier symbolisch verzoenen.

Wat helaas over het hoofd was gezien, was dat op Bitburg negenenveertig SS-ers lagen begraven. Er volgde een enorme rel en het werd er niet beter op toen Reagan opmerkte dat de gesneuvelde SS-ers eigenlijk net zo goed oorlogsslachtoffers waren geweest. Alle ophef leidde er – als ik het me goed herinner – uiteindelijk toe dat er geen kransen werden gelegd en dat de verzoening beperkt bleef tot een handdruk.

Lees verder “Bonzo Goes to Bitburg”

Das schwimmende Moor

Das schwimmende Moor

Het bovenstaande plaatje is niet heel spectaculair. Wat struiken en planten. In de verte de zee. En toch is dit stukje land bij de monding van het Duitse riviertje Jade, klein als het is, heel bijzonder. Het heet het “Schwimmende Moor” en is het enige stuk veen in Europa dat buitendijks ligt. Dat wil dus zeggen dat het getij hier merkbaar is en om die reden zijn we een paar jaar geleden, toen we op weg waren naar Haithabu en vrienden in Kopenhagen, er eens langs gereden.

Je kunt op de dijk klimmen en ziet dan goed wat daar vóór je ligt: een veenlandschap, overgaand in wad en water. De getijden wrikken weleens een stukje los: een kluit veen met wat planten en struiken erop die dan op drift raakt, de eb en de vloed volgend. Zoiets heet een drijftil.

Lees verder “Das schwimmende Moor”

MoM | Hermeskeil

De opgraving van Hermeskeil in de regen. Het vennootschappelijke automobiel in de achtergrond.

De laatste keer dat ik mijn zakenpartner zag was met oudejaar. Hij is momenteel in Korea voor de opnamen van een programma dat, zo lees ik bij een doorgaans goed-geïnformeerd medium, “Sterren Schaatsen Rondjes op het IJs” heet. Als hij straks in Nederland terug is, ga ik naar Cyprus. Kortom, ik zie hem te weinig. Vorig jaar lukte het echter om eens samen op vakantie te gaan en zoals de vaste lezers van deze blog weten, bezochten we Bastenaken, de Titelberg en Trier.

Op een regenachtige dag gingen we naar Hermeskeil, waar momenteel een opgraving plaatsvindt die de archeologie als wetenschap verder zou kunnen brengen. Ik heb de problematiek al vaker behandeld: het staat vast dat Julius Caesar iets heeft veroverd dat hij Gallië noemde, maar we weten niet wat hij precies onderwierp. Al in de negentiende eeuw hebben archeologen – ze werden gefinancierd door Napoleon III – versterkingen uit het midden van de eerste eeuw v.Chr. gevonden, maar alles wat ze vonden lag ten zuiden van de Seine. En dat terwijl Romeinse forten, zelfs als het gaat om die voor kleine eenheden, niet echt moeilijk terug te vinden zijn. De opgraver van het kleine fort bij Maldegem, Hugo Thoen, was verbaasd dat in Gallia Belgica in een kleine anderhalve eeuw niet één van Caesars enorme legioenbases was geïdentificeerd. Daarmee bepaalde Thoen de parameters van de discussie: was Caesars rapport van zijn noordelijkste veroveringen geen bluf?

Lees verder “MoM | Hermeskeil”

Trier

Deel van het Fausta-fresco (Trier, Bischöfliches Dom- und Diözesanmuseum)

Een paar maanden geleden maakte ik met mijn zakenpartner een reisje door dat stuk van Europa waar je gedachteloos doorheen reist op weg naar échte buitenlanden: de Ardennen, de Moezelvallei, de Elzas, Champagne. Gebieden die eigenlijk prachtig zijn maar die we, blasé als we zijn, altijd hadden genegeerd. Ik blogde al over Bastogne en de Titelberg en neem u vandaag mee naar Trier, de enige bestemming op dit reisje waarvan ik kan zeggen dat ik die niet had genegeerd.

Trier is geweldig. Ik kom er al jaren tot mijn genoegen, al sliep ik dit keer voor het eerst in een hotel waar op mijn kamer een portret hing van Triers beroemdste zoon, de negentiende-eeuwse journalist, filosoof, politicus, econoom, publicist, oproerkraaier, visionair en socioloog K. Marx. Zijn familie woont nog steeds in de stad: als je de door de Romeinse keizer Constantijn gebouwde basiliek een beetje leuk op de foto wil zetten, is het onvermijdelijk dat je met je rug gaat staan naar Modehaus Marx.

Lees verder “Trier”

Dat was dus dom

De Rijn bij Koblenz op een winterse dag

Ik moet even iets rechtzetten. Op oudejaarsdag schreef ik een stukje over de bevroren Rijn, een onderwerp waarover ik eerder had geblogd. Ik had er in dat eerste stukje op gewezen dat iedereen elkaar overschrijft dat de Germanen in 405 n.Chr. een bevroren rivier zouden zijn overgestoken. Nu kan dat heel goed werkelijk zijn gebeurd, maar het blijkt niet uit onze bronnen.

Ik opperde in dat eerste stukje dat dit idee terugging op een passage uit Edward Gibbons Decline and Fall of the Roman Empire. Ik had toen gedacht dat de Britse oudhistoricus een passage uit Herodianus voor ogen had gehad, waarin deze schrijft dat de Rijn altijd bevriest, maar ik aarzelde. Die tekst had Gibbon vermoedelijk al een paar jaar niet voor ogen gehad toen hij schreef over de gebeurtenissen in de vroege vijfde eeuw. In mijn tweede stukje opperde ik dat hij weleens door een passage uit een vierde-eeuwse lofrede op het idee kon zijn gebracht.

Lees verder “Dat was dus dom”

Opnieuw: de bevroren Rijn

Zum Rhein, zum Rhein, zum deutschen Rhein.

Vorig jaar blogde ik op oudejaarsdag over een bekend onzinverhaal, namelijk dat op 31 december 406 de Germaanse Vandalen en de Iraanse Alanen de bevroren Rijn zouden zijn overgestoken. Die oversteek heeft plaatsgevonden, dat staat vast. Ook lijdt het weinig twijfel dat dit het begin van het einde is geweest van Romeins Gallië. Alleen, dat de Rijn bevroren is geweest, dat is dus nergens te vinden in de antieke bronnen. Een (gelukkig onschuldig) staaltje nepnieuws van de soort waar de oudheidkunde al jaren mee kampt.

Waar komt zo’n verhaal, dat u zó kunt vinden op het internet of in Fik Meijers Macht zonder grenzen, [NOOT] nou vandaan? In mijn vorige stukje schreef ik dat ik vermoedde dat de achttiende-eeuwse oudhistoricus Edward Gibbon, de auteur van Decline and Fall of the Roman Empire, degene was die het misverstand de wereld in had geholpen. Die wordt namelijk nogal vaak kritiekloos overgeschreven. Achttiende-eeuwse wetenschappers kun je immers gewoon geloven, aangezien er de afgelopen twee-en-een-halve eeuw niets is toegevoegd aan de wetenschap. Maar waar heeft Gibbon het vandaan?

Lees verder “Opnieuw: de bevroren Rijn”