Op reis (schaamteloze reclame)

Fresco uit Trier (Bischöfliches Dom- und Diözesanmuseum)

Stel, u houdt van reizen en u wil op uw reizen oudheden zien. Zoiets komt in de beste families voor. Ik kan over uw reislust (en budget) geen uitspraken doen maar durf aan het feit dat u op dit moment deze niche-blog aan het lezen bent wel de conclusie te verbinden dat u op reis ook weleens gaat kijken naar een ruïne of in een oudheidkundig museum. Welnu, ik heb twee reizen te noemen die uw belangstelling zouden kunnen hebben. Ik zeg er meteen bij dat ik degene ben die de deelnemers soms attendeert op het interessante tempeltje links, op een aspect van het landschap voor ons en het aardige beeldje in de vitrine rechts.

Eén, Historizon organiseert in juli een reis langs de Neder-Germaanse limes. Ik heb eerder met deze club samengewerkt en dat was altijd opvallend prettig, menselijk. Daarom heb ik ook zin in een reis langs Xanten, Bonn en Trier. Zeg maar het reisje langs de Rijn, Moezel en Ardennen waar onze ouders van droomden, maar dan met een Romeins karakter. We bezoeken op de terugweg de expositie “Oog in oog met de Romeinen” in Tongeren (recensie), en zullen twee nachten doorbrengen in Mainz. Die stad is leuk om te beobachten, kan ik u verzekeren; ik heb er echt een zwak voor.

Lees verder “Op reis (schaamteloze reclame)”

Geliefd boek: Die versprengten Deutschen

Karl-Markus Gauß (1954) is een Oostenrijkse schrijver die in Salzburg leeft. Hij is bekend als essayist en reiziger door Midden- en Oost-Europa, waarover hij lezenswaardige boeken heeft gepubliceerd. Het werk van Gauß is in verscheidene talen vertaald, maar bij mijn weten nooit in het Nederlands. De schrijver bedient zich van een helder, modern Duits zonder ingewikkelde constructies of al te lange zinnen, observerend zonder meanderende reflecties en met af een toe een laconiek terzijde.

Hij schreef onder andere Die sterbenden Europäer (2001) over kleine Europese volkeren die verdwijnen en Die Hundeesser von Svinia (2004) over Romas in een klein dorpje in het oosten van Slowakije. Ook anderszins heeft hij zich voor de Romas ingezet. Steeds is de schrijver op zoek naar de randen van het officiële Europa en de marginale groepen die er leven.

Lees verder “Geliefd boek: Die versprengten Deutschen”

Geliefd boek: Die Mietskaserne

Op de planken naast mij staan rijen interessante boeken die bijzondere indruk op mij hebben gemaakt. Maar de winnaar is van recente leesdatum en wel Die Mietskaserne van Ernst Erich Noth. Het boek is uitgegeven in 1931 en had de eer in 1933 in Frankfurt door studenten te worden verbrand om dan in 1934 verboden te worden.

De naam Noth is een pseudoniem voor Paul Krantz die in 1909 in Berlin-Marienfeld is geboren. Hij stamt uit een proletarisch gezin en heeft met zeer veel moeite zijn uitweg gevonden, mede door een toelage om het realgymnasium te volgen, waar Klaus Mann een klasgenoot van hem was. Na het gym met een beurs naar de Uni van Frankfurt, waar hij onder meer bij Max Horkheimer studeerde. Na de brand van de Rijkstag emigreerde hij naar Paris en toen de Duitsers daar binnen marcheerde vertrok hij naar de VS. In 1971 is hij naar Duitsland teruggegaan. Paul Krants is bekend geworden door Steglicher Schülertragödie in 1927. Hij heeft acht maanden in voorarrest gezeten en het proces vond plaats in 1928. Hij werd evenwel van de moord vrijgesproken. Zover over de auteur.

Lees verder “Geliefd boek: Die Mietskaserne”

Geliefd boek: De wanhoopsdaad

De kans dat u ooit van de Kristallnacht hebt gehoord, is meer dan levensgroot. Dat u de naam Herschel Grynszpan kent, is daarentegen niet heel waarschijnlijk. Toch hebben die twee alles met elkaar te maken. De zeventienjarige Herschel Grynszpan schoot op 7 november 1938 in Parijs de Duitse ambassadesecretaris Ernst vom Rath neer en diens dood twee dagen later werd door de Nazi’s aangegrepen voor de pogrom in de nacht van 9 op 10 november.

Sidney Smeets, strafrechtadvocaat bij Spong advocaten in Amsterdam, schreef in 2013 het boek De Wanhoopsdaad over de lotgevallen van Herschel Grynszpan, de aanslag en de – uitgebreide – nasleep van de gebeurtenissen. Het is een bijzonder goed leesbaar boek, Smeets heeft een vlotte pen, dat keurig voorzien is van noten, een register en een bronnenlijst, incluis de nummers van de stukken in de geraadpleegde archieven.

Lees verder “Geliefd boek: De wanhoopsdaad”

Het Nibelungenlied aan de IJssel

De IJssel bij Werth

Ik blog nog even over de IJssel, al is het dit keer de Oude IJssel. Dat is het deel van de rivier dat begint in Duitsland en langs Doetinchem stroomt naar Doesburg. Daar verenigt ze zich met de Gelderse IJssel, die begint in Arnhem en een zijtak is van de Rijn. Vanaf Doesburg stromen de twee rivieren gezamenlijk noordwaarts, langs Zutphen, richting IJsselmeer. De Gelderse IJssel is een kanaal, gegraven in de Vroege Middeleeuwen; Wageningse onderzoekers hebben in 2008 de ooit gangbare theorie weerlegd dat deze waterloop een van de door de Romeinen gegraven Drususgrachten zou zijn.

De Oude IJssel dus. Het gebied waar eeuwenlang ijzererts is gewonnen. De molen hierboven staat in Werth, net over de grens tussen Nederland en Duitsland, en het water is dus de bovenloop van de IJssel. We zijn hier in het gebied waar ooit de Chamaven woonden, wier naam voortleeft in het middeleeuwse graafschap Hamaland. Ook Nebisgast, een van de weinige Germaanse leiders die we bij naam kennen, kwam hier vandaan.

Lees verder “Het Nibelungenlied aan de IJssel”

De schepen van Mainz

Nachbau 2 (= Mainz 3)

Ik ben al jaren niet in Mainz geweest. Dit najaar heb ik even gespeeld met de gedachte er weer eens naartoe te gaan, maar de reisbeperkingen zijn te streng voor een onbekommerd weekendje weg. Niettemin: er zijn daar prachtige musea, waarvan het Gutenberg-Museum het belangrijkste is. Er is ook een tempel voor Isis en de Grote Godenmoeder met een leuke expositie; even verderop is het Landesmuseum met een prachtig lapidarium vol inscripties en sculptuur; nog even verderop is, in dezelfde straat, het Römisch-Germanisches Zentralmuseum. Dat biedt meer dan de naam suggereert, namelijk een overzicht van de antieke cultuur van Egypte tot Byzantium, alsmede een Biergarten.

Maar wat echt bijzonder is, is het Museum für Antike Schifffahrt. De spelfout waar u als de kippen bij bent, is niet de mijne, of beter: sommigen menen dat het museum zijn naam moet spellen zoals het historisch is gegroeid, anderen vinden dat de spelling mee moet gaan met de Rechtschreibreform van ’96. Althans, dat hoorde ik de laatste keer dat ik er was. Van een suppoost die ook vertelt dat de expositiehal ooit is gebouwd als zeppelinfabriek, ben ik echter op alles bedacht. De website toont in elk geval nog steeds beide spellingen.

Lees verder “De schepen van Mainz”

De troon van Satan

Het Pergamonaltaar (Berlijn)

In Berlijn zijn een kleine zeventig voorwerpen in de oudheidkundige musea op het beroemde Museumeiland met een kleverige vloeistof besmeurd. Er zit geen patroon in het vandalisme, de schade is niet zó groot dat de restauratie vóór het politieonderzoek moest gaan. De voornaamste zorg van de beheerders is dat er ook leenstukken zijn besmeurd. Het is lelijk nieuws, maar vooralsnog zijn er geen aanwijzingen dat het groter is dan dit.

De media zijnde de media is het wel groter gemaakt. In het museum staat namelijk ook het Pergamonaltaar ofwel de Troon van Satan. Ik ga hier de verbanden die complotdenkers bedenken geen extra publiciteit geven. Ik beperk me tot de bewering dat dit de Troon van Satan zou zijn.

Dat is gebaseerd op de Openbaring van Johannes, het wonderlijke laatste boek van het Nieuwe Testament, geschreven in de laatste jaren van de eerste eeuw n.Chr. Er waren christenen gedood en de auteur spreekt zijn lezers moed in. Als ze vast hielden aan hun geloof in Christus, zouden ze op de Jongste Dag worden gerechtvaardigd. Johannes’ collectie fantasmagorieën vormt fenomenale literatuur. U hoeft niet te geloven in een naderend Oordeel om het met ingehouden adem te lezen. (Indien u desondanks een aanbeveling nodig heeft: het was de favoriete hotelkamerlectuur van Hunter S. Thompson zaliger nagedachtenis.)

Lees verder “De troon van Satan”

MoM | Friedrich August Wolf en Homeros

Friedrich August Wolf

Vorige week ontdekte ik dat ik nog nooit werkelijk had geblogd over de Duitse classicus Friedrich August Wolf (1759-1824). Dat moet rap veranderen. Hij was de grondlegger van de wetenschappelijke bestudering van de klassieke talen, dus hij past goed in deze Week van de Klassieken.

De ijverige student

Wolf bouwde voort op Winckelmann en Gibbon, maar anders dan zij was hij een academische insider. Hij had in Göttingen, destijds de beste universiteit ter wereld, gestudeerd bij Winckelmanns vriend Christian Gottlieb Heyne. Daar was Wolf als student al opgevallen door zijn kritische houding en plichtsbetrachting. Zo zou hij ’s nachts zijn voeten in ijskoud water hebben gestoken en een ooglid kunstmatig geopend hebben gehouden om geen tijd te verliezen aan slaap.

Later zou hij beweren weinig te hebben geleerd in Göttingen, maar dat is onwaar. Daarvoor lijken zijn opvattingen teveel op die van Heyne. Leraar en leerling ijverden ervoor de Oudheid niet à la Gibbon op te vatten als een reeks koningen en veldslagen, maar als een wisselwerking tussen volken en staten met eigen karaktertrekken. Die zouden af te leiden zijn uit hun instellingen, economie, wetten en dergelijke. Een voorbeeld is Heynes De Genio Saeculi Ptolemaeorum (“De geest van de tijd der Ptolemaiën”), waarin hij het karakter van het hellenisme (de “tijdgeest”) trachtte te duiden door te wijzen op aspecten die op elk terrein van de menselijke cultuur terugkeerden, zoals subtiliteit en liefde voor het uitzonderlijke, bizarre of vreemde. Wolf deelde deze brede benadering.

Wolf was achttien toen hij afstudeerde. Zes jaar later doceerde hij filosofie aan de universiteit van Halle en weer vier jaar later, in 1787, stichtte hij daar het taalkundig instituut.

Lees verder “MoM | Friedrich August Wolf en Homeros”

Het Nibelungenmuseum van Worms

Hagen en het Rijngoud (standbeeld in Worms)

Volgens de Gallo-Romeinse kroniekschrijver Prosper Tiro maakte de Romeinse generaal Aetius in het jaar 435 een einde aan de heerschappij van de Bourgondische leider Gundihar:

Rond deze tijd versloeg Aetius Gundihar, de koning van de Bourgondiërs die woonden in de Gallische provincies. Toen hij om vrede smeekte, werd die hem verleend. Gundihar genoot echter niet lang van die vrede, aangezien de Hunnen hem en zijn volk uitroeiden.

Dit incident vormt de historische kern van het tweede deel van het Nibelungenlied, het nationale gedicht van Duitsland. Het is een duistere tekst over onheil en loyaliteit, die eerst de ondergang beschrijft van de stralende held Siegfried en in de tweede helft de verschrikkelijke wraak die zijn echtgenote Kriemhild neemt op degenen die verantwoordelijk zijn voor de dood van haar man. De eerste helft speelt in Worms, de residentie Gunther, en de tweede helft in het paleis van koning Etzel – namen waarin we Gundihar en Attila herkennen. Het is zeker mogelijk dat Attila als jonge man heeft deelgenomen aan de door Prosper Tiro vermelde veldtocht die resulteerde in de dood van koning Gundihar.

Lees verder “Het Nibelungenmuseum van Worms”

Altaar in Rindern

Het altaar van Rindern (foto Paul van der Heijden)

Eerst even een misverstand uit de wereld helpen: het dorpje Rindern, even ten noorden van Kleef, is niet het Romeinse Arenacum. De namen lijken op elkaar, zeker, maar archeoloog Jan Verhagen heeft aannemelijk gemaakt dat de Romeinen met die naam Kleef bedoelden. (Op mijn website moet ik dit nog corrigeren.) De heridentificatie neemt niet weg dat Rindern in de Oudheid bewoond is geweest en dat het kleine museum Forum Arenacum heet.

Ik ben daar in 2009 met mijn zakenpartner langs gereden, op weg naar een echt buitenland dat ik me nu niet herinner. We wilden destijds ook het altaar in de kerk zien, want er is een beroemde Romeinse inscriptie, maar die dag was de kerk op slot. Afgelopen zaterdag hadden mijn vriendin en ik meer succes. Hier is de tekst op de ongeveer een kubieke meter grote steen, zoals die er momenteel uitziet (EDCS-11100795).

Marti Camulo
sacrum pro
salute Tiberii
Claudi Caesaris
[A]ug(usti) Germanici Imp(eratoris)
[c]ives Remi qui
[t]emplum constitu-
erunt

Lees verder “Altaar in Rindern”