Vondel in Keulen

De Große Witschgasse in Keulen

Niemand leest Vondel nog maar hij zou de held kunnen zijn van de burgerlijke samenleving. Hij nam zijn verantwoordelijkheid en was bereid zijn mond open te trekken als dat zijns inziens nodig was. Prins Maurits had als militair genie een ereplek kunnen hebben in de Europese geschiedenisboeken, maar dankzij Vondels Stockske en Palamedes is prins Maurits voor eeuwig de man van de gerechtelijke moord op Van Oldenbarnevelt. Laat niemand zeggen dat literatuur bijzaak is.

Vondel is ook actueel. De burgerlijke samenleving garandeert gewetensvrijheid en in de Nederlanden misschien wel meer dan elders, want het was een van de redenen waarom men hier in opstand kwam tegen de Spaanse koning. Vondel kende het belang van deze waarde. Zijn geestelijke biografie staat in het teken van zijn keuze voor het katholicisme, een in die tijd niet populaire religie, in Holland hooguit gedoogd. Alsof je nu de islam omhelst. Maar een kwezelige bekeerling was Vondel niet, want hij kon moordend effectief schrijven over de uitwassen van religie, zie zijn Jeptha. En dan heb ik het nog niet over het simpele gegeven dat Vondels oeuvre een voorbeeld is van migrantenliteratuur. Vondel zou de held kunnen zijn van de burgerlijke samenleving.

Lees verder “Vondel in Keulen”

Grenzen op de Vaalserberg

In Karelië in het oosten van Finland schijnt een plek te zijn die “Stalins vinger” heet. Volgens de moderne legende legde de tiran, toen de grens in 1940 werd getrokken, zijn hand op de landkaart, zodat degene die de grens aan het intekenen was, er met de pen omheen moest. Het plaatje hierboven toont de Duits-Belgische grens en toont, zoals u ziet, ook zo’n vreemde en onlogische vorm. Daar moest ik het mijne van weten en toen ik vorige week toch naar Aken moest, ben ik er dus heen gefietst.

Dat was makkelijker gezegd dan gedaan, want (a) ik moest de Vaalserberg op en (b) er was geen weg naar deze “vinger”. Er is wel een onregelmatig bospad dat langs de grens loopt, zodat ik in feite nogal aan het cross-country cycling was. Wat ook wel weer eens leuk is op je vierenvijftigste. Voorbij het stuk voorbij de Duitse “vinger” in België was het bospad trouwens meer de bedding van een beekje. Maar goed, ik kwam er en de vinger bleek een weilandje te zijn.

Lees verder “Grenzen op de Vaalserberg”

Boekhandelverdriet

Aischylos (Neues Museum, Berlijn)

Er gaan dagen voorbij zonder dat ik een Griekse tragedie lees, maar soms kun je ineens AischylosDe Perzen willen lezen. Gewoon hardop, heen en weer benend, en dus uit een papieren boek. Maar in Gemmenich, waar ik nu een maand woon, is een papieren boek nog niet zo makkelijk te verkrijgen. Vaals heeft het leuke antiquariaat Belcampo, maar ik meende meer kans te hebben dat ik mijn boek zou kunnen kopen als ik het in Aken zou proberen.

Aken heeft een kwart miljoen inwoners. Aken is een universiteitsstad. Aken trekt tienduizenden toeristen. Aken heeft dus goede boekhandels, zoals de Mayersche Buchhandlung, die ooit de grootste boekenzaak van Duitsland was. En Duitsland is het paradijs voor oudheidkundigen. Het Duits was tot de Eerste Wereldoorlog immers dé taal van de Altertumswissenschaft en veel van wat nu in het Engels wordt gepubliceerd, is een herhaling van zetten van wat allang in het Duits gepubliceerd is geweest. Nog altijd is de Griekse Oudheid in Duitsland, meer dan elders, deel van de algemene ontwikkeling. Kortom, ik was optimistisch dat ik in Aken mijn boek wel zou vinden, temeer omdat het volgens de website op voorraad was.

Lees verder “Boekhandelverdriet”

Rond de Vaalserberg

De Geul in Moresnet

Gemmenich, waar ik momenteel verblijf, is maar een klein dorpje. Het enige monument is een kerk. Er is een bakker, er is een slager, er is een café, er is een friterie du village en er is een niet geweldig geoutilleerde avondwinkel. Omdat er geen supermarkt is ben ik voor inkopen aangewezen op het echtpaar dat me dit huisje verhuurt en voor wie geen moeite te veel is. Het alternatief is dat ik over de westelijke helling van de Vaalserberg fiets naar Vaals, maar het is een vervelende klim als je naar het noorden gaat en een nauwelijks minder vervelende klim als je naar het zuiden terugkomt.

Om die reden besloot ik het eens ten zuiden van Gemmenich te zoeken, waar dorpjes liggen met namen als Völkerich en Plombières. Dat laatste dorp heet in het Duits Bleiberg en in het lokale dialect Blieberg. Wat ik maar zeggen wil: je merkt hier goed hoe bizar het idee van een taalgrens is, want het loopt dwars door elkaar heen en ik hoor dezelfde mensen diverse talen spreken. Ik moest ook nog naar Aken, waar boeken en fotokopieën van een tijdschriftartikel voor me klaarlagen, dus na de koffie ging ik op pad.

Lees verder “Rond de Vaalserberg”

“Eine ganz kleine Clique”

Enkele leden van de “ganz kleine Clique”

Om Hitlers woorden te bevestigen dat er slechts “eine ganz kleine Clique” van samenzweerders was geweest, arresteerden de Nazi’s de komende dagen slechts 700 mensen, waarvan er maar 200 zouden worden geëxecuteerd, meest door ophanging aan een dunne draad die de cipiers cynisch een pianosnaar noemden. De documenten die tegenwoordig worden getoond in het Bendlerblock, bewijzen dat de “Sonderkommission des Reichssicherheitshauptamtes zur Aufklärung des Anschlags auf Hitler” al op 24 juli begreep hoe het complot in elkaar had gezeten.

Of beter: men had hoofdlijnen herkend en kon die documenteren. Omdat wij deze rapporten nog altijd bezitten, vormt het Nazi-onderzoek nog steeds een leidraad voor ons begrip van de gebeurtenissen op 20 juli 1944. Wat de onderzoekscommissie niet hoefde documenteren, zoals wat er was gebeurd op de Wolfsschanze in de uren na de aanslag, is dus niet zo goed bekend. Een ander probleem is dat wat wél bekend is, is gebaseerd op de verklaringen van gearresteerden die waren gemarteld en probeerden het leven redden. Ze hebben dingen gezegd om de Gestapo naar de mond te praten. Zoiets geldt bijvoorbeeld Berthold von Stauffenberg, die heeft verteld dat hij en zijn broer het Führerprincipe, “völkische” ideeën, de bestrijding van de geest van de grote steden, de opvattingen over ras en het verlangen naar een door de Duitsers zelf bepaalde rechtsordening hadden gedeeld. Er is aanvullend bewijs dat de Von Stauffenbergs aanvankelijk sympathiseerden met het nationaalsocialisme, maar een passage als deze is op zichzelf weinig bewijs (testis unus, testis nullus).

Lees verder ““Eine ganz kleine Clique””

Vrijdag 21 juli 1944, 00:15 (Berlijn)

Fromm biedt zijn arrestanten – Olbricht, Von Stauffenberg, Mertz von Quirnheim, Von Haeften – de gelegenheid nog iets te schrijven. Ze krijgen een half uur, een half uur waarvan hij later zal verklaren dat hij met een snel samengestelde krijgsraad heeft gesproken over het lot van het viertal. Even voor middernacht keert hij terug en laat weten wat het vonnis is. Het zal de vier niet hebben verrast. Von Stauffenberg probeert nog één keer de schade in te perken: hij zegt als enige verantwoordelijk te zijn, de anderen hebben slechts zijn bevelen gevolgd. Fromm acht het geen antwoord waard.

Op de binnenplaats van het Bendlerblock staan auto’s geparkeerd om de executies bij te lichten bij het licht van de koplampen. Het executiepeloton doodt achtereenvolgens Olbricht, Von Stauffenberg, Von Haeften en Mertz von Quirnheim.

Hun lijken worden de volgende ochtend begraven naast de Matthäus-Kirche. Later zou Himmler ze laten opgraven en verbranden, opdat de as kon worden verstrooid en er geen graf zou zijn voor het viertal. Om Von Stauffenbergs hals vonden de grafdelvers een klein crucifix, het eerste cadeau dat hij ooit had gekregen van zijn echtgenote Nina.

Lees verder “Vrijdag 21 juli 1944, 00:15 (Berlijn)”

Donderdag 20 juli 1944, 23:30 (Berlijn)

De plaats van Becks zelfmoord

Het Bendlerblock is omgeven door troepen die loyaal zijn aan Hitler. Ontsnappen is niet meer mogelijk. In het Bendlerblock verzamelt generaal Fromm, die meer cognac op heeft dan betamelijk is, soldaten om de samenzweerders te gaan arresteren. Hij vindt ze in zijn eigen kantoor: generaal Friedrich Olbricht, kolonel Claus Graf von Stauffenberg, kolonel Albrecht Ritter Mertz von Quirnheim, eerste luitenant Werner von Haeften en – in burger – generaal b.d. Ludwig Beck. “So, meine Herren,” zegt Fromm sarcastisch, “Jetzt mache ich es mit Ihnen so, wie Sie es heute Mittag mit mir gemacht haben.”

Hij sluit zijn arrestanten echter niet op en de samenzweerders zullen daarover niet verbaasd zijn geweest. Ze weten dat Fromm weet dat zij weten dat hij minimaal sinds 15 juli wist van de coup. De arrestanten kunnen raden dat ze gedood zullen worden voordat ze met de Gestapo zullen spreken.

Lees verder “Donderdag 20 juli 1944, 23:30 (Berlijn)”