De Leidse Amunpapyrus

De Leidse Amunpapyrus (© Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

In een van de vitrines van de afdeling Egypte van het Leidse Rijksmuseum van Oudheden ligt de Amunpapyrus, een van de beroemdste teksten uit de oude wereld. Hoewel we over de herkomst slechts vermoedens hebben, is er geen twijfel aan de echtheid. Hij is namelijk al bekend sinds 1828, toen het nog jonge museum de collectie verwierf van Giovanni d’Anastasi (1780-1860), een Griekse koopman die in Egypte was beland, het vertrouwen had gewonnen van de Ottomaanse onderkoning Mohammed Ali en allerlei oudheden had verzameld. Weliswaar kunnen we over unprovenanced oudheden niet sceptisch genoeg zijn en is het zeker denkbaar dat d’Anastasi de dupe is geweest van bedrog, maar het is niet aannemelijk dat een vervalser in het eerste kwart van de negentiende eeuw én de juiste inkt zou hebben bereid én de beschikking zou hebben gehad over een fors antiek papyrusblad én een Egyptische tekst kon schrijven waaraan egyptologen sindsdien weinig vreemds hebben herkend.

Omdat Anastasi veel voorwerpen heeft aangekocht in Thebe, is aannemelijk dat de Leidse papyrus daarvandaan komt, temeer omdat in die stad een netwerk was van Amuntempels, waarvan het complex te Karnak de voornaamste was. Vanaf de zestiende eeuw v.Chr. gold de god van Thebe als de belangrijkste in Egypte en was zijn stad hét religieuze centrum van het land. Het was een van de plaatsen die werd genoemd als locatie van de oerheuvel, waar nog voor het begin van de tijd het eerste land boven de oerwateren was verschenen.

Lees verder “De Leidse Amunpapyrus”

Olifanten en olifanten

Deze foto van een op Sicilië geslagen Karthaagse munt is niet helemaal scherp, maar dit is duidelijk een savanne-olifant.

In zijn beschrijving van de slag bij Rafia (217 v.Chr.) vertelt de Griekse historicus Polybios dat de Indische olifanten uit het Seleukidische leger effectiever zouden zijn geweest dan de krijgsolifanten in het Ptolemaïsche leger, omdat die kleiner waren. Dat is een wat vreemde constatering, aangezien de Afrikaanse olifant (Loxodonta africana) groter is dan de Indische (Elephas maximus indicus). Al sinds de jaren vijftig lossen oudhistorici deze kwestie op met de aanname dat de Ptolemaiën gebruik maakten van de Afrikaanse bos-olifant (Loxodonta cyclotis), die inderdaad kleiner is.

Dan moet de bos-olifant natuurlijk wel bereikbaar zijn geweest voor de Ptolemaiën. De aanname was dat dit beest, dat tegenwoordig vooral leeft in het tropisch regenwoud van bijvoorbeeld Kameroen, destijds ook voorkwam in Eritrea en Soedan, waar de Ptolemaiën hun olifanten vandaan haalden. Deze aanname valt nu te testen door naar het mitochondriaal DNA te kijken.

Lees verder “Olifanten en olifanten”

Geliefd boek: Playing Cards in Cairo

De Britse journalist Hugh Miles (1977) vertelt in zijn persoonlijke Playing Cards in Cairo. Mint tea, Tarneeb and Tales of the City (2008) over liefde in Caïro. Hij beschrijft onder andere de amoureuze omgangsvormen tussen jonge mensen in een chaotische stad. Zelf raakt hij verliefd op Roda, een Egyptische arts, hoewel het aanvankelijk erg moeilijk is haar te ontmoeten. Voor een ongehuwde vrouw is het problematisch om met een man, laat staan een buitenlander, in het openbaar te verschijnen. Ze brengen daarom veel avonden bij Roda thuis door waar ze met haar vriendinnen Tarneeb spelen, een kaartspel dat op bridge lijkt.

Toneelspel

Miles vertelt dat zijn vriendin Roda geen broer heeft en haar vader in Koeweit werkt. Door de afwezigheid van nauw verwante mannen kan ze zich meer vrijheden veroorloven dan haar getrouwde en ongetrouwde vriendinnen. Maar ze gaat in het begin niet zo ver om Hugh in zijn appartement te bezoeken, want dat zou erg slecht voor haar reputatie zijn. Zelfs in haar eigen buurt is na korte tijd bekend dat Miles ongehuwd is en haar bezoekt. Want in de

close-knitted Caïro society, where everybody makes it their business to know everyone else’s business

verspreiden geruchten zich snel. Uiteindelijk waagt ze het erop, lichtelijk vermomd en met een zonnebril, om bij hem thuis te komen. De conciërge en parkeerwachters maken er een sport van om haar zichzelf te laten verraden door Arabisch tegen haar te spreken. Ze reageert niet. Zoals Miles opmerkt, zijn Egyptische vrouwen onder de druk van zedig gedrag in het openbaar ervaren toneelspeelsters.

Lees verder “Geliefd boek: Playing Cards in Cairo”

Geliefd boek: In an Antique Land

Amitav Ghosh (1956) is een Indiase schrijver die als antropoloog in Oxford is gepromoveerd. Ik leerde de schrijver kennen door zijn Ibis-trilogie (tussen 2008 en 2015 geschreven en samen ruwweg 1700 bladzijden) over opiumhandel en nog veel meer aan het begin van de negentiende eeuw in India en China. Zo ontdekte ik zijn eerder geschreven In an Antique Land (1992). Terwijl de Ibis-trilogie een hele pil is, is dat een klein meesterwerk.

In an Antique Land beschrijft de speurtocht naar de lotgevallen van een slaaf uit de eerste helft van de twaalfde eeuw en afkomstig uit Caïro. Deze avonturen zijn allerminst romantische verzinselen maar gereconstrueerd uit het verbijsterende Geniza-archief zoals het wordt genoemd. Eigenlijk gaat het niet om een archief maar om een opslagplaats van oud papier, afkomstig van een joodse diaspora en teruggevonden in de kelder van een oude synagoge in Caïro.

Lees verder “Geliefd boek: In an Antique Land”

Cypriotisch opium

Cypriotisch flesje uit Qau al-Kebir (Allard Pierson, Amsterdam)

De Bronstijd is zo interessant omdat in die periode de grote antieke culturen in elkaar begonnen te grijpen. Door de handel in tin waren grote netwerken ontstaan, die zich vanuit het oostelijke bekken van de Middellandse Zee uitstrekten naar de Atlantische Oceaan en naar het huidige Oezbekistan. Daar kwam het metaal namelijk vandaan. Door het te combineren met koper, dat is te vinden op Cyprus en op het Sinaï-schiereiland, is brons te vervaardigen.

Zeg “brons” en je zegt “interregionale handel” en dus culturen die steeds dieper bij elkaar betrokken raken. En uiteraard bleef de handel niet tot metaal beperkt, zoals het kruikje hierboven illustreert. Het is afkomstig uit Qau el-Kebir in Midden-Egypte en dateert uit de vijftiende eeuw v.Chr. Het is afkomstig uit Cyprus.

Lees verder “Cypriotisch opium”

Het vernieuwde Allard Pierson

Zomaar drie portretkoppen op de Egyptische afdeling van het vernieuwde Allard Pierson

Het Allard Pierson-museum is vanouds het oudheidkundige museum van de Universiteit van Amsterdam. Het is echter meer dan dat. Het is bijvoorbeeld gevestigd in een historisch pand: de voormalige Nederlandsche Bank. Elke keer als ik de trap opga, bedenk ik dat mensen als Walraven van Hall ook over deze treden zijn gelopen. Inmiddels is de taakomschrijving van de instelling verbreed, waardoor de banden met Amsterdam zijn versterkt. De archeologische verzameling is namelijk samengevoegd met de afdeling Bijzondere Collecties.

Je zou “het Allard Pierson”, zoals de instelling nu wil heten, kunnen typeren als kennisinstituut voor de Amsterdamse verzamelingen. Dat heeft gevolgen voor de antieke collectie, die wat meer dan vroeger de nadruk legt op de eigen geschiedenis. De voorwerpen zijn immers aangekocht door directeuren die allemaal een eigen visie hadden. De verzameling is zelf in feite ook een historisch object. Een eerste stap in deze richting was een verzamelaarskabinet met korte typeringen van die directeuren; de onlangs na een verbouwing heropende afdelingen zijn een volgende stap; en ik heb goede hoop dat de verzamelgeschiedenis van de individuele objecten in de nabije toekomst nog wat meer aandacht krijgt.

Lees verder “Het vernieuwde Allard Pierson”

Cornelis de Bruijn in Giza

Afbeelding uit “Reizen van Cornelis de Bruyn door de vermaardste Deelen van Klein Asia” (1698)

Ik heb een paar helden. Montesquieu, Winckelmann, de cirkel rond Von Humboldt, Droysen, Schliemann, Weber, Millar, Sancisi-Weerdenburg. En Cornelis de Bruijn. Lees de biografie van de Haagse reiziger en tekenaar die als eerste tekeningen van Jeruzalem en Persepolis naar Europa bracht en u begrijpt waarom.

In 1681 bezocht hij Giza. Ik geloof niet dat hij zich realiseerde dat drieënveertig eeuwen naar hem terugkeken, maar hij ging de piramiden binnen en tekende bijvoorbeeld de Grote Galerij die leidt naar het oorspronkelijke graf van Cheops. Dat is nog decennia lang uniek beeldmateriaal gebleven. De schets hierboven heeft hij toen ook gemaakt. En er is natuurlijk iets raars mee aan de hand. De piramiden zijn te puntig.

Lees verder “Cornelis de Bruijn in Giza”

Driemaal goed en kwaad

Mesopotamisch gebed: degene die iets bij de goden gedaan wil krijgen, links, roept zijn beschermgodin aan, die een tweehoofdige godheid laat spreken tot de wijsheidsgod Enki. Achter Enki een van de Zeven Wijzen. Rolzegelafdruk, nu in het Louvre, Parijs.

Ex Oriente Lux (“het licht komt uit het oosten”) is de vereniging die de inzichten die oriëntalisten en egyptologen opdoen, wil delen met het grote publiek. Ze doet dat onder meer met een tijdschrift, Phoenix, en met lezingen. Afgelopen zaterdag waren er drie in Rotterdam, gewijd aan het thema van goed en kwaad. Ondanks alle coronamaatregelen was het even boeiend als het gezellig was.

Het jodendom

De eerste spreker was Klaas Smelik, die ons vanuit Gent toe-zoomde over goed en kwaad in de Bijbel. Zoals iedereen weet – en anders kijkt u maar naar het klassieke filmpje hieronder – constateert God in het scheppingsverhaal bij herhaling dat de wereld goed, ja zeer goed was. Tov, op z’n Hebreeuws. Nu kan het Opperwezen dat wel zeggen van zijn eigen werkstuk, maar het is natuurlijk ook waar dat het bestaan van het kwaad een spijkerhard gegeven is. Heeft God dat dan ook geschapen?

Lees verder “Driemaal goed en kwaad”

Textiel uit Egypte

Christelijk-Dionysische scène (eigen collectie Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

De Oudheid is vaak kleurloos. De fleurige verf die er ooit voor zorgde dat standbeelden, reliëfs en tempels fonkelden in de zon, is in de loop der eeuwen verbleekt. Pas in de negentiende eeuw ontdekten kunsthistorici dat antieke sculptuur en architectuur buitengewoon bont beschilderd waren geweest. Het vooroordeel dat alles ooit was gemaakt van stralend wit marmer, leeft echter nog in talloze stripverhalen en films.

De antieke kleurenpracht is dan ook wat moeilijk voorstelbaar, maar een enkele keer beschikken oudheidkundigen over voorwerpen waarop de antieke kleuren zijn bewaard. Zoals op het Egyptische textiel dat momenteel, nu de coronasluiting van de musea voorbij is, wordt tentoongesteld in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden.

De expositie is alleen al een bezoek waard omdat het materiaal niet zo vaak wordt geëxposeerd. Blootstelling aan licht doet de kleuren immers vervagen.

Lees verder “Textiel uit Egypte”

Sakkara

Pabes en Taweretemheb, beschermd door de godin Hathor

Egypte bestaat uit ruwweg twee delen: Boven-Egypte ofwel het Nijldal en Beneden-Egypte ofwel de Delta. Ergens rond 3100 v.Chr. raakten deze gebieden verenigd en vanaf dan spreken we van de Eerste Dynastie of Vroegdynastieke tijd. Of we die vereniging mogen typeren als staatsvormingsproces is een kwestie van definitie. Het heeft er in elk geval mee gemeen dat het tijdperk structurerend was voor de verdere geschiedenis van Egypte. Allerlei zaken ontstonden die sindsdien in de Egyptische cultuur aanwezig zijn gebleven en terug zijn blijven komen.

Zo werd Memfis een soort stedelijk centrum: een gebied met heiligdommen, paleizen, havens en woonhuizen dat zich uitstrekte over een lengte van zo’n dertig of veertig kilometer. Ook toen eeuwen later andere heiligdommen, zoals Thebe of Sais, voorname bestuurscentra waren geworden, bleef Memfis belangrijk.

Lees verder “Sakkara”