Luchtoorlog in Friesland

Zoals de trouwe lezers van deze blog zich wellicht herinneren, heb ik deze zomer drie maanden in Friesland gewerkt en gewoond. Omdat Tresoar, mijn werkplek, ineens een avondsluiting kende, had ik onvoorzien nogal wat lege avonden en ik heb tientallen kilometers gefietst over het vlakke Friese land, waarbij ik op een gegeven moment belandde in IJlst, waar vlakbij het station een monumentje was voor twee Canadese vliegeniers die daar waren neergestort. Ik blogde erover.

Op een bordje stond zeer kort stond samengevat wat er was gebeurd. Het sprak me erg aan omdat ik niet houd van de van alles roepende strijdbare opschriften op oorlogsmonumenten, terwijl ik ontroerd ben als men het beperkt houdt tot het eigenlijke drama, dat al erg genoeg is.

Het monumentje was in een samenwerking met een lokaal comité geplaatst door de Stichting Missing Airmen Memorial Foundation (SMAMF) en ik had daarover in Leeuwarden een gesprek met bestuurslid Douwe Drijver. Hij vertelde me dat de stichting probeert “de overledenen een naam en een gezicht terug te geven”. Tijdens de oorlog zijn in Friesland en omliggende wateren zo’n 500 vliegtuigen neergestort, waarbij vliegeniers zijn omgekomen die lang niet altijd konden worden geïdentificeerd. De SMAMF probeert nu met locatie- en archiefonderzoek te achterhalen wie zijn omgekomen, probeert foto’s van de overledenen te verwerven en dan een gedenkteken te laten oprichten. Zoals in IJlst.

Lees verder “Luchtoorlog in Friesland”

Monument in IJlst

Monument bij veilinghuis Ald Fryslân, IJlst

Je hebt oorlogsmonumenten en oorlogsmonumenten. Sommige zijn groot en officieel, voorzien van strijdbare opschriften die van alles roepen, en doen je helemaal niets. Andere, zoals het Amerikaanse militaire ereveld in Margraten, weten de enormiteit van de verschrikkingen over te dragen en zijn emotioneel niet te bevatten, zodat je alleen maar in tranen kunt uitbarsten. Sommige zijn klein, bijna intiem, en breken je hart.

Zoals het monumentje hierboven, dat ik een tijdje geleden fotografeerde in IJlst, op een steenworp van het spoorwegstation. Een metalen model van een Mosquito. De verse bloemen – ik maakte de foto tijdens de recente hittegolf – bewijzen dat er ergens in IJlst een meneer of een mevrouw is die niet wil dat de mensen worden vergeten voor wie het monumentje is opgericht.

Lees verder “Monument in IJlst”

Friese geveltekens

Foudgum

Mijn verblijf in Friesland loopt ten einde. Ik had wat vaker op de fiets willen stappen om te genieten van het wijdse landschap, maar het is er niet zo vaak van gekomen als ik wilde. In plaats daarvan knalde ik op en neer naar Libanon, dus u hoort me niet klagen, maar de tocht van Harlingen langs het wad naar het Lauwersmeer moet nog even wachten.

Bovenstaande foto maakte ik in Foudgum, waar François HaverSchmidt (Piet Paaltjens) enige tijd predikant was en begon met het maken van het Oera Linda Boek. Ik noemde geveltekens als deze in gedachten altijd een “oelebord” maar ik schijn daarmee een woord te hebben verzonnen dat noch Nederlands (“uilenbord”) noch Fries (“ûleboerd”) is. In elk geval gaat het om het bewerkte uiteinde van een nok, met de rechtopstaande makelaar. Vaak zit er een gat onder, waardoor uilen een schuur konden binnenvliegen, vandaar de naam.

Lees verder “Friese geveltekens”

Het Oera Linda Boek

De eerste pagina van het Oera Linda Boek (Tresoar, Leeuwarden)

Ik zat bij Tresoar, waar ik momenteel werk, te praten met een juriste toen iemand de kamer in kwam lopen en iets uit de kast haalde. Door de opengeschoven kastdeur zag ik het daar ineens staan: het Oera Linda Boek. Sinds ik als puber in Kijk een artikel daarover las, wil ik daar meer over weten. Hier was mijn kans!

Ons verhaal begint in 1867, toen een onderwijzer uit Harlingen, Jan Frederik Jansen, de Friese archivaris Eelco Verwijs attendeerde op de familiestukken van Cornelis over de Linden, een timmerman uit Den Helder. Verwijs reisde de Zuiderzee over om Over de Linden te spreken en was enthousiast, want deze tekst beschreef de alleroudste geschiedenis van de Friezen. De Grieken hadden een Ilias, de Indiërs een Mahabharata, de Ieren de gedichten van Ossian en de Duitsers een Nibelungenlied – en de Friezen hadden nu het Oera Linda Boek. Je zou verwachten dat Verwijs door roeien en ruiten zou gaan om het uit te geven, maar hij deed niets en droeg het over aan Johan Winkler (een later beroemd geworden dialectoloog). Die vond het maar verdacht en zijn oordeel is verrassend actueel: een oudheidkundige vondst zonder geldige provenance kan een vervalsing zijn en verdient geen aandacht. Hierbij had het kunnen blijven. Helaas bleef het er niet bij. Er zou nog een dode vallen door het Oera Linda Boek.

Lees verder “Het Oera Linda Boek”

Tzum

De kerk van Tzum

De kerktoren hierboven staat in het Friese dorpje Tzum, vlak onder Franeker. Ik zag hem vorig jaar al eens, fietsend van Schagen naar Leeuwarden, maar had toen geen gelegenheid er naartoe te rijden. Vorige maand heb ik de schade ingehaald en van dichtbij lijkt ’ie nog ranker. Naar mijn smaak is deze toren zelfs iets té spits.

Dat ik er niet als enige verbaasd naar kijk, moge blijken uit het sterke verhaal dat me werd verteld in een heel ander deel van Friesland, in Oldeboorn ofwel – zoals het in het Fries heet – Aldeboarn. De bewoners van dat dorp wilden de hoogste kerktoren uit de provincie hebben en zonden daarom een delegatie naar Tzum, waar de tot dan toe hoogste toren stond. De bewoners van Tzum vonden het eigenlijk maar niks dat er concurrentie kwam maar konden hun gasten natuurlijk moeilijk de deur wijzen.

Lees verder “Tzum”

Land van Latijn

Twee nagebouwde lectrijnen

Franeker telt drie stinsen: de huizen waar ooit de voornaamste Friese families woonden. In een ervan zit tegenwoordig een bakkerij, een tweede wordt verbouwd en in de derde, de van rond 1500 daterende stins van de familie Martena, vindt u het stadsmuseum. Het is drie minuten lopen van het planetarium en bezit een aardige collectie schilderijen, een halve zolder gewijd aan de zeventiende-eeuwse geleerde Anna Maria van Schurman, een zaal met “Franeker verhalen”, een zeventiende-eeuwse keuken, een zaal met achttiende-eeuwse wandschilderingen, een mooie tuin en een halve zolder met mechanische meesterwerken.

Momenteel is in het Martenamuseum de expositie “Land van Latijn”, gewijd aan de Latijnse wereld die ooit in Franeker heeft bestaan, toen de stad nog een universiteit bezat. Opgericht in 1585 was het de op één na oudste van Nederland. Er was een befaamde protestantse theologische opleiding die studenten trok vanuit heel Europa – het filmpje waarmee de tentoonstelling begint noemt bijvoorbeeld de Hongaren. Docenten en studenten spraken onderling Latijn, dat in de zeventiende en vroege achttiende eeuw de positie had die het Frans, het Duits en het Engels daarna zouden bezitten: dé academische voertaal die internationale uitwisseling van ideeën mogelijk maakte.

Lees verder “Land van Latijn”

Pingjum

De dijk rond Pingjum

De trouwe lezers van deze blog weten dat ik graag een eind ga fietsen en dat ik momenteel een klus heb in Leeuwarden, dus het lag in de rede dat ik eens zou schrijven over dit mooie vlakke land. Vorige week moest ik in Harlingen zijn en omdat het een mooie avond was, besloot ik naar Makkum te rijden, waar ik als kind eens ben wezen logeren. Onderweg kwam ik door Pingjum, waar ik vorig jaar al doorheen was gekomen, op weg van Schagen naar Groningen. Een bord over de “Pingjumer Gulden Halsband” had toen mijn aandacht getrokken maar omdat het die dag nog een eind rijden was, had ik het gelaten wat het was. Vorige week had ik wat meer tijd.

In dit deel van Friesland leefden al in de IJzertijd mensen op de wat hogere kleiplaten, die ze zelf ook nog wat verder verhoogden: de eerste terpen, waarvan de Romeinse auteur Plinius de Oudere een mooie beschrijving heeft gegeven. Na de derde eeuw n.Chr. werd het gebied echter leger en vermoedelijk ook natter. Vanaf pakweg Bolsward stroomden twee waterwegen naar het noorden: de Boorne of Middelzee liep oostwaarts langs Sneek en dan noordwaarts langs Leeuwarden naar de Waddenzee terwijl de Marne noordwestwaarts liep en ergens halverwege de huidige Afsluitdijk en Harlingen in zee uitstroomde. De twee waterwegen, die in de loop der tijden allebei zijn ingepolderd, vormden de zuidelijke grens van Westergo en ik vermeld nog even dat Bonifatius om het leven kwam aan de Boorne (dus niet in Dokkum).

Lees verder “Pingjum”