Tien teksten (deel 3)

aristotle_carpet
Aristoteles op een Perzisch tapijt

Alles is water, de Babyloniërs wisten het al. Bij de schepping was nogal wat tevoorschijn gekomen uit de oerwateren en ooit waren de Zeven Wijzen, de apkallu, uit de zee geklommen om de mensheid wat wijsheid bij te brengen. De Grieken namen deze ideeën over. Alles is water, zei dus ook Thales van Milete, en hij begon te speculeren over de aard van de werkelijkheid. Het maakte indruk. Toen de Grieken eveneens het concept van “zeven wijzen” overnamen, pasten ze het niet toe op voorwereldlijke watermonsters maar op echte mensen, en rekenden ze ook Thales daartoe.

Wat ik maar zeggen wil: de Griekse filosofie bouwt voort op de Mesopotamische cultuur, die ze creatief ombouwde. Dat geldt ook voor de wetenschap: Thales kon aangeven wanneer een zonsverduistering mogelijk was en moet zijn kennis van de saroscyclus uit het oosten hebben gehaald. De Griekse filosofie ging daarna al snel wegen die niet zijn gedocumenteerd in de spijkerschriftcultuur. Het kan zijn dat de Mesopotamiërs gesprekken voerden over dezelfde vragen als de Grieken, maar als ze hun filosofische dialogen al hebben opgeschreven, zijn ze niet bewaard gebleven.

Lees verder “Tien teksten (deel 3)”

Simon Stevin

Simon Stevin? Als je me een paar maanden geleden had gevraagd wie dat was, zou ik de decimale notatie van breuken, de zeilwagen en zijn liefde voor het Nederlands hebben genoemd. Ik wist ook nog dat het een tijdgenoot was van prins Maurits. Ik had er in Dijksterhuis’ Mechanisering over gelezen, maar zou het niet hebben kunnen navertellen. Daarom was ik blij toen ik ‘Wonder en is gheen wonder’. De geniale wereld van Simon Stevin. 1548-1620 zag liggen, een alweer wat ouder boek waarin de Vlaamse hoogleraren Jozef Devreese en Guido Vanden Berghe uitleggen waaruit Stevins verdiensten bestonden. Het lijkt nog leverbaar via Bol.com.

De ondertitel is exact. Hoewel het boek een biografisch hoofdstuk bevat, gaat het vooral over de intellectuele wereld van Stevin. Dat dit de wereld was van een genie van het kaliber-Galilei en dat Stevin Galilei op veel punten voor was, is na lectuur duidelijk. En ik legde het boek terzijde met de  gedachte dat ik die prioriteit wel eens eerder uitgelegd had willen hebben. Stevin, zo leerde ik, wordt onderschat.

Lees verder “Simon Stevin”

Universele patronen

Homeros (Glyptothek, München)

[tweede deel van een artikel; het eerste is hier]

Zoals ik al schreef is de Homerische norm dat “adeldom verplicht” wellicht universeel – een norm dus die door alle menselijke samenlevingen wordt aanvaard – maar mag dat niet worden aangenomen als vanzelfsprekend.

Hoe kun je zoiets nu wél weten? Het simpelste antwoord is: door alle samenlevingen te controleren. Een eerste probleem hierbij is echter dat de leden van veel samenlevingen ervoor hebben gekozen zich te laten inspireren door de poëzie van Homeros. Het Wilhelmus, Multatuli en Spider-Man kunnen dus niet zomaar worden aangevoerd: ze bewijzen weliswaar dat er in Europa een traditie is om de normen van de Ilias serieus te nemen, maar niet dat deze normen voor élke samenleving bestaan. Werd het drietal geïnspireerd door een universele norm, of werden ze geïnspireerd door de normen van een samenleving die de Ilias belangrijk vindt? Gaat het om de universele menselijke natuur of de Europese cultuur?

Er is echter een fundamenteler probleem, dat het controleren van alle samenlevingen onmogelijk maakt: veel samenlevingen bestaan niet langer. We kunnen dus nooit weten of een bepaalde norm universeel is.

We stuiten hier op een overbekend wetenschapstheoretisch probleem: hoe weet je zeker dat iets werkelijk algemeen is als je niet alle gevallen kunt toetsen? De middeleeuwse scholastici braken zich hier het hoofd al over, en het klassieke voorbeeld is de Valwet van Galilei: hoe kun je weten dat een voorwerp in werkelijk álle gevallen valt met een eenparig versnelde beweging? Galilei stopte gewoon na een groot aantal metingen, maar het moment waarop hij ermee stopte, was min of meer subjectief.

Inmiddels weten we, dankzij de Gravitatiewet van Newton, min of meer waarom voorwerpen vallen volgens de regels van de Valwet. Omdat je de oorzaak kent, mag je aannemen dat de Valwet wel waar zal zijn, ook al heb je maar een beperkt aantal experimenten gedaan.

Kunnen we vaststellen waarom noblesse oblige een universele norm zou moeten zijn? Ik sluit niet uit dat ethologen hierop een antwoord weten, maar ik ken het niet. Ik vermoed dat classici in feite niet weten of de normen die ze als universeel typeren, dat werkelijk zijn. Het is slechts een vermoeden.

Dat is helemaal niet erg. Alle wetenschap begint immers met vermoedens en als je die niet kunt verifiëren, dan kun je ze altijd nog falsifiëren. Anders gezegd: als een classicus een vermoeden niet kan bevestigen, moet hij zoeken naar de informatie die het weerlegt. Ik heb lang niet alles gelezen wat over Homeros is geschreven (al behoort het tot een van de boeiendste deelgebieden), maar ik ken geen publicatie van een auteur die heeft geprobeerd het vermoeden te toetsen.

Het wordt simpelweg gepostuleerd dat de Homerische thematiek universeel is. Misschien is ze dat ook, maar van een wetenschapper zou je toch verwachten dat hij met sterkere argumenten aankomt dan onbewezen vermoedens.