5. Het probleem

[Vandaag bestaat de Mainzer Beobachter tien jaar en daarom maak ik een persoonlijke balans op. De trouwe lezers van de blog zullen weinig nieuws tegenkomen, maar het is goed eens te kijken of mijn ambities overeenkomen met de praktijk. Dit is het vijfde van twaalf stukjes; het eerste was hier.]

De letterenfaculteiten maakten geen beleid om toch doctorandi 2 op te leiden, hoewel dat gewoon kan. Van Rens Bod is bijvoorbeeld de suggestie alle letterenfaculteiten te fuseren tot één instelling die er weer toe doet. Zelf heb ik een iets bescheidener voorstel gedaan: fuseer de oudheidkundige instituten tot één instelling die wél een deuk in een pak boter slaat. In plaats van het wetenschappelijk minimum op deze of een andere manier te verdedigen, stonden de faculteiten toe dat doctorandi 1 solliciteerden naar promotieplaatsen. Waar ooit twaalf jaar waren verstreken tussen propedeuse en promotie, ging het voortaan in acht. Sindsdien zijn proefschriften fors uitgevallen scripties.

Ook in het onderwijs daalde het niveau. De kennismakingen met verwante disciplines verdwenen steeds verder naar de achtergrond. Archeologen leren geen Latijn meer, classici weten onvoldoende van geschiedtheorie.

Lees verder “5. Het probleem”

2. Het belang van de Oudheid

[Vandaag bestaat de Mainzer Beobachter tien jaar en daarom maak ik een persoonlijke balans op. De trouwe lezers van de blog zullen weinig nieuws tegenkomen, maar het is goed eens te kijken of mijn ambities overeenkomen met de praktijk. Dit is het tweede van twaalf stukjes; het eerste was hier.]

Die vraag, “Waarom is die Oudheid belangrijk?”, keert steeds terug. Waarom moeten ondernemers hun bouwprojecten stilleggen bij archeologische vondsten? Waarom leren kinderen aan een gymnasium oude talen? Wat moet de staatssecretaris van Cultuur met musea vol opgegraven potten en pannen?

Er zijn verschillende antwoorden. Soms lees je dat in de Oudheid iets is ontstaan dat voor ons nog steeds belangrijk is. Het tijdperk is de bakermat van onze eigen beschaving, heet het dan. Deze sociaalwetenschappelijke claim over een eeuwenlange continuïteit wordt zelden beschreven met het daarvoor ontwikkelde en noodzakelijke sociaalwetenschappelijk instrumentarium. De claim is dus zinledig.

Lees verder “2. Het belang van de Oudheid”

De ondergang van de geesteswetenschappen

Ach ja, de geesteswetenschappen. Deze week is het de Martin-Luther-universiteit in Halle-Wittenberg en dit keer zijn het onder andere classici wier instituut wordt bedreigd. Twee weken geleden waren de archeologen in Sheffield de pineut. Er is een petitie hier en er is een petitie daar. U moet ze maar even tekenen, als u denkt dat het nog zin heeft.

Die laatste acht woorden zijn insinuerend. Natuurlijk heeft het wél zin er wat van te zeggen als universiteiten iets waardevols mollen. Dat ik die acht woorden toevoeg, is echter om diezelfde reden. Het is zinvol te noteren dat het geen verrassing is. Een jaar of zes geleden documenteerde ik in een stukje “Ex oriente nox” hoe het traditionele onbegrip voor de humaniora steeds vaker overging in sloop.

Lees verder “De ondergang van de geesteswetenschappen”

MoM | Liberal Education

De humaniora zijn een breed educatief programma dat erop is gericht het eigen denken beter te begrijpen. Ik zal niet beweren dat mensen met zo’n opleiding beter of menselijker zijn. Daar gaat het ook niet om. De humaniora zijn geen individualistisch ideaal: ofschoon de letterenstudenten hun opleiding krijgen als individuen, is het de bedoeling dat we van de humaniora profiteren als samenleving.

Een samenleving zonder inzicht in het eigen denken verarmt. Beperk de lengte van de opleidingen tot onder het minimaal noodzakelijke, beknibbel in het middelbaar onderwijs op vakken als geschiedenis, pretendeer dat een studie van de eigen taal zinloos is omdat je die taal al spreekt, vervang in het culturele aanbod inzicht door beleefbaarheid – en presto, je bereikt dat je je eigen denkbeelden niet langer voldoende doorgrondt en geen weerstand meer hebt tegen populisme. De door Nieuw Rechts verspreide karikatuur van de wijze waarop in de jaren zeventig gesproken zou zijn geweest over multiculturaliteit, alsof het een “weg met ons!” was, is maar één voorbeeld. Ander voorbeeld: de zwartepietendiscussie is zo uitzichtloos geworden doordat het essentialisme van de twee tegenover elkaar staande kampen nauwelijks wordt herkend. Enzovoort.

Lees verder “MoM | Liberal Education”

De historische nachtmerrie

Het eerste ontwerp van de Libanese vlag (Privémuseum Robert Mouawad).
Het eerste ontwerp van de Libanese vlag (Privémuseum Robert Mouawad).

Nog even over die Libanese gasten, waarover ik al een paar keer eerder blogde (1, 2, 3). Ze waren te beleefd om, als ze het niet naar hun zin hebben gehad, dat te laten merken, maar ik geloof dat hun opmerkingen dat ze het leuk hadden gehad, oprecht waren. Ze waren al eens met georganiseerde reizen naar Italië en Spanje geweest, maar vonden het leuk dat ze dit keer op hun gemak alles konden bekijken, de tijd voor iets nemend als ze dat wilden.

Dat leidde tot ook voor ons verrassende ontdekkingen, zoals het kaaswinkeltje aan de Reguliersbreestraat. Ik zou er nooit aandacht aan hebben besteed omdat het me een toeristenval leek, maar de mensen namen uitgebreid de tijd om uit te leggen hoe de kaas werd bereid, wat de verschillen waren en hoe je deze of gene kaas het beste serveerde. Het was gewoon interessant.

Lees verder “De historische nachtmerrie”

De waarde van de humaniora

 

Full disclosure: ik begon niet onbevangen aan de lezing van Oud maar nieuw, de lezing die de Nijmeegse classicus Vincent Hunink een paar maanden geleden uitsprak toen het HOVO zijn cursusseizoen opende. Ik ken hem persoonlijk en hoewel hij geen collega is en te ver woont voor gezamenlijk cafébezoek, heb ik met veel plezier met hem samengewerkt toen ik de inleiding schreef bij zijn vertaling van de Romeinse geschiedenis van Velleius Paterculus.

Wat me inneemt voor Hunink, is dat hij ál zijn academische taken serieus neemt. Zoals een lied pas af is als het wordt gezongen, zo is onderzoek pas af als de burger het kent. De meeste academici doen daar verwijtbaar weinig aan. Hunink doet zijn werk beter: kijk hier maar even wat hij zoal voor u heeft gepubliceerd. Het is vaak nog downloadbaar ook.

Lees verder “De waarde van de humaniora”

Waarom de Oudheid zo leuk is

Drusus (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Het standaardverhaal over de Romeinse aanwezigheid in wat nu Duitsland heet, is ongeveer als volgt: de Romeinse generaal Drusus trok kort voor het begin van de jaartelling over de Rijn en verlegde de grens naar de Elbe, tot de Germanen in de Slag in het Teutoburgerwoud in 9 n.Chr. drie legioenen vernietigden en de Romeinen zich op de Rijn terugtrokken. Daar is toen de limes ontstaan.

Dit verhaal is heel problematisch. In de eerste plaats staat nergens in de bronnen dat de Romeinen het plan hadden de Elbe als grens te nemen. De vaak geboden moderne verklaring voor dit strijdplan, dat de Elbe-grens korter zou zijn, is pure fantasie. Ze is in elk geval in strijd met wat de Romeinen zelf dachten, want volgens hun topografische inzichten zou de Elbe-grens juist langer zijn geweest. Voor wat het waard is: ik voor mij denk dat ze niet verder hebben willen oprukken dan de Weser. Het stroomgebied van de Elbe is wel verkend, maar het feit dat nog nooit een fort of zelfs maar een marskamp is gevonden tussen de twee rivieren, suggereert dat men er nooit lang kan zijn gebleven.

Lees verder “Waarom de Oudheid zo leuk is”

Misplaatst sarcasme

Hoe leg je wetenschap uit? Er is maar één manier die werkt, en dat is dat je mensen laat delen in de verbazing en de speurtocht. Zoals de NASA vannacht deed. Wat je niet doet, is je publiekelijk sarcastisch uitlaten over je collega’s, zoals hierboven.

Dat geldt voor elke onderzoeker. Al sinds de zeventiende eeuw is het niet langer mogelijk dat iemand alle wetenschappen beheerst – onze eigen Nederlandse Gerard Vossius moet een van de laatsten zijn geweest die de ambitie nog had – en je weet altijd te weinig over andermans vakterrein. Bescheidenheid is dus gepast en sarcasme niet.

Lees verder “Misplaatst sarcasme”

Opnieuw beginnen

Het gotische grammaticaboek van mijn vader

Mijn vader kan gotisch. Dat is een oude Germaanse taal, die hij moest leren om zijn middelbaar onderwijs-akte Nederlands te halen. Een jonge studente die momenteel Nederlands studeert, vertelde me dat ze geen gotisch meer hoeft te leren. We hebben het lijstje doorgenomen van wat ze wel moest kunnen voor ze de mastertitel verwierf, maar er staat weinig op dat mijn vader niet eveneens leerde. Een moderne universitaire student kan minder dan een oude leraar aan een middelbare school. De problemen aan de letterenfaculteiten zijn serieus.

Ze zijn ook complex, want de systemen waarmee de universitaire kwaliteit worden gemeten, zeggen jaar-in, jaar-uit dat alles prachtig is. Elk jaar zijn er wéér meer publicaties in nóg belangrijkere internationale tijdschriften. Elk jaar worden wéér meer studenten nóg beter opgeleid. Alle signalen zeggen dat het goed gaat, terwijl het in feite fout zit. Het probleem is dus niet slechts dat het niveau is verlaagd, maar dat we ook te maken hebben met een controleapparaat dat ons zicht op de feiten belet.

Lees verder “Opnieuw beginnen”

Aanslag op de letteren

1993, de zoveelste bezuinigingsronde op de geesteswetenschappen. Niks nieuws onder de zon, zou je zeggen, maar dit keer is er toch iets aan de hand. Anders dan te doen gebruikelijk, laten de medewerkers van de UvA het namelijk niet gelaten over hun kant gaan. Ze beleggen op een woensdagavond aan het begin van de zomer een manifestatie in De Balie. De zaal zit behoorlijk vol als zevenentwintig “gerenommeerde schrijvers, publicisten en vertegenwoordigers van de belangrijkste letterkundige organisaties” zich uitspreken tegen de bezuinigingen.

Vergeefse moeite, vanzelfsprekend. Wie iets wil bereiken, moet demonstreren in september of oktober. Er is echter een wezenlijker probleem: als geheel overtuigen de zevenentwintig bijdragen niet. Stuk voor stuk zijn het beste aardige stukken, maar wie ze allemaal beluisterde (of naleest in de door Jan Fontijn, Marita Mathijsen en Anthony Mertens geredigeerde bundel), raakt er vooral door geïrriteerd, en ik heb wel eens vilein gepretendeerd dat het eigenlijk satire was.

Lees verder “Aanslag op de letteren”