MoM | Joodse retoriek (1)

Mattheüs met in zijn linkerhand het evangelie (gevelsteen, Lauriergracht 74, Amsterdam). De bijl is het attribuut van een bijna-naamgenoot, Matthias. Ik heb er geen verklaring voor.

Hoewel dit stukje en het volgende gaan over het kerstverhaal, wil ik beginnen met twee Bijbelpassages die daar niet zoveel mee te maken hebben. Om te beginnen de toespraak van Stefanos, de eerste christelijke martelaar. U vindt zijn woorden hier. Wat u daar helaas niet meteen ziet, is dat die toespraak grotendeels bestaat uit citaten uit de joodse Bijbel. In totaal tweeënzestig in tweeënvijftig regels. Hetzelfde geldt voor mijn tweede tekst, het gebed van de profeet Jona in het gelijknamige Bijbelgedeelte. U leest het hier. In totaal zeven citaten in acht versregels, 167 woorden in de Nederlandse vertaling.

Zulke citaten vormen, om zo te zeggen, een oud-joodse vorm van welsprekendheid. Iedere cultuur heeft zijn eigen manier om overtuigend te spreken en in de joodse religieuze wereld, waarin men meende dat God zich openbaarde in heilige geschriften, gold het als buitengewoon overtuigend als een schrijver of spreker erin slaagde allerlei citaten door zijn tekst te vlechten. Wat wij overtuigend vinden, dat een bewering correspondeert met toets- en kwantificeerbare waarnemingen en wordt verantwoord in een notenapparaat met literatuurlijst, speelde in het toenmalige jodendom een ondergeschikte rol. “Citatenvlechten” is ook de wijze waarop de twee kerstverhalen, die van Lukas en Mattheüs, tot stand zijn gekomen.

Lees verder “MoM | Joodse retoriek (1)”

Gevelstenen

De vier heemskinderen
De vier heemskinderen

Blader in boeken over de geschiedenis van de kunst en je ziet schilderijen, architectuur en beelden uit ’s wereld beste musea. Typische volkskunst staat er zelden bij, terwijl die vaak net zo leuk is en een eigen verhaal vertelt. Vandaag iets over gevelsteentjes.

Het genre is vrijwel uniek voor de Lage Landen: je vindt gevelsteentjes eigenlijk vooral in de Nederlandse en enkele Belgische steden, hoewel er elders in West-Europa ook enkele zijn. Dat ik hieronder alleen Amsterdamse gevelstenen toon, mag u uitleggen als hoofdstedelijke arrogantie maar is in feite omdat ik daar nou eenmaal woon en ik mijn camera niet bij me heb in Hoorn, Zutphen, Middelburg, Maastricht of Antwerpen – al weet ik dat ook daar leuke steentjes zijn.

Lees verder “Gevelstenen”

Q (1)

De leeuw: het symbool van de evangelist Marcus én het wapen van Venetië. Gevelsteentje in Amsterdam (Stromarkt 7).

Het onderzoek naar de historische Jezus is zoals vrijwel al het historische onderzoek: je moet het doen aan de hand van bronnen die eeuwen geleden zijn geschreven en niet met het doel jouw vragen te beantwoorden. De historische Jezus was een Joodse Jezus en de Joodse Jezus was de halachische Jezus – dat wil zeggen dat hij zich, zoals alle religieuze autoriteiten in zijn tijd, bezighield met de juiste uitleg van de Wet om de juiste levenswijze te vinden. De evangelisten, die onze voornaamste bronnen schreven, zijn echter geïnteresseerd in heel andere vragen, zoals wie Jezus was: messias, koning der Joden, zoon van God, pre-existent Woord van God.

Omdat de evangeliën meer in de man dan in diens leer zijn geïnteresseerd, zijn ze te beschouwen als biografieën. Het grootste deel van het leven van de messias uit Nazaret blijft echter onbehandeld: in alle vier staat de laatste week van Jezus’ leven centraal en in alle vier wordt dat aangevuld met verhalen over wat er was gebeurd in de voorafgaande tijd. De evangeliën van Matteüs en Lukas kennen bovendien geboorteverhalen.

Lees verder “Q (1)”

De gevelstenen van Amsterdam

Gevelsteen op het Begijnhof

Ik ben al jaren gefascineerd door de Amsterdamse gevelstenen: kleine kunstwerkjes die zelden de handboeken kunstgeschiedenis halen (net zoals Italiaanse kerststalletjes), maar minstens zo mooi zijn als de oude meesters uit het Rijksmuseum. Neem het gevelsteentje hiernaast van de Emmaüsgangers. De kunstenaar heeft echt zijn best gedaan de sfeer van het Nabije Oosten op te roepen… door er een moskee bij af te beelden.