Het schervengericht

Scherf met de naam Aristeides (Agora-museum, Athene)

In een democratie komt het weleens voor dat iemand spectaculair succesvol is, puur op basis van zijn charisma. Dat is geen misdrijf, maar zulke mensen kunnen het democratische systeem zelf destabiliseren, ook wanneer hun ideeën niet gevaarlijk zijn. Soms vestigen ze een alleenheerschappij. Dat is in Syracuse, een van de belangrijkste democratische stadstaten van de Griekse wereld, enkele keren gebeurd.

Eén tegenmaatregel zou zijn geweest zo iemand te verbannen. Dat gold in de oude wereld echter als een erg harde maatregel, eigenlijk iets dat je pas deed als de gemeenschap als geheel al schade had ondervonden en als hele gemeenschap een straf moest opleggen. (Het recht mensen weg te sturen was, net als de doodstraf, iets waarmee een stadstaat zijn onafhankelijkheid en autonomie toonde.) Er was dus behoefte aan een “ballingschap light”. De procedure daarvoor is in Athene goed gedocumenteerd en staat bekend als het schervengericht of, als u chique wil doen, ostracisme, wat hetzelfde betekent.

Lees verder “Het schervengericht”

Het goud van Macedonië

Gouden krans uit Stavroupolis (Archeologisch Museum van Thessaloniki)

Al aan het begin van zijn regering toonde de Macedonische koning Filippos II dat hij even slim als onvoorspelbaar was. In 359 v.Chr. veroverde hij de stad Amfipolis, die behoorde tot de Atheense invloedssfeer. De Atheners wilden de stad graag terug, waarop Filippos zei dat hij dan de havenstad Pydna in ruil wilde hebben. De Atheners stemden in en stonden hem Pydna af. Daarmee hadden ze een basis in de noordelijke wateren minder en was het moeilijker om de oorlog met Macedonië te hernemen. Filippos had daarna geen reden meer om Amfipolis nog af te staan.

Het aardige van die stad was dat er grote wouden waren, waar het Atheense scheepstimmerhout vandaan kwam, en goudmijnen. Door het verlies was Athene serieus afgezwakt. De ooit machtige stad, die al te maken had gehad met een door de Perzen gesteunde opstand onder de bondgenoten, was nu definitief een mogendheid van het tweede plan. En voor Macedonië begon een mooie toekomst. We zien die aan het goud in de graven.

Lees verder “Het goud van Macedonië”

Geliefd boek: Zorba de Griek

Het boek (en de film) Zorba de Griek (1946), beter vertaald met Leven en wandel van Zorbás de Griek van schrijver en filosoof Níkos Kazantzákis (1883-1957) is als het ware een deel van mijn leven geworden. Het boek en de film vertellen de lotgevallen van een flegmatieke en filosofisch ingestelde Griek uit Engeland en de puur uit emoties bestaande Zorbas, twee personen waar ik mij beide als Gemini in herken, twee uitersten die altijd om voorrang strijden, al wint meestal gelukkig de rationalist in mij.

Als al het materiële verloren is gegaan komt men eindelijk tot de kern van het zijn, in het boek maar vooral in de rolprent weergegeven in ‘Zorba’s dance’, speciaal voor de film gecomponeerd door Mikis Theodorakis. Een dansende derwisj zou bij wijze van spreken niet dichter bij God kunnen komen. Ik heb het boek meerdere malen en in verschillende uitvoeringen gelezen, voor de eerste keer in 1982 in een Nederlandse vertaling uit het Engels. Vervolgens ruim een decennium later het origineel, wat gezien het Kretenzisch-Griekse taaltje van Kazantzákis niet eenvoudig was. En tenslotte vanaf 2015 in de fraaie (maar wat vrije) vertaling van Hero Hokwerda, die later overigens nog een paar werken van Kazantzákis verdienstelijk in het Nederlands heeft vertaald.

Lees verder “Geliefd boek: Zorba de Griek”

Hoplieten

Hoplietenveldslag op het Nereïdenmonument uit Xanthos (British Museum, Londen)

Misschien moet ik eens een reeksje beginnen over typische antieke begrippen die steeds blijven terugkeren, hoewel er eigenlijk prima Nederlandse woorden voor zijn. Zoals de “hopliet”. In onze eigen taal kun je zo iemand prima aanduiden als een zwaarbewapende. Er zijn weinig situaties waarin het nodig is veel specifieker te zijn.

We hebben het over de Griekse soldaten uit de archaïsche en klassieke tijd, dus laten we zeggen tussen 800 en 300 v.Chr. Ze droegen een groot, zwaar schild (de aspis), een helm, harnas, scheenplaten, een zwaard en een speer. Hun gevechtslinie heet een falanx: lange rijen dicht op elkaar gepakte soldaten, waarbij elke hopliet zijn schild aan zijn linkerkant zó droeg dat hij de rechterkant van de man links van hem dekte.

Lees verder “Hoplieten”

Pyrrhos van Epirus (2)

Helm uit Midden-Italië (Villa Giulia, Rome)

In mijn vorige stukje beschreef ik hoe koning Pyrrhos van Epirus de Romeinen tweemaal versloeg maar grote verliezen leed. Zijn manschappen raakten behoorlijk gedemoraliseerd en zijn lijfarts bood de Romeinen zelfs aan zijn meester te vergiftigen.

Onderhandelingen

Dat het er slecht voor Pyrrhos voorstond, wil niet zeggen dat Rome opgelucht adem kon halen. Welbeschouwd was Pyrrhos in zijn missie geslaagd: de Romeinen weghouden van Tarente en de andere Griekse steden. De Senaat zal blij zijn geweest te vernemen dat Karthago, waarmee Rome kort daarvoor een verdrag had gesloten, op Sicilië de oorlog had verklaard aan Syracuse. Die stad riep nu de hulp in van de koning van Epirus. Voor Pyrrhos was Sicilië een aantrekkelijk alternatief, want hier kon het moreel van zijn leger zich herstellen.

Lees verder “Pyrrhos van Epirus (2)”

Pyrrhos van Epirus (1)

Pyrrhos van Epirus (Buste uit Herculaneum, nu in Napels)

In de loop van de vierde eeuw v.Chr. had Rome de meeste Italische steden en stammen opgenomen in zijn stelsel van bondgenoten: de Etrusken in het noorden, de bergvolken in de Apennijnen en Abruzzen, de stadstaten rond de Baai van Napels. Expansie naar de Griekse havensteden in het zuiden was alleen maar logisch. Een voorwendsel hoefde niet eens te worden gevonden want in de eindeloze reeks conflicten tussen de Griekse stadstaten was er altijd wel een partij die Romes hulp inriep.

Zo’n ingreep kon echter leiden tot escalatie. Tarente, een machtige stadstaat in de “hak” van Italië, beschouwde een van de Romeinse interventies als inmenging in de eigen invloedssfeer, er waren wederzijdse klachten, diplomaten werden mishandeld, oorlog werd verklaard, legers werden gelicht, rekruten getraind, bondgenoten geworven. Tarente deed wat Griekse stadstaten in Italië in crisistijd altijd hadden gedaan: hulp vragen in het moederland.

Lees verder “Pyrrhos van Epirus (1)”

Geliefd boek: De held van Temesa

Het is bijna ondoenlijk om uit de tweeënvijftig romans die Simon Vestdijk (1898-1971), de man die volgens Roland Holst “sneller schrijft dan God kan lezen”, en waarvan er zevenentwintig in mijn boekenkast terecht zijn gekomen, er één favoriet uit de kiezen. Na een dag strepen in een longlist hield ik deze titel over: De held van Temesa (1962), waarvan hierbij de kaft van de eerste druk. Dit boek is naast Aktaion onder de sterren en De verminkte Apollo de derde en laatste van de ‘Griekse romans’ van Vestdijk en is gebaseerd op historische en mythische gegevens.

De Griekse stad Temesa, later genoemd Tempsa, heeft echt bestaan, al lag het niet in het huidige Griekenland maar in het in die tijd door de Grieken gekoloniseerde deel van Italië. De stad wordt genoemd o.a. door Homeros, Strabo en de geograaf Pausanias (ca 115-180 n.Chr.). De toenmalige ligging is tot op heden niet achterhaald, maar de stad moet aan de Tyrreense Zee gelegen hebben, het deel van de Middellandse Zee dat ingeklemd wordt door de zuidkust van de laars van Italië en de eilanden Sicilië, Corsica en Sardinië.

Lees verder “Geliefd boek: De held van Temesa”

Geliefd boek: De heksen van Smyrna

Op aanraden van een goede Faceboekvriendin kocht ik ruim een decennium geleden de roman De heksen van Smyrna (2001) van de Griekse schrijfster Mara Meimaridi , in een Nederlandse vertaling uit 2006, uitgegeven bij Wereldbibliotheek, Amsterdam. Hoewel ik heel redelijk met Nieuw-Grieks uit de voeten kan heb ik expliciet voor deze vertaling gekozen: ten eerste omdat Nieuw-Griekse literatuur vanuit Nederland lastig te verkrijgen is, en ten tweede omdat de vertaling van de hand is van Hero Hokwerda, zo’n beetje de meest prominente vertaler van Nieuw-Griekse literatuur in het Nederlands en bekend vanwege zijn recente vertalingen van boeken van Níkos Kazantzákis.

Omdat ik hier bewust voor een vertaling heb gekozen heb ik hieronder een paar opmerkingen over vertalen en specifiek deze vertaling gemaakt. Wie hier niet op zit te wachten kan gerust de rest van de volgende paragraaf overslaan.

Lees verder “Geliefd boek: De heksen van Smyrna”

Krijgsolifant

Krijgsolifant (Louvre, Parijs)

Het bovenstaande beeldje, tegenwoordig te zien in het Louvre in Parijs, is afkomstig uit Myrina, een havenstadje op het Griekse eiland Lemnos. Een krijgsolifant valt een soldaat aan die we aan de hand van zijn grotendeels naakte lichaam en zijn langwerpige schild kunnen identificeren als een Kelt – denk aan de Stervende Galliër die uit Pergamon.

Het beeldje moet zijn gemaakt door iemand die weleens een olifant had gezien (wat in de Oudheid bepaald niet vanzelfsprekend was). De kleine oren helpen om het dier te identificeren als een Indische olifant uit het Seleukidische leger. Wellicht mogen we een stap verder gaan: het stelt een scène voor uit de Olifantenslag uit 275 v.Chr., waarin de Seleukidische vorst Antiochos I Soter de Galaten versloeg, een groep Kelten die Anatolië was binnengevallen. Hij dankte er zijn bijnaam Soter aan, “de redder”.

Lees verder “Krijgsolifant”

Hoezo klassiek?

Zeus en Ganymedes (Nationaal Archeologisch Museum, Athene)

Er naderen verkiezingen en dus maakten de kleine christelijke partijen onlangs een puntje voor de eigen achterban, namelijk dat een reformatorische school het recht zou hebben van ouders een verklaring te vragen waarin zij afstand namen van een homoseksuele leefwijze. De discussie hierover is elders gevoerd; mij gaat het om een tweet van SGP-fractievoorzitter Kees van der Staaij.

Scholieren verdienen een veilige school én scholen moeten de vrijheid hebben om de klassiek-christelijke opvattingen over huwelijk en seksualiteit te vertolken. …

Hierover is een hoop te zeggen. Het woord “klassiek” heeft diverse betekenissen.

Lees verder “Hoezo klassiek?”