Kylon

Enkele skeletten uit Faleron (© Grieks ministerie van cultuur)

Een van de maffe dingen van de regering van Alexander de Grote is het gemak waarmee hij gebeurtenissen uit een ver verleden aanhaalde om zijn acties te rechtvaardigen. Hij stak Persepolis in brand omdat de Perzen 150 jaar daarvoor Athene hadden verwoest en mocht, zo vond hij, India veroveren omdat zijn voorouders Herakles en Dionysos er ooit hadden geheerst. De Indische campagne was dus eigenlijk slechts een heringebruikname van familiebezit. Of iets kort of lang geleden was of zelfs behoorde tot wat wij beschouwen als een mythisch verleden, deed voor Alexander blijkbaar niet ter zake.

Het was niet alleen Alexander wiens begrip van tijd afwijkt van het onze. Neem de Atheners, die zich na twee eeuwen Kylon nog herinnerden. Hier is wat Herodotos over deze man heeft te vertellen.

Lees verder “Kylon”

De Tweede Punische Oorlog (9)

De stadsmuur van Rome

[Dit is het negende stukje in een reeks over de Tweede Punische Oorlog (218-201 v.Chr.). Het eerste is hier. In het achtste deel lazen we hoe de Karthaagse generaal Hannibal de Romeinen versloeg bij Cannae.]

Na de veldslag bij Cannae, zo vertelt Livius, vergaderden de Karthaagse commandanten, en de meesten waren het erover eens dat het leger eerst een dag mocht uitrusten. De aanvoerder van de cavalerie, Maharbal, dacht er anders over: als de overwinnaars nu op Rome marcheerden, zouden ze over vijf dagen dineren op het Capitool. Toen Hannibal aarzelde, repliceerde Maharbal dat de goden nooit alles aan één mens gaven en dat Hannibal beter wist hoe een veldslag te winnen dan te benutten. “Velen geloven dat het uitstel op die dag de redding heeft betekend van Rome en het Romeinse Rijk,” meende Livius.

Lees verder “De Tweede Punische Oorlog (9)”

Hesiodos’ Theogonie

Of Hesiodos een historisch personage is, staat te bezien, maar dat heeft antieke beeldhouwers er niet van weerhouden zijn portret te maken. Deze mooie kop is in het British Museum, Londen.

Een tijdje geleden blogde ik over een boek over Noordse mythologie. Er was iets vreemds aan de hand met dat boek, want de auteur gaf eerst aan dat de verhalen ooit los van elkaar verteld waren geweest, waarna ze het materiaal doodleuk presenteerde als één groot samenhangend narratief, te beginnen met de scheppingsmythologie en dan via wat mythen over goden naar de sagen over de helden van weleer. Ik constateerde dat de schrijfster het IJslandse materiaal had gepast in de mal van de Griekse mythologie. Een prokroustesbed.

Eigenlijk is dat niet helemaal waar. Ook de Grieken vertelden hun verhalen als losse eenheden. De Odyssee toont hoe dat moet zijn gegaan als we horen hoe een bard tijdens een banket een verzoeknummer krijgt te horen: vertel over het Trojaanse Paard! In elk geval bij dat diner werd maar één verhaal voorgedragen. Wat ik eigenlijk had moeten schrijven is dat de Griekse mythologie en sagen, hoe die ook werden doorgegeven, een samenhangend geheel vormden en dat we deze samenhang kennen. De sleutel is één tekst, de onweerstaanbare Theogonie van Hesiodos, waarvan net een prettige Nederlandse vertaling is verschenen van de hand van classicus Ronald Blankenborg.

Lees verder “Hesiodos’ Theogonie”

De Olympos

Lang geleden vloog ik vanaf Schiphol naar Athene en omdat het lang geleden was, was het nog mogelijk aan de stewardess te vragen of je even in de cockpit mocht kijken. De piloten vonden het prima en zo zag ik Griekenland zoals de oude goden het ooit gezien moeten hebben: vanuit de hemel. Vóór me lag Thessaloniki, daar achter de zee, en rechts zag ik de Olympos. Een verbijsterend hoge berg, recht naast de zee. Heel lang mocht ik er niet van genieten, want de piloten begonnen de landing in te zetten en ik moest weer naar mijn zitplaats, maar dit pakt niemand me meer af.

De Grieken zijn – niemand weet precies wanneer – hun land vanuit het noorden binnengetrokken en hebben, toen ze de Olympos zagen, die berg geïdentificeerd met de godenberg uit hun mythologie. Andere groepen, die zich vestigden op Kreta, in Lycië, in Mysië of op Cyprus, wezen weer andere bergen aan als de Olympos. De Noord-Griekse berg is echter de indrukwekkendste, al beken ik dat ik de Mysische Olympos nog niet heb gezien.

Lees verder “De Olympos”

Hysterie

Delen van het Antikythera-mechanisme (Nationaal Archeologisch Museum, Athene)

Oké, zoals de oudheidkunde in het nieuws komt, het kan dus altijd nóg slechter. Ik meende het ergste wel te hebben gezien. Maar dat de Washington Post ooit nog zou koppen dat “een verloren stad” is teruggevonden, “gebouwd door krijgsgevangenen uit de Trojaanse Oorlog”, dat had ik niet meer zien aankomen. U vindt dat brok hysterie hier. Het erge is dat dit soort kulleklap helemaal niet nodig is omdat er over Tenea, want daarover hebben we het, ook een gewoon interessant stuk te schrijven zou zijn geweest.

Nu bent u, waarde lezer, slim genoeg om voorbij de kop te kijken. De meeste lezers doen dat echter niet en voor hen is de eerste indruk meteen de laatste: oudheidkundigen zijn weer eens aan het overdrijven. Aandachtshoeren.

In dit geval lag de nonsens er duimendik bovenop. Maar het kan ook subtieler. Ik ben al van vier kanten, door mensen die ik hoog acht en die zich doorgaans niet gek laten maken, gewezen op het bericht in Ha’aretz dat er een nieuw onderdeel van het Antikythera-mechanisme is gevonden. (Ik hoop dat de link werkt, ik had er moeite mee.) Dat zou leuk zijn, want dit mechanisme, dat is te zien in het Nationaal Archeologisch Museum in Athene, is een soort rekenmachine om de planeetstanden te berekenen. De maker was weliswaar geen Eise Eisinga – als de moderne reconstructies kloppen deed het ding het niet heel erg goed – maar zijn werkstuk is natuurlijk eindeloos fascinerend.

Lees verder “Hysterie”

MoM | Nepklassieken

Zoals de trouwe lezers van deze blog weten, was ik dit voorjaar in Albanië en omdat we de reis eindigden in het uiterste zuiden van dat wonderschone land, was het eenvoudiger terug te vliegen vanaf Korfu dan vanuit Tirana. Op de luchthaven zag ik bovenstaande kalender. Die is fout op zó veel manieren.

Om te beginnen de selectie, waaraan vrouwen ontbreken, terwijl een Sapfo toch niet de geringste bewoner der Parnassos is geweest. “Maar we hebben van haar slechts enkele gedichten en fragmenten!” zou de kalendermaker kunnen tegenwerpen, en dat is waar. Maar weet u, van Sokrates hebben we helemaal niets, zelfs geen fragmenten, en die krijgt wel een plek. “Maar Sokrates had enorme invloed!” Ja, maar als invloed het criterium is, dan moet je toch eerder Sapfo opstellen dan Pindaros. Ik zou dan ook een Archimedes hebben verwacht. Je zou bovendien kunnen denken aan de evangelisten, de meest gelezen en vaakst vertaalde Griekse auteurs aller tijden.

Lees verder “MoM | Nepklassieken”

De ring van Polykrates

Gevelsteen (Sint-Luciënsteeg, Amsterdam)

Misschien kent u het verhaal van het vrouwtje van Stavoren, dat is overgeleverd door de gebroeders Grimm. Simpel samengevat – en dus ontdaan van de charmante details die het maken tot een echt verhaal – komt het erop neer dat een steenrijke dame onheil krijgt aangekondigd en haar ring in zee werpt met de woorden “ik zal net zo min arm worden als deze ring ooit wordt teruggevonden!”, waarna de ring wordt aangetroffen in de maag van een vis en de vanzelfsprekend slechte afloop onvermijdelijk volgt.

Het sprookjesmotief van de ring in de vissenmaag is welbekend. In de Aarne-Thompson-index van folkloristische motieven is het nummer 736a. Een klassieke variant is het verhaal van Polykrates, dat wordt verteld door Herodotos van Halikarnassos, die Polykrates typeert als de immer succesvolle alleenheerser van Samos, die honderd schepen heeft met vijfduizend roeiers en duizend boogschutters. Op een dag krijgt Polykrates advies van zijn vriend Amasis, de koning van Egypte. Hier is een deel van die brief, in de vertaling van Hein van Dolen:

Lees verder “De ring van Polykrates”