Het Parthenon dat het Parthenon niet is

Het gebouw dat niet het Parthenon is

Een leuk nieuwtje waarvan, volgens mij, Geertje Dekkers van De Volkskrant de primeur had: het gebouw op de Akropolis in Athene dat wij het Parthenon noemen, is niet wat de oude Atheners het Parthenon noemden. U kunt het artikel van Janric van Rookhuijzen met deze link downloaden en ik begrijp dat ook de National Geographic er aandacht aan zal besteden. Het onderzoek heeft veel leuke aspecten en dan bedoel ik niet dat Van Rookhuijzen een jonge onderzoeker is, want de persoon van de onderzoeker behoort niet uit te maken. Het fijne is dat hij vondsten en teksten combineert. Dat is natuurlijk hoe het hoort maar het gebeurt veel te weinig.

De vakidioot in mij is dus echt blij. De wetenschapscommunicator die ik ook ben, is echter verward. Waarom is dit nou nieuws? Zo bijzonder is het niet dat een antiek gebouw of een oude plek altijd met de verkeerde naam aangeduid blijkt te zijn geweest. Het eerste voorbeeld dat me te binnen schiet: in mijn Xerxes in Griekenland verwijs ik ergens naar de locatie van het Aglaurosheiligdom, de plek waar de Perzen in 480 v.Chr. de Akropolis veroverden. Daarvan is een tijdje geleden vastgesteld dat die niet was waar we altijd dachten waar het was. Ander voorbeeld: ik ken iemand die een scriptie schreef over wat antieke auteurs bedoelen met Hekatompedon, een andere structuur op de Akropolis.

Lees verder “Het Parthenon dat het Parthenon niet is”

Het Akropolismuseum

Het Akropolismuseum bij nacht (foto © Akropolismuseum, Athene)

Eén van de wonderlijkste musea ter wereld is het Akropolismuseum in Athene. Het is voornamelijk gebouwd voor iets wat er (vrijwel) niet is, namelijk: de enorme collectie sculpturen van de Athena-tempel (het Parthenon), de op enkele honderden meters afstand van het museum gelegen locatie die al eeuwen tot de verbeelding spreekt.

Het verhaal is bekend: in de klassieke oudheid was de Akropolis het religieuze centrum van de stadstaat Athene, met de tempel van Athena (Parthenon) als religieus en architectonisch hoogtepunt.  Dat Parthenon heeft lang de eeuwen doorstaan, ook al werd er stevig aan en in verbouwd. Dit in tegensteling tot de kleinere tempel van Athena Nikè en de toegangspoort tot de Akropolis – de Propyleeën – die tijdens het Turkse bewind over Griekenland respectievelijk werden afgebroken en opgeblazen.

Lees verder “Het Akropolismuseum”

Xerxes achterna

 

Bin Tepe

Gisteren was in het Rijksmuseum van Oudheden de presentatie van mijn nieuwe boek, Xerxes in Griekenland. In dat boek behandel ik aan de hand van de Perzische invasie van Griekenland in 480 v.Chr. hoe historici proberen feiten vast te stellen. Ik heb van een onbevooroordeelde meelezer vernomen dat het boek spannend is, dus u kunt het zonder bezwaar lezen, ook als u de conclusies wat ergerlijk vindt dat we niet weten waarom de Perzen Griekenland binnenvielen, dat we niet weten wat de Perzische operationele doelen waren en dat we niet weten waarom de Perzen in 479 hun vloot ontbonden en de handdoek in de ring gooiden. In het laatste hoofdstuk hoop ik aan te tonen hoe absurd het is dat er opnieuw mensen zijn die het negentiende-eeuwse sjabloon aanvaarden dat er een eeuwige strijd is geweest tussen Oost en West en dat de Griekse overwinning het voortbestaan van de westerse beschaving garandeerde.

Er zijn diverse locaties waarvan bekend is dat de Perzische koning Xerxes er tijdens zijn veldtocht is geweest. Om te beginnen Sardes, ooit de hoofdstad van het koninkrijk Lydië en inmiddels de residentie van een van de Perzische satrapen. Xerxes bracht hier de winter van 481/480 door bij zijn familielid Artafernes. Op de vlakte verzamelde hij zijn leger, dat door Griekse spionnen werd geobserveerd. De ruïnes van Sardes zijn grotendeel jonger, maar de met talloze grafheuvels bezaaide vlakte, ook bekend als Bin Tepe, is vermoedelijk maar weinig veranderd. Zie boven.

Lees verder “Xerxes achterna”

Een nieuw oude Persefone

Archaïserend reliëf uit Korinthe

Zoals ik afgelopen zondag vertelde, zijn de hellenistische koninkrijken ontstaan tijdens de burgeroorlogen na de dood van Alexander de Grote. Ik vertelde ook dat de elites in deze rijken zich legitimeerden met de Griekse cultuur. Er ontstond een canon van klassieke vormen, geïnspireerd door het idee van Aristoteles dat alles een doeloorzaak had. In Griekenland was de ware kunst in wat wij de Archaïsche Periode noemen ontstaan en gegroeid, terwijl ze had gebloeid in wat wij de Klassieke Periode noemen.

De kunst had zich verder ontwikkeld. De hellenistische sculptuur is soms heel barok – zie de Laokoöngroep of het Pergamonaltaar – en neigt soms zelfs tot rococo, zeker in Alexandrië. Beschreven met de natuurmetafoor die ik zojuist gebruikte, was dit, na de groei en de bloei, alleen te beschouwen als verval. Een Winckelmann beschouwde de hellenistische kunst (die in de achttiende eeuw overigens nog niet zo werd genoemd) dan ook als inferieur. Ik heb al eens geblogd over de klucht rond de Venus van Milo.

Lees verder “Een nieuw oude Persefone”

Semiramis

Een Assyrische koningin (Pergamonmuseum, Berlijn)

Eutropius, wiens door Vincent Hunink vertaalde Korte geschiedenis van Rome onlangs in de winkel is gekomen (full disclosure: ik schreef de inleiding), vermeldt ergens een keizerin Symiasera, waarmee hij Julia Soeamias bedoelt, een uit Syrië afkomstige heerseres. Ik denk dat de rare schrijfwijze geen toeval is. Eutropius wil een herinnering oproepen aan de legendarische oosterse heerseres Semiramis, een van de grote verzinsels uit de Oudheid.

De naam

Toegegeven, de náám Semiramis heeft bestaan. De echtgenote van de Assyrische koning Šamši-Adad V (r.824-811 v.Chr.) heette Šammuramat ofwel Semiramis. Toen haar man was overleden, was ze gedurende drie (misschien vijf) jaar regent voor haar nog minderjarige zoon Adad-Nirari III. De Assyrische legers voerden in deze jaren oorlog tegen de Meden in het oosten en tegen de stad Arpad in het westen. Business as usual dus, zij het dat de commandant een vrouw was of een door haar aangewezen generaal. Veel meer weten we niet over deze koningin, behalve dan dat ze in 787 v.Chr. nog in leven was.

Lees verder “Semiramis”

De West-Anatolische cultuur

Een oinochoë ofwel wijnschenkkan uit Milete (Allard Pierson-museum, Amsterdam)

Voor Nederlanders ligt de grens met de grote oosterbuur al een paar eeuwen onveranderlijk vast. Sinds de Pragmatieke Sanctie van 1549 dus. Die grens is inmiddels volkomen onzichtbaar. Fiets van Glanerbrug naar Gronau en je zult zien dat er maar weinig verandert. Omdat de rijksgrens net zo goed een gemeentegrens had kunnen zijn, kunnen wij ons niet goed voorstellen dat een grens ook een open zenuw zou kunnen wezen. Voor de Grieken is dat anders. Thessaloniki, de op één na grootste Griekse stad, ligt pas sinds 1912 binnen Griekenland. Smyrna, ten oosten van de Egeïsche Zee, was vele eeuwen een centrum geweest van de Griekse cultuur toen het in 1922 verloren ging. Dus minder dan een eeuw geleden. Open zenuw.

Dat geldt omgekeerd voor de Turken. Ik zal niet snel de wrange lach vergeten van de man die moest toegeven dat “Istanbul” een Griekse etymologie had (eis ten polin, “naar de stad”) en langer de naam Constantinopel had gedragen dan de huidige naam. Ik begrijp die gevoeligheid niet, maar wat je niet rationeel vindt, hoeft daarom nog niet irreëel te zijn. Grenzen zijn in Zuid0ost-Europa meer dan bij ons een gegeven en dat geldt ook voor wantrouwen jegens de buren.

Lees verder “De West-Anatolische cultuur”

Mykeens rund

Mykeense krater (Louvre, Parijs)

Mooi hè, deze afbeelding. De kenner die u bent zegt natuurlijk meteen dat dit mengvat, gevonden op Rhodos, zich laat dateren in het Laat Helladisch IIIA2. Zulk aardewerk is ook aangetroffen in Amarna, de hoofdstad van farao Echnaton, wat een datering in de veertiende eeuw v.Chr. aannemelijk maakt. Het museum waar dit rund is te zien, het Louvre in Parijs, is preciezer: “vers 1300 av. J.-C.”. Op het Griekse vasteland bloeiden paleisburchten als die Mykene en Pylos, in Syrië breidden de Hethieten vanuit het noorden hun macht gestaag uit en de Assyriërs begonnen aan hun opmars naar de wereldheerschappij.

Al die gebieden stonden met elkaar in contact. Wrakken als dat bij Uluburun documenteren de interregionale handel: aan boord waren (onder veel meer) Mykeense zwaarden, Cypriotische bronsbaren, Levantijnse godsbeeldjes, glasbaren en een Egyptisch sfinxje. Uit Amarna en de Hethitische hoofdstad Hattusa hebben we de brieven die de diverse koningen aan elkaar schreven. Het is een fantastisch interessante periode, die bovendien steeds interessanter wordt.

Lees verder “Mykeens rund”