De Olympos

Lang geleden vloog ik vanaf Schiphol naar Athene en omdat het lang geleden was, was het nog mogelijk aan de stewardess te vragen of je even in de cockpit mocht kijken. De piloten vonden het prima en zo zag ik Griekenland zoals de oude goden het ooit gezien moeten hebben: vanuit de hemel. Vóór me lag Thessaloniki, daar achter de zee, en rechts zag ik de Olympos. Een verbijsterend hoge berg, recht naast de zee. Heel lang mocht ik er niet van genieten, want de piloten begonnen de landing in te zetten en ik moest weer naar mijn zitplaats, maar dit pakt niemand me meer af.

De Grieken zijn – niemand weet precies wanneer – hun land vanuit het noorden binnengetrokken en hebben, toen ze de Olympos zagen, die berg geïdentificeerd met de godenberg uit hun mythologie. Andere groepen, die zich vestigden op Kreta, in Lycië, in Mysië of op Cyprus, wezen weer andere bergen aan als de Olympos. De Noord-Griekse berg is echter de indrukwekkendste, al beken ik dat ik de Mysische Olympos nog niet heb gezien.

Lees verder “De Olympos”

Greeks Bearing Gifts

Een van de gruwelijkste gebeurtenissen in de aan gruwelijkheden niet bepaald arme Tweede Wereldoorlog was de vernietiging van de joodse gemeenschap in Thessaloniki. De Duitse bezetter – om eens een eufemisme te gebruiken – liet de joden weten dat ze hun lot voor veel goud konden afkopen, waarop zij eerst een vermogen betaalden en daarna evengoed werden afgevoerd. Afgevoerd naar wat de Duitsers aankondigden als het door hen op de Sovjet-Unie veroverde Baltische gebied. Het joods museum in Thessaloniki toont foto’s van mannen die in de hete Griekse zon gymnastiekoefeningen moesten doen, zogenaamd om te kijken of ze wel sterk genoeg waren voor hun nieuwe leven. Ik hoef niet uit te leggen dat de treinen hen niet vervoerden naar Riga of Vilnius.

Het joods museum bevat niet zo heel veel materieel erfgoed. De Duitsers hebben de joodse gemeenschap, ruim 50.000 mensen groot, niet alleen uitgeroeid maar ook uit het verleden weggewist. De joodse begraafplaats, ruwweg op de plek van het huidige archeologische museum, is compleet vernietigd en je krijgt het als bezoeker te machtig als je in dat museum ziet hoeveel oudheden als provenance “voormalig joodse begraafplaats” hebben. Degenen die terugkeerden, wachtte een kille ontvangst: niet alleen waren ze hun bezittingen kwijt, maar hun huizen waren vergeven aan hun medeburgers en de regering had zaken aan het hoofd die misschien niet belangrijker waren maar wel urgenter, zoals de burgeroorlog. Veel Griekse joden reisden daarom door naar het Britse mandaatgebied in Palestina, wat Thessaloniki’s oude bijnaam “Moeder van Israël” een wrange nieuwe betekenis gaf.

Lees verder “Greeks Bearing Gifts”

Kapitelen (1)

Korinthisch kapiteel uit Epidauros

Het is een van de bekendste trivialiteitjes uit de Oudheid: de drie ordes waarin de Grieken en de Romeinen hun monumenten bouwden. Tot ongeveer de derde eeuw voor Christus, toen de bouwmeesters de mogelijkheden begrepen van de bakstenen boog (en het gewelf), was constructie veelal het op elkaar stapelen van stenen. Om ruimte te scheppen gebruikte een bouwmeester horizontale dwarsbalken en om die te steunen benutte hij verticale pilaren. Zo was er de Dorische bouworde: een kolom waarop een ronde en een vierkante steen lagen, die de dwarsbalk steunden.

Je kunt je voorstellen hoe zoiets de stenen vorm is van een van oorsprong houten constructie: een boomstam waarop twee planken zijn gelegd, zodat je de horizontale dwarsbalk niet in de verticale boomstam hoeft vast te zetten met een verticale pin, die de boom zou kunnen doen splijten. Van de Ionische bouworde is wel gezegd dat de zo herkenbare krullen aan weerszijden de herinnering zijn aan een leren kussen, dat in de loop der tijden is uitgedroogd en gaan krullen. Misschien is dat wel waar.

Lees verder “Kapitelen (1)”

Thermopylae

In het Griekse Thermopylae, waar volgens Herodotus driehonderd Spartanen het hele Perzische leger tegenhielden, hebben vertegenwoordigers van de lokale overheid in 2016 zelfstandig besloten om iets voor de vluchtelingen te doen. Omdat ze die zagen verkommeren in overvolle kampen en omdat ze vonden dat ze met hun beperkte mogelijkheden de Griekse gastvrijheid hoog moesten houden. Toen de regering geen steun bood, hebben ze het geld uit het aardbevingenpotje van de regio gebruikt. Met de hulp van veel vrijwilligers hebben ze twee voormalige hotels gereed gemaakt voor de opvang van ongeveer vijfhonderd Syriërs. Toen ik zag wat daar in een paar maanden was bereikt, moest ik denken aan de regels van de Griekse dichter Kavafis:

Eer aan hen die in hun leven
zich een Thermopylae stellen en het hoeden.
Nooit wijkend voor hun plicht,
evenwichtig en rechtvaardig in al hun daden,
maar ook meedogend en barmhartig,
steeds hulp biedend naar hun vermogen.

Lees verder “Thermopylae”

Op de fiets naar Thessaloniki (13)

De weg van Skiron

Ik had besloten terug naar huis te gaan, moet op de camping al mijn spullen hebben ingepakt en zal de volgende dag weer naar Thessaloniki zijn gereden. Daar moet ik de trein naar Athene hebben genomen maar ik herinner me van die reis volstrekt niets. Het is mogelijk dat ik een tweede dag in Thessaloniki heb doorgebracht en met een nachttrein naar het zuiden ben gereisd. In elk geval fietste ik op een zonnige dag al vroeg in de ochtend van Athene naar Korinthe, omdat ik geen zin had te wachten op een trein die me naar die volgende stad zou brengen.

Het kerkje bij Dafne, even ten westen van Athene gelegen aan de Heilige Weg naar Eleusis, was gesloten. Ik ben er noch daarvoor noch daarna ooit binnen geweest. De opgraving van Eleusis was eveneens gesloten. Misschien kwam dat laatste wel omdat het een maandag was, ik weet het domweg niet. In ieder geval reed ik langs “Skirons weg” naar de istmus en naar Korinthe zelf, vanwaar ik het boemeltje wilde nemen naar Patras.

Lees verder “Op de fiets naar Thessaloniki (13)”

Op de fiets naar Thessaloniki (12)

bty
Thessaloniki

Het was oorspronkelijk mijn plan geweest vanuit Thessalië naar Thessaloniki te rijden en daarvandaan door Joegoslavië, Oostenrijk en Duitsland terug te keren naar Nederland. Er was echter oorlog uitgebroken in het eerstgenoemde land en dus wilde ik nu door Bulgarije, Roemenië en Hongarije naar Wenen rijden, waarheen ik de volgende stapel landkaarten had vooruitgestuurd. Onderweg hoopte ik onder andere Sofia, de resten van de Donau-brug van Trajanus, Aquincum en Carnuntum te bezoeken. Zoals ik me herinner had ik alle visa in mijn paspoort staan, maar er staat me niets bij van bezoekjes aan Haagse consulaten, dus misschien herinner ik me dat wel verkeerd.

Wat ik wel herinner is de fietstocht noordwaarts vanuit Almyros: naar Larisa, de immer stoffige hoofdstad van Thessalië, en daarvandaan verder door het prachtige Tempe-ravijn. Hier breekt de rivier de Peneios door de bergketen van Olympos, Ossa en Pelion: een mythologisch landschap, want volgens een beroemd verhaal stapelden ooit de opstandige reuzen de twee laatste bergen op elkaar om daaroverheen de Olympos te bestormen. Ik ben verschillende keren door de kloof gekomen en vind het een van de mooiste landschappen in Griekenland.

Lees verder “Op de fiets naar Thessaloniki (12)”

Op de fiets naar Thessaloniki (11)

Nauwelijks zichtbaar op deze foto uit het kartonnen cameraatje, ligt hier de hellenistische stad Halos. De witte rij steen tussen de twee grote wegen (even onder het midden van de foto) is een deel van de stadsmuur; links loopt die verder onder een rechte lijn struiken. Helemaal rechts is de hoek te zien, onder de grote weg.

In 1989 werkte ik een zomer lang op een opgraving van de Rijksuniversiteit Groningen: Halos in Thessalië. Een groot opgraver is aan mij niet verloren gegaan, maar ik heb er veel geleerd en een paar mensen leren kennen die ik nog af en toe tegenkom, dus het is een waardevolle tijd geweest.

Wat minder leuk was, was dat ik er verschrikkelijk slecht sliep. Dat had niets te maken met het hotel in het vissersdorp waar we verbleven, Amaliapoli, of met het werk, mijn kamergenoten of de stress van onbekend werk. Ik lag ’s avonds lang wakker en in de middag duurde mijn siësta nooit lang genoeg. Daardoor was ik vaak een van de eersten die na zijn middagdutje in de lobby van het hotel zijn aantekeningen zat uit te werken. Daarna ging ik aan de baai zitten, meestal met een doos kleurpotloden om tekeningen te maken van de prachtige Pagasitische Golf, met uitzicht op het schiereiland van Magnesia. Dat trok de aandacht van wat meisjes uit het dorp, die vaak een praatje kwamen maken en hun Engels oefenden. Met een van hen bleef ik daarna brieven uitwisselen en tijdens mijn fietstocht in de zomer van 1992 ging ik bij haar langs.

Lees verder “Op de fiets naar Thessaloniki (11)”

Op de fiets naar Thessaloniki (10)

Meteora

In dit zomerfeuilleton, waarvan u de eerste aflevering hier kon lezen, neem ik u deze zondag mee naar Igoumenitsa in Griekenland, waar ik op een druilerige ochtend eind mei 1992 met mijn RIH de veerpont af kwam wandelen. Een wonderlijk levendige herinnering: toen ik mijn lires wilde wisselen in drachmes, ontdekte ik dat ik nog maar weinig Italiaans geld bij me had, hoewel ik een paar dagen daarvoor nog een groot bedrag had opgenomen. Ik was voor zeker 150 gulden aan valuta kwijt. Ik moest me er toe zetten me er niet door uit het veld te laten slaan.

Voor me lag de Pindos, het gebergte dat Albanië en het noordwesten van Giekenland scheidde van zuidelijk Joegoslavië en noordoostelijk Griekenland. Het einddoel van deze dag was Ioannina, dat ik alleen kende van verhalen (en een subplot uit De graaf van Monte Cristo) en een rustige klim beloofde naar een hoogte van ongeveer 500 meter. Tegenwoordig ligt er een snelweg, maar die was er destijds nog niet.

Lees verder “Op de fiets naar Thessaloniki (10)”

Van Smyrna naar Athene

Portret van keizer Titus (Nationaal Archeologisch Museum, Athene)

Dit is een leuk portret van Titus, die in 79 n.Chr. zijn vader Vespasianus opvolgde als keizer van het Romeinse Rijk. Het voorwerp komt uit de Griekse stad Smyrna, het huidige Izmir in West-Turkije, en is nu te zien in het Nationaal Archeologisch Museum in Athene.

En er is iets grappigs mee aan de hand. Het kapsel was in 79 uit de mode en de onderkaak is te smal. De verklaring is dat het eigenlijk helemaal geen portret is van Titus, maar van Caligula, die van 37 tot 41 keizer was. Ik stel me zo voor dat de mensen in Smyrna in 79 snel een portret van de nieuwe keizer nodig hadden en een oude buste die nog ergens op een zolder slingerde, hebben omgewerkt toen het model van de nieuwe vorst was ontvangen. Stevige lik verf erover en niemand die het ziet. Later zou er nog wel tijd zijn voor een beter portret. (Dit vertelt iets over het belang van de keizercultus en de ernst waarmee de Romeinen ermee omgingen.) Het “later” is er niet meer gekomen omdat Titus al na twee jaar overleed.

Lees verder “Van Smyrna naar Athene”

Meisje met duiven

Grafreliëf van een meisje (Metropolitan Museum of Art, New York)
Grafreliëf van een meisje (Metropolitan Museum of Art, New York)

Ik ben nooit in New York geweest; de bovenstaande foto kreeg ik van een bevriend echtpaar dat het Metropolitan Museum of Art wel heeft bezocht. Het is een reliëf uit het midden van de vijfde eeuw, gevonden op het Griekse eiland Paros, dat rijk is aan goed marmer. Veel klassieker krijg je het niet.

Er zijn meer van dit soort reliëfs, die meestal afkomstig zijn van antieke grafvelden. Het meisje is dus overleden. De kinderziekten waren destijds nog dodelijk. Hoe oud zou ze zijn geweest?

Lees verder “Meisje met duiven”