Klassieke literatuur (8): welsprekendheid

Een Romeinse redenaar (Museum van Apollonia, Bulgarije)

[Bij mijn mail zat een tijdje geleden de vraag welke klassieke teksten en vertalingen ik mensen zou aanraden. In deze onregelmatig verschijnende reeks zal ik een persoonlijk antwoord geven, waarbij leesplezier voorop staat. Wie zich er echt in wil verdiepen, kan het beste aan een universiteit bij een cursus aanschuiven, zoals deze. Voor de Latijnse literatuur is er Piet Gerbrandy’s Het feest van Saturnus. Voor de Griekse en christelijke literatuur is zo’n boek er niet. Vandaag behandel ik de antieke literatuur over de welsprekendheid.]

Voor veel Grieks-Romeinse genres zijn parallellen te vinden in de oosterse literatuur, maar de welsprekendheid is een Griekse uitvinding. Er is weleens geopperd dat het democratische bestel in Syracuse en Athene de verklaring is voor het ontstaan van de retorica maar mij lijkt dat wat overdreven. Dat een man een rol behoorde te spelen in het openbare leven, is een in de oude wereld algemeen verbreid idee en ik zie geen reden waarom in niet-democratische gebieden niet eveneens kan zijn nagedacht over de wijze waarop je je zaken het effectiefst bepleitte.

Lees verder “Klassieke literatuur (8): welsprekendheid”

Lineair-B (2)

lineair-b_mus_heraklion_as
Lineair-B-tablet met vermelding van een olijfolie-offer aan Zeus Diktaios en “alle andere goden” in Amnisos, in het Daidaleion-heiligdom en aan de “winden-priesteres”. (Museum van Heraklion; foto Alexander Smarius)

De in het voorgaande stukje beschreven ontdekkingen stelden Michael Ventris, architect en amateur-mykenoloog, in staat als eerste in drieduizend jaar het Lineair-B te lezen. Al voor de Tweede Wereldoorlog had hij over het onderwerp gepubliceerd en voorgesteld dat de taal die in het Lineair-B geschreven was geweest weleens verwant kon zijn aan het Etruskisch. Die mening koesterde hij nog in 1950, toen hij een overzichtsartikel publiceerde met een schets van de stand van zaken bij de ontraadseling van het oude schrift.

Gedurende de volgende twee jaar benaderde Ventris het probleem op een nieuwe manier, namelijk door tabellen op te stellen waarin de frequentie en de plaats werden vastgesteld waarmee bepaalde karakters voorkwamen, een techniek die cryptografen hadden gebruikt tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zo stelde hij vast dat sommige karakters vrijwel uitsluitend aan het begin van een woord voorkwamen. Omdat het om een lettergrepenschrift ging, was het aannemelijk dat het ging om zelfstandige klinkers aan het begin van een woord (bijv. de a in A-ta-na en de e in E-te-wo-ke-re-we-i-jo).

Lees verder “Lineair-B (2)”

NWA: Ingewikkelde oude talen

Manuscript van Caesars Gallische Oorlog (Biblioteca Nazionale, Napels)
Manuscript van Caesars Gallische Oorlog (Biblioteca Nazionale, Napels)

[In onze reeks rond de Nationale Wetenschapsagenda (NWA) komt vandaag een vraag aan de orde over een onderwerp waar ik zelf te weinig van weet om er veel zinvols van te zeggen. Daarom geef ik het estafettestokje vandaag door aan Suzanne Adema, een classica die werkzaam is aan de VU en UvA. Dank je wel Suzanne!]

Hoe komt het dat de grammatica van oude talen, zoals Grieks en Latijn, ingewikkelder is dan die van moderne talen, zoals Nederlands en Engels?

En de toelichting:

Sinds de opkomst van de eerste beschavingen en de uitvinding van het schrift is de maatschappij steeds complexer geworden. Hierdoor is ook het belang van goede communicatie toegenomen. Hoe is het dan te verklaren dat de voornaamste vorm van communicatie, onze taal, steeds simpeler wordt? We gebruiken geen naamvallen meer, geen mannelijke of vrouwelijke woordvormen meer, nog maar weinig verschillende werkwoorduitgangen. Hoe komt dat?

Lees verder “NWA: Ingewikkelde oude talen”

Klassieke literatuur (3b): Griekse poëzie

Pindaros
Pindaros

[Bij mijn mail zat onlangs de vraag welke klassieke teksten en vertalingen ik mensen zou aanraden. In deze onregelmatig verschijnende reeks zal ik een persoonlijk antwoord geven, waarbij leesplezier voorop staat. Wie zich er echt in wil verdiepen, kan het beste aan een universiteit bij een cursus aanschuiven, zoals deze. Voor de Latijnse literatuur is er Piet Gerbrandy’s Het feest van Saturnus. Voor de Griekse en christelijke literatuur is zo’n boek er niet.

Nadat ik heldendicht en leerdicht had behandeld, was ik begonnen met de resterende poëzie. Sapfo was aan de orde gekomen en vandaag begin ik met de rest.]

Het uitstel sinds de vorige aflevering heeft een reden. Ik moet nu gaan schrijven over een onderwerp dat me niet goed ligt. Een mens heeft nu eenmaal zo zijn voorkeuren. Zoals ik geen echte “klik” heb met opera, profsport, gastronomie en TV, zo heb ik ook geen speciale band met Griekse en Latijnse poëzie. Niet omdat ik er tegen ben natuurlijk. De keren dat ik naar de opera ging, heb ik ervan genoten; ik weet wel ongeveer hoe Ajax het doet; ik waardeer het als iemand lekker kookt; ik heb geboeid gekeken naar Breaking Bad. Op soortgelijke wijze zie ik wel dat Griekse en Latijnse poëzie mooi is, maar het trekt me minder dan proza.

Lees verder “Klassieke literatuur (3b): Griekse poëzie”

Hondengraf

Hondengraf (Archeologisch museum Antalya)
Hondengraf (Archeologisch museum Antalya)

De bovenstaande sarcofaag, in 1998 gevonden in Termessos, lijkt in alles op een normale sarcofaag: een vierhoekige grafkist, een deksel in de vorm van een tempeldak. Er zijn er duizenden van. Alleen al in Tyrus in Libanon zijn er honderden.

Deze sarcofaag is alleen een stuk kleiner dan gewoon. Dat is logisch, want het is het graf van een hond. Het grafschrift is links te lezen, met veel moeite. Gelukkig heeft het Archeologisch Museum van Antalya in Turkije, dat behoort tot mijn absolute favorieten, een goede epigraaf in dienst gehad die de elf regels ontcijferde en concludeerde dat het een gedichtje was van in feite zes hexameters. Alleen het begin is moeilijk te ontcijferen.

Lees verder “Hondengraf”