Het British Museum

Een deel van de Elgin Marbles.

Elk museum heeft zijn charmes. Het Rijksmuseum van Oudheden, waar ik kind aan huis ben. Het kleine museum van Troyes, waar je wat oude meesters kunt zien én de grootste collectie meteorieten van het departement. Het museum van Hamadan omdat de directrice er altijd weer in slaagt iets nieuws te tonen. Het museum met de mozaïeken uit Zeugma, omdat, nou ja, omdat daar de mozaïeken zijn uit Zeugma. En het British Museum, waar ik weleens kwam met mijn voormalige Britse geliefde en mooie herinneringen aan heb.

De collectie zelf heeft echter óók wel wat en vandaag neem ik u mee langs enkele museumstukken. Om te beginnen het bekendste of beruchtste onderdeel: de Elgin Marbles, die u hierboven ziet, genoemd naar de Lord Elgin die ze naar Engeland bracht. Ze komen van de Parthenon-tempel in Athene, en Griekenland wil ze graag terug hebben; er is al een prachtig museum gebouwd voor wat ze daar aanduiden als de Parthenon Marbles. Dit beeldhouwwerk, zo betogen de Grieken, is werelderfgoed. Precies, antwoorden de Britten, en omdat het het erfgoed van de hele wereld is, kan het ook worden getoond in Engeland. Laat u door dat geharrewar echter niet afleiden. Dit is gewoon weergaloos mooi beeldhouwwerk en hierboven ziet u maar een heel, heel klein gedeelte.

Lees verder “Het British Museum”

Buzzcocks

Er is een fraai verhaal – en het is nog waar ook* – dat BBC-diskjockey John Peel, nadat hij “Teenage Kicks” van The Undertones had gedraaid, de single nog een tweede keer draaide, met de historische woorden “It doesn’t get much better than this”. Dat was 1978 en het is makkelijk te begrijpen waarom Peel er zo over dacht. “Teenage Kicks” heeft alles wat een liedje moet hebben.

Ik heb dat toen niet mee gekregen. Ik was aan het puberen op een Apeldoornse middelbare school en de muziek waar wij naar luisterden was Grease, al kan ik niet zeggen dat de nieuwe muziek ongemerkt aan ons voorbij ging. Onze conrector, meneer Duzijn, kwam midden in het jaar op een brommer door de gangen van de school knetteren, verkleed als punk-sinterklaas. Zelfs de nieuwbouwwijk Zevenhuizen kon zijn momenten hebben.

Lees verder “Buzzcocks”

Romeinenweek: Peter Connolly

De strijd om Alesia volgens Peter Connolly
De strijd om Alesia volgens Peter Connolly

Peter Connolly (1935-2012) heeft me Engels geleerd. Het moet 1978 zijn geweest toen ik zijn boek The Roman Army vond in de Apeldoornse openbare bibliotheek. Ik was veertien en had mijn eerste Engelse lessen wel gehad, maar een boek lezen in een vreemde taal was meer dan ik gewend was. De enige manier om te ontdekken wat Connolly had te melden, was het zelf te vertalen, bewapend met het Prisma-woordenboek van mijn vader.

En dat had ik hard nodig, want Connolly gebruikte woorden die ik op school nooit had gehoord. Wat was in vredesnaam een shield boss? Waartoe diende de outrigger van een schip? Wat deed je met een javelin? O ja, ik worstelde met Connolly’s woorden maar het was de moeite waard. Ik herken nu ook de slimme wetenschapsvoorlichter, die de bovenkant van zijn pagina’s gebruikte om een opwindend verhaal te vertellen over de slag bij Pydna, Julius Caesar of de crisis van het Vierkeizerjaar, en – als hij zo de aandacht van de lezers had – de details uitlegde op het onderste deel van de pagina, voorzien van talloze illustraties.

Lees verder “Romeinenweek: Peter Connolly”

Palmyra, Londen

De echte boog
De echte boog

Een paar maanden geleden lag er een voorstel om een van de door de zogenaamde Islamitische Staat te Palmyra verwoeste bogen te herbouwen op Trafalgar Square in Londen. Ik vermoed dat ik het zonder commentaar heb vermeld in de Livius Nieuwsbrief, maar ik herinner me vooral dat ik liever een sarcastisch stukje had willen schrijven. Nu zou alles beter worden! Nu zouden bij ISIS de schellen van de ogen vallen! Nu zou de politie eindelijk prioriteit geven aan de bestrijding van vandalisme en clandestiene handel in oudheden!

Dat heb ik maar niet geschreven. Het leek me niet zinvol een gratuit maar goed bedoeld project in de wielen te rijden. Als u denkt dat ik met die keuze een partijdige observator ben, dan heeft u gelijk: ik wil uitdragen dat de Oudheid belangrijk is, en ik ben vooral kritisch als er schade wordt toegebracht aan de bij het grote publiek bekende kennis. Ik heb niet het idee dat die boog, hoe tot-niets-verplichtend ook, u slecht informeert.

Lees verder “Palmyra, Londen”

De ondergang van het Negende

Paardenbeslag uit Ewijk (Valkhof, Nijmegen)
Paardenbeslag uit Ewijk (Valkhof, Nijmegen)

Na de dood van keizer Trajanus was het onrustig aan de grenzen van het Romeinse Rijk, zó onrustig dat in Schotland een compleet legioen werd vernietigd, het VIIII Hispana. Dat is althans de premisse van het geweldige jeugdboek The Eagle of the Ninth van Rosemary Sutcliff. Ze vertelt hoe een jonge Romeinse officier die door een verwonding geen dienst meer kan doen, op zoek gaat naar het veldteken van het Negende Legioen Hispana, de adelaarstandaard, en dit uiteraard ook vindt. Ik heb De adelaar van het Negende als kind verslonden.

Suttcliffs idee dat de eenheid rond 117 is vernietigd door de stammen in het huidige Schotland was in de tijd dat ze het schreef, 1954, de gebruikelijke verklaring voor het feit dat het legioen niet meer in Brittannië wordt vermeld na de regering van Trajanus. In 108 was het nog gestationeerd in York; in 122 vinden we daar VI Victrix.

Lees verder “De ondergang van het Negende”

Geleerde correspondentie

Schechters briefje aan Lewis
Schechters briefje aan Lewis

Het leven is leuker als je ineens over een kwart miljoen pond sterling beschikt. De twee zussen Agnes en Margaret Smith besloten op reis te gaan: in 1866 bezochten ze Egypte, waar ze een liefde voor oudheden ontwikkelden. Na terugkeer trouwden ze – voortaan heetten ze Agnes Lewis en Margaret Gibson – en leefden ze teruggetrokken op het Schotse platteland. De liefde voor het verre verleden was er echter nog en ze leerden diverse oude talen.

Toen hun echtgenoten overleden, besloten ze opnieuw een reis met een oudheidkundig thema te maken. In de bibliotheek van het Catharina-klooster in de Sinaï-woestijn bekeken ze in 1892 allerlei oude handschriften, die ze – anders dan andere westerse bezoekers – konden lezen. Tot hun ontdekkingen behoorde de oudste Aramese vertaling van de vier evangeliën, een handschrift dat enkele belangrijke tekstkritische problemen, zoals het einde van het Marcusevangelie, hielp oplossen.

Lees verder “Geleerde correspondentie”

Koning Arthur

De Angelsaksische Kroniek zou een verwijzing naar Arthur hebben moeten hebben als dat een historische figuur zou zijn geweest. Hij schittert door afwezigheid.

Tijdens de Britse verkiezingen van twee weken geleden werd op de sociale media een grapje gedeeld dat het misschien beter was geen verkiezingen te organiseren en in plaats daarvan een dame in een meertje te laten zwemmen en haar een zwaard te laten overhandigen aan degene die het beste een regering kon vormen. Uiteraard is dit een knipoogje naar het verhaal van koning Arthur. Geen Brit zal het niet hebben herkend, al zullen er wel Arthurpuristen zijn geweest die herkenden dat the once and future king de macht verwierf door een zwaard te trekken uit een steen.

Wat ik maar zeggen wil: zelfs een onjuiste verwijzing is voldoende om de wereld op te roepen van koning Arthur, koningin Guinevere, de Ronde Tafel, de Heilige Graal, Avalon, Camelot, Lancelot, Gawein en Percival. In zijn boekje King Arthur heeft Nick Higham de ontwikkeling beschreven van deze verzameling culturele symbolen die, enerzijds, de strijd tussen goed en kwaad belichamen en, anderzijds, het Britse karakter van de geschiedenis van Engeland onderstrepen. Het is volgens Higham geen toeval dat de populariteit van Arthur zienderogen toenam na de Tweede Wereldoorlog, toen de Britten weinig liefde voelden voor hun Angelsaksische (ofwel Germaanse ofwel Duitse) verleden.

Lees verder “Koning Arthur”