Koning Arthur

De Angelsaksische Kroniek zou een verwijzing naar Arthur hebben moeten hebben als dat een historische figuur zou zijn geweest. Hij schittert door afwezigheid.

Tijdens de Britse verkiezingen van twee weken geleden werd op de sociale media een grapje gedeeld dat het misschien beter was geen verkiezingen te organiseren en in plaats daarvan een dame in een meertje te laten zwemmen en haar een zwaard te laten overhandigen aan degene die het beste een regering kon vormen. Uiteraard is dit een knipoogje naar het verhaal van koning Arthur. Geen Brit zal het niet hebben herkend, al zullen er wel Arthurpuristen zijn geweest die herkenden dat the once and future king de macht verwierf door een zwaard te trekken uit een steen.

Wat ik maar zeggen wil: zelfs een onjuiste verwijzing is voldoende om de wereld op te roepen van koning Arthur, koningin Guinevere, de Ronde Tafel, de Heilige Graal, Avalon, Camelot, Lancelot, Gawein en Percival. In zijn boekje King Arthur heeft Nick Higham de ontwikkeling beschreven van deze verzameling culturele symbolen die, enerzijds, de strijd tussen goed en kwaad belichamen en, anderzijds, het Britse karakter van de geschiedenis van Engeland onderstrepen. Het is volgens Higham geen toeval dat de populariteit van Arthur zienderogen toenam na de Tweede Wereldoorlog, toen de Britten weinig liefde voelden voor hun Angelsaksische (ofwel Germaanse ofwel Duitse) verleden.

Lees verder “Koning Arthur”

Palmyra, de Elgin Marbles en ander non-nieuws

Een van de Elgin Marbles. Dit is dus geen nieuws.
Een van de Elgin Marbles. Dit is dus geen nieuws.

Het was Hemelvaartsdag, we doen het allemaal wat rustiger en ook journalisten nemen het er even van. En dus lezen we dat Palmyra door ISIS wordt bedreigd en krijgen we het berichtje dat de Grieken afzien van een rechtszaak over de Elgin Marbles. Over Palmyra, dat al maanden wordt bedreigd en nu nauwelijks méér nieuws lijkt dan vorig jaar, heb ik het zo meteen. Eerst even iets over de Elgin Marbles.

Het verhaal dat geen verhaal is

De prachtige sculptuur van het Atheense Parthenon die al een eeuw of twee staat opgesteld in het British Museum en die de Grieken graag terug willen: het is voor journalisten makkelijk nieuws. Iedereen weet wat het British Museum is, het conflict is vrij algemeen bekend en een van de voorvechters van de Griekse zaak is Amal Clooney, zodat er ook kan worden geschreven over het witte jurkje met groen balkmotief dat zo aardig completeerde met haar elegante zonnebril, oorbellen en naaldhakken. De Grieken weten wel hoe je nieuws moet genereren.

Lees verder “Palmyra, de Elgin Marbles en ander non-nieuws”

Erfgoedwanbeheer

Cervantes

Ik begon ooit te bloggen om de reden waarom ik ook aan de Livius Nieuwsbrief begon: om dingen te delen die ik mooi of leuk of interessant vond. Het intellectueel gewicht van mijn reeks museumstukken mag dan gering zijn, ik beleef er meer plezier aan dan aan de stukjes waarin ik uitleg wat er nu weer niet deugt. Die stukjes horen er echter wel bij. Ik doe immers niet aan public relations van de humaniora maar probeer mensen uit te leggen wat het van vakken zijn.

Het irritante van stukjes waarin je uitlegt wat er verkeerd zit, is dat je vaak in herhaling moet vervallen, bijvoorbeeld omdat kwakarcheologen net als andere archeologen hetzelfde nieuws enkele keren publiceren. “Waarom zou je iets één keer naar buiten brengen,” zoals de zandwroeters plegen te zeggen, “als je ook twee keer naar publiciteit kunt hengelen?” Of drie keer, zoals in het geval van het onlangs gevonden gebeente van Cervantes.

Lees verder “Erfgoedwanbeheer”

Archeologische prietpraat: de NOS

Ik kan ook ’t land niet uitgaan – ik schrijf dit op een hotelkamer in Sofia in Bulgarije – of ze maken d’r weer een puinhoop van. Vandaag is het de nieuwssite van de NOS waar ze waren vergeten dat als archeologen nieuws naar buiten brengen, ze daarvoor vaak een reden hebben die niets te maken heeft met publieksvoorlichting.

Hier is het bericht van de NOS:

Een eeuwenoud raadsel over Stonehenge is opgelost dankzij de droogte van het afgelopen jaar. De enorme stenengroep in het zuiden van Engeland blijkt inderdaad vroeger een complete cirkel te zijn geweest.

Lees verder “Archeologische prietpraat: de NOS”

Oorlogsheld

Jack Baskeyfield

Ik moet elf of twaalf zijn geweest toen ik een spreekbeurt hield over de slag om Arnhem. De gevechten in en de evacuatie van de stad behoren tot de familiegeschiedenis, maar dat was niet de enige reden om er een spreekbeurt over te houden. Om de hoek, in Deventer, werd de film A Bridge Too Far opgenomen. Mijn vader las het boek. En ik bladerde er ook in.

Ik las over John Baskeyfield, een Britse soldaat die als een leeuw heeft gevochten in Oosterbeek en in de Acacialaan twee Duitse tanks uitschakelde voordat hij zelf om het leven kwam. De tweeëntwintigjarige sergeant kreeg postuum het Victoriakruis, de hoogste militaire onderscheiding in het Verenigd Koninkrijk. Zijn graf is onbekend.

Lees verder “Oorlogsheld”

Alan Turing gerehabiliteerd

Het Enigma-codeapparaat (foto Alessandro Nassiri)

Alan Turing (1912-1954) was de Britse wiskundige die de theoretische grondslagen legde voor de computer. Daarbij liet hij het niet: toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, bracht hij zijn ideeën ook in de praktijk bij het breken van de Enigma-codes, waarin de Duitsers blind vertrouwen hadden.

Dankzij Franse en Poolse inlichtingendiensten begrepen de Britten hoe de Duitse codeermachines werkten, maar ze wisten niet hoe de instellingen steeds veranderden. Het vergde botte rekenkracht om de vele opties een voor een door te rekenen, en daarbij kwam een computer van pas. Het apparaat werd gebouwd in Bletchley Park, een plek die vrij hoog staat op mijn lijstje van nog te bezoeken plaatsen. Het is te verdedigen dat de oorlog hier werd gewonnen of althans met enige maanden bekort, want de Britten konden alle Duitse geheime berichten lezen. Koning George VI onderscheidde Turing in 1945 met de Order of the British Empire. Een ander eerbetoon was het lidmaatschap van de Royal Society.

Lees verder “Alan Turing gerehabiliteerd”

Manuscriptenjacht

Ik heb onlangs geblogd over het belang dat oude handschriften hebben voor oudheidkundigen: ze kunnen, door te kijken naar de schrijffouten in de manuscripten, vaststellen welke met elkaar verwant zijn, en zo een stamboom opstellen waarmee is vast te stellen hoe een verloren gegane tekst eruit moet hebben gezien. De alleroudste handschriften zijn niet per se de belangrijkste, maar ze hebben wel een voordeel. Boeken slijten immers en de inhoud moet daarom op gezette tijden worden gekopieerd, waarbij fouten kunnen worden gemaakt. Hoe kleiner het aantal keren dat de tekst is overgeschreven, hoe geringer de kans op fouten, en daarom is de ouderdom van een manuscript niet zonder belang.

Het Nieuwe Testament, geschreven in het Grieks, is overgeleverd in talloze manuscripten. Het inlegvel in de alweer wat oudere editie die ik hier thuis heb staan (voor de insiders: een Nestle-Aland 25), noemt alleen al voor de evangeliën drieënvijftig niet-elimineerbare handschriften, dat wil zeggen manuscripten die niet van een bekend ouder handschrift zijn overgeschreven. Ze worden alle aangeduid met codes, maar één ervan heeft een speciale aanduiding: א, de Hebreeuwse letter A. Dit is de Codex Sinaiticus, die in 1859 door Constantin von Tischendorf is ontdekt in het Katherinaklooster aan de voet van de berg Sinai.

Lees verder “Manuscriptenjacht”