Erfgoedwanbeheer

Cervantes

Ik begon ooit te bloggen om de reden waarom ik ook aan de Livius Nieuwsbrief begon: om dingen te delen die ik mooi of leuk of interessant vond. Het intellectueel gewicht van mijn reeks museumstukken mag dan gering zijn, ik beleef er meer plezier aan dan aan de stukjes waarin ik uitleg wat er nu weer niet deugt. Die stukjes horen er echter wel bij. Ik doe immers niet aan public relations van de humaniora maar probeer mensen uit te leggen wat het van vakken zijn.

Het irritante van stukjes waarin je uitlegt wat er verkeerd zit, is dat je vaak in herhaling moet vervallen, bijvoorbeeld omdat kwakarcheologen net als andere archeologen hetzelfde nieuws enkele keren publiceren. “Waarom zou je iets één keer naar buiten brengen,” zoals de zandwroeters plegen te zeggen, “als je ook twee keer naar publiciteit kunt hengelen?” Of drie keer, zoals in het geval van het onlangs gevonden gebeente van Cervantes.

Lees verder “Erfgoedwanbeheer”

Archeologische prietpraat: de NOS

Ik kan ook ’t land niet uitgaan – ik schrijf dit op een hotelkamer in Sofia in Bulgarije – of ze maken d’r weer een puinhoop van. Vandaag is het de nieuwssite van de NOS waar ze waren vergeten dat als archeologen nieuws naar buiten brengen, ze daarvoor vaak een reden hebben die niets te maken heeft met publieksvoorlichting.

Hier is het bericht van de NOS:

Een eeuwenoud raadsel over Stonehenge is opgelost dankzij de droogte van het afgelopen jaar. De enorme stenengroep in het zuiden van Engeland blijkt inderdaad vroeger een complete cirkel te zijn geweest.

Lees verder “Archeologische prietpraat: de NOS”

Oorlogsheld

Jack Baskeyfield

Ik moet elf of twaalf zijn geweest toen ik een spreekbeurt hield over de slag om Arnhem. De gevechten in en de evacuatie van de stad behoren tot de familiegeschiedenis, maar dat was niet de enige reden om er een spreekbeurt over te houden. Om de hoek, in Deventer, werd de film A Bridge Too Far opgenomen. Mijn vader las het boek. En ik bladerde er ook in.

Ik las over John Baskeyfield, een Britse soldaat die als een leeuw heeft gevochten in Oosterbeek en in de Acacialaan twee Duitse tanks uitschakelde voordat hij zelf om het leven kwam. De tweeëntwintigjarige sergeant kreeg postuum het Victoriakruis, de hoogste militaire onderscheiding in het Verenigd Koninkrijk. Zijn graf is onbekend.

Lees verder “Oorlogsheld”

Alan Turing gerehabiliteerd

Het Enigma-codeapparaat (foto Alessandro Nassiri)

Alan Turing (1912-1954) was de Britse wiskundige die de theoretische grondslagen legde voor de computer. Daarbij liet hij het niet: toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, bracht hij zijn ideeën ook in de praktijk bij het breken van de Enigma-codes, waarin de Duitsers blind vertrouwen hadden.

Dankzij Franse en Poolse inlichtingendiensten begrepen de Britten hoe de Duitse codeermachines werkten, maar ze wisten niet hoe de instellingen steeds veranderden. Het vergde botte rekenkracht om de vele opties een voor een door te rekenen, en daarbij kwam een computer van pas. Het apparaat werd gebouwd in Bletchley Park, een plek die vrij hoog staat op mijn lijstje van nog te bezoeken plaatsen. Het is te verdedigen dat de oorlog hier werd gewonnen of althans met enige maanden bekort, want de Britten konden alle Duitse geheime berichten lezen. Koning George VI onderscheidde Turing in 1945 met de Order of the British Empire. Een ander eerbetoon was het lidmaatschap van de Royal Society.

Lees verder “Alan Turing gerehabiliteerd”

Manuscriptenjacht

Ik heb onlangs geblogd over het belang dat oude handschriften hebben voor oudheidkundigen: ze kunnen, door te kijken naar de schrijffouten in de manuscripten, vaststellen welke met elkaar verwant zijn, en zo een stamboom opstellen waarmee is vast te stellen hoe een verloren gegane tekst eruit moet hebben gezien. De alleroudste handschriften zijn niet per se de belangrijkste, maar ze hebben wel een voordeel. Boeken slijten immers en de inhoud moet daarom op gezette tijden worden gekopieerd, waarbij fouten kunnen worden gemaakt. Hoe kleiner het aantal keren dat de tekst is overgeschreven, hoe geringer de kans op fouten, en daarom is de ouderdom van een manuscript niet zonder belang.

Het Nieuwe Testament, geschreven in het Grieks, is overgeleverd in talloze manuscripten. Het inlegvel in de alweer wat oudere editie die ik hier thuis heb staan (voor de insiders: een Nestle-Aland 25), noemt alleen al voor de evangeliën drieënvijftig niet-elimineerbare handschriften, dat wil zeggen manuscripten die niet van een bekend ouder handschrift zijn overgeschreven. Ze worden alle aangeduid met codes, maar één ervan heeft een speciale aanduiding: א, de Hebreeuwse letter A. Dit is de Codex Sinaiticus, die in 1859 door Constantin von Tischendorf is ontdekt in het Katherinaklooster aan de voet van de berg Sinai.

Lees verder “Manuscriptenjacht”

Sic transit gloria mundi

Bij de ingang van het hotel hing het portret van Joe Strummer. Geen van de bekende foto’s, maar een portret van een man die, met een oogopslag die zowel onderzoekend als melancholiek kon zijn, in de camera keek, de handen gevouwen over zijn gitaar. Als ik het gezicht niet had herkend, zou het instrument een aanwijzing hebben kunnen zijn.

Ik checkte in, vroeg wat het portret van de Britse muzikant in de lobby van een Siciliaans hotel deed en kreeg te horen dat Strummer ruim een kwart eeuw geleden hier had overnacht. Smakelijke anekdotes bleven uit, dus als u ooit hebt gemeend een Italiaans volksdeuntje te herkennen in een liedje van The Clash, kan ik uw vermoeden niet bevestigen.

Lees verder “Sic transit gloria mundi”

Graf te Tobruk

Het graf op de foto behoort aan een S.J. Hardingham. De Australische artillerist is op 25 september 1941 gesneuveld bij Tobruk. Ik zou nu willen schrijven “hij was twintig jaar oud”, maar dan zou ik dit stukje beginnen met drie staccato zinnen, zou het accent automatisch komen liggen op de laatste en kortste, en zou ik benadrukken dat de gesneuvelde in feite nog een jongen was. Een cliché.

Een cliché is ook de constatering dat wie schrijft over de dood, merkt dat woorden tekortschieten. Dat is echter niet erg. De ontoereikendheid van onze taal maakt grafschriften aangrijpend. Hier zijn er negen uit Tobruk:

Lees verder “Graf te Tobruk”

Facebookfoto’s

Hunebed D15.

In de afgelopen tien jaar zullen mijn zakenpartner en ik zo’n 80.000 foto’s hebben gemaakt, van de Muur van Hadrianus in Engeland tot Lahore in Pakistan, en van Ghat in Libië tot Mashhad in Iran. Zo’n 50.000 daarvan zijn bruikbaar voor didactische doeleinden, en een groot deel daarvan staat op de Livius-website. Die gaan dus over de Oudheid, maar het beperkt zich daar niet toe.

Lees verder “Facebookfoto’s”

De avonturen van Bill Clifford

Godfried Bomans heeft, als ik het wel heb, zegge en schrijve één keer een onderscheiding gekregen voor zijn literaire werk. Een carnavalsmedaille. Het zal er iets mee te maken hebben gehad dat literaire onderscheidingen in zijn tijd – het derde kwart van de vorige eeuw – alleen werden toegekend aan de auteurs van zeer serieuze boeken. Helaas blonk Bomans’ oeuvre uit door humor.

Dat hij verder een van ’s lands beste stilisten was, lijkt de letterkundigen destijds weinig te hebben kunnen schelen. Wie het lijstje bekijkt van de P.C. Hooftprijs-winnaars uit die tijd, ziet althans zó tien auteurs die in Bomans hun stilistische meerdere zouden hebben moeten erkennen. Zij kregen de prijzen, de grotere stilist niet.

Lees verder “De avonturen van Bill Clifford”

Britse en Nederlandse historische journalistiek

De foto hiernaast heb ik gehaald uit dit artikel over de opgravingen bij Göbekli Tepe. Dat is een bekende archeologische vindplaats, waar een tienduizend jaar oud heiligdom is opgegraven. Lees het onderschrift en laat het even op je inwerken.

Knap hè, dat ze dit soort reliëfs al konden maken voordat de mensen zelfs maar “language and other basic skills” meester waren.

Hoe krijgt iemand zoiets uit de pen? En waarom schrijft de journalist archeologisch reclamegekwaak over dat Göbekli Tepe “has been considered a potential site for the Garden of Eden”?

Lees verder “Britse en Nederlandse historische journalistiek”