De slag op de Kyrosvlakte

Grafschrift van Menas (Archeologische musea, Istanbul)

Schreef ik onlangs dat het Alexanderrijk nooit meer als eenheid werd hersteld en dat de toekomst behoorde aan de heersers van de deelgebieden? Dat schreef ik en het is de conclusie die in alle handboeken staat. Toch is er nog een moment geweest waarop het herenigd had kunnen zijn.

Na de slag bij Ipsos (301 v.Chr.) was Seleukos “koning van Azië” (de titel die ook Alexander had gedragen), was Ptolemaios koning van Egypte en omliggende gebieden, heersten Lysimachos over Thracië en Kassandros over Macedonië, en was Demetrios in het bezit van verschillende steden in Griekenland. Toen Kassandros in 294 v.Chr. overleed, nam Demetrios de macht in Macedonië over. Dat zat Lysimachos niet lekker, die Demetrios na enkele jaren verdreef.

Lees verder “De slag op de Kyrosvlakte”

Efedrismos

Efedrismos (Allard Pierson-museum, Amsterdam)

Nu we anderhalve meter afstand moeten houden, nauwelijks kunnen reizen en niet naar musea kunnen, geef ik u wat u niet krijgen kunt: twee dames uit het verre Griekenland in een museum, en ze houden zeker geen anderhalve meter afstand.

Ze spelen efedrismos, een spelletje dat een beetje lijkt op pétanque in de zin dat er eerst een kleine bal of steen werd weggeworpen en dat de spelers die vervolgens met een steentje of een bal moesten zien te raken. Daarna moest de verliezer de winnaar op de rug nemen en naar de doelsteen dragen.

Lees verder “Efedrismos”

Een nieuw oude Persefone

Archaïserend reliëf uit Korinthe

Zoals ik afgelopen zondag vertelde, zijn de hellenistische koninkrijken ontstaan tijdens de burgeroorlogen na de dood van Alexander de Grote. Ik vertelde ook dat de elites in deze rijken zich legitimeerden met de Griekse cultuur. Er ontstond een canon van klassieke vormen, geïnspireerd door het idee van Aristoteles dat alles een doeloorzaak had. In Griekenland was de ware kunst in wat wij de Archaïsche Periode noemen ontstaan en gegroeid, terwijl ze had gebloeid in wat wij de Klassieke Periode noemen.

De kunst had zich verder ontwikkeld. De hellenistische sculptuur is soms heel barok – zie de Laokoöngroep of het Pergamonaltaar – en neigt soms zelfs tot rococo, zeker in Alexandrië. Beschreven met de natuurmetafoor die ik zojuist gebruikte, was dit, na de groei en de bloei, alleen te beschouwen als verval. Een Winckelmann beschouwde de hellenistische kunst (die in de achttiende eeuw overigens nog niet zo werd genoemd) dan ook als inferieur. Ik heb al eens geblogd over de klucht rond de Venus van Milo.

Lees verder “Een nieuw oude Persefone”

Waarom klassieken? (4)

Het theater van Dionysos in Athene.

Geen van de auteurs uit het Alexandrijnse pantheon der Griekse letteren leefde na 300 v.Chr. Al in de derde eeuw was op deze wijze afgebakend wat klassiek zou worden: wat aan Alexander de Grote voorafging verdiende navolging, wat erop volgde was op z’n best van onduidelijke waarde.

Er zouden nog talloze belangrijke boeken worden geschreven, maar ze zouden nooit zo populair worden als de teksten van vóór Alexander. Nieuwe genres, zoals literaire brieven, liefdesgeschiedenissen, idyllen, biografieën en satiren, zouden nooit de status verwerven die het heldendicht, de lyriek en de tragedie bezaten. Dit gebrek aan populariteit heeft ervoor gezorgd dat deze teksten minder goed zijn overgeleverd dan het klassieke materiaal.

Lees verder “Waarom klassieken? (4)”

Waarom klassieken? (3)

Ptolemaios I Soter (Metropolitan Museum, New York)

Eén van de plaatsen waar de Griekse beschaving na Alexanders veroveringen voet aan de grond kreeg, was het Egyptische Alexandrië, de hoofdstad van het koninkrijk dat generaal Ptolemaios voor zichzelf had opgebouwd. In Babylonië had hij de soms wel twee millennia oude bibliotheken gezien waarin alle menselijke kennis zou worden bewaard. Alexander had het belang ervan meteen onderkend en delen laten kopiëren voor Aristoteles, die altijd al had aangedrongen op het aanleggen van bibliotheken en soortgelijke inventariseringen van bestaande kennis.

Geïnspireerd door de Griekse filosofie en een Babylonisch voorbeeld had Ptolemaios het Mouseion gesticht. Daar konden de werken worden geconsulteerd van de navolgenswaardige auteurs uit het Griekenland van de vijfde en vierde eeuw, alsmede vertalingen van oosterse teksten, zoals de astronomische waarnemingen uit Babylon, de Bijbel, stukken Egyptische mythologie en praktische curiosa als het reisverslag van de Karthaagse ontdekkingsreiziger Hanno. Het concrete belang van vooral de Griekse literatuur was immens: de stabiliteit van de Griekse bestuurskaste in het Ptolemaïsche Rijk werd erdoor gewaarborgd, en dat droeg op haar beurt bij aan de rust in het koninkrijk.

Lees verder “Waarom klassieken? (3)”

Waarom klassieken? (2)

De “Ludovisi Aristoteles” (Museo Altemps, Rome)

Ik gaf in het vorige stukje aan dat de afstammelingen van de Griekse en Macedonische kolonisten die zich hadden gevestigd in het door Alexander de Grote veroverde Nabije Oosten zich graag presenteerden als Griek, omdat dit hun toegang verleende tot de hogere functies. De Griekse cultuur waarmee ze zich presenteerden, diende daardoor statisch te blijven, omdat ze anders niet herkenbaar was.

Er was nog een andere reden waardoor de Griekse cultuur van de vijfde en vierde eeuw dé standaard werd op literair en artistiek gebied. Even belangrijk was dat de bewonderde beschaving inderdaad op een bepaalde manier kon doorgaan voor superieur, en niet doordat ze militair nogal succesvol was geweest. Zo waren de Griekse beeldhouwers er als enigen in geslaagd de menselijke anatomie volmaakt weer te geven in brons of marmer. Hun oudste beelden waren even statisch geweest als de Egyptische en Fenicische sculptuur, en latere waren gekenmerkt door amandelogen, een onbeholpen glimlach en klutsknieën, maar uiteindelijk hadden kunstenaars de anatomische perfectie bereikt. Over de schilderkunst kon een vergelijkbaar verhaal van perfectionering worden verteld.

Lees verder “Waarom klassieken? (2)”

Waarom klassieken? (1)

In deze beroemde, in Aï Khanum gevonden inscriptie vertelt een zekere Klearchos naar Delfi te zijn gegaan om daar de uitspraken van de wijzen van weleer over te schrijven: “Als kind, wees geordend; als jongeman, wees rustig; als volwassene, wees rechtvaardig; als oudere, wees wijs; als stervende, wees zonder zorg.”

Voor de Grieken was het verleden normatief. De Ilias bevat een scène waarin de held Achilleus zichzelf vrolijk probeert te stemmen door op een lier “de roemruchte daden van de helden te bezingen”, volgens Herodotos waren in het verleden “de fatsoensnormen vastgelegd” en een revolutionair die de maatschappelijke status quo wilde veranderen, beriep zich op voorvaderlijke gewoonten. Bewondering voor het verleden was zó vertrouwd dat men het zich nauwelijks bewust was.

Dit begon te veranderen toen Alexander de Grote het Nabije Oosten onderwierp en de voorwaarden schiep waaronder de Griekse cultuur zich kon verspreiden tot in Egypte en Afghanistan. Voor zover in de jaren na de verovering ergens orde heerste, werd die gegarandeerd door de duizenden veteranen die Alexander had achtergelaten in steden als Iskenderun, Alexandrië, Kandahar en Kampyr Tepe. Daar kwamen Macedoniërs, Grieken, Perzen en andere volken op een tot dan toe ongekende schaal met elkaar in contact, en hoewel de Griekssprekenden een duidelijk herkenbare elite vormden, moesten ze samenwerken met de onderworpen volken. In die wereld, waarin traditionele vormen van gezag waren geërodeerd, begonnen Alexanders generaals – als het ware van onderaf – nieuwe rijken op te bouwen, waarbij ze steunden op hun landgenoten.

Lees verder “Waarom klassieken? (1)”

Ptolemaïsch Cyprus

De filosoof Zeno van Kition (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)

Cyprus heeft altijd opengestaan voor invloeden van buitenaf. In de vroege zesde eeuw was er invloed uit Egypte, in de vijfde eeuw uit Perzië en daarna worden de Griekse elementen prominenter. Nadat Alexander de Grote het Achaimenidische Rijk was binnengevallen en de Perzische koning Darius III Codomannus in 333 v.Chr. bij Issos had verslagen, kozen de Cyprioten de zijde van de Macedonische koning, met wie zij de Griekse cultuur deelden. Een jaar later namen Cypriotische schepen deel aan het beleg van Tyrus.

Na de dood van Alexander in 323 was Cyprus een van de strijdtonelen voor zijn opvolgers (meer). Aanvankelijk bezet door Ptolemaios, de satraap van Egypte, werd het aangevallen door diens rivalen Antigonos Eénoog en zijn zoon Demetrios Poliorketes, die in 306 het garnizoen van Ptolemaios te Salamis belegerden. Toen Ptolemaios arriveerde met een vloot om de blokkade op te heffen, werd hij verslagen en moest het garnizoen capituleren. Het belang van Cyprus kan worden afgeleid uit het feit dat Antigonos en Demetrios zich onmiddellijk daarna tot koningen lieten uitroepen.

Lees verder “Ptolemaïsch Cyprus”

Cypriotisch badhuis

Het is geloof ik geen geheim dat ik Cyprus prachtig vind. Het heeft een prachtig landschap, er zijn wouden, er is altijd weer de zee, er hangt steeds een geur van Mediterrane kruiden, je kunt dwalen door de ruïnes van Enkomi, Salamis en Pafos, in afgelegen valleien liggen beeldschone Byzantijnse kerkjes en in de steden zijn kruisvaarderskastelen en -kathedralen. Er zijn havensteden, er is in Nicosia een Cyprusmuseum. Sommige mensen spreken Grieks, anderen spreken Turks, weer anderen spreken Engels omdat de Britten een basis aanhouden met het oog op het Suezkanaal. In al zijn verdeeldheid is Cyprus een wonder.

Cyprus is een samenvatting van de hele oude wereld, van de Steentijd via de Brons- en IJzertijd, via een klassieke en een hellenistische periode, via de Romeinse tijd en de Late Oudheid tot en met de komst van de islam. En altijd weer: contacten met alle windstreken: het Nabije Oosten, Egypte, Griekenland, Anatolië. Geef Cyprioten de kans te handelen met die gebieden en het eiland bloeit, artistieke elementen uit al die culturen vermengend. Egyptische kapitelen in een Griekse tempel, dat soort dingen.

Lees verder “Cypriotisch badhuis”

Waterdrager

Hellenistisch beeldje van een waterdrager (Allard Pierson-museum, Amsterdam)

Het bovenstaande leuke beeldje, waarvan de foto ietwat onscherp is, staat in het Amsterdamse Allard Pierson-museum. Het komt uit Egypte, is gemaakt van terracotta en dateert volgens het museum uit de tweede of eerste eeuw v.Chr. Misschien kunnen we iets preciezer zijn, want de amfoor die het mannetje draagt lijkt er een te zijn van het type dat bekendstaat als AE 2 en dat is na het midden van de eerste eeuw v.Chr. niet meer vervaardigd.

Hoe dat ook zij, de man is een waterdrager: hij verdient zijn brood door in de haven kruiken met vloeistoffen (dus niet alleen water) te vervoeren naar de plaats waar wijn of de olie wordt overgeslagen in een handzamer verpakking, zoals leren zakken, flessen of kleinere kruiken. Dit was zwaar lichamelijk werk, want zo’n volle amfoor woog al snel een kilo of vijftig. Ik zou weleens willen weten wat deze mensen wisten van de juiste ergonomische manier om een lading op te pakken, te tillen, te dragen en neer te zetten. Ik heb in Andalusië weleens een Dressel-20-olijfolieamfoor in mijn handen gehad en die vond ik, leeg als ’ie was, al behoorlijk zwaar.

Lees verder “Waterdrager”