Cypriotisch badhuis

Het is geloof ik geen geheim dat ik Cyprus prachtig vind. Het heeft een prachtig landschap, er zijn wouden, er is altijd weer de zee, er hangt steeds een geur van Mediterrane kruiden, je kunt dwalen door de ruïnes van Enkomi, Salamis en Pafos, in afgelegen valleien liggen beeldschone Byzantijnse kerkjes en in de steden zijn kruisvaarderskastelen en -kathedralen. Er zijn havensteden, er is in Nicosia een Cyprusmuseum. Sommige mensen spreken Grieks, anderen spreken Turks, weer anderen spreken Engels omdat de Britten een basis aanhouden met het oog op het Suezkanaal. In al zijn verdeeldheid is Cyprus een wonder.

Cyprus is een samenvatting van de hele oude wereld, van de Steentijd via de Brons- en IJzertijd, via een klassieke en een hellenistische periode, via de Romeinse tijd en de Late Oudheid tot en met de komst van de islam. En altijd weer: contacten met alle windstreken: het Nabije Oosten, Egypte, Griekenland, Anatolië. Geef Cyprioten de kans te handelen met die gebieden en het eiland bloeit, artistieke elementen uit al die culturen vermengend. Egyptische kapitelen in een Griekse tempel, dat soort dingen.

Lees verder “Cypriotisch badhuis”

Waterdrager

Hellenistisch beeldje van een waterdrager (Allard Pierson-museum, Amsterdam)

Het bovenstaande leuke beeldje, waarvan de foto ietwat onscherp is, staat in het Amsterdamse Allard Pierson-museum. Het komt uit Egypte, is gemaakt van terracotta en dateert volgens het museum uit de tweede of eerste eeuw v.Chr. Misschien kunnen we iets preciezer zijn, want de amfoor die het mannetje draagt lijkt er een te zijn van het type dat bekendstaat als AE 2 en dat is na het midden van de eerste eeuw v.Chr. niet meer vervaardigd.

Hoe dat ook zij, de man is een waterdrager: hij verdient zijn brood door in de haven kruiken met vloeistoffen (dus niet alleen water) te vervoeren naar de plaats waar wijn of de olie wordt overgeslagen in een handzamer verpakking, zoals leren zakken, flessen of kleinere kruiken. Dit was zwaar lichamelijk werk, want zo’n volle amfoor woog al snel een kilo of vijftig. Ik zou weleens willen weten wat deze mensen wisten van de juiste ergonomische manier om een lading op te pakken, te tillen, te dragen en neer te zetten. Ik heb in Andalusië weleens een Dressel-20-olijfolieamfoor in mijn handen gehad en die vond ik, leeg als ’ie was, al behoorlijk zwaar.

Lees verder “Waterdrager”

Diogenes van Oinoanda

Een in 2003 nog niet opgegraven en uitgegeven tekstfragment

Een van de sympathieke trekken van de Romeinse cultuur is dat rijke mensen zich aan hun stand verplicht voelden iets te doen voor hun stadsgenoten. Dat kon de vorm aannemen van patronage – een miljonair bemiddelde bijvoorbeeld tussen de gemeente en de provinciale bestuurders – maar het kon ook betekenen dat zo iemand per testament iets naliet aan zijn stad. Van Plinius de Jongere is bekend dat hij Como een bibliotheek schonk, maar ook een badhuis was een mogelijkheid, of een portico, of een uitkering voor de wezen of een jaarlijkse vleesmaaltijd op de overlijdensdag van de weldoener.

De oudheidkundige jargonterm, bij mijn weten voor het eerst vermeld door Henri Pirenne en later verbreid door Paul Veyne, is évergetisme, wat is afgeleid van het oud-Griekse euergetes, “weldoener”. Natuurlijk mogen we cynisch denken dat deze liefdadigheid alleen maar mogelijk was door het uitbuiten van slaven, want ook het Romeinse Rijk was het paradijs niet, maar toch: onsympathiek is het idee van noblesse oblige nou ook weer niet.

Lees verder “Diogenes van Oinoanda”

Een gesluierde – ja, wat eigenlijk?

Kyrene, grafstele (Shahhat, Museum van Kyrene)

Ik ben de afgelopen week bezig geweest met het inventariseren van de ruim 2300 foto’s die mijn zakenpartner en ik in Libië hebben gemaakt. Daarbij kwam ik ook de bovenstaande foto tegen: het grafmonument van een vrouw uit Kyrene in het noordoosten van Libië. Dat is een zeer groen en vruchtbaar gebied en Kyrene was dan ook een van de machtigste steden van de Griekse wereld. In de Romeinse tijd waren er niet minder dan vijf theaters, wat een aanwijzing is voor een fabelachtige rijkdom en een enorme bevolkingsomvang.

Beelden van gesluierde vrouwen als de bovenstaande zijn gemaakt vanaf pakweg 500 v.Chr. tot de vroege Romeinse tijd. Ik heb ze zo nu en dan ook elders weleens gezien, maar eigenlijk zag ik ze vooral veel in Kyrene. Dit was een echt lokaal grafgebruik en dat maakt het dubbel zo interessant dat deze wijze van afbeelden een half millennium lang in gebruik is gebleven. Blijkbaar was het voor de bevolking van Kyrene een manier om de eigen identiteit tot uiting te brengen.

Lees verder “Een gesluierde – ja, wat eigenlijk?”

Klassieke literatuur (6d): filosofie

Zenon van Kition (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)

[Bij mijn mail zat een tijdje geleden de vraag welke klassieke teksten en vertalingen ik mensen zou aanraden. In deze onregelmatig verschijnende reeks bied ik een persoonlijke keuze, waarbij het leesplezier voorop zal staan. Wie zich er werkelijk in wil verdiepen, kan beter aan een universiteit een cursus doen, zoals deze. Voor de Latijnse literatuur is er bovendien Piet Gerbrandy’s Het feest van Saturnus. Voor de Griekse en de christelijke literatuur is zo’n boek er niet. Vandaag vervolg ik waar ik was gebleven: bij de Griekse filosofie. Eerdere delen waren gewijd aan de allereerste filosofen, aan Parmenides, Plato en Aristoteles, en aan twee hellenistische scholen. Vandaag de hoofdlijnen van de Stoa en het Epicurisme; later een gastauteur over de Romeinse ideeën.]

Als je mij zou vragen welk deel van de antieke filosofie ik het meest waardevol vind, dan zou ik antwoorden: de ethische stelsels uit de tijd na Alexander de Grote. De wereld van de Griekse cultuur was groter geworden, mensen identificeerden zich minder met de oude stadstaten en iemand muntte het woord “wereldburger” om aan te geven dat een verstandig mens zich overal thuis kon voelen. Maar hoe leefde je verstandig en wat was goed in een wereld waarin de traditionele banden en zekerheden er niet meer waren? Het individu moest het inzicht meer dan ooit uit zichzelf zien te halen. Dat lijkt wel een beetje op het individualisme dat in onze samenleving zo hoog staat aangeschreven en dat maakt de hellenistische filosofen voor ons redelijk toegankelijk.

Lees verder “Klassieke literatuur (6d): filosofie”

MoM | Pretendenten

Balas en zijn echtgenote Kleopatra (Metropolitan Museum, New York)

In het vijfde boek van ZosimosNieuwe geschiedenis, die u hier online kunt lezen in een Engelse vertaling, is het wonderlijke verhaal te lezen van een zekere Tribigild. Deze Germaanse leider trok eind vierde eeuw n.Chr. een tijdje als plunderaar door het westen van Turkije. De schade die hij aanrichtte leidde tot de val van Eutropios, de rechterhand van keizer Arkadios, die niet in staat bleek een antwoord te formuleren op de militaire dreiging. Hij werd kortstondig opgevolgd door een legercommandant die Gainas heette. Deze slaagde er echter niet in zijn macht werkelijk te vestigen – de Synesios over wie ik ooit schreef wijdde kort na 400 een heuse sleutelroman aan de gebeurtenissen – en verdween al snel van het toneel.

Zosimos is er zeker van dat Tribigild en Gainas een overeenkomst hadden gesloten: de eerste zou plunderend rondtrekken, de tweede zou hem geen strobreed in de weg leggen, er zou een crisis zijn en Gainas kon dan de macht overnemen van Eutropios. De vraag is hoe Zosimos dat kon weten, al was het maar omdat ze deze overeenkomst niet van de daken geschreeuwd zullen hebben.

Lees verder “MoM | Pretendenten”

Hellenistisch Baktrië

Ik heb ongeveer een jaar gedaan over The Hellenistic Far East (2014) van de Britse oudheidkundige Rachel Mairs. Niet omdat het geen boeiend boek zou zijn, niet omdat het een slecht boek zou zijn, maar omdat het extreem interessant was. Kort en goed samengevat onderzoekt Mair welke conclusies we met enig vertrouwen kunnen baseren op de beschikbare data. Data die, zoals in de oudheidkundige disciplines gebruikelijk, zeer schaars zijn: we hebben nauwelijks geschreven teksten, we hebben een stuk of wat inscripties en we krijgen pas de laatste tijd de beschikking over voldoende archeologisch materiaal om zinvolle vergelijkingen te maken.

Dat leidt meteen tot een nieuwe kijk op Ai Khanum, de Hellenistische stad die in het noordoosten van Afghanistan is opgegraven. Die wordt traditioneel getypeerd als een Griekse nederzetting (“an outpost of Hellenism”) en dat is ook niet zo heel erg vreemd. Kijk maar hier wat er zoal is opgegraven: het meeste zou in Griekenland niet hebben misstaan. Het is dus logisch Ai Khanum te beschouwen als een Griekse kolonie in den vreemde, niet in de laatste plaats omdat we weten dat Alexander de Grote Griekse huurlingen als kolonisten heeft achtergelaten in Baktrië, dat wil zeggen de vallei van de Boven-Oxus.

Lees verder “Hellenistisch Baktrië”