Goudwinning in India

Baktrische kameel (reliëf uit Persepolis)

[Zoals beloofd een wat langer citaat uit HerodotosHistoriën, in de vertaling van Hein van Dolen. Als u het wil nalezen: boek 3.102 en 104-106.]

In de [oostelijke] woestijn komen mieren voor die wat kleiner zijn dan honden, maar groter dan vossen. Enkele stuks zijn gevangen en die leven in de diergaarde van de Perzische koning. Die mieren maken hun hol onder de grond en graven precies als de Griekse mieren, waar ze sprekend op lijken, het zand uit.

Voor wie het mocht willen weten: het gaat vermoedelijk om marmotten.

Lees verder “Goudwinning in India”

Herodotos’ catalogi

De Lydiërs (reliëf uit Persepolis)

Er zijn teksten die je het liefste overslaat. Wie de Bijbel begint te lezen en begint bij Genesis, zal doorgaans afhaken halverwege Exodus, als er een eindeloze reeks ge- en verboden begint die doorloopt in Leviticus, Numeri en Deuteronomium. (Het is beter de Bijbel anders te lezen.) Wie de Ilias leest, zal vermoedelijk in het tweede boek de zogeheten Scheepscatalogus overslaan: een opsomming van Griekse steden die deelnamen aan de Trojaanse Oorlog. En in HerodotosHistoriën liggen grote delen van de boeken Drie en Zeven klaar om te worden genegeerd.

In Boek Drie is dat een overzicht van alle provincies in het Perzische Rijk: een lange reeks van belastingdistricten. De lijst, die vermoedelijk is opgesteld door Herodotos’ voorganger Hekataios van Milete, biedt een overzicht van alle volken waarover koning Darius de Grote regeerde. Echt leuk is het op het eerste gezicht niet, al is het hierin opgenomen verhaal over goudwinning in India de moeite meer dan waard. Ik zal het straks online plaatsen.

Lees verder “Herodotos’ catalogi”

Kylon

Enkele skeletten uit Faleron (© Grieks ministerie van cultuur)

Een van de maffe dingen van de regering van Alexander de Grote is het gemak waarmee hij gebeurtenissen uit een ver verleden aanhaalde om zijn acties te rechtvaardigen. Hij stak Persepolis in brand omdat de Perzen 150 jaar daarvoor Athene hadden verwoest en mocht, zo vond hij, India veroveren omdat zijn voorouders Herakles en Dionysos er ooit hadden geheerst. De Indische campagne was dus eigenlijk slechts een heringebruikname van familiebezit. Of iets kort of lang geleden was of zelfs behoorde tot wat wij beschouwen als een mythisch verleden, deed voor Alexander blijkbaar niet ter zake.

Het was niet alleen Alexander wiens begrip van tijd afwijkt van het onze. Neem de Atheners, die zich na twee eeuwen Kylon nog herinnerden. Hier is wat Herodotos over deze man heeft te vertellen.

Lees verder “Kylon”

Herodotos’ halflegendarische volken

Perzisch reliëf van een Nubiër

Een van onhebbelijkheden van antieke auteurs is dat ze bij het schrijven niet het fatsoen hadden rekening te houden met ons. Ik ga niet lang zoeken naar een voorbeeld en neem Herodotos, over wie ik momenteel wel vaker blog, en neem ook Nubië, waarover de al eerder beschreven expositie is in het Drents Museum. Herodotos heeft het evident over Nubië als hij vertelt dat de Perzische koning Kambyses wilde oprukken naar de hoofdstad van een koninkrijk ten zuiden van Egypte. De vraag is welke hoofdstad dat was: Napata of Meroë.

Napata was de oude hoofdstad, maar na de verwoestingen die koning Psamtek II van Egypte daar had aangericht – ik blogde er onlangs over – verplaatsten de Nubiërs hun residentie naar Meroë. Voor de interpretatie van Kambyses’ beleid scheelt het nogal wat zijn doel was. Rukte hij op naar Napata, dan zette Kambyses het beleid voort van de eerdere koningen van Egypte; was het daarentegen Meroë, dan was het beleid aanzienlijk ambitieuzer, om niet te zeggen irreëel. Er is echter een dieper probleem: Herodotos noemt Kambyses’ vijanden “Ethopiërs”.

Lees verder “Herodotos’ halflegendarische volken”

De tafel van de zon

Offertafel (Museum of Fine Arts, Boston)

Soms lees je bij Herodotos weleens iets waarvan je denkt: “Ik heb geen idee wat ik hiermee moet.” Neem het verhaal over de Zonnetafel in Ethiopië, een voorwerp of een plek die blijkbaar beroemd genoeg was om de aandacht te trekken van Kambyses, de Perzische koning die net Egypte had veroverd. Hij stuurde gezanten naar het zuiden, die niet alleen moesten onderhandelen met de lokale heerser, maar ook moesten spioneren.

In feite moesten ze alle mogelijke inlichtingen zien te verzamelen en daarbij uitvinden of de zogeheten Zonnetafel in Ethiopië werkelijk bestond. Die Zonnetafel bestaat uit een veld dat bezaaid is met hompen gekookt vlees van allerlei kuddedieren. Op dit veld, dat zich aan de rand van de stad bevindt, wordt volgens voorschrift iedere nacht door de magistraten vlees neer gelegd, zodat overdag elke willekeurige voorbijganger ervan kan eten. De inheemse bevolking denkt overigens dat het vlees telkens vanzelf uit de grond komt. (Historiën 3.18; vertaling Hein van Dolen)

Lees verder “De tafel van de zon”

Sinterklaascadeau

Sint-Nikolaas geeft beurzen met goudstukken aan (de vader van) de meisjes zonder bruidsschat (Antivouniotissa-museum, Korfu)

Het zal u niet zijn ontgaan dat ik de laatste tijd nogal eens heb geblogd over Herodotos van Halikarnassos, de Griekse onderzoeker die de Historiën schreef. Dat woord betekent overigens zoiets als “onderzoek” of “navorsingen” en kreeg pas ná Herodotos zijn huidige betekenis. Of misschien wel dankzij Herodotos, want naarmate je verder komt in de Historiën, begint het werk steeds meer te lijken op een geschiedenisboek: is het aanvankelijk nog een verrukkelijke melange van geografie, etnografie, mythologie, sterke verhalen en geschiedenis, tegen het einde focust Herodotos op de veldtocht van de Perzische koning Xerxes naar Griekenland.

Het is een geweldige tekst die een breed publiek verdient. Als er één antieke tekst is die u leest, laat het dan Herodotos zijn. Zelfs in vertaling merk je dat er iets bijzonders gebeurt: Herodotos schrijft spreektaal. Zijn werk markeert niet alleen het begin van de geschiedvorsing maar staat ook aan het begin van een traditie om informatie over te dragen in proza. (Eerdere auteurs hadden gekozen voor poëzie.) Alleen bestond er rond 430 v.Chr. nog helemaal geen schrijftaal, zodat Herodotos zich bedient van alledaagse woorden.

Dat plaatst een vertaler voor een keuze: Herodotos’ vorm zou hem kunnen doen besluiten het Grieks weer te geven in Nederlandse spreektaal, de inhoud zou de vertaler kunnen doen kiezen voor zakelijk proza. De maker van de Nederlandse vertaling, Hein van Dolen, koos voor het eerste. En hier is een Engelse vertaling, alweer wat ouder, die wat plechtstatiger overkomt. En daarover wil ik het even hebben.

Lees verder “Sinterklaascadeau”

Behistun en Herodotos

Darius (meer dan manshoog) en achter hem Xerxes (bijna een kop groter dan de rest van de aanwezigen) staan op het punt de representanten van de onderworpen volken te gaan ontvangen. De hoveling rechts kondigt het begin aan van het defilé. Links twee wachters, de koninklijke wapendrager en de opper-magiër, helemaal rechts nog twee wachters. (Nationaal Museum Teheran)

Met een oog op de laatste dagen van de Irantentoonstelling in het Drents Museum heb ik de afgelopen dagen geblogd over de Behistuninscriptie: de sleutel om het spijkerschrift te ontcijferen, het model voor de beschrijving die Herodotos gaf van de staatsgreep van de Perzische koning Darius én een verhaal dat Herodotos heeft laten liggen.

Als u de twee voorafgaande stukken hebt gelezen, waarin ik vertelde over de burgeroorlog die uitbrak ná Darius’ staatsgreep, dan kunt u een vermoeden hebben waarom Herodotos er niet op inging: het is eigenlijk nogal saai – en dan heb ik het nog niet gehad over de eigenlijke inscriptie, die helemáál stereotiep is. Ik beken dat ik de amusementswaarde van Herodotos’ vertelling over Darius’ inname van Babylon aanzienlijk hoger vind dan het gortdroge verhaal uit de Behistuninscriptie. Dat zullen de Grieken ook wel hebben gevonden, want die zullen het verhaal van Zopyros hebben herkend als een knipoog naar het (ons alleen uit een uittreksel bekende) epische gedicht Ilioupersis. Daarin viel te lezen dat de Griek Sinon zich aandiende bij de Trojanen en hun op de mouw spelde dat ze het Trojaanse Paard moesten binnenhalen. (Vondels Vosmaer de Spie is een derde voorbeeld van dit motief.)

Lees verder “Behistun en Herodotos”