Sinterklaascadeau

Sint-Nikolaas geeft beurzen met goudstukken aan (de vader van) de meisjes zonder bruidsschat (Antivouniotissa-museum, Korfu)

Het zal u niet zijn ontgaan dat ik de laatste tijd nogal eens heb geblogd over Herodotos van Halikarnassos, de Griekse onderzoeker die de Historiën schreef. Dat woord betekent overigens zoiets als “onderzoek” of “navorsingen” en kreeg pas ná Herodotos zijn huidige betekenis. Of misschien wel dankzij Herodotos, want naarmate je verder komt in de Historiën, begint het werk steeds meer te lijken op een geschiedenisboek: is het aanvankelijk nog een verrukkelijke melange van geografie, etnografie, mythologie, sterke verhalen en geschiedenis, tegen het einde focust Herodotos op de veldtocht van de Perzische koning Xerxes naar Griekenland.

Het is een geweldige tekst die een breed publiek verdient. Als er één antieke tekst is die u leest, laat het dan Herodotos zijn. Zelfs in vertaling merk je dat er iets bijzonders gebeurt: Herodotos schrijft spreektaal. Zijn werk markeert niet alleen het begin van de geschiedvorsing maar staat ook aan het begin van een traditie om informatie over te dragen in proza. (Eerdere auteurs hadden gekozen voor poëzie.) Alleen bestond er rond 430 v.Chr. nog helemaal geen schrijftaal, zodat Herodotos zich bedient van alledaagse woorden.

Dat plaatst een vertaler voor een keuze: Herodotos’ vorm zou hem kunnen doen besluiten het Grieks weer te geven in Nederlandse spreektaal, de inhoud zou de vertaler kunnen doen kiezen voor zakelijk proza. De maker van de Nederlandse vertaling, Hein van Dolen, koos voor het eerste. En hier is een Engelse vertaling, alweer wat ouder, die wat plechtstatiger overkomt. En daarover wil ik het even hebben.

Lees verder “Sinterklaascadeau”

Behistun en Herodotos

Darius (meer dan manshoog) en achter hem Xerxes (bijna een kop groter dan de rest van de aanwezigen) staan op het punt de representanten van de onderworpen volken te gaan ontvangen. De hoveling rechts kondigt het begin aan van het defilé. Links twee wachters, de koninklijke wapendrager en de opper-magiër, helemaal rechts nog twee wachters. (Nationaal Museum Teheran)

Met een oog op de laatste dagen van de Irantentoonstelling in het Drents Museum heb ik de afgelopen dagen geblogd over de Behistuninscriptie: de sleutel om het spijkerschrift te ontcijferen, het model voor de beschrijving die Herodotos gaf van de staatsgreep van de Perzische koning Darius én een verhaal dat Herodotos heeft laten liggen.

Als u de twee voorafgaande stukken hebt gelezen, waarin ik vertelde over de burgeroorlog die uitbrak ná Darius’ staatsgreep, dan kunt u een vermoeden hebben waarom Herodotos er niet op inging: het is eigenlijk nogal saai – en dan heb ik het nog niet gehad over de eigenlijke inscriptie, die helemáál stereotiep is. Ik beken dat ik de amusementswaarde van Herodotos’ vertelling over Darius’ inname van Babylon aanzienlijk hoger vind dan het gortdroge verhaal uit de Behistuninscriptie. Dat zullen de Grieken ook wel hebben gevonden, want die zullen het verhaal van Zopyros hebben herkend als een knipoog naar het (ons alleen uit een uittreksel bekende) epische gedicht Ilioupersis. Daarin viel te lezen dat de Griek Sinon zich aandiende bij de Trojanen en hun op de mouw spelde dat ze het Trojaanse Paard moesten binnenhalen. (Vondels Vosmaer de Spie is een derde voorbeeld van dit motief.)

Lees verder “Behistun en Herodotos”

Behistun (5)

Darius en zijn verslagen tegenstanders

Darius had, zo weten we uit de Historiën van Herodotos en dankzij de Behistuninscriptie, het koningschap bemachtigd en had het rebellerende Babylon getuchtigd. Het Perzische Rijk leek in rustiger vaarwater te komen en leek als eenheidsstaat te zijn gered. Leek, want in de laatste dagen van het jaar 522 ontving de nieuwe koning slecht nieuws.

Terwijl ik verbleef in Babylon, kwamen deze provincies tegen mij in opstand: Persis, Elam, Medië, Assyrië, Egypte, Parthië, Margiana, Sattagydia en Skythië. (Behistuninscriptie 21)

Uiteraard waren dit geen opstanden. Dat veronderstelt immers dat er een moment was geweest waarop deze gebieden Darius als heerser hadden erkend en dat was niet het geval. Dit waren gebieden die na de dood van Kambyses en Bardiya/Gaumata voor zichzelf waren begonnen en niet van zins waren hun herwonnen onafhankelijkheid op te geven. De lijst is overigens niet eens compleet: Herodotos weet dat de satraap van Lydië (in wat nu Turkije is) eveneens een nogal onafhankelijke koers was gaan varen.

Lees verder “Behistun (5)”

Behistun (4)

Een Perzische soldaat (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

De Behistuninscriptie beschrijft hoe Darius koning werd, een verhaal dat ook Herodotos vertelt, al lijkt er een mondelinge tussenschakel geweest. We zagen ook dat de Griekse onderzoeker moeiteloos overschakelt op een oosters sprookje als hij dat blijkt te kennen. En soms laat hij iets liggen. Hij weet bijvoorbeeld van een opstand van de Meden (vermeld in Historiën 1.130) maar gaat er nauwelijks op in. Het past blijkbaar niet in het plan van zijn boek. Als het gaat om de stad Babylon, zo zullen we zien, kiest Herodotos eveneens voor een fantastisch verhaal en niet voor de zakelijke beschrijving die hij uit de mondeling doorgegeven Behistuninscriptie moet hebben gekend. Babylon moest voor in zijn Historiën iets bijzonders zijn.

Welk verhaal liet hij liggen? Wat ontdekte Rawlinson over de geschiedenis van Perzië dat in zijn tijd niet al bekend was? Dat is het verhaal van de burgeroorlog na Darius’ troonsbestijging: hij moest negentien keer slag leveren in één jaar. Het verslag is redelijk slaapverwekkend en je begrijpt dat Herodotos het liet liggen. Cyrus en Kambyses hadden de volken van Azië onderworpen en Gaumata zou ze, althans volgens Herodotos, een belastingvrijstelling hebben verleend. Dat lijkt op een concessie aan groepen die geen eenheidsstaat wilden. Darius wilde die wél en moest optreden tegen separatisten. Hijzelf zegt:

Lees verder “Behistun (4)”

Naqš-e Rustam

De investituur van Ardašir (Naqš-e Rustam)

Over Darius’ greep naar de macht heeft Herodotos nog twee interessante dingen te vertellen. Eén daarvan is dat de samenzweerders een discussie hielden over de wijze waarop Perzië voortaan bestuurd zou worden. Ik kom in een volgend stukje terug op dit constitutionele debat, dat een echte klassieker is geworden met parallellen bij een Flavius Josephus, een Cassius Dio en een Philostratus.

Het andere leuke aspect is dat de samenzweerders, als ze eenmaal hebben gekozen voor een monarchie, een vorst moeten kiezen. Hier is hoe Herodotos het vertelt.

Lees verder “Naqš-e Rustam”

Behistun (3)

Darius vertrapt Gaumata (detail van het Behistunreliëf)

Ik beschreef in het eerste stukje hoe belangrijk de Behistuninscriptie was en vertelde in het tweede stukje dat deze oud-Perzische tekst de door koning Darius geautoriseerde versie is van de gebeurtenissen rond zijn staatsgreep. Herodotos kende het verhaal, vermoedelijk via een mondelinge informant, zoals wel vaker. We bekeken al de eerste scene: de staatsgreep van Gaumata, de magiër die voorwendde prins Bardiya te zijn.

Volgens Herodotos ontdekten hovelingen de waarheid en begonnen ze te overleggen hoe ze de valse broer van de inmiddels overleden koning Kambyses konden verwijderen. De Griekse onderzoeker kende zes aristocraten: Otanes, Gobryas, Intaphrenes, Hydarnes, Megabyzus en Aspathines. Ze aarzelen nog als de zevende samenzweerder aankomt: Darius, een verre verwant van Kambyses. Geen enkele lijfwacht durft het zevental tegen te houden als ze naar het koninklijke paleis in Susa gaan, waar Darius de valse koning doodt. Zie het plaatje hierboven.

Lees verder “Behistun (3)”

Behistun (2)

Een papyrus uit Elefantine met een deel van de tekst van de Behistuninscriptie, vertaald in het Aramees, illustreert hoe Darius zijn versie van de gebeurtenissen aan alle onderdanen liet weten. (Neues Museum, Berlijn)

Gisteren vertelde ik dat de Behistun-inscriptie een belangrijke rol speelde bij de ontcijfering van het spijkerschrift: ze hielp drie talen met elk een eigen spijkerschrift te ontcijferen, namelijk het Perzisch, het Babylonisch en het Elamitisch. Maar wat had koning Darius nu eigenlijk te melden?

Eerst even iets over de situatie. In 522 was koning Kambyses overleden, die Egypte had toegevoegd aan het rijk dat Cyrus de Grote had gesticht. Als we de Griekse onderzoeker Herodotos mogen geloven, was Kambyses niet goed bij zinnen geweest en had hij onder meer zijn broer Smerdis laten doden. Terwijl hij uit Egypte terugkeerde, had hij echter gehoord dat Smerdis niet alleen in leven was, maar ook de troon had opgeëist. Op weg naar huis was Kambyses toen overleden. Herodotos verklaart de wederopstanding van Smerdis als een dubbelganger: het was een magiër, die samen met zijn broer de macht had overgenomen. Een magiër is overigens geen tovenaar maar een specialist die de offerliturgieën kon opzeggen.

Lees verder “Behistun (2)”