WvdK | De slag bij Marathon

De slag bij Marathon (Brescia, Museo Sta Giulia)

[In het jaar 490 v.Chr. staken de Perzen de Egeïsche Zee over, bezetten de eilanden en landden bij de Griekse stad Eretria, die ze verwoestten. Daarna staken ze over naar het dorpje Marathon, van waaruit ze naar Athene zullen hebben willen oprukken. Wat hun verdere plannen waren, is niet bekend: we kunnen ze hooguit afleiden uit wat de Perzen feitelijk deden, wat veronderstelt dat wat ze deden ook was wat ze planden. In elke oorlog is nu juist dat weinig plausibel. Feit is in elk geval dat de Atheners op 12 september de Perzen versloegen, vandaag dus 2509 jaar geleden. 

Voor de betekenis van het gevecht: hier. Het verslag van de slag bij Marathon is van Herodotos van Halikarnassos en wordt hier geboden in de vertaling van Hein van Dolen.]

De opstelling van de Atheners bij Marathon leidde ertoe dat de frontlinie aan hun kant even breed was als die van de Perzen; daardoor was zij in het centrum maar enkele rijen diep. Op dit punt was het leger het meest kwetsbaar, terwijl de beide vleugels juist sterk bezet waren.

Lees verder “WvdK | De slag bij Marathon”

WvdK | Xerxes in Larissa en Halos

De haven van Halos; het genoemde “volkshuis” zal bij de fabrieken achteraan hebben gelegen.

In 480 v.Chr. vielen de Perzen Griekenland binnen. Onze voornaamste bron is de heerlijk schrijvende Herodotos van Halikarnassos. Aan hem en de Perzische oorlog tegen de Grieken wijdde ik mijn boekje Xerxes in Griekenland, waarin ik uitleg hoe weinig we van de gebeurtenissen weten en hoe absurd het is à la Tom Holland hier een wereldhistorische gebeurtenis van te maken waarin de westerse wereld de verschrikkingen van de oosterse onderdrukking bespaard bleven. Meer hier.

In de eerst week van september, nu dus 2499 jaar geleden, trok het enorme Perzische leger door het Noord-Griekse landschap dat Thessalië heet en bereikte Achaia. Herodotos onderbreekt het verhaal van de opmars met interessante anekdotes.

Lees verder “WvdK | Xerxes in Larissa en Halos”

De Skythen (2)

Paardenbeslag in de vorm van een hert (Antikensammlung, Munchen)

Dat Cunliffes boek The Scythians. Nomad Warriors of the Steppe niet werkelijk overtuigt, zoals ik al zei, ligt voor een deel aan de materie. Wie schrijft over pakweg de oude Egyptenaren kan wel het een en ander bekend veronderstellen: een handvol koningsnamen, piramiden, goden met dierenhoofden, de Nijl, en dat alles in de drie millennia voor het begin van onze jaartelling. Maar waar Hövsgöl Aimag en het Dzhungar-basin liggen, wat een kurgan is en wanneer de Samara-Oeral-cultuur valt te dateren, dat is lastiger. Ligt de Syr Darya nou ten zuiden of ten noorden van de Amu Darya? Wat was het verschil ook alweer tussen Saka Tigrakhauda en de Saka Haumavarga? Het ligt niet aan Cunliffe dat een lezer het moeilijk vindt de aandacht erbij te houden, zeker omdat hij probeert compleet te zijn en geen grafheuvel onvermeld lijkt te willen laten. Het duizelt je echter van de namen.

Herodotos’ Skythen

Een ander probleem is wel Cunliffes eigen keuze: de enorme rol van het vierde boek van Herodotos. Nu mogen we zeker blij zijn dat we deze vijfde-eeuwse beschrijving van het leven ten noorden van de Zwarte Zee hebben, maar Cunliffe stapt wat makkelijk over de problemen heen. Dat probleem is niet, zoals wel wordt beweerd, dat Herodotos’ Skythen een soort anti-Grieken zijn, de barbaren die nodig zijn om de Grieken beschaafd te laten lijken. Zo simpel werkt antieke etnografie niet: die “ander” is niet slechts een anti-Griek maar is altijd ook een alter ego.

Lees verder “De Skythen (2)”

Artabazos

Een Perzisch edelman (Nationaal Museum, Teheran)

Het identificeren van de bronnen van HerodotosHistoriën is voor oudhistorici een geliefde tak van sport. Hij noemt zelf een hoop mensen die hem te woord zouden hebben gestaan en daaronder zijn niet de geringsten. Hij claimt bijvoorbeeld dat hij in Egypte, dat hij mogelijk heeft bezocht tijdens de Atheense expeditie naar dat land in 459-454 v.Chr., te hebben gesproken met “de priesters van Hefaistos in Memfis”, dat wil zeggen de geestelijkheid van de allerheiligste tempel van Ptah. Dat is toch een beetje alsof je vertelt dat je tijdens je verblijf in Iran een grootayatollah hebt gesproken.

Niettemin: hij lijkt zich te hebben laten informeren in vrij hoge kringen. Dat hij bijvoorbeeld de Spartaanse koningin Gorgo heeft gesproken, de echtgenote van Leonidas, lijkt me redelijk zeker. Tijdens het schrijven van mijn boek Xerxes in Griekenland kreeg ik het idee dat ik misschien nog iemand wist te identificeren.

Lees verder “Artabazos”

Achsenzeit

Boeddha (Nationaal Museum, Tasjkent)

Ik weet niet of ik u de roman Creation van Gore Vidal moet aanraden. Het idee was al lastig: een Perzische edelman, kleinzoon van Zarathustra, reist naar India en ontmoet de grondleggers van het jaïnisme en boeddhisme, reist naar China en ontmoet Confucius en Lao Tse, reist naar Griekenland en hoort Herodotos spreken, en dicteert aan Demokritos (die van de atoomtheorie) het verhaal van koning Xerxes. Dat is teveel name-dropping om geloofwaardig te zijn. Je zou misschien willen denken dat het boek overeind blijft als spoedcursus vergelijkende cultuurwetenschappen, maar daarvoor springt het ontbreken van de joden teveel in het oog. Dat Vidal een negatief portret van Athenes “gouden eeuw” baseert op een kritiekloze lectuur van Herodotos, zij het met reverse bias, maakt het eigenlijk ook nog tot een hypocriet boek.

Maar er is nog een dieper probleem. Al in de achttiende eeuw had de eerste westerse wetenschapper die het Perzische heilige boek Avesta bestudeerde, Abraham Hyacinthe Anquetil-Duperron – wat hadden ze destijds toch mooie namen –, geopperd dat de zesde/vijfde eeuw v.Chr. het moment vormde waarop de mensheid een soort spirituele geboorte meemaakte. In de Avesta kwamen ethische noties voor die ook elders doorklonken. Ook Mahavira en Boeddha, ook Confucius en Lao Tse, ook de Grieken stelden vragen over de relatie tussen mens en samenleving. We kunnen de door Vidal genegeerde joodse profeten Maleachi, Haggai, Zacharia toevoegen en de auteurs van het slot van Jesaja en de eerste hoofdstukken van Spreuken. De Duitse filosoof Karl Jaspers noemde deze creatieve periode de Achsenzeit, het tijdperk waarom de wereldgeschiedenis draaide.

Lees verder “Achsenzeit”

Misverstand? 547 v.Chr.

Bin Tepe, waar Cyrus de Lydiërs versloeg

Misverstand: De Perzen veroverden Lydië in 547 v.Chr.

De Babyloniërs namen het oosterse wereldrijk over van de Assyriërs, maar verloren het weer aan de Perzen, die vanaf het midden van de zesde eeuw hun macht zeer snel uitbreidden, tot hun imperium zich uitstrekte van de Indus in Pakistan tot Egypte en Macedonië. Als we HerodotosHistoriën mogen geloven, dankten de Perzen de heerschappij aan één man: koning Cyrus de Grote, die eerst Iran verenigde (een gebeurtenis die kan worden gedateerd in 550), vervolgens het koninkrijk Lydië in het westen van Turkije annexeerde, en tot slot in 539 Babylonië veroverde. Hij overleed in 530.

Zelfs een zeer recent, zeer geleerd en zeer geprezen commentaar op de Historiën veronderstelt dat Cyrus Lydië veroverde in 547 v.Chr. En dat is zo zeker niet. Het stukje informatie gaat namelijk terug op een kleitablet dat is beschadigd: de Naboniduskroniek. Volgens de wetenschappelijke uitgave uit 1975 staat op het kleitablet dat Cyrus het koninkrijk Lu-… onderwierp in het jaar dat wij 547 noemen. Wat na Lu komt, is niet goed leesbaar, want het tablet bevat een lacune na dit eerste, ook al nauwelijks zichtbare teken.

Lees verder “Misverstand? 547 v.Chr.”

Misverstand: Herodotos

Herodotos (Agora Museum, Athene)

Misverstand: Herodotos bezocht Babylon

Na Xerxes’ mislukte poging Griekenland te onderwerpen, zette een door Athene aangevoerd bondgenootschap de strijd tegen het Perzische Rijk voort met aanvallen op de Perzische havensteden. Een poging de Perzen uit Egypte te verdrijven liep echter uit op een mislukking, en omstreeks 449 kwamen Athene en koning Artaxerxes I overeen elkaars invloedssfeer te respecteren. Of er sprake is geweest van een officieel verdrag is onduidelijk, maar de verhoudingen verbeterden zodanig dat de Griekse onderzoeker Herodotos vrijuit door het Perzische Rijk kon reizen en bijvoorbeeld Babylon bezocht. Althans, die indruk wil hij wekken met zijn uitgebreide beschrijving van de stad, waarin hij vol verontwaardiging melding maakt van tempelprostitutie. Zijn verhaal werd zó bekend dat “Babylon” synoniem is geworden met erotiek en decadentie.

Lees verder “Misverstand: Herodotos”

Sybota (2)

Portret van Thoukydides uit de Romeinse villa bij Welschbillig (Rheinisches Landesmuseum, Trier)

[Tweede deel van een serie van vier over het uitbreken van de Archidamische Oorlog. Het eerste deel, waarin ik het ontstaan van het Atheense imperium beschreef, is hier.]

Athene was de onbetwiste meester van de Egeïsche Zee. Het bleef echter moreel verplicht de oorlog tegen de Perzen voort te zetten en daarom voerden de Griekse triëren van tijd tot tijd aanvallen uit op de Perzische havensteden, waar men de Atheners moet hebben ervaren als hinderlijke piraten. Toen ze zich zelfs in de Nijldelta waagden, betaalde Perzië de Spartanen om de Atheners aan te vallen, opdat die hun troepen uit Egypte zouden terugtrekken. Wat volgde was een complexe oorlog waarin Athene zich staande hield tegen diverse vijanden tegelijk maar uiteindelijk werd gedwongen vredesonderhandelingen aan te knopen.

Het verdrag tussen Athene en Sparta werd getekend in 445 en staat bekend als het Dertigjarig Bestand. Beide partijen verplichtten zich tot wat grenscorrecties en beloofden dat ze toekomstige geschillen zouden oplossen door arbitrage. Atheners legden de eden van trouw af namens hun bondgenoten in het Egeïsche Zee-gebied en Spartanen deden hetzelfde namens de hunne op de Peloponnesos. De Atheense alliantie, die was ontstaan “door angst voor de Perzen” en was blijven bestaan “omwille van de eer”, was nu uitgegroeid tot een imperium dat was gebaseerd op een ook door Sparta erkend “eigenbelang”. Het is geen toeval dat vanaf dit moment in inscripties sprake is van “de steden waarover de Atheners heersen”.

Lees verder “Sybota (2)”

Deportatie en kruisiging (2)

De heuvel achter Madytos

Classici zijn geen historici en als een classicus een geschiedenisboek schrijft, neemt ’ie een risico. Gisteren beschreef ik hoe Tom Holland, als hij in Persian Fire probeert het verleden te evoceren (een activiteit waar beide specialismen overlappen) de grens met fictie overschrijdt.

Vandaag behandel ik een kruisiging uit Dominion, Hollands apologie voor het christendom als kracht die de westerse cultuur heeft gevormd. Niet dat voor deze stelling een apologie nodig is, overigens, want geen historicus ofsocioloog betwijfelt deze invloed. Ik had gehoopt dat Persian Fire een jeugdzonde was en dat Dominion beter zou zijn, al durfde ik dat na er doorheen te hebben gebladerd niet meer te hopen en bevestigde de bespreking in het Handelsblad dat er iets mis is met dit boek. Nu ik het systematisch lees, weet ik zeker dat Holland als auteur niet is gegroeid. Hij beheerst het historisch métier nog altijd onvoldoende.

Lees verder “Deportatie en kruisiging (2)”

Xerxes achterna

 

Bin Tepe

Gisteren was in het Rijksmuseum van Oudheden de presentatie van mijn nieuwe boek, Xerxes in Griekenland. In dat boek behandel ik aan de hand van de Perzische invasie van Griekenland in 480 v.Chr. hoe historici proberen feiten vast te stellen. Ik heb van een onbevooroordeelde meelezer vernomen dat het boek spannend is, dus u kunt het zonder bezwaar lezen, ook als u de conclusies wat ergerlijk vindt dat we niet weten waarom de Perzen Griekenland binnenvielen, dat we niet weten wat de Perzische operationele doelen waren en dat we niet weten waarom de Perzen in 479 hun vloot ontbonden en de handdoek in de ring gooiden. In het laatste hoofdstuk hoop ik aan te tonen hoe absurd het is dat er opnieuw mensen zijn die het negentiende-eeuwse sjabloon aanvaarden dat er een eeuwige strijd is geweest tussen Oost en West en dat de Griekse overwinning het voortbestaan van de westerse beschaving garandeerde.

Er zijn diverse locaties waarvan bekend is dat de Perzische koning Xerxes er tijdens zijn veldtocht is geweest. Om te beginnen Sardes, ooit de hoofdstad van het koninkrijk Lydië en inmiddels de residentie van een van de Perzische satrapen. Xerxes bracht hier de winter van 481/480 door bij zijn familielid Artafernes. Op de vlakte verzamelde hij zijn leger, dat door Griekse spionnen werd geobserveerd. De ruïnes van Sardes zijn grotendeel jonger, maar de met talloze grafheuvels bezaaide vlakte, ook bekend als Bin Tepe, is vermoedelijk maar weinig veranderd. Zie boven.

Lees verder “Xerxes achterna”