Kort Irakees (6): Koninklijke Weg

Ik schreef al eens eerder over de Koninklijke Weg in het Perzische Rijk. Die kenden we lange tijd vooral van de Griekse onderzoeker Herodotos, die ergens de route beschrijft van Sardes in het westen van het huidige Turkije naar de hoofdsteden van het Perzische Rijk. In Irak volgde deze weg ruwweg de Eufraat, vermoedelijk met een omweg over Babylon.

Kleitabletten uit Persepolis bevestigen Herodotos’ verhaal en voegen daaraan allerlei details toe. We weten nu hoe goed de Koninklijke Weg was georganiseerd. Je kon bijvoorbeeld met vouchers in elke serail eten en drinken te krijgen.

Lees verder “Kort Irakees (6): Koninklijke Weg”

Sapfo en Charaxos

De koninginnepiramiden bij de piramide van Cheops

Een van de bizarste ontwikkelingen in de aan bizarre ontwikkelingen niet arme affaire rond de Sapfo-fragmenten (overzicht) is de opstapeling van kul-argumenten waarmee ontdekker Dirk Obbink meende te kunnen bewijzen dat de papyri echt waren. Misschien zijn ze dat ook wel. Maar niet om de door Obbink genoemde redenen.

Zo schreef hij dat spectroscopisch was vastgesteld dat de inkt was vervaardigd volgens antiek recept en dat er een koolstofdatering was van de papyrus. Ik zal u met de weerlegging niet vervelen. Ik leg hier uit dat vervalsers antiek papyrus benutten en de receptuur kennen van antieke inkt. Even bizar was hoe Obbink zijn eigen claim dat de provenance was gedocumenteerd ondergroef met het argument dat een fragment aansloot bij een al bekende papyrus. Het was immers ongeloofwaardig dat elders delen lagen van een papyrusrol die pas net uit een kartonnage zou zijn gehaald. Het allerbizarst was echter Obbinks bewering dat de inhoud van de gedichtjes aansloot op wat antieke auteurs over Sapfo meldden. Meer in het bijzonder: wat ze meldden over haar relatie tot haar broer Charaxos. Ja, oele. Alsof een vervalser iets maakt dat niet lijkt waarop het lijken moet.

Lees verder “Sapfo en Charaxos”

6. Uit de fuik?

Herodotos veranderde mijn leven (Agora Museum, Athene)

[Vandaag bestaat de Mainzer Beobachter tien jaar en daarom maak ik een persoonlijke balans op. De trouwe lezers van de blog zullen weinig nieuws tegenkomen, maar het is goed eens te kijken of mijn ambities overeenkomen met de praktijk. Dit is het zesde van twaalf stukjes; het eerste was hier.]

In 1993 solliciteerde ik naar een OiO-positie. Hoewel mijn Leidse leermeester H.W. Pleket tegelijkertijd ontslag nam uit protest tegen de oprichting van de onderzoeksscholen, stond hij achter mijn plan. De beoordeling daarvan gebeurde door één hoogleraar, die het voorstel afwees. Als doctorandus 1 had ik daarvoor begrip.

Die berusting verdween toen ik leerde dat de succesvolle sollicitant eveneens doctorandus 1 was én de kandidaat van de hoogleraar die de aanvragen had beoordeeld. Het was beter geweest te zijn afgewezen na een integere beoordeling, want dan had ik geweten wat ik intellectueel waard was. Ik ben van nature onzeker en die onzekerheid is hierdoor verergerd.

Lees verder “6. Uit de fuik?”

Loog Herodotos over de slag bij Himera?

Het slagveld bij Himera op een mistige dag

De Griekse onderzoeker Herodotos van Halikarnassos is een subtiele auteur. Over Babylon zegt hij bijvoorbeeld dat mensen die er niet zijn geweest, wel niet zullen geloven wat hij vertelt, daarmee suggererend dat hij er wel is geweest. Hij schrijft ook ergens dat in zijn tijd een bepaald standbeeld er nog was, waarmee hij hetzelfde insinueert. In de achttiende eeuw vermoedde Edward Gibbon al dat Herodotos’ beschrijving van de culturele hoofdstad van het oude Nabije Oosten onmogelijk correct kon zijn. De opgravingen en de uitgave van tienduizenden kleitabletten hebben dat vermoeden bevestigd. Herodotos geeft onjuiste informatie te goeder trouw door – het is ook voor Egypte en de Skythen vastgesteld – maar hij suggereert wel dat hij het allemaal zelf heeft gezien.

Die misleidende autoriteitsclaim maakt Herodotos kwetsbaar voor het verwijt een leugenaar te zijn. Maar dat is nu net de verkeerde manier om ernaar te kijken. De vraag naar de juistheid van zijn informatie (hij doet zijn best) is een andere dan die naar de oprechtheid van zijn zelfpresentatie (misleidend). Ik had gehoopt dat dit onderscheid inmiddels wel bekend zou zijn bij degenen die zich professioneel bezighouden met de vader van de journalistiek, maar dat bleek weer eens te optimistisch. “Herodotus lied about famous Greek battle against Carthage, new study finds”, lezen we hier. Het verouderde frame wordt weer afgestoft. En dat terwijl het onderzoek in kwestie gewoon interessant is.

Lees verder “Loog Herodotos over de slag bij Himera?”

Perzen, Grieken en pseudohistorici (4)

Beeld van een hopliet, geïdentificeerd als Leonidas, uit de tempel van Athena Chalkioikos in Sparta (Archeologisch Museum van Sparta)

Herodotos schreef niet voor ons en selecteert zijn informatie, zo heb ik betoogd in dit, dat en dat stukje, om iets duidelijk te maken aan zijn tijdgenoten. Vragen die voor ons relevant zijn, waren dat voor hem niet en één zo’n vraag is wat er nou precies is gebeurd bij Thermopylai. Zoveel is zeker: de plek was bezet door een paar duizend Grieken, de Perzen wisten het bewaakte bergpad om Thermopylai te forceren en honderden Grieken kwamen in de eindstrijd om het leven.

Herodotos heeft in woorden een monument opgericht voor de gevallenen. Die worden vergeleken met homerische helden, inclusief strijd om het lichaam van koning Leonidas. Het eerbewijs is altogether fitting and proper, maar geen geschiedenis. Wij willen weten waarom Leonidas Thermopylai verdedigde en waarom hij zich niet terugtrok. Op de eerste vraag geeft Herodotos geen duidelijk antwoord – het interesseert hem niet voldoende – en over de tweede lijkt hij zichzelf tegen te spreken.

Lees verder “Perzen, Grieken en pseudohistorici (4)”

Perzen, Grieken en pseudohistorici (3)

Ik heb in de twee eerste stukjes Herodotos aan u geïntroduceerd en iets verteld over zijn ideeën over oorzakelijkheid, die afwijken van hoe wij daar tegenaan kijken. Herodotos’ keuzes hebben invloed op zijn verhaal. Hij selecteert informatie die past bij de toenmalige visie op causaliteit en dat maakt het voor ons al met al wat onbevredigend. (Het is een gekend probleem met antieke auteurs dat ze niet de beleefdheid hadden te schrijven voor mensen die vijfentwintig eeuwen later werden geboren.) Er zijn allerlei zaken die we niet weten, niet weten kunnen, omdat Herodotos ons er niet over informeert.

De oorzaak van de Perzische inval in Griekenland is na het voorgaande het obligate eerste voorbeeld. Vanuit ons perspectief is Herodotos’ relaas, gebaseerd op actie/reactie en onderbroken met een bovennatuurlijke interventie die moet verhinderen dat Xerxes zich bedenkt en nemesis belet, volkomen ontoereikend. Die bovennatuurlijke interventie is bovendien gegoten in de vorm van een misleidende droom, een motief dat Herodotos regelrecht kopieert uit de Ilias.

Lees verder “Perzen, Grieken en pseudohistorici (3)”

Perzen, Grieken en pseudohistorici (2)

Kroisos (Louvre, Parijs)

Er is veel te zeggen voor de stelling dat Herodotos van Halikarnassos geen historicus is in onze zin van het woord, maar er is een belangrijk punt van overeenkomst: Herodotos had in de smiezen dat geschiedenis niet “one damn’ thing after another” is, geen kroniek (zoals), maar dat het draait om verklaringen. Historici – ik bedoel eigentijdse – onderscheiden diverse soorten verklaringen, waaronder de oorzakelijke waarin Herodotos in is geïnteresseerd. Daarin was hij een kind van zijn tijd. Vóór Herodotos zochten de Ionische Natuurfilosofen al naar aitia en na Herodotos systematiseerde Aristoteles wat er zoal over oorzaken te weten viel.

Drie soorten oorzaak

Omdat Herodotos leefde op het moment dat het begrip nog niet was uitgekristalliseerd, valt te verwachten dat hij niet zo systematisch is. Dat zien we mooi in de ouverture van de Historiën, het verhaal van Kroisos, koning van Lydië in West-Turkije, waarin Herodotos alle thema’s van zijn werk aangeeft. Om te beginnen is er in dit verhaal een vorm van causaliteit die we kunnen aanduiden als “actie – reactie”. De Perzische koning Cyrus had een zwager van Kroisos van de troon gestoten, dus moest Kroisos reageren. Kroisos’ leger steekt daarop de grensrivier Halys over, wordt verslagen, en nu is het Cyrus die reageert door over de Halys te komen en Kroisos aan te vallen. Actie en reactie.

Lees verder “Perzen, Grieken en pseudohistorici (2)”

Perzen, Grieken en pseudohistorici (1)

Herodotos (Agora Museum, Athene)

Het leuke van een eigen blog is dat je kunt doen wat je zelf wil. En hoewel ik het altijd leuk vind om op zondag iets over het Nieuwe Testament te schrijven en op maandag een methodisch probleem aan te pakken, voel ik me vrij om daar van af te wijken en iets heel anders te doen: een reeks over Xerxes’ expeditie naar Griekenland. Dat is niet omdat ik er onlangs een boek over heb gepubliceerd, al is dat wel waarom ik denk dat ik er iets van weet, maar omdat ik er zaterdag een digitale les over heb verzorgd en ik ineens weer zin had in de materie. Ik weet nu nog niet precies hoe dit zal gaan, behalve dan dat ik aanstaande woensdag de reeks onderbreek voor een aflevering in de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Ter zake.

Herodotos’ oorlog

Eerst maar even dit: voor de Perzische Oorlog, zoals wij de expeditie van Xerxes noemen, hebben we eigenlijk maar één bron, de Historiën van Herodotos, een van de leesbaarste teksten uit de Oudheid. Het woord historie betekende destijds, in de vijfde eeuw v.Chr., nog “onderzoek”, en de auteur heeft werkelijk alles onderzocht wat er te onderzoeken viel. Dat ordent hij thematisch en chronologisch. We lezen over de veroveringen van de Perzische vorsten Cyrus, Kambyses en Darius, en bij elk binnengevallen land neemt Herodotos de moeite iets over topografie, etnografie, religie, geschiedenis enz. te vertellen. De volgende koning die op oorlogspad gaat is Xerxes; hij probeert de Griekse stadstaten te onderwerpen. Omdat Herodotos’ publiek de topografie, de gewoonten, de godsdienst en het verre verleden van zichzelf wel kenden, kon Herodotos dat overslaan en zo worden de Historiën uiteindelijk geschiedschrijving.

Lees verder “Perzen, Grieken en pseudohistorici (1)”

Een koninklijke toerist

Tempe

Voordat hij in de zomer van 480 v. Chr. Thessalië binnenviel, verzamelde de Perzische koning Xerxes zijn troepen in Therma (het huidige Thessaloniki). Bij het zien van de toppen van Olympos en Ossa, besloot hij de kloof tussen de twee bergen, het Tempe-ravijn waarover ik al eens blogde, te bezoeken. Een van de redenen was om de weg te verkennen. De Griekse onderzoeker Herodotos geeft echter ook een tweede motief aan: de grote koning had grote bewondering voor de grote werken van de natuur.

Het koninklijk bezoek biedt Herodotos de gelegenheid om uit te weiden. Verwijzend naar een oude mythe dat de god Poseidon de kloof van Tempe zou hebben geschapen, merkt hij op dat dit een redelijke verklaring is. De dichter Homeros had Poseidon immers de “schudder der aarde” genoemd, en het lag volgens Herodotos voor de hand dat deze kloof door aardbevingen was ontstaan. Hoewel hij zich vergist – Tempe is in feite ontstaan door erosie – geeft hij er blijk van zich bewust te zijn van het feit dat het oppervlak van de aarde sinds het ontstaan van de wereld is veranderd. Dat is nogal een inzicht.

Lees verder “Een koninklijke toerist”

Het Tempe-ravijn

Het ravijn Tempe

De Tempevallei is de diepe kloof tussen de bergen Olympos en Ossa, waar de snelle rivier Peneios zich een weg van Thessalië naar de Egeïsche Zee baant. Wat zo vaak een vallei wordt genoemd, is in feite maar 25 tot 50 meter breed, bijna 500 meter diep en tien kilometer lang. Het is een ravijn.

Er zijn prachtige kliffen en de vegetatie is lieflijk, zodat het niet verwonderlijk is dat het landschap altijd door dichters is geprezen: zo was er van Dion Chrysostomos een Ekfrasis (beschrijving). De tekst is helaas verloren gegaan.

De Grieken vertelden dat de god Apollo hier eens had geprobeerd de nimf Dafne aan te randen, maar dat ze was veranderd in een laurierboom. Apollo zou een loot vanuit de canyon hebben overgeplant naar de Kastalische Bron bij Delfi.

Lees verder “Het Tempe-ravijn”